Just before the holidays, the European Commission unveiled Part I of the EU Biotech Act, a long‑awaited signal that Europe aims to unlock biotech’s full potential. In recent weeks, we worked closely with our members to analyse the full proposal and share our recommendations with the Dutch government as it prepares its official response (the BNC fiche). Hollandbio is hopeful: Part I clearly holds promise for our sector. However, we are not there yet. Without proper EU and national resourcing, clearer choices and a broader scope, it still risks falling short of being the breakthrough Europe needs. In our overall position and more detailed assessment we explain where Europe takes meaningful steps forward, where it falls short, and what must be sharpened to enable a framework that truly supports biotech from early R&D through to market uptake. Do you see opportunities, gaps or must-haves for Part I as well as Part II (expected Q3 2026)? We’d love to hear from you as we continue engaging with ministries and stakeholders to secure the best possible conditions for biotech to scale and thrive in Europe!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-01-20 12:43:332026-03-25 12:25:15Hollandbio’s take on the EU Biotech Act Part I← #nieuws
Vanmiddag nam minister Jan Anthonie Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in Leiden, bij het LUMC, het rapport ‘Nederland in de voorhoede: rode biotech als sleutel tot wereldwijde concurrentiekracht; een groeistrategie voor economie, maatschappij en patiënt’ in ontvangst.
Het rapport kwam tot stand op verzoek van Peter Wennink, in het kader van de nationale investeringsagenda, en vormt de gezamenlijke inbreng van de Nederlandse rode biotechsector. Leiden Bio Science Park werd door Wennink gevraagd het voortouw te nemen bij de totstandkoming van het plan en deed dat samen met hollandbio, in nauwe samenwerking met partners in Leiden én met de andere Nederlandse science parks, waaronder Groningen, Amsterdam, Utrecht, Oss en Maastricht en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen.
Het rapport bevat een concrete strategie en aanpak om medische biotechnologie in Nederland versneld te laten groeien. Rode biotech maakt innovaties mogelijk die leiden tot snellere en betere diagnoses en tot gepersonaliseerde, effectievere behandelingen. Dat betekent betere zorg, betere levens voor patiënten en een duurzame bijdrage aan een toekomstbestendig zorgstelsel en een sterke economie. Juist op het snijvlak van gezondheid, maatschappij en verdienvermogen ligt een unieke kans voor Nederland in een sterk internationale markt.
Nederland beschikt over sterke clusters, hoogwaardige infrastructuur en internationaal erkende kennisinstellingen. Om dit potentieel te benutten, zijn gezamenlijke keuzes nodig: betere toegang tot kapitaal en talent, veilige en gedeelde toegang tot (bio)data, snellere en voorspelbare procedures voor vergunningen en klinisch onderzoek, en voldoende ruimte voor onderzoek, opschaling en productie.
Minister Bruijn (VWS): “Biotechnologie brengt ons geneesmiddelen die echt baanbrekend zijn. Het doorontwikkelen van deze sector is dan ook belangrijk voor Nederland en niet te vergeten de patiënt. Ik zet mij daar actief voor in en zal onder meer onze belangen in Europa behartigen om te komen tot goede wetgeving via de Europese BioTech Act. Ik dank alle betrokkenen die hebben gewerkt aan de totstandkoming van dit rapport. Ik ga het met veel aandacht lezen.”
De sector stelt in het rapport onder meer de oprichting voor van een nationaal, politiek- en ministerie-overstijgend programma: Biotech Nexus. Dit programma moet kennisvalorisatie versnellen, bedrijven ondersteunen bij opschaling en gezamenlijk werken aan betere infrastructuur en snellere procedures.
“Rode biotech stelt ons in staat om ziekten eerder en nauwkeuriger te diagnosticeren en patiënten gerichter en effectiever te behandelen,” zegt Esther Peters, directeur van Leiden Bio Science Park. “Dat leidt tot betere zorg en betere levens. We willen als sector, samen met het ministerie en andere betrokken partijen, nu al aan de slag om te kijken wat er binnen de bestaande kaders mogelijk is om innovaties sneller bij de patiënt te brengen. Door als science parks, bedrijven, kennisinstellingen en overheid samen op te trekken, benutten we onze gezamenlijke kracht om dit mogelijk te maken.”
“Nederland is groot geworden door te doen, niet door af te wachten,” zegt Annemiek Verkamman, directeur van hollandbio. “Als we vandaag durven te investeren in innovatie en tegelijkertijd bouwen aan een zorgsysteem dat ook morgen werkt, is dat beter voor patiënten én de BV Nederland.”
Hiervoor is consistent en stimulerend overheidsbeleid over departementen heen nodig, met één duidelijke koers in plaats van tegelijk remmen en gasgeven,’ zegt Carla Vos, directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. ‘Ik hoop dat de oproep van Peter Wennink leidt tot beleid dat Nederland aantrekkelijker maakt voor het ontwikkelen, produceren en lanceren van nieuwe producten, zodat zowel de economie als de zorg kan profiteren van nieuwe therapieën.’
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-16 17:23:062025-12-16 17:47:06Groeistrategie medische biotech overhandigd aan minister Bruijn in Leiden← #nieuws
Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) aansluit bij de behoeften van biotech? In een infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.
De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) stimuleert mkb’ers en wetenschappelijke instellingen om samen te werken aan onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten of diensten in de regeneratieve geneeskunde. De regeling is bedoeld voor consortia waarin minimaal één mkb-ondernemer en één wetenschappelijke instelling samenwerken aan een project. De SRGO biedt een combinatie van een lening en een subsidie tot maximaal €3 miljoen per project. Mkb-ondernemers ontvangen een lening van maximaal 50% van het totale bedrag voor eigen onderzoekskosten. De kennisinstellingen ontvangen een subsidie van tussen de 25% en 100%, afhankelijk van het soort onderzoek dat zij uitvoeren (fundamenteel, industrieel of experimenteel).
Wil een subsidie zoals de SRGO aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:
De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.
De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.
De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken.
De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.
De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.
Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.
Hoe scoort de SRGO?
Wanneer we de SRGO langs onze meetlat leggen, zien we een gemengd beeld.
Het ophalen van vervolgfinanciering wordt met de SRGO niet makkelijk gemaakt. Waar een kennisinstelling tot wel 100% subsidie kan ontvangen, kan een bedrijf alleen een lening krijgen. Deze lening heeft een rente van 3% plus een opslag van 15% aan het eind van het project. Ook mag gedurende de looptijd van de lening geen uitkering worden gedaan aan aandeelhouders. Dit levert een score op van 2 uit 10.
Ook op het gebied van IP-bescherming scoort de SRGO laag: 3 op 10. De regeling legt een sterke nadruk op kennisdeling, en verplicht toepassing van de principes van Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren. Hierdoor heeft de kennisinstelling veel invloed op het IP dat tijdens het project ontstaat. Hoewel vooraf afspraken mogelijk zijn, pakt dit zelden gunstig uit voor ondernemers.
De administratieve last is een behoorlijke papierwinkel, al is die in verhouding tot de omvang van de te verkrijgen lening wel de moeite waard. De consortiumovereenkomst, leningsovereenkomst met RVO, jaarlijkse rapportages en het uitgebreid eindverslag met verplichte accountantsverklaring eisen veel tijd en kennis van mkb-ondernemers. Daarnaast wordt het subsidiebedrag niet in een keer uitgekeerd, maar in delen op basis van vooraf afgesproken mijlpalen. Dit levert een krappe voldoende op: 6 op 10.
Wat betreft zeggenschap scoort de SRGO een 4 op 10. Want hoewel de mkb-ondernemer penvoerder is, is de speelruimte klein. Strakke projecteisen, waaronder vaste begin-, midden- en eindmijlpalen, een minimum van 10% fundamenteel onderzoek en verplichtingen rond het aantal en type samenwerkingspartners, verkleinen de scope en pivoteerruimte.
De doorlooptijd is standaard 13 weken na sluiten van de aanvraagperiode. Dat is netjes en levert wat ons betreft een score op van 8 op 10.
Ook het budget is prima. Voor de bedrijven die aan de eisen voldoen is voldoende budget beschikbaar, dus geven we dat een 8 op 10.
Samenvattend is de SRGO vooral interessant voor consortia met een sterke onderzoekscomponent, en biedt zij voor marktgerichte innovatie weinig ruimte. Dit komt onder andere door de scheve en onwenselijke verdeling van bekostiging, waarbij bedrijven uitsluitend een lening krijgen en kennisinstellingen tot wel 100% subsidie kunnen ontvangen. Willen we écht werk maken van het toepassen van biotech in regeneratieve geneeskunde, dan moet deze regeling wat ons betreft meer ruimte bieden voor ondernemerschap. Innovaties naar de markt brengen is al complex genoeg – complexe financieringsstructuren en beperkende IP-voorwaarden helpen niet, maar remmen. Heb jij ervaring met de SRGO, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-16 15:18:442026-02-10 14:01:59Subsidie langs de meetlat: sluit de SRGO aan bij biotech?← #nieuws
Nederland moet dringend én fors investeren in een goed investeringsklimaat om niet achterop te raken, want niets doen kost ons meer dan investeren. Dat is de kernboodschap van Peter Wennink, voormalig CEO van ASML, die vandaag zijn adviesrapport presenteerde voor de toekomstige welvaart van Nederland. Volgens de topadviseur ligt de sleutel voor de overheid bij het creëren van sterke randvoorwaarden, waarna zij kan doorpakken op vier investeringslijnen, waaronder Life sciences en biotechnologie. Hollandbio juicht de aanbevelingen van het rapport van Wennink van harte toe en rekent op het nieuwe kabinet om werk te maken van de acties uit het rapport.
De urgentie spat van het advies van Peter Wennink af. Het rapport, waar ook hollandbio actief aan heeft bijgedragen, stelt in niet mis te verstane woorden wat er moet gebeuren om de groei, innovatie en welvaart van Nederland de komende decennia te behouden. En dat is nogal wat: om onze huidige voorzieningen op peil te houden en de groei op te krikken naar 1,5 procent per jaar, is volgens de oud-topman een grote investering nodig van 151 tot 187 miljard. Allereerst moeten binnen vijf jaar de randvoorwaarden op orde zijn: van versimpelde regels en snellere vergunningen tot voldoende talent, betaalbare en betrouwbare energie en sterke fysieke infrastructuur. Deze randvoorwaarden maken de weg vrij voor maximaal rendement op vier ambitieuze investeringslijnen, waarvan life sciences en biotech er één is.
De bouwstenen uit het rapport sluiten naadloos aan bij hollandbio’s agenda voor het succes van de biotech sector in Nederland. De afgelopen maanden ijverden we, in opmaat naar het vandaag gepubliceerde Wennink rapport, samen met Leiden Bio Science Park en met de input van vele anderen voor “Biotech Nexus”, een ambitieus flagship project dat de hele ontwikkelingsketen van medische biotech – van lab tot patient – in Nederland een impuls moet geven. Dat ook de oud-topman brood ziet in het plan, bleek wel uit de persconferentie, waarbij hij Biotech Nexus met naam en toenaam uitlichtte als de weg vooruit naar impact. “De Biotech Nexus gaat groei en doorgroei van jonge bedrijven aanjagen door de verbetering van de toegang tot groeikapitaal, het versterken van het professioneel benutten van wetenschappelijke kennis en ondersteuning van jonge bedrijven door ervaren ondernemers en investeerders”, aldus Annemiek Verkamman, managing director van hollandbio.
Ook de bijdrage van biotech aan het succes van de agri-food en bio-based sector kreeg een prominente plek in Wenninks advies. Zo roept hij op tot investeringen in opschalingsfaciliteiten en First Of A Kind (FOAK) demo-fabrieken voor nieuwe ingrediënten, en investeringen op het gebied van nieuwe veredelingstechnieken, in AI en doorontwikkeling van kennis en valorisatie.
Hollandbio kan de urgentie die spreekt uit het rapport alleen maar benadrukken. Ook wij zien onder druk van grote geopolitieke onzekerheden de donkere wolken zich samenpakken. De prijs van nietsdoen is simpelweg te groot, zo benadrukt ook Wennink. Hollandbio roept dan ook op om het advies ter harte te nemen aan de formatietafel, en met gezwinde spoed, eensgezind en integraal werk maken van de toekomst van Nederland, door versterking van het hele innovatie-ecosysteem, van vroegste vinding, ontwikkeling en doorgroei, tot een ruimhartige thuismarkt, om de bijdrage die biotech innovaties kunnen leveren aan vooruitgang in de volle breedte te verwelkomen.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-12 12:23:222025-12-17 09:22:00Ook Wennink kiest voor biotech voor een welvarende toekomst van Nederland← #nieuws
Goed nieuws voor gezond en betaalbaar eten! Vorige week bereikten de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement een historisch akkoord over een nieuw wettelijk kader voor het toepassen van slimme veredelingstechnieken – ook wel Nieuwe Genomische Technieken (NGT’s) – in planten. Dit is een overwinning waar wij bij hollandbio, samen met onze leden, jarenlang voor hebben gestreden. We zijn ontzettend blij dat innovatief, klimaatvriendelijk en voedzaam voedsel hierdoor binnen handbereik komt voor Nederland en Europa!
Met NGT’s, zoals CRISPR-Cas, kunnen Nederlandse veredelaars sneller, preciezer en efficiënter gewassen ontwikkelen. Dat betekent: meer keuze in de supermarkt, groenten en fruit die beter bestand zijn tegen ziektes en extreme weersomstandigheden, én betaalbaar eten voor iedereen. Dankzij dit akkoord blijft Europa vooroplopen in innovatie en kunnen we blijven genieten van gezond voedsel, nu en in de toekomst.
Het akkoord uit Brussel introduceert een nieuw, modern systeem voor het toelaten van NGTs, door onderscheid te maken tussen twee typen planten. Voor NGT-1 planten, die aanpassingen bevatten die je ook via conventionele veredeling zou kunnen bereiken, geldt een vereenvoudigde toelatingsprocedure. Zij worden niet behandeld als genetisch gemodificeerd organisme (ggo) en voor hen geldt geen verplichte labeling, behalve voor zaden en plantmateriaal. Wel komt er een exclusielijst voor specifieke eigenschappen die extra aandacht verdienen, zoals resistentie voor gewasbeschermingsmiddelen, en moeten veredelaars van deze planten transparantie bieden over intellectueel eigendom via een publieke database. NGT-2 planten, die aanpassingen bevatten die je niet met conventionele veredeling kunt creëren, vallen onder regels en procedures die meer lijken op die voor traditionele ggo-toepassingen.
Hollandbio pleit al jaren voor snelle en eerlijke modernisering van de Europese regelgeving zonder extra hindernissen die de toegang tot NGT’s vertragen of ondergraven. Dat betekent: geen gemorrel aan octrooien, geen verplichte etikettering en geen onwerkbare duurzaamheidscriteria, zodat we deze nieuwe instrumenten snel en breed toegankelijk kunnen maken voor iedereen, en samen de gezonde en betaalbare vruchten van innovatie kunnen plukken. Deze Europese doorbraak zien wij dan ook als een grote sprong vooruit. We zullen ons de komende tijd, tijdens de definitieve goedkeuring in de Raad en het Parlement en de implementatiefase die daarop volgt, uiteraard blijven inzetten om ervoor te zorgen dat Nederlandse veredelaars, boeren en consumenten daadwerkelijk kunnen gaan profiteren van de mooie kansen die NGT’s ons bieden.
Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre de MKB-innovatiestimulering Regio en Topsectoren R&D-Samenwerkingsprojecten (MIT R&D) aansluit bij de behoeften van biotech? In een infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.
De MIT R&D heeft als doel om samenwerking te stimuleren tussen verschillende mkb’ers die producten, productieprocessen of diensten ontwikkelen of vernieuwen. De regelingwordt door RVO gecoördineerd en zowel landelijk als regionaal uitgezet, met iedere provincie een eigen budget. De MIT R&D kent twee typen projecten. Voor kleine samenwerkingsprojecten kun je tussen de € 50.000 en € 200.000 aanvragen, waarvan per deelnemer € 25.000 tot € 100.000. Voor grote R&D-samenwerkingsprojecten kun je tussen de € 200.000 en € 350.000 aanvragen, waarvan per deelnemer tot wel € 175.000. De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten en heeft een maximale looptijd van twee jaar.
Wil een subsidie zoals de MIT R&D aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:
De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.
De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.
De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken.
De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.
De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.
Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.
Hoe scoort de MIT R&D?
Wanneer we de MIT R&D langs onze meetlat leggen, zien we het volgende:
Voor het ophalen van vervolgfinanciering scoort de MIT R&D heel positief, een 9 uit 10: het is een zuivere subsidie zonder terugbetalingsverplichting, pandrecht op IP of andere knellende voorwaarden die investeerbaarheid beïnvloeden. De regeling vormt daarmee een waardevolle steun in de rug voor bedrijven om extra R&D uit te voeren.
Ook over IP-bescherming is weinig negatiefs te zeggen. De subsidie verbetert de R&D- en kennispositie van het bedrijf, zonder daar een claim op IP aan te koppelen. Daardoor deel je het recht op IP niet met de subsidievertrekker, en scoort deze regeling op dit punt een 9 uit 10.
De administratieve last van de MIT R&D is goed in balans met het subsidiebedrag. De subsidiebedragen zijn niet gigantisch, maar de daarbij gevraagde administratieve last is laag ongeacht het type project. Voor kleine samenwerkingsprojecten scoort de MIT R&D daarom een 8 uit 10 en voor grote samenwerkingsprojecten een 9 uit 10.
De zeggenschap over het project wordt logischerwijs gedeeld door de verschillende samenwerkingspartner. Omdat individuele ondernemers daardoor iets minder invloed hebben, komen we uit op een score van 7 uit 10.
De doorlooptijd van de MIT-R&D verschilt per regio. Over het algemeen wordt tussen de dertien en zestien weken aangehouden, wat voor ons een score van 7 uit 10 betekent.
Het grootste minpunt van de MIT R&D is het beschikbare budget. Die is namelijk, volgens de beschikbare data van het landelijke budget, niet toereikend om alle kwalitatief voldoende voorstellen te honoreren. In 2024 zijn 23 van de 37 landelijke projecten buiten budget gevallen. Reden voor hollandbio om hier een 5 uit 10 voor te geven.
De MIT R&D-samenwerkingsprojecten biedt op veel vlakken dus waardevolle steun aan biotech bedrijven. Alleen zorgt het beperkte budget ervoor dat goede projecten nog redelijk vaak buiten de boot vallen. Heb jij ervaring met de MIT R&D, of heb je een andere kijk op deze regeling? Deel je ervaringen en inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-02 15:51:372025-12-02 15:51:39Subsidie langs de meetlat: sluit de MIT R&D aan bij biotech? ← #nieuws
Entrepreneuring in biotech holds great promise, but also persistent challenges. At hollandbio’s Failure Friday event, two seasoned biotech leaders shared their most valued lessons – not from successes, but from setbacks. In an open atmosphere, they offered the room full of peers not just honest anecdotes, but practical wisdom for anyone navigating the realities of biotech.
Between ambition and reality
Hollandbio’s Annemiek opened with a familiar contradiction: while biotech features prominently in political ambitions in The Hague and Brussels, companies still struggle with financing, slow regulation and limited reimbursement. Through member benefits, sharp monitoring, and long-term lobbying – such as our recent contributions to the Plan Wennink – hollandbio continues to push for a business climate where biotech can truly thrive. The speakers of the day, Erik van den Berg, CEO of MemoTherapeutics, and Tom van Aken, CEO of Avantium, didn’t shy away from sharing what went wrong along their journeys.
When great plans fail
Tom reflected on his company’s joint venture that once seemed promising but ultimately failed due to a cultural mismatch: “Whenever I met with our joint venture partner, they said: we’re paid to avoid risk. Well, that was the real difference.” Ending the partnership was painful, especially for a publicly listed company, but it was the right decision. Fortunately, a pre-agreed ‘divorce clause’ made the process manageable. From the audience came a helpful question executives should always ask themselves: “Can you handle the worst outcome?”
Boards, investors and tough choices
Governance challenges resonated strongly. Erik underlined the difficulty of managing investor-driven boards and the importance of transparency. Tom agreed and pointed out that as CEO, you must learn to let go of the details when your company grows: “Don’t be afraid to not know something, it’s fine to not know everything.” He stressed that boards must understand the business, not micromanage it. And that managing the board as CEO requires constant calibration of trust. When discussing tough financial decisions, Tom introduced a pragmatic mindset difficult to forget: “If dilution is the solution, you just do it.”
Failure as fuel for growth
Both speakers highlighted how their leadership evolved through the experience they shared. Erik learned to step back from solving every issue himself and move into a more coaching role, while Tom learned to trust his intuition in hiring and team building. With these wise lessons, Failure Friday once again demonstrated: setbacks are not endpoints, but valuable data points. A very special thank you to Erik van den Berg and Tom van Aken for their openness, and to all participants for contributing to an atmosphere where lessons from failure strengthen the entire biotech community. See you at our next event: The Hollandbio Year Event taking place on January 29th!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-02 14:38:432025-12-02 15:07:29Dare to fail and grow together: Lessons from Failure Friday← #nieuws
Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3% serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de 3%- actie voor de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), in potentie een gamechanger voor risicovolle technologieontwikkeling.
De ambitie van het NADI is groot: innovatiegerichte programma’s die de uitdaging aangaan om strategische publieke opgaven aan te pakken. Tijdelijke dreamteams van wetenschappers en ondernemers krijgen een strak tijdspad om te experimenteren. Geen resultaat? Dan gaat de stekker eruit. Wel potentie? Dan maakt NADI snelle opschaling mogelijk. NADI maakt van versnipperde instrumenten één krachtige structuur die doorbraken forceert in biotech, quantumcommunicatie, digitale veiligheid en stikstofreductie. Uniek is daarbij dat NADI niet alleen financiert, maar ook optreedt als eerste klant. Daarmee vergroot het de impact van publieke R&D, trekt private investeringen aan en jaagt maatschappelijke toepassingen vooruit. Kortom: NADI moet geen praatclub worden, maar een lanceerplatform voor echte innovatie.
Het kabinet laat zich in de plannen voor NADI inspireren door succesvolle initiatieven in het buitenland. Denk aan DARPA in de VS, dat al in 1958 werd opgericht en een jaarlijks budget van zo’n $4,5 miljard te verspijkeren heeft om onder het motto “From the impossible, to the improbable, to the inevitable” bij te dragen aan de Amerikaanse nationale veiligheid.Of het Britse ARIA (Advanced Research and Invention Agency) dat met £800 miljoen voor vijf jaar inzet op radicale innovatie met de missie “Empowering scientists to reach for the edge of the possible.” En ook buurland Duitsland investeert met SPRIN-D (Bundesagentur für Sprunginnovationen) jaarlijks €250 miljoen om “A home for people with radical new ideas” te creëren.
Veel budget, volledige vrijheid voor knappe koppen en een ronkende missie: hollandbio wordt er nu al blij van. Sluit ook lekker aan bij ons pleidooi: weg met versnipperde loketten, instrumenten en knellende calls, en tijd voor een krachtige aanpak om innovatie te versnellen. Want zo krijgt ook biotech de ruimte om bij te dragen aan oplossingen die niet uit zichzelf van de grond komen: oplossingen voor een volgende pandemie, voor het vervangen van fossiele grondstoffen en voor de vele andere vragen over ziekte en gezondheid. Via NADI kunnen deze thema’s de aandacht krijgen die nodig is om technologie en kennis te ontwikkelen voor een betere gezondheid van mens, milieu en planeet.
Doorbraken ontstaan echter niet in een sprint, maar in een marathon, zo ziet hollandbio elke dag weer. NADI moet dan ook meer zijn dan een kortstondige impuls. Het vraagt geld met een lange adem, vertrouwen van investeerders en zekerheid voor teams die aan complexe vraagstukken werken. Alleen zo worden ideeën oplossingen. Geen bureaucratische slalom, geen verstikkende IP-regels. Mislukken? Dat is geen straf, maar brandstof voor leren en versnellen. Deeptech – zoals biotech – verdient een budget dat past bij de uitdaging én de impact. Geef knappe koppen de vrijheid om samen te bouwen aan doorbraken. Voor een samenleving die klaar is voor de uitdagingen van morgen.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2025-11-25 16:41:332025-11-25 21:19:293%-R&D Actieplan, deel 3: Vrijheid en zekerheid voor doorbraken met een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) ← #nieuws
Afgelopen maandag deed hollandbio de brandbrief tegen het afschaffen van de farmaciebrief officieel op de post bij het Ministerie van Economische Zaken. Maar liefst 129 mensen uit het hele Nederlandse biotech-ecosysteem ondertekenden de brief – een krachtig signaal dat het schrappen van de farmaciebrief binnen de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) op brede zorgen stuit. Wij danken alle ondertekenaars graag voor hun steun. Samen laten we zien dat Nederland niet op de rem mag trappen als het gaat om innovatie en klinisch onderzoek!
Waarom deze brief?
Nederland is groot geworden door te doen. Door kennis en samenwerking zijn we al jaren een toplocatie voor biotech en klinisch onderzoek. Toch besloot het Ministerie van Economische Zaken om de farmaciebrief – een toelichting binnen de WBSO die bepaalt voor welke activiteiten van Contract Research Organisations (CRO’s) fiscale innovatieondersteuning geldt – per 2027 af te schaffen. En dat heeft verstrekkende gevolgen:
Nederland verliest aantrekkingskracht als vestigingsland voor innovatieve (bio)farmaceutische bedrijven;
Nederlandse CRO’s kunnen de concurrentie met het buitenland minder goed aan;
Onze internationale toppositie op klinisch onderzoek komt onder druk te staan;
Patiënten en artsen krijgen minder snel toegang tot veelbelovende experimentele behandelingen.
Het besluit om de farmaciebrief af te schaffen staat wat ons betreft haaks op de kabinetsambities voor innovatie en biotech. Zonder deze regeling dreigen we niet alleen onze koppositie kwijt te raken, maar ook de voordelen die klinisch onderzoek ons land biedt: toegang tot nieuwe therapieën, economische groei en hoogwaardige werkgelegenheid.
Onze oproep aan het ministerie
Hollandbio en 129 ondertekenaars – van geneesmiddelontwikkelaars tot uitvoerders en ondersteuners van klinisch onderzoek – onderschrijven het belang van een sterk en internationaal concurrerend klinisch onderzoeksklimaat in Nederland. Samen roepen we het ministerie op om het besluit tot afschaffing van de farmaciebrief te heroverwegen óf te zorgen voor een alternatieve borging van CRO-activiteiten binnen de WBSO. Alleen zo blijft Nederland aantrekkelijk voor (bio)farmaceutisch onderzoek, innovatie en investeringen.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2025-11-25 15:47:372025-11-25 21:18:44Biotech ecosysteem laat van zich horen: 129 steunbetuigingen voor brandbrief tegen afschaffing farmaciebrief ← #nieuws
Nederland is het eerste land in de Europese Unie dat proeverijen van producten uit innovatieve fermentatie mogelijk gaat maken. Dat goede nieuws brachten staatssecretaris Rummenie van LVVN en staatssecretaris Tielen van VWS op maandag 24 november naar buiten. Hollandbio, de belangenvereniging van de Nederlandse biotech, is nauw betrokken geweest bij dit traject en blij met de uitkomsten. Nadat we in 2024 al de primeur hadden met proeverijen voor gecultiveerd vlees, versterkt Nederland met deze stap opnieuw zijn positie als wereldwijd koploper op landbouw- en voedselinnovatie.
In oktober 2024 kregen Tweede Kamerleden Wim Meulenkamp (VVD) en Laura Bromet (GroenLinks-PvdA) bijna unanieme steun in de Kamer voor hun motie die het kabinet verzocht zo snel mogelijk in overleg te treden met Nederlandse biotechbedrijven om proeverijen met producten voortkomend uit innovatieve fermentatie onder gecontroleerde en veilige omstandigheden mogelijk te maken. Met de publicatie van Kamerbrief vandaag geeft het demissionaire kabinet uitvoering aan deze motie. Innovatieve fermentatie houdt in dat je micro-organismen gebruikt om een bepaald product of ingrediënt te maken. Biotechbedrijven die hiermee werken maken bijvoorbeeld kaas of eiwitten zonder dat daar koeien voor nodig zijn of voedselproducten met palmolie zonder de noodzaak voor palmolieplantages.
Annemiek Verkamman, directeur bij hollandbio over deze Europese primeur: “Dit is ontzettend goed nieuws voor Nederland. Toepassingen uit innovatieve fermentatie kunnen een cruciale bijdrage leveren aan het voorzien in de groeiende wereldwijde vraag naar eiwit, het terugdringen van onze klimaatimpact en het verminderen van dierenleed. Door het proeven van deze producten mogelijk te maken, versterken we de voortrekkersrol die Nederland al decennialang heeft op landbouw- en voedselinnovatie, zowel in Europa als daarbuiten.”
Code of Practice als basis voor proeverijen
De basis voor het organiseren van proeverijen uit innovatieve fermentatie bestaat uit de ‘Code of Practice’. Dit document is opgesteld door de ministeries van LVVN en VWS, in samenwerking met inhoudelijke experts, hollandbio, Axon Lawyers, Cellulaire Agricultuur Nederland en een groep innovatieve fermentatiebedrijven bestaande uit Farmless, NoPalm Ingredients, The Protein Brewery, Those Vegan Cowboys en Vivici. De ‘Code of Practice’ beschrijft het proces, de gegevens en de voorwaarden waaronder bedrijven proeverijen veilig en verantwoord mogen organiseren. Een commissie van onafhankelijke experts binnen het Nationaal Groeifondsprogramma Cellulaire Agricultuur Nederland beoordeelt aanvragen voor proeverijen voordat deze plaatsvinden.
Normaal gesproken mogen consumentenproducten pas proeven nadat zij een Europese goedkeuring hebben gekregen. Dat bemoeilijkt het testen en verbeteren van smaak, textuur en andere elementen van voedselinnovaties. Deze proeverijen maken het mogelijk om nieuwe producten op een verantwoorde en veilige manier te laten proeven door afgebakende groepen Nederlandse consumenten die dat willen.
“De proeverijen voor producten uit innovatieve fermentatie voorzien, net als die voor gecultiveerd vlees en vis, in een grote behoefte. Het betekent dat we consumenten deze producten kunnen laten proeven en ervaren, en ze met hun feedback nog beter kunnen maken in opmaat naar Europese goedkeuring en marktintroductie. Zo zorgen we voor de lekkerste producten en maken we die bereikbaar voor iedereen, zonder nadelige gevolgen voor mensen, dieren of onze planeet. Met deze ontwikkeling komt dat doel dichterbij. We bedanken de ministeries voor de constructieve samenwerking en kijken uit naar het moment dat de eerste Nederlanders deelnemen aan een proeverij!”, aldus Verkamman.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2025-11-25 15:07:562025-11-25 21:18:13Europese primeur voor Nederland: proeverijen met producten uit innovatieve fermentatie toegestaan