← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: Sluiten de subsidies van Biotech Booster aan bij biotech?

, ,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre de twee verschillende fasen van Biotech Booster aansluit bij de behoeften van biotech? In een nieuwe infographic scoren we deze subsidies op een schaal van 1 tot 10.

Biotech Booster is een gehonoreerd groeifondsprogramma dat zich richt op de valorisatie van biotech kennis naar innovaties. Via mentoring, netwerk en financiering helpt het programma ondernemende wetenschappers om slimme ideeën door te ontwikkelen richting de markt. Subsidie vanuit Biotech Booster is beschikbaar voor toepassingen van biotech in de breedte en wordt aangeboden in twee fasen: fase 1, Proof of Principle, biedt financiering tot €200,000 aan early-stage projects, en fase 2, Proof of Concept, biedt financiering tot €1.9 miljoen aan meer gevorderde projecten.

Bij het aanjagen van valorisatie betrekt Biotech Booster actief het Nederlandse ondernemersnetwerk. Ervaren ondernemers beoordelen en ondersteunen de verschillende subsidiefasen. Deelnemers ontvangen bij Biotech Booster doorgaans volledige projectfinanciering, onder voorbehoud van uitzonderingen door staatssteunregels. Als het project commercieel succes oplevert, deelt Biotech Booster mee in de winst. Samen met de ondernemer spreekt Biotech Booster daarvoor van tevoren een passende vorm van success sharing af.

Wil een subsidie zoals die van Biotech Booster aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  2. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  3. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  4. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  5. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  6. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.

Hoe scoort Biotech Booster?

Wanneer we Biotech Booster langs onze meetlat leggen, ontstaat het volgende beeld:

Op het gebied van vervolgfinanciering scoort biotech booster voor zowel fase 1 als fase 2 een 7 uit 10. Dit omdat de maatregelen van beide fasen, ondanks hun eigen voor- en nadelen, uiteindelijk zorgen voor een investeerbaar bedrijf. Voor fase 1 is een nadeel dat de subsidie wordt omgezet in een lening wanneer het bedrijf tussentijds via een andere route financiering ophaalt en afziet van een fase 2 aanvraag. Aan de andere kant biedt fase 1 subsidie juist ook een streepje voor bij het verkrijgen van de €1.9 miljoen financiering van fase 2. Voor fase 2 vraagt Biotech Booster een deel van de winst uit het project, maar biedt Biotech Booster juist ook ruimte voor een maatwerkoplossing in deze winstdeling. Ook stimuleert zij via interne begeleiding het ophalen van vervolgfinanciering.

De IP-bescherming is bij Biotech Booster erg goed geregeld. Het programma speelt een actieve rol in de valorisatiestappen, de onderhandelingen met lokale Tech Transfer Officesen in het maken van duidelijke afspraken met de ondernemer. Voor beide fasen geven we daarom een 9 uit 10.

De administratieve last van een aanvraag bij Biotech Booster is relatief hoog, evenals het bedrag dat er tegenover staat. Dit resulteert in een score van 7 uit 10 voor fase 1 en 8 uit 10 voor fase 2.

Wat betreft zeggenschap zien wij een groot verschiltussen beide fasen. Biotech Booster heeft namelijk power of attorney op de projecten in fase 2, wat inhoudt dat ze de juridische zeggenschap over het project in handen heeft. Een “project stuurgroep” met daarin één iemand namens de IP-eigenaar, drie ondernemers en één expert op het onderwerp gedraagt zich daarbij als supervisory board. Daardoor verlies je als ondernemer gedeeltelijke directe zeggenschap over de koers van (een deel van) je bedrijf, al staat daar wel tegenover dat de projectstuurgroep waarde toevoegt in de hulp en ondersteuning die zij biedt. Dit resulteert in een score van 6 uit 10 voor fase 2. In fase 1 bestaat deze power of attorney niet en behoudt de startende ondernemer zijn zeggenschap. Daaraan geven we daarom een 8 uit 10.

De doorlooptijd voor een aanvraag bij Biotech Booster is lang. Een project moet namelijk eerst een heel aantal fasen doorlopen van eerste indiening tot selectie vanuit Biotech Booster, met een totale looptijd van 16 weken voor fase 1 tot zelfs 23 weken voor fase 2. Na de selectie van Biotech Booster wacht je nog eens 13 weken op goedkeuring vanuit de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I). Dit alles zorgt voor een score van 4 uit 10.

Het slagingspercentage van biotech booster is acceptabel. Er is helaas niet genoeg budget beschikbaar om alle kwalitatief goede voorstellen van financiering te voorzien. Met een slagingspercentage van ongeveer 33% op fase 1 en 50% op fase 2 zien wij daar dan ook nog absoluut ruimte voor verbetering. De score hiervoor is 6 uit 10 voor fase 1 en 7 uit 10 voor fase 2.

Dus al met al levert Biotech Booster hele goede handvaten voor ondernemende wetenschappers om kennis te valoriseren en zijn de subsidies die worden geboden absoluut van meerwaarde. Toch is er wat hollandbio betreft nog een wereld te winnen in het terugbrengen van de doorlooptijd. Daarnaast vinden we het zonde niet alle kwalitatief goede voorstellen op dit moment subsidie kunnen ontvangen.

Heb jij ervaring met Biotech Booster subsidie, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!

← #nieuws

Nederland strijdt voor gelijk speelveld kweekvlees 

,

Nederland zal zich verzetten tegen de bescherming van vleesbenamingen in Europese regelgeving, zo schrijft LVVN-staatssecretaris Silvio Erkens aan de Tweede Kamer. Een verbod op het gebruik van de naam vlees ontmoedigt volgens de staatssecretaris de innovatie op het gebied van kweekvlees, die een trits aan steekhoudende argumenten oplepelt. Maar overtuigen die wel? Door de namenban voor alles anders dan slachtvlees ligt er nu echter een veel fundamentelere vraag op het bord.

EU ontmoedigt voedselinnovatie 

Het kabinet is kraakhelder: de EU ontmoedigt voedselinnovatie zoals – maar niet uitsluitend – kweekvlees. Staatssecretaris Erkens vreest dat investeerders minder geïnteresseerd zullen zijn in dergelijke ontwikkelingen, hetgeen haaks staat op het Coalitieakkoord en rapport-Wennink. Ook vreest het kabinet dat de voorgenomen Europese regels leiden tot onnodige regeldruk. Bovendien stelt de bewindsman dat de consument zelf goed in staat is om te beslissen wat hij of zij koopt. Steekhoudende argumenten, die in de Europese discussie evenwel jammerlijk genoeg vooralsnog niet overtuigen. Kennelijk speelt er meer. 

Gaat het om het product of de wijze van produceren? 

De fundamentele vraag die op ons bord ligt: gaat het om het product, of om hoe we dat produceren? Slachtvlees of kweekvlees, het product is identiek: vlees. Of deze nou door gecultiveerde productiewijze of op een conventionele manier geproduceerd is. Toch doet de manier waarop ertoe in de ogen van de voorstanders, omdat wat je koopt een hele keten helpt financieren. Woordvoerders van slagersbelangen vinden dat het “vakmanschap” wel een onsje meer mag zijn, want dat is volgens hen klaarblijkelijk wat de vleesnamen dienen te beschermen.  

Wegstemmen van de gouden standaard 

Als we het dan toch hebben over vakmanschap, dat is bij  kweekvlees bij uitstek het geval; niet voor niets is de EU-markttoelating onder auspiciën van voedselwaakhond EFSA de strengste ter wereld – de gouden standaard en dus heilige graal voor innovatieve producenten. Hoewel er aan het eind van de rit nog wel een horde te nemen is: lidstaten stemmen over de markttoelating. Politieke motieven kunnen hier dus meespelen, en de ‘misteak’ die de EU thans begaat roept dan ook de nodige vragen op. Zoals: garandeert Nederland dat innovatie van eigen bodem die hier met bloed, zweet en tranen naar de markt wordt gebracht, aan het eind van de rit niet banaal wordt weggestemd door lidstaten met meer traditionele landbouwbelangen dan innovatieve industrie? 

← #nieuws

Is het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen echt klaar voor de toekomst? 

,

De Nederlandse zorg staat onder druk. Er komen steeds meer patiënten bij, maar het aantal handen aan het bed groeit niet mee. Hierdoor lopen wachttijden op en wordt de druk op zorgverleners groter. Dat roept bij veel mensen de vraag op: wie zorgt er straks nog voor mij? Dat komt omdat het huidige zorgsysteem is gebouwd voor een andere tijd, met minder patiënten, minder behandelmogelijkheden en minder kennis over individuele verschillen. Dankzij vooruitgang in onder meer biotech kunnen we ziektes nu steeds beter opsporen en behandelingen afstemmen op wat de individuele patiënt nodig heeft. Deze nieuwe werkelijkheid vraagt ook om een nieuwe manier van beoordelen en toelaten van geneesmiddelen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaf het Zorginstituut opdracht deze nieuwe manier vorm te geven. Hollandbio gaf input.

Het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen (TSG) waar Zorginstituut Nederland (ZIN) aan werkt, wordt een nieuwe werkwijze om te bepalen hoe nieuwe geneesmiddelen beoordeeld worden en beschikbaar komen voor patiënten. Daarover mag ook hollandbio meedenken. Bij de term toekomstbestendig denken wij al snel aan een lerend zorgstelsel dat blijvend ruimte geeft aan innovatie en erop gericht is om nieuwe behandelingen zo slim en snel mogelijk bij de patiënt te krijgen. Hoewel wij zien dat het TSG een aantal goede elementen bevat, hebben wij naar aanleiding van het laatste conceptvoorstel dat ZIN ons ter consultatie voorlegde ook nog veel vragen. Zo maken wij ons zorgen dat het TSG uiteindelijk niet voor een nog meer rigide systeem zorgt dan we nu hebben, waardoor nieuwe geneesmiddelen uiteindelijk juist langzamer en moeilijker in plaats van sneller en beter van lab naar patiënt komen. In het bijzonder zien we bij weesgeneesmiddelen beren op de weg als we hier geen passende route voor inrichten.  

Het voorstel is nog niet publiek beschikbaar, maar onze volledige inbreng kun je wel alvast lezen via deze link. Heb je extra input of vragen over het TSG? Hollandbio denkt ook mee in een maandelijkse klankbordgroep die het Zorginstituut organiseert. Geef je suggesties daarom vooral mee aan hollandbio’s Thomas.  

← #nieuws

Shaping the path ahead for the biotech innovation climate, together with members 

,

Last Thursday, hollandbio’s rock-solid innovation climate team welcomed hollandbio members to the office in The Hague. We came together to connect and explore what the current surge of government visions, strategies, action plans, acts, and agendas means for the biotech sector and exchange ideas on how we can turn this political momentum into real progress together.

These are turbulent times. China plays by the law of the strongest; the United States is guarding its territory; South America is on the rise; and Europe is eager to show leadership. Hollandbio keeps a cool head and focuses on what truly makes the difference for biotech companies in the Netherlands. Our commitment is crystal clear: ensure that all conditions for biotech innovation are in place so entrepreneurs and companies can move their innovations from the lab to society as quickly as possible. That means access to appropriate financing at every stage of development, smooth and effective knowledge transfer, and an entrepreneurial climate that attracts biotech companies and talent. 

The meeting sparked lively exchanges: members brought real-world cases, highlighted what slows them down today, and highlighted where Europe’s plans could unlock real progress tomorrow. Their insights help us sharpen our advocacy and focus on what truly moves the needle towards a strong innovation climate. On behalf of the entire hollandbio team, thank you to everyone who took the time to join us in The Hague. And for those who couldn’t make it, a recap will be shared by email shortly. If you have questions or ideas to share, feel free to reach out to hollandbio’s Dora or Max. 

← #nieuws

Bijna de helft van de weesgeneesmiddelen niet beschikbaar voor Nederlandse patiënten 

, ,

1,2 miljoen mensen in Nederland leven met een zeldzame aandoening, vaak zonder uitzicht op een effectieve behandeling. Ondanks dat er steeds meer innovatieve weesgeneesmiddelen een Europese handelsvergunning krijgen, blijft 43% daarvan nog steeds buiten bereik van Nederlandse patiënten. Rond zeldzame ziektedag staat hollandbio, samen met vele anderen over de hele wereld, stil bij iedereen die hier dagelijks mee te maken heeft. Onderzoekers en ondernemers over de hele wereld zetten zich elke dag keihard in om voor iedereen een geneesmiddel te ontwikkelen, ondersteund door gerichte stimulansen voor de Europese Unie. Wij vinden het dan ook enorm zonde als deze behandelingen niet beschikbaar komen voor patiënten. Want iedereen verdient een passende behandeling, onafhankelijk van hoe vaak je ziekte voorkomt.

43% van de weesgeneesmiddelen in Nederland buiten bereik

Niet alle weesgeneesmiddelen die door het Europees Medicijnagentschap (EMA) zijn goedgekeurd zijn dus in Nederland beschikbaar. Het afgelopen jaar hebben negen nieuwe weesgeneesmiddelen een marktvergunning gekregen. Er zijn nu in totaal 251 weesgeneesmiddelen met een actieve marktvergunning. Het Nederlandse basispakket vergoedt op dit moment 57% van deze middelen. Hoewel het uiteindelijk meestal wel lukt om weesgeneesmiddelen vergoed te krijgen, kost dit heel veel tijd: van de weesgeneesmiddelen die in de afgelopen tien jaar zijn geregistreerd is nu 53% vergoed; voor middelen die ouder zijn ligt dat percentage op 89%. En voor de oudere middelen kan dit percentage zelfs iets te rooskleurig zijn, omdat bedrijven geneesmiddelen ook van de markt kunnen halen als deze niet succesvol genoeg zijn. Dat is zonde, juist ook omdat de EU met gerichte wetgeving onderzoek naar zeldzame ziektes extra ondersteunt. Het is hoog tijd om het tij te keren!

Een duik in de feiten en cijfers

Elk jaar onderzoekt hollandbio hoeveel weesgeneesmiddelen vergoed beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten. Als een weesgeneesmiddel een Europese handelsvergunning krijgt, betekent dat nog niet meteen dat artsen dit aan patiënten kunnen voorschrijven. Nadat de EMA een oordeel velt over de balans tussen baten en risico, volgt in Nederland een tweede ronde aan beoordelingen. Daarin wordt getoetst hoe goed een geneesmiddel werkt ten opzichte van de huidige zorgstandaard en of de prijs en effectiviteit van het geneesmiddel met elkaar in balans zijn, zodat daarna kan worden bepaald of een geneesmiddel vanuit de zorgverzekering wordt vergoed. Ook hier is de zeldzaamheid van een ziekte vaak al een spelbreker: Het is natuurlijk veel moeilijker om in een kleine groep patiënten aan te tonen of en bij wie iets werkt. Onze bevindingen over het succespercentage van deze laatste stap, gebaseerd op data van de Europese Commissie, EMA, het GVS en Farmatec, publiceren we vandaag in een bijgewerkte infographic.

Soort registratie en bedrijf maakt verschil

Waarom het ene weesgeneesmiddel wel en het andere niet snel vergoed wordt, is helaas niet uit de openbare data te destilleren. Wel kunnen we zien dat het soort registratie en de grootte van het bedrijf hier invloed op lijken te hebben. Zo worden middelen met een voorwaardelijke marktvergunning maar mondjesmaat vergoed (5%) en weesgeneesmiddelen waarvan de marktvergunning onder bijzondere omstandigheden wordt uitgegeven (67%) juist vaker vergoed dan gemiddeld. Ook zien we dat het grote bedrijven (69%) vaker lukt om een weesgeneesmiddel vergoed te krijgen dan het MKB, waarvoor het maar in 25% van de gevallen lukt. En sowieso wordt het overgrote deel van de weesgeneesmiddelen (95%) uit onze analyse naar de markt gebracht door grotere, dikwijls wereldwijd opererende bedrijven.

Geen tijd te verliezen

Patiënten hebben geen tijd om te wachten tot een nieuw geneesmiddel eindelijk eens vergoed en wel beschikbaar komt. Er zijn legio redenen om aan te wijzen waarom dit zo lang kan duren. Bijvoorbeeld doordat weesgeneesmiddelen niet altijd passen in de bestaande beoordelingskaders, of omdat bedrijven ervoor kiezen om hun middelen eerst in andere landen aan te bieden. Bijvoorbeeld omdat de markt daar groter is, of de procedure om tot vergoede toegang te komen sneller, meer op maat of voorspelbaarder is. En heel soms is het ook zo dat een ziekte zo zeldzaam is dat er geen patiënten in Nederland bekend zijn. Dan kan een ontwikkelaar er bewust voor kiezen het middel helemaal niet in Nederland te lanceren.

Iedereen verdient een weesgeneesmiddel

Wat hollandbio betreft, is onze gezamenlijke opdracht duidelijk: zorgen dat patiënten zo (ver)goed en snel mogelijk toegang kunnen krijgen tot innovatieve weesgeneesmiddelen. Het is domweg onacceptabel dat een werkend geneesmiddel patiënten niet bereikt, allereerst en vooral voor de betreffende patiënten en hun naasten, die verstoken blijven van hun kans op beterschap. Maar de impact reikt verder. Deze sterk gepersonaliseerde geneesmiddelen vertegenwoordigen immers de koplopers in de transitie naar gezondheid op maat – die buiten bereik blijft als we geen toegang kunnen realiseren. Ook blijken nieuwe technologieën, initieel ontwikkeld voor de behandeling van zeldzame ziektes, in veel gevallen later ook toepasbaar voor andere, vaker voorkomende ziektebeelden, waarbij het weesgeneesmiddel de weg vrijmaakt voor forse vervolginnovatie en -ontwikkeling.

Tijd voor vernieuwing

Helaas zien we nog té weinig aandacht, actie en urgentie om te waarborgen dat weesgeneesmiddelen nu en in de toekomst hun weg naar vergoede toegang zullen vinden. Ons huidige zorgstelsel is ontworpen in en voor een andere tijd, en paste goed bij de uitdagingen die toen speelden. Maar die tijd is voorbij: de nieuwe realiteit staat bol van nieuwe mogelijkheden, voor het vastleggen en benutten van data, voor slimmere inzet van nieuwe diagnostiek en uiteraard in het beschikbare behandelarsenaal. Toch blijven we maar pleisters plakken – het systeem oplappen in plaats van de broodnodige echte verandering teweeg te brengen. Het is tijd voor vernieuwing: voor een lerend zorgstelsel, waarin elke patiënt de juiste behandeling krijgt op het juiste moment. Zo laten we gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan.

← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: sluit de Vroege Fase Financiering aan bij biotech?

, ,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre De Vroege Fase Financiering (VFF) aansluit bij de behoeften van biotech? In een nieuwe infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.

De Vroege Fase Financiering (VFF) is een lening die innovatieve starters en het mkb helpt om een kansrijk idee van plan- naar startfase te brengen. Het merendeel van de aanvragers is actief in High Tech Systemen & Materialen en zo’n 20% in biotech, waarvan 15.5% in Life Science & Health en 4,7% in Agri & Food. Voor bedrijven verloopt de verstrekking via de regio’s Noord‑Holland, Zuid‑Holland, Utrecht, Zeeland en Noord‑Brabant, of via RVO voor de rest van Nederland. Aanvragen van academische en toegepast‑onderzoeksorganisaties lopen via NWO. De precieze eisen en voorwaarden kunnen per regio of aanbieder verschillen. Een intentieverklaring van een private investeerder voor de periode na de VFF is altijd vereist. Afhankelijk van het type organisatie financiert de VFF 35% tot 100% van het projectbedrag, dat in totaal minimaal €50.000 en maximaal €450.000 bedraagt.

Wil een subsidie zoals de VFF aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  2. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  3. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  4. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  5. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  6. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.   

Hoe scoort de VFF?

Wanneer we de VFF langs onze meetlat leggen, ontstaat het volgende beeld:

Om in aanmerking te komen voor een VFF-lening, is een intentieverklaring voor vervolgfinanciering verplicht. Voor biotech bedrijven met een hoge kapitaalbehoefte wringt dit: investeerders steken hun geld liever direct in onderzoek en ontwikkeling dan in het aflossen van een lening voor eerder werk. Daarnaast gelden strikte financieringsvoorwaarden: afhankelijk van het type organisatie financiert de VFF 35% (groot mkb), 45% (klein mkb) of 100% (innovatieve starters) van het project, en die lening met een rente van 7,21% (voor 2025) moet vanaf drie jaar na de start al worden terugbetaald. Dat is voor biotechbedrijven extra uitdagend, omdat inkomsten in die fase doorgaans nog niet in zicht zijn. Ook blijken de VFF-voorwaarden per regio te verschillen: in Zuid-Holland betreft de subsidie bijvoorbeeld een converteerbare lening die loopt via UNIIQ. De nationale regeling biedt deze mogelijkheid niet en is daardoor minder aantrekkelijk voor vervolgfinanciering. Door deze combinatie van beperkingen scoort de regeling op dit onderwerp een 4 uit 10.

Op het gebied van IP-bescherming scoort de VFF sterk: 9 uit 10. Als het IP bij het bedrijf in bezit is of via een exclusieve licentie is verkregen, blijft het daar. Bij aanvragen via NWO geldt zelfs een extra verplichte verklaring dat de betrokken kennisinstelling bereid is: “zodanige rechten op de intellectueel eigendom te verlenen zodat dit later in het proces geen belemmering vormt”. Daarmee sluit de regeling goed aan op de investeerbaarheid van biotech innovaties.

De administratieve last voor de VFF is merkbaar. Het is even zoeken bij welk regionaal of nationaal loket je precies moet zijn en ook de aanvraag zelf kost best wat tijd. En daarnaast voegt het rondkrijgen van de intentieverklaringen van private financiers ook extra druk toe. Het bedrag dat je er bij toekenning voor terugkrijgt, kan echter wel substantieel en daarmee de moeite waard zijn, wat zorgt voor een score van 6 uit 10.

De VFF laat de zeggenschap over het project volledig bij het bedrijf zelf, zonder dat er een consortium hoeft worden opgetuigd. Wel moet een investeerder vooraf een intentieverklaring afgeven, wat de wendbaarheid van het bedrijf in de vroege fase beperkt – een moment waarop juist nog van alles kan veranderen. We geven daarom een 7 uit 10.

De standaard doorlooptijd van de VFF is met 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode netjes en voorspelbaar. Toch blijkt deze in de praktijk per regio te kunnen verschillen en soms langer uit te vallen. Dat is jammer, want een korte en voorspelbare doorlooptijd helpt bedrijven plannen en zorgt ervoor dat projecten relatief snel kunnen starten. Daarom scoort de VFF op dit onderdeel wat ons betreft een 8 uit 10.

Het relatief lage slagingspercentage van 32% laat zien dat de vraag aanzienlijk hoger is dan het beschikbare budget. Dat is zonde, want daarmee kan deze aantrekkelijke regeling niet iedereen bedienen, wat zorgt voor een score van 6 uit 10.

Al met al is de VFF een bruikbare optie voor biotech bedrijven om de vroege fase van productontwikkeling te financieren. Op IP-bescherming en doorlooptijd scoort de regeling goed. Tegelijkertijd zijn het lage slagingspercentage en de verplichtingen rond vervolgfinanciering belangrijke knelpunten waar wat ons betreft nog winst te behalen is.  

Heb jij ervaring met de VFF, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!

← #nieuws

Actieagenda’s Nationale Technologiestrategie gelanceerd 

, ,

Afgelopen maandag presenteerde de Kennis- en Innovatieagenda Sleuteltechnologieën officieel de tien actieagenda’s voor de Nationale Technologiestrategie (NTS). Hollandbio leverde een grote bijdrage aan de totstandkoming van de actieagenda “Biomolecular & Cell Technologies” (lees: biotech), die ervoor moet zorgen dat Nederland niet alleen technologisch tot de wereldtop behoort, maar dat biotech vindingen bovendien zo snel en goed mogelijk hun weg vinden van lab naar maatschappij. Want alleen dan kan biotech optimaal bijdragen aan prangende maatschappelijke opgaven en aan het verdienvermogen van Nederland.

Begin 2024 koos het ministerie van Economische Zaken (EZ) in de Nationale Technologiestrategie (NTS) voor tien strategische technologieën met grote waarde voor de toekomst van Nederland door hun bijdrage aan maatschappelijke opgaven én het nationale verdienvermogen, waaronder Biomolecular & Cell Technologies (B&CT, lees: biotech). Afgelopen maandag kreeg die keuze een vervolg met de officiële overhandiging van tien actieagenda’s aan minister Karremans, die samen een nationale investeringsbeweging vormen van 53 innovatieprogramma’s en ruim €14 miljard aan publiek-private samenwerking.

Met de actieagenda B&CT zet Nederland in op het beter benutten van baanbrekende technologieën voor gezondheid, duurzaamheid en voeding. Van lab naar leven, van idee naar impact: technologische doorbraken hebben pas waarde als ze daadwerkelijk worden toegepast. Nederland beschikt over een sterke kennisbasis en een goed gevulde innovatietrechter, maar de route van onderzoek naar markt is lang terwijl de internationale concurrentie versnelt. Om te voorkomen dat innovaties wegvloeien naar het buitenland is gerichte implementatie nodig. Door voort te bouwen op bestaande sterktes, met heldere spelregels en samenwerking tussen overheid, wetenschap, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, worden innovaties tastbaar én economisch waardevol.

Niet technologieontwikkeling, maar opschaling en markttoegang zijn de komende tien jaar het kantelpunt, zo stelt de actieagenda B&CT. Daarom zet de actieagenda in op vijf programma’s die structurele knelpunten in opschaling en markttoegang van biotech innovaties aanpakken:

  • Breeding accelerator: gericht op de inzet van AI en digitalisering om innovatieve veredeling een boost te geven. Snellere introductie van nieuwe gewassen betekent een concurrentievoordeel in toekomstbestendige voedselproductie.
  • Ferm-Bridge NL: gericht op de bouw van een commerciële demonstratiefaciliteit voor industriële fermentatie. Marktwaardige eerste producties zijn cruciaal voor opschaling en vormen de springplank voor nieuwe marktleiders in klimaatvriendelijk voedsel.
  • Zero Emission Biomanufacturing (ZEB): gericht op het vergroten van de beschikbaarheid van duurzame reststromen en het verminderen van de huidige afhankelijkheid van suikers als grondstof voor bioproductie – een van de grootste bottlenecks voor industriële biotechbedrijven die willen opschalen.
  • Samen gezond & sneller beter: gericht op hervorming van het zorgsysteem, zodat innovatieve behandelingen en diagnostiek de patiënt kunnen bereiken.
  • Organ-on-a-chip: gericht op het versterken van het Nederlandse Organ-on-a-Chip-ecosysteem, zodat koplopers kunnen opschalen naar industriële, reproduceerbare humane ziektemodellen.

← #nieuws

Maak de zorg beter

,

Onze zorg draait op een systeem dat goed paste bij de uitdagingen waar het voor ontworpen is, maar niet meer aansluit op de realiteit van vandaag. Het aantal patiënten groeit, zorgverleners staan onder druk en innovaties vinden onvoldoende hun weg naar de praktijk. Terwijl baanbrekende behandelingen beschikbaar komen, stranden zij in verouderde beoordelingskaders en starre regels. Het MAUG‑advies bouwt door op dat oude systeem, terwijl de uitdagingen van vandaag vragen om nieuwe spelregels. Wij delen de ambitie om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, maar zien dat het huidige systeem piept en kraakt. Juist de patiënt dreigt nu verder de dupe te worden. In aanloop naar het Schriftelijk Overleg over dit advies waarschuwt hollandbio de Tweede Kamer: stop met de zoveelste pleister plakken en maak de zorg nu eens écht beter.

1. Patiënten wachten steeds langer op nieuwe behandelingen
Slechts 58% van de tussen 2020 en 2023 geregistreerde geneesmiddelen is beschikbaar in Nederland. We zakten af van de vijfde naar de elfde plek in Europa. Daarmee ontstaat een zorgelijk patroon: patiënten wachten langer, artsen beschikken over een steeds beperktere dokterstas, en het voorgestelde MAUG‑beleid dreigt deze beweging te versterken. Dat staat haaks op onze ambitie voor strategische autonomie, en op wat patiënten mogen verwachten van een welvarend land als het onze.

2. Het huidige systeem remt onderzoek en ontwikkeling af
Het MAUG‑advies benadrukt vooral kostenbeheersing, maar verliest de gevolgen uit het oog. Minder beschikbaarheid en strengere toelatingscriteria maken Nederland minder aantrekkelijk voor klinisch onderzoek. Daarmee missen patiënten niet alleen de geneesmiddelen van nu, maar ook die van morgen. De geadviseerde aanbevelingen zullen deze dalende trend alleen maar verder versnellen.

3. Verder internationaal afkeren schaadt Nederland
Het advies houdt onvoldoende rekening met de internationale verwevenheid van geneesmiddelenprijzen, zeker gezien de geopolitieke instabiliteit waarin het feit extra zal opvallen dat Nederland wereldwijd gezien ondermaats bijdraagt aan de kosten voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Een openbaar maximumtarief in Nederland werkt wereldwijd door. Als deze te laag is, kan dit ertoe leiden dat bedrijven ervoor kiezen hun innovaties later of zelfs helemaal niet in Nederland te introduceren. Strengere nationale regels maken ons investeringsklimaat bovendien kwetsbaarder, terwijl juist een aantrekkelijk ecosysteem een sleutelvoorwaarde is voor de Nederlandse ambitie om tot de wereldtop in biotech te behoren. We dreigen ons in de eigen voet te schieten.

4. Innovatie bittere noodzaak om toekomstige zorgvraag op te vangen
Ons zorgstelsel loopt vast. Het oude systeem, dat is gebouwd op standaardzorg en controle is niet gemaakt om goed om te gaan met toenemende patiëntaantallen en de groeiende mogelijkheden om zorg op maat te leveren. Innovatie is geen luxe waar we spaarzaam mee om moeten gaan, maar is juist keihard nodig om de alsmaar groeiende zorgvraag op te vangen. Harder stellingnemen tegenover de prijzen van geneesmiddelen lost echter niks op en werkt mogelijk zelfs averechts. Verder ingraven dreigt, terwijl we de loopgraven juist moeten verlaten. Samen met bedrijven, artsen, patiënten en overheid kunnen we zoeken naar een werkbaar optimum tussen toegankelijkheid en betaalbaarheid. Dáár ontstaat duurzame zorg.

5. Het is tijd voor een systeem dat wél klaar is voor de zorg van morgen
Nederland heeft alles in huis om wereldwijd koploper te zijn in biotechnologische innovatie: wetenschap van wereldniveau, sterke bedrijven en gemotiveerde zorgprofessionals. Wat ontbreekt, is een zorgsysteem dat innovatie eerlijk kan beoordelen en ruimte biedt voor nieuwe oplossingen. Daarom pleiten wij voor een gezamenlijke zoektocht naar gedeelde waarden: wat vinden wij écht goede zorg? Wat is maatschappelijk aanvaardbaar? En welke spelregels passen bij de behandelingen van vandaag en morgen?

Wij nodigen beleidsmakers uit om niet verder te bouwen aan een systeem uit het verleden, maar samen te werken aan een toekomstbestendige zorgsector waarin innovatie niet wordt afgeremd, maar juist wordt benut. Alleen zo houden we de zorg goed, betaalbaar én beschikbaar.

 

← #nieuws

Hollandbio’s take on the EU Biotech Act Part I

, , , , , ,

Just before the holidays, the European Commission unveiled Part I of the EU Biotech Act, a long‑awaited signal that Europe aims to unlock biotech’s full potential. In recent weeks, we worked closely with our members to analyse the full proposal and share our recommendations with the Dutch government as it prepares its official response (the BNC fiche). Hollandbio is hopeful: Part I clearly holds promise for our sector. However, we are not there yet. Without proper EU and national resourcing, clearer choices and a broader scope, it still risks falling short of being the breakthrough Europe needs. In our overall position and more detailed assessment we explain where Europe takes meaningful steps forward, where it falls short, and what must be sharpened to enable a framework that truly supports biotech from early R&D through to market uptake. Do you see opportunities, gaps or must-haves for Part I as well as Part II (expected Q3 2026)? We’d love to hear from you as we continue engaging with ministries and stakeholders to secure the best possible conditions for biotech to scale and thrive in Europe!

← #nieuws

Groeistrategie medische biotech overhandigd aan minister Bruijn in Leiden

, , , ,

Vanmiddag nam minister Jan Anthonie Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in Leiden, bij het LUMC, het rapport ‘Nederland in de voorhoede: rode biotech als sleutel tot wereldwijde concurrentiekracht; een groeistrategie voor economie, maatschappij en patiënt’ in ontvangst.

Het rapport kwam tot stand op verzoek van Peter Wennink, in het kader van de nationale investeringsagenda, en vormt de gezamenlijke inbreng van de Nederlandse rode biotechsector. Leiden Bio Science Park werd door Wennink gevraagd het voortouw te nemen bij de totstandkoming van het plan en deed dat samen met hollandbio, in nauwe samenwerking met partners in Leiden én met de andere Nederlandse science parks, waaronder Groningen, Amsterdam, Utrecht, Oss en Maastricht en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen.

Het rapport bevat een concrete strategie en aanpak om medische biotechnologie in Nederland versneld te laten groeien. Rode biotech maakt innovaties mogelijk die leiden tot snellere en betere diagnoses en tot gepersonaliseerde, effectievere behandelingen. Dat betekent betere zorg, betere levens voor patiënten en een duurzame bijdrage aan een toekomstbestendig zorgstelsel en een sterke economie. Juist op het snijvlak van gezondheid, maatschappij en verdienvermogen ligt een unieke kans voor Nederland in een sterk internationale markt.

Nederland beschikt over sterke clusters, hoogwaardige infrastructuur en internationaal erkende kennisinstellingen. Om dit potentieel te benutten, zijn gezamenlijke keuzes nodig: betere toegang tot kapitaal en talent, veilige en gedeelde toegang tot (bio)data, snellere en voorspelbare procedures voor vergunningen en klinisch onderzoek, en voldoende ruimte voor onderzoek, opschaling en productie.

Minister Bruijn (VWS): “Biotechnologie brengt ons geneesmiddelen die echt baanbrekend zijn. Het doorontwikkelen van deze sector is dan ook belangrijk voor Nederland en niet te vergeten de patiënt. Ik zet mij daar actief voor in en zal onder meer onze belangen in Europa behartigen om te komen tot goede wetgeving via de Europese BioTech Act. Ik dank alle betrokkenen die hebben gewerkt aan de totstandkoming van dit rapport. Ik ga het met veel aandacht lezen.”

De sector stelt in het rapport onder meer de oprichting voor van een nationaal, politiek- en ministerie-overstijgend programma: Biotech Nexus. Dit programma moet kennisvalorisatie versnellen, bedrijven ondersteunen bij opschaling en gezamenlijk werken aan betere infrastructuur en snellere procedures.

“Rode biotech stelt ons in staat om ziekten eerder en nauwkeuriger te diagnosticeren en patiënten gerichter en effectiever te behandelen,” zegt Esther Peters, directeur van Leiden Bio Science Park. “Dat leidt tot betere zorg en betere levens. We willen als sector, samen met het ministerie en andere betrokken partijen, nu al aan de slag om te kijken wat er binnen de bestaande kaders mogelijk is om innovaties sneller bij de patiënt te brengen. Door als science parks, bedrijven, kennisinstellingen en overheid samen op te trekken, benutten we onze gezamenlijke kracht om dit mogelijk te maken.”

“Nederland is groot geworden door te doen, niet door af te wachten,” zegt Annemiek Verkamman, directeur van hollandbio. “Als we vandaag durven te investeren in innovatie en tegelijkertijd bouwen aan een zorgsysteem dat ook morgen werkt, is dat beter voor patiënten én de BV Nederland.”

Hiervoor is consistent en stimulerend overheidsbeleid over departementen heen nodig, met één duidelijke koers in plaats van tegelijk remmen en gasgeven,’ zegt Carla Vos, directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. ‘Ik hoop dat de oproep van Peter Wennink leidt tot beleid dat Nederland aantrekkelijker maakt voor het ontwikkelen, produceren en lanceren van nieuwe producten, zodat zowel de economie als de zorg kan profiteren van nieuwe therapieën.’