← #nieuws

Veel aandacht in de Tweede Kamer voor vastlopende toegang (wees)geneesmiddelen

,

Op 10 juni debatteerde de Tweede Kamer met minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over het zorgverzekeringsstelsel en pakketbeheer. De timing kon niet beter, want het is overduidelijk dat het zorgstelsel piept en kraakt aan alle kanten. Het duurt steeds langer voor nieuwe geneesmiddelen beschikbaar komen voor Nederlandse patiënten, als dat überhaupt al lukt. Patiënten met zeldzame ziekten zijn als eerst de dupe en precies daarom ging hollandbio in een ontbijtsessie voorafgaand aan het debat met een bredere coalitie aan partners met Kamerleden in gesprek over wat we zien gebeuren, waar het vastloopt en hoe we voor beterschap kunnen zorgen. Want patiënten verdienen beter.

In Nederland lopen ruim een miljoen mensen rond met een zeldzame ziekte. Toch is slechts 39% van alle weesgeneesmiddelen die tussen 2021 en 2024 bij de EMA zijn geregistreerd beschikbaar voor Nederlandse patiënten. Samen met de VSOP, de VKS, de Belangenvereniging voor Kleine Mensen, de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen en het Comité Weesgeneesmiddelen organiseerden we in aanloop naar het debat een ontbijtbijeenkomst in Nieuwspoort om bij Kamerleden aandacht te vragen voor de vastlopende toegang van weesgeneesmiddelen in Nederland.

Verschillen in toegang drijven patiënt naar het buitenland
Ook in de media was er in aanloop naar het debat volop aandacht voor de problemen die mensen ervaren omdat nieuwe geneesmiddelen niet in Nederland worden vergoed. Zo berichtte het Algemeen Dagblad over de grote verschillen in toegankelijkheid met ons buurland Duitsland. Femke Wiersma van de BBB heeft de minister hier schriftelijk om uitleg over gevraagd. Ouders van een baby met een zeldzame aandoening legden aan EenVandaag en Radio 1 uit dat ze zelfs overwegen naar Duitsland te emigreren, om hun dochter de zorg te kunnen bieden die ze nodig heeft.

Breed debat met aandacht voor geneesmiddelen
Gelukkig namen een aantal Kamerleden ook de problemen met de slechte toegankelijkheid van geneesmiddelen ter harte. Marc Vervuurt (D66) wees op de lange doorlooptijden en sterke focus op kostenbeheersing bij de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen. Daarnaast nam Vicky Maeijer (PVV) het op voor de weesgeneesmiddelen, omdat maar 39% van de nieuwe weesgeneesmiddelen beschikbaar komt voor patiënten. Zij vroeg de minister om een passende route richting vergoeding, en het mogelijk maken van overbruggingsfinanciering tijdens de beoordeling en onderhandeling. René Claassen (Groep Markuszower) vroeg verder aandacht voor de teruglopende toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen en zei dat hij de beleidsretoriek over het stimuleren van innovatie niet terugziet in de beperkte toegang in de praktijk. Hij vroeg in het bijzonder nog naar de moreel-ethische grondslagen van het huidige pakketbeheer, naast de, in zijn woorden, kille QALY’s waar nu mee wordt gerekend. Corrie van Brenk (50PLUS) brak nog een lans voor bredere vergoeding van gordelroosvaccinatie voor ouderen.

Gezondheid op maat als oplossing
Minister Hermans erkende het belang van snelle toegang maar benadrukte ook, in lijn met eerdere uitingen van haar ministerie, dat er goed bewijs moet liggen voor een geneesmiddel vergoed wordt. Ze droeg het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen aan waarin het Zorginstituut en VWS werken aan een nieuw proces van beoordelen als manier om de toegang te verbeteren. Ze legde de bal ook terug bij fabrikanten, die eerst een dossier in moeten dienen voor het Zorginstituut een medicijn kan beoordelen. Na aandringen van Vervuurt zegde de minister wel toe om in kaart te brengen wat VWS zélf kan doen in het proces om te zorgen dat bedrijven hun dossiers in Nederland in willen dienen. Hollandbio weet wel wat daarvoor nodig is: een lerend zorgsysteem, waarin we optimaal gebruik maken van gezondheidsdata om iedere patiënt de juiste behandeling te geven, afgestemd op ieders individuele situatie en wensen.

Hoe nu verder?
De Kamer is allerminst klaar met dit onderwerp. Van Brenk vroeg een tweeminutendebat aan, zodat Kamerleden nog moties in kunnen dienen. Dit debat vindt aanstaande donderdagavond plaats, waarna de Kamer zich hoogstwaarschijnlijk nog voor het zomerreces over zal de moties zal uitspreken. Ook staat er nog een plenair debat over toegang tot weesgeneesmiddelen op de planning, naar aanleiding van een eerder debat door Claassen en Maeijer aangevraagd.

Wil je het commissiedebat terugkijken? Dat kan via deze link.

← #nieuws

Twee dagen vol biobased vooruitgang op Bio Innovations Europe

,

Afgelopen week bracht het toonaangevende biobased partnering event Bio Innovations Europe ruim 450 bezoekers van over de hele wereld samen in Den Haag. Natuurlijk was ook hollandbio van de partij. Samen met Planet B.io en Biotech Booster vormden onze oranje biotech-hoek op de beursvloer een gastvrije one-stop-shop voor innovatieve koplopers in de biobased economie.

De vele energieke partneringgesprekken en inspirerende lezingen maakten de groeiende mogelijkheden van biotech om bij te dragen aan belangrijke transities naar een circulaire industrie en een klimaatvriendelijk voedselsysteem maar wat duidelijk. Daarnaast schoof hollandbio’s Timen aan bij de high-level meeting voor Europese beleidsmakers van onze Brusselse zus EuropaBio. Hollandbio gaf daar namens onze biotechkoplopers waardevolle input mee om de biobased economy in Europa de wind in de zeilen te geven, onder andere via de EU Biotech Act. We zien er nu al naar uit om tijdens de editie van 2027 mooie biobased sprongen voorwaarts met elkaar te vieren!

← #nieuws

Hollandbio submits input for the EU Biotech Act II

, , , ,

Last week, hollandbio submitted its input to the European Commission’s (now closed) Call for Evidence on the EU Biotech Act II — a key opportunity for shaping the future of biotechnology and biomanufacturing in Europe. Together with partners across the ecosystem, we provided detailed and concrete suggestions on how to address the key challenges the biotech sector faces. In line with our four core asks, we asked for a more integrated approach to biotech policy across sectors and regulations, real investment in frontrunners to enable scale-up and industrial deployment, faster and more predictable routes to market and stronger market pull to create a level playing field for biotech solutions. Because only by addressing the full value chain from research to industrialisation and uptake can Europe ensure that biotech innovations are not only developed here, but also implemented here, delivering impact for health, our planet and economic growth.

← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: sluit de Eurostars aan bij biotech?

, ,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech-innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotechbedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre de Europese subsidieregeling Eurostars aansluit bij de behoeften van biotech?  In een nieuwe infographic scoren we deze subsidies op een schaal van 1 tot 10. 

Eurostars is onderdeel van het Europese innovatieprogramma Eureka. Via subsidies van maximaal €500.000 voor het Nederlandse projectaandeel jaagt deze regeling snellere ontwikkeling en groei aan van kleine bedrijven, mits die deelnemen aan een samenwerkingsverband tussen partijen uit meerdere Europese landen. Hoewel de subsidie Europees georiënteerd is, ligt de uitvoering ervan bij de lidstaten zelf. In Nederland is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) daarvoor verantwoordelijk. Dit heeft per jaar een totaal van €22 miljoen beschikbaar voor Nederlandse aanvragen verdeeld over twee calls. 

Wil een subsidie zoals Eurostars aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:   

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.   
  1. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.    
  1. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken.  
  1. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.   
  1. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.   
  1. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen. 

Hoe scoort Eurostars? 

Wanneer we Eurostars langs onze meetlat leggen, zien we het volgende: 

Op het gebied van vervolgfinanciering scoort de Eurostars erg goed. Het betreft namelijk een zuivere subsidie zonder terugbetalingsverplichting. Voor het MKB en kennisinstellingen wordt 50% van de projectkosten gesubsidieerd en voor grote bedrijven of andere instellingen bedragen de subsidiabele projectkosten maximaal 40%. De rest van de financiering moeten deelnemers uit andere bronnen halen. Hiermee scoort Eurostars een 9 uit 10. 

De IP-bescherming van Eurostars projecten is goed geregeld. Van tevoren maken de verschillende deelnemers in het project afspraken over intellectueel eigendom, wat resulteert in een score van 8 uit 10. 

De administratieve last van de Eurostars is relatief laag. Ze vereist twee keer per jaar een inhoudelijke update en aan het einde een uitgebreidere rapportage. Bij grotere consortia kan de last wat hoger zijn vanwege het grotere aandeel betrokken partijen. Daartegenover staat een subsidiebedrag van maximaal € 500.000. Dat is prima in balans, dus scoort deze subsidie hiervoor een 8 uit 10. 

Hoewel zeggenschap bij deze subsidie deels met andere samenwerkingspartners wordt gedeeld, zien wij dat de ondernemer altijd in de lead is bij de aanvraag. Met deze partners wordt er van tevoren een duidelijke consortiumsovereenkomst verwacht waarin vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt. Ook is pivoteren in het project (na goedkeuring) mogelijk. Wij geven daarom een 8 uit 10. 

De doorlooptijd voor een Eurostars-aanvraag is lang. Na een Europese inhoudelijke controle en beoordeling wordt door RVO beoordeeld welke aanvragen gehonoreerd kunnen worden. Alles bij elkaar kost dit vijf tot zes maanden. Wij vinden dat erg stevig vinden en scoren hier daarom met een 4 uit 10. 

Het slagingspercentage van de Eurostars vinden wij met 50% acceptabel. Helaas is er niet genoeg budget beschikbaar om alle kwalitatief goede voorstellen van financiering te voorzien. Ook kan het gebeuren dat het budget van een samenwerkende lidstaat uit het project op is, waardoor het volledige project niet door kan gaan. Wij scoren deze subsidie hiervoor daarom een 7 uit 10. 

Al met al scoort de Eurostars, wat ons betreft, voor biotech dus erg goed. De populariteit van het instrument bevestigt dit: in het overzicht van gehonoreerde aanvragen tot en met september 2025 is te zien dat Nederlandse bedrijven de weg naar de Eurostars goed weten te vinden. Het enige minpuntje aan de Eurostars vinden wij de doorlooptijd, maar verder scoort de Eurostars uitstekend. Heb jij ervaring met deze subsidie, of een andere kijk op de Eurostars? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech! 

← #nieuws

Scaling beyond Series C: Insights from the frontlines

, , ,

On Thursday, 21st May, hollandbio and De Brauw Blackstone Westbroek collaborated to support biotech companies in Scaling Beyond Series C at an exclusive event. 

The session kicked off with a market overview by hollandbio’s Annemiek and Jan Christoph Vollgraff (Vice President Healthcare Investment Banking at Van Lanschot Kempen), who set the stage with several observations on developments in the sector: 

  • All 10 biotech IPOs in 2026 listed on NASDAQ, with none choosing a European exchange 
  • Venture capital and private equity firms are facing increasing challenges in raising new funds 
  • Capital is concentrating around a limited number of late-stage winners 
  • This shift raises an important question: what happens if early-stage funding dries up, and the pipeline for future innovation shrinks? 

Jaap Barneveld (Partner at De Brauw Blackstone Westbroek) moderated the panel discussion with Paul van der Horst (CBO at Agomab Therapeutics), Zosia van Eesteren (Senior Associate at Gilde Healthcare), Oscar Marshall (Associate at EQT Group), and Jan Christoph Vollgraff. Raising capital beyond Series C is fundamentally different from earlier stages. The stakes are higher, timelines are longer, and expectations on both sides of the table are significantly more demanding.  

Drawing from Agomab Therapeutics’ journey through Series B to D and its IPO in February 2026, Paul van der Horst shared several practical lessons: 

  • Always explore multiple financing strategies. Think about IPO, private rounds, partnerships, or M&A. Start early, before you can even imagine ever raising a Series C, as each option requires significant preparation time;
  • Raise capital when you don’t urgently need it, not when you are under pressure;
  • Invest in relationships from day one; trust with investors is built over years, not months; 
  • Deliver on your promises—credibility compounds over time;
  • Professionalize governance, with a focused board and clear operational ownership within the management team; 
  • Plan financing with a multi-year horizon (typically 2–5 years); 
  • Hire ahead of your future needs, not just current challenges; 
  • Actively manage your news flow to sustain visibility and engagement. 

From the investor perspective, Zosia van Eesteren and Oscar Marshall highlighted how expectations are evolving alongside deal sizes: 

  • A strong, proven management team is critical; 
  • Companies with multiple assets and a clear platform strategy are more attractive; 
  • Experience matters. Serial entrepreneurship is a strong signal; 
  • Strategic investors, such as pharma partners, strengthen the cap table; 
  • Non-dilutive funding can be valuable, but the application process should not slow down momentum. 

While the path to late-stage funding is becoming more complex, one message stood out clearly: preparation is everything. Building the right story, relationships, and strategic options takes years, but only those who are ready can act when the window of opportunity opens.  

Hollandbio would like to sincerely thank De Brauw Blackstone Westbroek for their expertise and hospitality.

← #nieuws

Nieuwspoortontbijt: toegankelijkheid voor weesgeneesmiddelen moet beter

, ,

De toegankelijkheid voor weesgeneesmiddelen in Nederland dreigt vast te lopen. Recente cijfers laten zien dat slechts 39% van alle weesgeneesmiddelen die tussen 2021 en 2024 in Europa zijn geregistreerd, beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten. Samen met de Belangenvereniging van Kleine mensen, VSOP, VKS, Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen en het Comité Weesgeneesmiddelen heeft hollandbio een ontbijtbijeenkomst in Nieuwspoort georganiseerd om hierover met Tweede Kamerleden het gesprek aan te gaan.

Tijdens deze bijeenkomst stonden we stil bij drie vragen: wat zien we gebeuren? Waar loopt het in Nederland vast? En als belangrijkste: hoe zorgen we dat dit wel gaat lukken? Voor de 1 miljoen patiënten met een zeldzame ziekte in Nederland is die laatste vraag waar het om draait. Voor hen zijn weesgeneesmiddelen geen luxe, maar vaak de enige optie die zij hebben voor een goede behandeling. Op 10 juni debatteert de Tweede Kamer met de minister van VWS over onder andere deze onderwerpen. Wij hopen dat Kamerleden de inzichten uit deze discussie mee kunnen nemen om de minister aan te sporen werk te maken van een toekomstbestendig stelsel dat patiënten met een zeldzame ziekte niet in de kou laat staan.

← #nieuws

3% actieplan, deel 9: Bouwen aan talent voor innovatie

,

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D-actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) negen maatregelen die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag de laatste, maar niet de minste: talent.

Het aantrekken en behouden van talent is de levensader voor elk bedrijf, maar absoluut niet eenvoudig. In de 3%-kamerbrief signaleert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat er in recente jaren een stijging is geweest van studenten in een STEM (Science, Technology, Engineering en Mathematics). Toch heeft Nederland met 15,4 STEM-afgestudeerden in het hoger onderwijs per 1.000 inwoners nog een ruime achterstand ten opzichte van het Europese gemiddelde van 23. In de brief geeft het ministerie allereerst aan dat er al een aantal initiatieven lopen, zoals het Nationaal Versterkingsplan Microchiptalent en het Nationaal Groeifondsproject Techkwadraat. Daarnaast wil het ministerie inzetten op een grotere instroom van studenten door het innoveren van het onderwijs, het aantrekken van meer vrouwen in STEM-opleidingen en het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Ook het blijven aantrekken van buitenlands talent via bijvoorbeeld de 30%-regeling en betere visa- en verblijfsregelingen.

De nadruk op talent van het 3%-actieplan staat niet op zichzelf, zeker niet als het om biotech-succes gaat. Zo maakt talentontwikkeling ook deel uit van de kabinetsbrede visie biotech. Daarnaast besteed het Rapport Wennink aandacht aan talent, als één van de vier essentiële randvoorwaarden voor toekomstig verdienvermogen. Wennink vraagt specifiek om excellentie in het onderwijs, prioritering van STEM-opleidingen, het aantrekken van internationaal talent, het structureel maken van om- en bijscholing en aanpassingen in het socialezekerheidsstelsel.

Het zal niemand verrassen dat ook hollandbio toegang tot passend talent van essentieel belang vindt om de ambitieuze doelen van de overheid voor biotech te realiseren. Hollandbio sluit zich dan ook aan bij de adviezen uit het Rapport Wennink. Daarnaast pleiten we voor snelheid, duidelijkheid en een overkoepelende aanpak die werkt, op basis van degelijk onderzoek naar de behoeften van de sector, met specifieke aandacht voor het bedrijfsleven. Met een arbeidsmarktonderzoek naar de behoeften van studenten doet hollandbio vast een duit in het zakje. Wat blijkt: studenten willen vooral een baan die ze plezier oplevert. En – wij spreken uit ervaring – dat doet een carrière in de biotech zeker!

← #nieuws

Looking back at hollandbio’s third CEO & Founder event in Amsterdam

, ,

Last Tuesday, hollandbio’s CEO & Founder network brought together 50 biotech CEO’s and founders to meet, talk and network among peers. Ask a biotech entrepreneur about the biggest hurdles between lab and market and attracting funding will probably be high on the list. For this exclusive event, hollandbio members came together at the Nauta Dutilh office in Amsterdam to discuss that very important topic: funding.  

Doing a deal requires a sharp eye and a well-organised process

To set the scene, Ruud Smits, managing partner at Nauta Dutilh, pointed out some of the pitfalls and challenges of biotech funding. When closing a deal, the devil is often in the details. Options and choices can have major consequences, urging the need to be very critical when choosing investors and always checking agreements and contracts thoroughly. And – as always – making sure you seek advice and learn from peers or experts, is the wise thing to do.

Biotech funding requires careful planning and strategy

After the insightful intro, hollandbio’s Wieteke welcomed three renowned biotech entrepreneurs to the stage to join the panel discussion. Maria van Dongen, who, after gaining extensive drug development experience at several leading pharmaceutical companies, co-founded the Swiss Allegria Therapeutics. As the company’s CEO, she recently secured $5.1 million in seed extension funding to progress its lead program towards pre-clinical candidates.

Maarten Bosch joined cultured meat pioneer Mosa Meat seven years ago, after an extensive career in various start-ups in the corporate sector. As the company’s CEO, Maarten secured €15 million in funding early this year – a success even more impressive given the struggle and even shut down other cultivated meat companies currently face.

Finally, serial entrepreneur and investor Ton Logtenberg took the stage. Ton is no stranger to biotech success, being instrumental in the successful growth and multibillion-dollar exits of Crucell and Merus. As CEO of his new endeavour Gyes, Ton is well on his way to proving his brilliance once again, pushing forward a new, paradigm-shifting platform approach in precision antibody therapeutics.

Together, the panellists gave their personal and open takes and learnings on funding strategy, risks, and opportunities. Some insights:

  • There is no denying that the Chinese biotech industry is growing and is hard to outcompete on costs and speed. Yet there have been some examples of European companies that do similarly well. And yes, geopolitics is a force to consider; the panel agreed that if played well, competing with Chinese biotech still is possible.
  • To compete, Gyes carefully designed a distinctive structure and IP strategy:  a holding company that not only fosters and perfects the platform technology, but also acts as the perfect all-in service provider for its spin-out companies with specific programs. Combined with Gyes’ strategy not to file IP for its technology, might prove to be a game-changer in biotech entrepreneurship.
  • The importance of scenario planning was another topic the CEO’s agreed on. Without downsizing the need to design the perfect funding strategy too, success often results from carefully designed back-up plans – scenarios B, C, and D – as scenario A hardly ever plays out. Being prepared helps to seize other opportunities when they present themselves.
  • As most investors are flooded with business proposals, standing out is key to success. Making sure you understand an investor’s mandate and choose the best fit with your business helps you to do just that. Our panellists agreed that for a successful fundraise you need a compelling story as well as scientific excellence.

After this vibrant and interactive discussion, there was ample room to meet and continue the conversation over drinks – a high-level networking opportunity amongst peers highly valued by the attending CEOs and founders.

See you next time at our CEO & Founder event!

← #nieuws

3%-R&D Actieplan, deel 8: Van kennis naar impact met betere valorisatie

,

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) negen maatregelen die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de 3%-acties voor betere valorisatie van kennis. Eerder liet hollandbio zien dat deze nog altijd lost in translation is. Hoog tijd dus voor actie!

In het 3%-actieplan signaleert EZK dat Nederland excelleert in academisch onderzoek, maar zijn sterke kennispositie wordt nog onvoldoende vertaald naar economische en maatschappelijke impact: het aantal spin‑offs en doorgroeiende startups blijft achter. Dat is een gemiste kans, omdat juist deze academische kennis een belangrijke bron vormt voor de R&D‑intensieve bedrijven van de toekomst. Belemmeringen liggen volgens het ministerie onder meer in beperkte prikkels voor valorisatie binnen kennisinstellingen, waar onderzoekers vooral op wetenschappelijke output worden beoordeeld, en in een moeizame omgang met intellectueel eigendom (IE). Hoewel het actieplan programma’s als Erkennen & Waarderen en de introductie van standaard deal terms als belangrijke stappen benoemt, lopen ondernemende onderzoekers en bedrijven nog te vaak vast in langdurige onderhandelingen, zo schrijft de minister.  

Om de vertaling van onze sterke kennispositie naar economische en maatschappelijke impact te verbeteren, werken de ministeries van OCW en EZK samen aan de versterking van valorisatie. De beide ministeries denken met onder meer heldere mandaten en structurele financiering voor TTO’s en KTO’s, brede implementatie van de standaard deal terms en mogelijke bemiddeling bij IE‑geschillen, hier werk van te kunnen maken. De  Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) gaat op hun verzoek adviseren over mogelijke vervolgacties. Tot slot geeft de minister aan een instrument voor vraaggedreven valorisatie te onderzoeken. Het verlagen van de drempel voor ondernemers van buiten de kennisinstellingen om aan de slag te gaan met nieuwe kennis kan mogelijk voorkomen dat kennis op de plank blijft liggen, aldus het ministerie.  

Hollandbio is het met de minister eens: van kennis die op de plank blijft liggen, wordt niemand beter. We zijn dan ook blij met initiatieven die serieus werk maken voor betere en snellere valorisatie. Tegelijkertijd bekruipt ons bij het lezen van de ministeriële plannen een gevoel van déjà vu. Ze brengen ons terug naar 2021, toen de AWTI het rapport Kansen pakken met kennis publiceerde. De boodschap toen was glashelder: zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vinden, stimuleer kennisuitwisseling via mensen en organiseer valorisatie op maat met professionele ondersteuning. In datzelfde jaar kwamen ook de KTO’s zelf met een plan om het nationale valorisatie‑ecosysteem te versterken. Hun voorstel bestond uit drie bouwstenen: een landelijk knowledge transfersysteem van wereldklasse, sterkere samenwerking met ecosystemen en het gezamenlijk, gericht uitbreiden van KTO‑capaciteit. 

Het ministerie lijkt te missen dat er sinds die tijd best al wat is gebeurd. Vandaag de dag is bijvoorbeeld Biotech Booster up‑and‑running, precies met het doel om de commercialisatie van biotechvindingen in Nederland een boost te geven en een duurzame verbetering in de nationale valorisatiepraktijken te bewerkstelligen. Biotech Booster brengt de belangrijkste aanbevelingen al daadwerkelijk in de praktijk. Als landelijke organisatie met regionale verankering, versterkt het de KTO‑capaciteit en zorgt het ervoor dat ecosystemen – door nauwe betrokkenheid van onder meer onderzoekers, KTO’s, ondernemers en financiers – in ieder geval binnen de biotech beter en slimmer samenwerken. Ook werkt Biotech Booster aan het optimaliseren van het onderhandelingsproces en voor alle partijen werkbare voorwaarden om met kennis aan de slag te kunnen. Dat is precies wat Nederland nodig heeft voor het sneller omzetten van kennis in impact.  

Iedereen weet dat verandering weerbarstig is en bovenal veel tijd kost. Dat geldt zeker ook in de biotechsector, waar het succesvol ontwikkelen van een product zomaar vijftien jaar kan duren, en de kans op falen vele malen groter is dan de kans op het behalen van de eindstreep. Het is dan ook echt een kwestie van de lange adem voordat succes zichtbaar is. Kijk maar naar het Vlaamse Instituut voor Biotechnologie (VIB), dat eveneens tijd nodig had om zich te bewijzen, maar na 30 jaar niet meer weg te denken is als spilfactor in het Vlaamse biotechsucces. 

Willen we de vruchten van Biotech Booster plukken, laten we dan deze beweging de capaciteit, het mandaat en de continuïteit geven die nodig is om verandering te bestendigen en na decennia van stilstand zorgen dat onze excellente kennisbasis hand in hand gaat met bedrijvigheid en productlanceringen. De grote en groeiende betrokkenheid van ondernemers bij Biotech Booster getuigt ervan dat zij de valorisatiepotentie zien – een uitstekende indicator dat we op de goede weg zitten.

← #nieuws

Debat verdienvermogen: wel urgentie, nog geen tempo en duidelijkheid

,

Tijdens het Commissiedebat over het Nederlandse verdienvermogen dat vorige week plaatsvond in de Tweede Kamer stonden precies die onderwerpen centraal die biotech ondernemers direct raken, zoals de Onderneming in Moeilijkheden-regeling, het Innovatiekrediet en de Nationale Investeringsinstelling. Onze input aan Kamerleden had als belangrijkste boodschap dat de urgentie voor actie hoog is en dat we al de mooie ambities en woorden over onze koploperspositie in biotech waarmaken. Meerdere Tweede Kamerleden in de EZ-commissie stelden de juiste vragen, maar concrete stappen vanuit EZ-minister Herbert laten nog op zich wachten. 

Onderneming in Moeilijkheden: geen tijd te verliezen! 

Voor Ondernemingen in Moeilijkheden drong de Kamer terecht aan op tempo. Start‑ en scale‑ups hebben geen tijd voor oplossingen aan het eind van lange trajecten in Europese onderhandelingen. Kamerleden vroegen scherp door, maar behalve dat de minister zei dat ze eraan werkt, bleef het antwoord weinig concreet. Dat is zorgelijk voor innovatieve bedrijven die vandaag al vastlopen. Nederland kan al naar haar eigen mogelijkheden kijken voor een gelijker speelveld wat betreft staatssteunregels en de manier waarop wij boekhoudkundig omgaan met eigen en vreemd vermogen en de effecten daarvan op de status van je bedrijf als Onderneming in Moeilijkheden. Want waar het poortje in bijvoorbeeld Duitsland wijd openstaat voor staatssteun aan innovatieve start- en scale-ups, blijft deze in Nederland tot nog toe gesloten.  

Toekomstfonds: alternatieven voor bezuiniging blijven vaag 

Ook het Toekomstfonds kwam aan bod. De aangekondigde bezuiniging van het nieuwe kabinet op instrumenten zoals het Innovatiekrediet, de Vroegefasefinanciering en de SEED-Capitalregeling die juist innovatieve startups en scale-ups ten goede komen, erkende de minister als ‘pijnlijk’, maar een heroverweging bleef uit. De minister verwees naar alternatieve publieke financieringsinstrumenten die beschikbaar zouden zijn, zonder dat daadwerkelijk duidelijk werd wat dit in de praktijk betekent.     

Nationale Investeringsinstelling: geen oplossing voor vandaag 

Een positieve ontwikkeling is dat het ministerie van EZK ook werkt aan nieuwe innovatieaanjagers, zoals een Nationale Investeringsinstelling (NII) vanaf uiterlijk 2028, waaruit het Coalitieakkoord ook 3 tot 5 miljard euro voor is vrijgemaakt. Een NII kan op termijn veel betekenen voor strategische sectoren als biotech en innovatieve startups en scale-ups, zo blijkt uit vergelijkbare instellingen zoals die er in Duitsland en Frankrijk al zijn. Tegelijk zijn dit geen oplossingen voor vandaag. Naast een verkenning naar de contouren van een NII en een verdere doorkijk naar uitwerking richting deze zomer is er nog weinig bekend, laat staan zeker.  

Taskforce: biotech integraal op de agenda 

Een andere opsteker is de toezegging van de minister tijdens het debat op vragen van Tweede Kamerlid Bühler (CDA) dat zij de minister van VWS zal betrekken in het werk van de recent opgerichte Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat zodra het over biotech gaat. De Taskforce is in het leven geroepen om de aanbevelingen uit het rapport-Wennink verder uit te werken, en komt onder andere binnen zes maanden met een plan van aanpak op Biotech en Life Sciences als één van de vier sectoren die het rapport als cruciaal voor Nederland beschouwt. De minister van VWS heeft geen vaste plek aan tafel in de Taskforce, terwijl het ministerie wel een belangrijke rol speelt in biotech en life sciences. Met de toezegging is er in ieder geval een expliciete erkenning voor het belang van betrokkenheid van VWS bij het werk dat de Taskforce op biotech en life sciences gaat verzetten. 

En nu over naar actie 

Tijdens het debat zag hollandbio betrokken Kamerleden die de juiste vragen stelden en een minister die het gevoel voor de urgentie deelt. Nu is het zaak om die urgentie ook om te zetten in snelle, toepasbare en betrouwbare acties en maatregelen – zodat biotechbedrijven kunnen groeien en bloeien, ook hier en nu. En dat is precies waar hollandbio op in zal zetten in gesprekken met Kamerleden en ministeries.