← #nieuws

Terugblik Commissiedebat Geneesmiddelenbeleid, Hulpmiddelenbeleid en Pakketbeheer

,

Afgelopen donderdag, 9 juni, kwam de vaste Kamercommissie VWS bijeen voor het verzamel-Commissiedebat Geneesmiddelenbeleid, Hulpmiddelenbeleid en Pakketbeheer. In aanloop naar dit debat pleitte HollandBIO ervoor om werk te maken van gezondheid op maat in al haar facetten: of het nu gaat om de juiste doelstellingen en indicatoren binnen het geneesmiddelenbeleid, het prullemanderen van de voorgenomen wijziging van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem of het komen tot een nationale data-infrastructuur.

Door de brede agenda en een aantal nieuwe commissieleden, was het soms zoeken naar focus en diepgang in het debat. Een mooie opsteker was de publieke waardering van onder andere Kamerlid Tielen (VVD) en VWS-minister Kuipers zelf voor het enorm belangrijke werk dat de farmaceutische industrie doet en wat onze producten en technologieën betekenen voor patiënten.

Tijdens het debat was er brede kritiek op de voorgenomen wijziging van het GVS. De minister was echter niet bereid om hier toezeggingen op te doen en hield vast aan zijn plannen. Het is voor nu nog even afwachten wat er gaat gebeuren na het Tweeminutendebat, waar moties kunnen worden ingediend. De minister gaat de gevolgen van de GVS-wijziging monitoren en maakt werk van een communicatieplan.

Kamerleden Maeijer (PVV) en Den Haan (Fractie Den Haan) riepen daarnaast de minister op goed te kijken naar manieren om de doorlooptijden van lab naar patiënt voor geneesmiddelen te versnellen, bijvoorbeeld door het invoeren van een model à la Duitsland, of door het Zorginstituut kritisch te laten kijken naar het proces. Hierop gaf de minister aan dat er ook een verantwoordelijkheid bij fabrikanten ligt om tijdig complete dossiers aan te leveren. Wel gaat hij het Zorginstituut attenderen op deze opmerking van de Kamerleden. Ook vroegen Maeijer en Paulusma (D66) hoe het beoordelingskader dat het Zorginstituut hanteert aansluit bij personalised medicine. De minister gaf aan dat in brede zin het proces voldoet, maar dat het Zorginstituut werkt aan een update van het beoordelingskader om juist hierop in te spelen.

Mocht je specifieke dingen terug willen zoeken, dan is het debat hier terug te kijken. Via deze link is het conceptverslag terug te lezen.

← #nieuws

Stimulerend overheidsbeleid voor biotech oplossingen in de landbouw

,

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wil de landbouw de komende jaren flink verduurzamen, onder andere door boeren toegang te geven tot (bio)technologische oplossingen. Daarnaast zet LNV in op een hogere zelfvoorzieningsgraad van duurzame eiwitproductie in Nederland en Europa. Dit komt naar voren in twee Kamerbrieven, de één over  de Nationale Eiwitstrategie en de ander over het perspectief voor agrarische ondernemers, als onderdeel van de stikstofplannen.

Laten ook wij vooropstellen, de Nederlandse landbouwsector en agrotechnologische kennis en innovatie is wereldwijd toonaangevend. Tegelijkertijd lopen we ook tegen grote uitdagingen aan als het gaat om het verder verduurzamen van de landbouw en het stevig terugdringen van de uitstoot van stikstof en broeikasgassen. Gelukkig heeft Nederland ook de kennis en (bio)technologische oplossingen in huis voor een toekomstbestendig voedselsysteem. HollandBIO is blij dat het kabinet dit niet alleen inziet, maar ook werk wil maken om hier stimulerend beleid op te vormen.

Het kabinet zet onder andere in op nieuwe veredelingstechnieken door praktijkprogramma’s en experimenten in Nederland te faciliteren. Ook naar Europa toe zal de Nederlandse overheid doen wat in haar macht ligt om meer ruimte te creëren voor nieuwe veredelingstechnieken.

Daarnaast ziet het kabinet de potentie van alternatieve eiwitproductie met behulp van biotechnologie en de sterke kennisbasis die Nederland hierin heeft. De overheid wil een impuls geven aan de ontwikkeling van het gebruik van microalgen, schimmels en gisten, veredeling van suikerbieten en producten op basis van fermentatie voor hoogwaardige eiwitproductie op eigen bodem. Deze eiwitten zijn bestemd voor menselijke consumptie, productieketens of duurzamer veevoer.

Biotechnologische innovaties bieden concrete oplossingen voor een daadwerkelijk duurzaam landbouw- en voedselsysteem. Het biedt boeren een toekomstperspectief waarmee ze niet de koplopers van gisteren blijven, maar juist de nummer één innovatieleider van morgen. Het is daarom heel belangrijk dat biotech innovaties echt de ruimte krijgen en hun plek vinden in de praktijk, op de velden en in het supermarktschap. Zowel de ontwikkeling als het gebruik ervan vergt een stimulerend overheidsbeleid. HollandBIO denkt graag mee met hoe we hierbij kunnen helpen en zet er op in dat de mooie ambities worden omgezet in concreet beleid.

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/06/03/nationale-eiwit-strategie

https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-landbouw-natuur-en-voedselkwaliteit/documenten/kamerstukken/2022/06/10/perspectieven-voor-agrarische-ondernemers

← #nieuws

Throwback to HollandBIO’s knowledge transfer event

, ,

Last week more than 100 stakeholders came together at Naturalis, the national research institute for biodiversity, to discuss how knowledge transfer can be improved in the Netherlands. Together with Johnson & Johnson Innovation and Planet-B.io, HollandBIO invited several speakers that highlighted best practices on improving the way for science from bench to business. The most important message: all stakeholders need to do their part in improving knowledge transfer.

Eppo Bruins, chairman of the AWTI , kicked off the day by providing a theoretical framework based on the AWTI-advice ‘A better start: The key to growth of knowledge-intensive startups’. If we put more emphasis and focus on entrepreneurship, knowledge transfer, financing and support for startups, more startups can accelerate to become successful scale-ups. Eppo highlighted that we should start seeing the Netherlands as one big biotech hub instead of talking about small and competitive regions to fully harness the power of innovation.

The Netherlands is viewed as top of the class life sciences hub, but startups themselves experience a different reality. Daan Luining, CTO and co-founder of Meatable, put some meat on the bones of the theoretical framework and gave a fiery speech about the difficulties for a biotech startup to attract Dutch investors with the right expertise. Foreign investors are ready to take bigger risks and start investing in early stages. This results in the risk that companies leave the Netherlands to scale up abroad. There’s still a lot to improve, and we can get inspiration from our European neighbors.

Carla Snoeck, Manager New Ventures at the Flemish Institute for Biotechnology (VIB) showed how Flanders stimulates academic entrepreneurship with several incentives and programs to inform students about their entrepreneurial opportunities. Stine Kruse, Head of research-based innovation at the Technical University of Denmark (DTU) told the audience that they help spinning off new ventures without focusing on financial returns. Creating benefit for society is their mission. And most importantly, the university doesn’t regard their knowledge transfer office as a cash cow. Financing, however, is an important pillar in an other respect. Namely to let biotech companies grow. Fiona MacLaughlin, Investor at J&J Innovation and Bram Ledeboer, partner at SHIFT Invest gave their views on the financing landscape. Their ideas: de-risking as early as possible and join forces with pension funds to drastically increase available capital. Our final best-practice came from France, Johanna Michielin, Head of Biolabs in France, talked about the support startups get at Biolabs. They offer services to rent benches including the right people and materials to boost R&D, proving there is a place for commercial accelerators in the biotech ecosystem.

These best practices were the basis for our panel discussion spanning different stakeholders in knowledge transfer. Pim van Strien, Member of Parliament for the VVD, Rinke Zonneveld, Director at InnovationQuarter, Corina Prent, Director at RUG Ventures and Lisanne Blauw, Investment Analyst at Thuja Capital, with HollandBIO’s Annemiek Verkamman as moderator, discussed which best practices hold value for the Netherlands and what we can do to improve knowledge transfer. The audience was filled with ideas, suggestions and comments bringing it to a lively discussion.

Eppo Bruins closed the day with some solid advice: we all have a role to play in solving the knowledge transfer paradox and it starts with stepping over your own shadow. Good advice which was mulled over during the traditional HollandBIO networking-drinks.

← #nieuws

Met moed, (geneesmiddelen)beleid en trouw naar gezondheid op maat

,

Mensen lijken in veel opzichten op elkaar en tegelijkertijd zijn we allemaal uniek. Je gezondheid is van heel veel factoren afhankelijk zoals DNA, leefstijl en wat voor werk je doet. Gelukkig weten we door (bio)technologische innovaties steeds beter wat voor een individueel persoon de beste behandeling of preventieve aanpak is. HollandBIO’s ambitie is dan ook dat de sector maximaal bijdraagt aan gezondheid op maat, waarbij iedereen de beste behandeling op het juiste moment krijgt, of het nou gaat om geneesmiddelen, antivirale middelen, antibiotica, vaccins, of een andere interventie.

Daarom pleit HollandBIO in aanloop naar het commissiedebat geneesmiddelenbeleid van 9 juni ervoor dat we werk maken van gezondheid op maat in al haar facetten: of het nu gaat om de juiste doelstellingen en indicatoren binnen het geneesmiddelenbeleid, snellere en betere toegankelijkheid, de ruimte voor ATMP’s en weesgeneesmiddelen, het prullemanderen van de voorgenomen wijziging van het GVS of het komen tot een nationale data-infrastructuur.

← #nieuws

Minister Kuipers matigt monopoliepositie rond medicinale cannabis

,

Nederland staat in binnen- en buitenland al meer dan twintig jaar bekend om hoogwaardige medicinale cannabis, bestemd voor wetenschappelijk onderzoek, geneesmiddelenontwikkeling en voorschrijvingen aan patiënten. Omdat het beleid en de markt voor medicinale cannabis internationaal snel verandert en Nederland haar koppositie wil behouden, gaat VWS-minister Kuipers de monopoliepositie van de overheid inperken. Hij zal spoedig de rol en taken van het Bureau Medicinale Cannabis (BMC) herzien, zodat “serieuze (farmaceutische) bedrijven en onderzoeksinstellingen die hart hebben voor de zaak” meer ruimte krijgen voor samenwerking en handel. Op termijn wordt hiervoor zelfs de wet gewijzigd. HollandBIO is blij en steunt de minister in dit vooruitstrevende besluit, en zet erop in dat het ministerie van VWS en BMC samen met alle betrokkenen in gesprek blijven over hoe we zo snel mogelijk de drempels weg kunnen nemen waar bedrijven op dit moment nog op stuiten.

Patiënten hebben behoefte aan voldoende hoogwaardige medicinale cannabis

Al jarenlang is er vanuit patiënten uit binnen- en buitenland meer vraag naar de hoogwaardige medicinale cannabis van constante kwaliteit dan wat BMC aanbiedt. Minister Kuipers schrijft dan ook dat hij de Opiumwet gaat wijzigen om “de mogelijkheid tot samenwerking en handel tussen farmaceutische bedrijven en onderzoeksinstellingen in binnen- en buitenland te vergemakkelijken en de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit, veiligheid en beschikbaarheid van de productie en het product primair bij deze partijen te beleggen”. Bovendien signaleert Kuipers een “kwetsbaarheid”, aangezien er nu slechts één producent is en patiënten behoefte hebben aan meer soorten medicinale cannabis. Daarom verlaagt hij de handelsdrempel die er nu nog is.

Ministerie maakt nu al werk van lagere handelsdrempel

HollandBIO is blij dat minister Kuipers daar snel werk van maakt, omdat dit ook voor bedrijven een einde gaat maken aan de voortdurende onzekerheid. “Vooruitlopend op het wetstraject, dus voor de korte termijn, werk ik samen met het BMC uit hoe het bureau diens huidige, wettelijk verankerde, rol en taken zodanig uit kan voeren om drempels te verlagen voor handel tussen houders van een Opiumwetontheffing”, zo schrijft hij. In de begeleidende beslisnota schrijft het ministerie dat “het BMC diens monopoliepositie voortaan contractueel in zal vullen, waardoor het weliswaar alle inkoop/verkoop en import/export kan blijven monitoren, maar niet meer juridisch en praktisch verantwoordelijk is voor verhandelde medicinale cannabis(producten)”.

Nu wordt er nagedacht óver en nog niet mét de betrokkenen

Het komt de vraag uit binnen- en buitenland ten goede dat de minister direct in de geest van de wetswijziging gaat werken. HollandBIO is dan ook maar wat blij dat de minister hier werk van maakt, samen met het BMC. Toch lezen we hierin terug dat er nu nagedacht gaat worden óver en nog niet mét de betrokkenen. De belangstellende en initiatiefrijke kennisinstituten, bedrijven en patiëntenorganisaties die de minister in de brief noemt, kunnen hem namelijk goed bijstaan in de op handen zijnde wijzigingen op korte en lange termijn. Ook HollandBIO zet de constructieve gesprekken die we tot dusver met het ministerie hebben gevoerd in het vervolgtraject graag door.

← #nieuws

Looking back: Biotech for a sustainable future

, , ,

Last week, HollandBIO organized an event Biotech for a Sustainable Future, bringing together the national network for agri-, food and industrial biotechnology for the very first time. De Moestuin in Utrecht set a beautiful scene for the inspirational speakers and discussions, followed by refreshing drinks, tasty vegetarian food and of course, networking.

The speakers

  • Peter Rowe, CEO and founder of the fast-growing biotechnology start-up Deep Branch set the scene by explaining what biotechnology is and why we should make food in a bioreactor. Peter explained techniques such as biomass and precision fermentation, cultured meat, microbial oils and mycoproteins, including their unique selling points, showcasing a clear overview of the sector.
  • Roald Lapperre, Director-General for the Environment and International Affairs within the Ministry of Infrastructure and Water Management stressed the challenges of exhausting the world’s natural resources. This year, the Netherlands reached Earth Overshoot Day on April 12, meaning that if everyone lived the same way as the Dutch we would need nearly four earths. Roald elaborated on the Dutch government’s conviction that biotechnology is and should be an integral part of overcoming these pressing societal challenges.
  • Natascha Kooiman, “Sustainability Rebel”, founder of Smaackmakers and one of the quartermasters of the Food transition Coalition used the transition theory to explain what is needed to accelerate the much needed system change based. A sustainable market transformation, such as the protein transition, has four phases in which all stakeholders have an important and distinct role to play, a message strongly appealing to the many stakeholders attending the event.

To close the meeting, speakers and audience were asked to vote agree or disagree to three statements and share their thoughts. The statements sparked a lively discussion among the audience, which was continued over drinks and tasteful bites.

The event was a great success, and if it’s up to HollandBIO (and it is!), many more agri, food and industrial biotech events will follow. We look forward to meeting you all again!  

© Jeroen Bouman (photography)

← #nieuws

Preventief budgetteren voor preventie blijkt brug te ver

, ,

Na zestien jaar vast te hebben gezeten in het drijfzand van ons nationale vaccinatiestelsel, valt het doek voor de rotavirusvaccinatie. Niet omdat het geen kinderlevens redt, niet omdat het niet kosteneffectief is en ook niet omdat het niet beschikbaar is. Nee. Staatssecretaris Maarten van Ooijen laat in een Kamerbrief weten dat er geen budget is voor de invoer van de rotavirusvaccinatie. Kinder- en jeugdartsen zijn verbolgen, HollandBIO is verbijsterd. Na jarenlange uitstel van betaling lijkt het vaccinatiestelsel nu zelfs failliet.

Ondanks (meerdere) positieve adviezen van de Gezondheidsraad zit er geen financiering in het vat voor de invoer van een rotavirusvaccinatie. Na de griepvaccinatie en de HPV-vaccinatie, die dit jaar aan meer mensen aangeboden worden (hoera!), is voor een structurele invoer van nieuwe producten volgens de staatssecretaris geen geld meer over, zo weet de NOS. Nu is dat voor het rotavirus al erg genoeg, maar HollandBIO ziet daarmee ook de bui al hangen voor gordelroosvaccinatie, waarover het RIVM nu nog in gesprek gaat.

Het is onvoorstelbaar. Alleen al om het persoonlijk drama, het enorme leed dat door een simpel prikje voorkomen kan worden. Maar zeker ook in het licht van het ongeëvenaarde zorginfarct waar we op af stevenen, waarin ziekenhuizen dusdanig overbelast en onderbemand raken dat burgers collectief gezondheid inleveren, zich blauw moeten betalen, of meest waarschijnlijk allebei. Preventie is een van de weinige mogelijkheden om ook die pijn te verzachten, en vaccinatie daarin het meest effectief. Is een systematische reservering op de begroting voor preventie door vaccinatie dan echt te veel gevraagd?

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving concludeerde vorig jaar al dat het vaccinatiestelsel geen doelmatig ingericht geheel vormt, maar meer lijkt op een lappendeken. Ook HollandBIO luidde meermaals de noodklok: het duurt gemiddeld negen jaar om een bewezen effectieve vaccinatie in een arm te krijgen in Nederland. Maar dat wanneer eindelijk alle seinen op groen staan, “nee” ook nog tot de mogelijkheden behoort, was zelfs voor ons nieuw. Blijkbaar gaan we pas in de allerlaatste stap op zoek naar de financiële middelen. Preventief budgetteren van preventie blijkt een brug te ver.

Lees meer:

Stand van Zaken rotavirus-, griep- en HPV-vaccinatie

Kamerbrief over uitvoering motie beschikbaarstelling gordelroosvaccin

https://www.nos.nl/l/m/2429961

https://eenvandaag.avrotros.nl/item/schiet-op-met-gratis-hpv-vaccin-voor-volwassenen-zeggen-gynaecologen-je-beseft-ineens-ik-ben-30-en-sterfelijk/

https://www.ewmagazine.nl/opinie/opinie/2022/05/kortetermijndenken-leidt-tot-dom-besluit-over-rotavaccin-886104/

← #nieuws

Het duurt te lang, we zeggen het al een tijdje…

,

In een recente Kamerbrief constateert minister Kuipers tevreden dat het eigenlijk best goed gaat met de beschikbaarheid van nieuwe geneesmiddelen in Nederland, dat ze relatief snel hun weg vinden naar de juiste patiënt, en dat uit gesprekken met onder meer HollandBIO zou blijken dat het veld er ook zo over denkt. Dat deed menig wenkbrauw bij HollandBIO fronsen. Het duurt te lang, zo zeggen we immers al een tijdje.

Uit onderzoek van HollandBIO blijkt dat het steeds langer duurt om nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis te krijgen1. Juist de geneesmiddelen die vanwege hun potentie voor de patiënt vaart maken in het Europese registratietraject, lopen vertraging op in de Nederlandse procedures voor vergoeding. In de recente Kamerbrief over verzekerde toegang van patiënten tot geneesmiddelen2 stelt minister Kuipers echter dat er over het algemeen weinig mis is met de toegankelijkheid van geneesmiddelen in Nederland. Daar valt ons inziens wel wat op af te dingen.

Allereerst geeft minister Kuipers aan dat de lange doorlooptijd bij extramurale geneesmiddelen verklaard kan worden door de tijd die fabrikanten na handelsvergunning nodig hebben om hun dossier in te dienen. De minister laat helaas na te vermelden dat fabrikanten voor de compleet verklaring van hun dossier óók afhankelijk zijn van de vooroverleggen en de behandeling van voorlopige dossiers3 door het Zorginstituut…

Ten tweede nuanceert de minister het beeld van de lange doorlooptijden in de sluis. Het gaat hier niet om 510 dagen4, maar gemiddeld om ‘slechts’ 424 dagen. Dat is alsnog meer dan een jaar lang geen verzekerde toegang tot een nieuwe behandeling voor patiënten… Te lang, vinden wij.

Ten slotte ziet de minister wat betreft de open instroom geen duidelijke signalen dat de toegang van patiënten tot dure geneesmiddelen in algemene zin in het geding is geweest. Een al te makkelijke conclusie, wanneer concrete data over hoe lang patiënten moeten wachten in het oerwoud van intramurale toegangsroutes ontbreekt. 

Het huidige systeem van geneesmiddelenvergoeding in Nederland is inmiddels zó complex, dat verschillende partijen weliswaar een deel op het vizier hebben, maar niemand het volledige overzicht heeft. Onderzoek van HollandBIO1 laat zien dat de doorlooptijd tussen marktvergunning en de toekenning van een declaratietitel gemiddeld 273 dagen is. Ook de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen4, het Zorginstituut5 en het ministerie van VWS zelf6 publiceren informatie over doorlooptijden. Omdat iedereen net weer een andere insteek, of net een ander deel van het complexe proces analyseert, is het lastig om de cijfers onderling te vergelijken.

Het resultaat is dat we elkaar om de oren slaan met cijfers en grafiekjes, kibbelen over wiens data klopt en wie de vertraging veroorzaakt. De echt belangrijke vraag blijft zo vooralsnog uit beeld: hoelang vinden we dat een patiënt in Nederland maximaal mag wachten op een nieuw geregistreerde behandeling? Pas als we het daarover eens zijn, krijgen die doorlooptijden betekenis. Pas dan kunnen we afspraken maken om maximale wachttijden niet te overschrijden, waarbij iedereen verantwoordelijkheid heeft – van ministerie tot fabrikant en van EMA tot Zorginstituut en verzekeraar. Noem het een adaptief ecosysteem, maar ook dat zeggen we al een tijdje…

Lees meer:

  1. https://www.hollandbio.nl/nieuws/vergoeding-van-nieuwe-geneesmiddelen-steeds-complexer-en-trager/
  2. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/05/09/kamerbrief-inzake-verzekerde-toegang-van-patienten-tot-nieuwe-geneesmiddelen
  3. https://www.zorginstituutnederland.nl/publicaties/rapport/2016/09/09/procedure-beoordeling-extramurale-geneesmiddelen
  4. https://www.vereniginginnovatievegeneesmiddelen.nl/actueel/pati%C3%ABnt-wacht-steeds-langer-op-nieuwe-medicijnen
  5. https://www.zorginstituutnederland.nl/over-ons/werkwijzen-en-procedures/adviseren-over-en-verduidelijken-van-het-basispakket-aan-zorg/beoordeling-van-geneesmiddelen/geneesmiddelen-beoordelen-balans-tussen-zorgvuldigheid-en-snelheid
  6. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/05/09/doorlooptijden-individuele-sluisprocedures-2015-2021
← #nieuws

Boost voor biotechnologie

, , , ,

Biotech-onderzoek in Nederland is van topniveau, maar toepassingen blijven nu relatief achter. Het programma Biotech Booster krijgt een bedrag van 250 miljoen euro toegekend uit het Groeifonds. Met deze investering moet onderzoek vaker, sneller en beter worden vertaald naar concrete producten – valorisatie dus. En dat heeft een enorme impact op onze maatschappij, verwachten HollandBIO-directeur Annemiek Verkamman en Mirjam van Praag, bestuursvoorzitter van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Biotechnologie raakt alle facetten van de samenleving. Is het niet vanwege de rol die de sector speelt in de bestrijding en preventie van ziekten, dan wel in verduurzaming of de ontwikkeling van voedsel. En de mogelijkheden reiken nog verder, met een kennisniveau dat op veel terreinen als toonaangevend geldt. “Biotech kan in belangrijke mate bijdragen aan de aanpak van grote uitdagingen wereldwijd. In het behalen van 11 van de 17 sustainable development goals, bijvoorbeeld”, zegt Annemiek Verkamman, directeur van belangenvereniging HollandBIO. Met de biotechnologische kennis kan volgens onderzoeksbureau McKinsey jaarlijks een economische impact worden bereikt tussen de 27 en 37 miljard euro. Toch wordt dat potentieel niet optimaal benut. “Veel kansrijke ideeën en innovaties vinden om verschillende redenen niet hun weg naar concrete oplossingen en producten. Daar gaan we iets aan doen.”

Waarde

Met de subsidie vanuit het Nationaal Groeifonds – een overheidsinjectie van in totaal 20 miljard voor initiatieven die de economie versterken – lijkt een toename van valorisatie in de biotechnologie nu dichterbij te komen. Het programma Biotech Booster moet kennis op basis van toponderzoek helpen omzetten in diensten, producten en bedrijven. Oftewel: meer waarde genereren met wetenschap, zoals Mirjam van Praag het omschrijft. Ze is voorzitter van het College van Bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam en leidt de landelijke impactagenda vanuit universiteiten. De VU is een van de partijen in de publiek-private coalitie achter de Groeifonds-aanvraag en onderhoudt hierin een nauwe samenwerking met HollandBIO.

“Onderzoekers en ondernemers weten elkaar van oudsher niet zo snel te vinden. Dat staat valorisatie in de weg. Bovendien gaat overheidsfinanciering binnen de universitaire wereld eerder naar onderzoek en onderwijs. Voor de aanpak van de huidige maatschappelijke opgaven is wetenschap onmisbaar. Maar de waarde moet er wel uitkomen. Gelukkig staan deze werelden steeds meer open voor elkaar. Er is momentum voor de Biotech Booster”, zegt Van Praag.

Tonen en toetsen

In het Booster-programma worden dan ook bruggen geslagen. Een belangrijke eerste schakel is het opzetten van zogenoemde trusted communities. Dit zijn thema-gedreven netwerken die bestaan uit verschillende partners uit relevante sectoren. Samen vormen ze een vertrouwde omgeving waarin kennis wordt uitgewisseld en een (gezamenlijk) idee al in een vroeg stadium kan worden ontwikkeld en uitgetest. Zo is het op laagdrempelige wijze mogelijk om te inventariseren voor wie een uitvinding interessant is, en: waar een toepassing eventueel aan moet voldoen.

“In de praktijk belanden veel start-ups met een goed idee aan een druppelinfuus waardoor ze moeten beknibbelen op studies en ander onderzoek”, zegt Verkamman. “In de trusted communities is er alle ruimte voor projecten, pilots en haalbaarheidsstudies. Per thema zien ze er anders uit. Bij een medisch biotechnologisch idee kan de community bestaan uit wetenschappers, patiënten, verzekeraars en business developers van grote bedrijven die de markt overzien.”

Projecten met potentie kunnen terechtkomen in de volgende fase: het biotech innovation programme. Hierin is er nog steeds sprake van een project, maar wordt er door ondernemers verder onderzocht of er in het idee moet worden geïnvesteerd. De wetenschappers blijven gedurende het hele proces betrokken.

Impact

De Biotech Booster heeft potentie om economische groei te stimuleren. Zo moet het programma in 2031 21 scale-outs opleveren, waarvan vijf met een succesvolle exit deal. Alle effecten samen van de Biotech Booster zijn goed voor een cumulatief bbp-effect van 440 miljoen euro in 2031. Dit loopt op tot 10 miljard euro in 2050 wanneer het model in werking blijft.

Maar de impact reikt nog veel verder, merkt Van Praag op. “De Booster brengt een beweging op gang waarin het ene initiatief of idee leidt tot het volgende. Valorisatie levert niet alleen directe baten op, maar ook besparingen. Daarnaast kunnen successen uit de Biotech Booster niet alleen leiden tot economische, maar ook maatschappelijke impact die zelfs tot ver buiten Nederland reikt. Tot in armere landen bijvoorbeeld.”

De Biotech Booster is geslaagd als verschillende projecten een vlucht krijgen en resulteren in ondernemingen en producten met toegevoegde waarde, vindt Verkamman. Al gaat het er volgens haar niet om hoe, maar dát een innovatie zijn weg vindt. “Er zal ook genoeg niet lukken. Dat mag juist. Als de manier van werken en hoe we omgaan met innovaties maar normaal wordt. En dus, dat ideeën vanuit de biotechnologie veel eerder worden getoetst en kunnen landen. Zo profiteren we allemaal van de aanwezige kennis.”

Mirjam van Praag (links) en Annemiek Verkamman (rechts)
Mirjam van Praag (VU) & Annemiek Verkamman (HollandBIO). Foto: Maartje Geels
← #nieuws

Terugblik: Macht van de Media: communicatie in crisistijd

, ,

De coronapandemie bracht onderwerpen als innovatie, productontwikkeling, testen en vaccinatie naar ieders keuken- en (digitale) borreltafel. Niemand had twee jaar geleden kunnen voorspellen dat biotech jargon als mRNA-technologie, OMT, EMA en PCR gemeengoed zou zijn. Maar heeft  twee jaar intensieve (crisis)communicatie ook impact gehad op het aanzien van de biotech sector en de innovaties daaruit, of op het publieke vertrouwen in de wetenschap?

Tijdens HollandBIO’s Macht van de Media event van 11 mei maakten we met de aanwezigen de balans op van de golf aan publiciteit over de biotech sector en haar innovaties tijdens de pandemie en gingen we in op de vraag hoe nu verder: duiken we gewoon onze labs weer in en stopt de communicatie, of zetten we de lijn door? 

De introducties

Het event opende met drie korte presentaties: Marc Kaptein en Jan-Willem de Heer (Pfizer) beten het spits af, gevolgd door hoogleraar Risicocommunicatie en Volksgezondheid Daniëlle Timmermans (AmsterdamUMC) en onafhankelijk wetenschaps- en onderzoeksjournalist Jop de Vrieze. Zij dienden als warming up voor het Lagerhuisdebat dat later volgde.

Marc Kaptein en Jan-Willem de Heer reflecteerden op communicatie vanuit bedrijven tijdens de pandemie. Communicatie, of misschien betere gezegd educatie, was een belangrijk instrument in het vergroten van de acceptatie van vaccins en iets waar je als ontwikkelaar wel mee bezig moest: zo waren mRNA-vaccins nieuw en onbekend bij zowel het bredere publiek als bij veel artsen, waren er vragen over de veiligheid en de snelheid van het ontwikkeltraject en werd de dynamiek in de media vooral gedreven door controverse. Pfizer heeft gekozen voor een actieve rol in het debat en een open houding rond inkomende verzoeken, bijvoorbeeld met deelnames aan talkshows en andere media-optredens, maar dat vroeg wel een grote gezamenlijke inspanning van een heel team als het ging om de voorbereiding en uitvoering. De les van de coronacrisis was dat een educatieve rol onderdeel moet zijn van de verantwoordelijkheid die de geneesmiddelensector heeft, en dat daar bijvoorbeeld binnen de Code Geneesmiddelenreclame (CGR) meer ruimte voor zou kunnen komen.

Daniëlle Timmermans ging in op de vraag hoe burgers en het bredere publiek naar risico’s kijken op gezondheidsvlak. Eén van de observaties uit de coronapandemie en uit eerdere uitbraken van infectieziekten is dat argumenten van experts lang niet altijd het (hele) publiek overtuigen, bijvoorbeeld als het gaat om het nut en de noodzaak van vaccinatie en de ernst van mogelijke bijwerkingen. Dat heeft er mee te maken dat burgers anders naar risico’s kijken dan experts, dat gevoelens als onzekerheid bepaalde beelden met zich meebrengen bij burgers en dat bij gezondheidsissues ook bepaalde waarden als wantrouwen mee gaan spelen bij burgers in hun afwegingen. Burgers kijken kortom fundamenteel anders naar risico’s dan experts en wetenschappers. Dat geldt ook voor vaccins, vaccinatie en bijwerkingen: dat blijft hoe dan ook een gevoelig onderwerp bij delen van het publiek, dus dat gaat niet zomaar weg. De les van deze en eerdere crises, is dat we in communicatie over deze onderwerpen uit moeten gaan van het perspectief van de burger in plaats van het technische perspectief van experts.

Jop de Vrieze opende zijn inleiding met een overweging over de rol van de media tijdens een crisis. Tijdens de podcast Mediaforum riepen de aanwezigen op om als experts met één mond te praten tijdens de coronacrisis. Jop ging hier op Twitter openlijk de discussie over aan. Dat werd hem niet bepaald overal in dank afgenomen, maar het tekent wel zijn opvatting over hoe je een crisis als deze duidt: door je te verdiepen in de literatuur, gesprekken aan te gaan met experts en op basis daarvan de bakken met informatie te onderscheiden en duiden die we over ons heen kregen. Alleen factchecken is niet genoeg, als journalist mag je best kleur bekennen en schrijven vanuit de kennis en inzichten die je opdoet om zo het debat naar een hoger plan te trekken. De coronacrisis was daar het uitgelezen voorbeeld van, bijvoorbeeld met allerlei persberichten en updates over de effectiviteit van vaccins die in ontwikkeling waren, verhalen over mogelijke bijwerkingen die enige balans vergen tussen het duiden van de ernst en de gevolgen daarvan op de vaccinatiebereidheid. Het is de verantwoordelijkheid van journalisten om niet alleen de feiten na te gaan, maar ook om kritisch en constructief te zijn door het scheppen van orden in de chaos, het wegen van wat daaruit komt en wat het effect daarvan is op de maatschappij.

De stellingen

Onder leiding van Roderik van den Bos van de Debatacademie gingen de 50 aanwezigen het debat aan in Lagerhuisformat. Vele goede argumenten vlogen over en weer, en de debaters waren gelukkig ook niet bang om zich te laten overtuigen hun standpunten aan te passen. Een bloemlezing uit de levendige discussie:

Nederland had de beste aanpak van de pandemie

2% EENS                                                     98% ONEENS

+ “Ik heb een veilig gevoel gekregen door de overheidsmaatregelen.”
– “We hebben het op diverse momenten, ook in vergelijking met andere landen, laten liggen.”

De maatschappij is sinds corona positiever tegenover biotech en de innovaties daaruit gaan staan

60% EENS                                                     40% ONEENS

+ “De sector heeft veel meer positieve aandacht gekregen vanuit media en maatschappij, zelfs in mijn persoonlijke omgeving!”
– “De flinke piek in positieve aandacht tijdens het begin van de coronacrisis en de komst van de vaccins is inmiddels wel weer weggeëbd en als sneeuw voor de zon verdwenen.”

We moeten de CGR aanpassen zodat producenten onbelemmerd kunnen praten over medicijnen in media

20% EENS                                                     80% ONEENS

+ “Reclames draaien op TV is niet de bedoeling, maar de grens mag wel ruimer dan nu: de sector muilkorft zichzelf nu teveel.”
– “Onbelemmerd praten gaat te ver, er is een fijne lijn tussen reclame, communicatie en educatie.”

Bedrijven moeten altijd “JA” zeggen tegen RADAR en Nieuwsuur

50% EENS                                                     50% ONEENS

+ “Je hebt als fabrikant een verantwoordelijkheid om proactief te communiceren, ook als het gaat om kritische vragen.”
– “Bij sommige media en verzoeken weet je al van tevoren dat er geknipt en geplakt gaat worden, dus daarom zou ik zeker niet altijd ja zeggen.”

Het zou goed zijn als media critici van de farmaceutische sector minder aandacht geven

20% EENS                                                     80% ONEENS

+ “Je kan bij het RIVM werken en een echte expert zijn, maar je wordt gelijkgesteld aan Doutzen Kroes die een uurtje op Google zit.”
– “Het negeren van critici gaat niet helpen om onvrede weg te nemen bij delen van het bredere publiek, dus laat ze daarom tot inzicht komen tijdens media-optredens.”

Elke grote redactie zou een medisch-wetenschappelijke journalist in de gelederen moeten hebben

90% EENS                                                     10% ONEENS

+ “Er is zoveel informatie voorhanden dat je als redactie eigenlijk niet zonder iemand kan die dat voor je analyseert en duidt.”
– “Waar houdt het dan op? Er zijn zoveel sectoren en dringende issues die een eigen specialist kunnen gebruiken, dan is het einde zoek.”

Met de juiste feiten win je het debat

2% EENS                                                     98% ONEENS

+ “Als je het goed brengt en de juiste feiten hebt, kun je altijd het debat winnen.”
– “Gelijk hebben is niet altijd gelijk krijgen, je wint debatten alleen als je het vertrouwen wint van je publiek en dan maken feiten niet altijd het verschil.”