De phytophthora-resistente aardappel stond deze zomer volop in de belangstelling. Tijdens bezoeken aan de veldproef van Wageningen University & Research zagen onderzoekers, telers, veredelaars, beleidsmakers, journalisten en hollandbio’s Timen, Leonie en Annemiek van dichtbij hoe innovatieve veredelingstechnieken als CRISPR-Cas kunnen bijdragen aan gewassen die beter bestand zijn tegen ziekten zoals phytophthora, met minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en sterkere oogsten tot gevolg. Nu de Europese regels voor dit soort nieuwe genomische technieken zijn aangenomen, verschuift de aandacht naar de praktijk: hoe zorgen we dat dit soort innovaties daadwerkelijk hun weg vinden naar telers en consumenten? De eveneens aanwezige staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Silvio Erkens, schoof ook aan en liet diezelfde dag nog middels een Kamerbrief weten zich graag in te zetten voor een tijdige en werkbare implementatie van de nieuwe regels. Ook de Nederlandse Aardappel Organisatie riep op tot een snelle uitwerking van de nieuwe regelgeving. Een belangrijk signaal dat velen met ons uitkijken naar de mogelijkheden die deze nieuwe generatie gewassen bieden voor een toekomstbestendig voedselsysteem.
Nederland wil meer economische groei realiseren, innovatie versnellen en grote maatschappelijke uitdagingen aanpakken. Met de nieuwe Talentstrategie erkent het kabinet dat dit alleen lukt als ook wordt geïnvesteerd in de knappe koppen die die vooruitgang mogelijk maken. In de onderzoekers, operators en andere professionals die technologische innovaties naar patiënt of consument brengen. Een logische én belangrijke stap, vindt hollandbio: biotech kan pas blijven bijdragen aan een gezondere en toekomstbestendige wereld als er voldoende mensen zijn om slimme oplossingen te ontwikkelen, op te schalen en toe te passen. Goed nieuws dus dat life sciences & biotechnologie door het kabinet zijn aangewezen als één van de vier prioritaire domeinen waarvoor extra inzet op talent nodig is.
Biotech is prioritaire groeimarkt
Met de Talentstrategie wil het kabinet structureel investeren in mensen om de economie jaarlijks gemiddeld 1,5% te laten groeien en personeelstekorten in cruciale sectoren aan te pakken. Daarbij zet het in op twee sporen: slimmer en innovatiever werken, zodat we met relatief minder mensen meer kunnen bereiken, én het opleiden en begeleiden van meer talent naar sectoren die essentieel zijn voor de toekomstige welvaart van Nederland. Dat gaat nadrukkelijk om de volle breedte van talent: mensen met praktische vaardigheden én theoretische kennis, van mbo tot wo en van starter tot ervaren professional die zich wil om- of bijscholen. Naast digitalisering & AI, energie- en klimaattechnologie en veiligheid & weerbaarheid behoort ook life sciences & biotechnologie tot deze prioritaire groeimarkten.
Talent al vroeg in aanraking brengen met innovatieve sectoren
Interessant is dat de overheid in haar strategie expliciet erkent dat het talentvraagstuk niet alleen draait om onderwijs en arbeidsmarktbeleid. Ook beeldvorming, rolmodellen en praktijkervaringen spelen een belangrijke rol in de keuzes die jongeren maken. De strategie constateert dat jongeren nog onvoldoende in aanraking komen met innovatieve sectoren en dat hardnekkige stereotypen hun studie- en beroepskeuzes beïnvloeden. Het kabinet zet talentinstroom daarmee nadrukkelijk neer als een systeemuitdaging die al begint ver voordat iemand een opleiding of baan kiest.
Kabinetsmaatregelen voor talentontwikkeling
Om meer mensen richting deze cruciale opgaven te bewegen, werkt het kabinet de komende tijd aan maatregelen die inspelen op verschillende momenten in de talentontwikkeling, van eerste kennismaking en profielkeuze tot studie- en beroepskeuze. Denk aan meer focus op techniek, digitale vaardigheden en AI in het onderwijs, sterkere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, betere voorlichting en loopbaanbegeleiding, nieuwe mogelijkheden voor om- en bijscholing en een gerichtere inzet van kennis- en arbeidsmigratie.
Biotech betrekt GenZ
Voor de Nederlandse biotech zijn dit bekende uitdagingen. Ze sluiten dan ook nauw aan bij de inzichten en doelstellingen uit onze eigen biotech-arbeidsmarktcampagne GenZelfWeten. Met dit initiatief werken we samen met bedrijven, kennisinstellingen en andere partners aan een sterker en realistischer beeld van biotech, zodat meer jongeren ontdekken hoe veelzijdig de sector is en zij hun weg weten te vinden naar een biotechstudie, -stage of -baan die past bij hun talenten en ambities.
Kabinet betrekt hollandbio bij uitwerking
Na de zomer werkt het kabinet de Talentstrategie verder uit. Daarbij vroeg het hollandbio al om mee te denken, zodat de maatregelen goed aansluiten op de behoeften van biotech. Denk bijvoorbeeld aan verbeteringen van het opleidingsaanbod, (fiscale) regelingen voor het aantrekken van talent uit het buitenland, en het breder toegankelijk maken van informatie over de biotech arbeidsmarkt. Vanuit onze rol brengen we ervaringen en ideeën uit de sector samen met de inzichten uit ons jongerenonderzoek. Heb je ideeën, praktijkvoorbeelden of knelpunten die we moeten meenemen? Laat het ons weten, zodat we samen kunnen bouwen aan het talent van morgen!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-09-01 14:45:472026-09-01 14:46:52Nederland zet in op talent voor biotech← #nieuws
In tegenstelling tot de BITE, werkte hollandbio’s team IJzersterk Innovatieklimaat deze zomer stug door om de grote beleidsambities op biotech te helpen omzetten in de hoognodige boost voor ons nationale en Europese innovatie-ecosysteem. Terwijl het kabinet zich in het zweet werkt om de Rijksbegroting rond te krijgen, weet hollandbio heel goed wat er gebeuren moet: slim investeren in wat Nederland sterker maakt – kennis, innovatie en ondernemerschap.
De contouren voor het biotech stimuleringsbeleid worden langzaam zichtbaar, met onder meer de call for evidence voor de Biotech Act, de uitwerking van advies-Wennink, de Nationale Agenda voor Duurzame Innovatie (NADI), de verkenning van een biotech IPCEI en een Biotech Board. De komende weken zal blijken of deze initiatieven samen voldoende richting, snelheid en slagkracht bieden. En vooral: of Nederland bereid is te kiezen voor vooruitgang.
Hollandbio is optimistisch. Er liggen enorme kansen om met biotech bij te dragen aan grote maatschappelijke uitdagingen om het vlak van gezondheid, voeding en vergroening van onze economie. Nederland heeft een aantal sterke troeven, en het kabinet de juiste focus. Urgente actie is echter nodig, willen we de kennis en slimme ideeën, investeringen, bedrijvigheid en banen niet verliezen aan bijvoorbeeld China.
De boodschap klinkt inmiddels vanuit alle hoeken, van AWTI tot WRR, van Peter Wennink tot het IMF: om ons toekomstige verdienvermogen en welvaart veilig te stellen, moet Nederland niet per se méér doen, maar vooral slimmer investeren in productiviteit, technologie en innovatie, van ontwikkeling tot schalen en toepassing. Want juist daar ligt de sleutel om met dezelfde hoeveelheid mensen meer waarde te creëren.
Aan kennis en ondernemerschap hebben we gelukkig (nog) geen gebrek. Nederlandse onderzoekers en ondernemers behoren tot de wereldtop. Ideeën te over, maar in de realisatie schort het hier nog te vaak. Veel biotechbedrijven lopen vast op een opeenstapeling van barrières: onvoldoende groeifinanciering, langdurige vergunningstrajecten, complexe markttoelating, moeizame valorisatie of een tekort aan talent en ruimte, terwijl andere continenten wél doorpakken en turbo aanzetten. Daardoor verliezen we niet alleen bedrijven, maar ook de maatschappelijke en economische waarde die zij creëren: de technologie wordt hier bedacht, maar elders opgeschaald en benut. Dat is geen natuurwet, maar een gevolg van keuzes.
De vraag die voorligt tijdens deze begrotingsonderhandelingen is daarom groter dan hoeveel geld er wordt uitgegeven. De echte vraag is hoe Nederland zijn toekomstige verdienvermogen veiligstelt. In een wereld waarin technologische ontwikkeling steeds sneller gaat, kunnen we het ons niet veroorloven om vooral voorzichtig te zijn. Naast het voorzorgsprincipe hebben we een vooruitgangsprincipe nodig.
Hoewel alle beleidsbeslissingen nog definitief moeten worden uitgewerkt, zijn de signalen voor biotech voorzichtig positief: de contouren van het stimuleringsbeleid worden steeds zichtbaarder. Toch tellen uiteindelijk geen woorden, maar keuzes. Keuzes die bepalen of Nederland ook morgen een plek is waar biotech kan ontstaan, groeien en impact maken. Hollandbio blijft daarom aanjagen, meedenken en -doen over verantwoorde oplossingen die bijdragen aan een gezonder, klimaatvriendelijker en welvarender Nederland. Samen zetten we ambitie om in actie. Houd onze Bite in de gaten voor updates.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-09-01 14:41:562026-09-01 14:48:04Durven we te kiezen voor vooruitgang?← #nieuws
Nederland heeft alles in huis om wereldwijd koploper te blijven in duurzame voedselproductie: toponderzoek, innovatieve bedrijven en baanbrekende biotech. Wat nog ontbreekt, is voldoende kapitaal om veelbelovende innovaties door te laten groeien naar commerciële schaal. Daarom roept een brede coalitie van voedseltechnologiebedrijven, investeerders en maatschappelijke organisaties het kabinet op om fors te investeren in Nederlandse deelname aan de Europese IPCEI Biobased Food and Feed Ingredients. Een oproep die hollandbio van harte ondersteunt. Hier ligt een unieke kans om Nederlandse innovatie om te zetten in economische en maatschappelijke impact.
Met IPCEI’s — Important Projects of Common European Interest — kunnen EU-lidstaten strategische innovaties ondersteunen die van groot belang zijn voor de economie, het verdienvermogen en de maatschappelijke uitdagingen van morgen. Dat is bijzonder relevant voor de agrifoodsector. Nederlandse scale-ups werken aan oplossingen die bijdragen aan een toekomstbestendig voedselsysteem: kaas zonder koe, palmolie zonder palmboom, leer zonder dier en hoogwaardige ingrediënten geproduceerd met minimale impact op mens en milieu. De kennis en technologie zijn aanwezig, maar de stap van pilot naar eerste commerciële fabriek blijft voor veel bedrijven een grote uitdaging.
Hollandbio ondersteunt daarom de oproep om minimaal €200 miljoen publieke cofinanciering beschikbaar te maken. Tegelijkertijd zien wij dit vooral als een belangrijke ondergrens. Gezien de omvang van de kansen, de verwachte belangstelling vanuit Nederlandse bedrijven en de brede opzet van deze IPCEI, sluit €500 miljoen wat ons betreft beter bij de ambitie om niet alleen mee te doen, maar ook echt voorop te lopen.
Met voldoende publieke cofinanciering kan Nederland private investeringen mobiliseren, productiecapaciteit opbouwen en innovatieve bedrijven de kans geven om hier te groeien. Zo versterken we onze positie als biotech- en voedselinnovatieland en zetten we een belangrijke stap naar een klimaatvriendelijke, weerbare wereld waarin biotech oplossingen biedt voor de grote uitdagingen van deze tijd. Kortom: de kennis is er, de bedrijven zijn er, de ambitie is er. Nu is het moment voor Nederland om naar voren te stappen en het verschil te maken.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-07-07 15:13:472026-07-07 15:14:06Kabinet, maak €500 miljoen vrij voor biotech en voedselinnovatie!← #nieuws
Investeerders, onderzoekers, kennisinstellingen en innovatieve bedrijven slaan de handen ineen in een gezamenlijke open brief aan de Tweede Kamer om steun uit te spreken voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). Ook hollandbio ondersteunt dit initiatief en ondertekent de brief. Nederland heeft een instrument nodig dat baanbrekende innovaties door de beruchte ‘Valley of Death’ helpt en daarmee nieuwe industrieën, economische groei en oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen mogelijk maakt.
Voor biotech is die oproep bijzonder relevant. Juist in sectoren waar doorbraken jaren van onderzoek, grote investeringen en een hoge mate van onzekerheid vragen, schieten bestaande financieringsinstrumenten vaak tekort. NADI kan dat gat vullen met een aanpak die ruimte biedt voor ambitie, snelheid, risico en langetermijndenken. Dat is precies waarom hollandbio al langer pleit voor een krachtig en onafhankelijk agentschap dat radicale innovatie mogelijk maakt.
De komende weken zijn cruciaal omdat er knopen moeten worden doorgehakt. Het kabinet zal moeten laten zien hoe serieus het de eigen innovatieambities neemt en hiervoor steun krijgt vanuit de Tweede Kamer. Mooie woorden over verdienvermogen, technologische soevereiniteit en toekomstige economische groei zijn niet genoeg. De vraag is of de overheid ook bereid is haar eigen verantwoordelijkheid te nemen en de voorwaarden te creëren die nodig zijn voor echte doorbraken vanuit het NADI: voldoende middelen, een onafhankelijke positie, ruimte voor risico en een lange adem. Wat hollandbio betreft is de conclusie simpel: als Nederland voorop wil blijven lopen in biotech en andere sleuteltechnologieën, dan is dit het moment om van ambitie naar actie te gaan.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-07-07 15:10:002026-07-07 15:10:05NADI verdient actie in plaats van applaus← #nieuws
Mooi nieuws uit de Tweede Kamer: een motie waarin Kamerlid Wim Meulenkamp (VVD) het kabinet verzoekt zich in de Europese Unie in te zetten voor passende regels voor microbiële culturen, kreeg een grote meerderheid. De discussie over de regulering van deze belangrijke biologische alleskunners, ingezet voor smaak, conservering, textuur en meer, sleept zich al zeker twintig jaar voort in Europa, met grote onduidelijkheid en onzekerheid tot gevolg voor ontwikkelaars, voedselverwerkers en supermarkten. Extra inzet is dus hard nodig.
De term microbiële cultuur doet waarschijnlijk niet direct een belletje rinkelen (zuurdesem fans daargelaten). Toch zijn ze zo veelgebruikt en gangbaar dat je ze, misschien wel dagelijks, op je bord hebt liggen. Sinds mensenheugenis benutten we immers al fermentatie door bacteriën om levensmiddelen smakelijker, langer houdbaar of veiliger te maken: denk aan brood, kaas, yoghurt en zuurkool. Niets nieuws onder de zon dus – al kunnen we dankzij continue innovatie microbiële culturen voor steeds meer producten inzetten, bijvoorbeeld in filet americain en de oer-Hollandse haring. Goed nieuws voor onze smaakpapillen, voedselveiligheid, en een belangrijke troef in de strijd tegen voedselverspilling.
Dat lijkt een win-win situatie, nietwaar? Toch dreigen innovatieve koplopers tegen een torenhoge muur van wet- en regelgeving aan te lopen, die vernieuwing en het benutten van deze biologische alleskunners blokkeert. Dat komt doordat ambtelijke juristen en technocraten, helaas ook op voordracht van de Nederlandse overheid, zich al jarenlang het hoofd breken over de vraag of microbiële culturen in een voedingsmiddel een ingrediënt zijn, die vallen onder voedselveiligheidsregels van de Algemene Levensmiddelenverordening, of dat ze onder de Additievenregelgeving vallen, een toelatingsroute ontwikkeld om de veiligheid van toevoegingen aan voedingsmiddelen te borgen (de welbekende E-nummers).
Hoe theoretisch dat vraagstuk ook klinkt, het antwoord heeft verstrekkende gevolgen voor het benutten van de mogelijkheden van microbiële culturen. Waar culturen al decennialang en naar tevredenheid gezien worden als ingrediënten, en dus vallen onder de algemene regels voor voedsel en voedselveiligheid, dreigen nieuwe toepassingen vanwege hun technische functie (conservering, textuur, antimicrobiële werking) gezien te worden als additief. Nou is het probleem dat die route, de additievenregeling, nooit bedacht is met bacteriën, of een mix van bacteriën, in het achterhoofd, maar voor chemische toevoegingen met vaak een enkele functie. Daardoor sluit deze totaal niet aan bij de levende organismen, en vormt het een zeer vertragend, kostbaar en onzeker blok aan het been van de biotech bedrijven die de culturen ontwikkelen, voor voedselverwerkers en supermarkten. Overigens zonder toegevoegde waarde voor de voedselveiligheid, die immers ook geborgd is binnen de Algemene Levensmiddelenverordening.
Zolang de Europese discussie voortduurt, kiest Nederland – alle biotech ambities ten spijt – voor een actief handhavingsbeleid. Dat houdt grofweg in dat wanneer de NVWA in de supermarkt een haring, of een bakje filet americain aantreft met een microbiële cultuur zonder E-nummer, het de schappen uit en hup de prullenbak in moet. Krom genoeg mag de korter houdbare, en voor schadelijke infecties gevoelige evenknie gewoon blijven liggen.
Het is een typisch biotech probleem: de overheid trapt tegelijkertijd op het gaspedaal en de rem, en maakt geen enkele haast om de resulterende stilstand te doorbereken. De inzet van Nederland, zoals recent nog toegelicht door minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) na vragen uit de Tweede Kamer, bood helaas wéér geen soelaas. Hoewel wij de motie van Kamerlid Meulenkamp liever nóg explicieter hadden gezien, zet deze Nederland toch hopelijk op een beter spoor in haar inzet in Europa.
Hollandbio blijft hoe dan ook ijveren om de volle potentie van onze microbiële helden te kunnen benutten, als onmisbaar ingrediënt van onze innovatiekracht, economie en prangende maatschappelijke uitdagingen in voedselvoorziening en meer.
Personalized therapies are opening the door to treatments that can be tailored to the individual patient. But while science is advancing rapidly, can regulatory and reimbursement systems built around traditional medicines keep up with this new generation of innovation? During her internship completed as the final step of her MSc in Biomedical Sciences at the Vrije Universiteit of Amsterdam, hollandbio’s Violet explored exactly this question. Through interviews with stakeholders across industry, academia, and public organizations, she investigated how personalized therapies fit within today’s regulatory and reimbursement landscape. Her research reveals that while the scientific potential is clear, bringing these therapies to patients remains challenging. Stakeholders identified tensions around evidence requirements, reimbursement, affordability and collaboration, while also highlighting opportunities to better align innovation with patient access. Curious about the findings and recommendations? Read Violet’s thesis here. Questions or thoughts? Feel free to reach out!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-07-07 14:37:142026-07-07 14:37:18Personalized therapies are here. Can the system keep up?← #nieuws
Vorige week publiceerde het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) de contouren van een meerjarige Agrifood Innovatieagenda, gericht op het versterken van verdienvermogen, concurrentiekracht en het aanpakken van maatschappelijke opgaven zoals klimaat, voedselzekerheid en biodiversiteit. Deze vormt de uitwerking van een aangenomen motie van Kamerlid Den Hollander (VVD) en een hele trits mede-indieners die tuinbouw, zaadveredeling en biotechnologie als belangrijke kans voor Nederland zien. Vanuit deze context kondigt het kabinet aan om bestaande middelen gerichter in te gaan zetten op vier kansrijke innovatiedomeinen – agtech, weerbare teelten, voedselinnovaties en (glas)tuinbouw – met als doel hier private investeringen in aan te jagen en innovatie in te versnellen. In de verdere uitwerking wordt onderzocht wat nodig is om deze prioritaire innovaties, waarbinnen biotech een grote rol speelt, te versnellen.
De inzet van het ministerie ligt nadrukkelijk op het op orde brengen van randvoorwaarden die cruciaal zijn om innovaties daadwerkelijk van lab naar markt en maatschappij te brengen. Denk aan onderzoeks- en data-infrastructuur, talentontwikkeling, snellere en voorspelbare toelating, experimenteerruimte en opschalingsmogelijkheden. De komende maanden volgt per innovatiedomein een uitwerking van wat nodig is om prioritaire innovaties te versnellen, met daarbij aandacht voor de wensen van zowel gevestigde partijen als start- en scale ups.
Daarbij bevat de agenda ook concrete aanknopingspunten voor biotech. Zo zet het kabinet onder andere in op het versnellen en vereenvoudigen van de aanvraagprocedure voor planten veredeld met nieuwe genomische technieken (NGTs), het aanjagen van private investeringen in biocontrol (biologische gewasbeschermingsmiddelen), het vergroten van de succesratio van novel foods procedures en het faciliteren van Europese proeverijen en alternatieven verdienmodellen voor kweekvlees en innovatieve fermentatie.
De komende maanden werkt het ministerie de innovatieagenda verder uit in samenwerking met ondernemers en experts. Dit moet leiden tot een tienjarig plan dat houvast biedt én flexibel genoeg blijft om mee te bewegen met de actualiteit. Eind dit jaar volgt een high level summit voor de lancering van de agenda, gevolgd door een Innovatietop in 2027 om innovaties uit te lichten, deals te sluiten en investeerders aan te trekken. Voor hollandbio een belangrijke kans om ervoor te zorgen dat biotechinnovaties hiermee de ruimte krijgen die nodig is om door te breken. Wij zetten ons de komende periode actief in om de stem van biotech stevig te laten doorklinken in de verdere uitwerking van de innovatieagenda.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-06-30 14:04:242026-09-08 15:11:11Kabinet zet agrifood innovatie op scherp, met biotech vol in het vizier← #nieuws
De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) maakt het voor bedrijven aantrekkelijker om te investeren in Research & Development (R&D) vanwege het fiscale voordeel dat de WBSO biedt. Biotechbedrijven in Nederland maken graag gebruik van de WBSO. Na de tegenvallende cijfers van afgelopen jaar lijken bedrijven dit jaar juist weer meer te profiteren van de WBSO. Ongeveer evenveel biotechbedrijven kregen namelijk een significant grotere hoeveelheid afdrachtsvermindering toegekend. Naast deze positieve cijfers is er ook een kanttekening. De geplande afschaffing van de farmaciebrief gaat helaas door, met mogelijk onherstelbare gevolgen voor het Nederlandse klinisch onderzoeksklimaat. Bedrijven bouwen al ruim 20 jaar op deze WBSO-regels. Dat die nu met beperkt beeld van de gevolgen en in onvoldoende samenspraak met het bedrijfsleven worden aangepast, draagt wat ons betreft niet bij aan het zo gewenste voorspelbare innovatiebeleid in Nederland.
Wat laat het jaarverslag 2025 zien?
Na een pas op de plaats in 2023 en een daling in 2024 heeft de WBSO in 2025 voor biotech de weg omhoog weer gevonden. De totale WBSO-toekenning voor biotechbedrijven steeg met ruim €50 miljoen, terwijl het aantal bedrijven dat gebruik maakte van de WBSO ongeveer gelijk bleef. Ook het totale bedrag dat via de WBSO aan afdrachtsvermindering is gerealiseerd, steeg dit jaar. Goed nieuws voor dit jaar, maar hollandbio is benieuwd wat de afschaffing van de farmaciebrief voor effect gaat hebben op de cijfers van dit jaar.
WBSO: de katalysator van innovatie
Hollandbio benadrukt al jaren dat de WBSO cruciaal is voor het aanjagen van R&D in biotech en dat de regeling toegankelijk moet zijn voor bedrijven in de hele innovatieketen. R&D is immers de drijvende kacht achter biotech innovaties, en de WBSO zorgt voor een belastingkorting op op gemaakte R&D-kosten. Tegelijkertijd zien we dat de Nederlandse interpretatie van R&D, waarbij projecten expliciet “technologische vernieuwing” moeten aantonen, de reikwijdte van de regeling beperkt en daarmee de impact op R&D-investeringen verkleint. Het verder uitsluiten van delen van de keten, zoals (delen van) klinisch onderzoek door de afschaffing van de farmaciebrief, helpt daar niet bij. Integendeel: het ondermijnt juist de effectiviteit van de WBSO in een sector waar R&D zich uitstrekt over de volledige ontwikkelingsketen. Niet voor niets trok hollandbio eerder aan de bel met een brandbrief aan de toenmalig minister van EZK, Vincent Karremans.
Hoewel het besluit daardoor niet is teruggedraaid, blijft het essentieel dat het ministerie de gevolgen van deze wijziging nauwgezet monitort. Tegelijkertijd roepen wij op tot structurele samenwerking met de sector, zodat de WBSO optimaal blijft bijdragen aan het stimuleren van R&D. Dit sluit direct aan bij de ambitie om 3% van het BBP in R&D te investeren, een doel dat alleen haalbaar is met consistent, voorspelbaar beleid en een regeling die de volledige innovatieketen ondersteunt.
Afgelopen 25 juni ging de Tweede Kamer met minister Herbert van EZK in debat over Innovatie. In aanloop naar het debat vroeg hollandbio aan Kamerleden onder andere het publieke financieringsinstrumentarium te verbeteren, de Nederlandse kijk op staatssteun te verbeteren en biotech als kritieke technologie expliciet in de plannen mee te nemen. Deze oproep was gelukkig niet aan dovemansoren gericht, met diverse Kamerleden die de minister opriepen de Onderneming in Moeilijkheden-problematiek op te lossen en veel geluid rondom de bezuinigingen op het Toekomstfonds.
Helaas is dit nog geen oplossing voor de problemen waar we tegenaan lopen. Hoewel hollandbio het bemoedigen vindt om te horen dat de minister innovatie hoog op de agenda heeft staan, wordt er nog veel te vaak op zowel het gas- als het rempedaal gestaan. Met de NTS, het rapport-Wennink en de Interdepartementale visie biotechnologie zijn er genoeg goede plannen en ambities. Alleen bezuinigt het kabinet tegelijkertijd stevig op belangrijke instrumenten uit het Toekomstfonds, waar onder andere het Innovatiekrediet, de SEED Capital regeling en de Vroegefasefinanciering onder vallen. Ook blijft de afschaffing van de farmaciebrief binnen de WBSO staan, waarmee het klinisch onderzoeksklimaat verder onder druk komt.
Hollandbio is blij dat veel van de aanwezige Tweede Kamerleden zich inzetten voor verbeteringen in het ecosysteem. Zo vroegen meerdere Kamerleden aandacht voor het verder verbeteren van de standaard dealterms bij het uitspinnen van universiteitsinnovaties en voor het prioriteren en bieden van langjarig perspectief voor kritische technologieën, waarvan biotech er een is. Al met al is het goed om te zien dat er aandacht is voor issues en uitdagingen die spelen in de biotech, maar er is werk aan de winkel als we alle ambitieuze plannen willen realiseren. Hollandbio helpt daar uiteraard graag aan mee.