← #nieuws

Politiek en polder hebben nadrukkelijk aandacht voor biotech ondernemingsklimaat

,

Het Nederlandse vestigingsklimaat is hot topic in politiek Den Haag. Innovatieaftrek ligt onder de loep, terwijl de daarvoor aangewezen belastingambtenaar afnemend vertrouwen in de stabiliteit van Nederland signaleert. Tegen die achtergrond hebben politiek en polder nadrukkelijk aandacht voor de Nederlandse biotech.

Zo wees VNO-NCW’s Ingrid Thijssen in aanloop naar het Kamerdebat in een opiniestuk in de Volkskrant op de “zeer strikte nationale interpretatie van EU-regels voor de biotech”. En dat “terwijl het hier juist gaat om bedrijven die je met het oog op de vernieuwing van onze economie zou willen behouden.” De inbreng van VNO-NCW bleek op weerklank te kunnen rekenen in de Tweede Kamer. 

Tijdens het Kamerdebat liet EZK-minister Adriaansens weten te bezien of meer experimenteerruimte voor maatschappelijk relevante innovaties moet worden gecreëerd, na vragen hierover van de VVD. Daarnaast zegde Adriaansens toe te willen kijken naar hoe Nederlandse regelgeving ons innovatieve verdienvermogen hindert, bijvoorbeeld omdat die verder gaat dan EU-regels voorschrijven. Verder kwamen tijdens het debat diverse relevante discussies op tafel, bijvoorbeeld rond innovatiegericht inkopen en de doelmatigheid van innovatieregelingen als de innovatiebox. 

Voorts namen VVD-Kamerleden Sophie Hermans en Pim van Strien het op voor de belangrijke rol die bedrijven hebben en pleitten ze er in het AD voor om ondernemers de ruimte te geven. Daarbij haalden ze ook biotech bedrijf Meatable aan: “Een Nederlands bedrijf dat bezig is met de ontwikkeling van kweekvlees, lanceert dat nu eerst in Singapore. Want volgens onze regels mogen hun nieuwe producten hier niet zomaar worden geproefd.” De VVD’ers pleiten daarom voor één wet “die ruimte voor dit soort experimenten in één keer regelt. Iedere ondernemer die een plan heeft dat van toegevoegde waarde is voor Nederland, moet de volle ruimte krijgen.” 

HollandBIO wil dat biotech ondernemers gauw die ruimte krijgen. Allemaal zijn we het erover eens dat biotech innovaties die bijdragen aan gezondheid en duurzaamheid belangrijk zijn voor de Nederlandse maatschappij. Hoog tijd voor regels die daar naadloos op aansluiten! 

← #nieuws

De prijs van innovatie: tel uit je (gezondheids)winst!

, , ,

Geneesmiddelen en winst – het is en blijft een thema dat garant staat voor hoogoplopende gemoederen. De afgelopen weken was het niet anders. Twee ngo’s hekelden de prijsstelling van twee van de meest succesvolle biotech interventies ooit: een ontstekingsremmer van AbbVie tegen heftige auto-immuunziektes zoals reuma en de coronavaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna. Helaas spraken zowel SOMO als de Stichting Farma ter Verantwoording slechts schande van het – inderdaad – ongeëvenaarde commerciële succes van de producten, maar lieten ze de eveneens ongeëvenaarde gerealiseerde gezondheidswinst onbenoemd. En dat terwijl in de geneesmiddelensector het één nooit zonder het ander kan bestaan.  

Zonder patiënt geen rendement, zo schreven we eerder naar aanleiding van het onderzoek naar het financiële ecosysteem van geneesmiddelenontwikkeling, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. De hoofdconclusie: geneesmiddelenontwikkeling duurt lang, kost veel geld, is risicovol en vergt samenspel van vele partijen. Zo’n enorme uitdaging ga je natuurlijk alleen aan wanneer je ervan overtuigd bent dat je uitvinding die moeite waard is: dat je er op een dag daadwerkelijk patiënten mee kan helpen. Gezondheidswinst is de drijfveer, financieel rendement een essentiële randvoorwaarde (en zeker geen pijnlijke openbaring, minister Kuipers, laten we elkaar hierin niet verliezen).  

Voor de producent volgt financieel rendement enkel wanneer de maatschappij bereid is om te betalen voor de aanschaf van het eindproduct, doorgaans via het verzekerde pakket. Om dat te bepalen gaat Nederland bepaald niet over één nacht ijs, getuige onze analyse van het vergoedingslandschap en de bijbehorende oplopende doorlooptijden. Bottom line: geneesmiddelen moeten aantoonbaar kosteneffectief zijn willen we als maatschappij de rekening betalen. Met andere woorden: de – bewezen! – gezondheidswinst moet in verhouding zijn met de prijs. De producten die nu door de ngo’s op de korrel worden genomen, hebben die toets glansrijk doorstaan. De covid-vaccins hebben letterlijk de wereld van het slot gehaald. En de ontstekingsremmer heeft patiënten over de hele wereld hun leven teruggegeven en een kentering gerealiseerd in de zorg voor patiënten met een veelheid aan ontstekingsziekten. Het behandelarsenaal groeide snel: in het succesvolle kielzog traden diverse vergelijkbare medicijnen toe tot het pakket. En het mooiste: inmiddels is het geneesmiddel uit patent en betalen we nog slechts een fractie van de initiële prijs – terwijl de geleverde gezondheidswinst tot in de lengte der dagen onverminderd groot is. Een goeie deal, al met al.  

Is er dan niets aan de hand? Geen wolkje aan de lucht? Tuurlijk niet. In de zorg (en elders) wemelt het van conflicterende (deel)belangen. Laten we die olifant in de kamer dan ook gewoon benoemen. Het vinden van balans is in het huidige zorgsysteem zelfs de enige weg naar succes. 

Enerzijds is er het spanningsveld rondom de prijsstelling tussen producent en klant. Een bedrijf wil na het succesvol afleggen van die ellenlange, risicovolle en kostbare ontwikkelroute natuurlijk zo veel mogelijk geld verdienen, ter compensatie van mislukkingen, om bedrijfslasten te dragen, om continuïteit te waarborgen, om aandeelhouders tevreden te stellen, om vervolgfinanciers aan te trekken en om te investeren in onderzoek en ontwikkeling etc. etc.. De “klant”, in dit geval de overheid en zorgverzekeraars namens de premiebetaler, maar ook de ziekenhuizen, willen juist zo min mogelijk geld uitgeven aan geneesmiddelen. Ons hele vergoedingslandschap is ingericht om de balans te vinden tussen gezondheid en betaalbaarheid – al moet de lat in de praktijk meestal lager. Vinden we die balans niet, dan zijn er enkel verliezers te betreuren: zowel patiënt als bedrijf. 

Anderzijds is er het hete hangijzer van winst. Het moge duidelijk zijn dat het voor bedrijven noodzakelijk is om meer geld te verdienen dan strikt noodzakelijk is om het medicijn te produceren – om winst te maken dus. Het is immers hoogst onzeker of investeringen wel renderen en er staat veel op het spel. Soms groeien de bomen tot in de hemel, vaak is het roeien met de riemen die je hebt. Bij multinationals volgen na een tegenvaller ontslagrondes en reorganisaties om alsnog goede cijfers te realiseren. Bij kleinere bedrijven, die vet op de botten en de luxe van risicospreiding ontberen, volgt niet zelden een vijandige overname, sluiting of faillissement. De ophef ontstaat echter alleen bij de hoge bomen, en altijd achteraf, als succes een feit is. Begrijpelijk, maar ook wat makkelijk; risico en waarde zijn in biotech immers omgekeerd evenredig. Als we van te voren zouden weten welk product een doorslaand succes wordt, hoefde succes niet zo vorstelijk beloond te worden om de return on investment van de sector te redden. 

Door al die spanningen over en weer zijn we in een wapenwedloop beland. De betaler werpt steeds meer drempels op om kosten te besparen, waarmee de kans dat een geneesmiddel de patiënt ooit bereikt slinkt en slinkt…, waarop de producent zich gedwongen ziet de prijs te verhogen, waarop meer maatregelen volgen. We zeiden het eerder en we zeggen het weer: oplossingen die daadwerkelijk het gewenste resultaat opleveren, zijn maatregelen die de route van lab naar patiënt versnellen en verbeteren. Dat vergt – naast een systeemtransitie – vertrouwen en respect voor ieders onmisbare rol in succes, inclusief drijfveren en randvoorwaarden. 

Intussen maakt de queeste naar wat al dan niet maatschappelijk, gewetenloos of zelfs illegaal is, de tongen los. Van schreeuwerige chocoladeletters en ingebakken wantrouwen, tot relativering en bespiegeling. De juristen van de Stichting Farma ter Verantwoording stappen voor het antwoord naar de rechter. Al valt te betwijfelen of die stap uitsluitsel geeft – laat staan meer betaalbare gezondheidswinst – we kijken belangstellend uit naar het verdict.  

Ligt geneesmiddelontwikkeling jou na aan het hart? Denk mee over hoe het sneller en beter kan tijdens het Challenge the Status Quo-event op donderdag 16 maart. 

← #nieuws

Investeerders laten kansen liggen in agro-, food- en industriële biotech

, , , ,

Financiering rondkrijgen is complex en duurt lang, als het überhaupt al lukt. Dat is niet anders voor agro-, food- en industriële biotech bedrijven, blijkt uit onderzoek van HollandBIO. Wel heeft medische biotech een duidelijke voorsprong in kennis en schaal. De ontwikkelingen op het gebied van agro-, food- en industriële biotech gaan snel, maar investeerders zien dat nog te weinig. Publieke én private investeerders, hier liggen financieringskansen!

HollandBIO’s Max heeft de afgelopen maanden academisch kwalitatief onderzoek verricht naar het financieringsecosysteem van agro-, food en industriële biotech bedrijven. Hiermee brengen we beter in kaart hoe dit specifieke financieringsecosysteem in elkaar zit en waar ruimte is voor HollandBIO om deze knelpunten weg te nemen. En dat hadden we niet kunnen doen zonder de waardevolle inbreng van bedrijven – bedankt!  

Publieke financiering #duurtlang 

Bedrijven in de agro-, food- en industriële biotech geven aan dat publieke financiering erg complex is en enorm tijdrovend in zowel de aanvraag als de afhandeling. Bovendien leidt het gebrek aan inhoudelijke kennis van de verstrekkers van publieke financiering nogal eens tot onwelkome vertragingen.  

Durfkapitaal durft nog niet genoeg 

Ook op het vlak van private financiering is ruimte voor verbetering. In Nederland worden biotech bedrijven geregeld geconfronteerd met een gebrek aan geld. Er is lang niet altijd voldoende aanbod van beschikbare financiële middelen. Daarnaast zijn Nederlandse investeerders meer risico-avers dan bijvoorbeeld hun Noord-Amerikaanse collega’s en kennen zij bedrijven bovendien een lagere waardering toe, waardoor veel Nederlandse bedrijven in buitenlandse handen vallen of zich zelfs elders vestigen.  

Medische biotech heeft een voorsprong in kennis en schaal 

Verder ontbreekt het Nederlandse investeerders nog te vaak aan kennis van de snelle ontwikkelingen op het gebied van agro-, food- en industriële biotech om hier actief in te investeren. Dit in tegenstelling tot de medische biotech, waar investeerders de risico’s beter lijken te kunnen inschatten. Ook de benodigde schaal van producten zorgt voor financieringsuitdagingen voor agro-, food- en industriële biotech bedrijven. Die moet namelijk groot genoeg zijn om financieel rendabel te zijn, en dat vereist grote, moeilijk op te halen investeringen.    

Doorpraten? Neem contact op! 

HollandBIO gebruikt deze inzichten om het financieringsecosysteem voor biotech bedrijven verder te verbeteren. Mocht je vragen hebben, het onderzoek willen inzien of er graag over willen doorpraten, dan kun je contact opnemen met HollandBIO’s Max. 

← #nieuws

Weg van de ‘one-size-fits-all’ voor geneesmiddelen 

, ,

Met een mooie oproep in het Financieel Dagblad spoort Joba van den Berg van het CDA het kabinet aan om de invoering van een farmacogenetisch paspoort voor alle Nederlanders te onderzoeken. Een dergelijk paspoort kan immers – potentieel – het aantal ernstige bijwerkingen terugdringen én de werking van medicatie verbeteren. Bij HollandBIO moedigen wij dit natuurlijk van harte aan, al plaatsen we ook graag de kanttekening dat het medicijnpaspoort niet de enige innovatie is die hierbij uitkomst biedt. 

Waar de ‘one-size-fits-all’-vlieger voor geneesmiddelen niet opgaat, geldt dit in bredere zin ook voor de testen die we loslaten om genetische informatie los te peuteren. Waar bij het bovengenoemde genetische paspoort twaalf genen in kaart gebracht worden, hebben we in de praktijk maar liefst 20.000 genen die ieder van ons uniek maken. En die 20.000 kunnen we in theorie ook in één keer testen, met Whole Genome Sequencing (WGS). Zo toonde het ‘TANGO-project‘ recent al aan dat met WGS van patiënten met longkanker of melanomen dezelfde mutaties gevonden worden als bij uitgebreide gangbare diagnostiek. 

Testen kunnen we dus steeds efficiënter. Verschillende technologische innovaties volgen elkaar hiertoe tijdens de huidige biorevolutie in rap tempo op. Wel wordt het steeds ingewikkelder om tussen de immer uitdijende hoeveelheid testen nog de juiste te selecteren, en voor die testen om hun plek in het zorglandschap te vinden. Want gaan we voor elke aandoening voor een losse test – en zo ja welke? Of komt er een moment dat breder testen de voorkeur krijgt – en zo ja wanneer?   

Met het tempo waarin we nu makelen en schakelen in Nederland, en gezien de immer groeiende bewijslast waar we naar vragen voor iets eindelijk de markt op mag, zijn de testen en technologieën achterhaald tegen de tijd dat ze eindelijk de praktijk bereiken. Het duurt en duurt, terwijl het patiënten juist aan tijd ontbreekt. Bovendien schreeuwen de uitdagingen in de gezondheidszorg om verandering, waarmee we de grote maatschappelijke en economische waarde die deze testen – en de daaropvolgende passende zorg – kunnen realiseren.

HollandBIO maakt zich hard voor opheldering over, en snellere en betere routes naar, de markt voor innovatieve diagnostiek, zodat we als maatschappij de vruchten kunnen plukken van baanbrekende onderzoeken en de medicatiepaspoorten die daaruit voortkomen.  

← #nieuws

Nieuwe geneesmiddelen bereiken ziekenhuispatiënt steeds moeilijker 

, ,

Hoe graag we ook beter nieuws zouden willen brengen, we zien ook dit jaar dat het nog langer duurt voordat nieuwe middelen vergoed en wel in het ziekenhuis terechtkomen. De toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen in het ziekenhuis staat daarmee verder onder druk. HollandBIO onderzoekt jaarlijks hoe het gesteld is met de toegankelijkheid van nieuwe intramurale geneesmiddelen in Nederland. Net als vorig jaar blijkt dat het vergoedingslandschap complex is en dat deze doorlooptijden over de hele linie bovendien nog meer toenemen.

Het duurt steeds langer voordat ziekenhuispatiënten over de nieuwste geneesmiddelen kunnen beschikken. Over de hele linie is hun wachttijd in vier jaar nagenoeg verdubbeld. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van HollandBIO naar één van de belangrijke stappen tussen markttoelating en vergoeding: het toekennen van een declaratietitel, de zogenoemde add-onprestatie. Slechts 18 geneesmiddelen kregen tussen 2018 en 2022 binnen 100 dagen een declaratietitel toegekend. In 2022 was deze prestatie voor slechts één middel weggelegd. Ook is er een duidelijke opwaartse trend te zien in de doorlooptijd van EMA-registratie tot het moment waarop een add-on werd toegekend. Waar de mediane doorlooptijd in 2018 nog 136 dagen was, telde die in 2022 maar liefst 263 dagen – nagenoeg een verdubbeling dus. Zonder add-onprestatie kunnen zorgverleners geneesmiddelen niet declareren bij de zorgverzekeraar en is er geen toegang voor de patiënt. In theorie kan een zorgverlener het geneesmiddel via een individuele aanvraag declareren bij de zorgverzekeraar. In de praktijk betekent dit echter dat middelen nog niet worden voorgeschreven, omdat voor iedere patiënt apart een aanvraag moet worden ingediend.  

Doorlooptijd neemt toe bij alle soorten geneesmiddelen 

Een diepere blik op de data leert dat doorlooptijden over de hele linie steeds langer worden. Korte doorlooptijden lijken voorbehouden aan middelen die geen sluis-, wees-, voorwaardelijk of versneld “label” hebben, maar ook hier zien we de doorlooptijden oplopen. Waar in eerdere versies van dit onderzoek de mediane doorlooptijd voor deze groep nog onder de 100 dagen viel, is die nu opgelopen tot 134 dagen. De mediane doorlooptijd voor weesgeneesmiddelen, geneesmiddelen die in de sluis hebben gezeten, of die een voorwaardelijke of versnelde marktvergunningsprocedure bij de EMA hebben doorlopen is voor elk van deze groepen langer dan 300 dagen. Dat betekent dat in veel gevallen een jaar na registratie nieuwe intramurale geneesmiddelen nog steeds geen vergoeding hebben in Nederland. Voor ATMP’s is de mediane doorlooptijd zelfs 457 dagen. Hierdoor moeten ziekenhuispatiënten steeds langer wachten op nieuwe geneesmiddelen. 

Het stuwmeer loopt vol 

Wat in dit onderzoek ontbreekt, zijn de geneesmiddelen die nog in het traject richting add-on zitten of waarvoor het niet gelukt is om een add-on toegekend te krijgen. Door lange beoordelingsprocedures en ingewikkelde onderhandelingen kan het lastig zijn om met een geneesmiddel de eindstreep, vergoede toegang voor de patiënt, te halen. Weliswaar zijn er afgelopen jaar 17 nieuwe add-ons toegekend, maar dat aantal kan flink hoger. Zo zitten er op het moment van schrijven bijvoorbeeld nog 27 middelen in de sluis. Voor de eerste helft van 2023 verwacht het Zorginstituut bovendien wederom 11 nieuwe middelen in de sluis te plaatsen. En dit aantal geneesmiddelen waar lang op gewacht wordt, zal met de op handen zijnde aanscherping van de sluiscriteria alleen maar verder stijgen. Daardoor ontstaat er een stuwmeer van geneesmiddelen die op de Europese markt al wel beschikbaar zijn, maar Nederland nog niet vergoedt.  

We zitten in een prisoner’s dilemma: het ligt aan iedereen en aan niemand 

Niemand wordt natuurlijk gelukkig van patiënten die moeten wachten op nieuwe behandelingen. Dat dit vaak (te) lang duurt, daar is men het ook wel over eens. Waar de oorzaak van het probleem ligt, daarover lopen de meningen uiteen. Uit recent wetenschappelijk onderzoek naar het Nederlandse vergoedingslandschap blijkt dat de meeste stakeholders het systeem twee van de vijf punten geven, een dikke onvoldoende dus. Gevraagd naar hun eigen rol in het systeem, gaven de meesten zichzelf een score van vier van de vijf punten. Men is het dus over twee dingen eens: 1) het systeem werkt niet goed en 2) het komt door de ander. Anders gezegd: we zitten vast in een prisoner’s dilemma. Gaat iedereen voor zijn eigen belang? Dan verliest uiteindelijk iedereen. Het werkt ook niet wanneer partijen los van elkaar proberen de puzzel op te lossen. Maar wanneer iedereen samen dezelfde kant op beweegt, wordt het geheel groter dan de som der delen en bouwen we aan een systeem waar toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid hand in hand gaan. Er worden nu wel pilots en initiatieven gestart om nieuwe geneesmiddelen bij de patiënt te krijgen, maar zonder samenhang en een gezamenlijk doel wordt het systeem hier uiteindelijk vooral ingewikkelder van. HollandBIO pleit voor heldere routes en een adaptief ecosysteem waarbij registratie, vergoeding en gebruik naadloos op elkaar aansluiten. Laten we elkaar niet langer gevangenhouden in het huidige systeem, maar open het gesprek aangaan. Bij HollandBIO staat een grote vergadertafel en pot koffie klaar, wie schuift er aan?  

← #nieuws

Niet lullen maar poetsen: Kuipers zet AMR-aanpak hoog op de agenda 

,

“Er wordt veel gepraat over antimicrobiële resistentie (AMR), maar het wordt nu tijd dat er ook actie wordt ondernomen”, deelt Minister Kuipers via LinkedIn. In een begeleidende video kondigt hij aan zich te hebben aangesloten bij de AMR Global Leaders Groupmet als doel om internationale politieke actie tegen AMR te versnellen. Ook in een recent verschenen Kamerbrief had de Minister AMR hoog in het vaandel. Hij kondigde een Nationaal Actieplan aan dat niet alleen focust op het verbeteren van de inzet van antibiotica, maar ook de broodnodige ontwikkeling van nieuwe middelen. Met een stille pandemie in volle gang, en horden aan uitdagingen die biotech-ondernemers ervan weerhouden om nieuwe, levensreddende antibiotica op de markt te brengen, kan HollandBIO deze ontwikkelingen natuurlijk alleen maar toejuichen! 

← #nieuws

Boosheid over preferentiebeleid slechts voorproefje op modernisering GVS

,

Het aanwijzen van een andere insuline als voorkeursmiddel leidt tot boosheid bij artsen en bij diabetespatiënten die hierdoor van medicijn moeten wisselen. De wisseling is bedoeld om medicijnuitgaven te besparen, maar kan juist tot extra zorgkosten leiden, meldt RTL Nieuws, omdat patiënten opnieuw ingeregeld moeten worden met extra controles. Met de voorgenomen modernisering van het GVS maakt HollandBIO zich zorgen dat precies dit soort schrijnende situaties vaker zullen voorkomen. Vanaf januari 2024 zal de bijbetalingsvrije optie in sommige gevallen de voorkeur van artsen en patiënten doorkruisen, waardoor het voorschrijven conform richtlijn vaker onmogelijk zal zijn. Voor HollandBIO is het kristalhelder: dit plan is Geen Verstandige Stap.

← #nieuws

Stel een preventienorm vast ter verdediging van onze gezamenlijke gezondheid

, ,

Twee jaar voordat Poetins oorlog uitbrak, werd onze samenleving ontwricht en vonden tienduizenden Nederlanders de dood. Het was geen Rus, maar een virus dat onze grens binnendrong en stevig huishield. Waar de Oost-Europese oorlog er nu eindelijk toe leidt dat onze krijgsmacht door naleving van de NAVO-norm op orde wordt gebracht, schort het nogal in de bescherming van onze gezamenlijke gezondheid. Wie kijkt naar preventie, ziet onze verdediging veel te vaak slecht uitgerust op het slagveld staan. Net als bij defensie, vraagt preventie om noodzakelijke investeringen vooraf. En die collectieve veiligheid verwaarloost Nederland nog steeds. Daarom moeten we, conform de defensienorm, de verdediging van onze gezamenlijke gezondheid vastleggen in een preventienorm!

Aanstaande donderdag overleggen zorgwoordvoerders in de Tweede Kamer met de minister en staatssecretaris van Volksgezondheid over de verbetering van de medische preventie in Nederland. Sinds de pandemie weten we allemaal hoe belangrijk het is om ons te wapenen tegen de stille opmars van infectieziekten. Toch zijn het zeker niet alleen virussen die onze gezondheid bedreigen. Wetenschappers waarschuwen geregeld tegen de ontluikende antibioticaresistentie, die nu al wereldwijd minstens 700.000 doden per jaar eist. Als we geen nieuwe antibiotica ontwikkelen, kan dat aantal van deze tikkende tijdbom in 2050 oplopen tot 10 miljoen sterfgevallen per jaar. En dan hebben we het nog niet eens over kanker, obesitas, diabetes en andere ziekten die in eerste instantie met leefstijl, maar ook zeker door gerichte inzet van preventieve interventies kunnen terugdringen. Het leed is ongekend en enorm, nog los van alle bijkomende economische schade.

Gelukkig kunnen we door de inzet van de juiste biotechnologische innovaties ons bliksemsnel weren. Vaccins, testen en geneesmiddelen hebben in recordtempo “het nieuwe normaal” van de coronacrisis beëindigd en de maatschappij geopend. Door nieuwe antibiotica, antivirale middelen, vaccins en andere geneesmiddelen te ontwikkelen, kunnen we nog veel meer ziekteleed voorkomen. Toch blijven zelfs de middelen die er zijn vaak nog jaren op de plank liggen: zo duurt het gemiddeld negen jaar voordat de overheid een nieuw vaccin inzet.

Schrijnender gevallen doen zich voor: zelfs als de overheid na decennia van overleg tot de slotsom komt dat een afgebakende risicogroep baat heeft bij vaccinatie, zoals recent in de strijd tegen het rotavirus of gordelroos, dan nog kan een slordige begroting het ziekteleed langer laten voortduren. Telkens peutert de staatssecretaris namelijk pas achteraf het noodzakelijke preventiebudget los. Alsof we met bommenwerpers aan de horizon nog moeten bekijken hoe we de bestelde luchtverdediging betalen, hoe is het mogelijk?

De oorzaak is cynisch: er is simpelweg geen businessmodel om te investeren in preventie. Hoe beter een preventieve maatregel werkt, hoe minder overtuigend of zelfs overdreven die voelt – tegen die paradox weren we ons momenteel onvoldoende. En dat terwijl de werkdruk in de zorg al enorm hoog is. Toch is er voor individuele zorgverzekeraars nul prijsprikkel om vooraf te investeren in preventie, waarvan allerminst zeker is dat zij de baten later zullen terugzien in de vorm van uitgespaarde zorgkosten. Levensreddende innovaties waar bedrijven hard aan werken verdwijnen daarom op de plank, totdat er al veel leed is geschied. We laten ons keer op keer door (infectie)ziekten overvallen en beginnen steevast met blussen nadat deze veenbrand weer flink is opgelaaid.

Door gebrekkig budgetteren voorkomen we nu geen zorg en moeten we later zowel het ziekteleed als de daaruit voortkomende zorgkosten dragen. In tegenstelling tot voorkomen staat er namelijk geen budgettaire rem op genezing. Zo penny wise we de staatssecretaris van Volksgezondheid laten omspringen met ons belastinggeld, zo pound foulish kijken we straks allemaal als premiebetaler terug op die zorgkosten.

Deze catch-22 doorbreken we alleen wanneer we het voorkomen van leed en ziekte op zijn merites waarderen: als collectieve gezondheidswinst. Dat is niet ingewikkeld, gewoon een kwestie van willen. Dus overheid, put your money where your mouth is en pak je maatschappelijke verantwoordelijkheid. Regel dat preventiebudget – of dat nu een percentage van het bbp is of een stabiele afgeleide van het zorgbudget – en verzilver om te beginnen het meest laaghangend fruit. In het interbellum van de coronapandemie en de tikkende tijdbom die antibioticaresistentie heet, moeten we preventie op orde brengen en onze gezamenlijke gezondheid net zo serieus beschermen als andere elementen van onze collectieve veiligheid. Hoog tijd dus om een preventienorm vast te stellen, want zonder verdediging wint de vijand elke dag terrein.

HollandBIO’s inbreng voor Commissiedebat Medische preventie 16 februari

Aanstaande donderdag, 16 februari, vergadert de Tweede Kamer over Medische preventie. HollandBIO heeft inbreng geleverd op zowel het vaccinstelsel als antimicrobiële resistentie.

← #nieuws

Gezondheid op maat neemt de wereld over 

, ,

Een one-size-fits-all-strategie bij het voorschrijven van medicatie is achterhaald. HollandBIO roept dat al langer en nu heeft het LUMC dit wetenschappelijk onderbouwd. Door de dosering van medicatie aan te passen aan de hand van een profiel van twaalf genen, zagen onderzoekers een afname van ernstige bijwerkingen met maar liefst 30% én kan de werking van de medicatie verbeteren. Wat HollandBIO betreft is dit schoolvoorbeeld een voorbode voor een bredere biorevolutie, waarin we door beter te meten iedereen gelijk van een passende behandeling kunnen voorzien. Toch is gezondheid op maat ondanks de bijval uit het LUMC nog geen gelopen race.

Wie betaalt al die miljarden aan extra kosten? 

Natuurlijk zijn we allemaal blij dat patiënten betere behandelingen en minder vaak nare bijwerkingen tegemoet kunnen zien. Alleen, voor wie gaan we dit inzetten? Wanneer? En wie gaat dat betalen? Dat vraagt om meer onderzoek en data. Want met ruim elf miljoen medicijngebruikers in ons land, en een prijskaartje van tussen de 300 en 600 euro voor een DNA-medicatiepas, zou dit de schatkist in het meest gunstige scenario “slechts” € 3,3 miljard kosten.  

Om vervolgens nog te zwijgen over het feit dat dit niet de eerste noch de enige vorm van diagnostiek is die beschikbaar is en komt. Want kijken onderzoekers hier nog maar naar twaalf genen, uiteindelijk hebben we er circa 20.000 die ieder van ons uniek maken. Idealiter zou je van al deze genen willen weten wat hun rol en invloed is op het ontstaan van ziekten en het proces om deze te behandelen of te voorkomen. Dat wordt een duur grapje….  

Tempo en bewijslast worden de bottleneck 

Of toch niet? Technologische innovaties volgen elkaar tijdens de huidige biorevolutie in rap tempo op. Testen kunnen we steeds efficiënter. Wel wordt het steeds ingewikkelder om tussen de immer uitdijende hoeveelheid testen nog de juiste te selecteren, en voor die testen om hun plek in het zorglandschap te vinden. Want gaan we voor elke aandoening voor een losse test – en zo ja welke? Of komt er een moment dat breder testen de voorkeur krijgt – en zo ja wanneer?  

Met het tempo waarin we nu makelen en schakelen in Nederland, en gezien de immer groeiende bewijslast waar we naar vragen voor iets eindelijk de markt op mag, zijn de testen en technologieën achterhaald tegen de tijd dat ze eindelijk de praktijk bereiken. Het duurt en duurt, terwijl het patiënten juist aan tijd ontbreekt. Bovendien schreeuwen de uitdagingen in de gezondheidszorg om verandering, waarmee we de grote maatschappelijke en economische waarde die deze testen – en de daaropvolgende passende zorg – kunnen realiseren. 

HollandBIO maakt zich daarom hard voor opheldering over, en snellere en betere routes naar, de markt voor innovatieve diagnostiek. Zodat we als maatschappij de vruchten kunnen plukken van baanbrekende onderzoeken en de medicatiepaspoorten die daaruit voortkomen. 

← #nieuws

CRISPRende krantenkoppen na CRISPR-rondetafel 

,

Het CRISPR-rondetafelgesprek in de Tweede Kamer van vorige week is niet onopgemerkt gebleven. In FoodAgribusiness staat een uitgebreid en lezenswaardig pleidooi van Hidde Boersma over de landbouw die de techniek omarmt in de strijd tegen klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en voedselonzekerheid en in Radio1-podcast De Dag praten Michelle Habets (Rathenau) en Niels Louwaars (Plantum) nog even na over de Nobelprijswinnende techniek. Ook een aanrader: Science publiceerde een review van mede uitvinder Doudna over successen, beperkingen en de toekomst van CRISPR.

https://debatdirect.tweedekamer.nl/2023-01-31/landbouw-natuur-voedselkwaliteit/troelstrazaal/crispr-cas-17-00/video

https://www.science.org/doi/10.1126/science.add8643

https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/01/HollandBIO-position-paper-rondetafelgesprek-CRISPR-Cas.pdf

https://www.nporadio1.nl/nieuws/binnenland/eb829372-b5f5-40f6-b603-b100fd3921d6/podcast-de-dag-crispr-cas-geknipt-en-ontrafeld

https://www.foodagribusiness.nl/het-wordt-tijd-dat-crisp-cas-in-de-landbouw-omarmd-wordt/

https://iambio.simplecast.com/episodes/breaking-barriers-in-science-featuring-dr-jennifer-doudna-nobel-laureate-and-crispr-pioneer