← #nieuws

Gas geven, niet remmen! EZK & RVO ontmoeten biotech frontrunners bij Genmab

, , ,

Met de biorevolutie in volle gang hebben het Ministerie van Economische Zaken (EZK) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de gelegenheid te baat genomen om de kansen die er liggen voor Nederland tijdens een werkbezoek aan en met biotech koplopers bij Genmab in Utrecht van dichtbij te ervaren en te bediscussiëren.

Biotech innovaties maken mens en planeet gezonder en dragen bij aan ons verdienvermogen. Maar die innovaties naar de markt brengen, is kennis- en kapitaalintensief en de weg naar de markt is bezaaid met obstakels. Dit vraagt om beleid met visie en een slimme uitvoering. Getuige de plaats van biotech in de Nationale Technologie Strategie en de plannen voor een integrale visie op biotechnologie is onze overheid van plan om gas te geven. En van wie kan je beter leren wat er nodig is dan van biotech ondernemers zelf? Tijd voor een werkbezoek, in dit geval bij Genmab in Utrecht.

In gloedvolle betogen zetten Judith Oprins (Vice President, Head of Global Lab Management & Site Lead NL) namens Genmab en maar liefst drie CEO’s, Tim Knotnerus van Agomab Therapeutics, Kristoff Vercruysse van TargED Biopharmaceuticals en Marcel Jacobs van Matisse Pharmaceuticals, uiteen waar zij de uitdagingen en mogelijkheden zien in Nederland.

Tijdens de daaropvolgende discussie onder leiding van hollandbio’s Annemiek met de delegatie van EZK en RVO en de bedrijven zelf, bleek dat er nu ook al veel instrumenten zijn voor biotech in Nederland. Wat bedrijven en wij daarin zien gebeuren, is dat dat de uitvoering helaas niet altijd aansluit bij de praktijk. Dan lijkt het meer op gas geven met de voet op de rem. En zoals we allemaal weten, kom je in dat geval niet uit de startblokken.

De komende tijd zal hollandbio in nauwe samenwerking met EZK, RVO en bedrijven aan de slag gaan om bestaande instrumenten slimmer en beter te laten aansluiten bij de specifieke wensen van de sector en natuurlijk om gezamenlijk te werken aan een integrale visie die ervoor zorgt dat biotech voor iedereen het leven beter maakt.

← #nieuws

Liever lege supermarktschappen dan octrooien 

, ,

Tijdens het recente Tweeminutendebat Biotechnologie nam de Tweede Kamer een drietal moties aan die – al dan niet bewust – flink roet in het eten gooien voor het spoedig benutten van nieuwe technieken voor plantenveredeling (NGTs) in Europa. Met het aannemen van deze moties vraagt de Kamer het kabinet als het gaat om onze voedselproductie net zo hard op het gaspedaal als op de rem te gaan staan. Liever lege supermarktschappen dan octrooien, zo lijkt de gedachte.

De vele toonaangevende plantenveredelaars die Nederland rijk is, staan te trappelen om eindelijk moderne technieken te kunnen benutten om sneller en efficiënter nieuwe gewassen te ontwikkelen die bijdragen aan de wereldwijde voedselvoorziening en verduurzaming van de landbouw. Door buitenproportioneel zware en gedateerde Europese wet- en regelgeving bleven nieuwe genetische precisietools als CRISPR-Cas tot nu toe buiten bereik, terwijl de rest van de wereld wél ruim baan maakt voor innovatieve veredeling. De concurrentiepositie van Europa holt daardoor hard achteruit. Voor een landbouwland als Nederland valt daarmee nogal wat te verliezen.  

Gelukkig is onze overheid zich maar wat bewust van het belang van NGTs voor de toekomst van onze landbouw: Nederland maakt zich al jaren hard voor modernisering van de Europese wetgeving. En met succes. Het Europees Parlement keurde begin februari haar onderhandelingspositie goed rond het NGT-voorstel van de Europese Commissie, een eerste grote stap richting een akkoord op Europees niveau. Een grote overwinning voor wetenschap, voor onze innovatiekracht én voor de duurzaamheidsambities. Hollandbio kijkt reikhalzend uit naar de dag dat de supermarkten vol met gezonde, lekkere en duurzaam geteelde biotech producten liggen.  

Als het aan de Kamer ligt, laat die dag nog jaren op zich wachten. Niet langer omdat we de moderne technieken discrimineren ten opzichte van ouderwetse manieren van veredeling, maar nu omdat de gedachte aan octrooien angst inboezemt. De regels rondom intellectueel eigendom maken géén deel uit van de wetgeving die op dit moment gemoderniseerd wordt om NGTs toegankelijk te maken, maar liggen vast in Europese wetgeving en internationale verdragen. Dat het inbrengen van een discussie over octrooien in een voorstel voor ruimere mogelijkheden voor NGTs alleen maar leidt tot complicaties en jarenlange vertraging, neemt de Tweede Kamer voor lief. Liever lege supermarktschappen dan octrooien, zo lijkt de gedachte. 

Innovatie valt of staat met de mogelijkheid om forse investeringen in risicovol onderzoek en ontwikkeling terug te kunnen verdienen. In de plantenveredeling is dat niet anders. Intellectueel eigendom maakt dat mogelijk: in ruil voor openbaarmaking van je kennis zodat anderen daarop voort kunnen innoveren, kun je bescherming aanvragen op jouw uitvinding, zodat niemand daar zonder jouw toestemming mee aan de haal mag gaan. Zaadveredelaars gebruiken verschillende methoden om hun intellectueel eigendom te beschermen, waarvan kwekersrecht en octrooirecht de belangrijkste zijn.  

Octrooi- en kwekersrecht lijken erg op elkaar, maar hebben elk hun eigen toepassing, mogelijkheden en onmogelijkheden. Soms is het gekozen systeem een kwestie van voorkeur, terwijl sommige uitvindingen alleen te beschermen zijn met het octrooirecht, of juist alleen met het kwekersrecht. Toch staan alleen octrooien in een kwaad daglicht, mede door de decennialange lobby van organisaties die met een slim frame van voedselzekerheid innovatieve technieken buiten de deur wilden houden. Met resultaat, zo blijkt ook nu weer. 

Niemand zal het belang ontkennen van een goede toegankelijkheid van uitgangsmaterialen, noch van de continue ontwikkeling van nieuwe rassen. Dat vergt balans: intellectueel eigendom mag toegankelijkheid niet blokkeren, maar moet wel genoeg bescherming bieden om gedane investeringen terug te verdienen. Dat vindt ook de Europese Commissie, die in reactie op de zorgen toezegde de octrooiverlening op planteneigenschappen scherp te zullen monitoren en indien nodig maatregelen te treffen. Daarvoor zijn diverse mogelijkheden, zoals een internationaal licentieplatform waarmee de veredelingssector al eerder ervaring opdeed.  

Naast de premature timing en de onuitvoerbaarheid van de moties, zoals EZK-minister Adriaansens in haar appreciatie terecht opmerkte, is het uit angst verbieden van octrooien op NGT-planten, als schieten met een kanon op een mug. Een heilloze route, die niet zonder gevolgen zal blijven – zo blijkt ook meteen uit de derde aangenomen motie die de Nederlandse regering opdraagt in de EU tegen het NGT-voorstel te stemmen totdat de resultaten bekend zijn uit onderzoek dat in 2025 of 2026 afgerond is. De grootste nachtmerrie van veredelaars, dat Europa niet meer dan het museum van de plantenveredeling zal zijn, wordt daarmee steeds meer werkelijkheid. Onze veredelaars kunnen voorlopig fluiten naar hun ambitie om concurrerend te blijven. 

← #nieuws

Hollandbio wishes for more budget and larger tickets for Health~Holland’s new SME subsidy

,

In a deep dive on their succesful SME subsidy that first launched in 2023, Health~Holland published an article featuring the application of startup ExCulture, but also the broader wishes from the biotech community to fine tune the instrument in the coming years. Or as hollandbio’s Robbert nicely quoted: “The over-subscribed call shows that there is an apparent need for this type of funding. This makes us think about how this need can be met through a different formula. I hope the SME call will become much larger with larger tickets to fulfill the funding need and really create the funding impact companies are waiting for.” We look forward to discussing possible next steps in close collaboration with Health~Holland to improve (funding) opportunities for SMEs looking to valorize and scale their innovative biotech products.

← #nieuws

Een ode aan de early a(i)dopters 

,

Een revolutie herkennen als je er middenin zit: het blijft lastig. Jezelf eraan aanpassen al helemaal. Toch heb je overal koplopers, of early adopters, zoals ze in de innovatietheorie van Rogers bekend staan. Nu de AI Act is aangenomen door het Europees Parlement, en politieke overeenstemming is bereikt in de onderhandeling over de European Health Data Space brengt hollandbio graag een ode aan de early a(i)dopters, die onze ‘gezondheid op maat’-ambitie weer een stap dichterbij brengen!

Daar waar de doorbraken in de biologie samenvallen met de opkomst van AI en de razendsnel voortschrijdende automatisering en voorziet hollandbio een heuse biorevolutie. Vol enthousiasme zien we daarom dat AI haar meerwaarde op steeds meer vlakken aantoont. Zo maakt AI in de spreekkamer al een opmars en zagen radiologen bijvoorbeeld snel in dat de inzet van artificial intelligence (AI) bij de beoordeling van longfoto’s hen een hoop werk uit handen kan nemen. Ook voor de oogarts blijkt AI nu een uitkomst: zowel bij glaucoom als netvliesaandoeningen stelt AI betere diagnoses en behandelingen. En onze eigen Gezondheidsraad voorspelt inmiddels dat de screening op borstkanker binnen enkele jaren aanzienlijk verbeterd kan worden door de inzet van onder andere AI.  

Ondanks al die ‘intelligentie’ van AI, merkt Henk Marquering, hoogleraar translationele AI, dat te weinig toepassingen ook echt hun weg naar de praktijk vinden. Hij wil AI dichterbij de zorgpraktijk brengen, zo sprak hij in zijn oratie uit. Een nobel streven, vindt hollandbio. Want zelfs als we iets technisch gezien kunnen, en wettelijk gezien mogen, betekent dat niet automatisch dat de praktijk of de maatschappij ermee aan de slag gaan. Iets willen, is onze ervaring, dat blijkt ook een vak apart. Recent nog waarschuwden ethici bijvoorbeeld dat AI de zorg niet perse efficiënter gaat maken, en dat er altijd een menselijke factor aan te pas moet komen. Hoewel daar zeker een kern van waarheid in zit, komen we met enkel een behoudende blik geen stap vooruit. Ter vergelijking: in 1998 zag ook een groot deel van de Nederlandse bevolking de meerwaarde van een mobiele telefoon nog niet (ja, echt, zie hier).  

Juist in de zorg doen we dingen al jaren hetzelfde: van klinisch onderzoek tot de wijze waarop we onze zorg binnen de muren van het ziekenhuis organiseren. Maar wat als we met data en AI juist die lange en kostbare processen nou eens van een opfrisser kunnen voorzien? Zouden we er niet voor kunnen zorgen dat mensen sneller, beter, en meer op maat van gezondheid bediend worden, door de zorg slimmer te organiseren? Hollandbio wil toewerken naar een lerend zorgsysteem en ziet daar met AI veel kansen toe. Of, zoals Charles Darwin sprak: “Het is niet de sterkste soort die overleeft, noch de meest intelligente. Het is degene die zich het beste kan aanpassen.”  

← #nieuws

Biotech financiering onder de loep: Invest-NL

, ,

Vraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financieringsaanbod voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. Na de Regionale Investerings Maatschappijen (ROMs), nu in deel 2 van deze serie: Invest-NL. 

Invest-NL is een groot investeringsfonds dat is opgezet vanuit de Nederlandse overheid. Met een fondsvermogen van €2.5 miljard heeft Invest-NL de ambitie om financierbaar te maken wat niet financierbaar lijkt. Een impactinvesteerder die bovendien inzet op innovatie en verduurzaming en die nog risico’s durft te nemen ook, dat klinkt als een perfecte match met biotech. Maar is dat ook zo? 

Hollandbio dook in het portfolio en de plannen van Invest-NL en zette de cijfers op een rij. Van de 44 directe investeringen, ter waarde van in totaal ~€250 miljoen, investeerde Invest-NL tweemaal in biotech. Van een totaal van 19 debt financieringen (~€168 mln) gingen er drie naar biotechbedrijven. Directe investeringen in specifiek medische biotech zien we helemaal niet – afgezien van één toegekend corona-overbruggingskrediet.  

Naast directe investeringen injecteerde Invest-NL maar liefst ~€420 miljoen in zogeheten fund-to-fund constructies. Samen met het European Investment Fund (EIF) richtte Invest-NL het Dutch Alternative Credit Initiative (€ 50 mln) en het Dutch Future Fund I en II op. Deze laatste twee fondsen vullen op hun beurt diverse private Nederlandse fondsen, waarvan sommige actief zijn in Life Sciences. Zo stopte het Dutch Future Fund I in totaal €40 mln in Life Sciences fondsen. Het is daarbij opmerkelijk dat Invest-NL in ruil voor dat geld geen zeggenschap over de besteding vraagt – ze kopen een stoel in de bus, maar hebben geen handen aan het stuur. De Life Sciences fondsen kunnen daardoor in principe in Life Sciences bedrijven waar dan ook ter wereld investeren, maar gelukkig kozen ze er een aantal keer voor om te investeren in biotech bedrijven van eigen bodem. Voor het Dutch Future Fund II (€150 mln) is biotech expliciet uitgesloten. Waarom is hollandbio, ook na gesprekken met Invest-NL, niet geheel duidelijk.   

Kortom: op papier zijn biotech en Invest-NL een perfecte match, maar in de praktijk valt er nog een wereld te winnen. Juist in de grote transities op het gebied van verduurzaming en gezondheid biedt biotech volop kansen, maar ontbreekt passend en geduldig kapitaal. Invest-NL heeft de potentie om biotech bedrijven in elke fase én over de volle breedte wind mee te geven, en daarmee de aanjager zijn die Nederland zo hard nodig heeft om de excellente kennispositie te verzilveren in bedrijvigheid, producten en diensten met maatschappelijke én economische impact. Invest-NL als hof-financier van de biorevolutie – wij zien het wel zitten!

← #nieuws

Toegankelijkheid van weesgeneesmiddelen in Nederland: het kan beter! 

, ,

Op 29 februari is het internationale Zeldzame Ziektedag: dé dag om stil te staan bij de meer dan zesduizend zeldzame aandoeningen die per ziekte misschien maar weinig patiënten tellen, maar gezamenlijk meer dan 1,2 miljoen personen in Nederland treffen. Voor het leeuwendeel van deze ziektes bestaat nog geen effectief geneesmiddel, en de lage incidentie maakt de toch al complexe route van lab naar patiënt op veel fronten nog uitdagender. Hoewel er dankzij gerichte stimulansen wel steeds meer op de Europese markt komen, verloopt de weg naar nationale vergoeding zeer moeizaam: een zwaar onderbelicht probleem dat wat hollandbio betreft dringend aandacht én oplossingen verdient. Daarom onderzochten we – als eerste stap – hoe het precies met de toegankelijk van weesgeneesmiddelen in Nederland gesteld is.

Weesgeneesmiddelen zijn geneesmiddelen voor ziekten die in minder dan vijf op de tienduizend mensen voorkomen. Hoewel deze ongeveer zesduizend verschillende aandoeningen bij elkaar opgeteld meer dan één miljoen patiënten in Nederland raken, bestaat voor de meesten nog geen effectief geneesmiddel. Gelukkig ontvangt sinds de implementatie van de Verordening Inzake Weesgeneesmiddelen in het jaar 2000 ieder jaar een groter aantal weesgeneesmiddelen een handelsvergunning van de Europese Commissie (EC). Met stimulansen, waaronder een langere marktexclusiviteit, heeft die Verordening het namelijk aantrekkelijker gemaakt om een weesgeneesmiddel te ontwikkelen. Een succesvolle staaltje wetgeving dus, dat de innovatie op dit vlak enorm heeft aangejaagd.  

Om meer zicht te krijgen op de uiteindelijke toegankelijkheid van nieuwe weesgeneesmiddelen, onderzocht hollandbio in hoeverre zij na het verkrijgen van een Europese handelsvergunning, vergoeding ontvangen in Nederland. Deze middelen komen namelijk niet automatisch of direct beschikbaar voor de patiënt. Om voor vergoeding in aanmerking te komen moet eerst worden vastgesteld of een middel ook in de nationale zorgpraktijk bewezen meerwaarde heeft voor patiënten en zijn prijs waard is. Ook hier geldt dat de zeldzame aard van de ziekte het moelijker maakt om dat bewijs met de gewenste zekerheid te leveren dan bij ziektes die vaker voorkomen. Onze bevindingen publiceren we vandaag in onderstaande infographic. 

Ons onderzoek laat zien dat voor 61 procent van de weesgeneesmiddelen die tussen 2001 en 2023 een handelsvergunning ontvingen een vorm van vergoeding bestaat in Nederland. Om dit vast te stellen raadpleegden we openbaar beschikbare data van de EC, EMA, het GVS, Farmatec en medicijnkosten.nl. Over de jaren heen zien we dat steeds meer weesgeneesmiddelen een handelsvergunning ontvangen. Echter hoe dichterbij in de tijd, hoe minder er daarvan, percentueel gezien, worden vergoed. Van de middelen geregistreerd tussen 1 januari 2001 en 31 december 2011 wordt gemiddeld bijvoorbeeld 81% vergoed, en van de middelen geregistreerd tussen 1 januari 2012 en 31 december 2023 gemiddeld slechts 58%. Gelukkig is er wel beterschap. Van 1 januari tot en met 31 december 2023 ontvingen namelijk twaalf nieuwe middelen vergoeding. 

Uit ons onderzoek kwam ook naar voren dat verschillende factoren de kans op het ontvangen van vergoeding lijken te beïnvloeden. Neem bijvoorbeeld het type EMA-registratie. Daarvoor geldt dat middelen met een normale of versnelde marktvergunning vaker worden vergoed dan gemiddeld (76%), en weesgeneesmiddelen met een voorwaardelijke marktvergunning juist minder vaak worden vergoed dan gemiddeld (32-50%). Ook de grootte van het bedrijf dat het middel registreert lijkt invloed te hebben. Middelen geregistreerd door het MKB ontvangen volgens ons onderzoek namelijk veel minder vaak vergoeding dan middelen geregistreerd door grotere ondernemingen (33% tegenover 65%). Daarnaast is in totaal slechts 6% van de weesgeneesmiddelen opgenomen in dit onderzoek geregistreerd door het MKB. Andere onderzochte factoren, zoals of het middel een oncologisch of sluismiddel is of niet, hadden weinig tot geen invloed op de vergoedingskans. 

De nationale vergoeding blijft dus achter op Europese registratie. De meeste weesgeneesmiddelen krijgen uiteindelijk vergoeding, al gaat er wel vaak een paar jaar overheen. En dat is jammer, zeker wanneer er op EMA-niveau juist vol wordt ingezet op versnelling. Wat de vertraging veroorzaakt, maakte geen deel uit van dit onderzoek. Natuurlijk maakt het vaak hoge prijskaartje van weesgeneesmiddelen dat betalers kritisch naar de waarde willen kijken, waardoor de afgelopen jaren diverse complexe en tijdrovende beoordelingsprocessen zijn opgezet. Daarnaast staat mogelijk een suboptimale aansluiting van Europese registratieroutes op nationale procedures en eisen een snelle toegang in de weg, waarbij nationale beoordelingskaders niet ontwikkeld zijn met zeldzame ziekten in het achterhoofd, wat weesgeneesmiddelen benadeelt. Daarbij kan de beschikbare beoordelingscapaciteit een factor zijn, maar ook de keus van de fabrikant om het middel niet of laat te introduceren in Nederland, bijvoorbeeld simpelweg omdat er geen patiënten zijn, of omdat de procedures of betalingsbereidheid minder aantrekkelijk is en daarom de businesscase negatief uitvalt. Bovendien kunnen er ook nog beperkingen ontstaan bij toepassing in de klinische praktijk, bijvoorbeeld omdat er geen behoefte is vanuit de beroepsgroep. 

Hollandbio vindt dat de toegang tot weesgeneesmiddelen in Nederland sneller en beter moet én kan. Want naast dat deze innovatieve therapieën een cruciale rol spelen in de behandeling van zeldzame aandoeningen, fungeren ze met hun vaak gepersonaliseerde aanpak ook als pioniers voor Gezondheid op maat: iedereen de beste behandeling op het juiste moment. Wij geven weesgeneesmiddelen daarom de aandacht die ze verdienen en spannen ons in om het toegangstraject kraakhelder en minder hobbelig te maken, al snappen we ook dat de hordes niet altijd gemakkelijk uit de weg geruimd zijn. Des te meer reden om samen met álle betrokken partijen te zoeken naar oplossingen waarbij gezondheidswinst, toegankelijkheid én betaalbaarheid hand in hand gaan. Denk jij met ons mee? 

Heb jij suggesties of opmerkingen, of wil je met ons meepraten over dit onderwerp? Laat het dan weten aan hollandbio’s Dina.  

← #nieuws

Biotech financiering onder de loep: De ROMs

, ,

Vraag een biotech ondernemer naar zijn of haar grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financieringsaanbod voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. In deel 1 van deze serie: de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs).

In deze eerste editie leggen we ons vergrootglas op de investeringen van de negen Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs) die ons land rijk is. De ROMs hebben als doel groei te versnellen en duurzame economische ontwikkeling en werkgelegenheid op regionaal niveau te bevorderen. Soms hebben ROMs een specifieke focus, maar in algemene zin richten ze zich allemaal op maatschappelijke vraagstukken, zoals gezondheid, duurzaamheid, voeding en digitalisering. Ze bieden ondersteuning aan ondernemers, waaronder begeleiding bij innovatie, internationalisering, en investeringen. En om die investeringen is het ons in het kader van ons onderzoek natuurlijk te doen.

In 2022 deden de ROMs maar liefst 309 investeringen met een totale waarde van €194 miljoen. Met hun vaak vroege fase investeringen verlagen ROMs bovendien de drempel voor co-financiers om ook in te stappen, zodat er financieringsconsortia ontstaan van bijvoorbeeld RVO, Invest-NL en/of private investeringsfondsen. Ook zijn ze doorgaans nauw betrokken bij opvolgende financieringsrondes. ROMs spelen daarmee een belangrijke rol in het financieringslandschap.

Maar dan hollandbio’s hamvraag: hoe vaak zagen de ROMs brood in een biotech bedrijf? Om dit te achterhalen, bestudeerden we publiek beschikbare bronnen, zoals websites en jaarverslagen. We richtten ons enkel op biotechnologiebedrijven. Bedrijven actief in digital health, MedTech en HealthTech namen we niet mee.

Ons bureauonderzoek laat zien dat er dusdanig grote verschillen bestaan tussen de negen ROMs, dat het onmogelijk is om een goede vergelijking te maken, laat staan om ze te ‘ranken’ op basis van hun investeringsbereidheid in biotech. Sommige organisaties bestaan al decennia, terwijl andere net opgericht zijn. Ook zijn er grote verschillen in de omvang van de organisaties en de hoeveelheid geld die zij beschikbaar hebben. Ook ontbreekt thematische samenhang, doordat elke ROM zelf zijn eigen focusgebieden kan kiezen en definiëren.

Hoewel vergelijken ondoenlijk bleek, konden we wel inventariseren wat elke ROM voor biotech ondernemers in hun regio doet, en hoe zich dat verhoudt tot de biotech activiteit in de betreffende regio. De resultaten zijn weergegeven in onze finfographic. Opvallend is dat ROMs in regio’s met veel biotech bedrijven niet perse meer biotech bedrijven in hun investeringsportfolio hebben. Zo heeft bijvoorbeeld ROM InWest ondanks florerende clusters rondom het Amsterdam UMC geen biotech in het portfolio. InnovationQuarter heeft 13 keer geld gestoken in biotech bedrijven. Dat lijkt misschien heel wat, maar als thuisbasis van de grote clusters in Leiden en Delft, maar ook de opkomende activiteit in Rotterdam, hadden wij meer verwacht.

Ons onderzoek versterkt onze stelling dat er voor ROMs nog volop ruimte en mogelijkheden zijn om biotech vaker regionaal de wind in de zeilen te geven. Als ze eenmaal toehappen, zijn de ROMs erg succesvol in het helpen van hun portfolio bedrijven en daarmee van grote waarde voor bedrijven. Dat smaakt als het aan hollandbio ligt naar meer. Dus hup, laten we de handen ineen slaan om die biorevolutie te verzilveren!

← #nieuws

Europees Parlement wil ook in Europa de vruchten plukken van CRISPR

, ,

Een historisch moment: het Europees Parlement stemde vorige week voor een aangepaste versie van het voorstel rond Nieuwe Genomische Technieken (NGTs), waarmee de EU het mogelijk maakt om met hulp van moderne technieken als CRISPR gewassen te ontwikkelen voor de Europese markt. In haar nu officiële positie roept het Parlement ook op tot een NGT voorstel voor micro-organismen en andere sectoren die buiten de scope van dit wetsvoorstel vallen. Hollandbio is erg blij met dit groene licht voor innovatie en duurzame landbouw. Maar daarmee we zijn er nog niet.

Het Parlement wil, net als de Europese Commissie, NGT planten die ook met conventionele veredeling verkregen hadden kunnen worden (NGT-1 planten), vrijstellen van de oude, onmogelijke ggo route naar de Europese markt. De gelijkwaardigheid wordt getoetst aan de hand van een aantal criteria tijdens een overzichtelijke verificatieprocedure. Geverifieerde NGT-1 planten mogen met een aantal verplichtingen rondom labeling de Europese markt op. Voor NGT planten die buiten deze criteria vallen (NGT-2 planten) blijft een uitgebreide, complexe toelatingsprocedure gelden.

Om tot nieuwe Europese wetgeving te komen, moeten de Europese Commissie, Parlement en Raad het eens worden over het wetvoorstel van de Commissie. Zowel de Commissie als het Parlement hebben nu hun positie ingenomen. Voordat de onderhandelingen kunnen beginnen moet ook de Europese Raad nog een gekwalificeerde meerderheid zien te bereiken over een gezamenlijke onderhandelingspositie. De compromistekst waarmee tijdens een vergadering van de EU-landbouwattachés (COREPER) vorige week een nieuwe poging werd gedaan, is helaas opnieuw mislukt.

Meer info

Persbericht Europees parlement

Alle aangenomen amendementen door het EP

Het voorstel van de Europese Commissie

← #nieuws

Life sciences mkb-call overspoeld met aanvragen  

,

Health~Holland opende dit jaar voor de tweede keer hun nieuwe mkb-subsidie voor life sciences bedrijven en onderzoeksorganisaties. Al binnen 24 uur was de beschikbare €5 miljoen aan subsidie volledig overvraagd. In 2023 was de call met een beschikbaar budget van €6,6 miljoen en maar liefst 83 privaat-publieke projectaanvragen ook al populair. Hollandbio is blij dat Health~Holland een deel van hun budget aanwendt voor valorisatie met het mkb in de lead en daarmee met subsidies bijdraagt aan de doorontwikkeling van life science innovaties richting de maatschappij. Tegelijkertijd onderschrijven beide overvragingen dat de vraag naar goed passende financiering vanuit biotech ondernemers, het aanbod nog steeds overstijgen – een mooie liefdesoproep die wellicht met een financiële liefdespijl vanuit cupido beantwoord kan worden?  

← #nieuws

Belangrijke stap voorwaarts in ontwikkeling van gecultiveerd vlees en vis

,

Het heeft even geduurd, maar geduld wordt uiteindelijk beloond: de commissie met experts die aanvragen voor proeverijen van gecultiveerd vlees of vis gaat beoordelen en goedkeuren, is afgelopen week officieel begonnen vanuit de Cellulaire Agricultuur Nederland Stichting (CANS) en heeft meteen een eerste dossier binnengekregen.  De onafhankelijke commissie bestaat uit een toxicoloog-microbioloog, arts en een ethisch deskundige. Zij zullen verzoeken van bedrijven voor het houden van proeverijen van gecultiveerde vlees en vis beoordelen. Meatable heeft haar dossier al ingediend, en ook Mosa Meat heeft aangegeven dit binnenkort te willen doen.

Nederland is het eerste land in de Europese Unie met een framework voor dit soort proefsessies voorafgaand aan de Europese Novel Foods procedure. Hollandbio is blij dat de Nederlandse overheid hier ruimte voor heeft gemaakt en kan niet wachten op de start van de eerste proeverijen!   

https://meatable.com/nederlandse-kweekvlees-en-visproducenten-bereiden-zich-voor-op-eerste-wettelijk-toegestane-proeverijen-in-nederland/

https://www.rtlnieuws.nl/video/uitzendingen/video/2db824cb-f414-490a-bc7a-cbaca01208e9/rtl-nieuws-0715-uur

https://npo.nl/start/serie/eenvandaag/seizoen-11/eenvandaag_5087/afspelen