← #nieuws

Waarom extra publieke middelen voor R&D een goed idee zijn

,

Extra publieke financiering is nodig om de achterblijvende investeringen in R&D in te halen, zo betoogt Marcel de Heide economenvakblad ESB. Nederland haalt de 3%-BBP-norm aan R&D-uitgaven niet, en daardoor dreigen we achterop te raken in de wedloop voor een concurrerende economie – zowel nu als in de toekomst. Een extra stap van de overheid kan een oplossing bieden. Maar wat zijn de opties en de beoogde effecten hiervan?

Econoom Marcel de Heide neemt in het artikel een diepgaande kijk op de kwestie en probeert een veelvoorkomende angst weg te nemen. Hij legt uit waarom het publiek financieren van privaat onderzoek altijd meer geld kost dan strikt gezien nodig is om de investering uit te lokken. De angst voor een te grote innovatiepremie (crowding-out) is echter onterecht, gezien het positieve effect van deze investeringen.

De relevante vraag is namelijk: wat is de totale impact op de economie en de maatschappij van de additionele innovatie? Het probleemoplossend vermogen van bedrijven is cruciaal voor het creëren van nieuwe of vernieuwde producten en diensten die waarde genereren voor de samenleving. De innovatiepremie die ontstaat bij publieke financiering is noodzakelijk om de groep innoverende bedrijven te vergroten; het doel heiligt het middel.

Publieke financiering van private R&D is effectief

De stelling dat publieke financiering van private R&D effectief is, volgt na een uitgebreide analyse. Deze analyse is gebaseerd op het idee dat bedrijven de verwachte kosten, de mogelijke kans op falen en de potentiële impact op winst afwegen voordat zij investeren in R&D. Met een publieke investering kan de overheid deze factoren beïnvloeden, zodat de uitkomst positiever is en een bedrijf dus eerder of meer zal investeren.

Onduidelijkheid over de effecten omvang en voorwaarden publieke financiering voor bedrijven

De innovatiepremie ontstaat doordat publiek geld een deel van het private geld verdringt (crowding-out). Een belangrijke vraag die onbelicht blijft, is waarom deze verdringing plaatsvindt. Welke factor wordt door bedrijven teruggedraaid na de toevoeging van publieke middelen? Verwachten ze dat de kosten omhoog gaan, bijvoorbeeld doordat onderzoek langer duurt? Stijgt de kans op falen? Verminderen betalingsverplichtingen de investeerbaarheid in latere fasen? Of wordt de winstverwachting naar beneden bijgesteld omdat kennis moet worden gedeeld in publiek-private samenwerkingen? Het omgekeerde kan daarmee ook waar zijn voor de rol van publieke financiering: de omvang en de voorwaarden die aan publieke middelen hangen, kunnen óók invloed hebben op de effectiviteit van publieke financiering en het uitlokken van private R&D-investeringen.

Rol publieke financiering als vliegwiel andermaal aangetoond, tijd voor actie!

Wat hoe dan ook als een paal boven water staat, is dat publieke financiering bedrijven kan stimuleren tot R&D-investeringen door hun kosten te verlagen, hun risico’s te verminderen en hun winstpotentieel te vergroten. Dit resulteert in een bredere basis van innoverende bedrijven en een grotere totale impact op de economie en maatschappij. De innovatiepremie die hiervoor betaald moet worden, wordt gedeeld door beide partijen. Tijd om daar snel mee aan de slag te gaan!

← #nieuws

Tweede Kamer aan tafel met biotechbedrijven over agrarische innovaties 

,

Welke innovaties in de landbouw zijn er allemaal en welke mogelijkheden hebben we om die succesvol in de praktijk te brengen? Dat was het onderwerp van een goedbezocht rondetafelgesprek afgelopen donderdag in de LNV-commissie van de Tweede Kamer. Onze suggesties in aanloop voor plekken voor bedrijven met duurzame innovaties vielen in goede aarde, want er zaten meerdere hollandbio-leden aan tafel. En dat is goed nieuws, want zo maken we het voor politiek Den Haag inzichtelijk hoe biotech het leven beter maakt. Bijvoorbeeld door grasraffinage (Grassa), eiwitten uit enkel elektriciteit, water en lucht (Farmless) en het onlangs geproefde kweekworstje van Meatable.

Het rondetafelgesprek is hier terug te kijken en werd opgedeeld in drie blokken: 1) Innovaties in het meten van landbouwemissies, 2) Innovaties in de veehouderij, en 3) Voedselinnovaties.  

Grassa’s grasraffinage 

Grassa legde tijdens het tweede blok (innovaties in de veehouderij) hun innovatie via grasraffinage uit en dat zij zich eigenlijk meer op hun plek voelen in het derde blok met voedselinnovaties. Grassa maakt namelijk plantaardig eiwit uit gras voor mens en dier, en ontsloten gras voor koeien die minder stikstof uitstoten. Dat sluit goed aan bij de Europese ambities. Gras is namelijk een vergeten voedselbron die duurzaam en lokaal benut kan worden en die de melkveehouderij kan helpen met de transitie. Toch loopt Grassa tegen belemmeringen aan in Nederland. Zo merken ze dat er in andere landen meer interesse en steun is voor grasraffinage en dat er in Nederland veel papierwerk en subsidies nodig zijn om het concept uit te rollen. Meer over Grassa lees je in hun position paper. 

Farmless brouwt eiwitten uit enkel elektriciteit, water en lucht 

Als eerst aan bod bij het blokje voedselinnovaties sprak Farmless over hun startup waarmee zij eiwitten brouwen en bezig zijn een pilotbrouwerij te bouwen in Amsterdam. Deze eiwitten worden gebrouwen uit enkel elektriciteit, water en lucht. Hiervoor is dus geen landbouwgrond, pesticiden en antibiotica nodig. Helaas is het nog niet toegestaan om te proeven, zoals inmiddels bij gecultiveerd vlees en vis wel het geval is, en kan de Europese EFSA-procedure voor toelating een stuk beter gestroomlijnd worden. Tot slot gaf Farmless aan dat het financieren van de eerste fabrieken van belang is om deze innovatie het hoognodige zetje te geven. De hele position paper van Farmless lees je hier. 

Meatable’s proeverij smaakt naar meer 

In hetzelfde blokje ging Meatable in hoe zij het huidige productschap willen aanvullen met gecultiveerd vlees, in de volksmond ook wel kweekvlees genoemd. Met deze voedselinnovatie kan de impact op het klimaat en biodiversiteit verminderd worden, met minder land- en watergebruik, dierziekten, dierenleed en (slacht)afval. De grootste uitdaging is momenteel het vinden en opleiden van geschikt personeel, de consumentenacceptatie en het verder opschalen van het productieproces. Daarom dat het bedrijf graag een proeverij wilde organiseren, om te weten of ze qua productsmaak op de goede weg zitten, alvorens het Europese EFSA-dossier in te dienen waarmee het zogeheten novel food toegelaten wordt. En die proeverij, die smaakte naar meer! Lees hier de position paper van Meatable.  

Rondetafelgesprekken helpen Tweede Kamerleden met hun politieke werk 

Hollandbio is de Kamerleden erkentelijk voor de tijd en moeite die ze in dit onderwerp steken. We zien dat, net als bij werkbezoeken, deze bijeenkomsten helpen om een beter beeld te schetsen van waar deze producten tegen aanlopen op hun weg om de wereld te voorzien van een duurzame en klimaatvriendelijkere producten. Bijvoorbeeld doordat Kamerleden uit de eerste hand horen dat de Europese EFSA-toelatingsautoriteit veel te weinig ambtenaren heeft, met een traag en ouderwets proces werkt en te maken heeft met sceptische lidstaten. Zo kunnen we helpen om vanuit Nederland meer politieke druk zetten om Europa verder te verduurzamen. Want één ding werd duidelijk: Nederlandse biotechbedrijven zijn hard op weg om de wereld beter te maken.  

← #nieuws

Getrapte beleidswijzigingen medicinale cannabis in aantocht 

,

Demissionair VWS-minister Dijkstra heeft in een Kamerbrief de langverwachte beleidswijzigingen voor medicinale cannabis bekendgemaakt. De verruiming van de mogelijkheden tot verhandeling van medicinale cannabis zal in stappen worden doorgevoerd. Het is goed dat er eindelijk meer duidelijkheid is. Hollandbio heeft meermaals haar teleurstelling uitgesproken over de opeenvolgende vertragingen en heeft ook aangedrongen op de stakeholderbijeenkomst en online consultatie die er nu gelukkig gaan komen.

De eerste beleidswijziging volgt uiterlijk 1 september. Er komt op dat moment meer ruimte voor de verhandeling van preparaten van cannabis, de verhandeling van cannabis voor wetenschappelijk onderzoek, en de incidentele verhandeling van medicinale cannabis in algemene zin.  

Streven naar verdere verruiming eind 2024 

De overheid streeft naar een verdere verruiming voor het einde van het jaar, in het laatste kwartaal 2024 volgt mede daarover een nieuwe Kamerbrief. Het streven is de structurele verhandeling van medicinale cannabis, met tussenkomst van het Bureau Medicinale Cannabis (BMC), mogelijk te maken, zonder beperkingen wat betreft volume en frequentie van verhandelingen. De enige uitzondering hierop is de levering van cannabis flos aan apotheken en groothandels die aan apotheken leveren. Dit zal voorbehouden blijven aan het BMC, die hiervoor partijen heeft gecontracteerd.” 

Laatste beleidswijziging per januari 2026 

De zorgminister neemt zich voor om per januari 2026 de laatste beleidswijziging door te voeren, waarmee het BMC anders wordt ingericht en ‘de gesloten keten’, zoals deze nu bestaat voor de toelevering van medicinale cannabis aan apotheken in binnen- en buitenland, wordt herzien. Het BMC blijft hierbij wel de eerder beschreven administratieve en controlerende rol vervullen. Welke kaders en voorwaarden er onder deze nieuwe beleidsregel moeten worden meegegeven, onder andere om levering van medicinale cannabis aan apotheken te blijven borgen, zal de minister volgens de huidige planning voor januari 2025 hebben uitgewerkt. Daarmee is de verwachting om ruim op tijd helderheid te verschaffen aan apotheken, telers en andere belanghebbenden over hoe en via welke weg zij medicinale cannabis kunnen verkrijgen en afzetten.  

Wijziging van de Opiumwet duurt tenminste twee jaar 

Na de laatste beleidswijziging volgt de wijziging van de Opiumwet om te komen tot een verkleining van de wettelijke rol van BMC. Hierbij gaat het primair om het herzien van het alleenrecht van het BMC om cannabis te importeren, exporteren, verkopen, af te leveren en aanwezig te hebben. Doorvoeren van de wetswijziging zal enige tijd duren, “naar verwachting tenminste twee jaar, tot ten minste eind 2026”. 

Deze zomer stakeholderbijeenkomst en consultatie 

Het ministerie van VWS organiseert deze zomer ook een stakeholderbijeenkomst over de beleidsplannen, en een online consultatie. VWS communiceert direct met brancheverenigingen over ontwikkelingen met betrekking tot beleid, zo ook met hollandbio. Relevante belanghebbenden mogen zich altijd bij ons melden, dat kan bij hollandbio’s Casper en Timen.

← #nieuws

Terugblik Kamerdebat geneesmiddelen: tekorten voeren boventoon, ook aandacht voor toegankelijkheid en weesgeneesmiddelen 

,

Afgelopen 30 mei debatteerden de Kamerleden van de VWS-commissie en minister Dijkstra voor Medische Zorg over het Hulp- en Geneesmiddelenbeleid in Nederland. Voorafgaand aan dit debat liet de Kamer zich middels een hoorzitting en een ronde tafel bijpraten over geneesmiddelprijzen, productie en ontwikkeling. Bij hollandbio zagen we de bui al hangen: in aanloop naar het debat pleitten wij daarom voor de hoognodige transitie naar gezondheid op maat en vroegen we aandacht voor de vastlopende toegankelijkheid van geneesmiddelen en weesgeneesmiddelen in het bijzonder.

Verminderen van tekorten 

Het was de laatste tijd veel in het nieuws, en ook in het debat voerden de aanhoudende geneesmiddelentekorten de boventoon. De Kamer voelt er veel voor om te sleutelen aan het preferentiebeleid, waarop de minister toezegde om hierin aanpassingen aan te proberen te brengen. Maandag 10 juni verstuurde de minister een Kamerbrief met een tijdspad voor de verbetering van het preferentiebeleid. Hierin geeft ze aan de G-standaard sneller bij te willen werken bij dreigende tekorten, aanvullende afspraken te willen maken met zorgverzekeraars en specifieke geneesmiddelen (deels) uit te sluiten uit het preferentiebeleid om beschikbaarheid te waarborgen. 

Toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen verbeteren 

In aanloop naar het debat vroeg hollandbio de aandacht van de Tweede Kamer voor de vastlopende toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen, met bijzondere aandacht voor weesgeneesmiddelen en het aanjagen van de transitie naar gezondheid op maat. En met succes! Een aantal Kamerleden stelde vragen aan minister Dijkstra over hoe zij kan zorgen dat nieuwe geneesmiddelen snel beschikbaar komen voor patiënten. Zo vroeg Julian Bushoff van de PvdA bijvoorbeeld om meer voorwaardelijke toelatingsconstructies, waarbij middelen tegen een lagere prijs sneller toegang zouden kunnen krijgen tot de markt, zodat we vervolgens in de praktijk kunnen bepalen hoe en voor wie een middel en beste werkt. Judith Tielen (VVD) benadrukte de waarde van geneesmiddelen in de gezondheidszorg en vroeg de minister hoe zij het ecosysteem voor innovatie en geneesmiddelenontwikkeling wil ondersteunen.  

Europees onderzoekfonds voor ontwikkeling weesgeneesmiddelen 

Naast hollandbio vroeg ook Wieke Paulusma van D66 aandacht voor weesgeneesmiddelen. Zij  bood namens ruim 90 patiënten- en zorgorganisaties een manifest aan op dit dossier. Specifiek roepen zij en andere ondertekenaars de minister op om een Europees onderzoekfonds voor de ontwikkeling van weesgeneesmiddelen op te richten, zich te committeren aan de ambitie van de European Health Data Space om de uitwisseling van gezondheidsdata te bevorderen en te komen tot een nationale en Europese strategie voor zeldzame aandoeningen. Een boodschap die hollandbio natuurlijk van harte onderschrijft. 

Patiënt gebaat bij samenwerken met bedrijven 

Tijdens het debat gaf minister Dijkstra aan dat ze het onderhandelen over geneesmiddelenprijzen een van de moeilijkste onderdelen van haar portefeuille vindt. Om de toegankelijkheid te versnellen wil ze inzetten op het eerder betrekken van beroepsgroepen, verder faciliteren van onderzoek over gepast gebruik en cyclisch pakketbeheer door het Zorginstituut. Ook onderkende de minister de essentiële rol van bedrijven voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen, om haar te citeren: “Er is wat mij betreft altijd maar één onderwerp dat voor in mijn hoofd zit en dat is de patiënt. Daar gaat het om. Als we de industrie wegjagen, heeft de patiënt daar niets aan”. Ook hollandbio wil een gezondheidszorgsysteem waarin de patiënt op één staat, en de biotechsector bulkt van de innovaties die hieraan bij kunnen dragen. Toch wordt er nog wel vaak over in plaats van met bedrijven gepraat, waardoor we niet de stappen zetten die we kunnen. Wie pakt de handschoen op om samen met ons te werken aan gezondheid op maat? 

Terugkijken? 

Mocht je het hele debat terug willen kijken, dat kan je dat hier doen. Via deze link kan je het conceptverslag vinden. 

← #nieuws

Nationaal actieplan AMR: niks nieuws onder de zon

,

Afgelopen week lanceerde de ministeries van VWS, LNV en IenW het langverwachte Nationaal Actieplan Antimicrobiële Resistentie (AMR). In aanloop naar de publicatie vroegen zowel hollandbio als individuele ondernemers die oplossingen tegen AMR ontwikkelen meermaals aandacht voor het schrijnende marktfalen dat succes in de weg staat. Maar helaas bevat het plan niets nieuws. En dat is in dit geval, in tegenstelling tot het spreekwoord, slecht nieuws. Aan visie en urgentie schort het niet, maar de concrete acties en broodnodige (financiële) middelen die minister Kuijpers vorig jaar nog beloofde blijven uit. Wanneer gaan we nu eens poetsen in plaats van praten?

AMR is een groeiende gezondheidscrisis die we alleen het hoofd kunnen bieden als we de paradox doorbreken rond de ontwikkeling en het beschikbaar krijgen en houden van nieuwe antimicrobiële middelen. Hoewel deze beleidsambitie wel wordt uitgesproken, is ons na het lezen van dit plan nog steeds niet duidelijk welke concrete acties we als Nederland gaan ondernemen om dit schrijnende probleem op te lossen. We zetten AMR hoog op de internationale politieke agenda en kijken met interesse naar concrete push- en pullstimulansen die al meermaals in debatten zijn aangehaald, zoals bijvoorbeeld de maatregelen waar Zweden en het Verenigd Koninkrijk al jarenlang mee experimenteren. Maar welke acties gaat Nederland nu echt uitzetten om het gesignaleerde marktfalen te doorbreken? Waar gaan we ons concreet hard voor maken, om de beoogde doelen voor 2030 te bereiken?

Wat ons betreft mist een concretiseringsstap die de door de ministeries opgetekende visie omzet in een actieplan met daadwerkelijke impact. Waar blijven de concrete en cruciale maatregelen en stimulansen die er binnen afzienbare tijd voor kunnen zorgen dat genoeg innovatieve diagnostiek en geneesmiddelen klaarliggen als er nood aan de man is? Of, zoals de Access to Medicines Foundation zich in haar nieuwste rapport pijnlijk genoeg afvraagt: “What can be done with what little there is?” Onze ondernemers staan te popelen om hun ideeën naar de markt te brengen, maar vragen steun van de overheid om het huidige marktfalen te bestrijden. Hollandbio blijft daarom aandacht blijven vragen voor dit schrijnende probleem. Wat ons betreft is de tijd van langer blijven wachten voorbij en gaat Nederland op nationaal en Europees niveau alles op alles zetten voor het optimaal benutten van biotech tegen bacteriën!

← #nieuws

Opinie: Gezondheid is steeds minder waard

, ,

Je gezondheid wordt steeds minder waard. In weerwil van stijgende uitgaven aan zorg, heeft de overheid steeds minder geld over voor een gezond levensjaar. Dat bedrag staat namelijk al sinds 2006 op hetzelfde peil, terwijl de inflatie sindsdien bijna 50 procent bedraagt. Onze gezondheid is dan ook hard toe aan een inflatiecorrectie.

In 2006 onderzocht de Raad voor Volksgezondheid en Zorg zich wat we bereid zijn te betalen voor een extra levensjaar in goede gezondheid, bijvoorbeeld gewonnen door een nieuwe behandeling zoals een geneesmiddel. Afhankelijk van hoe ernstig ziek je was, publiceerde de Raad een betalingsbereidheid van €20.000, €50.000 of €80.000. Voor het genezen van kanker hebben we bijvoorbeeld meer over dan voor het verminderen van astma, of het voorkomen van ziekte.

Terug naar 2024. Sinds 2006 zijn door inflatie alle prijzen flink gestegen, met bijna 50%. Zo verdienen verpleegkundigen die in het ziekenhuis werken, in 2024 bijna 50% meer dan in 2006. Gek genoeg groeide de waardering van onze gezondheid niet met de inflatie mee. Was dit wel zo geweest, dan hadden we nu €30.000, €75.000 of €120.000 over voor elk extra jaar in goede gezondheid. Kortom: onze gezondheid wordt jaar op jaar steeds minder waard.

Ondanks die kleinere betalingsbereidheid, introduceren bedrijven steeds meer nieuwe geneesmiddelen tegen steeds meer ziektes, voor steeds meer patiënten. De gemiddelde uitgaven per patiënt aan geneesmiddelen bleven de afgelopen jaren nagenoeg gelijk. Ondertussen stijgen andere zorgkosten wel door, waardoor we nu in verhouding tot het totaal aan zorguitgaven minder aan medicijnen uitgeven dan in 2006. Daarmee leveren geneesmiddelenontwikkelaars elk jaar meer gezondheid per bestede euro. Een prestatie van jewelste! Toch staan de kranten vooral bol van de problemen: vastlopende onderhandelingen, vertragingen en volop verwijten over en weer. Nederlandse patiënten zijn de dupe.

De bedragen die de Raad in 2006 op een rij zette, spelen een belangrijke rol bij de keuze of de zorgverzekering een nieuw geneesmiddel vergoedt. De vastlopende toegankelijkheid van geneesmiddelen roept de vraag op waarom we de waarde van een gewonnen levensjaar niet óók zouden koppelen aan inflatie, net zoals boodschappen, huren en salarissen. In aanloop naar een nieuw kabinet buigen diverse werkgroepen zich over een mogelijke herziening van de bedragen uit 2006. Maar in plaats van de broodnodige bijstelling naar boven, lijkt de overheid zich voor te bereiden op verlaging van de waarde die we aan gezondheid toekennen, in een poging de stijgende uitgaven aan de zorg te beperken.

Ondanks alle ambities van onze overheid op het vlak van preventie en zorg, blijkt onze gezondheid in de praktijk steeds minder waard. Met een ongekend zorginfarct in het vooruitzicht moeten we niet beknibbelen op, maar juist fors investeren in de gezondheid van onze vergrijzende bevolking. Innovatie, of het nu gaat om geneesmiddelen, vaccins of betere diagnostiek, is daarbij onmisbaar om steeds meer burgers gezond te houden of beter te maken. Een fikse inflatiecorrectie op het bedrag dat we als maatschappij bereid zijn te betalen voor een gewonnen levensjaar in goede gezondheid, is daarbij een eerlijke en logische stap.

← #nieuws

Hoofdlijnen uit de formatie voor biotech

, , , ,

Onder het motto ‘Hoop, lef en trots’ presenteerden de PVV, VVD, NSC en BBB afgelopen week hun hoofdlijnenakkoord voor 2024 tot en met 2028. Waar een dergelijk akkoord normaal gesproken zo goed als het eindpunt is van een formatie, staan de partijen de komende weken nog voor een flinke opgave met de zoektocht naar een minister-president en andere bewindspersonen voor een nieuw kabinet. In de tussentijd maakt hollandbio vast de stand op, want wat zijn de hoofdlijnen voor de biotech sector in het akkoord en de financiële bijlage, en hoe verhouden die zich tot het Biotech Verkiezingsmanifest?

Als het gaat om de gezondheidszorg en onderwerpen die relevant zijn voor de medische biotech, valt op dat geneesmiddelen alleen specifiek aan bod komen in het kader van het aanhouden van voorraden van essentiële zaken. Rond preventie komt het kabinet met een nieuwe, samenhangende aanpak voor beleid op vaccins, in het bijzonder ook voor de bescherming van kinderen, en wil zij preventie meer centraal stellen voor gezondheidsverbetering, het verkleinen van gezondheidsverschillen en het beheersen van de zorgvraag.

Kijkend naar innovaties uit biotech die een bijdrage leveren aan een milieuvriendelijker Nederland, valt op dat het hoofdlijnenakkoord vooral veel aandacht heeft voor de traditionele landbouw, visserij en veeteelt. Ze trekt het stifkstofbeleid in en hoewel de klimaatdoelen overeind blijven, bezuinigen de formerende partijen flink op het Klimaatfonds. Er is geen aandacht voor specifieke biotech innovaties rond plantenveredeling, biobased materialen of innovatieve eiwitbronnen.

Rond het innovatieklimaat zijn in het hoofdlijnenakkoord vooral algemene besluiten terug te lezen en weinig tot geen verwijzingen naar specifieke technologieën of sectoren. Zo annuleren de partijen ronde 4 en 5 uit het Nationaal Groeifonds, terwijl zij wel € 1 miljard extra geven aan Invest-NL. Op arbeidsmigratie zijn harde woorden te lezen, maar onduidelijk blijft wat dit betekent voor kenniswerkers. Wel willen de partijen prioriteit geven aan talent, kenniseconomie, innovatie en (digitale) infrastructuur om te zorgen dat Nederland behoort tot de top vijf van landen met een goede concurrentiepositie. Verder rept het hoofdlijnenakkoord dat we af moeten van knellende regelgeving en dat Nederland geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid zet en waar mogelijk bestaande koppen schrapt.

In de komende tijd houdt hollandbio de ontwikkelingen rond de invulling van een nieuw kabinet scherp in de gaten, waarbij we blijven inzetten op een stevige rol voor de Nederlandse biotech in het bijdragen aan maatschappelijke en economische vooruitgang.

← #nieuws

Of je (kweek)worst lust

, ,

Afgelopen week was het zover: Nederland had de primeur met de allereerste proeverij van gecultiveerd vlees in de Europese Unie. In het bijzijn van nationale en internationale pers, zette een panel van fijnproevers hun tanden in Meatable’s worstje. En dan de hamvraag: hoe smaakten die worstjes dan? Nou gewoon, als worst. Ira van Eelen, een van de gelukkige proevers, deelde haar ervaring aan tafel bij Beau en de NOS, en de NRC (achter betaalmuur) wijdde een uitgebreid artikel aan dit duurzame, slachtvrije en smaakvolle worstje. Het is opmaat naar hopelijk veel meer proeverijen met gecultiveerd vlees. 

← #nieuws

Biotech financiering onder de loep: WBSO

, ,

Vraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financiële middelen voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. Na de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs) en Invest-NL, nemen we deze keer de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) onder de loep. 

Hoewel de WBSO strikt genomen geen financieringsinstrument is, is de fiscale regeling weldegelijk een belangrijk instrument voor biotech bedrijven. De regeling vergoedt een deel van gemaakte kosten voor onderzoek en ontwikkeling (R&D) en draagt daarmee direct bij aan het stimuleren van innovatie. Aangezien R&D de drijvende kracht is achter biotech innovatie, heeft de WBSO veel impact op de biotech sector. Het jaarverslag 2022 laat zien dat de WBSO ruim €246 miljoen euro aan voordeel, zogeheten afdrachtsvermindering, heeft opgeleverd voor maar liefst 618 biotech bedrijven. Het aantal biotech bedrijven dat dankbaar gebruik maakt van de WBSO is de afgelopen jaren gestegen, en daarmee ook de totale afdrachtsvermindering.  

Hollandbio ziet de WBSO als een cruciale stimulans voor alle innovatieve Nederlandse bedrijven. Wat de regeling bovendien extra waardevol maakt, is het percentage MKB-bedrijven dat profiteert: 96% van het totaal aantal. Dit is tekenend voor de toegankelijkheid van het instrument. Bovendien is het vermeldenswaardig dat mede door de inspanningen van hollandbio de WBSO in 2022 geïndexeerd is en er dus een inflatiecorrectie op het budget heeft plaatsgevonden.  

Om tot deze publicatie te komen, hebben we de categorieën “Biotechnologie” en “Medische Wetenschappen & Farma” samengenomen, maar andere categorieën buiten beschouwing gelaten, ondanks dat biotech daar mogelijk ook een beperkt aandeel in heeft. Het is dus waarschijnlijk dat het daadwerkelijke aandeel van biotech bedrijven in de WBSO groter is dan weergegeven. 

← #nieuws

Hollandbio publiceert update doorlooptijden geneesmiddelen

, , ,

Na een jarenlange en forse stijging van de tijd die het duurt voordat nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis terecht komen, zien we dit jaar voor het eerst een voorzichtig positief signaal: de stijging – hoewel nog steeds aanwezig – vlakt af. Door onderzoek te doen naar de route van lab naar praktijk en hoe lang de verschillende stappen duren draagt hollandbio bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelregistratie en vergoeding. Helaas is er niet voor alle geneesmiddelen positief nieuws. Voor sluisgeneesmiddelen is het tij nog niet gekeerd.

Elk jaar doet hollandbio onderzoek naar één van de belangrijke stappen tussen markttoelating en vergoeding: het toekennen van een declaratietitel, de zogenoemde add-onprestatie. Een cruciale stap, want met een add-onprestatie regelen we hoe geneesmiddelen bij de zorgverzekeraar gedeclareerd kunnen worden. Zonder deze declaratiemogelijkheid zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Maar let wel: met alleen een add-onprestatie ben je er nog niet. Óf een geneesmiddel daadwerkelijk vergoed wordt is een andere overweging, aan zorgverzekeraars of – in het geval van sluismiddelen – aan onze overheid.  De gepresenteerde data geeft daarmee een minimale schatting, een ondergrens, van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.   

Stijging vlakt af

Patiënten wachten gemiddeld bijna 300 dagen tot een nieuw geneesmiddel declarabel is. Tussen 2019 en 2023 lukte het slechts 8 geneesmiddelen om binnen 100 dagen na registratie een add-on te krijgen. In 2023 kwam dit zelfs helemaal niet voor. Toch zien we bij hollandbio ook lichtpuntjes: al blijven de doorlooptijden stijgen, de stijging vlakt wel af: van 2019 tot en met 2021 steeg de mediane doorlooptijd met 39% van 189 tot 263 dagen. Van 2021 tot en met 2023 groeide de mediaan tot 296 dagen, goed voor een stijging van 12%. Voor sommige producten lijkt zelf een daling ingezet. Een trendbreuk, die wij graag verder zien doorzetten – het liefst voor alle producten.

Slecht nieuws voor sluismiddelen

Als we verder inzoomen op de data zien we helaas ook dat de afvlakking niet voor alle geneesmiddelen geldt. De doorlooptijden van geneesmiddelen die in de sluis zitten, stijgen onverminderd door. In 2019 duurde het mediaan 187 dagen voor deze geneesmiddelen een add-on kregen, nu is dat 409 dagen. Wat we in deze data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die zich nog in het proces richting add-on bevinden, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. En dat dat er een aantal zijn, laat onze monitor wel zien: sinds onze update van vorig jaar is het aantal middelen dat in de sluis zit namelijk meer dan verdubbeld: van 27 naar 55 stuks. Deze stijging belooft in onze optiek weinig goeds – reden te meer om snel tot oplossingen te komen om tussentijdse toegang te waarborgen. Het moge duidelijk zijn dat hollandbio daar graag aan meewerkt.