← #nieuws

Hollandbio wishes for more budget and larger tickets for Health~Holland’s new SME subsidy

,

In a deep dive on their succesful SME subsidy that first launched in 2023, Health~Holland published an article featuring the application of startup ExCulture, but also the broader wishes from the biotech community to fine tune the instrument in the coming years. Or as hollandbio’s Robbert nicely quoted: “The over-subscribed call shows that there is an apparent need for this type of funding. This makes us think about how this need can be met through a different formula. I hope the SME call will become much larger with larger tickets to fulfill the funding need and really create the funding impact companies are waiting for.” We look forward to discussing possible next steps in close collaboration with Health~Holland to improve (funding) opportunities for SMEs looking to valorize and scale their innovative biotech products.

← #nieuws

Biotech financiering onder de loep: Invest-NL

, ,

Vraag biotech ondernemers naar hun grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financieringsaanbod voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. Na de Regionale Investerings Maatschappijen (ROMs), nu in deel 2 van deze serie: Invest-NL. 

Invest-NL is een groot investeringsfonds dat is opgezet vanuit de Nederlandse overheid. Met een fondsvermogen van €2.5 miljard heeft Invest-NL de ambitie om financierbaar te maken wat niet financierbaar lijkt. Een impactinvesteerder die bovendien inzet op innovatie en verduurzaming en die nog risico’s durft te nemen ook, dat klinkt als een perfecte match met biotech. Maar is dat ook zo? 

Hollandbio dook in het portfolio en de plannen van Invest-NL en zette de cijfers op een rij. Van de 44 directe investeringen, ter waarde van in totaal ~€250 miljoen, investeerde Invest-NL tweemaal in biotech. Van een totaal van 19 debt financieringen (~€168 mln) gingen er drie naar biotechbedrijven. Directe investeringen in specifiek medische biotech zien we helemaal niet – afgezien van één toegekend corona-overbruggingskrediet.  

Naast directe investeringen injecteerde Invest-NL maar liefst ~€420 miljoen in zogeheten fund-to-fund constructies. Samen met het European Investment Fund (EIF) richtte Invest-NL het Dutch Alternative Credit Initiative (€ 50 mln) en het Dutch Future Fund I en II op. Deze laatste twee fondsen vullen op hun beurt diverse private Nederlandse fondsen, waarvan sommige actief zijn in Life Sciences. Zo stopte het Dutch Future Fund I in totaal €40 mln in Life Sciences fondsen. Het is daarbij opmerkelijk dat Invest-NL in ruil voor dat geld geen zeggenschap over de besteding vraagt – ze kopen een stoel in de bus, maar hebben geen handen aan het stuur. De Life Sciences fondsen kunnen daardoor in principe in Life Sciences bedrijven waar dan ook ter wereld investeren, maar gelukkig kozen ze er een aantal keer voor om te investeren in biotech bedrijven van eigen bodem. Voor het Dutch Future Fund II (€150 mln) is biotech expliciet uitgesloten. Waarom is hollandbio, ook na gesprekken met Invest-NL, niet geheel duidelijk.   

Kortom: op papier zijn biotech en Invest-NL een perfecte match, maar in de praktijk valt er nog een wereld te winnen. Juist in de grote transities op het gebied van verduurzaming en gezondheid biedt biotech volop kansen, maar ontbreekt passend en geduldig kapitaal. Invest-NL heeft de potentie om biotech bedrijven in elke fase én over de volle breedte wind mee te geven, en daarmee de aanjager zijn die Nederland zo hard nodig heeft om de excellente kennispositie te verzilveren in bedrijvigheid, producten en diensten met maatschappelijke én economische impact. Invest-NL als hof-financier van de biorevolutie – wij zien het wel zitten!

← #nieuws

Biotech financiering onder de loep: De ROMs

, ,

Vraag een biotech ondernemer naar zijn of haar grootste uitdaging, en de kans is groot dat het antwoord ‘financiering’ is. De weg die biotech innovaties afleggen van lab naar maatschappij is lang, vol risico’s en extreem kostbaar. Een passend financieringsaanbod voor elke fase van bedrijfs- en productontwikkeling is dan ook een belangrijke randvoorwaarde om de potentie van biotech voor gezondheid, verduurzaming en onze economie ten volle te benutten. Maar hoe is het gesteld met het Nederlandse financieringsaanbod voor biotech innovatie? Hollandbio zoekt het uit. In deel 1 van deze serie: de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs).

In deze eerste editie leggen we ons vergrootglas op de investeringen van de negen Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs) die ons land rijk is. De ROMs hebben als doel groei te versnellen en duurzame economische ontwikkeling en werkgelegenheid op regionaal niveau te bevorderen. Soms hebben ROMs een specifieke focus, maar in algemene zin richten ze zich allemaal op maatschappelijke vraagstukken, zoals gezondheid, duurzaamheid, voeding en digitalisering. Ze bieden ondersteuning aan ondernemers, waaronder begeleiding bij innovatie, internationalisering, en investeringen. En om die investeringen is het ons in het kader van ons onderzoek natuurlijk te doen.

In 2022 deden de ROMs maar liefst 309 investeringen met een totale waarde van €194 miljoen. Met hun vaak vroege fase investeringen verlagen ROMs bovendien de drempel voor co-financiers om ook in te stappen, zodat er financieringsconsortia ontstaan van bijvoorbeeld RVO, Invest-NL en/of private investeringsfondsen. Ook zijn ze doorgaans nauw betrokken bij opvolgende financieringsrondes. ROMs spelen daarmee een belangrijke rol in het financieringslandschap.

Maar dan hollandbio’s hamvraag: hoe vaak zagen de ROMs brood in een biotech bedrijf? Om dit te achterhalen, bestudeerden we publiek beschikbare bronnen, zoals websites en jaarverslagen. We richtten ons enkel op biotechnologiebedrijven. Bedrijven actief in digital health, MedTech en HealthTech namen we niet mee.

Ons bureauonderzoek laat zien dat er dusdanig grote verschillen bestaan tussen de negen ROMs, dat het onmogelijk is om een goede vergelijking te maken, laat staan om ze te ‘ranken’ op basis van hun investeringsbereidheid in biotech. Sommige organisaties bestaan al decennia, terwijl andere net opgericht zijn. Ook zijn er grote verschillen in de omvang van de organisaties en de hoeveelheid geld die zij beschikbaar hebben. Ook ontbreekt thematische samenhang, doordat elke ROM zelf zijn eigen focusgebieden kan kiezen en definiëren.

Hoewel vergelijken ondoenlijk bleek, konden we wel inventariseren wat elke ROM voor biotech ondernemers in hun regio doet, en hoe zich dat verhoudt tot de biotech activiteit in de betreffende regio. De resultaten zijn weergegeven in onze finfographic. Opvallend is dat ROMs in regio’s met veel biotech bedrijven niet perse meer biotech bedrijven in hun investeringsportfolio hebben. Zo heeft bijvoorbeeld ROM InWest ondanks florerende clusters rondom het Amsterdam UMC geen biotech in het portfolio. InnovationQuarter heeft 13 keer geld gestoken in biotech bedrijven. Dat lijkt misschien heel wat, maar als thuisbasis van de grote clusters in Leiden en Delft, maar ook de opkomende activiteit in Rotterdam, hadden wij meer verwacht.

Ons onderzoek versterkt onze stelling dat er voor ROMs nog volop ruimte en mogelijkheden zijn om biotech vaker regionaal de wind in de zeilen te geven. Als ze eenmaal toehappen, zijn de ROMs erg succesvol in het helpen van hun portfolio bedrijven en daarmee van grote waarde voor bedrijven. Dat smaakt als het aan hollandbio ligt naar meer. Dus hup, laten we de handen ineen slaan om die biorevolutie te verzilveren!

← #nieuws

Life sciences mkb-call overspoeld met aanvragen  

,

Health~Holland opende dit jaar voor de tweede keer hun nieuwe mkb-subsidie voor life sciences bedrijven en onderzoeksorganisaties. Al binnen 24 uur was de beschikbare €5 miljoen aan subsidie volledig overvraagd. In 2023 was de call met een beschikbaar budget van €6,6 miljoen en maar liefst 83 privaat-publieke projectaanvragen ook al populair. Hollandbio is blij dat Health~Holland een deel van hun budget aanwendt voor valorisatie met het mkb in de lead en daarmee met subsidies bijdraagt aan de doorontwikkeling van life science innovaties richting de maatschappij. Tegelijkertijd onderschrijven beide overvragingen dat de vraag naar goed passende financiering vanuit biotech ondernemers, het aanbod nog steeds overstijgen – een mooie liefdesoproep die wellicht met een financiële liefdespijl vanuit cupido beantwoord kan worden?  

← #nieuws

Duidelijke focus op biotechnologie in Nationale Techstrategie 

, , ,

Nederland kiest voor biotech! We zijn bij hollandbio erg blij met de keuzes die EZK maakt in de afgelopen vrijdag gepubliceerde Nationale Technologie Strategie. Het geeft hierin voorrang aan die technologieën waar Nederland wetenschappelijk in uitblinkt en die gaan zorgen voor economische groei en ons toekomstig verdienvermogen van Nederland. En dat niet alleen, door hier prioriteit aan te geven en in te investeren maken we werk van het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Met innovaties die vanuit Nederland gezondheid en duurzaamheid nog beter maken. Win-win dus!

← #nieuws

MIT-regeling aan groot onderhoud toe

, ,

De subsidies voor R&D-samenwerkingsprojecten, haalbaarheidsprojecten en kennisvouchers, als onderdeel van de Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT)-regeling 2017-2021, zijn aan groot onderhoud toe. Dat blijkt uit de evaluatie van Dialogic & SEO, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK). De onderzoeksbureaus geven aan dat in eerste instantie wordt aanbevolen om de MIT te moderniseren en te optimaliseren. Hollandbio is gesprekspartner geweest om input te leveren namens de biotech sector en is blij om te zien dat een aantal van de aangedragen verbeterpunten, zoals het verkleinen van de voorwaarden tussen regio’s en het verlagen van administratieve lasten, terug komen in de aanbevelingen. Want des te beter subsidies aansluiten op de financieringsbehoeften van het mkb in de praktijk, des te sneller innovaties doorontwikkeld kunnen worden.

Evaluatie is een kans op verbeteringen

De MIT-subsidies zijn één van de weinige publieke financieringsinstrumenten die aansluiten op de financieringsbehoeften van vroege fase biotech bedrijven. Maar het is en blijft een generiek financieringsinstrumenten dat qua voorwaarden en grootte beter kan aansluiten op het atypische karakter van kennis- en kapitaalintensieve start- en scale-ups met een risicovol profiel en lange doorlooptijden. Deze evaluatie is het moment om input te leveren om die aansluiting tussen vraag en aanbod beter te stroomlijnen.

In gesprekken met de biotech achterban hebben we aantal verbeterpunten gehaald die tijdens het interview met Dialogic en SEO hebben aangedragen. Dat zijn onder meer:

  • Een ophoging van het budget in totaal en per project
  • Uniforme en gelijkwaardige aanvraag- en beoordelingsprocedures
  • Niche kennis betrekken tijdens beoordelingsprocessen
  • Verlagen van administratieve lasten

Daarnaast zijn per subsidie ook nog een aantal specifieke suggesties tot verbetering gedaan.

Aanbevelingen Dialogic en SEO

De onderzoeksbureaus geven aan het tijd is voor groot onderhoud voor de MIT-regeling met in eerste instantie de aanbeveling om de MIT te moderniseren en te optimaliseren. Een aantal aanbevelingen ten aanzien van de MIT-subsidies:

  • Blijf focussen op het verkleinen van verschillen in voorwaarden tussen regio’s.
  • Overweeg om de beoordeling van MIT R&D-samenwerking verder te bundelen.
  • Investeer in automatisering en digitalisering van uitvoeringsprocessen om efficiëntie te verhogen en kosten te verlagen.
  • Verminder administratieve lasten van MIT door uniformere procesvoorwaarden tussen regio’s, duidelijkere beoordelingscriteria en gebruiksvriendelijkere aanvraagformulieren.
  • Vergroot de bekendheid van MIT binnen regionale innovatienetwerken en zorg dat gebruikers op de hoogte zijn van andere innovatieregelingen.

Hollandbio is blij om te zien dat er overlap zit in een aantal van onze aangedragen verbeterpunten en de aanbeveling tot het verbeteren van de MIT-regeling. Elke verbetering in het financieringslandschap voor biotech bedrijven zorgt ervoor dat innovaties op het gebied van gezondheid en duurzaamheid sneller door ontwikkelen en verderop de valorisatieladder klimmen tot ze uiteindelijk de maatschappij kunnen bereiken! We bieden graag onze hulp aan het ministerie van EZK in de implementatiefase.

← #nieuws

De biotech partijwijzer

, , , ,

Op woensdag 22 november gaat Nederland naar de stembus. In hoeverre omarmen politieke partijen de biorevolutie en biotech innovaties die het leven beter maken? Hollandbio zocht het uit en legde partijprogramma’s langs de lat van innovatie, gezondheid en duurzaamheid.

Twaalf partijprogramma’s gescoord op biotechnologie

De inzet van hollandbio is helder: de revolutionaire innovaties uit de biotechnologie gebruiken om Nederland innovatiever, gezonder en duurzamer te maken. Daarvoor hebben we het gloednieuwe Biotech Verkiezingsmanifest opgesteld. Om te zien hoe partijen zich daartoe verhouden, hebben we de verkiezingsprogramma’s van de twaalf grootste partijen gescoord op de thema’s innovatie, gezondheid en duurzaamheid. Daarbij hebben we waar mogelijk ook gekeken naar de doorrekening door het Centraal Planbureau (CPB), waarin sommige partijen extra kleur bekennen. Zo ontstaat het overzicht van welke partijprogramma’s het meest uitgesproken voorstander zijn van biotechnologie.

Uitleg per thema

Een ijzersterk innovatie- en ondernemersklimaat

Het stimuleren van ondernemerschap is een maatschappelijke taak. Daarom moet er in Nederland voldoende en passende financiering zijn, hetgeen toekomstige innovatie versnelt. Ook de (fiscale en publieke financierings-)instrumenten die we tot onze beschikking hebben moeten op orde zijn, zodat het biotech ecosysteem verder tot bloei kan komen. Hiermee versnellen we de biorevolutie en plukken we daarvan de vruchten voor gezondheid, duurzaamheid en economische groei.

Gezondheid op maat

Nederland moet toe naar een stelsel dat gezondheid op maat mogelijk maakt. Daarvoor is betere toegankelijkheid van innovatieve/gepersonaliseerde geneesmiddelen noodzakelijk, evenals het beter benutten van de mogelijkheden van diagnostiek. Ons land moet doorpakken op preventie en heeft een gezondheidsdata-infrastructuur nodig als voorwaarde voor passende zorg.

Biotechnologie voor een duurzame toekomst

Ons land kan een gidsrol spelen in de transitie naar een duurzame samenleving. Daarvoor moeten we wel ruim baan geven aan disruptie en is Europa aan zet voor meer biotech impact. Duurzame oplossingen zijn er volop, die alleen worden benut als er nationaal wordt doorgepakt. Daarom wordt opschaling gestimuleerd en is een brede maatschappelijke toepassing van doorslaggevend belang.

Score per thema

Innovatie

D66 (donkergroen): D66 heeft met inzet op sleuteltechnologieën, een wetenschapsfonds en de optuiging van een Nederlandse publiek-private investeringsbank een duidelijke en voor de biotech sector relevante inzet op innovatie. Ook wil de partij een fiscale regeling voor innovatie en duurzaamheid.

Volt (donkergroen): Volt besteedt op innovatievlak veel aandacht aan start- en scale-ups en de uitdagingen waar zij mee te maken hebben rond financiering en intellectueel eigendom. Ook zetten zij in op een industrie- en innovatievisie waarin de kansen uit sleuteltechnologieën centraal staan, maar volgt er een lastenverzwaring voor bedrijven door de verhoging van het tarief van de innovatiebox.

VVD (donkergroen): Uitgebreide plannen en oog voor ondernemers in alle soorten en maten in de politieke keuzes zorgen voor een goede score voor de VVD. De aandacht voor betere valorisatie,  financieringsmogelijkheden en toegang tot talent voor specifiek start- en scale-ups vallen in het bijzonder op. Helaas wil de partij het resterende budget van het Nationaal Groeifonds schrappen.

CU (donkergroen): De ChristenUnie besteedt in zijn programma veel aandacht aan het Nederlandse innovatieklimaat, met concrete plannen op financierings- en valorisatiethema’s. Ook wil CU voldoen aan de Lissabon-doelstelling van 3% van ons BBP aan R&D-uitgaven. Helaas wil de partij het resterende budget van het Nationaal Groeifonds schrappen.

NSC (lichtgroen): NSC heeft oog voor de noden van start- en scale-ups en innovatief mkb en wil daar beleid, fondsen, internationaal talent en instrumenten als de WBSO en Innovatiebox voor inzetten. Daar tegenover staat dat de partij de 30%-regeling versobert, en het Klimaatfonds en Stikstoffonds afschaft omdat zij de democratische controle daarop mist. Het Groeifonds gaat samen met Invest-NL en delen van RVO op in een Nationale Ontwikkelingsmaatschappij.

CDA (lichtgroen): Voor innovatie heeft het CDA op papier goede ambities, met onder andere vermindering van regeldruk en het Europees investeren in sleuteltechnologieën zoals biotechnologie, maar het ontbreekt hier en daar aan concrete plannen voor start-ups, mkb en gevestigde bedrijven voor een ijzersterk innovatieklimaat. Ook schaft het CDA het Nationaal Groeifonds af.

BBB (lichtgroen): BBB besteedt veel aandacht aan het verminderen van regeldruk voor alle soorten bedrijven en plaatst een grote nadruk op het behouden en verbeteren van het vestigingsklimaat, onder andere via fiscale regelingen. Er is iets minder specifieke aandacht voor start- en scale-ups en het inzetten op sleuteltechnologieën.

PvdD (oranje): Aan de ene kant stelt PvdD maatregelen voor die vooral grote en gevestigde bedrijven raken, zoals het fors verhogen van de winstbelasting en het schrappen van de expatregeling. Wel pleit de partij voor het fiscaal aantrekkelijker maken van geduldig kapitaal in sectoren die minder snel rendement opleveren (zoals biotech) en maatregelen en instrumenten toe te spitsen op duurzame ‘opbouwbedrijven’.

GroenLinks/PvdA (oranje): GroenLinks/PvdA wil dat de overheid gaat mee-investeren in baanbrekende innovaties die kansrijk zijn én die bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Wel vragen zij een grote bijdrage van bedrijven, bijvoorbeeld door hogere afdrachten, en willen ze de expatregeling en innovatiebox afschaffen. Ook schrappen ze het resterende budget voor het Nationaal Groeifonds, waarvan een deel wordt geïntensiveerd in een innovatiefonds. Daarnaast stellen ze voorwaarden rond publieke kennis en patenten aan innovaties die uit publiek geld voortkomen en willen zij publiek-private samenwerking meer van elkaar scheiden.

SP (rood): De SP plaatst de nadruk op hogere lasten en grotere verplichtingen voor met name grote bedrijven. Daarnaast moet publiek-privaat onderzoek zodanig gaan verlopen dat private partijen daar geen zeggenschap meer over hebben. Wel komt er voor startende bedrijven en mkb een nationale investeringsbank met leningen.

FVD (rood): FVD wil regeldruk voor het mkb terugdringen, maar besteedt verder weinig tot geen aandacht aan de bijdrage van innovatieve (biotech) bedrijven aan de economie.

PVV (rood): De PVV besteedt in haar programma in het geheel geen aandacht aan de rol die (biotech) bedrijven en innovatie kunnen spelen en de bijdrage die zij kunnen leveren op economisch vlak.

Gezondheid

BBB (donkergroen): Op gezondheidszorg en in het bijzonder rond geneesmiddelen zet BBB in op het versnellen van de toegang tot innovatieve geneesmiddelen. Daarnaast roept BBB op zorgverzekeraars meer te stimuleren op preventie en willen zij geanonimiseerd datagebruik mogelijk maken voor de ontwikkeling van innovaties.

VVD (lichtgroen): Brede aandacht en concrete plannen voor de verschillende onderwerpen die spelen op het gezondheidsvlak, waaronder proefdiervrije innovatie, het uitwisselen van data en het verbeteren van preventie door bijvoorbeeld vaccinatie. Toch is het zorgelijk dat nieuwe behandelingen/behandelmethoden wat de VVD betreft niet langer automatisch het basispakket instromen.

Volt (lichtgroen): Pleidooi voor gezamenlijke Europese inkoop van geneesmiddelen, het verder ontwikkelen van de Europese farmaceutische strategie en het opzetten van een fonds voor het ontwikkelen van geneesmiddelen tegen zeldzame ziekten. Ook wil Volt focussen op de aanpak van AMR en pandemische paraatheid en meer nadruk op preventie in de zorg en maatschappij, bijvoorbeeld door 1% van het zorgbudget hiertoe over te hevelen naar gemeenten.

D66 (lichtgroen): D66 wil een grotere rol voor de overheid op gezondheidszorg, bijvoorbeeld door investeringen in gebieden waar de markt niet instapt of door gezamenlijke Europese onderhandelingen over geneesmiddelen. Ook steekt de partij meer geld in (medische) preventie. Verder wil D66 stappen maken op het stimuleren van klinisch onderzoek naar cel- en gentherapie en vaccins. Punt van aandacht is dat D66 farmaceutische winst onverdedigbaar vindt, meer inzicht vraagt in hun kosten en deze bedrijven mogelijk zwaarder wil belasten.

NSC (lichtgroen): Op geneesmiddelen plaatst NSC de nadruk op de transitie naar passende zorg, de-medicalisering en het scherper kijken naar en (Europees) inkopen van nieuwe, innovatieve medicijnen. Verder heeft NSC aandacht voor belangrijke randvoorwaarden zoals structurele financiering voor innovaties die de zorg aantoonbaar kwalitatief verbeteren en goedkoper maken en ruim baan geven aan goede ICT en technologie. Op preventie komt lijkt NSC vooral in te zetten op leefstijlpreventie.

PVV (lichtgroen): Op gezondheidsvlak vindt de PVV dat er geen wachttijd moet zijn voor medicijnen na een positief advies van het EMA en dat extra zorgkosten voorkomen worden doordat mensen met het afschaffen van het eigen risico geen zorg mijden.

CDA (geel): Het CDA wil zorgdata weghouden bij bedrijven, hoewel deze enorm kunnen helpen bij het ontwikkelen en beter toepassen van geneesmiddelen en diagnostica. Daarentegen zetten ze wel fors in op preventie. Over geneesmiddelen is weinig terug te vinden, behalve het tegengaan van tekorten.

CU (geel): De “ethiek der voorzichtigheid” inzake medische innovaties en beperkingen voor wetenschappelijk onderzoek verlagen de score voor de CU. Toch zijn er wel stevige en concrete ambities op preventie, bijvoorbeeld door preventieve interventies in het basispakket op te nemen en vaccinatie beter te organiseren.

PvdD (oranje): Zoals verwacht besteedt de PvdD veel aandacht aan proefdiervrije innovatie door onder andere in te zetten op het sneller en beter erkennen en toepassen van nieuwe onderzoeks- en testmethoden. Rond geneesmiddelen wil de partij meer transparantie over de opbouw van prijzen en het inperken van patenten bij belemmeringen voor de toegankelijkheid. Verder pleit de PvdD voor uitgebreide overheidscommunicatie over vaccins. 

GroenLinks/PvdA (oranje): Op geneesmiddelen pleit GroenLinks/PvdA voor soms verregaande maatregelen, van het gezamenlijk inkopen van geneesmiddelen in Europa tot het herzien van het patentrecht en ruimere mogelijkheden voor dwanglicenties en het goedkoop namaken van dure medicijnen. Wel heeft de partij een stevige en goede inzet op preventie, bijvoorbeeld door meer geld te geven aan regionale zorgfondsen en de GGD’en, die daarin een belangrijke taak krijgen.

SP (oranje): Op geneesmiddelen stelt de SP dat Nederland minder afhankelijk moet worden van de farmaceutische industrie, bijvoorbeeld met een nationaal onderzoeksfonds voor geneesmiddelen. Wel wil de SP dat preventieve middelen waarvan de effectiviteit is aangetoond voortaan in het basispakket komen.

FVD (rood): FVD is faliekant tegen data-uitwisseling. Op geneesmiddelen willen ze primair generieke geneesmiddelen voorschrijven om medicijnkosten te drukken. Enig lichtpuntje is het pleidooi voor laagdrempelige preventiespreekuren bij de huisarts, hoewel de partij ook het preventieakkoord wil afschaffen.

Duurzaamheid

VVD (donkergroen): Met brede inzet op duurzame vormen van voedselproductie, waaronder kweekvlees en (precisie)fermentatie en moderne veredelingsmethoden, wil VVD de Nederlandse duurzame technologie in ons land houden. Kanttekening hierbij is dat de partij minder geneigd is om via belasting, normering en andere instrumenten een gelijker speelveld voor duurzamere bedrijven te creëren.

D66 (donkergroen): Er zijn vanuit D66 plannen om, met een mix van beleid en geld, toepassingen te stimuleren die een meer duurzame landbouw en een circulaire economie bevorderen, waarbij kweekvlees expliciet wordt benoemd. Tegelijkertijd blijft D66 weg van een duidelijke positie op New Genomic Techniques zoals CRISPR-Cas.

Volt (donkergroen): Door middel van belastingen, normering en (afbuigen van) subsidies wil Volt de CO2-uitstoot beperken en Nederland een wereldwijde duurzame koploper maken. Ook is er expliciete aandacht voor (biotechnologische) innovaties als biobased materialen, kweekvlees en precisielandbouw. Volt heeft echter geen duidelijke positie op New Genomic Techniques.

BBB (lichtgroen): Als het gaat om duurzaamheid, stelt BBB concrete maatregelen voor die ertoe moeten leiden dat biotechnologische innovaties meer ruimte moeten krijgen, bijvoorbeeld door betere Europese regelgeving en vergunningstrajecten. Een kanttekening daarbij is wel dat dit zich met name toe lijkt te spitsen op planten en landbouw, en minder op toepassingen als kweekvlees, (precisie)fermentatie en biobased materialen en toepassingen. Daarnaast is de partij ook minder geneigd om belasting, normering en andere instrumenten te gebruiken om een gelijker speelveld voor duurzamere bedrijven te creëren.

CDA (geel): Met veel inzet op New Genomic Techniques en het behouden van de koppositie in de agricultuur doet het CDA het goed, maar aandacht voor bijvoorbeeld cellulaire agricultuur (kweekvlees en precisiefermentatie), de eiwittransitie en biobased materialen en toepassingen mist.

CU (geel): De CU heeft stevige plannen als het gaat om duurzaamheid, met geld, belasting en beleid voor het stimuleren van groene technologie en toepassingen. Bij vlagen missen concrete plannen en aandacht voor biotechnologie, of het nu gaat om New Genomic Techniques, (precisie)fermentatie of biobased materialen en toepassingen.

GroenLinks/PvdA (geel): Op duurzaamheidsvlak is er vanuit GroenLinks/PvdA vooral veel aandacht voor CO2-reductie op meerdere manieren, bijvoorbeeld door normering en belasting. Ook wil zij meer ruimte voor biobased en circulaire toepassingen en cellulaire landbouw zoals precisielandbouw en kweekvlees. Wel staat de partij enigszins sceptisch tegenover NGT’s, zij stellen daar eisen aan met betrekking tot verduurzaming en een etiketteringsplicht.

PvdD (geel): De PvdD heeft stevige duurzaamheidsdoelen die bereikt worden door maatregelen die opkomende (biotech)bedrijven kunnen stimuleren zoals normering, belastingen en beprijzing. Biotechnologische innovaties zoals kweekvlees en (precisie)fermentatie komen daar expliciet en positief in terug. Grote tegenvaller is dat PvdD mordicus tegen moderne veredelingsmethoden en genetische modificatie bij planten (NGT’s) is.

NSC (oranje): NSC gaat voor overwegend klassieke en bestaande maatregelen om duurzaamheid te stimuleren, zoals het vasthouden aan het emissiehandelssysteem en het verplichten van maatregelen voor de inzameling, het hergebruik en de recycling van materialen. Verder is er veel aandacht voor innovaties in gangbare sectoren en toepassingen, zoals in de akkerbouw en visserij, en niet zozeer op innovaties rond plantenveredeling, kweekvlees en (precisie)fermentatie.

SP (oranje): Voor het stimuleren van duurzaamheid focust de SP op het aanpakken van grote, vervuilende bedrijven. Er is geen aandacht voor (biotechnologische) innovaties die de landbouw duurzamer maken of klimaatverandering tegengaan, alleen voor een transitie naar biologische landbouw.

PVV (rood): Op duurzaamheid wil de PVV vooral zaken afschaffen: van stikstofmaatregelen en het Stikstoffonds tot gelden voor CO2-reductie, en van de deelname aan het VN-Klimaatakkoord tot de Klimaatwet en het Klimaatfonds.

FVD (rood): FVD wil stoppen met alle vormen van klimaatbeleid, duurzaamheid en is fel tegen de eiwittransitie.

← #nieuws

Tweede Kamer heeft te weinig sympathie voor 30%-regeling 

, ,

Iedereen wil graag innovatie stimuleren, maar om dat voor elkaar te krijgen hebben we toptalent nodig. Dit toptalent beweegt zich op de internationale arbeidsmarkt en deze is, net als in Nederland, heel krap. Alle reden om ervoor te zorgen dat de overheid het aantrekken van dit talent stimuleert. Toch strookt de politieke werkelijkheid niet met deze realiteit. 

Helaas stemde het gros van de fracties in de Tweede Kamer vorige week voor het amendement van lid Omtzigt die de “30% expat”-regeling verder versobert (enkel de VVD stemde tegen, de leden Ephraim en Gundogan onthielden zich van stemming). Kijkend naar alleen de Nederlandse arbeidsmarkt klinkt het inderdaad oneerlijk, een expat die voor een Nederlands bedrijf werkt en met dezelfde functie en hetzelfde salaris netto gedurende vijf jaar meer overhoudt dan de collega die al tien jaar in Nederland inkomensbelasting afdraagt. Maar onze arbeidsmarkt is juist voor innovatieve (start-up) bedrijven een mondiale markt, wat de instemming van de Tweede Kamer wellicht een wat kortzichtige keuze maakt.  

Landen om ons heen hebben ook van dit soort regelingen of introduceren juist initiatieven die de komst van kenniswerkers stimuleert. Werknemers hebben dus volop keuze om te gaan waar zij de beste kansen hebben. Laten we voorkomen dat bedrijven hetzelfde doen en zich buiten Nederland te vestigen. Want daardoor wordt de bezuiniging van vandaag de totaal verloren inkomstenbelasting, werkgelegenheid en winstbelasting van morgen. 

Om toch voorop te blijven lopen in innovatie op gezondheid en duurzaamheid en bedrijven hier te houden en laten groeien, ligt er wat ons betreft dus een grote opdracht voor een volgend kabinet. Hoe blijven wij als land concurrerend voor het toptalent dat we nodig hebben om deze innovaties te realiseren? 

← #nieuws

Hoe verbeteren we de financiering van Nederlandse biotechbedrijven?

,

Wereldwijd verkeren techbedrijven in zwaar weer. Een opeenstapeling van ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne, torenhoge inflatie en rente, een bear market op de beurs en het omvallen van de Silicon Valley Bank liggen daaraan ten grondslag. Voor biotech bedrijven is het niet anders, zo berichten onder andere Nature, Biopharmadive en Fierce Biotech. 

Omdat ook wij steeds meer berichten langs zien komen van bedrijven die in financiële moeilijkheden verkeren, willen we de krachten bundelen om het tij te keren. De eerste stap daarin is het in kaart brengen van het financieringslandschap voor Nederlandse biotech, om zo kansen, bedreigingen en veranderingen te identificeren. Een goede diagnose is immers essentieel voor de juiste aanpak. Heb je waardevolle inzichten of informatie over financiering in de biotechsector? Neem dan contact op met hollandbio’s Max.  

← #nieuws

Herziening vermogensbelasting – dit moet je als biotech bedrijf weten

,

Positieve fiscale ontwikkelingen, zo blijkt nu het ministerie van Financiën bezig is om de belasting over vermogen, de nieuwe box 3, te herzien. Afgelopen augustus tekende hollandbio nog mee in een open brief van Techleap aan de overheid om aandacht te vragen voor het belastinglot van investeringen in en door start- en scale-ups. En met succes. De huidige herziening heeft gevolgen voor investeringen in o.a. kennis- en kapitaalintensieve start- en scale-ups. Zo ziet het ernaar uit dat de belastingplannen vanaf 2027 positief uitpakken voor deze bedrijven en zal er in het wetsvoorstel worden opgenomen dat zij vermogenswinstbelasting moeten betalen i.p.v. vermogensaanwasbelasting. Deze laatste vorm zou nadelig uitpakken, omdat er dan jaarlijks belasting betaald moet worden over de groei van het vermogen. Wat op zijn beurt weer een negatief effect heeft op het aantrekken van personeel en vroege investeerders. Die kritiek is het ministerie nu tegemoetgekomen.

De gevolgen van een nieuwe box 3 

De manier waarop belasting wordt geïnd heeft een sterke invloed op het Nederlandse innovatieklimaat. Techleap heeft een rapport laten opstellen door Archipel Tax Advice om de consequenties van belastingheffing via box 3 op het innovatieklimaat in kaart te brengen. Kort maar krachtig betekent dit dat vermogenswinstbelasting beter is voor het innovatieklimaat dan een vermogensaanwasbelasting. Als de overheid zou kiezen voor een vermogensaanwasbelasting, moet er jaarlijks belasting betaald worden over niet-liquide middelen zoals aandelen en externe investeringen. Dat heeft een sterk negatief effect op het aantrekken van personeel en vroege investeerders voor start- en scale-ups en is een afbreuk op het Nederlandse innovatieklimaat. Voor nu lijken de belastingplannen vanaf 2027 de goede kant op te vallen, maar niets is nog beklonken. Daarom zal hollandbio de verdere ontwikkelingen monitoren en blijven ageren voor een goed belastingklimaat dat innovatie vooruithelpt. 

Doorzetten van nieuw ingevoerde start- en scale-upbeleid 

Voor de val van het kabinet heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) hun nieuwe start- en scale-upbeleid gepresenteerd met plannen om ‘Nederland een mondiaal toonaangevend ecosysteem voor startups en scale-ups’ te maken. Deze ingezette ambitie mag niet doorkruist worden door ondoordachte fiscale plannen. De strekking van het eerder genoemde initiatief van Techleap waar hollandbio op meetekende is het belang om reeds ingezette verbetertrajecten zoals het stimuleren van medewerkersparticipatie en het (her)investeren in nieuwe bedrijven door te zetten voor een succesvolle doorgroei van startups en scale-ups en het versterken van het Nederlandse verdienvermogen. Fiscale wet- en regelgeving hoort daar dienend aan te zijn.