← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: sluit de SRGO aan bij biotech?

, , ,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) aansluit bij de behoeften van biotech? In een infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.

De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) stimuleert mkb’ers en wetenschappelijke instellingen om samen te werken aan onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten of diensten in de regeneratieve geneeskunde. De regeling is bedoeld voor consortia waarin minimaal één mkb-ondernemer en één wetenschappelijke instelling samenwerken aan een project. De SRGO biedt een combinatie van een lening en een subsidie tot maximaal €3 miljoen per project. Mkb-ondernemers ontvangen een lening van maximaal 50% van het totale bedrag voor eigen onderzoekskosten. De kennisinstellingen ontvangen een subsidie van tussen de 25% en 100%, afhankelijk van het soort onderzoek dat zij uitvoeren (fundamenteel, industrieel of experimenteel).

Wil een subsidie zoals de SRGO aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  2. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  3. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  4. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  5. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  6. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.   

Hoe scoort de SRGO?

Wanneer we de SRGO langs onze meetlat leggen, zien we een gemengd beeld.

Het ophalen van vervolgfinanciering wordt met de SRGO niet makkelijk gemaakt. Waar een kennisinstelling tot wel 100% subsidie kan ontvangen, kan een bedrijf alleen een lening krijgen. Deze lening heeft een rente van 3% plus een opslag van 15% aan het eind van het project. Ook mag gedurende de looptijd van de lening geen uitkering worden gedaan aan aandeelhouders. Dit levert een score op van 2 uit 10.

Ook op het gebied van IP-bescherming scoort de SRGO laag: 3 op 10. De regeling legt een sterke nadruk op kennisdeling, en verplicht toepassing van de principes van Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren. Hierdoor heeft de kennisinstelling veel invloed op het IP dat tijdens het project ontstaat. Hoewel vooraf afspraken mogelijk zijn, pakt dit zelden gunstig uit voor ondernemers.

De administratieve last is een behoorlijke papierwinkel, al is die in verhouding tot de omvang van de te verkrijgen lening wel de moeite waard. De consortiumovereenkomst, leningsovereenkomst met RVO, jaarlijkse rapportages en het uitgebreid eindverslag met verplichte accountantsverklaring eisen veel tijd en kennis van mkb-ondernemers. Daarnaast wordt het subsidiebedrag  niet in een keer uitgekeerd, maar in delen op basis van vooraf afgesproken mijlpalen. Dit levert een krappe voldoende op: 6 op 10.

Wat betreft zeggenschap scoort de SRGO een 4 op 10. Want hoewel de mkb-ondernemer penvoerder is, is de speelruimte klein. Strakke projecteisen, waaronder vaste begin-, midden- en eindmijlpalen, een minimum van 10% fundamenteel onderzoek en verplichtingen rond het aantal en type samenwerkingspartners, verkleinen de scope en pivoteerruimte.

De doorlooptijd is standaard 13 weken na sluiten van de aanvraagperiode. Dat is netjes en levert wat ons betreft een score op van 8 op 10.

Ook het budget is prima. Voor de bedrijven die aan de eisen voldoen is voldoende budget beschikbaar, dus geven we dat een 8 op 10.

Samenvattend is de SRGO vooral interessant voor consortia met een sterke onderzoekscomponent, en biedt zij voor marktgerichte innovatie weinig ruimte. Dit komt onder andere door de scheve en onwenselijke verdeling van bekostiging, waarbij bedrijven uitsluitend een lening krijgen en kennisinstellingen tot wel 100% subsidie kunnen ontvangen. Willen we écht werk maken van het toepassen van biotech in regeneratieve geneeskunde, dan moet deze regeling wat ons betreft meer ruimte bieden voor ondernemerschap. Innovaties naar de markt brengen is al complex genoeg – complexe financieringsstructuren en beperkende IP-voorwaarden helpen niet, maar remmen. Heb jij ervaring met de SRGO, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!

← #nieuws

Ook Wennink kiest voor biotech voor een welvarende toekomst van Nederland

, , , ,

Nederland moet dringend én fors investeren in een goed investeringsklimaat om niet achterop te raken, want niets doen kost ons meer dan investeren. Dat is de kernboodschap van Peter Wennink, voormalig CEO van ASML, die vandaag zijn adviesrapport presenteerde voor de toekomstige welvaart van Nederland. Volgens de topadviseur ligt de sleutel voor de overheid bij het creëren van sterke randvoorwaarden, waarna zij kan doorpakken op vier investeringslijnen, waaronder Life sciences en biotechnologie. Hollandbio juicht de aanbevelingen van het rapport van Wennink van harte toe en rekent op het nieuwe kabinet om werk te maken van de acties uit het rapport.  

De urgentie spat van het advies van Peter Wennink af. Het rapport, waar ook hollandbio actief aan heeft bijgedragen, stelt in niet mis te verstane woorden wat er moet gebeuren om de groei, innovatie en welvaart van Nederland de komende decennia te behouden. En dat is nogal wat: om onze huidige voorzieningen op peil te houden en de groei op te krikken naar 1,5 procent per jaar, is volgens de oud-topman een grote investering nodig van 151 tot 187 miljard. Allereerst moeten binnen vijf jaar de randvoorwaarden op orde zijn: van versimpelde regels en snellere vergunningen tot voldoende talent, betaalbare en betrouwbare energie en sterke fysieke infrastructuur. Deze randvoorwaarden maken de weg vrij voor maximaal rendement op vier ambitieuze investeringslijnen, waarvan life sciences en biotech er één is.

De bouwstenen uit het rapport sluiten naadloos aan bij hollandbio’s agenda voor het succes van de biotech sector in Nederland. De afgelopen maanden ijverden we, in opmaat naar het vandaag gepubliceerde Wennink rapport, samen met Leiden Bio Science Park en met de input van vele anderen voor “Biotech Nexus”, een ambitieus flagship project dat de hele ontwikkelingsketen van medische biotech – van lab tot patient – in Nederland een impuls moet geven. Dat ook de oud-topman brood ziet in het plan, bleek wel uit de persconferentie, waarbij hij Biotech Nexus met naam en toenaam uitlichtte als de weg vooruit naar impact. “De Biotech Nexus gaat groei en doorgroei van jonge bedrijven aanjagen door de verbetering van de toegang tot groeikapitaal, het versterken van het professioneel benutten van wetenschappelijke kennis en ondersteuning van jonge bedrijven door ervaren ondernemers en investeerders”, aldus Annemiek Verkamman, managing director van hollandbio.

Ook de bijdrage van biotech aan het succes van de agri-food en bio-based sector kreeg een prominente plek in Wenninks advies. Zo roept hij op tot investeringen in opschalingsfaciliteiten en First Of A Kind (FOAK) demo-fabrieken voor nieuwe ingrediënten, en investeringen op het gebied van nieuwe veredelingstechnieken, in AI en doorontwikkeling van kennis en valorisatie.

Hollandbio kan de urgentie die spreekt uit het rapport alleen maar benadrukken. Ook wij zien onder druk van grote geopolitieke onzekerheden de donkere wolken zich samenpakken. De prijs van nietsdoen is simpelweg te groot, zo benadrukt ook Wennink. Hollandbio roept dan ook op om het advies ter harte te nemen aan de formatietafel, en met gezwinde spoed, eensgezind en integraal werk maken van de toekomst van Nederland, door versterking van het hele innovatie-ecosysteem, van vroegste vinding, ontwikkeling en doorgroei, tot een ruimhartige thuismarkt, om de bijdrage die biotech innovaties kunnen leveren aan vooruitgang in de volle breedte te verwelkomen.

← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: sluit de MIT R&D aan bij biotech? 

, , ,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre de MKB-innovatiestimulering Regio en Topsectoren R&D-Samenwerkingsprojecten (MIT R&D) aansluit bij de behoeften van biotech? In een infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.

De MIT R&D heeft als doel om samenwerking te stimuleren tussen verschillende mkb’ers die producten, productieprocessen of diensten ontwikkelen of vernieuwen. De regeling wordt door RVO gecoördineerd en zowel landelijk als regionaal uitgezet, met iedere provincie een eigen budget. De MIT R&D kent twee typen projecten. Voor kleine samenwerkingsprojecten kun je tussen de € 50.000 en € 200.000 aanvragen, waarvan per deelnemer € 25.000 tot € 100.000. Voor grote R&D-samenwerkingsprojecten kun je tussen de € 200.000 en € 350.000 aanvragen, waarvan per deelnemer tot wel € 175.000. De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten en heeft een maximale looptijd van twee jaar.

Wil een subsidie zoals de MIT R&D aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  2. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  3. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  4. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  5. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  6. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.   

Hoe scoort de MIT R&D? 

Wanneer we de MIT R&D langs onze meetlat leggen, zien we het volgende: 

Voor het ophalen van vervolgfinanciering scoort de MIT R&D heel positief, een 9 uit 10: het is een zuivere subsidie zonder terugbetalingsverplichting, pandrecht op IP of andere knellende voorwaarden die investeerbaarheid beïnvloeden. De regeling vormt daarmee een waardevolle steun in de rug voor bedrijven om extra R&D uit te voeren.

Ook over IP-bescherming is weinig negatiefs te zeggen. De subsidie verbetert de R&D- en kennispositie van het bedrijf, zonder daar een claim op IP aan te koppelen. Daardoor deel je het recht op IP niet met de subsidievertrekker, en scoort deze regeling op dit punt een 9 uit 10.

De administratieve last van de MIT R&D is goed in balans met het subsidiebedrag. De subsidiebedragen zijn niet gigantisch, maar de daarbij gevraagde administratieve last is laag ongeacht het type project. Voor kleine samenwerkingsprojecten scoort de MIT R&D daarom een 8 uit 10 en voor grote samenwerkingsprojecten een 9 uit 10.

De zeggenschap over het project wordt logischerwijs gedeeld door de verschillende samenwerkingspartner. Omdat individuele ondernemers daardoor iets minder invloed hebben, komen we uit op een score van 7 uit 10.

De doorlooptijd van de MIT-R&D verschilt per regio. Over het algemeen wordt tussen de dertien en zestien weken aangehouden, wat voor ons een score van 7 uit 10 betekent.

Het grootste minpunt van de MIT R&D is het beschikbare budget. Die is namelijk, volgens de beschikbare data van het landelijke budget, niet toereikend om alle kwalitatief voldoende voorstellen te honoreren. In 2024 zijn 23 van de 37 landelijke projecten buiten budget gevallen. Reden voor hollandbio om hier een 5 uit 10 voor te geven.

De MIT R&D-samenwerkingsprojecten biedt op veel vlakken dus waardevolle steun aan biotech bedrijven. Alleen zorgt het beperkte budget ervoor dat goede projecten nog redelijk vaak buiten de boot vallen. Heb jij ervaring met de MIT R&D, of heb je een andere kijk op deze regeling? Deel je ervaringen en inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech.

← #nieuws

Dare to fail and grow together: Lessons from Failure Friday

, ,

Entrepreneuring in biotech holds great promise, but also persistent challenges. At hollandbio’s Failure Friday event, two seasoned biotech leaders shared their most valued lessons – not from successes, but from setbacks. In an open atmosphere, they offered the room full of peers not just honest anecdotes, but practical wisdom for anyone navigating the realities of biotech.

Between ambition and reality

Hollandbio’s Annemiek opened with a familiar contradiction: while biotech features prominently in political ambitions in The Hague and Brussels, companies still struggle with financing, slow regulation and limited reimbursement. Through member benefits, sharp monitoring, and long-term lobbying – such as our recent contributions to the Plan Wennink – hollandbio continues to push for a business climate where biotech can truly thrive. The speakers of the day, Erik van den Berg, CEO of MemoTherapeutics, and Tom van Aken, CEO of Avantium, didn’t shy away from sharing what went wrong along their journeys.

When great plans fail

Tom reflected on his company’s joint venture that once seemed promising but ultimately failed due to a cultural mismatch: “Whenever I met with our joint venture partner, they said: we’re paid to avoid risk. Well, that was the real difference.” Ending the partnership was painful, especially for a publicly listed company, but it was the right decision. Fortunately, a pre-agreed ‘divorce clause’ made the process manageable. From the audience came a helpful question executives should always ask themselves: “Can you handle the worst outcome?”

Boards, investors and tough choices

Governance challenges resonated strongly. Erik underlined the difficulty of managing investor-driven boards and the importance of transparency. Tom agreed and pointed out that as CEO, you must learn to let go of the details when your company grows: “Don’t be afraid to not know something, it’s fine to not know everything.” He stressed that boards must understand the business, not micromanage it. And that managing the board as CEO requires constant calibration of trust. When discussing tough financial decisions, Tom introduced a pragmatic mindset difficult to forget: “If dilution is the solution, you just do it.”

Failure as fuel for growth

Both speakers highlighted how their leadership evolved through the experience they shared. Erik learned to step back from solving every issue himself and move into a more coaching role, while Tom learned to trust his intuition in hiring and team building. With these wise lessons, Failure Friday once again demonstrated: setbacks are not endpoints, but valuable data points. A very special thank you to Erik van den Berg and Tom van Aken for their openness, and to all participants for contributing to an atmosphere where lessons from failure strengthen the entire biotech community. See you at our next event: The Hollandbio Year Event taking place on January 29th!

← #nieuws

3%-R&D Actieplan, deel 3: Vrijheid en zekerheid voor doorbraken met een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) 

,

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3% serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de 3%- actie voor de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), in potentie een gamechanger voor risicovolle technologieontwikkeling.

De ambitie van het NADI is groot: innovatiegerichte programma’s die de uitdaging aangaan om strategische publieke opgaven aan te pakken. Tijdelijke dreamteams van wetenschappers en ondernemers krijgen een strak tijdspad om te experimenteren. Geen resultaat? Dan gaat de stekker eruit. Wel potentie? Dan maakt NADI snelle opschaling mogelijk. NADI maakt van versnipperde instrumenten één krachtige structuur die doorbraken forceert in biotech, quantumcommunicatie, digitale veiligheid en stikstofreductie. Uniek is daarbij dat NADI niet alleen financiert, maar ook optreedt als eerste klant. Daarmee vergroot het de impact van publieke R&D, trekt private investeringen aan en jaagt maatschappelijke toepassingen vooruit. Kortom: NADI moet geen praatclub worden, maar een lanceerplatform voor echte innovatie.  

Het kabinet laat zich in de plannen voor NADI inspireren door succesvolle initiatieven in het buitenland. Denk aan DARPA in de VS, dat al in 1958 werd opgericht en een jaarlijks budget van zo’n $4,5 miljard te verspijkeren heeft om onder het motto “From the impossible, to the improbable, to the inevitable” bij te dragen aan de Amerikaanse nationale veiligheid. Of het Britse ARIA (Advanced Research and Invention Agency) dat met £800 miljoen voor vijf jaar inzet op radicale innovatie met de missie “Empowering scientists to reach for the edge of the possible.”  En ook buurland Duitsland investeert met SPRIN-D (Bundesagentur für Sprunginnovationen) jaarlijks €250 miljoen om “A home for people with radical new ideas” te creëren. 

Veel budget, volledige vrijheid voor knappe koppen en een ronkende missie: hollandbio wordt er nu al blij van. Sluit ook lekker aan bij ons pleidooi: weg met versnipperde loketten, instrumenten en knellende calls, en tijd voor een krachtige aanpak om innovatie te versnellen. Want zo krijgt ook biotech de ruimte om bij te dragen aan oplossingen die niet uit zichzelf van de grond komen: oplossingen voor een volgende pandemie, voor het vervangen van fossiele grondstoffen en voor de vele andere vragen over ziekte en gezondheid. Via NADI kunnen deze thema’s de aandacht krijgen die nodig is om technologie en kennis te ontwikkelen voor een betere gezondheid van mens, milieu en planeet. 

Doorbraken ontstaan echter niet in een sprint, maar in een marathon, zo ziet hollandbio elke dag weer. NADI moet dan ook meer zijn dan een kortstondige impuls. Het vraagt geld met een lange adem, vertrouwen van investeerders en zekerheid voor teams die aan complexe vraagstukken werken. Alleen zo worden ideeën oplossingen. Geen bureaucratische slalom, geen verstikkende IP-regels. Mislukken? Dat is geen straf, maar brandstof voor leren en versnellen. Deeptech – zoals biotech – verdient een budget dat past bij de uitdaging én de impact. Geef knappe koppen de vrijheid om samen te bouwen aan doorbraken. Voor een samenleving die klaar is voor de uitdagingen van morgen. 

← #nieuws

Biotech ecosysteem laat van zich horen: 129 steunbetuigingen voor brandbrief tegen afschaffing farmaciebrief 

, ,

Afgelopen maandag deed hollandbio de brandbrief tegen het afschaffen van de farmaciebrief officieel op de post bij het Ministerie van Economische Zaken. Maar liefst 129 mensen uit het hele Nederlandse biotech-ecosysteem ondertekenden de brief – een krachtig signaal dat het schrappen van de farmaciebrief binnen de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) op brede zorgen stuit. Wij danken alle ondertekenaars graag voor hun steun. Samen laten we zien dat Nederland niet op de rem mag trappen als het gaat om innovatie en klinisch onderzoek!

Waarom deze brief? 

Nederland is groot geworden door te doen. Door kennis en samenwerking zijn we al jaren een toplocatie voor biotech en klinisch onderzoek. Toch besloot het Ministerie van Economische Zaken om de farmaciebrief – een toelichting binnen de WBSO die bepaalt voor welke activiteiten van Contract Research Organisations (CRO’s) fiscale innovatieondersteuning geldt – per 2027 af te schaffen. En dat heeft verstrekkende gevolgen:  

  • Nederland verliest aantrekkingskracht als vestigingsland voor innovatieve (bio)farmaceutische bedrijven; 
  • Nederlandse CRO’s kunnen de concurrentie met het buitenland minder goed aan; 
  • Onze internationale toppositie op klinisch onderzoek komt onder druk te staan; 
  • Patiënten en artsen krijgen minder snel toegang tot veelbelovende experimentele behandelingen. 

Het besluit om de farmaciebrief af te schaffen staat wat ons betreft haaks op de kabinetsambities voor innovatie en biotech. Zonder deze regeling dreigen we niet alleen onze koppositie kwijt te raken, maar ook de voordelen die klinisch onderzoek ons land biedt: toegang tot nieuwe therapieën, economische groei en hoogwaardige werkgelegenheid. 

Onze oproep aan het ministerie 

Hollandbio en 129 ondertekenaars – van geneesmiddelontwikkelaars tot uitvoerders en ondersteuners van klinisch onderzoek – onderschrijven het belang van een sterk en internationaal concurrerend klinisch onderzoeksklimaat in Nederland. Samen roepen we het ministerie op om het besluit tot afschaffing van de farmaciebrief te heroverwegen óf te zorgen voor een alternatieve borging van CRO-activiteiten binnen de WBSO. Alleen zo blijft Nederland aantrekkelijk voor (bio)farmaceutisch onderzoek, innovatie en investeringen. 

← #nieuws

3%-R&D Actieplan, deel 2: Doorpakken met een R&D-lanceerplatform  

,

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de actie gericht op het oprichten van een R&D lanceerplatform, bedoeld om Nederland aantrekkelijker te maken voor buitenlandse R&D-intensieve bedrijven. 

Nederland staat bekend als een innovatief land met sterke kennisbasis, maar helaas gebeurt het nog te vaak dat buitenlandse bedrijven ervoor kiezen strategische investeringen niet in Nederland te doen. Het ministerie van Economische Zaken wil dit probleem aanpakken door een R&D-lanceerplatform op te zetten. Binnen dit platform wordt samen met de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) een taskforce opgericht die knelpunten voor grote investeerders in kaart brengt. Het R&D lanceerplatform zal de geïdentificeerde belemmeringen daarop casusgericht en in samenwerking met betrokken instanties proberen weg te nemen. 

Hollandbio juicht elke poging toe om het vestigingsklimaat te verbeteren voor R&D-intensieve bedrijven. Want zijn de randvoorwaarden voor ondernemerschap op orde, dan kunnen biotech bedrijven uit binnen- en buitenland – met hun kapitaalintensieve en lange ontwikkeltijden – hier beter gedijen. Bovendien vergroten we de kans dat grote biotech spelers – zoals recentelijk ook Eli Lilly – zich vaker in Nederland vestigen. Wel willen we voorkomen dat we tijd verliezen aan het opnieuw inventariseren waar het spaak loopt. De knelpunten en mogelijke oplossingen voor een ijzersterk innovatieklimaat zijn namelijk al lang en breed bekend. Denk aan: 

  • Toegang tot kapitaal: Biotech bedrijven hebben structureel behoefte aan voldoende, passende financiering in elke fase van ontwikkeling. 
  • Genoeg, goedgeschoold talent: De biotech sector vraagt om een workforce met up-to-date skills in R&D, engineering, digitalisering en ondernemerschap. 
  • Consistent en stimulerend beleid: Biotech floreert bij voorspelbare, heldere en innovatievriendelijke regels. Dat betekent: snelle en gestroomlijnde procedures, fiscale stimulansen en een overheid die kiest voor innovatie. 
  • Ruimte en infrastructuur: Alleen door problemen zoals het stikstofslot en netcongestie gericht en voortvarend aan te pakken, kan Nederland uitgroeien tot dé vestigingsplaats voor biotech. 

Wat ons betreft is het tijd om de stap naar oplossingen te zetten. Met alle bestaande kennis en het aanstaande rapport van Peter Wennink over het verbeteren van ons verdien- en concurrentievermogen, ligt er vanaf 12 december genoeg informatie op tafel om door te pakken en werk te maken van concrete maatregelen. En als Nederland écht wil scoren op R&D, dan moet biotech uiteraard mee in de voorhoede. Als vertegenwoordiger van de biotech sector in Nederland, trekt hollandbio hierin uiteraard graag en nauw op met het ministerie van Economische Zaken!  

← #nieuws

Hoe laten we EU-staatssteunregels werken voor biotech? 

,

Als biotech ondernemer wil je bouwen aan oplossingen voor morgen. Maar helaas zetten verouderde EU-regels nu juist de rem op groei: ambitieuze biotech start- en scale-ups worden vaak onterecht gezien als “onderneming in moeilijkheden (OiM)” en vallen daardoor buiten de boot voor cruciale publieke steun. Gelukkig werkt de Europese Commissie aan modernisering van deze knellende staatssteunregels via een Public Consultation en Call for Evidence, waarvoor hollandbio uiteraard ook input heeft geleverd. Daarin pleiten we voor minder bureaucratische drempels, meer ruimte voor groei en een realistische OiM-toets die past bij de lange ontwikkeltrajecten en kapitaalbehoefte van biotech. Denk aan: verlenging van de vrijstellingsperiode voor deeptech, erkenning van R&D-investeringen als teken van ambitie (niet van nood), en het meetellen van intellectueel eigendom en recente kapitaalinjecties als eigen vermogen. Onze volledige inbreng lees je hier. Zelf reageren op de consultatie kon tot 14 november.

← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: sluit het Innovatiekrediet aan bij biotech? 

,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre het Innovatiekrediet aansluit bij de behoeften van biotech? In een nieuwe infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.

Het Innovatiekrediet is een risicodragende lening van de overheid, bedoeld voor bedrijven die werken aan innovatieve projecten met grote technische of klinische risico’s en een sterk marktperspectief. Met een totaal budget van 50 miljoen euro en een maximum van 5 miljoen per klinisch en 10 miljoen per technisch ontwikkelproject, ondersteunt het Innovatiekrediet de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten uit onder andere biotech.  

Wil een subsidie aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  1. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  1. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  1. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  1. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  1. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.   

Hoe scoort het Innovatiekrediet? 

Wanneer we het innovatiekrediet langs onze meetlat leggen, zien we het volgende: 

Op het gebied van vervolgfinanciering scoort de regeling laag: een 3 op 10. Dat komt doordat deze ‘subsidie’ in feite een lening is met een fors rentepercentage. Ondanks dat het terugbetalingstermijn door de jaren heen is opgerekt van vijf naar ten minste tien jaar na afronding van het project, worden toekomstige investeerders hier niet bepaald enthousiast van. 

Ook de IP-bescherming laat te wensen over: deze scoort een 2 op 10. Het innovatiekrediet werkt namelijk met pandrecht op IP: voor de subsidievertrekker een manier om zekerheid te krijgen, maar voor de ondernemer een serieuze hobbel vormt voor strategische flexibiliteit en investeerbaarheid.

Positiever zijn de administratieve lasten, die scoren een 7 op 10. De administratieve verplichtingen van de subsidieaanvraag en -documentatie zijn omvangrijk maar staan in verhouding tot het substantiële subsidiebedrag.

Ook zeggenschap scoort goed: een 7 op 10. De ondernemer kan zelf een aanvraag doen, zonder verplicht consortium of samenwerkingspartners, en wijzigingen in het projectplan gaandeweg zijn in overleg mogelijk.

De doorlooptijd is een sterk punt van het Innovatiekrediet: deze scoort een 8 op 10. De duidelijke tijdspanne van 11 tot 13 weken maakt de beoordelingsprocedure voorspelbaar, en snel. 

Het budget is redelijk toereikend voor het aantal kwalitatief goede projecten en scoort daarmee een 7 op 10. Voor bedrijven die voldoen aan de strenge voorwaarden is de kans op toekenning groot.

Al met al is het Innovatiekrediet voor biotech ondernemers dus nuttig, maar niet optimaal. Vooral de knellende IP-voorwaarden en het gebrek aan stimulans voor vervolgfinanciering maken deze regeling minder geschikt voor de lange, risicovolle trajecten die biotech kenmerkt. Daar staat tegenover dat het Innovatiekrediet wél ruimte geeft aan ondernemers om zelf de regie te voeren, kwalitatief goede aanvragen beloont en de administratieve lasten in verhouding houdt met de hoogte van het te verkrijgen bedrag. 

Heb jij ervaringen met het innovatiekrediet die je met ons wil delen? Ben je het eens of juist oneens met de scores? Laat het ons weten! 

← #nieuws

3%-R&D Actieplan, deel 1: Naar een effectief innovatie-instrumentarium

,

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3% serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de 3%-actie gericht op de doorontwikkeling van het innovatie-instrumentarium: de beschikbare publieke financieringsregelingen waarmee de overheid bedrijven ondersteunt bij onderzoek en ontwikkeling.

Een goede mix van publieke financieringsinstrumenten is de ruggengraat van een sterk innovatiebeleid. Het ministerie zet in op minder versnippering, meer flexibiliteit, verbeterde publiek-private samenwerking en een betere aansluiting op strategische doelen. Denk aan versterking van de goedlopende WBSO, herziening van de PPSi-subsidie en gerichte inzet op sleuteltechnologieën. Hollandbio onderschrijft deze ambities, maar om met publieke financiering écht verschil te kunnen maken voor biotech, moeten ze de financieringsinstrumenten wel goed bereikbaar zijn voor kennis- en kapitaalintensieve bedrijven. Dat betekent minder belemmerende voorwaarden en ruimte voor groei, en daarvoor zijn deze zes criteria wat ons betreft essentieel: 

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien. 
  1. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.  
  1. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken. Wanneer regelingen te complex zijn, haken ondernemers af.  
  1. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt. 
  1. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken. 
  1. Het beschikbare budget is toereikend voor het aantal kwalitatieve aanvragen, en de regeling is bereikbaar voor start- en scaleups, zodat goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.  

Hollandbio pleit voor een innovatie-instrumentarium dat ambitieus ondernemerschap stimuleert in plaats van afremt. Dat vraagt om minder regels die innovatie verstikken en slimmer investeringen die passen bij de praktijk van biotechbedrijven. Zo behouden we onze koppositie in biotech en zorgen we dat onze knappe koppen nu en in de toekomst kunnen blijven werken aan vooruitgang: aan gezonde en klimaatvriendelijke producten én een gezonde economie.