← #nieuws

Kabinetsplannen Economische Zaken: start met knaken én kansrijke kaders voor knappe koppen

,

Biotech stond voor het eerst in de Troonrede, er komen miljarden voor innovatie en doorgroei en de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat zet life sciences & biotechnologie nadrukkelijk op de kaart. Na jaren van rapporten, agenda’s en goede bedoelingen lijkt Den Haag eindelijk de motoren te starten. Maar tankt het kabinet ook voldoende brandstof om echt van z’n plaats te komen?

Miljarden voor innoveren, groeien en opschalen

Om met het goede nieuws te beginnen, voor biotechondernemers liggen er nieuwe kansen in het verschiet. Het kabinet zet drie financieringsinstrumenten naast elkaar:

  • Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI): €500 miljoen voor disruptieve innovatie. Biotech is een van de eerste domeinen waarvoor programma’s worden uitgewerkt. In 2027 moet een pilot starten; volledige operationalisering is voorzien in de eerste helft van 2028.
  • Nationaal Groeifonds: €375 miljoen voor strategisch industriebeleid. Biotechnologie is een van de zes focusgebieden. Projecten kunnen €30 tot €100 miljoen ontvangen. Conceptaanvragen kunnen dit najaar naar RVO; definitieve aanvragen volgen medio 2027.
  • Nationale Investeringsinstelling (NII): €3,3 miljard voor groei en opschaling. De NII moet onder marktconforme voorwaarden groei- en opschalingsfinanciering bieden, samen met private investeerders. Over de precieze uitwerking volgt nog meer informatie.

Met NADI, de nieuwe ronde van het Groeifonds en de NII zet het kabinet stappen richting iets waar hollandbio al jaren om vraagt: passende financiering van innovatie tot opschaling.

Positief is bovendien dat NADI als zelfstandige beleidsdeelneming wordt ingericht, juist om autonomie en slagvaardigheid te organiseren. Hollandbio ziet dat afstand tot de dagelijkse politiek belangrijk is, want innovatie vraagt een lange adem. Wie investeringen voor morgen wil doen, moet voorkomen dat ze bij de politieke waan van vandaag weer worden ingehaald.

De bedragen zijn serieus, maar de investeringsbehoefte voor technologie, innovatie en groei is nog veel groter en breder dan alleen biotech. Het is dus geen eindstation, al is het wel een welkome stap vooruit. En investeren in innovatie? Dat juicht hollandbio natuurlijk van harte toe.

Computer says no is geen innovatiebeleid

Ook fiscaal beweegt er wat. De innovatiebox wordt vanaf 2027 toegankelijker voor het MKB en de WBSO-tarieven blijven in 2027 gelijk. Minder goed nieuws is er voor vroege biotechbedrijven die nog te weinig loonheffing afdragen om hun volledige WBSO-voordeel te verzilveren. De voorgestelde carry forward, waarmee startups ongebruikte WBSO later zouden kunnen benutten, komt er voorlopig niet vanwege uitvoeringsproblemen en onduidelijkheid over de meerwaarde.

Computer says no is wat hollandbio betreft geen innovatiebeleid. Als een effectief instrument niet goed aansluit bij jonge, R&D-intensieve bedrijven, moet de vraag niet alleen zijn waarom uitvoering lastig is, maar vooral hoe we het wél werkend krijgen.

Europa beweegt niet? Beweeg zelf

Diezelfde houding missen we bij de OiM-problematiek. Europese staatssteunregels kunnen innovatieve bedrijven op cruciale momenten in hun ontwikkeling beperken. Tijdens het Tweeminutendebat Innovatie van 3 september drongen Kamerleden er opnieuw op aan om niet alleen in Brussel te zoeken naar meer ruimte, maar ook te kijken wat Nederland zelf kan doen.

Dat vindt hollandbio terecht. Natuurlijk moeten Europese regels beter aansluiten bij de realiteit van innovatieve bedrijven. Maar wachten tot Brussel beweegt terwijl biotechbedrijven nú tegen grenzen aanlopen, is geen innovatiebeleid – laat staan ambitieus innovatiebeleid. Daarvoor hoeft er niet altijd meer geld bij: betere, werkbare voorwaarden maken soms al een wereld van verschil.

Een slagvaardige Taskforce?

En dan de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. Die kan misschien wel belangrijker worden dan de afzonderlijke potten geld, wanneer deze genoeg slagkracht krijgt.

Het ministerie van EZK kan financieringsinstrumenten bouwen en innovatiebeleid maken, maar niet in haar eentje zorgen voor een sterk biotechklimaat. Daar hebben ook andere ministeries een belangrijke rol in: zoals I&W voor werkbare regelgeving en vergunningen, LVVN voor betere regels rondom voedselinnovaties en VWS om zijn rol in de zorg te benutten om innovaties sneller bij patiënten te krijgen.

Precies daarom is de Taskforce interessant: meerdere ministeries moeten samen barrières doorbreken rond onder andere innovatie, talent en vestigingsklimaat. Maar net als bij de uitvoeringsagenda van de Integrale Visie Biotechnologie ziet hollandbio nog weinig beweging op bijvoorbeeld markttoegang. En wil je echt private investeringen in R&D en opschaling aanjagen, dan moet er zicht zijn op een rendement.

De Taskforce is daarom een goede eerste stap. De lakmoesproef komt de komende tijd rond de vraag of de ministeries en bewindspersonen erin slagen samen te werken aan het gezamenlijk verbeteren van de randvoorwaarden in voor Nederland belangrijke sectoren. De biotech sector staat te popelen om hier samen met de overheid werk van te maken.

Van plannenproductie naar echte uitvoering

Alles bij elkaar staat biotech nadrukkelijker op de Nederlandse kaart. NADI, NII en de nieuwe Groeifondsronde kunnen belangrijke gaten in het financieringslandschap helpen dichten. En dat toekomstige welvaart interdepartementaal aandacht krijgt, is winst. Voor biotech vraagt dat om een aanpak door de hele keten willen we succes behalen: van kennis, valorisatie en financiering tot talent, regelgeving, productie, markttoegang en opschaling. Blokkeert één van deze schakels, dan komt die briljante innovatie alsnog niet vooruit.

Tijd dus om van woorden naar daden te gaan. Niet nóg een analyse van wat er misgaat, maar beginnen met oplossen wat we allang weten. Slecht die departementale grenzen, maak stappen vooruit onder gezamenlijke verantwoordelijkheid. En randvoorwaarden waarmee onze knappe koppen niet alleen iets briljants kunnen bedenken, maar het hier ook kunnen ontwikkelen, financieren, produceren, naar de markt brengen én opschalen. Dán beginnen de economische motoren pas echt te ronken.

← #nieuws

Nederland zet in op talent voor biotech

,

Nederland wil meer economische groei realiseren, innovatie versnellen en grote maatschappelijke uitdagingen aanpakken. Met de nieuwe Talentstrategie erkent het kabinet dat dit alleen lukt als ook wordt geïnvesteerd in de knappe koppen die die vooruitgang mogelijk maken. In de onderzoekers, operators en andere professionals die technologische innovaties naar patiënt of consument brengen. Een logische én belangrijke stap, vindt hollandbio: biotech kan pas blijven bijdragen aan een gezondere en toekomstbestendige wereld als er voldoende mensen zijn om slimme oplossingen te ontwikkelen, op te schalen en toe te passen. Goed nieuws dus dat life sciences & biotechnologie door het kabinet zijn aangewezen als één van de vier prioritaire domeinen waarvoor extra inzet op talent nodig is.

Biotech is prioritaire groeimarkt

Met de Talentstrategie wil het kabinet structureel investeren in mensen om de economie jaarlijks gemiddeld 1,5% te laten groeien en personeelstekorten in cruciale sectoren aan te pakken. Daarbij zet het in op twee sporen: slimmer en innovatiever werken, zodat we met relatief minder mensen meer kunnen bereiken, én het opleiden en begeleiden van meer talent naar sectoren die essentieel zijn voor de toekomstige welvaart van Nederland. Dat gaat nadrukkelijk om de volle breedte van talent: mensen met praktische vaardigheden én theoretische kennis, van mbo tot wo en van starter tot ervaren professional die zich wil om- of bijscholen. Naast digitalisering & AI, energie- en klimaattechnologie en veiligheid & weerbaarheid behoort ook life sciences & biotechnologie tot deze prioritaire groeimarkten.

Talent al vroeg in aanraking brengen met innovatieve sectoren

Interessant is dat de overheid in haar strategie expliciet erkent dat het talentvraagstuk niet alleen draait om onderwijs en arbeidsmarktbeleid. Ook beeldvorming, rolmodellen en praktijkervaringen spelen een belangrijke rol in de keuzes die jongeren maken. De strategie constateert dat jongeren nog onvoldoende in aanraking komen met innovatieve sectoren en dat hardnekkige stereotypen hun studie- en beroepskeuzes beïnvloeden. Het kabinet zet talentinstroom daarmee nadrukkelijk neer als een systeemuitdaging die al begint ver voordat iemand een opleiding of baan kiest.

Kabinetsmaatregelen voor talentontwikkeling

Om meer mensen richting deze cruciale opgaven te bewegen, werkt het kabinet de komende tijd aan maatregelen die inspelen op verschillende momenten in de talentontwikkeling, van eerste kennismaking en profielkeuze tot studie- en beroepskeuze. Denk aan meer focus op techniek, digitale vaardigheden en AI in het onderwijs, sterkere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, betere voorlichting en loopbaanbegeleiding, nieuwe mogelijkheden voor om- en bijscholing en een gerichtere inzet van kennis- en arbeidsmigratie.

Biotech betrekt GenZ

Voor de Nederlandse biotech zijn dit bekende uitdagingen. Ze sluiten dan ook nauw aan bij de inzichten en doelstellingen uit onze eigen biotech-arbeidsmarktcampagne GenZelfWeten. Met dit initiatief werken we samen met bedrijven, kennisinstellingen en andere partners aan een sterker en realistischer beeld van biotech, zodat meer jongeren ontdekken hoe veelzijdig de sector is en zij hun weg weten te vinden naar een biotechstudie, -stage of -baan die past bij hun talenten en ambities.

Kabinet betrekt hollandbio bij uitwerking

Na de zomer werkt het kabinet de Talentstrategie verder uit. Daarbij vroeg het hollandbio al om mee te denken, zodat de maatregelen goed aansluiten op de behoeften van biotech. Denk bijvoorbeeld aan verbeteringen van het opleidingsaanbod, (fiscale) regelingen voor het aantrekken van talent uit het buitenland, en het breder toegankelijk maken van informatie over de biotech arbeidsmarkt. Vanuit onze rol brengen we ervaringen en ideeën uit de sector samen met de inzichten uit ons jongerenonderzoek. Heb je ideeën, praktijkvoorbeelden of knelpunten die we moeten meenemen? Laat het ons weten, zodat we samen kunnen bouwen aan het talent van morgen!

← #nieuws

Durven we te kiezen voor vooruitgang?

, ,

In tegenstelling tot de BITE, werkte hollandbio’s team IJzersterk Innovatieklimaat deze zomer stug door om de grote beleidsambities op biotech te helpen omzetten in de hoognodige boost voor ons nationale en Europese innovatie-ecosysteem. Terwijl het kabinet zich in het zweet werkt om de Rijksbegroting rond te krijgen, weet hollandbio heel goed wat er gebeuren moet: slim investeren in wat Nederland sterker maakt – kennis, innovatie en ondernemerschap.

De contouren voor het biotech stimuleringsbeleid worden langzaam zichtbaar, met onder meer de call for evidence voor de Biotech Act, de uitwerking van advies-Wennink, de Nationale Agenda voor Duurzame Innovatie (NADI), de verkenning van een biotech IPCEI en een Biotech Board. De komende weken zal blijken of deze initiatieven samen voldoende richting, snelheid en slagkracht bieden. En vooral: of Nederland bereid is te kiezen voor vooruitgang.

Hollandbio is optimistisch. Er liggen enorme kansen om met biotech bij te dragen aan grote maatschappelijke uitdagingen om het vlak van gezondheid, voeding en vergroening van onze economie. Nederland heeft een aantal sterke troeven, en het kabinet de juiste focus. Urgente actie is echter nodig, willen we de kennis en slimme ideeën, investeringen, bedrijvigheid en banen niet verliezen aan bijvoorbeeld China.

De boodschap klinkt inmiddels vanuit alle hoeken, van AWTI tot WRR, van Peter Wennink tot het IMF: om ons toekomstige verdienvermogen en welvaart veilig te stellen, moet Nederland niet per se méér doen, maar vooral slimmer investeren in productiviteit, technologie en innovatie, van ontwikkeling tot schalen en toepassing. Want juist daar ligt de sleutel om met dezelfde hoeveelheid mensen meer waarde te creëren.

Aan kennis en ondernemerschap hebben we gelukkig (nog) geen gebrek. Nederlandse onderzoekers en ondernemers behoren tot de wereldtop. Ideeën te over, maar in de realisatie schort het hier nog te vaak. Veel biotechbedrijven lopen vast op een opeenstapeling van barrières: onvoldoende groeifinanciering, langdurige vergunningstrajecten, complexe markttoelating, moeizame valorisatie of een tekort aan talent en ruimte, terwijl andere continenten wél doorpakken en turbo aanzetten. Daardoor verliezen we niet alleen bedrijven, maar ook de maatschappelijke en economische waarde die zij creëren: de technologie wordt hier bedacht, maar elders opgeschaald en benut. Dat is geen natuurwet, maar een gevolg van keuzes.

De vraag die voorligt tijdens deze begrotingsonderhandelingen is daarom groter dan hoeveel geld er wordt uitgegeven. De echte vraag is hoe Nederland zijn toekomstige verdienvermogen veiligstelt. In een wereld waarin technologische ontwikkeling steeds sneller gaat, kunnen we het ons niet veroorloven om vooral voorzichtig te zijn. Naast het voorzorgsprincipe hebben we een vooruitgangsprincipe nodig.

Hoewel alle beleidsbeslissingen nog definitief moeten worden uitgewerkt, zijn de signalen voor biotech voorzichtig positief: de contouren van het stimuleringsbeleid worden steeds zichtbaarder. Toch tellen uiteindelijk geen woorden, maar keuzes. Keuzes die bepalen of Nederland ook morgen een plek is waar biotech kan ontstaan, groeien en impact maken. Hollandbio blijft daarom aanjagen, meedenken en -doen over verantwoorde oplossingen die bijdragen aan een gezonder, klimaatvriendelijker en welvarender Nederland. Samen zetten we ambitie om in actie. Houd onze Bite in de gaten voor updates.

← #nieuws

Kabinet, maak €500 miljoen vrij voor biotech en voedselinnovatie!

,

Nederland heeft alles in huis om wereldwijd koploper te blijven in duurzame voedselproductie: toponderzoek, innovatieve bedrijven en baanbrekende biotech. Wat nog ontbreekt, is voldoende kapitaal om veelbelovende innovaties door te laten groeien naar commerciële schaal. Daarom roept een brede coalitie van voedseltechnologiebedrijven, investeerders en maatschappelijke organisaties het kabinet op om fors te investeren in Nederlandse deelname aan de Europese IPCEI Biobased Food and Feed Ingredients. Een oproep die hollandbio van harte ondersteunt. Hier ligt een unieke kans om Nederlandse innovatie om te zetten in economische en maatschappelijke impact.

Met IPCEI’s — Important Projects of Common European Interest — kunnen EU-lidstaten strategische innovaties ondersteunen die van groot belang zijn voor de economie, het verdienvermogen en de maatschappelijke uitdagingen van morgen.  Dat is bijzonder relevant voor de agrifoodsector. Nederlandse scale-ups werken aan oplossingen die bijdragen aan een toekomstbestendig voedselsysteem: kaas zonder koe, palmolie zonder palmboom, leer zonder dier en hoogwaardige ingrediënten geproduceerd met minimale impact op mens en milieu. De kennis en technologie zijn aanwezig, maar de stap van pilot naar eerste commerciële fabriek blijft voor veel bedrijven een grote uitdaging.

Hollandbio ondersteunt daarom de oproep om minimaal €200 miljoen publieke cofinanciering beschikbaar te maken. Tegelijkertijd zien wij dit vooral als een belangrijke ondergrens. Gezien de omvang van de kansen, de verwachte belangstelling vanuit Nederlandse bedrijven en de brede opzet van deze IPCEI, sluit €500 miljoen wat ons betreft beter bij de ambitie om niet alleen mee te doen, maar ook echt voorop te lopen.

Met voldoende publieke cofinanciering kan Nederland private investeringen mobiliseren, productiecapaciteit opbouwen en innovatieve bedrijven de kans geven om hier te groeien. Zo versterken we onze positie als biotech- en voedselinnovatieland en zetten we een belangrijke stap naar een klimaatvriendelijke, weerbare wereld waarin biotech oplossingen biedt voor de grote uitdagingen van deze tijd. Kortom: de kennis is er, de bedrijven zijn er, de ambitie is er. Nu is het moment voor Nederland om naar voren te stappen en het verschil te maken.

← #nieuws

NADI verdient actie in plaats van applaus

,

Investeerders, onderzoekers, kennisinstellingen en innovatieve bedrijven slaan de handen ineen in een gezamenlijke open brief aan de Tweede Kamer om steun uit te spreken voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). Ook hollandbio ondersteunt dit initiatief en ondertekent de brief. Nederland heeft een instrument nodig dat baanbrekende innovaties door de beruchte ‘Valley of Death’ helpt en daarmee nieuwe industrieën, economische groei en oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen mogelijk maakt.

Voor biotech is die oproep bijzonder relevant. Juist in sectoren waar doorbraken jaren van onderzoek, grote investeringen en een hoge mate van onzekerheid vragen, schieten bestaande financieringsinstrumenten vaak tekort. NADI kan dat gat vullen met een aanpak die ruimte biedt voor ambitie, snelheid, risico en langetermijndenken. Dat is precies waarom hollandbio al langer pleit voor een krachtig en onafhankelijk agentschap dat radicale innovatie mogelijk maakt.

De komende weken zijn cruciaal omdat er knopen moeten worden doorgehakt. Het kabinet zal moeten laten zien hoe serieus het de eigen innovatieambities neemt en hiervoor steun krijgt vanuit de Tweede Kamer. Mooie woorden over verdienvermogen, technologische soevereiniteit en toekomstige economische groei zijn niet genoeg. De vraag is of de overheid ook bereid is haar eigen verantwoordelijkheid te nemen en de voorwaarden te creëren die nodig zijn voor echte doorbraken vanuit het NADI: voldoende middelen, een onafhankelijke positie, ruimte voor risico en een lange adem. Wat hollandbio betreft is de conclusie simpel: als Nederland voorop wil blijven lopen in biotech en andere sleuteltechnologieën, dan is dit het moment om van ambitie naar actie te gaan.

← #nieuws

WBSO 2025: meer geld voor biotech, maar afschaffing farmaciebrief blijft heikel punt

,

De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) maakt het voor bedrijven aantrekkelijker om te investeren in Research & Development (R&D) vanwege het fiscale voordeel dat de WBSO biedt. Biotechbedrijven in Nederland maken graag gebruik van de WBSO. Na de tegenvallende cijfers van afgelopen jaar lijken bedrijven dit jaar juist weer meer te profiteren van de WBSO. Ongeveer evenveel biotechbedrijven kregen namelijk een significant grotere hoeveelheid afdrachtsvermindering toegekend. Naast deze positieve cijfers is er ook een kanttekening. De geplande afschaffing van de farmaciebrief gaat helaas door, met mogelijk onherstelbare gevolgen voor het Nederlandse klinisch onderzoeksklimaat. Bedrijven bouwen al ruim 20 jaar op deze WBSO-regels. Dat die nu met beperkt beeld van de gevolgen en in onvoldoende samenspraak met het bedrijfsleven worden aangepast, draagt wat ons betreft niet bij aan het zo gewenste voorspelbare innovatiebeleid in Nederland.

Wat laat het jaarverslag 2025 zien?

Na een pas op de plaats in 2023 en een daling in 2024 heeft de WBSO in 2025 voor biotech de weg omhoog weer gevonden. De totale WBSO-toekenning voor biotechbedrijven steeg met ruim €50 miljoen, terwijl het aantal bedrijven dat gebruik maakte van de WBSO ongeveer gelijk bleef. Ook het totale bedrag dat via de WBSO aan afdrachtsvermindering is gerealiseerd, steeg dit jaar. Goed nieuws voor dit jaar, maar hollandbio is benieuwd wat de afschaffing van de farmaciebrief voor effect gaat hebben op de cijfers van dit jaar.

WBSO: de katalysator van innovatie 

 Hollandbio benadrukt al jaren dat de WBSO cruciaal is voor het aanjagen van R&D in biotech en dat de regeling toegankelijk moet zijn voor bedrijven in de hele innovatieketen. R&D is immers de drijvende kacht achter biotech innovaties, en de WBSO zorgt voor een belastingkorting op op gemaakte R&D-kosten. Tegelijkertijd zien we dat de Nederlandse interpretatie van R&D, waarbij projecten expliciet “technologische vernieuwing” moeten aantonen, de reikwijdte van de regeling beperkt en daarmee de impact op R&D-investeringen verkleint. Het verder uitsluiten van delen van de keten, zoals (delen van) klinisch onderzoek door de afschaffing van de farmaciebrief, helpt daar niet bij. Integendeel: het ondermijnt juist de effectiviteit van de WBSO in een sector waar R&D zich uitstrekt over de volledige ontwikkelingsketen. Niet voor niets trok hollandbio eerder aan de bel met een brandbrief aan de toenmalig minister van EZK, Vincent Karremans.

Hoewel het besluit daardoor niet is teruggedraaid, blijft het essentieel dat het ministerie de gevolgen van deze wijziging nauwgezet monitort. Tegelijkertijd roepen wij op tot structurele samenwerking met de sector, zodat de WBSO optimaal blijft bijdragen aan het stimuleren van R&D. Dit sluit direct aan bij de ambitie om 3% van het BBP in R&D te investeren, een doel dat alleen haalbaar is met consistent, voorspelbaar beleid en een regeling die de volledige innovatieketen ondersteunt.

← #nieuws

Aandacht voor kloppende randvoorwaarden tijdens Commissiedebat Innovatie

,

Afgelopen 25 juni ging de Tweede Kamer met minister Herbert van EZK in debat over Innovatie. In aanloop naar het debat vroeg hollandbio aan Kamerleden onder andere het publieke financieringsinstrumentarium te verbeteren, de Nederlandse kijk op staatssteun te verbeteren en biotech als kritieke technologie expliciet in de plannen mee te nemen. Deze oproep was gelukkig niet aan dovemansoren gericht, met diverse Kamerleden die de minister opriepen de Onderneming in Moeilijkheden-problematiek op te lossen en veel geluid rondom de bezuinigingen op het Toekomstfonds.

Helaas is dit nog geen oplossing voor de problemen waar we tegenaan lopen. Hoewel hollandbio het bemoedigen vindt om te horen dat de minister innovatie hoog op de agenda heeft staan, wordt er nog veel te vaak op zowel het gas- als het rempedaal gestaan. Met de NTS, het rapport-Wennink en de Interdepartementale visie biotechnologie zijn er genoeg goede plannen en ambities. Alleen bezuinigt het kabinet tegelijkertijd stevig op belangrijke instrumenten uit het Toekomstfonds, waar onder andere het Innovatiekrediet, de SEED Capital regeling en de Vroegefasefinanciering onder vallen. Ook blijft de afschaffing van de farmaciebrief binnen de WBSO staan, waarmee het klinisch onderzoeksklimaat verder onder druk komt.

Hollandbio is blij dat veel van de aanwezige Tweede Kamerleden zich inzetten voor verbeteringen in het ecosysteem. Zo vroegen meerdere Kamerleden aandacht voor het verder verbeteren van de standaard dealterms bij het uitspinnen van universiteitsinnovaties en voor het prioriteren en bieden van langjarig perspectief voor kritische technologieën, waarvan biotech er een is. Al met al is het goed om te zien dat er aandacht is voor issues en uitdagingen die spelen in de biotech, maar er is werk aan de winkel als we alle ambitieuze plannen willen realiseren. Hollandbio helpt daar uiteraard graag aan mee.

← #nieuws

Ready. Set. Go! Van ambitie naar actie met de uitvoeringsagenda biotech

, , ,

Hollandbio keek er al reikhalzend naar uit: vorige week stuurde het kabinet de Interdepartementale Uitvoeringsagenda Biotech naar de Tweede Kamer. Daarmee moet Nederland de stevige nationale kopgroepambitie waarmaken in onderzoek, ontwikkeling én implementatie van biotech innovaties. Hollandbio is blij met deze rollende agenda, die een stevig biotech anker is voor de vele lopende beleidstrajecten en -plannen die als doen hebben om prioritaire sectoren, waaronder biotech, te versterken.

De uitvoeringsagenda verbindt en stroomlijnt de biotech en life sciences ambities en plannen uit onder meer het industriebeleid, het 3% R&D Actieplan, de Nationale Technologie Strategie (NTS), het Wennink advies en de opdracht van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat (TWV). Op deze manier krijgt biotech, als strategische sleuteltechnologie, precies de plek waar het thuishoort: als innovatiemotor voor zowel verdienvermogen, veiligheid, strategische autonomie als maatschappelijke opgaven.

Met de uitvoeringsagenda biotech komt het kabinet tegemoet aan een belangrijke oproep van hollandbio: een integrale aanpak en structuur om de bijdrage van biotech gezamenlijk de gewenste kant op te sturen, en bovendien waar mogelijk te voorkomen dat tegelijkertijd op het gas- en het rempedaal wordt getrapt. Een mooie stap in de goede richting, en een sterk vertrekpunt voor de volgende fase: actie!

Wat positief stemt, is dat de agenda voortbouwt op bestaande initiatieven, zoals Biotech Booster, de programma’s van de NTS, Nexus en Food2040 en de aandacht voor biotech in nationale ontwikkelingen bestendigt, zoals via Invest-NL, de Nationale Investeringsinstelling (NII) en het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). Bovendien zet de agenda in op het benutten van Europees momentum, zoals IPCEI’s op het terrein van biotech en de diverse voorstellen uit bijvoorbeeld de Biotech Act, gericht op het verbeteren van toegang tot financiering voor biotech innovatie. Dat is verstandig. Nederland heeft al een krachtig fundament van kennis, ondernemerschap en publiek-private samenwerking. Opnieuw beginnen is dan ook lang niet altijd de beste aanpak, voortbouwen op excellentie, slim hervormen van wat beter kan, en het optimaal benutten van nieuwe kansen en momentum des te meer.  

Hollandbio ziet de in de agenda aangekondigde Biotech Board als essentieel: deze kan op basis van ruime expertise en ervaring in het bedrijfsleven, de overheid van gedegen advies voorzien over welke beleidsinterventies, acties en initiatieven voorzien in cruciale randvoorwaarden voor innovatie en ondernemerschap, en daarmee bijdragen aan het succes van de sector en Nederland als allround biotech koploper.

Ambitieus biotechbeleid kan simpelweg niet zonder de kennis van hen die dagelijks werken aan nieuwe therapieën, duurzame productieprocessen, alternatieve eiwitten, regeneratieve geneeskunde en innovatieve landbouwoplossingen. Zij weten waar kansen liggen, ervaren aan den lijve waar het systeem vastloopt en wat nodig is op de lange weg om innovaties daadwerkelijk naar markt en maatschappij te brengen. 

De agenda geeft hoop en dat is hard nodig ook. De Nederlandse biotech staat op een kantelpunt – het is nu of nooit voor succes van eigen bodem. Als we nu niet ingrijpen, end-to-end, van vroege vinding tot toegang tot de praktijk, raakt Nederland onherroepelijk haar positie kwijt, met in het kielzog ook de waardevolle bijdrage die onze biotech sector kan leveren aan onze gezamenlijke toekomst. Hollandbio staat, met alle biotech koplopers die we vertegenwoordigen, klaar om maximaal bij te dragen. Dus hop, handen uit de mouwen!

← #nieuws

Hollandbio submits input for the EU Biotech Act II

, , , ,

Last week, hollandbio submitted its input to the European Commission’s (now closed) Call for Evidence on the EU Biotech Act II — a key opportunity for shaping the future of biotechnology and biomanufacturing in Europe. Together with partners across the ecosystem, we provided detailed and concrete suggestions on how to address the key challenges the biotech sector faces. In line with our four core asks, we asked for a more integrated approach to biotech policy across sectors and regulations, real investment in frontrunners to enable scale-up and industrial deployment, faster and more predictable routes to market and stronger market pull to create a level playing field for biotech solutions. Because only by addressing the full value chain from research to industrialisation and uptake can Europe ensure that biotech innovations are not only developed here, but also implemented here, delivering impact for health, our planet and economic growth.

← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: sluit de Eurostars aan bij biotech?

, ,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech-innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotechbedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre de Europese subsidieregeling Eurostars aansluit bij de behoeften van biotech?  In een nieuwe infographic scoren we deze subsidies op een schaal van 1 tot 10. 

Eurostars is onderdeel van het Europese innovatieprogramma Eureka. Via subsidies van maximaal €500.000 voor het Nederlandse projectaandeel jaagt deze regeling snellere ontwikkeling en groei aan van kleine bedrijven, mits die deelnemen aan een samenwerkingsverband tussen partijen uit meerdere Europese landen. Hoewel de subsidie Europees georiënteerd is, ligt de uitvoering ervan bij de lidstaten zelf. In Nederland is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) daarvoor verantwoordelijk. Dit heeft per jaar een totaal van €22 miljoen beschikbaar voor Nederlandse aanvragen verdeeld over twee calls. 

Wil een subsidie zoals Eurostars aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:   

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.   
  1. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.    
  1. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken.  
  1. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.   
  1. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.   
  1. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen. 

Hoe scoort Eurostars? 

Wanneer we Eurostars langs onze meetlat leggen, zien we het volgende: 

Op het gebied van vervolgfinanciering scoort de Eurostars erg goed. Het betreft namelijk een zuivere subsidie zonder terugbetalingsverplichting. Voor het MKB en kennisinstellingen wordt 50% van de projectkosten gesubsidieerd en voor grote bedrijven of andere instellingen bedragen de subsidiabele projectkosten maximaal 40%. De rest van de financiering moeten deelnemers uit andere bronnen halen. Hiermee scoort Eurostars een 9 uit 10. 

De IP-bescherming van Eurostars projecten is goed geregeld. Van tevoren maken de verschillende deelnemers in het project afspraken over intellectueel eigendom, wat resulteert in een score van 8 uit 10. 

De administratieve last van de Eurostars is relatief laag. Ze vereist twee keer per jaar een inhoudelijke update en aan het einde een uitgebreidere rapportage. Bij grotere consortia kan de last wat hoger zijn vanwege het grotere aandeel betrokken partijen. Daartegenover staat een subsidiebedrag van maximaal € 500.000. Dat is prima in balans, dus scoort deze subsidie hiervoor een 8 uit 10. 

Hoewel zeggenschap bij deze subsidie deels met andere samenwerkingspartners wordt gedeeld, zien wij dat de ondernemer altijd in de lead is bij de aanvraag. Met deze partners wordt er van tevoren een duidelijke consortiumsovereenkomst verwacht waarin vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt. Ook is pivoteren in het project (na goedkeuring) mogelijk. Wij geven daarom een 8 uit 10. 

De doorlooptijd voor een Eurostars-aanvraag is lang. Na een Europese inhoudelijke controle en beoordeling wordt door RVO beoordeeld welke aanvragen gehonoreerd kunnen worden. Alles bij elkaar kost dit vijf tot zes maanden. Wij vinden dat erg stevig vinden en scoren hier daarom met een 4 uit 10. 

Het slagingspercentage van de Eurostars vinden wij met 50% acceptabel. Helaas is er niet genoeg budget beschikbaar om alle kwalitatief goede voorstellen van financiering te voorzien. Ook kan het gebeuren dat het budget van een samenwerkende lidstaat uit het project op is, waardoor het volledige project niet door kan gaan. Wij scoren deze subsidie hiervoor daarom een 7 uit 10. 

Al met al scoort de Eurostars, wat ons betreft, voor biotech dus erg goed. De populariteit van het instrument bevestigt dit: in het overzicht van gehonoreerde aanvragen tot en met september 2025 is te zien dat Nederlandse bedrijven de weg naar de Eurostars goed weten te vinden. Het enige minpuntje aan de Eurostars vinden wij de doorlooptijd, maar verder scoort de Eurostars uitstekend. Heb jij ervaring met deze subsidie, of een andere kijk op de Eurostars? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!