← #nieuws

Stel een preventienorm vast ter verdediging van onze gezamenlijke gezondheid

, ,

Twee jaar voordat Poetins oorlog uitbrak, werd onze samenleving ontwricht en vonden tienduizenden Nederlanders de dood. Het was geen Rus, maar een virus dat onze grens binnendrong en stevig huishield. Waar de Oost-Europese oorlog er nu eindelijk toe leidt dat onze krijgsmacht door naleving van de NAVO-norm op orde wordt gebracht, schort het nogal in de bescherming van onze gezamenlijke gezondheid. Wie kijkt naar preventie, ziet onze verdediging veel te vaak slecht uitgerust op het slagveld staan. Net als bij defensie, vraagt preventie om noodzakelijke investeringen vooraf. En die collectieve veiligheid verwaarloost Nederland nog steeds. Daarom moeten we, conform de defensienorm, de verdediging van onze gezamenlijke gezondheid vastleggen in een preventienorm!

Aanstaande donderdag overleggen zorgwoordvoerders in de Tweede Kamer met de minister en staatssecretaris van Volksgezondheid over de verbetering van de medische preventie in Nederland. Sinds de pandemie weten we allemaal hoe belangrijk het is om ons te wapenen tegen de stille opmars van infectieziekten. Toch zijn het zeker niet alleen virussen die onze gezondheid bedreigen. Wetenschappers waarschuwen geregeld tegen de ontluikende antibioticaresistentie, die nu al wereldwijd minstens 700.000 doden per jaar eist. Als we geen nieuwe antibiotica ontwikkelen, kan dat aantal van deze tikkende tijdbom in 2050 oplopen tot 10 miljoen sterfgevallen per jaar. En dan hebben we het nog niet eens over kanker, obesitas, diabetes en andere ziekten die in eerste instantie met leefstijl, maar ook zeker door gerichte inzet van preventieve interventies kunnen terugdringen. Het leed is ongekend en enorm, nog los van alle bijkomende economische schade.

Gelukkig kunnen we door de inzet van de juiste biotechnologische innovaties ons bliksemsnel weren. Vaccins, testen en geneesmiddelen hebben in recordtempo “het nieuwe normaal” van de coronacrisis beëindigd en de maatschappij geopend. Door nieuwe antibiotica, antivirale middelen, vaccins en andere geneesmiddelen te ontwikkelen, kunnen we nog veel meer ziekteleed voorkomen. Toch blijven zelfs de middelen die er zijn vaak nog jaren op de plank liggen: zo duurt het gemiddeld negen jaar voordat de overheid een nieuw vaccin inzet.

Schrijnender gevallen doen zich voor: zelfs als de overheid na decennia van overleg tot de slotsom komt dat een afgebakende risicogroep baat heeft bij vaccinatie, zoals recent in de strijd tegen het rotavirus of gordelroos, dan nog kan een slordige begroting het ziekteleed langer laten voortduren. Telkens peutert de staatssecretaris namelijk pas achteraf het noodzakelijke preventiebudget los. Alsof we met bommenwerpers aan de horizon nog moeten bekijken hoe we de bestelde luchtverdediging betalen, hoe is het mogelijk?

De oorzaak is cynisch: er is simpelweg geen businessmodel om te investeren in preventie. Hoe beter een preventieve maatregel werkt, hoe minder overtuigend of zelfs overdreven die voelt – tegen die paradox weren we ons momenteel onvoldoende. En dat terwijl de werkdruk in de zorg al enorm hoog is. Toch is er voor individuele zorgverzekeraars nul prijsprikkel om vooraf te investeren in preventie, waarvan allerminst zeker is dat zij de baten later zullen terugzien in de vorm van uitgespaarde zorgkosten. Levensreddende innovaties waar bedrijven hard aan werken verdwijnen daarom op de plank, totdat er al veel leed is geschied. We laten ons keer op keer door (infectie)ziekten overvallen en beginnen steevast met blussen nadat deze veenbrand weer flink is opgelaaid.

Door gebrekkig budgetteren voorkomen we nu geen zorg en moeten we later zowel het ziekteleed als de daaruit voortkomende zorgkosten dragen. In tegenstelling tot voorkomen staat er namelijk geen budgettaire rem op genezing. Zo penny wise we de staatssecretaris van Volksgezondheid laten omspringen met ons belastinggeld, zo pound foulish kijken we straks allemaal als premiebetaler terug op die zorgkosten.

Deze catch-22 doorbreken we alleen wanneer we het voorkomen van leed en ziekte op zijn merites waarderen: als collectieve gezondheidswinst. Dat is niet ingewikkeld, gewoon een kwestie van willen. Dus overheid, put your money where your mouth is en pak je maatschappelijke verantwoordelijkheid. Regel dat preventiebudget – of dat nu een percentage van het bbp is of een stabiele afgeleide van het zorgbudget – en verzilver om te beginnen het meest laaghangend fruit. In het interbellum van de coronapandemie en de tikkende tijdbom die antibioticaresistentie heet, moeten we preventie op orde brengen en onze gezamenlijke gezondheid net zo serieus beschermen als andere elementen van onze collectieve veiligheid. Hoog tijd dus om een preventienorm vast te stellen, want zonder verdediging wint de vijand elke dag terrein.

HollandBIO’s inbreng voor Commissiedebat Medische preventie 16 februari

Aanstaande donderdag, 16 februari, vergadert de Tweede Kamer over Medische preventie. HollandBIO heeft inbreng geleverd op zowel het vaccinstelsel als antimicrobiële resistentie.

← #nieuws

Gezondheid op maat neemt de wereld over 

, ,

Een one-size-fits-all-strategie bij het voorschrijven van medicatie is achterhaald. HollandBIO roept dat al langer en nu heeft het LUMC dit wetenschappelijk onderbouwd. Door de dosering van medicatie aan te passen aan de hand van een profiel van twaalf genen, zagen onderzoekers een afname van ernstige bijwerkingen met maar liefst 30% én kan de werking van de medicatie verbeteren. Wat HollandBIO betreft is dit schoolvoorbeeld een voorbode voor een bredere biorevolutie, waarin we door beter te meten iedereen gelijk van een passende behandeling kunnen voorzien. Toch is gezondheid op maat ondanks de bijval uit het LUMC nog geen gelopen race.

Wie betaalt al die miljarden aan extra kosten? 

Natuurlijk zijn we allemaal blij dat patiënten betere behandelingen en minder vaak nare bijwerkingen tegemoet kunnen zien. Alleen, voor wie gaan we dit inzetten? Wanneer? En wie gaat dat betalen? Dat vraagt om meer onderzoek en data. Want met ruim elf miljoen medicijngebruikers in ons land, en een prijskaartje van tussen de 300 en 600 euro voor een DNA-medicatiepas, zou dit de schatkist in het meest gunstige scenario “slechts” € 3,3 miljard kosten.  

Om vervolgens nog te zwijgen over het feit dat dit niet de eerste noch de enige vorm van diagnostiek is die beschikbaar is en komt. Want kijken onderzoekers hier nog maar naar twaalf genen, uiteindelijk hebben we er circa 20.000 die ieder van ons uniek maken. Idealiter zou je van al deze genen willen weten wat hun rol en invloed is op het ontstaan van ziekten en het proces om deze te behandelen of te voorkomen. Dat wordt een duur grapje….  

Tempo en bewijslast worden de bottleneck 

Of toch niet? Technologische innovaties volgen elkaar tijdens de huidige biorevolutie in rap tempo op. Testen kunnen we steeds efficiënter. Wel wordt het steeds ingewikkelder om tussen de immer uitdijende hoeveelheid testen nog de juiste te selecteren, en voor die testen om hun plek in het zorglandschap te vinden. Want gaan we voor elke aandoening voor een losse test – en zo ja welke? Of komt er een moment dat breder testen de voorkeur krijgt – en zo ja wanneer?  

Met het tempo waarin we nu makelen en schakelen in Nederland, en gezien de immer groeiende bewijslast waar we naar vragen voor iets eindelijk de markt op mag, zijn de testen en technologieën achterhaald tegen de tijd dat ze eindelijk de praktijk bereiken. Het duurt en duurt, terwijl het patiënten juist aan tijd ontbreekt. Bovendien schreeuwen de uitdagingen in de gezondheidszorg om verandering, waarmee we de grote maatschappelijke en economische waarde die deze testen – en de daaropvolgende passende zorg – kunnen realiseren. 

HollandBIO maakt zich daarom hard voor opheldering over, en snellere en betere routes naar, de markt voor innovatieve diagnostiek. Zodat we als maatschappij de vruchten kunnen plukken van baanbrekende onderzoeken en de medicatiepaspoorten die daaruit voortkomen. 

← #nieuws

Nu Nog Meer Korting – Black Friday Deals bij VWS 

, ,

Minister Kuipers (VWS) verlaagt de ondergrens voor toelating van dure geneesmiddelen tot het basispakket via de sluis van €40 miljoen naar € 20 miljoen. Een ingreep die naar verwachting resulteert in acht extra sluisgeneesmiddelen per jaar en daarmee – naast langer wachten voor patiënten – in meer prijsonderhandelingen, meer korting en dus grotere besparingen. Of toch niet?

Om te beginnen, een reality check: wie nog steeds denkt dat patiënten na EMA-registratie eindelijk mogen rekenen op hun zo vurig gewenste geneesmiddel, komt van een koude kermis thuis. Hoewel op dat moment de balans tussen veiligheid en effectiviteit van een geneesmiddel goed is bevonden en de behandeling daarmee in Europa de markt op mag, volgt na jaren van onzekerheid, onderzoek, ontwikkeling en torenhoge investeringen een almaar zwaardere, nationale, eindtoets: de beoordeling voor vergoeding, doorgaans een apart traject in elke lidstaat.  

Op papier laat Nederland nieuwe intramurale geneesmiddelen, middelen die in het ziekenhuis gebruikt worden, standaard toe tot het basispakket. De werkelijkheid is echter weerbarstiger, zo blijkt uit eerder onderzoek van HollandBIO. Dure geneesmiddelen komen in de zogeheten ‘sluis’, waarmee de overheid via prijsonderhandelingen meer grip wil krijgen op zorguitgaven. De consequentie, namelijk dat patiënten langer moeten wachten op hun geneesmiddel, wentelen het Zorginstituut en minister Kuipers af op fabrikanten. Zolang fabrikanten ‘extreem hoge prijzen blijven vragen’ voor dure intramurale geneesmiddelen, zijn kostendrukkende maatregelen – zoals het aanpassen van de sluiscriteria – noodzakelijk om de instroom te beheersen, verdringing te voorkomen en passende zorg mogelijk te maken. 

Het ministerie van VWS staat voor een schier onafwendbaar, driedubbel zorginfarct – door ras oplopende zorgvraag, kosten en personeelstekort. En hoewel een transitie naar gezondheid op maat ons inziens de enige duurzame oplossing is, bezwijkt het ministerie toch steeds weer voor de verleiding van snelle winst, opgejut door de kostenbesparende afspraken in het coalitieakkoord. Onderhandelen over geneesmiddelen lijkt immers lekker te lonen: prijsonderhandelingen en financiële arrangementen leidden tot significante uitgavenverlaging aan intramurale geneesmiddelen van 25 miljoen euro in 2016 tot 383 miljoen euro in 2020, zo valt te lezen in de laatste monitor Medisch Specialistische Zorg. Geen wonder dus, dat minister Kuipers de ondergrens van de sluis verlaagt, om zo over méér geneesmiddelen te kunnen onderhandelen, en dus nog meer geld te besparen. 

Maar… werkt dat eigenlijk wel echt zo? Het ontwikkelen van een geneesmiddel duurt in de regel ruim 10 jaar, en vergt een investering van gemiddeld 2,5 miljard euro – zo toont onderzoek naar het financieel ecosysteem aan dat in opdracht van het ministerie van VWS werd uitgevoerd. De paar geneesmiddelen die het tot registratie schoppen, moeten vervolgens de return on investment van álle investeringen in geneesmiddelenonderzoek en -ontwikkeling veiligstellen. Tenminste, wanneer we investeerders willen blijven aantrekken om de zoektocht naar nieuwe behandelingen te continueren.  

Het is geen geheim dat de fabrikant de prijs van een geneesmiddel pas in een heel laat stadium – doorgaans zelfs ná registratie – bepaalt, wanneer het exacte label en daarmee de omvang van de patiëntenpopulatie bekend is. Wat zou jij doen met die initiële prijsstelling, wanneer je wist dat je nog uitgebreid en meermaals moet onderhandelen, en je klant de bedongen korting ook nog eens als een welkom politiek succes kan claimen? Juist. De analogie met Black Friday dringt zich op bij HollandBIO. Ware het niet dat er bij deze koopjesjacht niet enkel winnaars, maar ook verliezers zijn: de patiënten, die steeds langer met lege handen staan, en maar wachten en wachten… 

Het moge duidelijk zijn: de verruiming van de sluiscriteria is een tegenvaller voor HollandBIO. Na publicatie van het onderzoek naar het financiële ecosysteem van geneesmiddelontwikkeling leek het kwartje te zijn gevallen dat geneesmiddelenontwikkeling lang duurt, kostbaar en risicovol is. Dat er grote investeringen nodig zijn om de innovatiemotor te laten draaien. Dat de return on investment in de farmaceutische industrie al jaren terugloopt. En dat stapelende repressieve maatregelen en ad hoc pleisters niet de oplossing zijn voor de uitdagingen rondom betaalbaarheid en toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen.  

Niet voor niets pleit HollandBIO voor een systeem waarin we dingen makkelijker, sneller en beter maken. Dat betekent dat we de voor overheid én fabrikant lonkende de politieke quick win van een betere deal met méér korting moeten weerstaan en werk moeten maken van oplossingen die weliswaar complexer zijn, maar die uiteindelijk écht het verschil maken, voor betaalbaarheid, innovatie, maar vooral ook voor de gezondheid van de patiënt. Die ambitie kunnen we zo uittekenen. 

Lees meer: 

https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport/nieuws/2023/01/24/meer-prijsonderhandelingen-over-nieuwe-dure-geneesmiddelen

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/01/24/kamerbrief-over-wijziging-beleidsregels-voor-de-toepassing-van-de-sluis-voor-dure-geneesmiddelen-op-grond-van-artikel-24a-van-het-besluit-zorgverzekering

https://www.skipr.nl/nieuws/kuipers-verscherpt-criteria-voor-pakketsluis-dure-geneesmiddelen/

https://fd.nl/samenleving/1465983/wachttijd-dure-medicijnen-loopt-op-tot-bijna-600-dagen-n3a3cal4tFza

https://www.linkedin.com/posts/zorginstituutnederland_duregeneesmiddelen-nuancering-sluis-activity-7024740140774223872-QFUL?utm_source=share&utm_medium=member_desktop

← #nieuws

Achterblijvende regels dwingt Nederlands enige medicinale cannabisproducent tot uitbreiding in buitenland

,

Bedrocan, Nederlands enige bedrijf dat in opdracht van de overheid medicinale cannabis produceert, blijkt noodgedwongen naar het buitenland te moeten uitwijken. Om ook aan de groeiende internationale vraag van patiënten te kunnen voorzien, ziet de medicinale cannabisproducent zich genoodzaakt om een productiefaciliteit te openen in Denemarken. De achterblijvende Nederlandse regels staan het momenteel nog niet toe om alle buitenlandse patiënten van de door hen gewenste medicijnen te voorzien, ondanks de optimistisch stemmende beleidsaanpassing die minister Kuipers afgelopen mei “op korte termijn”  had aangekondigd. Helaas is het ministerie van VWS vooralsnog niet ingegaan op de herhaalde verzoeken van de Tweede Kamer om nu toch gauw met de beleidsaanpassing op de proppen te komen. HollandBIO blijft er bij het ministerie van VWS op aandringen om het stelsel vlot te trekken, zodat we in Nederland tot een volwaardige farmaceutische keten komen die patiënten in binnen- en buitenland kan voorzien van hun benodigde behandelingen.

← #nieuws

AI voor gezondheid op maat: reproduceren kan je leren met meer en betere data 

,

Kunstmatige intelligentietools gebruiken voor betere diagnose en monitoring in de gezondheidszorg heeft enorme potentie. Maar hoe betrouwbaar zijn de modellen? Onderzoekers lopen tegen een reproduceerbaarheidscrisis aan, zo blijkt uit deze Nature publicatie. In een wedstrijd voor geautomatiseerde longkankerdiagnose behaalden de tien best presterende algoritmen slechts 60-70% nauwkeurigheid bij het testen op een subset van de gegevens. Deel van het probleem komt voort uit de relatief geringe hoeveelheid openbaar beschikbare data in de gezondheidszorg. Grotere datasets die voor iedereen toegankelijk zijn en diverse gegevens bevatten die het algoritme uitdagen, zouden kunnen helpen.

Grotere datasets beschikbaar maken valt of staat met een goede infrastructuur. Niet voor niets pleit HollandBIO voor een nationale gezondheidsdata-infrastructuur als landelijke nutsvoorziening, die het registreren, uitwisselen en benutten van zorgdata voor publieke én private partijen, conform breed gedragen criteria en randvoorwaarden, mogelijk maakt. Die nationale gezondheidsdata-infrastructuur zal ons gezondheidsecosysteem op vele fronten versterken. In onze position paper lichten we verder toe hoe zij bijdraagt aan: 

  1. Continue verbetering van passende zorg. 
  1. Het stimuleren, versnellen en verbeteren van onderzoek en innovatie. 
  1. Het verminderen van administratieve en financiële lasten van regulatoire vereisten voor de ontwikkeling van nieuwe producten. 
  1. Een naadloze uitwisseling tussen productonderzoek en zorgpraktijk. 
← #nieuws

Kuipers: “we moeten eerder aan de moleculaire diagnostiek” 

,

Patiënten eerder in hun ziekteproces toegang geven tot uitgebreide moleculaire diagnostiek, daar wil minister Kuipers werk van maken, zo stelt hij in een Kamerbrief. Moleculaire diagnostiek moet daarmee deel gaan uitmaken van de reguliere zorg. Een mooie ontwikkeling, vindt HollandBIO. Wel zien wij nog een aantal uitdagingen.

De biorevolutie brengt veel meer diagnostische innovaties 

Niet alleen op het vlak van moleculaire diagnostiek maken we meters voor de patiënt. Dankzij een enorme vooruitgang op het vlak van (bio)technologische innovaties kunnen we steeds meer waardevolle data over het individu verzamelen en analyseren. Op basis van deze data kunnen zorgprofessionals diagnoses stellen, de best passende behandeling voor een individu selecteren en het effect van een behandeling monitoren. Voor patiënten, consumenten en burgers is het geweldig dat we hen steeds beter van gezondheid op maat of passende zorg kunnen bedienen. Maar hoe gaan we zorgen dat al dit soort innovaties snel hun plek in het stelsel vinden? 

Een oordeel per test, in plaats van per indicatie 

Minister Kuipers wil dat moleculaire diagnostiek eerder beschikbaar komt voor tumorsoorten waar dit van meerwaarde is, geeft hij aan in zijn Kamerbrief aan. In het huidige beoordelingssysteem vergt dit per indicatie een oordeel of een test waarde toevoegt. Dat is uiteindelijk voor bedrijven die de testen ontwikkelen een duur grapje, want elke indicatie brengt nieuwe bewijslast met zich mee. Heeft een röntgenapparaat of CT-scan zich in het verleden ook per botbreuk of orgaan moeten bewijzen? Wij zijn erg benieuwd: wanneer komt het omslagpunt waarop we een test breder in willen zetten in de zorg? 

Een test op zichzelf heeft ook waarde – los van de behandeling die volgt 

Een volgende uitdaging zit hem in de manier waarop we testen beoordelen. Als we nieuwe testen blijven afrekenen op de waarde van de daarop volgende behandeling, gaan we voorbij aan de meerwaarde die een diagnose oplevert voor de patiënt, voor onderzoek en voor innovatie. De diagnostische gegevens van de patiënt van vandaag kunnen namelijk de zorg van morgen helpen verbeteren – wanneer deze gegevens uit het primair zorgproces gepseudonimiseerd toegankelijk zijn voor zogenaamd secundair gebruik door publieke en private partijen, oftewel voor hergebruik van data voor wetenschap en innovatie. Een test heeft dus op zichzelf ook al waarde, los van de behandeling die erop volgt. Hoe gaan we dat verwerken in de beoordelingskaders? 

Op naar een lerend zorgsysteem, dankzij een nationale gezondheidsdata infrastructuur 

De werelden van de reguliere zorg en onderzoek & innovatie liggen nu vaak nog mijlenver uiteen, dat concluderen we hierboven én schreven we ook in onze position paper over de potentie van data. Jarenlang onderzoek in een gecontroleerde trial-omgeving moet de effectiviteit van een nieuwe test of behandeling voor implementatie vaststellen. De starre toelatingsbarrière voor diagnostica, maar ook geneesmiddelen en andere therapieën kent nadelen: 

  • Allereerst staat lang niet altijd vast dat de resultaten van al die gecontroleerde trials ook representatief zijn voor inzet in de echte wereld.  
  • Ten tweede is de afgelopen jaren een complex oerwoud aan toelatingsroutes ontstaan, elk met uiteenlopende criteria, dat de toegankelijkheid van innovaties bemoeilijkt en vertraagt.  
  • Ten slotte veroorzaakt de barrière niet zelden een kip-ei probleem, waarbij een innovatie slechts geïmplementeerd wordt wanneer deze bewezen (kosten)effectief is, terwijl kosteneffectiviteit slechts bewezen kan worden door implementatie van de innovatie in de praktijk.  

Al met al zien we, in weerwil van het hoge innovatietempo, de route van lab naar praktijk steeds lastiger worden, met een stuwmeer aan onbenutte innovaties als resultaat. Zonder verandering lopen we de grote maatschappelijke en economische waarde van al die innovatie mis.  

Een nationale gezondheidsdata-infrastructuur kan helpen de kloof tussen zorg, onderzoek en innovatie te overbruggen. Het maakt een lerend zorgsysteem mogelijk, waarin we in plaats van vooraf, continu monitoren wat de waarde van een test of behandeling is, bij wie een innovatie zijn belofte waarmaakt, overtreft en waar deze tekortschiet. Zo kunnen we behandelingen in de praktijk passend benutten zonder de torenhoge barrières voor toegang vooraf. Het zou de route van lab naar praktijk – of het nu gaat om diagnostiek, om geneesmiddelen of andere behandelingen – een stuk sneller en beter begaanbaar maken. 

← #nieuws

OVV: coronavaccinatie-aanpak schoot tekort 

,

Een harde conclusie in het tweede deelrapport van de Onderzoekraad voor de Veiligheid (OVV): de overheid heeft zich voor de corona vaccinatiecampagne te lang blindgestaard op één specifiek scenario, dat uiteindelijk niet het juiste bleek. Zowel de omvang als de complexiteit van de vaccinatieoperatie zijn onderschat, waardoor de campagne te laat op gang kwam. Ook HollandBIO legde eerder de vinger op deze zere plek, met onze oproep voor een nationaal corona-vaccinatieplan. 

Terwijl onze sector vele malen sneller progressie boekte dan we hadden durven hopen en meerdere vaccinregistraties naderden, liet een uitgekookt nationaal vaccinatieplan veel te lang op zich wachten. En toen het plan daar eenmaal was, bleek het lang niet ambitieus genoeg. Ook werden vragen vanuit het bedrijfsleven niet of pas rijkelijk laat beantwoord. Doordat de contacten tussen overheid en het bedrijfsleven te wensen overlieten, kon HollandBIO, en vooral ook onze leden, de vaccinontwikkelaars, onze rol in de cisis niet optimaal vervullen. Die gebrekkige publiek-private interactie is ons inziens een onderbelicht punt, waar we de OVV, als input voor het onderzoek, dan ook op gewezen hebben. 

Ten tijden van een crisis is het cruciaal om zicht te hebben op welke kennis je in huis hebt, waar eventuele blinde vlekken zitten en hoe je die kunt opvangen. Nauwer contact en samenwerking met het bedrijfsleven had de overheid in staat gesteld om vaccins eerder, sneller en met minder gedoe voor alle betrokkenen in de juiste arm te krijgen. Maar in plaats van gebruik te maken van de kennis en expertise van bedrijven die met de razendsnelle ontwikkeling en productie van diverse vaccins een prestatie van wereldrecordformaat neerzetten, bleef interactie beperkt tot het reguliere contact uit de “koude tijd”. Wat HollandBIO betreft voeren we daarom niet alleen in dichte mist, zoals premier Rutte sprak, maar ook nog eens met een blinddoek op. Welke lessen trekt de overheid hier uit? We kijken uit naar een (beleids)reactie! 

← #nieuws

VWS-begrotingsbehandeling: discussie op geneesmiddelen loopt vast, beweging op DNA, diagnostiek en data

, ,

Vorige week gingen VWS-ministers Kuipers en Helder en staatssecretaris Van Ooijen met de Kamer in debat over hoe we de €103 miljard van de VWS-begroting voor 2023 het beste kunnen inzetten om de grote uitdagingen in de zorg het hoofd te bieden. Een veelheid aan onderwerpen passeerden de revue, waaronder de ontwikkeling en vergoeding van geneesmiddelen en de inzet van (moleculaire) diagnostiek en data. HollandBIO zette de hoogtepunten voor je op een rij.

Ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen duurt lang, is kostbaar en risicovol

In reactie op de vragen van SP-Kamerlid Hijink naar mogelijke toekomstscenario’s voor de ontwikkeling en prijszetting van geneesmiddelen verwees minister Kuipers naar het omvangrijke internationale onderzoek naar het financiële ecosysteem van geneesmiddelenontwikkeling. Het onderzoek toont aan dat geneesmiddelenontwikkeling lang duurt, kostbaar en risicovol is. Minister Kuipers ziet dat er een uitdaging ligt om financiële belangen te verbinden aan maatschappelijke belangen. Dat vraagt om samenwerking. Kamerleden Hijink (SP) en Van den Berg (CDA) verzoeken de regering in een motie om met betrokken partijen te onderzoeken op welke wijze de overheid meer mogelijkheden kan krijgen om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling, productie en prijsstelling van -in de ogen van de overheid- belangrijke medicijnen.

Veel discussie, weinig beweging rondom vergoeding geneesmiddelen

Vooraf, tijdens én na afloop van de VWS begrotingsbehandeling was er volop media aandacht voor ons nationale systeem van vergoeding van intramurale geneesmiddelen. Medisch specialisten, patiënten en farmaceuten deden allemaal een duit in het zakje. Wederom werd duidelijk dat ons vergoedingssysteem complex is en ongewenste vertraging in de hand werkt, maar ook dat partijen verschillend denken over mogelijke oplossingen. Zo houdt minister Kuipers vast aan bestaande systematiek en liet hij in het debat weten geen voorstander te zijn van voorlopige vergoeding van nieuwe geneesmiddelen tijdens de onderhandelingen over toelating. De motie van PVV-Kamerlid Fleur Agema die hiertoe opriep is dan ook ontraden. Waar iedereen het wél over eens is, is dat we geneesmiddelen sneller en beter bij de patiënt willen krijgen, waarbij zowel gezondheidswinst als betaalbaarheid belangrijk is. HollandBIO zet erop in dat we vroegtijdig met alle partijen in gesprek gaan, om te kijken naar onderdelen in het hele systeem waarin we kunnen snoeien en snelheid kunnen maken.

Stappen op DNA, diagnostiek en data

HollandBIO roept het al een tijdje, maar als we iedereen de juiste behandeling op juiste moment willen geven, dan moeten we zorgen dat juist technologische innovaties, zoals diagnostiek, hun weg naar de praktijk vinden. In lijn met deze boodschap riep CDA-kamerlid Van de Berg op om de voor-en nadelen van een farmacogenetisch paspoort in kaart te brengen tijdens het opstellen van een DNA-visie. En vroeg Kamerlid Den Haan om bredere inzet van moleculaire diagnostiek (whole-genome-sequencing) voor iedereen die dat nodig heeft, dus niet alleen binnen de oncologie, maar bijvoorbeeld ook voor de diagnose van zeldzame ziekten. Met deze motie verzoekt Den Haan de regering om werk te maken van een nationaal programma, waarin tevens gezamenlijke dataverzameling geregeld kan worden.

Nieuwgierig geworden naar de hele begrotingsbehandeling? De ongecorrigeerde stenogrammen van de debatten vind je hier en hier. Stemmingen over de ingediende moties volgen na het herfstreces en staan gepland voor 1 november.

Meer lezen over ontwikkeling en vergoeding van geneesmiddelen:

← #nieuws

The next frontiers in cancer vaccines: when academia’s and industry’s bright minds get together

, , ,

During the 3rd edition of the Biotech Wednesday Event, co-organized by HollandBIO and Oncode Institute, academia and industry came together to discuss the past, present and future of therapeutic cancer vaccines. In a packed Pakhuis de Zwijger, the brightest scientists and industry leaders in the cancer vaccine development shared their research and new developments including an outlook on the future.

HollandBIO’s Wieteke Wouters and Oncode’s Valorization Director Chris De Jonghe welcomed everybody and stressed the importance of collaboration. We have the power to reach over 270 biotech companies and more than 900 excellent cancer researchers. They established the goal of this event: to connect both the academic and industrial worlds.

The past, present and future of therapeutic cancer vaccines

Oncode Investigator Sjoerd van der Burg, (Leiden University Medical Center) kicked off with setting the scene about the past, present and future of cancer vaccines. Cancer vaccines know an exciting as well as frustratingly long history since the 1900’s, with lots of setbacks due to a lack of strong efficacy during trials. In order to improve therapeutic outcomes, more focus on CD4+ T-cells, T-cell infiltration and the selection of the appropriate neoantigens is needed.

Next up was Gerben Moolhuizen (CEO of ISA Pharmaceuticals). Gerben discussed the challenging pivoting decisions a biotech company has to make in (pre)clinical development and the development of ISA as a company itself. One of the big challenges for a biotech company is; how should you divide your limited resources in the complex landscape of oncology drug development? He zoomed in on the Target Product Profile, which answers questions like the type of patients to include in your trials, how your product will compete with current Standard of Care and the manufacturing scale for approval.

Katka Franke, (Associate Director at CureVac Netherlands) worked at pre-clinical biotech startup Frame Therapeutics, before it was acquired in 2022 by CureVac. Frame discovered unique and shared neoantigens of different tumors that are the result of frameshift mutations that can be used to develop therapeutic cancer vaccines. This unique approach attracted CureVac. Katka shared the insights of being part of an acquisition by another company and the latest data on neoantigens research. She concluded that the combination of WGS with short- and long-RNA sequencing provides a complete tumor neoantigen landscape.

After the break,  Oncode Investigator Carl Figdor (Radboud University Medical Center) discussed the limitations of cellular immunotherapies and posed the question whether we can design synthetic ‘off-the-shelf’ solutions for immunotherapy. Food for thought from Carl’s side: Is it possible to skip dendritic cells and immediately activate T-cells?

Erik Manting (CEO of Mendus AB) became CEO of DCPrime in 2018 which was merged with Immunicum AB in 2021 and is now renamed to Mendus AB. Quite a journey for Erik and his team. He addressed the key challenge in today’s cancer therapy landscape. Tumor recurrence is responsible for the vast majority of cancer-related deaths. To prevent or delay tumor recurrence will therefore have a large impact on the treatment of cancer. According to Erik, cancer vaccination has the potential to provide for durable responses combined with a benign safety profile.

Cross border collaboration

Helen Lavender (Translational Scientist at Cancer Research UK) was the last speaker to join the stage. Oncode Institute recently announced a strategic alliance with Cancer Research UK’s new innovation organisation, Cancer Research Horizons. The alliance aims to foster innovation and collaboration between world-leading cancer researchers. Helen shared key preclinical data on CDD CHADOX1/MVA vaccination results in tumor growth inhibition and increased survival by combination therapy. This is a great example of an academic/industry collaboration crossboarders: the Ludwig Maximillian University and Vaccitech worked together to develop MAGE/NY-ESO1.

The session ended with a lively and intense panel discussions. Where does the sweet spot of treatment for cancer vaccines lies? Is it prophylactic or recurrence targeting? Among diverse modality of vaccine platforms, would there be a winner of all? There was a lot of interaction with the audience and it was interesting to see how the brightest minds had their own thoughts on the ongoing research. Because of the panel discussion, our speakers received more questions than they could answer during the networking drink.

Above all, one thing stood out: we need to work collaboratively and exchange knowledge to bring the most innovative therapies to the market for the benefits of cancer patients. We hope this Biotech Wednesday Event was the start of many new collaborations and we can’t wait to meet you for the next edition.

©2022 Photo’s: Nils van Houts.

← #nieuws

Ook Kuipers vindt GVS-plan Geen Verstandige Stap

, ,

In een brief laat VWS minister Kuipers de Tweede Kamer weten de omstreden modernisering van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) met een jaar uit te stellen. Met het uitstel geeft hij schoorvoetend gehoor aan de ongekend eensgezinde stortvloed aan kritiek uit het veld. Ook HollandBIO riep meermaals op om een streep door het plan te halen.

Na overleg met veldpartijen concludeert de minister dat het risico op problemen met de beschikbaarheid van geneesmiddelen groter is dan eerder gedacht. Ook geeft Kuipers de uitzonderlijke economische omstandigheden als reden: de torenhoge inflatie. Tot slot wil de minister de kritische noten uit het recente advies van het Adviescollege toetsing regeldruk zorgvuldig adresseren alvorens de herberekening door te voeren. En die tijd heeft hij zonder uitstel niet.

Mooi meegenomen is dat de taakstelling voor het GVS-plan, een besparing van 140 miljoen euro, naar verwachting al gerealiseerd wordt door bestaande beleidsmaatregelen zoals de wet maximering geneesmiddelenprijzen, zo lezen we in de brief. Met andere woorden: de onzekere en risicovolle GVS-ingreep is budgettair totaal overbodig. Daarmee beantwoordt de minister dan eindelijk HollandBIO’s fundamentele vraag of een uitgaven-beheersend instrument voor de extramurale geneesmiddelenmarkt eigenlijk wel noodzakelijk of zinvol is om de Nederlandse zorg betaalbaar te houden? Nee dus.

Kortom, HollandBIO is blij dat ook de minister tot onze conclusie komt: het GVS-plan is om een veelheid aan redenen Geen Verstandige Stap. Het komende jaar wil Kuipers gebruiken om de vele bezwaren verder te bestuderen en van oplossingen te voorzien. Wij hebben een nog veel beter idee: gooi dan plan in de prullenbak, ga terug naar de tekentafel en start met schone lei en open vizier aan een nieuwe zoektocht naar oplossingen om ervoor te zorgen dat elke patiënt kan rekenen op het beste middel op het beste moment. Wij denken graag mee.