← #nieuws

Hollandbio publiceert update doorlooptijden geneesmiddelen

, , ,

Na een jarenlange en forse stijging van de tijd die het duurt voordat nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis terecht komen, zien we dit jaar voor het eerst een voorzichtig positief signaal: de stijging – hoewel nog steeds aanwezig – vlakt af. Door onderzoek te doen naar de route van lab naar praktijk en hoe lang de verschillende stappen duren draagt hollandbio bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelregistratie en vergoeding. Helaas is er niet voor alle geneesmiddelen positief nieuws. Voor sluisgeneesmiddelen is het tij nog niet gekeerd.

Elk jaar doet hollandbio onderzoek naar één van de belangrijke stappen tussen markttoelating en vergoeding: het toekennen van een declaratietitel, de zogenoemde add-onprestatie. Een cruciale stap, want met een add-onprestatie regelen we hoe geneesmiddelen bij de zorgverzekeraar gedeclareerd kunnen worden. Zonder deze declaratiemogelijkheid zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Maar let wel: met alleen een add-onprestatie ben je er nog niet. Óf een geneesmiddel daadwerkelijk vergoed wordt is een andere overweging, aan zorgverzekeraars of – in het geval van sluismiddelen – aan onze overheid.  De gepresenteerde data geeft daarmee een minimale schatting, een ondergrens, van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.   

Stijging vlakt af

Patiënten wachten gemiddeld bijna 300 dagen tot een nieuw geneesmiddel declarabel is. Tussen 2019 en 2023 lukte het slechts 8 geneesmiddelen om binnen 100 dagen na registratie een add-on te krijgen. In 2023 kwam dit zelfs helemaal niet voor. Toch zien we bij hollandbio ook lichtpuntjes: al blijven de doorlooptijden stijgen, de stijging vlakt wel af: van 2019 tot en met 2021 steeg de mediane doorlooptijd met 39% van 189 tot 263 dagen. Van 2021 tot en met 2023 groeide de mediaan tot 296 dagen, goed voor een stijging van 12%. Voor sommige producten lijkt zelf een daling ingezet. Een trendbreuk, die wij graag verder zien doorzetten – het liefst voor alle producten.

Slecht nieuws voor sluismiddelen

Als we verder inzoomen op de data zien we helaas ook dat de afvlakking niet voor alle geneesmiddelen geldt. De doorlooptijden van geneesmiddelen die in de sluis zitten, stijgen onverminderd door. In 2019 duurde het mediaan 187 dagen voor deze geneesmiddelen een add-on kregen, nu is dat 409 dagen. Wat we in deze data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die zich nog in het proces richting add-on bevinden, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. En dat dat er een aantal zijn, laat onze monitor wel zien: sinds onze update van vorig jaar is het aantal middelen dat in de sluis zit namelijk meer dan verdubbeld: van 27 naar 55 stuks. Deze stijging belooft in onze optiek weinig goeds – reden te meer om snel tot oplossingen te komen om tussentijdse toegang te waarborgen. Het moge duidelijk zijn dat hollandbio daar graag aan meewerkt.

← #nieuws

Een ode aan de early a(i)dopters 

,

Een revolutie herkennen als je er middenin zit: het blijft lastig. Jezelf eraan aanpassen al helemaal. Toch heb je overal koplopers, of early adopters, zoals ze in de innovatietheorie van Rogers bekend staan. Nu de AI Act is aangenomen door het Europees Parlement, en politieke overeenstemming is bereikt in de onderhandeling over de European Health Data Space brengt hollandbio graag een ode aan de early a(i)dopters, die onze ‘gezondheid op maat’-ambitie weer een stap dichterbij brengen!

Daar waar de doorbraken in de biologie samenvallen met de opkomst van AI en de razendsnel voortschrijdende automatisering en voorziet hollandbio een heuse biorevolutie. Vol enthousiasme zien we daarom dat AI haar meerwaarde op steeds meer vlakken aantoont. Zo maakt AI in de spreekkamer al een opmars en zagen radiologen bijvoorbeeld snel in dat de inzet van artificial intelligence (AI) bij de beoordeling van longfoto’s hen een hoop werk uit handen kan nemen. Ook voor de oogarts blijkt AI nu een uitkomst: zowel bij glaucoom als netvliesaandoeningen stelt AI betere diagnoses en behandelingen. En onze eigen Gezondheidsraad voorspelt inmiddels dat de screening op borstkanker binnen enkele jaren aanzienlijk verbeterd kan worden door de inzet van onder andere AI.  

Ondanks al die ‘intelligentie’ van AI, merkt Henk Marquering, hoogleraar translationele AI, dat te weinig toepassingen ook echt hun weg naar de praktijk vinden. Hij wil AI dichterbij de zorgpraktijk brengen, zo sprak hij in zijn oratie uit. Een nobel streven, vindt hollandbio. Want zelfs als we iets technisch gezien kunnen, en wettelijk gezien mogen, betekent dat niet automatisch dat de praktijk of de maatschappij ermee aan de slag gaan. Iets willen, is onze ervaring, dat blijkt ook een vak apart. Recent nog waarschuwden ethici bijvoorbeeld dat AI de zorg niet perse efficiënter gaat maken, en dat er altijd een menselijke factor aan te pas moet komen. Hoewel daar zeker een kern van waarheid in zit, komen we met enkel een behoudende blik geen stap vooruit. Ter vergelijking: in 1998 zag ook een groot deel van de Nederlandse bevolking de meerwaarde van een mobiele telefoon nog niet (ja, echt, zie hier).  

Juist in de zorg doen we dingen al jaren hetzelfde: van klinisch onderzoek tot de wijze waarop we onze zorg binnen de muren van het ziekenhuis organiseren. Maar wat als we met data en AI juist die lange en kostbare processen nou eens van een opfrisser kunnen voorzien? Zouden we er niet voor kunnen zorgen dat mensen sneller, beter, en meer op maat van gezondheid bediend worden, door de zorg slimmer te organiseren? Hollandbio wil toewerken naar een lerend zorgsysteem en ziet daar met AI veel kansen toe. Of, zoals Charles Darwin sprak: “Het is niet de sterkste soort die overleeft, noch de meest intelligente. Het is degene die zich het beste kan aanpassen.”  

← #nieuws

Toegankelijkheid van weesgeneesmiddelen in Nederland: het kan beter! 

, ,

Op 29 februari is het internationale Zeldzame Ziektedag: dé dag om stil te staan bij de meer dan zesduizend zeldzame aandoeningen die per ziekte misschien maar weinig patiënten tellen, maar gezamenlijk meer dan 1,2 miljoen personen in Nederland treffen. Voor het leeuwendeel van deze ziektes bestaat nog geen effectief geneesmiddel, en de lage incidentie maakt de toch al complexe route van lab naar patiënt op veel fronten nog uitdagender. Hoewel er dankzij gerichte stimulansen wel steeds meer op de Europese markt komen, verloopt de weg naar nationale vergoeding zeer moeizaam: een zwaar onderbelicht probleem dat wat hollandbio betreft dringend aandacht én oplossingen verdient. Daarom onderzochten we – als eerste stap – hoe het precies met de toegankelijk van weesgeneesmiddelen in Nederland gesteld is.

Weesgeneesmiddelen zijn geneesmiddelen voor ziekten die in minder dan vijf op de tienduizend mensen voorkomen. Hoewel deze ongeveer zesduizend verschillende aandoeningen bij elkaar opgeteld meer dan één miljoen patiënten in Nederland raken, bestaat voor de meesten nog geen effectief geneesmiddel. Gelukkig ontvangt sinds de implementatie van de Verordening Inzake Weesgeneesmiddelen in het jaar 2000 ieder jaar een groter aantal weesgeneesmiddelen een handelsvergunning van de Europese Commissie (EC). Met stimulansen, waaronder een langere marktexclusiviteit, heeft die Verordening het namelijk aantrekkelijker gemaakt om een weesgeneesmiddel te ontwikkelen. Een succesvolle staaltje wetgeving dus, dat de innovatie op dit vlak enorm heeft aangejaagd.  

Om meer zicht te krijgen op de uiteindelijke toegankelijkheid van nieuwe weesgeneesmiddelen, onderzocht hollandbio in hoeverre zij na het verkrijgen van een Europese handelsvergunning, vergoeding ontvangen in Nederland. Deze middelen komen namelijk niet automatisch of direct beschikbaar voor de patiënt. Om voor vergoeding in aanmerking te komen moet eerst worden vastgesteld of een middel ook in de nationale zorgpraktijk bewezen meerwaarde heeft voor patiënten en zijn prijs waard is. Ook hier geldt dat de zeldzame aard van de ziekte het moelijker maakt om dat bewijs met de gewenste zekerheid te leveren dan bij ziektes die vaker voorkomen. Onze bevindingen publiceren we vandaag in onderstaande infographic. 

Ons onderzoek laat zien dat voor 61 procent van de weesgeneesmiddelen die tussen 2001 en 2023 een handelsvergunning ontvingen een vorm van vergoeding bestaat in Nederland. Om dit vast te stellen raadpleegden we openbaar beschikbare data van de EC, EMA, het GVS, Farmatec en medicijnkosten.nl. Over de jaren heen zien we dat steeds meer weesgeneesmiddelen een handelsvergunning ontvangen. Echter hoe dichterbij in de tijd, hoe minder er daarvan, percentueel gezien, worden vergoed. Van de middelen geregistreerd tussen 1 januari 2001 en 31 december 2011 wordt gemiddeld bijvoorbeeld 81% vergoed, en van de middelen geregistreerd tussen 1 januari 2012 en 31 december 2023 gemiddeld slechts 58%. Gelukkig is er wel beterschap. Van 1 januari tot en met 31 december 2023 ontvingen namelijk twaalf nieuwe middelen vergoeding. 

Uit ons onderzoek kwam ook naar voren dat verschillende factoren de kans op het ontvangen van vergoeding lijken te beïnvloeden. Neem bijvoorbeeld het type EMA-registratie. Daarvoor geldt dat middelen met een normale of versnelde marktvergunning vaker worden vergoed dan gemiddeld (76%), en weesgeneesmiddelen met een voorwaardelijke marktvergunning juist minder vaak worden vergoed dan gemiddeld (32-50%). Ook de grootte van het bedrijf dat het middel registreert lijkt invloed te hebben. Middelen geregistreerd door het MKB ontvangen volgens ons onderzoek namelijk veel minder vaak vergoeding dan middelen geregistreerd door grotere ondernemingen (33% tegenover 65%). Daarnaast is in totaal slechts 6% van de weesgeneesmiddelen opgenomen in dit onderzoek geregistreerd door het MKB. Andere onderzochte factoren, zoals of het middel een oncologisch of sluismiddel is of niet, hadden weinig tot geen invloed op de vergoedingskans. 

De nationale vergoeding blijft dus achter op Europese registratie. De meeste weesgeneesmiddelen krijgen uiteindelijk vergoeding, al gaat er wel vaak een paar jaar overheen. En dat is jammer, zeker wanneer er op EMA-niveau juist vol wordt ingezet op versnelling. Wat de vertraging veroorzaakt, maakte geen deel uit van dit onderzoek. Natuurlijk maakt het vaak hoge prijskaartje van weesgeneesmiddelen dat betalers kritisch naar de waarde willen kijken, waardoor de afgelopen jaren diverse complexe en tijdrovende beoordelingsprocessen zijn opgezet. Daarnaast staat mogelijk een suboptimale aansluiting van Europese registratieroutes op nationale procedures en eisen een snelle toegang in de weg, waarbij nationale beoordelingskaders niet ontwikkeld zijn met zeldzame ziekten in het achterhoofd, wat weesgeneesmiddelen benadeelt. Daarbij kan de beschikbare beoordelingscapaciteit een factor zijn, maar ook de keus van de fabrikant om het middel niet of laat te introduceren in Nederland, bijvoorbeeld simpelweg omdat er geen patiënten zijn, of omdat de procedures of betalingsbereidheid minder aantrekkelijk is en daarom de businesscase negatief uitvalt. Bovendien kunnen er ook nog beperkingen ontstaan bij toepassing in de klinische praktijk, bijvoorbeeld omdat er geen behoefte is vanuit de beroepsgroep. 

Hollandbio vindt dat de toegang tot weesgeneesmiddelen in Nederland sneller en beter moet én kan. Want naast dat deze innovatieve therapieën een cruciale rol spelen in de behandeling van zeldzame aandoeningen, fungeren ze met hun vaak gepersonaliseerde aanpak ook als pioniers voor Gezondheid op maat: iedereen de beste behandeling op het juiste moment. Wij geven weesgeneesmiddelen daarom de aandacht die ze verdienen en spannen ons in om het toegangstraject kraakhelder en minder hobbelig te maken, al snappen we ook dat de hordes niet altijd gemakkelijk uit de weg geruimd zijn. Des te meer reden om samen met álle betrokken partijen te zoeken naar oplossingen waarbij gezondheidswinst, toegankelijkheid én betaalbaarheid hand in hand gaan. Denk jij met ons mee? 

Heb jij suggesties of opmerkingen, of wil je met ons meepraten over dit onderwerp? Laat het dan weten aan hollandbio’s Dina.  

← #nieuws

Van ziekte naar gezondheid: een levendig debat over medische preventie

, ,

Hoe mooi zou het zijn als we ziekte aan de voorkant kunnen voorkomen? Daar is een verschuiving van onze focus voor nodig: van ziekte naar gezondheid, en van curatieve zorg naar preventieve zorg. Door te investeren in preventieve maatregelen kunnen we mogelijk aanzienlijke kosten voor de gezondheidszorg besparen op de lange termijn. Waar we heen willen is duidelijk. Hoe we dat in de praktijk brengen nog een stuk minder. Daarom kwamen we met een brede groep stakeholders bijeen om te praten over het thema medische preventie.

Op 7 december organiseerden hollandbio en Schuttelaar & Partners een Maatschappelijke Café over medische preventie – waaronder diagnostiek, geneesmiddelen en vaccins – in het Beeld & Geluid museum in Den Haag. Beleidsmakers, patiëntvertegenwoordigers, artsen, apothekers, fabrikanten en uitvoerders namen allemaal deel aan het debat. Onder leiding van dagvoorzitter Edwin Hecker voerden de deelnemers op dynamische wijze een felle discussie.

De cruciale rol van preventie

Bas Derks, lid van de directie Publieke Gezondheid bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), bracht direct aan de start van het debat de vraag naar voren: “Hoe kunnen we de kosten en de baten van preventie beter meenemen in de besluitvorming over de financiering van preventie?”. Het ministerie van VWS heeft daarover het Kennisplatform Preventie om advies gevraagd. Bas Derks belichtte de rol van het Kennisplatform en hoe deze vraag de behoeften van het ministerie weerspiegelt. Gelukkig staat de verschuiving van zorg naar preventie steeds prominenter op de agenda bij het ministerie, waardoor er een groeiende erkenning en steun ontstaat voor het belang van medische preventie. Het rapport van het Kennisplatform wordt begin 2024 gepubliceerd en kan hier hopelijk aan bijdragen.

Peter Wognum, bestuurslid en vicevoorzitter van de Long Alliantie Nederland, pleit voor een herziening van onze zorgpaden en wil hier verschillende expertises bij betrekken. Dat zou voor mensen met longziekten echt een verschil kunnen maken, omdat een gecoördineerd plan het huidige stelsel moet verbeteren en versterken. Volgens Wognum is het huidige vaccinatiesysteem versnipperd en worden de beschikbare vaccins niet optimaal benut. Namens de Long Alliantie pleit hij dat de oplossing ligt in het verankeren van een leidraad, waarbij specifieke richtlijnen voor vaccinaties bij longziekten in de praktijk worden opgenomen. “Betere medische preventie bij mensen met longziekten leidt tot minder ziekenhuisopnamen”, aldus Peter Wognum.

Daarna deelden drie sprekers op welke manier innovaties kunnen bijdragen aan medische preventie en wat dat kan betekenen voor patiënten. Daarbij maakten we direct kennis met de drie aspecten van medische preventie: diagnostiek, geneesmiddelen en vaccins.

Ilse van Hensbeek, medisch directeur bij AstraZeneca, onderstreept de grote impact van betere diagnostiek voor mensen met chronische nierschade. Met een eenvoudige test kan vroegtijdige nierschade opgespoord worden, waardoor op tijd gestart kan worden met behandeling en de kans op complicaties vermindert. Naast deze impact zorgt vroegtijdige opsporing ook voor een vermindering van impact op het milieu. De huidige behandeling, nierdialyse, verbruikt namelijk veel water. Volgens Hensbeek is het de verantwoordelijkheid van de overheid om meer bewustzijn te creëren over de impact van nierschade. “We moeten mensen aansporen met publiekscampagnes,” aldus Hensbeek.

Stefan Vegter, Senior Pricing & Reimbursement Manager bij Novartis, illustreert hoe investeringen in innovatieve geneesmiddelen de zorg kunnen ontlasten en de levenskwaliteit van patiënten kunnen verbeteren. Hij verduidelijkt hoe een gezonde levensstijl en medicatie elkaar aanvullen, mede doordat een gezonde leefstijl helpt bij het verbeteren van effectiviteit van een geneesmiddel. “Onderzoek en beleid gericht op medische preventie zijn investeringen in de toekomst,” besluit Vegter zijn betoog.

De laatste spreker, Daniëlle van Zandbergen, medisch directeur bij GSK, richt zich op de uitvoering van vaccinaties en maakt daarbij vergelijkingen met buurlanden. “We praten over innovatie, maar is het echt innovatie als het jaren duurt voordat we het toepassen?” vraagt Zandbergen zich af. Ze benadrukt dat dialogen tussen alle betrokken partijen essentieel zijn om tot snelle implementatie te komen.

Verschillende perspectieven in het Lagerhuisdebat

Na de inleidende presentaties was het moment aangebroken voor het Lagerhuisdebat, begeleid door Roderik van den Bos van de debatacademie. De zaal werd opgesplitst in tweeën, waarbij deelnemers hun standpunt kenbaar konden maken door te stemmen met hun voeten. Het debat leidde tot boeiende discussies.

De meest opvallende uitkomsten vanuit het debat:

  1. De deelnemers maken opvallend andere keuzes dan het huidig beleid. Zo waren de deelnemers unaniem in hun oordeel dat er nu te weinig aandacht besteed wordt aan preventie: de huidige 2% zou volgens de meeste deelnemers prima naar 10% of hoger kunnen. Over de manier waarop was de meeste discussie. Volgens een groot deel van de zaal was een standaard budget alloceren niet het middel om hier te komen.
  2. Een digitale zorgwijzer, waarbij burgers inzicht kunnen krijgen in welke preventieve zorg voor hen beschikbaar is, zien de deelnemers als een goed idee. Een aantal randvoorwaarden zijn daarvoor wel nodig: een digitaal hulpmiddel mag geen vervanging zijn van de persoonlijke zorgverlener en de informatie moet objectief verstrekt worden.
  3. De aanwezigen zijn van mening dat de beoordeling van preventieve maatregelen veel sneller kan. Over het hoe waren de meningen behoorlijk verdeeld. Een medisch preventieve maatregel automatisch toelaten tot de markt als deze niet binnen jaar beoordeeld is, vonden velen een stap te ver. Tegelijkertijd geven deelnemers aan dat beoordeling binnen een jaar zeker moet kunnen, als we kijken naar landen om ons heen. Een groot deel van de zaal vindt dat er betere processen zijn om de toelating te versnellen, en dat de voorgestelde dwangmaatregel niet de oplossing is.
  4. Er is behoefte aan één partij die de beoordeling op zich neemt van zowel preventieve als curatieve maatregelen. Deze partij heeft wel de expertise nodig van alle verschillende partijen, zoals het Zorginstituut Nederland (ZIN) en de Gezondheidsraad.  

Het Maatschappelijk Café benadrukt nogmaals dat het van belang is dat we met elkaar de dialoog blijven voeren. Het verminderen van complexiteit in het systeem, meer aandacht en budget voor preventie, beter voorlichten en samenwerking in het werkveld vormden de rode draad van de avond. Op deze punten zijn we het met elkaar eens. Hoe dit concreet moet worden gerealiseerd, daarover verschillen de meningen nog. Laten we kijken of we het niet bij praten kunnen houden, maar nu ook concreet in actie kunnen komen!

Om deze video te bekijken, dient u marketing cookies te accepteren.

Uitkomst stellingen

U kunt de volledige uitkomsten van de stellingen hier teruglezen:

← #nieuws

Paradise by the dashboard light?

, ,

Afgelopen week introduceerde het ministerie van VWS zijn spiksplinternieuwe Dashboard Doorlooptijden Geneesmiddelen. Een ontwikkeling die we bij hollandbio met open armen ontvangen en die er veelbelovend uitziet: wij zien namelijk graag helderheid over de routes en doorlooptijden van álle nieuwe innovaties die bijdragen aan onze Gezondheid op Maat-ambitie.

Het nieuwe dashboard brengt in kaart hoe lang het duurt om extramurale geneesmiddelen en intramurale sluisgeneesmiddelen vergoed te krijgen, en hoe de verschillende stappen in het proces verlopen. Op deze manier vormt het een mooie aanvulling op ons eigen onderzoek, over de doorlooptijden tot het moment dat de NZa een add-onprestatie toekent. Enorm waardevolle inzichten, die helpen om het systeem verder te begrijpen en hierover met elkaar in gesprek te gaan. Want wat vinden we van deze doorlooptijden? Ons valt bijvoorbeeld op dat het lang kan duren voordat een dossier na een handelsvergunning ook daadwerkelijk compleet is en het Zorginstituut aan een beoordeling begint. Wat ligt daaraan ten grondslag? Hoe meer we met elkaar onderzoeken hoe het systeem werkt, stap 1, hoe beter we samen met alle stakeholders kunnen werken aan verbeteringen die gezondheid op maat dichterbij brengen!  

← #nieuws

Drug repurposing: een innovatieve wereld te winnen

,

Afgelopen week overhandigde FAST een position paper over de stimuleringsmogelijkheden voor drug repurposing, het herontwikkelen van bestaande geneesmiddelen voor nieuwe aandoeningen, aan demissionair minister Kuipers. De eensgezinde ambitie om hoe dan ook tot effectieve oplossingen te komen, spat van het FAST position paper af. En dat smaakt naar meer, vindt hollandbio. Veel meer.

Een nieuw geneesmiddel van lab naar patiënt brengen is een enorme uitdaging. De route is extreem lang, risicovol en kostbaar. Het is dan ook een no-brainer om, wanneer die weg eenmaal met succes bewandeld is, het geregistreerde geneesmiddel optimaal te benutten voor zoveel mogelijk patiënten. Soms blijkt zo’n geneesmiddel naast de initieel geregistreerde indicatie ook voor andere aandoeningen te werken. En ook die potentie willen we natuurlijk ten volste benutten.

In de praktijk blijkt het proces van repurposing – zoals het herontwikkelen van bestaande geneesmiddelen voor nieuwe indicaties heet – echter niet zo eenvoudig. FAST, het Centre for Future Affordable Sustainable Therapy development, onderzocht de knelpunten en oplossingen voor optimale repurposing en riep demissionair minister Kuipers – en zijn opvolger – in het resulterende position paper op om “drug repurposing” tot een beleidsspeerpunt te maken.

Met hun position paper laat FAST zien dat de schoen wringt bij het businessmodel: de extra investeringen die gemaakt moeten worden voor een officiële registratie bij een nieuwe indicatie, moeten namelijk op de een of andere manier terugverdiend worden. Maar als puntje bij paaltje komt, wil niemand die rekening betalen; niet vooraf in de broodnodige investering, en niet achteraf in de vorm van een hogere vergoeding. FAST komt met een aantal voorstellen om dit probleem te verhelpen en een duurzaam en redelijk verdienmodel rond drug repurposing vorm te geven, bijvoorbeeld door een uitzondering in te bouwen in het huidige preferentiebeleid voor generieke geneesmiddelen.

Het moge duidelijk zijn: hollandbio juicht elk initiatief toe dat resulteert in méér gezondheidswinst uit innovatie. Optimale repurposing van bestaande geneesmiddelen, of het nu gaat om oudere, generieke geneesmiddelen, of om indicatie-uitbreiding van nieuwe, innovatieve, geneesmiddelen, maakt daar integraal deel van uit. We steunen de oproep aan de overheid om daar waar de markt het af laat weten het gat te dichten op elk mogelijke manier, door investeringsrisico’s te verkleinen en de route van lab naar patiënt te versnellen en verbeteren. Maar dan wel op gelijke wijze voor iedereen die geneesmiddelen ontwikkelt en produceert. Of het nu om een generiek of innovatief geneesmiddelenbedrijf gaat, start-up of multinational, een bereidende apotheek, een academische instelling of een non-profitorganisatie.

Daarbij is het gat in het businessmodel een stuk groter dan waar FAST met dit paper op inzoomt. En erger nog, het gat groeit snel. Terwijl de wereld nog nabeeft van de coronapandemie, ontbreekt het businessmodel voor preventieve interventies zoals antibiotica, antiviralen en vaccins nog steeds. En hoewel bedrijven dankzij de stimulerende Europese weesgeneesmiddelenwetgeving de afgelopen jaren volop investeerden in nieuwe geneesmiddelen, indicatie-uitbreidingen en gepersonaliseerde behandelingen tegen zeldzame ziekten, wordt ook die businesscase met het vertragen en vastlopen van nationale vergoedingstrajecten met de dag slechter. De vele ondernemers in de achterban van hollandbio die ondanks ijzersterke wetenschap, een duidelijke medische behoefte én een door de wol geverfd team het leeuwendeel van hun tijd zoeken naar geld, kunnen dat beamen.

De eensgezinde ambitie om hoe dan ook tot effectieve oplossingen te komen spat van het FAST position paper af, en dat smaakt naar meer. Wat hollandbio betreft rekken we die mindset dan ook op naar álle varianten van geneesmiddelenontwikkeling, waar ondanks een schreeuwende maatschappelijke en medische behoefte nog een innovatieve wereld te winnen valt. En, ambitieus als we zijn, zien we nog wel veel meer mogelijkheden om de route van lab naar patiënt voor iedereen te effenen. Laten we dan ook de handen ineen slaan voor een forse investering in vooruitgang, want alleen zo wordt gezondheid op maat realiteit.

← #nieuws

Maatwerk als rode draad tijdens Biotech Wednesday: Gezondheid op maat 

, ,

Vorige week woensdag vond ons Biotech Wednesday-event plaats, met als rode draad hollandbio’s kersverse programma: Gezondheid op maat. In de sfeervolle Tuinzaal van het Centraal Museum deelden zowel wijzelf als een selectie biotech koplopers deze middag hoe zij gepersonaliseerde gezondheidszorg verder op weg helpen met behulp van ziektemodellen, diagnostiek en behandelingen – zowel curatief als preventief.

Onze programmamanager Britt van de Ven trapte het programma af door het publiek mee te nemen in de biorevolutie. Aan de hand van een aantal voorbeelden liet ze zien hoe die gezondheid op maat steeds tastbaarder maakt. Britt: “Als het gaat om gezondheid, geldt: One size does NOT fit all. Biotech kan helpen de juiste behandeling te geven aan de juiste persoon op het juiste moment.” 

Robert Vries, CEO van HUB organoids, liet vervolgens zijn licht schijnen op de mogelijkheden en knelpunten van HUB’s organoid-technologie, zowel als klinisch relevant ziektemodel als diagnostische tool: “Dit soort patiëntmodellen stellen ons in staat voorspellingen te maken over effectiviteit en toxiciteit die we anders nooit hadden kunnen meten. Met deze informatie kunnen we klinische studies revolutionair anders opzetten, en zo het geneesmiddelenontwikkelproces substantieel versnellen.” 

Chapter Lead Patient Journey Partners Janneke Boersma vertelde daarna hoe Roche vooroploopt in de ontwikkeling van gepersonaliseerde behandelingen: “Door de inzet van diagnostiek en data kunnen we binnen steeds meer ziektegebieden waarde toevoegen.” Desondanks stuit het bedrijf nog te vaak op obstakels op weg naar de patiënt. Janneke: “Bestaande kaders zitten innovatie in de weg. We moeten samen silo’s doorbreken en laten zien dat andere vormen van geneesmiddelontwikkeling ook passend zijn. Waar een wil is, kan een weg zijn.” 

Tot slot zette multiondernemer Remko van Leeuwen preventieve innovaties in het zonnetje. Aan de hand van voorbeelden uit zijn werk bij biotech startups Madam Therapeutics en SurvivX, het Aidsfonds en de BEAM Alliance, liet hij zien waarom de succesvolle ontwikkeling en implementatie van middelen als vaccins en antibiotica door een almaar verslechterende business case zo’n enorme uitdaging vormt. Remko: “Het roer moet om! Alleen als we innovatie op de juiste manier belonen, kunnen we genoeg middelen doorontwikkelen om infecties te blijven bestrijden. Het voorkomen van ziekte is immers beter dan genezen.” 

“Als het aan ons en de sprekers ligt, wordt maatwerk het nieuwe normaal,” sloot onze moderator Wieteke af: Genoeg food for thought voor de afsluitende netwerkborrel!

© Niels van Houts Fotografie

← #nieuws

De biotech partijwijzer

, , , ,

Op woensdag 22 november gaat Nederland naar de stembus. In hoeverre omarmen politieke partijen de biorevolutie en biotech innovaties die het leven beter maken? Hollandbio zocht het uit en legde partijprogramma’s langs de lat van innovatie, gezondheid en duurzaamheid.

Twaalf partijprogramma’s gescoord op biotechnologie

De inzet van hollandbio is helder: de revolutionaire innovaties uit de biotechnologie gebruiken om Nederland innovatiever, gezonder en duurzamer te maken. Daarvoor hebben we het gloednieuwe Biotech Verkiezingsmanifest opgesteld. Om te zien hoe partijen zich daartoe verhouden, hebben we de verkiezingsprogramma’s van de twaalf grootste partijen gescoord op de thema’s innovatie, gezondheid en duurzaamheid. Daarbij hebben we waar mogelijk ook gekeken naar de doorrekening door het Centraal Planbureau (CPB), waarin sommige partijen extra kleur bekennen. Zo ontstaat het overzicht van welke partijprogramma’s het meest uitgesproken voorstander zijn van biotechnologie.

Uitleg per thema

Een ijzersterk innovatie- en ondernemersklimaat

Het stimuleren van ondernemerschap is een maatschappelijke taak. Daarom moet er in Nederland voldoende en passende financiering zijn, hetgeen toekomstige innovatie versnelt. Ook de (fiscale en publieke financierings-)instrumenten die we tot onze beschikking hebben moeten op orde zijn, zodat het biotech ecosysteem verder tot bloei kan komen. Hiermee versnellen we de biorevolutie en plukken we daarvan de vruchten voor gezondheid, duurzaamheid en economische groei.

Gezondheid op maat

Nederland moet toe naar een stelsel dat gezondheid op maat mogelijk maakt. Daarvoor is betere toegankelijkheid van innovatieve/gepersonaliseerde geneesmiddelen noodzakelijk, evenals het beter benutten van de mogelijkheden van diagnostiek. Ons land moet doorpakken op preventie en heeft een gezondheidsdata-infrastructuur nodig als voorwaarde voor passende zorg.

Biotechnologie voor een duurzame toekomst

Ons land kan een gidsrol spelen in de transitie naar een duurzame samenleving. Daarvoor moeten we wel ruim baan geven aan disruptie en is Europa aan zet voor meer biotech impact. Duurzame oplossingen zijn er volop, die alleen worden benut als er nationaal wordt doorgepakt. Daarom wordt opschaling gestimuleerd en is een brede maatschappelijke toepassing van doorslaggevend belang.

Score per thema

Innovatie

D66 (donkergroen): D66 heeft met inzet op sleuteltechnologieën, een wetenschapsfonds en de optuiging van een Nederlandse publiek-private investeringsbank een duidelijke en voor de biotech sector relevante inzet op innovatie. Ook wil de partij een fiscale regeling voor innovatie en duurzaamheid.

Volt (donkergroen): Volt besteedt op innovatievlak veel aandacht aan start- en scale-ups en de uitdagingen waar zij mee te maken hebben rond financiering en intellectueel eigendom. Ook zetten zij in op een industrie- en innovatievisie waarin de kansen uit sleuteltechnologieën centraal staan, maar volgt er een lastenverzwaring voor bedrijven door de verhoging van het tarief van de innovatiebox.

VVD (donkergroen): Uitgebreide plannen en oog voor ondernemers in alle soorten en maten in de politieke keuzes zorgen voor een goede score voor de VVD. De aandacht voor betere valorisatie,  financieringsmogelijkheden en toegang tot talent voor specifiek start- en scale-ups vallen in het bijzonder op. Helaas wil de partij het resterende budget van het Nationaal Groeifonds schrappen.

CU (donkergroen): De ChristenUnie besteedt in zijn programma veel aandacht aan het Nederlandse innovatieklimaat, met concrete plannen op financierings- en valorisatiethema’s. Ook wil CU voldoen aan de Lissabon-doelstelling van 3% van ons BBP aan R&D-uitgaven. Helaas wil de partij het resterende budget van het Nationaal Groeifonds schrappen.

NSC (lichtgroen): NSC heeft oog voor de noden van start- en scale-ups en innovatief mkb en wil daar beleid, fondsen, internationaal talent en instrumenten als de WBSO en Innovatiebox voor inzetten. Daar tegenover staat dat de partij de 30%-regeling versobert, en het Klimaatfonds en Stikstoffonds afschaft omdat zij de democratische controle daarop mist. Het Groeifonds gaat samen met Invest-NL en delen van RVO op in een Nationale Ontwikkelingsmaatschappij.

CDA (lichtgroen): Voor innovatie heeft het CDA op papier goede ambities, met onder andere vermindering van regeldruk en het Europees investeren in sleuteltechnologieën zoals biotechnologie, maar het ontbreekt hier en daar aan concrete plannen voor start-ups, mkb en gevestigde bedrijven voor een ijzersterk innovatieklimaat. Ook schaft het CDA het Nationaal Groeifonds af.

BBB (lichtgroen): BBB besteedt veel aandacht aan het verminderen van regeldruk voor alle soorten bedrijven en plaatst een grote nadruk op het behouden en verbeteren van het vestigingsklimaat, onder andere via fiscale regelingen. Er is iets minder specifieke aandacht voor start- en scale-ups en het inzetten op sleuteltechnologieën.

PvdD (oranje): Aan de ene kant stelt PvdD maatregelen voor die vooral grote en gevestigde bedrijven raken, zoals het fors verhogen van de winstbelasting en het schrappen van de expatregeling. Wel pleit de partij voor het fiscaal aantrekkelijker maken van geduldig kapitaal in sectoren die minder snel rendement opleveren (zoals biotech) en maatregelen en instrumenten toe te spitsen op duurzame ‘opbouwbedrijven’.

GroenLinks/PvdA (oranje): GroenLinks/PvdA wil dat de overheid gaat mee-investeren in baanbrekende innovaties die kansrijk zijn én die bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Wel vragen zij een grote bijdrage van bedrijven, bijvoorbeeld door hogere afdrachten, en willen ze de expatregeling en innovatiebox afschaffen. Ook schrappen ze het resterende budget voor het Nationaal Groeifonds, waarvan een deel wordt geïntensiveerd in een innovatiefonds. Daarnaast stellen ze voorwaarden rond publieke kennis en patenten aan innovaties die uit publiek geld voortkomen en willen zij publiek-private samenwerking meer van elkaar scheiden.

SP (rood): De SP plaatst de nadruk op hogere lasten en grotere verplichtingen voor met name grote bedrijven. Daarnaast moet publiek-privaat onderzoek zodanig gaan verlopen dat private partijen daar geen zeggenschap meer over hebben. Wel komt er voor startende bedrijven en mkb een nationale investeringsbank met leningen.

FVD (rood): FVD wil regeldruk voor het mkb terugdringen, maar besteedt verder weinig tot geen aandacht aan de bijdrage van innovatieve (biotech) bedrijven aan de economie.

PVV (rood): De PVV besteedt in haar programma in het geheel geen aandacht aan de rol die (biotech) bedrijven en innovatie kunnen spelen en de bijdrage die zij kunnen leveren op economisch vlak.

Gezondheid

BBB (donkergroen): Op gezondheidszorg en in het bijzonder rond geneesmiddelen zet BBB in op het versnellen van de toegang tot innovatieve geneesmiddelen. Daarnaast roept BBB op zorgverzekeraars meer te stimuleren op preventie en willen zij geanonimiseerd datagebruik mogelijk maken voor de ontwikkeling van innovaties.

VVD (lichtgroen): Brede aandacht en concrete plannen voor de verschillende onderwerpen die spelen op het gezondheidsvlak, waaronder proefdiervrije innovatie, het uitwisselen van data en het verbeteren van preventie door bijvoorbeeld vaccinatie. Toch is het zorgelijk dat nieuwe behandelingen/behandelmethoden wat de VVD betreft niet langer automatisch het basispakket instromen.

Volt (lichtgroen): Pleidooi voor gezamenlijke Europese inkoop van geneesmiddelen, het verder ontwikkelen van de Europese farmaceutische strategie en het opzetten van een fonds voor het ontwikkelen van geneesmiddelen tegen zeldzame ziekten. Ook wil Volt focussen op de aanpak van AMR en pandemische paraatheid en meer nadruk op preventie in de zorg en maatschappij, bijvoorbeeld door 1% van het zorgbudget hiertoe over te hevelen naar gemeenten.

D66 (lichtgroen): D66 wil een grotere rol voor de overheid op gezondheidszorg, bijvoorbeeld door investeringen in gebieden waar de markt niet instapt of door gezamenlijke Europese onderhandelingen over geneesmiddelen. Ook steekt de partij meer geld in (medische) preventie. Verder wil D66 stappen maken op het stimuleren van klinisch onderzoek naar cel- en gentherapie en vaccins. Punt van aandacht is dat D66 farmaceutische winst onverdedigbaar vindt, meer inzicht vraagt in hun kosten en deze bedrijven mogelijk zwaarder wil belasten.

NSC (lichtgroen): Op geneesmiddelen plaatst NSC de nadruk op de transitie naar passende zorg, de-medicalisering en het scherper kijken naar en (Europees) inkopen van nieuwe, innovatieve medicijnen. Verder heeft NSC aandacht voor belangrijke randvoorwaarden zoals structurele financiering voor innovaties die de zorg aantoonbaar kwalitatief verbeteren en goedkoper maken en ruim baan geven aan goede ICT en technologie. Op preventie komt lijkt NSC vooral in te zetten op leefstijlpreventie.

PVV (lichtgroen): Op gezondheidsvlak vindt de PVV dat er geen wachttijd moet zijn voor medicijnen na een positief advies van het EMA en dat extra zorgkosten voorkomen worden doordat mensen met het afschaffen van het eigen risico geen zorg mijden.

CDA (geel): Het CDA wil zorgdata weghouden bij bedrijven, hoewel deze enorm kunnen helpen bij het ontwikkelen en beter toepassen van geneesmiddelen en diagnostica. Daarentegen zetten ze wel fors in op preventie. Over geneesmiddelen is weinig terug te vinden, behalve het tegengaan van tekorten.

CU (geel): De “ethiek der voorzichtigheid” inzake medische innovaties en beperkingen voor wetenschappelijk onderzoek verlagen de score voor de CU. Toch zijn er wel stevige en concrete ambities op preventie, bijvoorbeeld door preventieve interventies in het basispakket op te nemen en vaccinatie beter te organiseren.

PvdD (oranje): Zoals verwacht besteedt de PvdD veel aandacht aan proefdiervrije innovatie door onder andere in te zetten op het sneller en beter erkennen en toepassen van nieuwe onderzoeks- en testmethoden. Rond geneesmiddelen wil de partij meer transparantie over de opbouw van prijzen en het inperken van patenten bij belemmeringen voor de toegankelijkheid. Verder pleit de PvdD voor uitgebreide overheidscommunicatie over vaccins. 

GroenLinks/PvdA (oranje): Op geneesmiddelen pleit GroenLinks/PvdA voor soms verregaande maatregelen, van het gezamenlijk inkopen van geneesmiddelen in Europa tot het herzien van het patentrecht en ruimere mogelijkheden voor dwanglicenties en het goedkoop namaken van dure medicijnen. Wel heeft de partij een stevige en goede inzet op preventie, bijvoorbeeld door meer geld te geven aan regionale zorgfondsen en de GGD’en, die daarin een belangrijke taak krijgen.

SP (oranje): Op geneesmiddelen stelt de SP dat Nederland minder afhankelijk moet worden van de farmaceutische industrie, bijvoorbeeld met een nationaal onderzoeksfonds voor geneesmiddelen. Wel wil de SP dat preventieve middelen waarvan de effectiviteit is aangetoond voortaan in het basispakket komen.

FVD (rood): FVD is faliekant tegen data-uitwisseling. Op geneesmiddelen willen ze primair generieke geneesmiddelen voorschrijven om medicijnkosten te drukken. Enig lichtpuntje is het pleidooi voor laagdrempelige preventiespreekuren bij de huisarts, hoewel de partij ook het preventieakkoord wil afschaffen.

Duurzaamheid

VVD (donkergroen): Met brede inzet op duurzame vormen van voedselproductie, waaronder kweekvlees en (precisie)fermentatie en moderne veredelingsmethoden, wil VVD de Nederlandse duurzame technologie in ons land houden. Kanttekening hierbij is dat de partij minder geneigd is om via belasting, normering en andere instrumenten een gelijker speelveld voor duurzamere bedrijven te creëren.

D66 (donkergroen): Er zijn vanuit D66 plannen om, met een mix van beleid en geld, toepassingen te stimuleren die een meer duurzame landbouw en een circulaire economie bevorderen, waarbij kweekvlees expliciet wordt benoemd. Tegelijkertijd blijft D66 weg van een duidelijke positie op New Genomic Techniques zoals CRISPR-Cas.

Volt (donkergroen): Door middel van belastingen, normering en (afbuigen van) subsidies wil Volt de CO2-uitstoot beperken en Nederland een wereldwijde duurzame koploper maken. Ook is er expliciete aandacht voor (biotechnologische) innovaties als biobased materialen, kweekvlees en precisielandbouw. Volt heeft echter geen duidelijke positie op New Genomic Techniques.

BBB (lichtgroen): Als het gaat om duurzaamheid, stelt BBB concrete maatregelen voor die ertoe moeten leiden dat biotechnologische innovaties meer ruimte moeten krijgen, bijvoorbeeld door betere Europese regelgeving en vergunningstrajecten. Een kanttekening daarbij is wel dat dit zich met name toe lijkt te spitsen op planten en landbouw, en minder op toepassingen als kweekvlees, (precisie)fermentatie en biobased materialen en toepassingen. Daarnaast is de partij ook minder geneigd om belasting, normering en andere instrumenten te gebruiken om een gelijker speelveld voor duurzamere bedrijven te creëren.

CDA (geel): Met veel inzet op New Genomic Techniques en het behouden van de koppositie in de agricultuur doet het CDA het goed, maar aandacht voor bijvoorbeeld cellulaire agricultuur (kweekvlees en precisiefermentatie), de eiwittransitie en biobased materialen en toepassingen mist.

CU (geel): De CU heeft stevige plannen als het gaat om duurzaamheid, met geld, belasting en beleid voor het stimuleren van groene technologie en toepassingen. Bij vlagen missen concrete plannen en aandacht voor biotechnologie, of het nu gaat om New Genomic Techniques, (precisie)fermentatie of biobased materialen en toepassingen.

GroenLinks/PvdA (geel): Op duurzaamheidsvlak is er vanuit GroenLinks/PvdA vooral veel aandacht voor CO2-reductie op meerdere manieren, bijvoorbeeld door normering en belasting. Ook wil zij meer ruimte voor biobased en circulaire toepassingen en cellulaire landbouw zoals precisielandbouw en kweekvlees. Wel staat de partij enigszins sceptisch tegenover NGT’s, zij stellen daar eisen aan met betrekking tot verduurzaming en een etiketteringsplicht.

PvdD (geel): De PvdD heeft stevige duurzaamheidsdoelen die bereikt worden door maatregelen die opkomende (biotech)bedrijven kunnen stimuleren zoals normering, belastingen en beprijzing. Biotechnologische innovaties zoals kweekvlees en (precisie)fermentatie komen daar expliciet en positief in terug. Grote tegenvaller is dat PvdD mordicus tegen moderne veredelingsmethoden en genetische modificatie bij planten (NGT’s) is.

NSC (oranje): NSC gaat voor overwegend klassieke en bestaande maatregelen om duurzaamheid te stimuleren, zoals het vasthouden aan het emissiehandelssysteem en het verplichten van maatregelen voor de inzameling, het hergebruik en de recycling van materialen. Verder is er veel aandacht voor innovaties in gangbare sectoren en toepassingen, zoals in de akkerbouw en visserij, en niet zozeer op innovaties rond plantenveredeling, kweekvlees en (precisie)fermentatie.

SP (oranje): Voor het stimuleren van duurzaamheid focust de SP op het aanpakken van grote, vervuilende bedrijven. Er is geen aandacht voor (biotechnologische) innovaties die de landbouw duurzamer maken of klimaatverandering tegengaan, alleen voor een transitie naar biologische landbouw.

PVV (rood): Op duurzaamheid wil de PVV vooral zaken afschaffen: van stikstofmaatregelen en het Stikstoffonds tot gelden voor CO2-reductie, en van de deelname aan het VN-Klimaatakkoord tot de Klimaatwet en het Klimaatfonds.

FVD (rood): FVD wil stoppen met alle vormen van klimaatbeleid, duurzaamheid en is fel tegen de eiwittransitie.

← #nieuws

NKI neemt toegankelijkheid onder de loep

,

Jaren verschil in toegang tot nieuwe kankermedicijnen voor Europese patiënten, kopte het Nederlands Kanker Instituut (NKI) afgelopen week. Met een studie voegen zij waardevolle inzichten toe aan de routes, feiten en cijfers over geneesmiddelen die we bij hollandbio zelf ook zo graag bij elkaar brengen. En dat is mooi nieuws: want willen we de geneesmiddelentoegang op een duurzame wijze verbeteren dan hebben we de kennis, kunde en het oplossend vermogen van alle betrokken stakeholders nodig.

Enorme verschillen in toegang tot nieuwe medicijnen

Uit het onderzoek van het NKI valt af te leiden dat er enorme verschillen zijn in de toegang tot nieuwe medicijnen binnen Europa. En dat terwijl alle landen en ziekenhuizen in principe dezelfde toegang hebben tot de onderliggende informatie. Niet alle ziekenhuizen passen een nieuw middel op hetzelfde moment toe en niet elk middel komt op dezelfde manier beschikbaar, vonden de onderzoekers. Ook early access programma’s (EAP) en off-label voorschrijving maken dat het sterk uiteenloopt wanneer patiënten in verschillende landen behandeld kunnen worden met nieuwe geneesmiddelen. Met deze inzichten in het daadwerkelijke voorschrijfgedrag voegt het NKI een belangrijk puzzelstuk toe aan onze zoektocht naar helderheid over de feiten, cijfers en routes richting de markt.

Alle partijen moeten beter

Willen we voor tijdige toegang zorgen, dan zullen alle partijen het beter moeten doen, geeft onderzoeker Wim van Harten aan: “Het zou te gemakkelijk zijn om de schuld te leggen bij één partij, zoals de farmaceutische industrie, of de overheid” – hoewel dat helaas nog te vaak wel gebeurt. Het artikel van het NKI siert zich juist doordat het nuance in deze discussie brengt. Begrip voor ieders rol in het systeem is daarbij onontbeerlijk. Zo ook voor bedrijven, die immers geen liefdadigheidsinstellingen zijn maar ook hun eigen broek op moeten houden en daar financieel rendement voor nodig hebben.

EAP opmaat naar gezondheid op maat

Afhankelijk van welke stakeholder je het vraagt, is een EAP een tegemoetkoming aan patiënten en het systeem, of een marketingtactiek in afwachting tot definitieve vergoede toegang. Natuurlijk zal geen enkele fabrikant een EAP optuigen zonder de verwachting die kosten later terug te verdienen, maar dat hoeft niet haaks te staan op maatschappelijke betrokkenheid. Uiteindelijk valt er voor beide partijen aan de onderhandeltafel iets te halen uit deze gratis verstrekking. Helder is in elk geval dat een EAP zonder einddatum niet houdbaar is – zeker niet voor kleinere bedrijfjes, wiens voortbestaan afhangt van de inkomsten van een of enkele producten. Hollandbio ziet EAP’s dan ook als een manier om de toegang tot nieuwe geneesmiddelen te verbeteren en versnellen. Door nieuwe geneesmiddelen zo vroeg mogelijk in te zetten kunnen we meer kennis in de praktijk opdoen over voor wie welke behandeling op welk moment de beste keuze is. Zo kunnen EAP’s juist een van de missende schakels vormen op weg naar onze ambitie: Gezondheid op maat.

Geen quick fix

Toch is er, zoals het NKI zelf ook aangeeft, geen quick fix om te zorgen dat nieuwe geneesmiddelen zo snel mogelijk beschikbaar komen. We kunnen niet één partij of één processtap aanwijzen als oorzaak van vertraagde toegang. Het klinkt als een dooddoener, maar we hebben echt alle partijen nodig om samen het systeem beter te maken. Wij hebben daar goede ideeën over, die we graag met de rest van de wereld delen. Wil je ook meepraten over gezondheid op maat? Kom dan 15 november naar Utrecht!

← #nieuws

Kuipers zoekt regie rond geneesmiddelontwikkeling

,

Demissionair minister Kuipers wil geneesmiddelenontwikkeling stimuleren daar waar de maatschappelijke behoefte het grootst is. Weten hoe de vork precies in de steel zit, ziet hij daarbij als cruciaal. Het is een instelling die hollandbio met de minister deelt (en waar zijn VWS-voorgangers van kunnen leren). Als vervolg op het lijvige onderzoek naar het financiële ecosysteem van vorig jaar, publiceerde minister Kuipers recent twee verdiepende studies, waarmee hij meer inzicht wil verkrijgen in de hiaten in geneesmiddelenontwikkeling voor aandoeningen met de hoogste ziektelast voor de Nederlandse patiënt.

Geneesmiddelenontwikkeling duurt lang, is risicovol, kostbaar en vereist een nauw samenspel van vele partijen. Daarbij geldt financieel rendement als één van de bepalende factoren voor welke geneesmiddelen worden ontwikkeld en uiteindelijk op de markt komen, zo concludeerde de minister op basis van het omvangrijke onderzoek naar het financieel ecosysteem. Een waarheid als een koe, aldus hollandbio. Al valt het nodige af te dingen op de stellingname van de minister dat dit financieel rendement niet altijd in lijn is met de maatschappelijke behoefte (immers: zonder patiënt geen rendement) delen we zijn ambitie om geneesmiddelenontwikkeling te stimuleren daar waar de maatschappelijke behoefte het grootst is.

Met de twee nieuwe onderzoeken probeert de minister de hiaten in geneesmiddelenontwikkeling voor aandoeningen met de hoogste ziektelast voor de Nederlandse patiënt in kaart te brengen. Het eerste, kwantitatieve, onderzoek geeft inzicht in de nieuwe geneesmiddelen die sinds 1995 op de markt zijn gekomen voor de aandoeningen met de hoogste ziektelast voor de Nederlandse patiënt. Het tweede onderzoek is juist kwalitatief en neemt het perspectief van patiënt en arts mee: de ervaren onvervulde medische behoefte, maar ook de stand van de wetenschap en een inschatting van de potentie om hier met behulp van nieuwe geneesmiddelen een oplossing voor te bieden.

Naast aandoening-specifieke oplossingen benoemt het laatste rapport een aantal algemene oplossingen die bepalend zijn voor succes, zoals verbetering van publiek-private samenwerking (eens!), vereenvoudiging van de regelgeving (hear hear), meer internationale sturing (yeah!) en een effectieve zorgdata-infrastructuur (amen).

De rapporten zijn vooralsnog zonder beleidsmatige reactie naar de Kamer gestuurd, waar de minister hoopt dat ze zullen dienen als inspiratie voor de toekomst. Hollandbio is het daar roerend mee eens – en voegt daar, in aanloop naar de verkiezingen, zelf graag een inspiratiebron op weg naar gezondheid op maat aan toe: Over de hordes naar het bordes – het hollandbio verkiezingsmanifest.