← #nieuws

De strijd tegen infectieziekten op waarde schatten 

, ,

Of het nu gaat om corona, monkeypox of een andere ziekmaker die onze gezondheid bedreigt: infectieziekten liggen altijd op de loer, klaar om onze levens te ontwrichten. Een proactieve, gedegen en structurele aanpak is noodzakelijk om deze ziekmakers aan te pakken: preventief waar kan, reactief waar nodig. In beide gevallen gaat de kost voor de baat uit, maar dat blijkt een slimme investering in een gezonde maatschappij. 

Investeren in gezondheid redt levens 

Voor een toekomstbestendig zorgstelsel is een shift van ziekte behandelen naar ziekten voorkomen – of op zijn minst zo vroeg mogelijk behandelen – cruciaal, daarover zijn we duidelijk. Investeren in onze gezondheid heeft namelijk zin. Zeker in het geval van infectieziekten, die zichzelf razendsnel kunnen verspreiden. Neem bijvoorbeeld het Expanded Programme on Immunization van de World Health Organization.  In de 50 jaar dat het programma nu bestaat, zo analyseerden wetenschappers, heeft het minimaal 154 miljoen levens gered, waarvan het leeuwendeel van jonge kinderen.  

Investeringen betalen zich rijkelijk terug 

Investeringen in onze gezondheid betalen zich ook rijkelijk terug, laat dit rapport zien. Elke euro die we uitgeven aan preventie, levert een rendement van veertien euro op voor de gezondheidszorg en de economie. In het geval van volwassenenvaccinatie verdient een investering zich gemiddeld negentien keer terug en specifiek voor pneumokokkenimmunisatie loopt dit aantal op tot wel 33 keer. Ook met vroege toegang tot innovatieve antivirale middelen kunnen we wereldwijd tot wel $28.2 biljoen besparen, becijferden het Duitse Sprind en economen van de universiteit van Chicago. Geen wonder dus dat er geluiden opgaan om gezondheidszorg, en met name preventie, te beschouwen als een investering in de sociale zekerheid, in het kader van het New Economic Governance Framework van de Europese Commissie.  

Schaars preventiebudget ophogen en nieuw businessmodel ontwikkelen 

Hoewel investeren in infectieziektenbestrijding – en preventie in bredere zin – een open deur lijkt, geven we er nog altijd bar weinig aan uit – op nationaal, maar ook op internationaal niveau (om over bezuinigingen nog maar te zwijgen). Zelfs wanneer de gezondheidswinst evident is, en de kosteneffectiviteit van een maatregel bewezen, is er niet altijd budget beschikbaar om tot daadwerkelijke implementatie over te gaan. Ook geld voor de gerichte ontwikkeling van nieuwe producten is bijzonder schaars, zowel vanuit de private als de publieke hoek. Wanneer een nieuw middel de eindstreep raakt, een nieuw antibioticum bijvoorbeeld, is dat dan ook met recht het vieren waard. In onze infographic laten we zien wat de biotech sector op weg helpt in de strijd tegen infectieziekten. Denk jij met ons mee over een nieuw businessmodel? 

← #nieuws

Early Access: let’s go Dutch!

, ,

Wanneer je ziek bent, wil je maar één ding: beter worden. Maar soms is het geneesmiddel dat mogelijk beterschap biedt, (nog) niet vergoed beschikbaar in Nederland en sta je als patiënt met lege handen. In zo’n geval kunnen early access programma’s uitkomst bieden om de behandeling toch beschikbaar te krijgen. De vraag ‘wie betaalt dat?’ vormt helaas in toenemende mate een twistpunt tussen overheid en fabrikanten. Hollandbio zette de ins en outs van verschillende programma’s op een rij en oppert een typisch Nederlandse oplossing: laten we de rekening splitten – let’s go Dutch!

Early access programma’s kunnen van grote waarde zijn voor patiënten, en het Nederlandse zorgsysteem biedt gelukkig verschillende mogelijkheden. Hoewel het belang van de programma’s buiten kijf staat, vormt financiering soms een twistpunt: wie betaalt de rekening wanneer de behandeling (nog) niet voor reguliere vergoeding in aanmerking komt? Een geneesmiddelenbedrijf wil natuurlijk dat de overheid zo snel mogelijk gaat betalen voor het product, terwijl de overheid juist wil dat de fabrikant de kosten zo lang mogelijk op zich neemt. Recent nog, liepen de gemoederen hoog op, toen fabrikanten aangaven dat het niet langer haalbaar is om geneesmiddelen zonder zicht op een einddatum gedurende de sluisperiode gratis weg te geven.

De catch-22 rond toegang
In de discussie om de rekening van nieuwe geneesmiddelen, houden we elkaar in een vervelende en steeds verder verstikkende wurggreep. De overheid eist overtuigende data dat een product zijn prijskaartje waard is – in onze eigen nationale zorgcontext – alvorens tot vergoeding over te gaan. De fabrikant werkt daar weliswaar graag aan mee, maar al die studies kosten veel geld en veel tijd. Dat maakt ten eerste dat patiënten soms lang moeten wachten voordat een geneesmiddel, ondanks een vermoeden van effectiviteit, ook voor hen beschikbaar is, maar ten tweede dat de kosten voor de fabrikant alsmaar oplopen, terwijl de terugverdientijd juist terugloopt, met alle gevolgen van dien voor de prijzen van nieuwe producten. Een regelrechte catch-22 voor de toegang tot nieuwe geneesmiddelen.

Bruggen slaan: de overbruggingsfinanciering
Hollandbio wil deze catch-22 doorbreken, en dat kan niet zonder geven en nemen. Gelukkig zien we steeds meer (early access) initiatieven waar actief gezocht wordt naar een compromis waar uiteindelijk alle partijen mee akkoord kunnen gaan. Helaas blijft onze overheid nog wat achter wanneer zij centrale onderhandelingen voert. Want hoewel ze aangeeft aan early access mee te wegen, is geenszins helder hoe. Bij hollandbio zien we wel brood in een methode waar we internationaal bekend om staan: going Dutch. Hierbij maken de overheid en fabrikant de afspraak om de rekening van een behandeling gedurende de onderhandelingen (retrospectief) te splitten. Dat is niet alleen eerlijk, het geeft beide partijen een incentive om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen én garandeert dat patiënten zo snel mogelijk mogen rekenen op de behandeling waar ze mogelijk baat bij hebben.

← #nieuws

Kritiek op de scheidsrechter hoort bij voetbal

, ,

De Amsterdamse rechtbank gebiedt het Zorginstituut een borstkankermedicijn van geneesmiddelenontwikkelaar Eli Lilly opnieuw te beoordelen. Het Zorginstituut adviseerde een specifieke toepassing van het geneesmiddel niet te vergoeden uit het basispakket, omdat het niet voldeed aan de stand der wetenschap en praktijk. Die afwijzing is onbegrijpelijk en onzorgvuldig onderbouwd, aldus de rechter, en daarmee onrechtmatig jegens de fabrikant. Zoals verwacht deed de uitspraak van het kort geding flink wat stof opwaaien: het FD stond er uitgebreid bij stil en ook diverse belanghebbenden deelden hun uiteenlopende standpunten via LinkedIn. Hollandbio bewaart kritiek op de (scheids)rechter lekker voor het EK. Duidelijke, werkbare en uniforme spelregels zijn immers cruciaal, evenals de consistente en nauwkeurige naleving daarvan.

Zonder die discussie nog eens dunnetjes over te doen, over één punt kunnen we wat hollandbio betreft niet duidelijk genoeg zijn: onze rechtspraak is een groot goed. Eenieder die daar reden toe ziet, mag voor een objectieve en onafhankelijke check naar de rechter stappen. En al ben je het nog zo hartgrondig eens of juist oneens met de uitspraak, denkt dat het middel wel of juist niet werkt, of het te duur is of een koopje, en of je farma boeven, het Zorginstituut archaïsch of patiënten gekleurd vindt, laten we het erover eens zijn dat ook een farmaceut naar de rechter mag stappen. En dat is precies wat Eli Lilly deed. Met gegronde reden ook, zo blijkt nu uit de uitspraak.

De reacties op het kort geding tonen eens te meer dat de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen in Nederland op een stevig debat mag rekenen. Onderwerp is steevast het prijskaartje, maar ook de effectiviteit lijkt steeds vaker onderwerp van discussie. Dit geldt zeker binnen de oncologie, waar innovaties elkaar supersnel opvolgen, en de medische behoefte te groot en urgent is om, wanneer de voortekenen goed zijn, te kunnen of willen wachten op het ultieme bewijs dat patiënten ook daadwerkelijk langer leven na behandeling.

Een op de twee mensen krijgt in zijn of haar leven kanker. De enorme impact van de ziekte heeft de afgelopen decennia tot een ongeëvenaarde wereldwijde inzet geleid om deze een halt toe te roepen. De gigantische publieke en private investeringen in onderzoek en ontwikkeling werpen hun vruchten af: niet alleen begrijpen we de ziekte veel beter, ook zijn er de afgelopen jaren veel nieuwe geneesmiddelen en diagnostica tegen diverse vormen van kanker beschikbaar gekomen. Kanker toont zich nog steeds een geduchte tegenstander, maar we gaan de goede kant op. Dat is goed en hoopvol nieuws.

Anderzijds stelt die innovatieve drukte de sector voor grote uitdagingen en dilemma’s, van lab tot zorgpraktijk, van investeerder tot betaler en patiënt. De ene behandeling heeft zich immers nog niet eens goed en wel bewezen, of de volgende dient zich alweer aan, terwijl de derde al aan de horizon lonkt. Bovendien blijkt kanker vele male complexer en individueler dan we dachten, waardoor wel of niet effectief lang niet zo zwart-wit is als het klinkt. Een specifieke behandeling slaat doorgaans niet bij iedereen aan, en we kunnen (nog) niet altijd voorspellen bij wie wel en bij wie niet of minder. Voor sommige patiënten blijken zelfs de bijwerkingen groter dan de baten. Ook lopen de zorgpraktijk en behandelrichtlijnen uiteen, per land of zelfs per regio, en wordt data niet of niet uniform en deelbaar vastgelegd, wat het vergelijken van behandelresultaten al lastig of onmogelijk maakt, laat staan het trekken van harde conclusies. En alsof dit nog niet voldoende uitdaging geeft, zijn al die behandelingen óók nog eens heel duur en het ziekenhuis- en zorgbudget beperkt, wat de experimenteerruimte zwaar beperkt.

Het kan bijna geen nieuws zijn dat hollandbio de oplossing ziet in gezondheid op maat. Die vergt niet alleen een lange adem, maar ook een forse investering in vooruitgang. Alle nieuwe mogelijkheden – behandelingen maar zeker ook AI, diagnostiek en prognostiek – stellen ons beter dan ooit in staat om elke patiënt van de best passende behandeling op het juiste moment te voorzien. Een nieuwe benadering van het concept passende zorg is onontbeerlijk: een zo goed mogelijk gevulde dokterstas, waarbij we in de klinische praktijk onderzoeken welke patiënten, op basis van hun individuele kenmerken, baat hebben bij welk geneesmiddel. Die vraag kunnen bedrijven niet in splendid isolation beantwoorden, daarvoor zijn onder meer een toegankelijke en gezamenlijke data-infrastructuur en heldere spelregels over de samenwerking met artsen in de klinische praktijk cruciaal.

Los van of je het eens bent met onze visie of niet, een quick fix waarin én gezondheidswinst, én innovatie, én toegankelijkheid duurzaam hand in hand gaan is er in ieder geval niet. Dat zet het huidige ecosysteem, waarin iedereen – van ziekenhuis, farmaceut en minister tot Kamerlid – juist afgerekend wordt op de korte termijn, en voor de individuele organisatie, onder hoogspanning. Hoe menselijk en legitiem ook, zo komen we geen steek verder en blijft de broodnodige verandering en vernieuwing uit. In plaats van werk te maken van een nieuwe aanpak en passende spelregels die samenwerking aan een optimale inzet van nieuwe geneesmiddelen mogelijk maken, graven we ons allemaal steeds verder in, in onze eigen invalshoek, ons eigen gelijk, onze eigen feiten. Met de rechter als laatste redmiddel.

De rechterlijke uitspraak toont wat er allemaal bij komt kijken om de ogenschijnlijk simpele vraag adequaat of een nieuw geneesmiddel minder goed, even goed, of beter werkt dan de gouden zorgstandaard te kunnen beantwoorden. Duidelijke, werkbare en uniforme spelregels blijken cruciaal, evenals de consistente en nauwkeurige naleving daarvan. En wat hollandbio betreft, bewaren we kritiek op de (scheids)rechter lekker voor het EK.

← #nieuws

Gezocht: een gen-iale oplossing voor gentherapie 

, ,

Na decennia van onderzoek en ontwikkeling bereikten de eerste gentherapieën de afgelopen jaren de patiënt. En naar het zich laat aanzien volgen er veel meer, waarmee vele ernstig zieke patiënten eindelijk kans op genezing krijgen. De behandelingen zijn illustratief voor de transitie naar gezondheid op maat die dankzij de biorevolutie op stoom komt. Een fantastische ontwikkeling, waarmee we patiënten steeds vaker gericht kunnen voorzien van de juiste behandeling op het juiste moment, in plaats van te moeten vertrouwen op generieke richtlijnen gebaseerd op de gemene deler. Maar dan moet ons zorgstelsel wel ruimte maken voor die transitie. Dat is bepaald nog geen gelopen race, zo maakt hollandbio op uit de signalering van de COGEM over de waarde van gentherapie.

Het lijkt welhaast een Pavlov-reactie in Nederland: roep ‘geneesmiddel’ en iedereen roept ‘DUUUUURRRR’. Zo ook de COGEM, de commissie die de regering adviseert over de risico’s van genetisch gemodificeerde organismen voor mens en milieu, en die, overigens goeddeels buiten hun expertisegebied, een signalering uitbracht over de kosten van gentherapie. In het resulterende lijvige rapport stellen ze vast wat we grotendeels al wisten: dat de komst van al die nieuwe gentherapieën op gespannen voet staat met ons zorgsysteem. Ook wat betreft oplossingen brengt de publicatie amper nieuws: ingrijpen, meer onderhandelen en zelfs academische ontwikkeling – dé beloftevolle nationale prijsstunter die een wereldwijde inspanning wel even te slim af zal zijn.  

Toch zien we één nieuwe suggestie, en daar is hollandbio blij mee. Want naast de vele ideeën om nóg meer drempels voor toelating en vergoeding op te werpen en dus uit kostenoverwegingen te voorkomen dat we meer patiënten daadwerkelijk beter maken, doet de COGEM ook een verfrissende suggestie die doorgaans onvermeld blijft: een verhoging van het budget voor geneesmiddelen. En daar valt veel voor te zeggen, aangezien we de grootste gezondheidswinst van de afgelopen decennia in de zorg, en – mits gebruikt – ook de komende decennia boeken dankzij innovatieve geneesmiddelen. Niet door de handen aan het bed, niet door pilots met doseringen of medicijnvakanties, niet door artsen of nieuwbouw, maar door de inzet van nieuwe vaccins en geneesmiddelen, zeker in combinatie met nieuwe diagnostica en een essentiële investering in onze gezondheidsdata-infrastructuur, zodat we de juiste patiënt op het juiste moment van de best passende behandeling kunnen voorzien. Extra budget hiervoor is dan ook logisch en prima te verantwoorden, ook wanneer geneesmiddelen daarmee een aanzienlijk grotere hap uit het totale zorgbudget zouden nemen dan ze nu doen.  

Bovendien, laten we wel wezen, laat innovatie zich niet tegenhouden. Wetenschappers en bedrijven zullen met vereende kracht blijven ontdekken en ontwikkelen. Publicaties over kosten, gemopper over prijsstelling en suggesties om de onbetwiste hofleveranciers van nieuwe geneesmiddelen – de farmaceutische industrie – buiten spel te zetten, veranderen daar niets aan. Die nieuwe gentherapieën gaan er komen, dat staat als een paal boven water. Of en wanneer ook patiënten in Nederland hiervan zullen profiteren, dat is de vraag. Berusten in de onafwendbaarheid van ‘pijnlijke keuzes en dilemma’s om de zorg betaalbaar te houden’, zoals de COGEM lijkt te suggereren, is berusten in stilstand, of erger nog, in achteruitgang. En dat staat niet alleen haaks op het DNA van de biotech sector, dat staat haaks op wat we de sector nodig heeft en de patiënt verdient: een radicale investering in vooruitgang.  

← #nieuws

Ja, we kunnen onze medicijnen vertrouwen

,

In een eenzijdige longread vol stemmingmakerij, clickbait titel incluis, trekt dagblad Trouw opzichtig een groot goed in twijfel: ons vertrouwen in nieuw geregistreerde geneesmiddelen. Dat doet de krant bovendien over de rug van het Europese Medicijn Agentschap (EMA): de in Amsterdam gevestigde, toonaangevende autoriteit die streng toeziet op de veilige toelating van nieuwe geneesmiddelen in de EU. Het medium wakkert zo het toch al wankele vertrouwen in overheidsinstituties aan. Een gevaarlijke ontwikkeling, vindt hollandbio, waarmee zij in dit geval letterlijk levens op het spel zet.

EMA neemt steeds vaker genoegen met mager wetenschappelijk bewijs om geneesmiddelen toe te laten tot de Europese markt, zo neemt Trouw klakkeloos over van Investigate Europe (IE), een internationaal collectief gebrand op het ontmantelen van de ‘verborgen structuren die Europa vandaag de dag vormgeven’. De oorzaak van EMA’s vermeende knieval: de invloed van de farmaceutische industrie. Zonder schurk is het immers geen goed verhaal. Diverse nationale experts laten zich voor het karretje spannen en doen uit eigen ervaring een duit in het zakje: een teleurgestelde oncoloog die ten onrechte grootse verwachtingen had van een nieuw medicijn, een academicus die lijkt te vinden dat uitbehandelde patiënten gewoon wat meer geduld moeten hebben, en – als absoluut dieptepunt – een zorgverzekeraar die insinueert dat EMA geneesmiddelen toelaat die enkel schade toebrengen aan patiënten. Het artikel is een gotspe, vanwege de eenzijdigheid van het verhaal en vooral ook om de boodschap die het uitdraagt: als de beoordelaar al niet te vertrouwen is, dan geneesmiddelen zeker niet.

Waar het artikel volledig aan voorbijgaat, is dat we dankzij voortschrijdende wetenschap en technologische ontwikkeling steeds beter weten hoe ziektes ontstaan en hoe groot en belangrijk persoonlijke verschillen daarin zijn. Dat stelt ons vervolgens ook beter in staat om behandelingen op maat te ontwikkelen – een trend die in vakjargon personalised medicine heet en waarin ook de Nederlandse biotech sector een koploper is. De afgelopen decennia heeft dat volop nieuwe geneesmiddelen voor ongeneeslijke en ook zeldzame ziekten opgeleverd, voor kleine groepen, of zelfs helemaal op maat gemaakt, zoals cel- en gentherapieën. Soms vertegenwoordigt zo’n introductie genezing en nieuw levensperspectief, soms meer tijd, meer meedoen, of minder pijn. En soms ook alleen een kans op beter, een glimpje hoop, zonder zekerheid. Maar zelfs dat laatste kan een verschil maken voor een patiënt die eerder slechts aftakeling, lijden en dood in het verschiet had.

De wereldwijde trend naar gezondheid op maat stelt het systeem dat we met zijn allen gebouwd hebben voor uitdagingen: want hoe ga je om met de ontwikkeling, toelating en vergoeding van deze nieuwe, meer gepersonaliseerde geneesmiddelen? Onomstootbaar bewijzen dat iets werkt, was al niet eenvoudig bij geneesmiddelen voor grote groepen patiënten – en wordt er vandaag de dag niet makkelijker op. Bijvoorbeeld omdat er gewoon niet zo heel veel patiënten met een specifieke ziekte zijn en je dus geen grote studies kan doen, of omdat er verschillende en steeds weer nieuwe behandelmogelijkheden zijn, die ook nog verschillen per land, per ziekenhuis of per patiënt. Of omdat we eigenlijk niet zoveel weten over het ziekteverloop zonder behandeling, dat verloop bij iedereen anders is, wanneer een onderzoek met een placebo onhaalbaar of zelfs onethisch is en vooral ook wanneer er geen gezondheidsdata-infrastructuur is waar gegevens centraal verzameld en gedeeld kunnen worden, zodat we kunnen leren van elkaars ervaring. Het is, kortom, toch vaak een kwestie van roeien met de riemen die je hebt om een zo goed mogelijke studie in elkaar te zetten die bewijst of een behandeling werkt.

Maar altijd geldt, hoe meer en steviger het gevraagde bewijs, hoe meer tijd er nodig is om dat bewijs te leveren. Van een nieuwe gentherapie weten we bij registratie misschien best zeker dat deze twee jaar werkt, maar initieel niet of dat effect ook tien jaar aanhoudt, noch bij elke patiënt. Een tumor kan krimpen of verdwijnen, maar of de patiënt langer leeft, is maar de vraag. Alleen meer tijd en meer onderzoek kan echt uitsluitsel geven. Enkele van de lastige vragen waar EMA als onafhankelijke autoriteit mee te maken krijgt, zijn dan ook: hoeveel bewijs kan er nu geleverd worden en wanneer is dat genoeg? Hoelang willen we patiënten uit veiligheidsoogpunt een potentiële behandeling onthouden? En hoeveel onzekerheid willen we accepteren? Zeker wanneer de patiënt geen dag te verliezen heeft? EMA geeft alleen groen licht wanneer zij van mening is dat de voordelen van de behandeling opwegen tegen de nadelen, in het geval van een voorwaardelijke toelating mét verplichting tot vervolgonderzoek en bewijslast. Vervolgens maken we zelf op nationaal of lokaal niveau de afweging of een geneesmiddel in de specifieke eigen zorgpraktijk meerwaarde oplevert, en zo ja, of we willen betalen voor die meerwaarde.

Veel punten die de experts EMA of fabrikanten in het artikel na lijken te dragen, zijn ofwel inherent aan de trend naar gezondheid op maat, of vallen helemaal niet onder de opdracht die we het agentschap hebben gegeven, maar onder de nationale afweging. En juist nu die nationale afweging door een steeds slechter passend systeem, knellende zorgbudgetten en tunnelvisie op betaalbaarheid onder druk komt te staan, wijst men naar EMA. Zolang de lidstaten vasthouden aan hun nationale competenties, ligt hier een rol voor de ambtenaren, verzekeraars en oncologen zelf. Hoe lastig ook.

Natuurlijk moeten we onze instituties goed controleren, hun onafhankelijkheid borgen en zorgen of kritiek vrij kunnen delen. Ook moet er ruimte zijn voor een constructief debat, of dat nu over geneesmiddelen, het zorgstelsel of over het mandaat van EMA en de lidstaten is. Maar dat is niet wat Trouw doet. Met haar sensatiebeluste berichtgeving gooit het dagblad enkel olie op het vuur van het toenemend populisme, de golf aan misinformatie en oprukkende complottheorieën die mensen zo wantrouwig maken ten aanzien van instituties dat het nu al levens kost, zoals door het weigeren van vaccinaties. En dat is wel het laatste dat we nodig hebben. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Laten we alsjeblieft uiterst zorgvuldig omgaan met instanties als EMA, die juist opgericht zijn om onafhankelijkheid en objectiviteit te waarborgen in zaken die ons allemaal direct aangaan – in dit geval onze gezondheid.

← #nieuws

Getrapte beleidswijzigingen medicinale cannabis in aantocht 

,

Demissionair VWS-minister Dijkstra heeft in een Kamerbrief de langverwachte beleidswijzigingen voor medicinale cannabis bekendgemaakt. De verruiming van de mogelijkheden tot verhandeling van medicinale cannabis zal in stappen worden doorgevoerd. Het is goed dat er eindelijk meer duidelijkheid is. Hollandbio heeft meermaals haar teleurstelling uitgesproken over de opeenvolgende vertragingen en heeft ook aangedrongen op de stakeholderbijeenkomst en online consultatie die er nu gelukkig gaan komen.

De eerste beleidswijziging volgt uiterlijk 1 september. Er komt op dat moment meer ruimte voor de verhandeling van preparaten van cannabis, de verhandeling van cannabis voor wetenschappelijk onderzoek, en de incidentele verhandeling van medicinale cannabis in algemene zin.  

Streven naar verdere verruiming eind 2024 

De overheid streeft naar een verdere verruiming voor het einde van het jaar, in het laatste kwartaal 2024 volgt mede daarover een nieuwe Kamerbrief. Het streven is de structurele verhandeling van medicinale cannabis, met tussenkomst van het Bureau Medicinale Cannabis (BMC), mogelijk te maken, zonder beperkingen wat betreft volume en frequentie van verhandelingen. De enige uitzondering hierop is de levering van cannabis flos aan apotheken en groothandels die aan apotheken leveren. Dit zal voorbehouden blijven aan het BMC, die hiervoor partijen heeft gecontracteerd.” 

Laatste beleidswijziging per januari 2026 

De zorgminister neemt zich voor om per januari 2026 de laatste beleidswijziging door te voeren, waarmee het BMC anders wordt ingericht en ‘de gesloten keten’, zoals deze nu bestaat voor de toelevering van medicinale cannabis aan apotheken in binnen- en buitenland, wordt herzien. Het BMC blijft hierbij wel de eerder beschreven administratieve en controlerende rol vervullen. Welke kaders en voorwaarden er onder deze nieuwe beleidsregel moeten worden meegegeven, onder andere om levering van medicinale cannabis aan apotheken te blijven borgen, zal de minister volgens de huidige planning voor januari 2025 hebben uitgewerkt. Daarmee is de verwachting om ruim op tijd helderheid te verschaffen aan apotheken, telers en andere belanghebbenden over hoe en via welke weg zij medicinale cannabis kunnen verkrijgen en afzetten.  

Wijziging van de Opiumwet duurt tenminste twee jaar 

Na de laatste beleidswijziging volgt de wijziging van de Opiumwet om te komen tot een verkleining van de wettelijke rol van BMC. Hierbij gaat het primair om het herzien van het alleenrecht van het BMC om cannabis te importeren, exporteren, verkopen, af te leveren en aanwezig te hebben. Doorvoeren van de wetswijziging zal enige tijd duren, “naar verwachting tenminste twee jaar, tot ten minste eind 2026”. 

Deze zomer stakeholderbijeenkomst en consultatie 

Het ministerie van VWS organiseert deze zomer ook een stakeholderbijeenkomst over de beleidsplannen, en een online consultatie. VWS communiceert direct met brancheverenigingen over ontwikkelingen met betrekking tot beleid, zo ook met hollandbio. Relevante belanghebbenden mogen zich altijd bij ons melden, dat kan bij hollandbio’s Casper en Timen.

← #nieuws

Terugblik Kamerdebat geneesmiddelen: tekorten voeren boventoon, ook aandacht voor toegankelijkheid en weesgeneesmiddelen 

,

Afgelopen 30 mei debatteerden de Kamerleden van de VWS-commissie en minister Dijkstra voor Medische Zorg over het Hulp- en Geneesmiddelenbeleid in Nederland. Voorafgaand aan dit debat liet de Kamer zich middels een hoorzitting en een ronde tafel bijpraten over geneesmiddelprijzen, productie en ontwikkeling. Bij hollandbio zagen we de bui al hangen: in aanloop naar het debat pleitten wij daarom voor de hoognodige transitie naar gezondheid op maat en vroegen we aandacht voor de vastlopende toegankelijkheid van geneesmiddelen en weesgeneesmiddelen in het bijzonder.

Verminderen van tekorten 

Het was de laatste tijd veel in het nieuws, en ook in het debat voerden de aanhoudende geneesmiddelentekorten de boventoon. De Kamer voelt er veel voor om te sleutelen aan het preferentiebeleid, waarop de minister toezegde om hierin aanpassingen aan te proberen te brengen. Maandag 10 juni verstuurde de minister een Kamerbrief met een tijdspad voor de verbetering van het preferentiebeleid. Hierin geeft ze aan de G-standaard sneller bij te willen werken bij dreigende tekorten, aanvullende afspraken te willen maken met zorgverzekeraars en specifieke geneesmiddelen (deels) uit te sluiten uit het preferentiebeleid om beschikbaarheid te waarborgen. 

Toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen verbeteren 

In aanloop naar het debat vroeg hollandbio de aandacht van de Tweede Kamer voor de vastlopende toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen, met bijzondere aandacht voor weesgeneesmiddelen en het aanjagen van de transitie naar gezondheid op maat. En met succes! Een aantal Kamerleden stelde vragen aan minister Dijkstra over hoe zij kan zorgen dat nieuwe geneesmiddelen snel beschikbaar komen voor patiënten. Zo vroeg Julian Bushoff van de PvdA bijvoorbeeld om meer voorwaardelijke toelatingsconstructies, waarbij middelen tegen een lagere prijs sneller toegang zouden kunnen krijgen tot de markt, zodat we vervolgens in de praktijk kunnen bepalen hoe en voor wie een middel en beste werkt. Judith Tielen (VVD) benadrukte de waarde van geneesmiddelen in de gezondheidszorg en vroeg de minister hoe zij het ecosysteem voor innovatie en geneesmiddelenontwikkeling wil ondersteunen.  

Europees onderzoekfonds voor ontwikkeling weesgeneesmiddelen 

Naast hollandbio vroeg ook Wieke Paulusma van D66 aandacht voor weesgeneesmiddelen. Zij  bood namens ruim 90 patiënten- en zorgorganisaties een manifest aan op dit dossier. Specifiek roepen zij en andere ondertekenaars de minister op om een Europees onderzoekfonds voor de ontwikkeling van weesgeneesmiddelen op te richten, zich te committeren aan de ambitie van de European Health Data Space om de uitwisseling van gezondheidsdata te bevorderen en te komen tot een nationale en Europese strategie voor zeldzame aandoeningen. Een boodschap die hollandbio natuurlijk van harte onderschrijft. 

Patiënt gebaat bij samenwerken met bedrijven 

Tijdens het debat gaf minister Dijkstra aan dat ze het onderhandelen over geneesmiddelenprijzen een van de moeilijkste onderdelen van haar portefeuille vindt. Om de toegankelijkheid te versnellen wil ze inzetten op het eerder betrekken van beroepsgroepen, verder faciliteren van onderzoek over gepast gebruik en cyclisch pakketbeheer door het Zorginstituut. Ook onderkende de minister de essentiële rol van bedrijven voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen, om haar te citeren: “Er is wat mij betreft altijd maar één onderwerp dat voor in mijn hoofd zit en dat is de patiënt. Daar gaat het om. Als we de industrie wegjagen, heeft de patiënt daar niets aan”. Ook hollandbio wil een gezondheidszorgsysteem waarin de patiënt op één staat, en de biotechsector bulkt van de innovaties die hieraan bij kunnen dragen. Toch wordt er nog wel vaak over in plaats van met bedrijven gepraat, waardoor we niet de stappen zetten die we kunnen. Wie pakt de handschoen op om samen met ons te werken aan gezondheid op maat? 

Terugkijken? 

Mocht je het hele debat terug willen kijken, dat kan je dat hier doen. Via deze link kan je het conceptverslag vinden. 

← #nieuws

Nationaal actieplan AMR: niks nieuws onder de zon

,

Afgelopen week lanceerde de ministeries van VWS, LNV en IenW het langverwachte Nationaal Actieplan Antimicrobiële Resistentie (AMR). In aanloop naar de publicatie vroegen zowel hollandbio als individuele ondernemers die oplossingen tegen AMR ontwikkelen meermaals aandacht voor het schrijnende marktfalen dat succes in de weg staat. Maar helaas bevat het plan niets nieuws. En dat is in dit geval, in tegenstelling tot het spreekwoord, slecht nieuws. Aan visie en urgentie schort het niet, maar de concrete acties en broodnodige (financiële) middelen die minister Kuijpers vorig jaar nog beloofde blijven uit. Wanneer gaan we nu eens poetsen in plaats van praten?

AMR is een groeiende gezondheidscrisis die we alleen het hoofd kunnen bieden als we de paradox doorbreken rond de ontwikkeling en het beschikbaar krijgen en houden van nieuwe antimicrobiële middelen. Hoewel deze beleidsambitie wel wordt uitgesproken, is ons na het lezen van dit plan nog steeds niet duidelijk welke concrete acties we als Nederland gaan ondernemen om dit schrijnende probleem op te lossen. We zetten AMR hoog op de internationale politieke agenda en kijken met interesse naar concrete push- en pullstimulansen die al meermaals in debatten zijn aangehaald, zoals bijvoorbeeld de maatregelen waar Zweden en het Verenigd Koninkrijk al jarenlang mee experimenteren. Maar welke acties gaat Nederland nu echt uitzetten om het gesignaleerde marktfalen te doorbreken? Waar gaan we ons concreet hard voor maken, om de beoogde doelen voor 2030 te bereiken?

Wat ons betreft mist een concretiseringsstap die de door de ministeries opgetekende visie omzet in een actieplan met daadwerkelijke impact. Waar blijven de concrete en cruciale maatregelen en stimulansen die er binnen afzienbare tijd voor kunnen zorgen dat genoeg innovatieve diagnostiek en geneesmiddelen klaarliggen als er nood aan de man is? Of, zoals de Access to Medicines Foundation zich in haar nieuwste rapport pijnlijk genoeg afvraagt: “What can be done with what little there is?” Onze ondernemers staan te popelen om hun ideeën naar de markt te brengen, maar vragen steun van de overheid om het huidige marktfalen te bestrijden. Hollandbio blijft daarom aandacht blijven vragen voor dit schrijnende probleem. Wat ons betreft is de tijd van langer blijven wachten voorbij en gaat Nederland op nationaal en Europees niveau alles op alles zetten voor het optimaal benutten van biotech tegen bacteriën!

← #nieuws

Opinie: Gezondheid is steeds minder waard

, ,

Je gezondheid wordt steeds minder waard. In weerwil van stijgende uitgaven aan zorg, heeft de overheid steeds minder geld over voor een gezond levensjaar. Dat bedrag staat namelijk al sinds 2006 op hetzelfde peil, terwijl de inflatie sindsdien bijna 50 procent bedraagt. Onze gezondheid is dan ook hard toe aan een inflatiecorrectie.

In 2006 onderzocht de Raad voor Volksgezondheid en Zorg zich wat we bereid zijn te betalen voor een extra levensjaar in goede gezondheid, bijvoorbeeld gewonnen door een nieuwe behandeling zoals een geneesmiddel. Afhankelijk van hoe ernstig ziek je was, publiceerde de Raad een betalingsbereidheid van €20.000, €50.000 of €80.000. Voor het genezen van kanker hebben we bijvoorbeeld meer over dan voor het verminderen van astma, of het voorkomen van ziekte.

Terug naar 2024. Sinds 2006 zijn door inflatie alle prijzen flink gestegen, met bijna 50%. Zo verdienen verpleegkundigen die in het ziekenhuis werken, in 2024 bijna 50% meer dan in 2006. Gek genoeg groeide de waardering van onze gezondheid niet met de inflatie mee. Was dit wel zo geweest, dan hadden we nu €30.000, €75.000 of €120.000 over voor elk extra jaar in goede gezondheid. Kortom: onze gezondheid wordt jaar op jaar steeds minder waard.

Ondanks die kleinere betalingsbereidheid, introduceren bedrijven steeds meer nieuwe geneesmiddelen tegen steeds meer ziektes, voor steeds meer patiënten. De gemiddelde uitgaven per patiënt aan geneesmiddelen bleven de afgelopen jaren nagenoeg gelijk. Ondertussen stijgen andere zorgkosten wel door, waardoor we nu in verhouding tot het totaal aan zorguitgaven minder aan medicijnen uitgeven dan in 2006. Daarmee leveren geneesmiddelenontwikkelaars elk jaar meer gezondheid per bestede euro. Een prestatie van jewelste! Toch staan de kranten vooral bol van de problemen: vastlopende onderhandelingen, vertragingen en volop verwijten over en weer. Nederlandse patiënten zijn de dupe.

De bedragen die de Raad in 2006 op een rij zette, spelen een belangrijke rol bij de keuze of de zorgverzekering een nieuw geneesmiddel vergoedt. De vastlopende toegankelijkheid van geneesmiddelen roept de vraag op waarom we de waarde van een gewonnen levensjaar niet óók zouden koppelen aan inflatie, net zoals boodschappen, huren en salarissen. In aanloop naar een nieuw kabinet buigen diverse werkgroepen zich over een mogelijke herziening van de bedragen uit 2006. Maar in plaats van de broodnodige bijstelling naar boven, lijkt de overheid zich voor te bereiden op verlaging van de waarde die we aan gezondheid toekennen, in een poging de stijgende uitgaven aan de zorg te beperken.

Ondanks alle ambities van onze overheid op het vlak van preventie en zorg, blijkt onze gezondheid in de praktijk steeds minder waard. Met een ongekend zorginfarct in het vooruitzicht moeten we niet beknibbelen op, maar juist fors investeren in de gezondheid van onze vergrijzende bevolking. Innovatie, of het nu gaat om geneesmiddelen, vaccins of betere diagnostiek, is daarbij onmisbaar om steeds meer burgers gezond te houden of beter te maken. Een fikse inflatiecorrectie op het bedrag dat we als maatschappij bereid zijn te betalen voor een gewonnen levensjaar in goede gezondheid, is daarbij een eerlijke en logische stap.

← #nieuws

Hoofdlijnen uit de formatie voor biotech

, , , ,

Onder het motto ‘Hoop, lef en trots’ presenteerden de PVV, VVD, NSC en BBB afgelopen week hun hoofdlijnenakkoord voor 2024 tot en met 2028. Waar een dergelijk akkoord normaal gesproken zo goed als het eindpunt is van een formatie, staan de partijen de komende weken nog voor een flinke opgave met de zoektocht naar een minister-president en andere bewindspersonen voor een nieuw kabinet. In de tussentijd maakt hollandbio vast de stand op, want wat zijn de hoofdlijnen voor de biotech sector in het akkoord en de financiële bijlage, en hoe verhouden die zich tot het Biotech Verkiezingsmanifest?

Als het gaat om de gezondheidszorg en onderwerpen die relevant zijn voor de medische biotech, valt op dat geneesmiddelen alleen specifiek aan bod komen in het kader van het aanhouden van voorraden van essentiële zaken. Rond preventie komt het kabinet met een nieuwe, samenhangende aanpak voor beleid op vaccins, in het bijzonder ook voor de bescherming van kinderen, en wil zij preventie meer centraal stellen voor gezondheidsverbetering, het verkleinen van gezondheidsverschillen en het beheersen van de zorgvraag.

Kijkend naar innovaties uit biotech die een bijdrage leveren aan een milieuvriendelijker Nederland, valt op dat het hoofdlijnenakkoord vooral veel aandacht heeft voor de traditionele landbouw, visserij en veeteelt. Ze trekt het stifkstofbeleid in en hoewel de klimaatdoelen overeind blijven, bezuinigen de formerende partijen flink op het Klimaatfonds. Er is geen aandacht voor specifieke biotech innovaties rond plantenveredeling, biobased materialen of innovatieve eiwitbronnen.

Rond het innovatieklimaat zijn in het hoofdlijnenakkoord vooral algemene besluiten terug te lezen en weinig tot geen verwijzingen naar specifieke technologieën of sectoren. Zo annuleren de partijen ronde 4 en 5 uit het Nationaal Groeifonds, terwijl zij wel € 1 miljard extra geven aan Invest-NL. Op arbeidsmigratie zijn harde woorden te lezen, maar onduidelijk blijft wat dit betekent voor kenniswerkers. Wel willen de partijen prioriteit geven aan talent, kenniseconomie, innovatie en (digitale) infrastructuur om te zorgen dat Nederland behoort tot de top vijf van landen met een goede concurrentiepositie. Verder rept het hoofdlijnenakkoord dat we af moeten van knellende regelgeving en dat Nederland geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid zet en waar mogelijk bestaande koppen schrapt.

In de komende tijd houdt hollandbio de ontwikkelingen rond de invulling van een nieuw kabinet scherp in de gaten, waarbij we blijven inzetten op een stevige rol voor de Nederlandse biotech in het bijdragen aan maatschappelijke en economische vooruitgang.