← #nieuws

Maak de zorg beter

,

Onze zorg draait op een systeem dat goed paste bij de uitdagingen waar het voor ontworpen is, maar niet meer aansluit op de realiteit van vandaag. Het aantal patiënten groeit, zorgverleners staan onder druk en innovaties vinden onvoldoende hun weg naar de praktijk. Terwijl baanbrekende behandelingen beschikbaar komen, stranden zij in verouderde beoordelingskaders en starre regels. Het MAUG‑advies bouwt door op dat oude systeem, terwijl de uitdagingen van vandaag vragen om nieuwe spelregels. Wij delen de ambitie om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, maar zien dat het huidige systeem piept en kraakt. Juist de patiënt dreigt nu verder de dupe te worden. In aanloop naar het Schriftelijk Overleg over dit advies waarschuwt hollandbio de Tweede Kamer: stop met de zoveelste pleister plakken en maak de zorg nu eens écht beter.

1. Patiënten wachten steeds langer op nieuwe behandelingen
Slechts 58% van de tussen 2020 en 2023 geregistreerde geneesmiddelen is beschikbaar in Nederland. We zakten af van de vijfde naar de elfde plek in Europa. Daarmee ontstaat een zorgelijk patroon: patiënten wachten langer, artsen beschikken over een steeds beperktere dokterstas, en het voorgestelde MAUG‑beleid dreigt deze beweging te versterken. Dat staat haaks op onze ambitie voor strategische autonomie, en op wat patiënten mogen verwachten van een welvarend land als het onze.

2. Het huidige systeem remt onderzoek en ontwikkeling af
Het MAUG‑advies benadrukt vooral kostenbeheersing, maar verliest de gevolgen uit het oog. Minder beschikbaarheid en strengere toelatingscriteria maken Nederland minder aantrekkelijk voor klinisch onderzoek. Daarmee missen patiënten niet alleen de geneesmiddelen van nu, maar ook die van morgen. De geadviseerde aanbevelingen zullen deze dalende trend alleen maar verder versnellen.

3. Verder internationaal afkeren schaadt Nederland
Het advies houdt onvoldoende rekening met de internationale verwevenheid van geneesmiddelenprijzen, zeker gezien de geopolitieke instabiliteit waarin het feit extra zal opvallen dat Nederland wereldwijd gezien ondermaats bijdraagt aan de kosten voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Een openbaar maximumtarief in Nederland werkt wereldwijd door. Als deze te laag is, kan dit ertoe leiden dat bedrijven ervoor kiezen hun innovaties later of zelfs helemaal niet in Nederland te introduceren. Strengere nationale regels maken ons investeringsklimaat bovendien kwetsbaarder, terwijl juist een aantrekkelijk ecosysteem een sleutelvoorwaarde is voor de Nederlandse ambitie om tot de wereldtop in biotech te behoren. We dreigen ons in de eigen voet te schieten.

4. Innovatie bittere noodzaak om toekomstige zorgvraag op te vangen
Ons zorgstelsel loopt vast. Het oude systeem, dat is gebouwd op standaardzorg en controle is niet gemaakt om goed om te gaan met toenemende patiëntaantallen en de groeiende mogelijkheden om zorg op maat te leveren. Innovatie is geen luxe waar we spaarzaam mee om moeten gaan, maar is juist keihard nodig om de alsmaar groeiende zorgvraag op te vangen. Harder stellingnemen tegenover de prijzen van geneesmiddelen lost echter niks op en werkt mogelijk zelfs averechts. Verder ingraven dreigt, terwijl we de loopgraven juist moeten verlaten. Samen met bedrijven, artsen, patiënten en overheid kunnen we zoeken naar een werkbaar optimum tussen toegankelijkheid en betaalbaarheid. Dáár ontstaat duurzame zorg.

5. Het is tijd voor een systeem dat wél klaar is voor de zorg van morgen
Nederland heeft alles in huis om wereldwijd koploper te zijn in biotechnologische innovatie: wetenschap van wereldniveau, sterke bedrijven en gemotiveerde zorgprofessionals. Wat ontbreekt, is een zorgsysteem dat innovatie eerlijk kan beoordelen en ruimte biedt voor nieuwe oplossingen. Daarom pleiten wij voor een gezamenlijke zoektocht naar gedeelde waarden: wat vinden wij écht goede zorg? Wat is maatschappelijk aanvaardbaar? En welke spelregels passen bij de behandelingen van vandaag en morgen?

Wij nodigen beleidsmakers uit om niet verder te bouwen aan een systeem uit het verleden, maar samen te werken aan een toekomstbestendige zorgsector waarin innovatie niet wordt afgeremd, maar juist wordt benut. Alleen zo houden we de zorg goed, betaalbaar én beschikbaar.

 

← #nieuws

Hollandbio’s take on the EU Biotech Act Part I

, , , , , ,

Just before the holidays, the European Commission unveiled Part I of the EU Biotech Act, a long‑awaited signal that Europe aims to unlock biotech’s full potential. In recent weeks, we worked closely with our members to analyse the full proposal and share our recommendations with the Dutch government as it prepares its official response (the BNC fiche). Hollandbio is hopeful: Part I clearly holds promise for our sector. However, we are not there yet. Without proper EU and national resourcing, clearer choices and a broader scope, it still risks falling short of being the breakthrough Europe needs. In our overall position and more detailed assessment we explain where Europe takes meaningful steps forward, where it falls short, and what must be sharpened to enable a framework that truly supports biotech from early R&D through to market uptake. Do you see opportunities, gaps or must-haves for Part I as well as Part II (expected Q3 2026)? We’d love to hear from you as we continue engaging with ministries and stakeholders to secure the best possible conditions for biotech to scale and thrive in Europe!

← #nieuws

Nederland hanteert dubbele preventiestandaard 

, ,

De eerste stappen richting een investeringsmodel voor preventie zijn gezet, met de publicatie van een richtlijn passend bewijs preventie. Hollandbio had goede hoop dat deze de status quo zou doorbreken, maar nu de hiertoe benodigde stappen uitblijven, overheerst teleurstelling. We signaleren een opvallende dubbele standaard in hoe Nederland preventieve oplossingen beoordeelt – een standaard die medische preventie structureel benadeelt.

Preventie: een absolute nobrainer én maatschappelijke plicht 
Ziekte voorkomen: het is de heilige graal in onze gezondheidszorg. Voorkomen is immers beter dan genezen. Preventie blijkt vaak een slimme investering in onze gezondheid en welvaart. Zo levert elke euro die we in vaccinatie investeren tot wel negentien keer zoveel op. Maar over of preventie überhaupt zou moeten renderen, of dat we het aan onze stand verplicht zijn, wierp CPB-directeur Pieter Hasekamp al eerder vragen op. Voorkomen zou, net als genezen, immers best wat mogen kosten.  

Toch zijn meerdere bewezen effectieve preventieve behandelingen simpelweg niet beschikbaar, omdat de overheid het budget voor de inkoop en uitvoer (nog) niet rond krijgt gerekend. Burgers wachten bijvoorbeeld gemiddeld tot wel negen jaar voor nieuwe vaccins hun arm bereiken, als ze die al bereiken. Een doorn in het oog van hollandbio, dat al langer pleit voor meer structureel budget voor preventie. Ook de SER pleit al langer voor een transitie van nazorg naar voorzorg. Iedereen voelt immers wel aan dat je zorg beter kan voorkomen, dan achteraf pleisters te plakken. Al helemaal nu de druk op de zorg steeds verder oploopt. De Nederlandse zorg kraakt immers nu al in haar voegen. Tijdens de verkiezingscampagne kwam de onrust naar voren die bij veel mensen groeit: wie zorgt er straks nog voor mij? Daar moeten we snel wat aan doen, en gelukkig kan dat ook.  

Investeringsmodel preventie moet de status quo doorbreken 
Reikhalzend kijkt hollandbio daarom uit naar de komst van een investeringsmodel voor preventie, dat die voorzorg een stuk makkelijker moet gaan maken. De eerste piketpaaltjes hiervoor zijn afgelopen week geslagen, in de vorm van een richtlijn passend bewijs preventie. Met deze richtlijn breekt de gelijknamige adviescommissie een lans voor ruimte om in de praktijk te bouwen aan het bewijs voor preventieve interventies. Dat is belangrijk, omdat gezondheidseffecten vaak pas op termijn zichtbaar zijn, of bijvoorbeeld omdat de manier waarop we een interventie in de praktijk in willen zetten soms afwijkt van hoe deze in studies is onderzocht. Hollandbio leest de richtlijn daarom graag als een welkome opmaat naar het lerende zorgsysteem dat wij nastreven.  

Medische interventies krijgen nadeel van de twijfel 
Maar wat schetst nu onze verbazing? Medische preventiemaatregelen blijven gek genoeg liggen. De commissie cirkelredeneert zich er simpelweg onderuit: de lat voor medische interventies ligt een stuk hoger, omdat hier de meetlat van het Zorginstituut en de Gezondheidsraad geldt – die hogere eisen stellen. Als verklaring voor die afwijkende lat voert de commissie aan dat medische interventies ook gezondheidsschade kunnen geven, bijvoorbeeld in de vorm van bijwerkingen. Terwijl dat in wezen voor elke preventieve interventie geldt: iedereen die wel eens sport, weet dat je ook daardoor geblesseerd bij de fysio of in het gips kan belanden.  Hoewel de commissie zelfs adviseert passend bewijs een stuk consistenter te beoordelen, laten ze wat hollandbio betreft een belangrijke kans liggen om dat ook daadwerkelijk te doen: dit is immers hét moment om tot één richtlijn te komen. Want als niet nu, dan wanneer – en door wie? 

Eén richtlijn: ruim baan voor preventie 
Met enige regelmaat hoort en leest hollandbio dat investeren in preventie, leefstijl en leefomgeving de voorkeur geniet boven medische interventies en met deze richtlijn krijgen niet-medische interventies dan ook een streepje voor. Maar waarom? Er valt natuurlijk veel voor te zeggen om sociaalmaatschappelijke en/of leefstijlinterventies consistenter te versterken – daar zijn we bij hollandbio ook voorstander van. ‘Gewoon demedicaliseren’ is ieders ideaal, maar helaas niet altijd realistisch of haalbaar. We weten domweg niet of het overhevelen van budget voor medische interventies naar niet-medische preventieve maatregelen net zo veel gezondheidswinst oplevert. Wat is dan wijsheid? Niet-medische interventies tegen dezelfde hoge lat leggen als medische interventies, in de wetenschap dat dit gevolgen heeft voor het prijskaartje? Of accepteren dat we bewijs achteraf – in de praktijk – vergaren, en sturen op lagere kosten? Welke keus ook: hollandbio ziet graag één lat voor preventieve interventies, in plaats van twee. 

Laat politici niet telkens bekvechten 
Hollandbio vraagt zich af wanneer voorzorg nu eindelijk net zo gewaardeerd wordt als nazorg? Terwijl de diverse moties en toezeggingen die aanleiding gaven tot de komst van het investeringsmodel juist leken voor te sorteren op het depolitiseren van keuzes over preventie, lijkt het er nu op dat politici nog altijd keer op keer ideologisch moeten blijven bekvechten over de vraag waar de collectieve verantwoordelijkheid ophoudt en de eigen verantwoordelijkheid begint. Volgens de commissie is het uiteindelijk een politieke afweging of haar richtlijn voor een preventieve maatregel volstaat, en wanneer een minder stevige bewijsvoering voldoende is. Zij levert slechts het instrumentarium op basis waarvan politieke keuzes gemaakt kunnen worden. En met die dubbele preventiestandaard dreigen we de keuzes over preventie, tot hollandbio’s ongenoegen, wéér over te laten aan de waan en politieke wind van de dag. 

Dezelfde meetlat 
Gelukkig zijn we nog niet terug bij af, aan het investeringsmodel wordt hard gewerkt en hollandbio blijft de vormgeving ervan natuurlijk nauwgezet volgen. Het kan namelijk niet voortbestaan dat we ook de komende jaren penny wise, pound foolish blijven omspringen met de onze gezondheidszorg, zelfs tot op het punt dat politici zelfs in hun boekhouding de zorg op slot besluiten te zetten en nog meer gereedschap van dokters dreigen af te pakken. Daar wordt niemand beter van, en natuurlijk willen politici daar ook helemaal niet toe overgaan. Sterker nog, die overbezorgde debatten over afzonderlijke interventies kunnen we allemaal wel missen als kiespijn. Laten we gezondheid weer op 1 zetten, en leg alles wat daaraan bijdraagt langs dezelfde meetlat. 

← #nieuws

De haalbare termijn voor een realistische transitie naar proefdiervrije innovatie 

, ,

Een verdere verschuiving van overheidsbudget voor dierproeven naar proefdiervrije alternatieven is op handen, nu de Eerste Kamer de aangepaste OCW-begroting heeft aangenomen. Een bijzondere aanloop, zag hollandbio, temeer de minister eerder nog aangaf de exploitatiesubsidie aan het BPRC te willen verlengen én daarbij al expliciet oog had voor een sterkere inzet op proefdiervrije modellen. 

Iedereen wil liever gister dan vandaag proefdiervrije alternatieven 

Net als de Kamermeerderheid gaat velen de Transitie Proefdiervrije Innovaties niet snel genoeg, zoveel is duidelijk. Heel Nederland is zo ongeveer verenigd in de wens om dierproeven algeheel te vervangen. Er wordt echter stevig gestreden om de termijn waarop dat gebeurt. Kort voor de verkiezingen bleek een begrotingswijziging een hoogoplopende splijtzwam. 

Hoofdpijndossier voor nieuw kabinet 

Naar aanleiding van bovengenoemd rapport en met eerdere rugdekking vanuit de Kamer op zak besloot Partij voor de Dieren-Kamerlid Kostić via een veelbesproken amendement op de OCW-begroting het overheidsbudget voor apenproeven bij het BPRC in vijf jaar om te buigen ten faveure van proefdiervrije alternatieven. En met succes, zo bleek nadat OCW-minister Moes na het commissiedebat te kennen moest geven dat hij Kostić’ aangenomen amendement onverkort zal uitvoeren. Evenwel benadrukte het demissionaire kabinet dat het vooralsnog nodig is om het BPRC als openbare onderzoeksinstelling te behouden – de tegenstrijdigheid in het amendement waar het kabinet op wees is namelijk allerminst van tafel. En daarmee is er een taai hoofdpijndossier beland op het bordje van het nieuw te vormen kabinet. 

Spannende stemming in de Eerste Kamer 

Ontwikkelingen als deze laten zien hoeveel spanning er op het dierproefdossier zit. Want waar een collectief aan wetenschappers in reactie op het amendement eerder nog met een brandbrief de noodzaak van proeven met non-humane-primaten (NHP) benadrukte, zorgde dit hooguit voor de toezegging dat de minister opties onderzoekt om het risico te vermijden dat lopende onderzoeksprojecten voortijdig stilvallen. Na een paginagrote advertentie, gesponsord door Stichting Proefdiervrij en PETA, waarin een ander collectief aan wetenschappers opriepen tot meer geld voor mensgericht biomedisch onderzoek besloot de Eerste Kamer de geamendeerde OCW-begroting toch niet in z’n geheel weg te stemmen.  

In 2026 meer duidelijkheid over noodzaak NHP-onderzoek 

Toch behoeft de schijnbare tegenstelling die de advertentie wekt nuancering. Geen enkele onderzoeker voert namelijk voor zijn lol dierproeven uit, maar we kunnen zoals het kabinet terecht opmerkt vooralsnog niet zonder. We werken allemaal, ook bij hollandbio, maar wat graag aan de komst en inzet van steeds meer en betere alternatieven. Alleen wil dat nog niet zeggen dat de volledige vervanging van dierproeven over vijf jaar, waar de Tweede Kamer voor heeft getekend, per se een haalbare termijn is. En juist daarom pleit hollandbio als partner van de Transitie Proefdiervrije Innovaties voor realistische stappen, stappen die we niet alleen willen maar ook kúnnen zetten. Daarvoor gaan we ook weer in gesprek bij de nieuwe Kamer en het volgende kabinet, dat nu dus nog eens goed kijkt naar de noodzaak van het NHP-onderzoek. Daarover volgend jaar meer duidelijkheid. 

← #nieuws

Zet de zorg niet op slot

, ,

Zet de zorg niet op slot

Nu al moet je als patiënt in Nederland steeds vaker, steeds langer – en regelmatig tevergeefs – wachten tot je toegang krijgt tot een nieuw geneesmiddel. Verschillende politieke partijen blijken die lege dokterstas helaas niet als een probleem te zien, maar als oplossing: ze zetten het basispakket op slot. Alle onderzoeksinspanningen ten spijt, die nieuwe innovaties komen niet meer bij de Nederlandse patiënt terecht. Patiëntenorganisaties luidden inmiddels al terecht de noodklok en ook in recente verkiezingsdebatten krijgt het zorgwekkende voornemen steeds meer aandacht.

Behandel de zorg met beter beleid

De bezuinigingsdrift binnen het basispakket is al langer gaande. Vorige week presenteerde ZIN, NZa en ACM het langverwachte MAUG-advies (“Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen”), dat voorsorteert op de zoveelste pleister op ons verouderde zorgstelsel. In plaats van samen met bedrijven te kijken hoe we innovatie wél op een houdbare manier kunnen aanjagen, inzetten en belonen, zetten de voorgestelde maatregelen in op eenzijdige bezuinigingen. Zelfs als de patiënt daar de hoofdprijs voor betaalt – met zijn of haar gezondheid. Een gemiste kans, zo heeft  hollandbio hen laten weten, waarbij weinig oog is voor de maatschappelijke baten van innovaties, noch voor de ingewikkelde geopolitieke context waarin bedrijven opereren om geneesmiddelen beschikbaar te maken en houden. Als we de beschikbaarheid van geneesmiddelen niet nóg verder onder druk willen zetten, is het juist nu zaak om gezamenlijk werk te maken van beter beleid.

Zeven partijen laten wachttijd en gezondheidsverschillen verder oplopen

Zo bezien is het sluiten van het basispakket het ultieme paardenmiddel, maar rekenmeesters hebben dit verkiezingsplan van VVD, D66, SGP, CU, Volt, JA21 en in een mildere variant ook het CDA op hun eigen verzoek wel degelijk opgenomen. Onrealistisch én onwenselijk, stellen gezondheidseconomen als Rob Baltussen en Bram Wouterse, en zelfs DSW-directeur Aad de Groot in Trouw. En in de NRC-rubriek Zo simpel is het niet zegt gezondheidseconoom Xander Koolman treffend: “Artsen gaan in 2040 niet werken volgens de medische inzichten van 2025”.

Hoeveel wachttijd en gezondheidsverschillen is Nederland dan wel bereid te accepteren? Obesitaspatiënten met diabetes type 2 kunnen in ons land de nieuwste afslankmedicatie al jarenlang op hun buik schrijven, ook al rechtvaardigen alleen al de arbeidsmarktbaten “een aanzienlijk deel van de kosten”. Ook worden Alzheimerpatiënten die de nieuwste medicatie willen nu al door de directeur van het Amsterdamse Alzheimercentrum naar Londen gestuurd: “Het is een begin dat we niet moeten missen”. En een mogelijke vinding (van nota bene een Nederlands bedrijf) tegen de ziekte van Huntington zou hier twaalf jaar later beschikbaar kunnen komen. Oplopende wachttijden – behalve voor wie niet afhankelijk is van de overheid, want die permitteert zich de nieuwste zorg. Met groeiende gezondheidsverschillen tot gevolg.

Gezondheid weer op 1

Dat er iets moet gebeuren in de Nederlandse zorg is duidelijk. Die kraakt namelijk in haar voegen. Het aantal patiënten groeit gestaag, terwijl het aantal zorgverleners achterblijft. Bij veel Nederlanders groeit de onrust: wie zorgt er straks nog voor mij? In plaats van in te zetten op vooruitgang, kiezen overheid en een deel van de politiek voor stilstand. Door kortzichtig te knijpen op kosten en het gereedschap van onze dokters af te pakken, zetten ze patiënten in de kou, snakkend naar echte oplossingen. Het is tijd dat we onze gezondheid juist weer op de eerste plek zetten, slim investeren in de zorg en patiënten snel en breed toegang geven tot de best mogelijke behandelingen om erger te voorkomen. Zo maken we echt werk van een gezonde gezondheidszorg.

← #nieuws

Samen voor gezondheid op maat: hollandbio geeft input op IVDR/MDR-herziening

,

Gezondheid op maat komt pas echt binnen bereik als innovatieve diagnostiek snel en veilig de praktijk bereikt. Daarom heeft hollandbio een reactie ingediend voor de herziening van Europese wetgeving voor in vitro diagnostiek en medical devices (IVDR en MDR). Tijdens een recente Praat Mee-bijeenkomst deelden leden hun ervaringen: van administratieve barrières tot onduidelijke routes en hoge kosten, vooral voor het mkb. Deze knelpunten remmen innovatie en belemmeren de toegang tot slimme diagnostiek. Onze oproep aan de Europese Commissie? Zorg voor heldere, proportionele eisen en een toekomstbestendig regelgevingskader dat innovatie stimuleert en versnelt. Zo zorgen we er samen voor dat iedere patiënt profiteert van de juiste behandeling op het juiste moment.

← #nieuws

Doorlooptijden tot vergoeding van geneesmiddelen: is de top bereikt?

, ,

Nieuwe geneesmiddelen vormen de drijvende kracht achter de vooruitgang in de zorg. Patiënten die twintig jaar geleden misschien nog in een uitzichtloze situatie zaten, kunnen nu weer naar school, werken en volop meedoen aan het leven. Maar nog niet iedereen heeft op dit moment al uitzicht op een behandeling. Daarom is het essentieel dat we zorgen dat nieuwe geneesmiddelen op de juiste manier zo snel mogelijk beschikbaar komen. Hollandbio doet elk jaar onderzoek naar hoe de route van lab naar praktijk eruit ziet. Op deze manier dragen we bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelontwikkeling, -registratie en -vergoeding.

Zonder add-on geen geneesmiddel

Elk jaar onderzoekt hollandbio de doorlooptijden tussen registratie bij de EMA en add-on toekenning voor nieuwe intramurale geneesmiddelen. Dit is een cruciale stap op de weg van lab naar praktijk, want met een add-on kunnen ziekenhuizen geneesmiddelen declareren bij de zorgverzekeraar. Zonder add-on zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Wel een belangrijke kanttekening: een add-on regelt alleen hóe er betaald gaat worden. Óf het geneesmiddel daadwerkelijk wordt vergoed is een andere overweging van zorgverzekeraars of, in het geval van sluisgeneesmiddelen, de overheid. De doorlooptijden die wij in ons onderzoek laten zien geven dus een minimale inschatting van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.

Doorlooptijden in de sluis blijven doorstijgen

Gemiddeld duurt het 410 dagen na EMA-registratie tot een nieuw geneesmiddel een add-on krijgt toegekend. Bij slechts 6 geneesmiddelen duurde dit korter dan 100 dagen. En de laatste keer dat dit lukte was in 2022. Bij vorige edities van dit onderzoek zagen we een stijgende trend in de doorlooptijden. Die zien we nu niet meer. De mediane doorlooptijd van alle geneesmiddelen is zelfs iets gedaald, van 371 dagen in 2020 tot 349 dagen in de eerste helft van 2025. Voor weesgeneesmiddelen zien we zelfs een daling: de mediane doorlooptijd was voor deze groep in 2020 nog 527 dagen, in de eerste helft van 2025 bedroeg deze 409 dagen. Niet bij alle geneesmiddelen gaat de data de goede kant op. Bij geneesmiddelen die in de sluis zitten zien we de doorlooptijden toenemen van mediaan 482 dagen in 2020 tot 562 dagen in de eerste helft van 2025.

Wat we in de data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die nog onderweg zijn richting add-on, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. Dat dat er sowieso een aantal zijn, is wel uit onze monitor op te maken. In 2024 en de eerste helft van 2025 zijn elf nieuwe intramurale geneesmiddelen vergoed, terwijl er in dezelfde periode in totaal 46 nieuwe geneesmiddelen bij de EMA zijn geregistreerd. Hier zitten wel ook extramurale middelen bij.

Op naar beneden

Het mag duidelijk zijn dat de lange doorlooptijden tussen registratie en vergoeding hollandbio een doorn in het oog zijn. Wij hopen dat we nu de top bereikt hebben, en dat we volgend jaar een daling kunnen laten zien. Volgens hollandbio is vol inzetten op gezondheid op maat de beste manier om dit te bereiken. Werk je aan geneesmiddelen(beleid), heb je ideeën over de toegang tot geneesmiddelen of wil je simpelweg je mening kwijt? Wij gaan graag met je in gesprek! Stuur een mail naar hollandbio’s Thomas, dan zetten wij de koffie klaar.

← #nieuws

In gesprek met leden over de toekomstbestendigheid van de stand der wetenschap en praktijk 

,

In Nederland wordt zorg alleen vergoed als deze voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk (SWP). Maar hoe bepalen we eigenlijk wat die stand is? En sluit onze nationale werkwijze nog wel aan bij de internationale context? Tijdens onze ‘praat mee’-bijeenkomst op 13 mei ging hollandbio hierover in gesprek met leden en expert Gertie Lintjens van CMS. We bespraken hoe de huidige interpretatie van SWP soms wringt met de realiteit van vandaag. Hierdoor blijven innovaties die nu al laten zien dat zorg beter, sneller en gerichter kan te vaak steken in langdurige toelatingsprocedures. De bijeenkomst onderstreepte wat we bij hollandbio al langer signaleren: als we gezondheid op maat écht willen realiseren, moeten we ook de spelregels herzien. Alleen dan kunnen slimme biotech oplossingen hun weg vinden naar de patiënt — en zorgen we samen voor een toekomstbestendige zorg. Benieuwd naar de inzichten uit het gesprek? Stuur een mail naar hollandbio’s Britt of Thomas – we delen ze graag! 

← #nieuws

NAM Navigator helpt route van lab naar praktijk voor innovatieve ziektemodellen ophelderen 

, ,

Een betere, veiligere en diervriendelijkere ontwikkeling van onder andere levens-, geneesmiddelen en andere materialen en stoffen: nieuwe ziektemodellen bieden kansen voor zowel ondernemers als onderzoekers. Toch blijft het een voortdurende zoektocht hoe, waar en wanneer we deze modellen, waaronder bijvoorbeeld organ-on-a-chip en organoids, optimaal kunnen benutten en welke route zij van lab naar praktijk moeten doorlopen. De nieuwe NAM Navigator beoogt meer helderheid te bieden op dit laatste punt.

De komst van nieuwe ziektemodellen biedt prachtige kansen voor een betere productontwikkeling. Alleen, hoe graag we het ook willen, geheel zonder proefdieren kunnen we op dit moment simpelweg nog niet. Binnen de Transitie Proefdiervrije Innovaties denkt hollandbio als partner graag mee hoe we de uitdagingen die ziektemodellen op route van lab naar praktijk ervaren weg kunnen nemen, zonder dat de ontwikkeling van producten zelf daarmee op de tocht komt te staan. We zijn daarom blij dat TPI partner ZonMw -op aangeven van Tweede Kamerleden Tjeerd de Groot, Peter Valstar en Erik Haverkort- de NAM navigator heeft ontwikkeld. Dit online platform ondersteunt onderzoekers en ontwikkelaars van nieuwe ziektemodellen op weg naar toepassing in de praktijk. Je vindt er gedetailleerde informatie over de verschillende stappen die nodig zijn voor validatie en wettelijke goedkeuring, zoals richtlijnen voor standaardisatie en data-aanlevering en ervaringen van andere onderzoekers met het validatieproces. Mis je nog iets? Koppel dit vooral terug via het contactformulier op de website, zodat we de website gezamenlijk zo goed en actueel mogelijk kunnen houden.  

Ondanks deze mooie stap, is er wat hollandbio betreft meer nodig dan helderheid over routes om de inzet van ziektemodellen te versnellen. De vraag blijft of we als maatschappij bereid zijn nieuwe producten te accepteren zonder dat daar een dierproef aan te pas is gekomen, en welke waarborgen in wet- en regelgeving nodig zijn om dat mogelijk te maken. Ook ontbreekt het bij de ontwikkeling van deze modellen regelmatig aan een valide businesscase en zien we andere bedrijven deze toepassingen op den duur in huis halen, zoals met de aanstelling van Hans Clevers bij Roche en met de overname van HUB Organoids door Merck. Een vraag die wij binnen TPI daarom inbrengen: willen we deze ziektemodellen in ons aller belang helpen valideren en kwalificeren -en zo ja- hoe en wat vergt dat van ons allemaal?  

← #nieuws

Van uitstel komt aanpassing op amendement wet Veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal 

, ,

Patiënten, academie én bedrijfsleven sprongen afgelopen weken gezamenlijk op de bres om een dreigende crisis af te wenden die vele levens had kunnen kosten. Tweede Kamerleden van CDA en SP hadden namelijk een amendement op de wet Veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal ingediend, met mogelijk verstrekkende gevolgen voor patiënten en het nationale biotech ecosysteem. Het amendement verbood het maken van winst op producten met lichaamscellen of -weefsel als grondstof. Dat klinkt misschien helemaal niet zo gek, ware het niet dat dit het eind zou betekenen van de beschikbaarheid van cel- en gentherapieën voor patiënten in Nederland, én voor het onderzoek, de ontwikkeling en de productie van deze geneesmiddelen in ons land – een tak van sport waarin we nu juist koploper zijn.   

Cel- en gentherapieën maak je vaak op basis van cellen van patiënten zelf, en zijn dikwijls de laatste, soms levensreddende, strohalm voor zeer kwetsbare patiënten. Nadat patiëntenorganisaties, academie, bedrijven en anderen hun zorgen hadden geuit, pasten de Kamerleden het amendement gelukkig aan. In plaats van het initiële verbod, bevat het amendement nu een verplichting om over twee jaar te monitoren wat de effecten van deze wet zijn op de donorveiligheid en donatiebereidheid.  

Een win-win volgens hollandbio: de Tweede Kamer kan op deze manier oog houden op hoe de zorg voor deze kwetsbare patiënten verloopt en doet bovendien recht aan de cruciale rol van de vele biotech bedrijven die elke dag werken aan onderzoek en ontwikkeling, productie en beschikbaarheid van deze groeiende groep geavanceerde therapieën. Samen zorgen we ervoor dat deze therapieën nu en in de toekomst levens kunnen blijven redden.