← #nieuws

Niet praten maar prikken 

, , ,

Negen jaar liggen vaccins in Nederland gemiddeld op de plank voordat ze in een arm belanden. In plaats van regie te pakken voor een toekomstbestendig vaccinatiestelsel, produceert het ministerie van VWS al jaren enkel papieren tijgers. De maandag verschenen Kamerbrief “Vol vertrouwen in vaccinatie” van staatssecretaris Van Ooijen geeft weinig hoop op verbetering.  

De zich opstapelende rapporten winden er geen doekjes om: ons vaccinatiestelsel is stuk. Nederland laat gezondheidswinst liggen, aldus de Gezondheidsraad (2013). Er is geen sprake van een vaccinatiestelsel, maar van een lappendeken, aldus de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2021). Medische risicogroepen worden nauwelijks gevaccineerd, aldus het Zorginstituut (2021). Ook HollandBIO’s eigen onderzoek laat zien wat er schort: vaccins liggen in Nederland gemiddeld 9 jaar na registratie op de plank voordat ze in een arm verdwijnen. Gemiddeld 7,5 jaar bij de Gezondheidsraad (agendering en advisering), een half jaar bij VWS (beleidsreactie) en tot slot nog één jaar voor deze een arm bereikt (uitvoering). Het goede nieuws: iedereen is het eens over wat er te doen staat. Het ministerie van VWS moet regie nemen en als de wiedeweerga werk maken van een toekomstbestendig vaccinatiestelsel, waardoor elk beschikbaar vaccin zo snel mogelijk in de juiste arm terecht komt.  

Al maanden keek HollandBIO, en met ons alle bij vaccinatie betrokken stakeholders, dan ook uit naar dé vaccinatiebrief van staatssecretaris van Ooijen die het tij eindelijk zou keren. Helaas komen we weer van een koude kermis thuis. Ook deze staatssecretaris heeft weliswaar het juiste beleidsdoel voor ogen, maximale gezondheidswinst met vaccinatie, maar van regie of een integraal pakket aan maatregelen om dit doel te realiseren is geen sprake. Hij lijkt slechts een extra lapje aan de deken vast te naaien. 

Het belangrijkste voornemen van de staatssecretaris is de organisatie van een vaccinatievoorziening voor volwassenen bij de GGD’en. We delen de gedachte dat dit een mooie stap kan zijn om de uitvoer van vaccinaties te verbeteren en versnellen. Tegelijkertijd houdt het plan de bestaande silo’s van de vaccinatiezorg in stand – vaccinatie via programma’s, via de verzekerde zorg en via de vrije markt – evenals de nodeloze complexiteit en onduidelijkheid die deze silo’s veroorzaken. Met bovenstaande doorlooptijden vers in het geheugen, rijst vooral ook de vraag of de staatssecretaris zijn pijlen wel op het grootste knelpunt richt. Met een gemiddelde doorlooptijd van één jaar is het versnellen van deze fase een druppel op een gloeiende plaat. Opvallend genoeg deelt Van Ooijen over de agenderings- en adviseringsfase (duurt gemiddeld 7,5 jaar) slechts dat hij in gesprek blijft met de Gezondheidsraad. Waarom lijkt het keer op keer niet mogelijk om een vaste of maximale termijn in te stellen voor advisering over nieuwe vaccins? Of een uitspraak dat het hele traject van registratie tot arm niet langer dan 2 jaar mag duren, ongeacht de silo waar het vaccin in belandt? 

Maximaal gezondheidswinst verzilveren met de preventieve kracht van vaccins vergt méér dan een extra voorziening of een continu gesprek. Het vraagt een passende route voor elk nieuw vaccin naar de juiste arm, voldoende menskracht en budget om dat te realiseren, en binnen een vaste periode. Recent nog zagen we hoe het niet moet: de rotavirusvaccinatie blijft na 16 jaar en met alle seinen op groen alsnog op de plank liggen omdat er geen budget gereserveerd is. Een blunder van jewelste. Tegelijkertijd leerde de pandemie ons dat we vaccins razendsnel kunnen inzetten als de nood aan de man is. Waar een wil is, is dus een weg, vindt HollandBIO. Daarom roepen wij Den Haag op om ook andere vaccins de prioriteit te geven die zij, als hofleverancier van preventie, dubbel en dwars verdienen. Niet praten, maar prikken.  

Lees meer:

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/07/04/kamerbrief-over-aanpak-vol-vertrouwen-in-vaccinaties-en-vaccinatiegraadrapport-2021

https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2021/11/HollandBIO-Infographic-beoordeling-en-inzet-van-vaccins-in-Nederland-2.0.pdf?x61753

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z13915&did=2022D28716

https://www.trouw.nl/opinie/den-haag-laat-ook-vaccins-tegen-andere-ziektes-sneller-door~b05d855d/

https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2022/07/dossier-vaccinatie.pdf

← #nieuws

Zonder patiënt geen rendement

, ,

HollandBIO had het niet beter kunnen zeggen: geneesmiddelenontwikkeling duurt lang, kost veel geld, is risicovol en vergt samenspel van vele partijen. Het is de hoofdconclusie van een groot internationaal onderzoek naar het financiële ecosysteem van geneesmiddelenontwikkeling, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS.

Met de objectieve bevindingen van het onderzoek over de financiering van geneesmiddelenonderzoek en de investeringsbeslissingen die ten grondslag liggen aan (trends in) geneesmiddelenontwikkeling, wil het ministerie het maatschappelijk debat over de ontwikkeling, toegankelijkheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen goed geïnformeerd, op basis van feiten en cijfers, kunnen voeren. Alleen al die inzet vindt HollandBIO een verademing, na ministers die hoopten het naderend zorginfarct met oorlogsjargon of morele appèls aan de farmaceutische industrie te bezweren. De constructieve toon van minister Kuipers in zijn Kamerbrief en opiniestuk lijkt een kentering in het gepolariseerde Nederlandse geneesmiddelendebat, waarin het doorgaans populairder is om óver, dan om mét de farmaceutische industrie te spreken.

De bevindingen van het onderzoek zijn een feest van herkenning voor HollandBIO: geneesmiddelenontwikkeling duurt lang (“in de regel ruim 10 jaar”), kost veel (all-in “$2,4 à 3,2 miljard per nieuw geneesmiddel”), is risicovol (“slechts 1 op de 30 ontwikkelpogingen slaagt”) én academie, venture capital fondsen (VCs) en biofarma vervullen elk een essentiële rol (“het is bijna onmogelijk voor een partij om van begin tot eind een geneesmiddel te ontwikkelen”). Publieke investeringen vinden vooral plaats in de vroege fase, private investeringen in de late fase van geneesmiddelenontwikkeling. Vooral tijdens de preklinische en vroegklinische fase is het voor bedrijven uitdagend om voldoende kapitaal aan te trekken vanwege de hoge mate van onzekerheid en de disbalans tussen risico en beloning. Het rapport spreekt van ‘the translational gap’, waarmee het tevens een mooie validatie is van het probleem dat Biotech Booster aan gaat pakken.

Ook concludeert het onderzoek dat het verwachte financiële rendement (de verwachte inkomsten) de belangrijkste factor is die bepaalt of een geneesmiddel tot lancering wordt ontwikkeld. Hoewel de krantenkoppen anders doen vermoeden, moge dit toch voor niemand als een verrassing komen – noem ons één commercieel bedrijf waarvoor deze wetmatigheid niet geldt. Andere belangrijke factoren zijn het tempo en de aard van wetenschappelijke ontwikkelingen, het vermogen van R&D-systemen om innovatieve klinische studies op te zetten door ontwikkelingen op het gebied van data en digitale technologie, en ontwikkelingen op het gebied van regulering.

De financiële drijfveer maakt ook de belangrijke rol van de betaler, overheden en (particuliere) verzekeraars, duidelijk. Hun bereidheid om te betalen voor nieuwe geneesmiddelen is van grote invloed op het aanbod van nieuwe geneesmiddelen en de spreiding ervan over de therapeutische gebieden. Het onderzoek laat nogmaals zien dat er dankzij de betalingsbereidheid wél meer nieuwe oncologische geneesmiddelen worden ontwikkeld, maar dat er bijvoorbeeld te weinig interesse is voor de ontwikkeling van nieuwe antibiotica, die we bij succes het liefst zo lang mogelijk op de plank laten liggen (lees: geen inkomsten). Zoals wij het eerder formuleerden: van een geneesmiddel dat de patiënt niet bereikt, is nog nooit iemand beter geworden. Zonder patiënt geen rendement.

In reactie op de bevindingen van het rapport stelt minister Kuipers zich de vraag of de overheid wel een duidelijk signaal afgeeft voor welke geneesmiddelen zij bereid is te betalen, en op welk moment. Hij constateert dat deze discussie in Nederland pas gevoerd wordt op het moment dat een nieuw geneesmiddel op de markt wordt gebracht, en te weinig in de bredere context van ons gezondheidssysteem. Ook deze strategische overwegingen en de aandacht voor de eigen rol lijken een breuk met de eerdere beleidskoers van stapelende repressieve maatregelen en ad hoc pleisters.

HollandBIO ziet het onderzoek, de toon en de toenadering van minister Kuipers als een forse stap vooruit, wellicht zelfs als een nieuw begin. Hoogste tijd dus om de strijdbijl te begraven en samen, op basis van deze heldere gedeelde feiten en cijfers werk te maken van oplossingen waarbij gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan.

Lees meer:

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/06/22/financiering-van-geneesmiddelenonderzoek

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z12825&did=2022D26469

https://www.sirm.nl/publicaties/het-financi%C3%ABle-systeem-van-geneesmiddelenonderzoek

FD Opinie stuk Ernst Kuipers: “We moeten het hebben over het farmaverdienmodel”

https://fd.nl/samenleving/2245069/1443024/zorgminister-kuipers-wil-meer-invloed-op-ontwikkeling-nieuwe-medicijnen-j0f2cajAxvZl

https://fd.nl/opinie/2245069/1443370/minister-kuipers-kiest-terecht-voor-constructieve-opstelling-j0f2cajAxvZl

Webinar Financial Ecosystem of Pharmaceutical R&D

← #nieuws

Betere detectie en diagnose dankzij inzet van technologische innovatie

,

De inzet van technologische innovaties, zoals bijvoorbeeld whole genome sequencing en kunstmatige intelligentie, dragen bij aan betere detectie en diagnose. Zo toonden onderzoekers van het RadboudUMC aan dat nieuwe analyse van een jaren geleden afgenomen genetische test vaak alsnog een diagnose oplevert. Dit biedt kansen voor patiënten met een zeldzame genetische aandoening, bij wie het uitblijven van een tijdige diagnose één van de grote uitdagingen is.

Wetenschappers van de Universiteit van Maastricht lieten op hun beurt zien dat detectie en segmentatie van longtumoren beter lukt via kunstmatige intelligentie dan door de bril van de radioloog. Dit zijn het soort innovaties waar we bij HollandBIO blij van worden en waarvan we graag zien dat ze op korte termijn de nieuwe dagelijkse praktijk worden.

← #nieuws

Hoogleraar Van der Pol: “Geef zeldzame ziekten een plek in het Nederlandse overheidsbeleid”

, ,

Nederlandse patiënten met zeldzame aandoeningen moeten veel langer wachten op nieuwe kostbare geneesmiddelen dan elders in Europa. De focus op kosteneffectiviteit heeft “hardvochtige trekken” en moet anders, betoogde hoogleraar neurologie Ludo van der Pol (UMC Utrecht) in zijn oratie. Ook uit onderzoek van HollandBIO blijkt dat het steeds langer duurt om nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis te krijgen. Vooral de koplopers op weg naar gezondheid op maat, de wees-, voorwaardelijk en/of versneld toegelaten geneesmiddelen, hebben moeite door de dichte doornenhaag van ons systeem van toelating heen te dringen.

We zijn het dus eens over de uitdaging. HollandBIO ziet ook graag dat nieuwe geneesmiddelen na marktvergunning zo snel mogelijk beschikbaar zijn voor patiënten. Daarentegen zijn we nog wat kritisch over sommige mogelijke oplossingen die prof. van der Pol aandraagt. Want hoe dragen dwanglicenties en magistrale bereiding duurzaam bij aan innovatie, gezondheidswinst en toegankelijkheid van weesgeneesmiddelen? Om dat te begrijpen moet HollandBIO misschien toch nog eens een college van de kersverse prof bijwonen.   

Uiteraard juichen we publiek private samenwerkingsinitiatieven waarbij patiënten sneller toegang krijgen toe, zoals een recent aangekondigde nieuwe toegangsroute voor veelbelovende weesgeneesmiddelen. En zeker in het zeldzame ziekte domein kan ook Europese samenwerking haar steentje bijdragen aan snellere en betere toegang, denk bijvoorbeeld eens aan Europese HTA beoordeling of gezamenlijke onderhandeling in BeNeLuxa verband. Al is de aanname van prof. van der Pol dat geen enkel bedrijf de Europese Unie, vanwege haar omvang, als afzetmarkt zou willen missen wellicht iets te snel getrokken. Recent nog zag fabrikant bluebird bio zich, ondanks EMA-registratie van haar gentherapie, genoodzaakt om de Europese markt te verlaten. Veilig en effectieve behandelingen die vanwege hun hoge prijskaartje patiënten niet bereiken, daar wordt niemand beter van. Laten we dus werk maken van oplossingen waarbij innovatie, gezondheidswinst én betaalbaarheid hand in hand gaan.  

Bronnen: 

https://www.umcutrecht.nl/nieuws/maak-nieuw-beleid-rondom-dure-geneesmiddelen

https://www.skipr.nl/nieuws/overheid-focust-te-veel-op-kosteneffectiviteit-dure-geneesmiddelen/

Om deze video te bekijken, dient u marketing cookies te accepteren.
← #nieuws

Terugblik Commissiedebat Medische preventie / verslavingszorg / drugspreventie

,

Afgelopen 7 juni ging de Tweede Kamer met VWS-staatssecretaris Van Ooijen in debat over Medische preventie / verslavingszorg / drugspreventie. In aanloop naar het debat vroeg HollandBIO aan Kamerleden met haar inbreng of zij de Nederlandse overheid wilden aansporen werk te maken van een proactief vaccinatiebeleid. Deze oproep was gelukkig niet aan dovemansoren gericht, met diverse Kamerleden die de staatssecretaris opriepen om snel werk te maken van preventie en in het bijzonder een proactief vaccinatiebeleid.

Tegelijkertijd was de meest gehoorde uitspraak van de staatssecretaris in reactie op Tweede Kamerleden in dit debat als volgt: “Daar kom ik in een brief voor de zomer op terug.” En dat voelt niet alleen voor de Tweede Kamer maar ook voor HollandBIO toch als een teleurstelling, want we wachten als sector al zo lang op onder andere de beleidsreacties van de staatssecretaris op rapporten van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving en het Zorginstituut, en daarmee ook de reacties op een aantal moties die eerder in 2019 al werden ingediend. Een opsteker is wel dat de staatssecretaris toezegde tijdens het debat (wederom) in deze beleidsreacties in te gaan op de duur van de advisering van de Gezondheidsraad en mogelijkheden om deze te verkorten.

Daarnaast is er in bredere zin meer goed nieuws, want voor het eerst in lange tijd ging een groot deel van het debat over onze mate van bereidheid om te investeren in preventie en vaccinatie tegen onder andere het rotavirus, waterpokken, gordelroos en HPV, in plaats van alleen over de vraag hoe we de vaccinatiegraad gaan verhogen.

Ben je benieuwd naar het hele debat? Dat is hier terug te kijken, terwijl een conceptverslag hier terug te vinden is. Aankomende week vindt waarschijnlijk het Tweeminutendebat plaats, het moment waarop Kamerleden moties kunnen indienen.

← #nieuws

Terugblik Commissiedebat Geneesmiddelenbeleid, Hulpmiddelenbeleid en Pakketbeheer

,

Afgelopen donderdag, 9 juni, kwam de vaste Kamercommissie VWS bijeen voor het verzamel-Commissiedebat Geneesmiddelenbeleid, Hulpmiddelenbeleid en Pakketbeheer. In aanloop naar dit debat pleitte HollandBIO ervoor om werk te maken van gezondheid op maat in al haar facetten: of het nu gaat om de juiste doelstellingen en indicatoren binnen het geneesmiddelenbeleid, het prullemanderen van de voorgenomen wijziging van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem of het komen tot een nationale data-infrastructuur.

Door de brede agenda en een aantal nieuwe commissieleden, was het soms zoeken naar focus en diepgang in het debat. Een mooie opsteker was de publieke waardering van onder andere Kamerlid Tielen (VVD) en VWS-minister Kuipers zelf voor het enorm belangrijke werk dat de farmaceutische industrie doet en wat onze producten en technologieën betekenen voor patiënten.

Tijdens het debat was er brede kritiek op de voorgenomen wijziging van het GVS. De minister was echter niet bereid om hier toezeggingen op te doen en hield vast aan zijn plannen. Het is voor nu nog even afwachten wat er gaat gebeuren na het Tweeminutendebat, waar moties kunnen worden ingediend. De minister gaat de gevolgen van de GVS-wijziging monitoren en maakt werk van een communicatieplan.

Kamerleden Maeijer (PVV) en Den Haan (Fractie Den Haan) riepen daarnaast de minister op goed te kijken naar manieren om de doorlooptijden van lab naar patiënt voor geneesmiddelen te versnellen, bijvoorbeeld door het invoeren van een model à la Duitsland, of door het Zorginstituut kritisch te laten kijken naar het proces. Hierop gaf de minister aan dat er ook een verantwoordelijkheid bij fabrikanten ligt om tijdig complete dossiers aan te leveren. Wel gaat hij het Zorginstituut attenderen op deze opmerking van de Kamerleden. Ook vroegen Maeijer en Paulusma (D66) hoe het beoordelingskader dat het Zorginstituut hanteert aansluit bij personalised medicine. De minister gaf aan dat in brede zin het proces voldoet, maar dat het Zorginstituut werkt aan een update van het beoordelingskader om juist hierop in te spelen.

Mocht je specifieke dingen terug willen zoeken, dan is het debat hier terug te kijken. Via deze link is het conceptverslag terug te lezen.

← #nieuws

Met moed, (geneesmiddelen)beleid en trouw naar gezondheid op maat

,

Mensen lijken in veel opzichten op elkaar en tegelijkertijd zijn we allemaal uniek. Je gezondheid is van heel veel factoren afhankelijk zoals DNA, leefstijl en wat voor werk je doet. Gelukkig weten we door (bio)technologische innovaties steeds beter wat voor een individueel persoon de beste behandeling of preventieve aanpak is. HollandBIO’s ambitie is dan ook dat de sector maximaal bijdraagt aan gezondheid op maat, waarbij iedereen de beste behandeling op het juiste moment krijgt, of het nou gaat om geneesmiddelen, antivirale middelen, antibiotica, vaccins, of een andere interventie.

Daarom pleit HollandBIO in aanloop naar het commissiedebat geneesmiddelenbeleid van 9 juni ervoor dat we werk maken van gezondheid op maat in al haar facetten: of het nu gaat om de juiste doelstellingen en indicatoren binnen het geneesmiddelenbeleid, snellere en betere toegankelijkheid, de ruimte voor ATMP’s en weesgeneesmiddelen, het prullemanderen van de voorgenomen wijziging van het GVS of het komen tot een nationale data-infrastructuur.

← #nieuws

Minister Kuipers matigt monopoliepositie rond medicinale cannabis

,

Nederland staat in binnen- en buitenland al meer dan twintig jaar bekend om hoogwaardige medicinale cannabis, bestemd voor wetenschappelijk onderzoek, geneesmiddelenontwikkeling en voorschrijvingen aan patiënten. Omdat het beleid en de markt voor medicinale cannabis internationaal snel verandert en Nederland haar koppositie wil behouden, gaat VWS-minister Kuipers de monopoliepositie van de overheid inperken. Hij zal spoedig de rol en taken van het Bureau Medicinale Cannabis (BMC) herzien, zodat “serieuze (farmaceutische) bedrijven en onderzoeksinstellingen die hart hebben voor de zaak” meer ruimte krijgen voor samenwerking en handel. Op termijn wordt hiervoor zelfs de wet gewijzigd. HollandBIO is blij en steunt de minister in dit vooruitstrevende besluit, en zet erop in dat het ministerie van VWS en BMC samen met alle betrokkenen in gesprek blijven over hoe we zo snel mogelijk de drempels weg kunnen nemen waar bedrijven op dit moment nog op stuiten.

Patiënten hebben behoefte aan voldoende hoogwaardige medicinale cannabis

Al jarenlang is er vanuit patiënten uit binnen- en buitenland meer vraag naar de hoogwaardige medicinale cannabis van constante kwaliteit dan wat BMC aanbiedt. Minister Kuipers schrijft dan ook dat hij de Opiumwet gaat wijzigen om “de mogelijkheid tot samenwerking en handel tussen farmaceutische bedrijven en onderzoeksinstellingen in binnen- en buitenland te vergemakkelijken en de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit, veiligheid en beschikbaarheid van de productie en het product primair bij deze partijen te beleggen”. Bovendien signaleert Kuipers een “kwetsbaarheid”, aangezien er nu slechts één producent is en patiënten behoefte hebben aan meer soorten medicinale cannabis. Daarom verlaagt hij de handelsdrempel die er nu nog is.

Ministerie maakt nu al werk van lagere handelsdrempel

HollandBIO is blij dat minister Kuipers daar snel werk van maakt, omdat dit ook voor bedrijven een einde gaat maken aan de voortdurende onzekerheid. “Vooruitlopend op het wetstraject, dus voor de korte termijn, werk ik samen met het BMC uit hoe het bureau diens huidige, wettelijk verankerde, rol en taken zodanig uit kan voeren om drempels te verlagen voor handel tussen houders van een Opiumwetontheffing”, zo schrijft hij. In de begeleidende beslisnota schrijft het ministerie dat “het BMC diens monopoliepositie voortaan contractueel in zal vullen, waardoor het weliswaar alle inkoop/verkoop en import/export kan blijven monitoren, maar niet meer juridisch en praktisch verantwoordelijk is voor verhandelde medicinale cannabis(producten)”.

Nu wordt er nagedacht óver en nog niet mét de betrokkenen

Het komt de vraag uit binnen- en buitenland ten goede dat de minister direct in de geest van de wetswijziging gaat werken. HollandBIO is dan ook maar wat blij dat de minister hier werk van maakt, samen met het BMC. Toch lezen we hierin terug dat er nu nagedacht gaat worden óver en nog niet mét de betrokkenen. De belangstellende en initiatiefrijke kennisinstituten, bedrijven en patiëntenorganisaties die de minister in de brief noemt, kunnen hem namelijk goed bijstaan in de op handen zijnde wijzigingen op korte en lange termijn. Ook HollandBIO zet de constructieve gesprekken die we tot dusver met het ministerie hebben gevoerd in het vervolgtraject graag door.

← #nieuws

Preventief budgetteren voor preventie blijkt brug te ver

, ,

Na zestien jaar vast te hebben gezeten in het drijfzand van ons nationale vaccinatiestelsel, valt het doek voor de rotavirusvaccinatie. Niet omdat het geen kinderlevens redt, niet omdat het niet kosteneffectief is en ook niet omdat het niet beschikbaar is. Nee. Staatssecretaris Maarten van Ooijen laat in een Kamerbrief weten dat er geen budget is voor de invoer van de rotavirusvaccinatie. Kinder- en jeugdartsen zijn verbolgen, HollandBIO is verbijsterd. Na jarenlange uitstel van betaling lijkt het vaccinatiestelsel nu zelfs failliet.

Ondanks (meerdere) positieve adviezen van de Gezondheidsraad zit er geen financiering in het vat voor de invoer van een rotavirusvaccinatie. Na de griepvaccinatie en de HPV-vaccinatie, die dit jaar aan meer mensen aangeboden worden (hoera!), is voor een structurele invoer van nieuwe producten volgens de staatssecretaris geen geld meer over, zo weet de NOS. Nu is dat voor het rotavirus al erg genoeg, maar HollandBIO ziet daarmee ook de bui al hangen voor gordelroosvaccinatie, waarover het RIVM nu nog in gesprek gaat.

Het is onvoorstelbaar. Alleen al om het persoonlijk drama, het enorme leed dat door een simpel prikje voorkomen kan worden. Maar zeker ook in het licht van het ongeëvenaarde zorginfarct waar we op af stevenen, waarin ziekenhuizen dusdanig overbelast en onderbemand raken dat burgers collectief gezondheid inleveren, zich blauw moeten betalen, of meest waarschijnlijk allebei. Preventie is een van de weinige mogelijkheden om ook die pijn te verzachten, en vaccinatie daarin het meest effectief. Is een systematische reservering op de begroting voor preventie door vaccinatie dan echt te veel gevraagd?

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving concludeerde vorig jaar al dat het vaccinatiestelsel geen doelmatig ingericht geheel vormt, maar meer lijkt op een lappendeken. Ook HollandBIO luidde meermaals de noodklok: het duurt gemiddeld negen jaar om een bewezen effectieve vaccinatie in een arm te krijgen in Nederland. Maar dat wanneer eindelijk alle seinen op groen staan, “nee” ook nog tot de mogelijkheden behoort, was zelfs voor ons nieuw. Blijkbaar gaan we pas in de allerlaatste stap op zoek naar de financiële middelen. Preventief budgetteren van preventie blijkt een brug te ver.

Lees meer:

Stand van Zaken rotavirus-, griep- en HPV-vaccinatie

Kamerbrief over uitvoering motie beschikbaarstelling gordelroosvaccin

https://www.nos.nl/l/m/2429961

https://eenvandaag.avrotros.nl/item/schiet-op-met-gratis-hpv-vaccin-voor-volwassenen-zeggen-gynaecologen-je-beseft-ineens-ik-ben-30-en-sterfelijk/

https://www.ewmagazine.nl/opinie/opinie/2022/05/kortetermijndenken-leidt-tot-dom-besluit-over-rotavaccin-886104/

← #nieuws

Het duurt te lang, we zeggen het al een tijdje…

,

In een recente Kamerbrief constateert minister Kuipers tevreden dat het eigenlijk best goed gaat met de beschikbaarheid van nieuwe geneesmiddelen in Nederland, dat ze relatief snel hun weg vinden naar de juiste patiënt, en dat uit gesprekken met onder meer HollandBIO zou blijken dat het veld er ook zo over denkt. Dat deed menig wenkbrauw bij HollandBIO fronsen. Het duurt te lang, zo zeggen we immers al een tijdje.

Uit onderzoek van HollandBIO blijkt dat het steeds langer duurt om nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis te krijgen1. Juist de geneesmiddelen die vanwege hun potentie voor de patiënt vaart maken in het Europese registratietraject, lopen vertraging op in de Nederlandse procedures voor vergoeding. In de recente Kamerbrief over verzekerde toegang van patiënten tot geneesmiddelen2 stelt minister Kuipers echter dat er over het algemeen weinig mis is met de toegankelijkheid van geneesmiddelen in Nederland. Daar valt ons inziens wel wat op af te dingen.

Allereerst geeft minister Kuipers aan dat de lange doorlooptijd bij extramurale geneesmiddelen verklaard kan worden door de tijd die fabrikanten na handelsvergunning nodig hebben om hun dossier in te dienen. De minister laat helaas na te vermelden dat fabrikanten voor de compleet verklaring van hun dossier óók afhankelijk zijn van de vooroverleggen en de behandeling van voorlopige dossiers3 door het Zorginstituut…

Ten tweede nuanceert de minister het beeld van de lange doorlooptijden in de sluis. Het gaat hier niet om 510 dagen4, maar gemiddeld om ‘slechts’ 424 dagen. Dat is alsnog meer dan een jaar lang geen verzekerde toegang tot een nieuwe behandeling voor patiënten… Te lang, vinden wij.

Ten slotte ziet de minister wat betreft de open instroom geen duidelijke signalen dat de toegang van patiënten tot dure geneesmiddelen in algemene zin in het geding is geweest. Een al te makkelijke conclusie, wanneer concrete data over hoe lang patiënten moeten wachten in het oerwoud van intramurale toegangsroutes ontbreekt. 

Het huidige systeem van geneesmiddelenvergoeding in Nederland is inmiddels zó complex, dat verschillende partijen weliswaar een deel op het vizier hebben, maar niemand het volledige overzicht heeft. Onderzoek van HollandBIO1 laat zien dat de doorlooptijd tussen marktvergunning en de toekenning van een declaratietitel gemiddeld 273 dagen is. Ook de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen4, het Zorginstituut5 en het ministerie van VWS zelf6 publiceren informatie over doorlooptijden. Omdat iedereen net weer een andere insteek, of net een ander deel van het complexe proces analyseert, is het lastig om de cijfers onderling te vergelijken.

Het resultaat is dat we elkaar om de oren slaan met cijfers en grafiekjes, kibbelen over wiens data klopt en wie de vertraging veroorzaakt. De echt belangrijke vraag blijft zo vooralsnog uit beeld: hoelang vinden we dat een patiënt in Nederland maximaal mag wachten op een nieuw geregistreerde behandeling? Pas als we het daarover eens zijn, krijgen die doorlooptijden betekenis. Pas dan kunnen we afspraken maken om maximale wachttijden niet te overschrijden, waarbij iedereen verantwoordelijkheid heeft – van ministerie tot fabrikant en van EMA tot Zorginstituut en verzekeraar. Noem het een adaptief ecosysteem, maar ook dat zeggen we al een tijdje…

Lees meer:

  1. https://www.hollandbio.nl/nieuws/vergoeding-van-nieuwe-geneesmiddelen-steeds-complexer-en-trager/
  2. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/05/09/kamerbrief-inzake-verzekerde-toegang-van-patienten-tot-nieuwe-geneesmiddelen
  3. https://www.zorginstituutnederland.nl/publicaties/rapport/2016/09/09/procedure-beoordeling-extramurale-geneesmiddelen
  4. https://www.vereniginginnovatievegeneesmiddelen.nl/actueel/pati%C3%ABnt-wacht-steeds-langer-op-nieuwe-medicijnen
  5. https://www.zorginstituutnederland.nl/over-ons/werkwijzen-en-procedures/adviseren-over-en-verduidelijken-van-het-basispakket-aan-zorg/beoordeling-van-geneesmiddelen/geneesmiddelen-beoordelen-balans-tussen-zorgvuldigheid-en-snelheid
  6. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/05/09/doorlooptijden-individuele-sluisprocedures-2015-2021