← #nieuws

Hudson River Biotechnology opens up new laboratory

,

Following the global surge in CRISPR investments and research, Hudson River Biotechnology (HRB) is pleased to announce the opening of its new 150m2 laboratory. As one of the few European companies fully dedicated to gene-editing and precision plant breeding, HRB is pleased to take this next important step in the evolution of the company and strengthen the agricultural R&D eco-system in Europe.

HRB is a young and highly innovative agricultural biotech company located in Wageningen. HRB applies novel breeding techniques such as CRISPR to develop new plant traits and has exclusive access to a novel genetic target identification platform, called SuRE (licensed from Amsterdam-based partner company Gen-X). HRB genetically optimizes crops to increase yields, improve disease resistance & nutritional value. The company has an internal R&D pipeline for development of novel platform technologies and varieties with new traits.

In addition, HRB uses their molecular breeding and target identification expertise to accelerate breeding efforts in co-development with plant breeders, seed companies and natural ingredient producers of all sizes. Combined, these efforts ultimately contribute to solving global food challenges such as the need for improved nutritional value or reduced pesticide use.

“We look forward to continue the rapid expansion of our company through this new lab” says Rudi Ariaans, CEO and HRB co-founder. Ferdinand Los, CSO and co-founder, adds “the new facility is fully equipped for the range of activities required for our R&D program”. In the new laboratory, HRB can deploy a range of activities in plant tissue and protoplast culture, genetics (DNA and RNA work), and protein biology. This enables HRB to effectively perform all the required steps in, for example, a CRISPR project, including discovery of genetic targets, in-house production of CRISPR proteins and guide RNAs, plant transfection and regeneration, and genetic testing.

Source: Hudson River Biotechnology

← #nieuws

Bio-based innovaties versnellen in Delft

,

Biotech Campus Delft stelt zich open voor derden

 

Er bestaan ambitieuze plannen voor de Biotech Campus Delft. Op het terrein van DSM is een  enthousiast team druk bezig de campus uit te bouwen tot Europa’s toonaangevende campus voor industriële biotechnologie. Locatiedirecteur Fedde Sonnema: “Nu al werken hier meer dan duizend mensen aan duurzame, ‘bio-based’ oplossingen voor voeding, diervoeding, biobrandstoffen en bioplastics. Vierhonderd onderzoekers kijken dagelijks hoe we de wereld kunnen voorzien van duurzame en nuttige producten. Door de locatie open te stellen voor derden en de uitwisseling van kennis en faciliteiten te stimuleren, ontstaat er een innovatiebroedplaats waarin we de transitie naar een ‘bio-based economy’ kunnen realiseren.”

 

Wisselwerking met TU Delft

Daarbij werkt DSM goed samen met de TU Delft, vertelt Sonnema. “DSM kan en wil het niet alleen doen. Een voortrekkersrol nemen we wel graag op ons. Dat doen we bijvoorbeeld door te investeren in laboratorium- en kantoorruimte en gemeenschappelijke voorzieningen. We delen kennis met nieuwkomers op de locatie. Wisselwerking met de TU Delft, die hier bijvoorbeeld cursussen en activiteiten organiseert of biotech start-ups tot wasdom kan laten komen, is daarbij essentieel. Dat geldt ook voor de inzet van lokale en provinciale overheden. Voor iedereen zijn het gemeenschappelijke belang en de kans die de Biotech Campus Delft biedt duidelijk: de regio uitbouwen als het Europese zenuwcentrum voor industriële biotechnologie.

 

Toegang tot innovatie ecosysteem

“Samenwerking tussen overheid, universiteit en industrie is doorslaggevend voor succes”, beaamt ook Cindy Gerhardt. Zij is Business Development Director van de Biotech Campus Delft. “Dat vond oprichter en sociaal ondernemer Jacques van Marken van het huidige DSM Delft eind negentiende eeuw al. Ook nu is samenwerking de basisgedachte achter de Biotech Campus Delft.”

Met het gereedkomen van het Beijerinck Center begin 2019 gaat de campus echt van start. Het Beijerinck Center is een volledig gerenoveerd gebouw met kantoor- en labruimte en vormt de centrale ontmoetingsplek voor de campus. Gerhardt: “De naam staat symbool voor de samenwerking tussen industrie en wetenschappers op het gebied van biotechnologie. Martinus Willem Beijerinck deed wetenschappelijke ontdekkingen in het fabriekslaboratorium en werd later de eerste hoogleraar microbiologie ter wereld.”

Innoveren draait om slim samenwerken

Het Beijerinck Center biedt ruimte aan bedrijven actief in de industriële (witte) biotechnologie. Gerhardt: “Zij krijgen niet alleen een laboratorium en kantoorruimte in dit gebouw, maar ook toegang tot het restaurant, de fitness en vergaderzalen. Nog veel belangrijker is de toegang tot het innovatie ecosysteem met mentoren van DSM, cursussen die we samen met de TU-Delft of hogescholen ontwikkelen, conferenties en netwerkevenementen. De biotech campus doet er alles aan om uitwisseling van kennis en talent te stimuleren, omdat innoveren in de 21e eeuw draait om slim samenwerken.”

Campus bewoners

Momenteel bevinden zich op de Biotech Campus Delft al verschillende bedrijven, actief in de biotechnologie; DSM Food Specialties, met daaraan gelieerd het DSM Biotechnologie Centrum (DBC), de Bioprocess Pilot Facility (BPF) en Centrient Pharmaceuticals. Bij DBC werken ruim 400 wetenschappers op alle gebieden van de industriële biotechnologie, van discovery tot genetica tot fermentatie, formulering en toepassing van bio-based ingrediënten. De BPF biedt op pilot plant-schaal een springplank voor proeven in de opschaling van reageerbuis naar fabriek.

Mix van bedrijven

Vanaf begin 2019 zal het aantal bedrijven toenemen. Het Beijerinck Center biedt ruimte aan twee joint ventures met DSM: Veramaris en Avansya. Daarnaast aan een twintigtal nieuwe, kleinere bedrijven. Gerhardt hoopt een mix van verschillende bedrijven aan te trekken op de campus.

Biotech start-ups, of deze nu vanuit de TU Delft of een andere universiteit komen, als spin-off vanuit DSM of een ander bedrijf, kunnen profiteren van een ecosysteem met kennis en een volledige infrastructuur. Zelf zijn zij voor de grotere bedrijven op de campus een bron van inspiratie en ondernemerschap. We kunnen met trots noemen dat de eerste biotech startups met interesse in de campus zich al hebben gemeld!

Opschalen groene processen

Het lokale MKB heeft vaak behoefte aan het ontwikkelen en opschalen van nieuwe, groenere processen, bijvoorbeeld door reststromen slimmer te verwerken. Toegang tot de technologie is niet altijd makkelijk. Het MKB kan slim innoveren op de campus, bijvoorbeeld met financiële ondersteuning van zogenaamde ‘fieldlab’ subsidies.

Een derde categorie campus-collega’s zijn grote internationale bedrijven. Zij komen af op de goede reputatie en het hoge kennisniveau van de bio-based industrie in Nederland en op de (al dan niet gesubsidieerde) samenwerkingsmogelijkheden in Europa. De Biotech campus Delft is uniek omdat het, zo dicht bij het centrum van Delft, ook ruimte biedt aan nieuwbouw van laboratoria, kantoren en fabrieken.

Tot slot is een ecosysteem niet compleet zonder dienstverleners die de andere bedrijven ondersteunen: contract research, adviesbureaus, loopbaancoaches en andere ondersteunende activiteiten.

Bijdrage aan circulaire economie

Gerhardt kan niet wachten tot het gonst van de nieuwe activiteiten, hoewel ze weet dat de opbouw van een nieuwe campus veel tijd kost. Maar, ze is ervan overtuigd dat de campus meerwaarde biedt aan start-ups, MKB en grote bedrijven die actief zijn op het gebied van industriële biotechnologie. “Voortbordurend op 150 jaar ervaring in academisch onderzoek en commercialisatie van bio-based producten, kunnen we in Delft een concrete bijdrage leveren aan de transitie naar een duurzame, circulaire economie!”

Meer informatie vind je op de op de website van de Biotech Campus Delft: www.biotechcampusdelft.com

← #nieuws

Biotech, zonder twijfel maatschappelijk relevant

,

Op 6 december draaide HollandBIO’s Biotech Thursday om maatschappelijk verantwoord innoveren in de biotech. Een term die steeds vaker de revue passeert, maar voor iedereen een eigen betekenis heeft. Hoewel iedereen het er over eens is dat biotechnologie zonder twijfel maatschappelijk relevant is, blijft het lastig te bepalen wat ondernemers daarmee moeten. Drie sprekers brachten hun visie op maatschappelijke verantwoordelijkheid naar voren, wat de perfecte inleiding was voor een levendige discussie.

 

Stéfan Ellenbroek is als Business Developer bij InnovationQuarter dagelijks bezig met het tot bloei laten komen van de life sciences & health sector. De sector staat voor een aantal grote uitdagingen die het ontwikkel- en verdienmodel voor bedrijven steeds verder onder druk zetten. Bedrijven, van klein tot groot, moeten daarom hun verhaal een stuk eerder en beter gaan vertellen over hoe geneesmiddelenontwikkeling werkt en hoe trots zij zijn op de innovaties die hieruit voortkomen.

 

Vervolgens ging David Dasberg, Managing Director van Facio Therapies, in op de manier hoe zijn bedrijf aan een middel tegen FSHD werkt. Het bedrijf is ontstaan uit de frustratie dat er een ziekte is waar niemand iets aan leek te willen doen. Facio heeft als doel een oplossing te vinden voor FSHD, waarbij een mogelijk medicijn uiteindelijk betaalbaar en toegankelijk moet zijn. Winst hoeft daarbij niet gemaximaliseerd te worden. Om daar te komen moet je als bedrijf afvragen wat een samenleving kan betalen voor een geneesmiddel, maar zeker ook blijven nadenken hoe dingen anders kunnen.

 

Als laatste was het woord aan Bart Filius, CFO en COO van Galapagos, die het publiek meenam in de bijdrage van biotech aan maatschappelijke uitdagingen en daarmee haar inherente maatschappelijke verantwoordelijkheid. Doordat biotech enerzijds bijdraagt aan vooruitgang en anderzijds geen maatschappelijke schade veroorzaakt, is de sector zonder twijfel maatschappelijk verantwoord. De crux zit in de vraag wie daarvoor de rekening betaalt. De verwachte winst is voor bedrijven cruciaal voor de financiering van de innovaties van morgen.

 

Na deze prikkelende introducties konden de aanwezigen niet wachten om verder te discussiëren, deels aan de hand van stellingen. De belangrijkste conclusies:

  • Als sector laten zien wat de toegevoegde waarde van biotech is voor de maatschappij, vraagt om een benadering waarin we zowel gezondheidswinst als innovatie en betaalbaarheid een plek geven.
  • De definitie van maatschappelijk verantwoord verschilt per persoon. De waarde en betekenis daarvan is soms heel moeilijk te bepalen. Producten die op voorhand maatschappelijk relevant lijken, vinden soms toch maar moeizaam de weg naar de markt.
  • Academische instellingen moeten kennis overdragen aan bedrijven zodra waardevolle toepassingen ontstaan. Dit vormt de basis van succesvolle valorisatie die tot een win-win situatie leidt. Nederland kent veel goede voorbeelden en die mogen we wel wat vaker in de etalage zetten.
  • Voorwaarden stellen aan het gebruik van kennis uit de academie om daarmee ongewenst gedrag te voorkomen, is contraproductief en praktisch onhaalbaar. Stimuleer in plaats daarvan het gebruik van kennis en innovatie, waarmee je voorkomt dat de kennis op de plank blijft liggen.

 

De Biotech Thursday sloot uiteraard af met een borrel, waarbij nog lang werd doorgepraat over de bijdrage van biotech aan de maatschappij. HollandBIO ziet dankzij deze levendige Biotech Thursday weer meer dan genoeg aanknopingspunten. Aan de ene kant om het verhaal van biotech bedrijven en het begrip van de sector beter op het netvlies te krijgen, en aan de andere kant om te strijden voor oplossingsrichtingen die innovatie stimuleren zoals succesvollere valorisatie. Alleen daarmee komen we tot het ijzersterke innovatieklimaat dat we in Nederland voor ogen hebben! Meer over het HollandBIO programma een ijzersterk innovatieklimaat vind je op de website.

 

De Biotech Thursday werd mede mogelijk gemaakt door Health~Holland.

← #nieuws

ProQR Receives € 4.7 million in Innovation Credit

ProQR Therapeutics, a company dedicated to changing lives through the creation of transformative RNA medicines for the treatment of severe genetic rare diseases, today announced that it was awarded an innovation credit by the Dutch government for the clinical development and efforts to obtain marketing approval (NDA/MAA) for the QR-110 program that is being developed for patients with Leber’s congenital amaurosis 10 (LCA10), a genetic eye disease that is the leading cause of childhood blindness. Repayment of the credit is triggered only by market approval of QR-110.

Innovation credit (“Innovatiekrediet”)

The Innovation Credit is awarded by the Dutch government through its agency RVO of the Ministry of Economic Affairs, and is aimed at the development of promising innovations. This can include the technical development of a new product or process or the clinical development of a medicine or device.

ProQR was awarded an Innovation credit for the QR-110 program. Amounts will be drawn under this facility from 2018 thru 2021. The credit of € 4.7 million through December 31, 2021 will be used to conduct the Phase 2/3 clinical study and efforts to obtain regulatory and ethical market approval (NDA/MAA) of QR-110 for LCA10.

The credit, including accrued interest, is repayable depending on obtaining market approval.

QR-110

QR-110 is a first-in-class investigational RNA-based oligonucleotide designed to address the underlying cause of Leber’s congenital amaurosis 10 due to the p.Cys998X mutation (also known as the c.2991+1655A>G mutation) in the CEP290 gene. The p.Cys998X mutation is a substitution of one nucleotide in the pre-mRNA that leads to aberrant splicing of the mRNA and non-functional CEP290 protein. QR-110 is designed to restore normal (wild-type) CEP290 mRNA leading to the production of normal CEP290 protein by binding to the mutated location in the pre-mRNA causing normal splicing of the pre-mRNA. QR-110 is intended to be administered through intravitreal injections in the eye and has been granted orphan drug designation in the United States and the European Union and received fast-track designation by the FDA.

Source: ProQR

← #nieuws

TOWARDS A PREDICTABLE COMBINATION THERAPY FOR MULTIPLE CANCER TYPES

,

 

Glycostem and ENPICOM receive MIT Zuid subsidy to support their R&D partnership project of over half a million euro.

Two innovative Dutch SME’s active in Life Sciences, Glycostem Therapeutics BV and ENPICOM BV, announced that their joint MIT Zuid R&D partnership subsidy has been granted. The aim of the collaboration is to develop technology to predict the outcome of an NK-cell-based immunotherapy treatment in patients with incurable locally advanced or metastatic solid tumors, for which there is no standard therapy.


Background problem

The predictability of outcomes of universal NK-cell therapy (oNKord®) and immune suppressive effects are needed to select the best approach in a new immunotherapy against cancer.

Project goals

The primary goal is predicting the outcome of an NK-cell-based immunotherapy treatment in patients with incurable locally advanced or metastatic solid tumors, for which there is no standard therapy.

The integrated T-cell receptor and NK-cell receptor repertoire analysis developed in this project enables the development of a unique data-driven combination therapy that provides:

  • A new immune suppression regimen in combination with allogeneic NK-cell therapy for the treatment of multiple cancer types
  • An integrated model based on machine learning to predict smart treatment of immune suppression and the outcome of subsequent NK-cell therapy.

Approach & deliverables

A smart machine learning driven approach is needed. Jan Spanholtz, PhD, Glycostem Therapeutics BV’s CSO, commented: “That is why ENPICOM BV, a promising start-up with leading technology for analysis and visualisation of immunogenomic data, and Glycostem have joined forces. This R&D collaboration enables predictive modelling for smart immune suppression as preconditioning to allow allogeneic NKcell infusion as cancer treatment. Glycostem adds specific immunotherapy knowledge to the project. ENPICOM introduces leading knowledge and experience in bioinformatics and software engineering.

Jos Lunenberg, CEO of ENPICOM, added: “We are extremely pleased with this R&D partnership, as it enables us to broaden the scope of immunotherapies that we can guide with our technology from T and B cell-based to NK-cell-based therapies. Glycostem, a pioneer and expert in this field, is for us the ideal partner to adapt our technology to also support NK-cell receptor repertoire analysis”.

Source: ENPICOM

← #nieuws

Investeringen in Nederlandse startups blijven achter

,

Investeerders staken de eerste 3 kwartalen van 2018 aanzienlijk minder geld in Nederlandse startups. Dat maakte StartupDelta bekend bij BNR. Terwijl de landen om ons heen juist meer investeren, blijft Nederland achter qua steun voor startende bedrijven. Ook het financieringslandschap in de life sciences sector vertoont gaten. HollandBIO zet zich daarom in voor een ijzersterk innovatieklimaat, met een uitgekiende financieringsmix voor zowel start-ups als scale-ups. Bij BNR noemde StartupDelta een aantal mogelijke oplossingen waaronder stimulering van angel investeerders en de oprichting van Invest-NL bieden. Beiden kunnen ook voor de life sciences sector helpen om de gaten in het financieringslandschap te overbruggen. Meer weten over HollandBIO’s programma een ijzersterk innovatieklimaat? Kijk op deze pagina

Luister het interview hier terug

← #nieuws

inno-train Diagnostik and JETA Molecular Ink Distribution and Co-Development Agreement

inno-train Diagnostik and JETA Molecular announced that they had entered into a sales and co-development relationship. Under terms of their agreement, inno-train will distribute JETA’s QTRACE® Analysis System in the United States and Europe, with the exception of France. The company’s R&D teams will collaborate to co-develop new diagnostic applications, leveraging each other’s product portfolios and domain expertise.

The QTRACE® Analysis System utilizes qPCR-based detection of insertion/deletion polymorphisms in the human genome as a means to uniquely identify and monitor individuals involved in stem cell transplantations.

Doug Bost, CEO of JETA Molecular noted, “This agreement will ensure broader access to our products globally, while locally, JETA will remain focused on delivering innovative products to the transplantation and transfusion communities. Partnering with inno-train gives JETA the unique opportunity to collaboratively build a suite of turnkey diagnostic applications, addressing current unmet needs in clinical testing labs.”

Stephan Jacobs, VP of inno-train Inc. stated, “We are looking forward to this new collaboration expanding inno-train’s product portfolio by combining molecular pre- and post-transplant diagnostics. This cooperation will improve transplant outcomes resulting in better patient care.”

Source: JETA Molecular

← #nieuws

Investering voor MyLife Technologies

De Leidse startup MyLife Technologies heeft een alternatief ontwikkeld voor naaldinjecties en orale tabletten en capsules om geneesmiddelen toe te dienen. Voor hun innovatie – een pleister met poreuze micronaalden – heeft MyLife Technologies nu een investering van € 300.000 ontvangen uit het Zuid-Hollandse investeringsfonds UNIIQ. De pleister kan geneesmiddelen en vaccins in de huid toedienen zonder dat de patiënt er pijn bij voelt. De technologie kan een belangrijk alternatief bieden voor bestaande toedieningsvormen, waaronder injecties en orale medicatie. Tevens kan deze technologie in belangrijke mate de beperkingen van bestaande farmaceutische pleisters opheffen. De investering werd bekendgemaakt door Burgemeester Henri Lenferink tijdens de Dutch Life Sciences conference in Leiden.

Pijnloze toediening

Bepaalde groepen medicijnen en vaccins worden nu nog vrijwel uitsluitend via naaldinjecties toegediend. Dat heeft nadelen: het doet pijn en sommige mensen lijden aan naaldangst en weigeren daarom soms zelfs hun therapie. Tenslotte vereist de toediening met injectienaalden een medische training. De micronaaldenpleisters van MyLife Technologies zijn minimaal invasief en pijnloos en maken zelftoediening door de patiënt mogelijk. In het geval van vaccins biedt toediening via de huid extra voordelen: op deze manier kunnen immuuncellen in de (opper)huid effectief bereikt worden, mogelijk met een betere immuunreactie tot gevolg.

Voorkomen van bijwerkingen

Bepaalde geneesmiddelen in tablet- of capsulevorm vertonen ernstige bijwerkingen en hebben maar een beperkte effectiviteit doordat een flink deel van het medicijn in de spijsvertering verloren gaat. Daardoor kan de exacte dosis die in het bloed terechtkomt bij orale toediening, soms sterk variëren. De micronaaldenpleisters van MyLife kunnen voor specifieke orale geneesmiddelen de belangrijkste nadelen voorkomen. Bovendien hebben de pleisters als bijkomend voordeel dat de snelheid van afgifte van het medicijn gestuurd kan worden. Sommige medicijnen vragen om een snelle afgifte (bijv. behandeling van doorbraakpijn bij kankerpatiënten), terwijl bij andere geneesmiddelen juist een langzame, constante afgifte aan het lichaam wenselijk is.

Efficiënt door de huid

Een beperkt aantal geneesmiddelen wordt al middels een pleister via de huid toegediend. Bij deze commercieel beschikbare pleisters zonder micronaalden gaat het transport door de huid langzaam en inefficiënt. De buitenste huidlaag (hoornlaag) vormt een natuurlijke barrière en hierdoor komt doorgaans slechts 10 tot maximaal 50 procent van het geneesmiddel daadwerkelijk in het lichaam terecht. Bovendien bevatten de bestaande pleisters na gebruik nog hoge resthoeveelheden geneesmiddel, die een veiligheidsrisico kunnen vormen. Met de micronaaldentechnologie van MyLife Technologies worden geneesmiddelen naar verwachting efficiënter opgenomen.

Klinische werking

Dankzij de investering van UNIIQ en Libertatis Ergo Holding (“LEH”) kan MyLife Technologies de eerste klinische testen gaan uitvoeren. “Het is voor ons van groot belang om te laten zien dat met deze innovatieve technologie daadwerkelijk relevante hoeveelheden geneesmiddel bij de mens kunnen worden afgegeven. Deze investering stelt ons in staat om met een peptideformulering dergelijk bewijs te verzamelen en daarmee onze technologie verder te ontwikkelen,” aldus Pieter Jan Vos, CEO van MyLife Technologies.

Liduina Hammer, Fondsmanager UNIIQ: “We zijn enorm verheugd om de investering in MyLife Technologies bekend te maken en een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan de eerste klinische toepassingen. Door de gezamenlijke investering met Universiteit Leiden, laten we ook zien dat het Leidse ecosysteem bij kan dragen aan de ontwikkeling van deze technologie”.

MyLife Technologies werd in 2012 mede-opgericht door Pieter Jan Vos die opgeleid is als chemicus aan Universiteit Leiden en aan de Ecole Supérieur de Commerce de Paris (ESCP Europe). MyLife Technologies is een spin-off van Universiteit Twente, MESA+, Instituut voor Nanotechnologie. Het bedrijf heeft zich in Leiden gevestigd om binnen het Leidse Life Sciences and Health cluster zich te kunnen ontplooien en in samenwerking met meerdere partijen uit het cluster toepassingen op basis van de micronaaldentechnologie te kunnen ontwikkelen.

Bron: UNIIQ

← #nieuws

Overbrug de gaten in het financieringslandschap voor biotech

,

Wie het nieuws vanuit de biotech sector een beetje volgt kan het niet ontgaan zijn, 2018 is een succesvol jaar. Met succesvolle IPO’s, record brekende investeringsfondsen en riante financieringsrondes zou je verwachten dat het beschikbare kapitaal voor biotech bedrijven tegen plinten klotst. Helaas is de situatie nog verre van ideaal. Een van de meest prangende verbeterpunten is dat het financieringslandschap flinke gaten vertoont. HollandBIO maakt zich daarom hard voor betere beschikbaarheid van kapitaal voor start-ups en scale-ups. Zo zetten wij ons in voor uitbreiding van het Innovatiekrediet en zien we kansen voor de life sciences binnen de nieuw op te richten financieringsinstelling Invest-NL.

Het ontwikkeltraject van geneesmiddelen duurt lang, is risicovol en kostbaar. De innovaties gaan het alleen redden wanneer we de route van lab naar patiënt weten te versnellen en verbeteren. Lukt ons dat, dan ligt een mooie toekomst in het verschiet, waarin de Nederlandse life sciences sector meer gezondheidswinst levert. Maar bovenal realiseert zij economische groei door hoogwaardige werkgelegenheid, een magneetwerking op internationale bedrijven en toenemende private investeringen. Door via investeringen de aanwas én doorgroei van Nederlandse life sciences bedrijven te stimuleren, komt dit toekomstideaal binnen handbereik.

Start-ups

We kennen in Nederland wetenschap van wereldformaat, maar weten die kennis onvoldoende te verzilveren in start-ups en bedrijvigheid. De bestaande financiering en ondersteuning vanuit de overheid voor startende bedrijven, of voor het starten van een bedrijf vanuit de academie, is ontoereikend om competitief te zijn in het internationale life sciences speelveld. De lange ontwikkeltijden en het beperkte risicoappetijt van private investeerders maakt het aantrekken van kapitaal uit de private markt in deze vroege fase lastig. Starters zijn daardoor onnodig veel tijd kwijt aan het verkrijgen van financiering en hoogwaardige Nederlandse academische kennis blijft op de plank liggen.

Scale-ups

Na de preklinische proof of principle, is het zaak om klinische proof of concept aan te tonen. Maar juist in deze scale-up fase stranden bedrijven vaak in de Valley of Death. Het verkrijgen van vervolgfinanciering loopt vertraging op of mislukt, waardoor de productontwikkeling lange tijd stil staat of het bedrijf zelfs omvalt. Andere bedrijven vertrekken naar het buitenland, omdat het daar makkelijker is om financiering te verkrijgen. Hiermee lekt Nederlandse kennis weg, verliezen we werkgelegenheid en bereiken innovatieve producten niet de maatschappij.

Gaten overbruggen

Met een nieuw op te zetten investeringsplatform kunnen we een brug slaan tussen de publieke regelingen en private investeerders. Met een elegante tweetrapsraket kan het investeringsplatform dit marktfalen aanpakken en de financieringsgaten voor zowel start-ups als scale-ups dichten. Zo kan de sector blijven werken aan innovatieve oplossingen voor onze maatschappelijke uitdagingen op het gebied van gezondheid en zorg. Bovendien krijgt daarmee valorisatie van academische kennis een impuls, wordt de Nederlandse life sciences sector competitiever op de internationale kapitaalmarkt en neemt de bijdrage van life sciences aan economische groei en werkgelegenheid toe.

Wil je meer weten over HollandBIO’s programma ‘Een ijzersterk innovatieklimaat’? Kijk op de website of neem contact op met Fabian.

Zie ook:

Europese biotech op weg naar record jaar

← #nieuws

Volop kansen voor Nederlandse life sciences om het Boston van Europe te worden

, ,

Tijdens een speciale bijeenkomst in Nieuwspoort presenteerde Health~Holland het bidbook voor de Nederlandse life sciences sector. Tweede Kamerleden Leendert de Lange en Jessica van Eijs namen het nieuwe exemplaar in ontvangst. Dagvoorzitter Hans Schikan vatte de ambitie van de sector mooi samen: ‘We hebben alles in huis om net zo toonaangevend te worden als Boston op het gebied van geneesmiddelenontwikkeling.’

De bijeenkomst stond in het teken van de kansen voor Nederland in het aantrekken van meer investeringen in de geneesmiddelensector. Markwin Velders (Kite Pharma) vertelde waarom zijn bedrijf besloot om juist in Nederland de nieuwe fabriek te bouwen voor innovatieve kankerbehandelingen. Jurgen Kwik (Janssen Prevention & Vaccines) deelde hoe Janssen uitgroeide tot een wereldspeler op het gebied van vaccinontwikkeling én wat Nederland zo aantrekkelijk maakt voor een buitenlands bedrijf.

Boston van Europa
Hans Schikan, interim boegbeeld Health~Holland, Topsector Life Sciences & Health en tevens dagvoorzitter, stak zijn ambitie niet onder stoelen of banken. ‘Met 420 innovatieve bedrijven, 8 academische ziekenhuizen en 13 universiteiten die zich op geneesmiddelenontwikkeling richten in een klein gebied, heeft Nederland alles in zich om het Boston van Europa te worden. Daarbij zorgt de komst van het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA) naar Nederland in 2019 ervoor dat we extra op de kaart staan bij geneesmiddelenontwikkelaars. Het is zaak dat de overheid en het bedrijfsleven de kansen die de komst van de EMA biedt, krachtig oppakken.’

Oproep tot wederzijds vertrouwen

Leendert de Lange (VVD) deed een oproep tot meer vertrouwen tussen de biofarmaceutische sector en de overheid: ‘Ik ben trots als ik zie hoe bedrijven op onze scienceparken als paddenstoelen uit de grond schieten. Om de volgende stap te maken, is het nodig dat de wisselwerking tussen overheid en bedrijfsleven verder verbetert. Dat kan alleen als we gezamenlijk werken aan voorspelbaar en consistent beleid en onderling vertrouwen.’

Impact indrukwekkend

Jessica van Eijs (D66) noemde de impact van de innovatie door geneesmiddelenbedrijven indrukwekkend. Om deze impact maximaal te maken, is een goede samenwerking tussen alle betrokken partijen noodzakelijk: ‘Vanuit overheden, ondernemers, onderwijsinstellingen en burgers moeten we samen zorgen dat het balletje gaat rollen en dat we met elkaar lokale ecosystemen creëren. De komst van de EMA kan dit gunstige effect nog eens versterken.’

De Tweede Kamerleden namen tijdens de bijeenkomst het nieuwe exemplaar van het bidbook in ontvangst uit handen van Annemiek Verkamman (HollandBIO) en Gerard Schouw (Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen). De sector heeft nu een prachtig middel om te laten zien wat Nederland te bieden heeft. Klik hier voor een actuele link naar het bidbook.

Lees hier het officiële persbericht van Health~Holland.