Just before the holidays, the European Commission unveiled Part I of the EU Biotech Act, a long‑awaited signal that Europe aims to unlock biotech’s full potential. In recent weeks, we worked closely with our members to analyse the full proposal and share our recommendations with the Dutch government as it prepares its official response (the BNC fiche). Hollandbio is hopeful: Part I clearly holds promise for our sector. However, we are not there yet. Without proper EU and national resourcing, clearer choices and a broader scope, it still risks falling short of being the breakthrough Europe needs. In our overall position and more detailed assessment we explain where Europe takes meaningful steps forward, where it falls short, and what must be sharpened to enable a framework that truly supports biotech from early R&D through to market uptake. Do you see opportunities, gaps or must-haves for Part I as well as Part II (expected Q3 2026)? We’d love to hear from you as we continue engaging with ministries and stakeholders to secure the best possible conditions for biotech to scale and thrive in Europe!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-01-20 12:43:332026-03-25 12:25:15Hollandbio’s take on the EU Biotech Act Part I← #nieuws
Uit de oranje biotechindex van het Financieele Dagblad blijkt dat Nederlandse beursgenoteerde biotechbedrijven tot de wereldtop behoren. De zes Nederlandse biotechfondsen presteerden met een gemiddelde koerswinst van maar liefst 37% in 2025 ruim boven de AEX én internationale benchmarks als de Nasdaq Biotech Index (17%). Uitschieters als Merus (+114%, dankzij de overname door Genmab), Pharming (+54%), Uniqure (+36%) en NewAmsterdam Pharma (+37%) bewijzen dat Nederlandse biotech internationaal meetelt en investeerders weet te overtuigen. Wat zijn de kansen voor 2026?
De internationale biotechmarkt biedt volop kansen. De sector herstelt sterk, investeerders zoeken naar onderscheidende innovatie en 2026 belooft een topjaar te worden voor fusies en overnames. Therapeutische domeinen als obesitas en Alzheimer en cel- en gentherapieën staan volop in de belangstelling. Tegelijkertijd blijft het zaak om scherp te blijven op regelgeving, concurrentie en toegang tot kapitaal.
Het momentum is nu: Nederland heeft alles in huis om door te pakken. Structurele investeringen, een integrale strategie en optimale randvoorwaarden – van technologieoverdracht tot data-infrastructuur – zijn essentieel om de economische en maatschappelijke potentie van biotech volledig te benutten. De rode loper ligt uit, de seinen staan op groen: tijd om gas te geven en de internationale biotechmarkt te veroveren!
Vanmiddag nam minister Jan Anthonie Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in Leiden, bij het LUMC, het rapport ‘Nederland in de voorhoede: rode biotech als sleutel tot wereldwijde concurrentiekracht; een groeistrategie voor economie, maatschappij en patiënt’ in ontvangst.
Het rapport kwam tot stand op verzoek van Peter Wennink, in het kader van de nationale investeringsagenda, en vormt de gezamenlijke inbreng van de Nederlandse rode biotechsector. Leiden Bio Science Park werd door Wennink gevraagd het voortouw te nemen bij de totstandkoming van het plan en deed dat samen met hollandbio, in nauwe samenwerking met partners in Leiden én met de andere Nederlandse science parks, waaronder Groningen, Amsterdam, Utrecht, Oss en Maastricht en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen.
Het rapport bevat een concrete strategie en aanpak om medische biotechnologie in Nederland versneld te laten groeien. Rode biotech maakt innovaties mogelijk die leiden tot snellere en betere diagnoses en tot gepersonaliseerde, effectievere behandelingen. Dat betekent betere zorg, betere levens voor patiënten en een duurzame bijdrage aan een toekomstbestendig zorgstelsel en een sterke economie. Juist op het snijvlak van gezondheid, maatschappij en verdienvermogen ligt een unieke kans voor Nederland in een sterk internationale markt.
Nederland beschikt over sterke clusters, hoogwaardige infrastructuur en internationaal erkende kennisinstellingen. Om dit potentieel te benutten, zijn gezamenlijke keuzes nodig: betere toegang tot kapitaal en talent, veilige en gedeelde toegang tot (bio)data, snellere en voorspelbare procedures voor vergunningen en klinisch onderzoek, en voldoende ruimte voor onderzoek, opschaling en productie.
Minister Bruijn (VWS): “Biotechnologie brengt ons geneesmiddelen die echt baanbrekend zijn. Het doorontwikkelen van deze sector is dan ook belangrijk voor Nederland en niet te vergeten de patiënt. Ik zet mij daar actief voor in en zal onder meer onze belangen in Europa behartigen om te komen tot goede wetgeving via de Europese BioTech Act. Ik dank alle betrokkenen die hebben gewerkt aan de totstandkoming van dit rapport. Ik ga het met veel aandacht lezen.”
De sector stelt in het rapport onder meer de oprichting voor van een nationaal, politiek- en ministerie-overstijgend programma: Biotech Nexus. Dit programma moet kennisvalorisatie versnellen, bedrijven ondersteunen bij opschaling en gezamenlijk werken aan betere infrastructuur en snellere procedures.
“Rode biotech stelt ons in staat om ziekten eerder en nauwkeuriger te diagnosticeren en patiënten gerichter en effectiever te behandelen,” zegt Esther Peters, directeur van Leiden Bio Science Park. “Dat leidt tot betere zorg en betere levens. We willen als sector, samen met het ministerie en andere betrokken partijen, nu al aan de slag om te kijken wat er binnen de bestaande kaders mogelijk is om innovaties sneller bij de patiënt te brengen. Door als science parks, bedrijven, kennisinstellingen en overheid samen op te trekken, benutten we onze gezamenlijke kracht om dit mogelijk te maken.”
“Nederland is groot geworden door te doen, niet door af te wachten,” zegt Annemiek Verkamman, directeur van hollandbio. “Als we vandaag durven te investeren in innovatie en tegelijkertijd bouwen aan een zorgsysteem dat ook morgen werkt, is dat beter voor patiënten én de BV Nederland.”
Hiervoor is consistent en stimulerend overheidsbeleid over departementen heen nodig, met één duidelijke koers in plaats van tegelijk remmen en gasgeven,’ zegt Carla Vos, directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. ‘Ik hoop dat de oproep van Peter Wennink leidt tot beleid dat Nederland aantrekkelijker maakt voor het ontwikkelen, produceren en lanceren van nieuwe producten, zodat zowel de economie als de zorg kan profiteren van nieuwe therapieën.’
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-16 17:23:062025-12-16 17:47:06Groeistrategie medische biotech overhandigd aan minister Bruijn in Leiden← #nieuws
Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) aansluit bij de behoeften van biotech? In een infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.
De Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO) stimuleert mkb’ers en wetenschappelijke instellingen om samen te werken aan onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten of diensten in de regeneratieve geneeskunde. De regeling is bedoeld voor consortia waarin minimaal één mkb-ondernemer en één wetenschappelijke instelling samenwerken aan een project. De SRGO biedt een combinatie van een lening en een subsidie tot maximaal €3 miljoen per project. Mkb-ondernemers ontvangen een lening van maximaal 50% van het totale bedrag voor eigen onderzoekskosten. De kennisinstellingen ontvangen een subsidie van tussen de 25% en 100%, afhankelijk van het soort onderzoek dat zij uitvoeren (fundamenteel, industrieel of experimenteel).
Wil een subsidie zoals de SRGO aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:
De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.
De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.
De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken.
De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.
De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.
Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.
Hoe scoort de SRGO?
Wanneer we de SRGO langs onze meetlat leggen, zien we een gemengd beeld.
Het ophalen van vervolgfinanciering wordt met de SRGO niet makkelijk gemaakt. Waar een kennisinstelling tot wel 100% subsidie kan ontvangen, kan een bedrijf alleen een lening krijgen. Deze lening heeft een rente van 3% plus een opslag van 15% aan het eind van het project. Ook mag gedurende de looptijd van de lening geen uitkering worden gedaan aan aandeelhouders. Dit levert een score op van 2 uit 10.
Ook op het gebied van IP-bescherming scoort de SRGO laag: 3 op 10. De regeling legt een sterke nadruk op kennisdeling, en verplicht toepassing van de principes van Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren. Hierdoor heeft de kennisinstelling veel invloed op het IP dat tijdens het project ontstaat. Hoewel vooraf afspraken mogelijk zijn, pakt dit zelden gunstig uit voor ondernemers.
De administratieve last is een behoorlijke papierwinkel, al is die in verhouding tot de omvang van de te verkrijgen lening wel de moeite waard. De consortiumovereenkomst, leningsovereenkomst met RVO, jaarlijkse rapportages en het uitgebreid eindverslag met verplichte accountantsverklaring eisen veel tijd en kennis van mkb-ondernemers. Daarnaast wordt het subsidiebedrag niet in een keer uitgekeerd, maar in delen op basis van vooraf afgesproken mijlpalen. Dit levert een krappe voldoende op: 6 op 10.
Wat betreft zeggenschap scoort de SRGO een 4 op 10. Want hoewel de mkb-ondernemer penvoerder is, is de speelruimte klein. Strakke projecteisen, waaronder vaste begin-, midden- en eindmijlpalen, een minimum van 10% fundamenteel onderzoek en verplichtingen rond het aantal en type samenwerkingspartners, verkleinen de scope en pivoteerruimte.
De doorlooptijd is standaard 13 weken na sluiten van de aanvraagperiode. Dat is netjes en levert wat ons betreft een score op van 8 op 10.
Ook het budget is prima. Voor de bedrijven die aan de eisen voldoen is voldoende budget beschikbaar, dus geven we dat een 8 op 10.
Samenvattend is de SRGO vooral interessant voor consortia met een sterke onderzoekscomponent, en biedt zij voor marktgerichte innovatie weinig ruimte. Dit komt onder andere door de scheve en onwenselijke verdeling van bekostiging, waarbij bedrijven uitsluitend een lening krijgen en kennisinstellingen tot wel 100% subsidie kunnen ontvangen. Willen we écht werk maken van het toepassen van biotech in regeneratieve geneeskunde, dan moet deze regeling wat ons betreft meer ruimte bieden voor ondernemerschap. Innovaties naar de markt brengen is al complex genoeg – complexe financieringsstructuren en beperkende IP-voorwaarden helpen niet, maar remmen. Heb jij ervaring met de SRGO, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-16 15:18:442026-02-10 14:01:59Subsidie langs de meetlat: sluit de SRGO aan bij biotech?← #nieuws
Nederland moet dringend én fors investeren in een goed investeringsklimaat om niet achterop te raken, want niets doen kost ons meer dan investeren. Dat is de kernboodschap van Peter Wennink, voormalig CEO van ASML, die vandaag zijn adviesrapport presenteerde voor de toekomstige welvaart van Nederland. Volgens de topadviseur ligt de sleutel voor de overheid bij het creëren van sterke randvoorwaarden, waarna zij kan doorpakken op vier investeringslijnen, waaronder Life sciences en biotechnologie. Hollandbio juicht de aanbevelingen van het rapport van Wennink van harte toe en rekent op het nieuwe kabinet om werk te maken van de acties uit het rapport.
De urgentie spat van het advies van Peter Wennink af. Het rapport, waar ook hollandbio actief aan heeft bijgedragen, stelt in niet mis te verstane woorden wat er moet gebeuren om de groei, innovatie en welvaart van Nederland de komende decennia te behouden. En dat is nogal wat: om onze huidige voorzieningen op peil te houden en de groei op te krikken naar 1,5 procent per jaar, is volgens de oud-topman een grote investering nodig van 151 tot 187 miljard. Allereerst moeten binnen vijf jaar de randvoorwaarden op orde zijn: van versimpelde regels en snellere vergunningen tot voldoende talent, betaalbare en betrouwbare energie en sterke fysieke infrastructuur. Deze randvoorwaarden maken de weg vrij voor maximaal rendement op vier ambitieuze investeringslijnen, waarvan life sciences en biotech er één is.
De bouwstenen uit het rapport sluiten naadloos aan bij hollandbio’s agenda voor het succes van de biotech sector in Nederland. De afgelopen maanden ijverden we, in opmaat naar het vandaag gepubliceerde Wennink rapport, samen met Leiden Bio Science Park en met de input van vele anderen voor “Biotech Nexus”, een ambitieus flagship project dat de hele ontwikkelingsketen van medische biotech – van lab tot patient – in Nederland een impuls moet geven. Dat ook de oud-topman brood ziet in het plan, bleek wel uit de persconferentie, waarbij hij Biotech Nexus met naam en toenaam uitlichtte als de weg vooruit naar impact. “De Biotech Nexus gaat groei en doorgroei van jonge bedrijven aanjagen door de verbetering van de toegang tot groeikapitaal, het versterken van het professioneel benutten van wetenschappelijke kennis en ondersteuning van jonge bedrijven door ervaren ondernemers en investeerders”, aldus Annemiek Verkamman, managing director van hollandbio.
Ook de bijdrage van biotech aan het succes van de agri-food en bio-based sector kreeg een prominente plek in Wenninks advies. Zo roept hij op tot investeringen in opschalingsfaciliteiten en First Of A Kind (FOAK) demo-fabrieken voor nieuwe ingrediënten, en investeringen op het gebied van nieuwe veredelingstechnieken, in AI en doorontwikkeling van kennis en valorisatie.
Hollandbio kan de urgentie die spreekt uit het rapport alleen maar benadrukken. Ook wij zien onder druk van grote geopolitieke onzekerheden de donkere wolken zich samenpakken. De prijs van nietsdoen is simpelweg te groot, zo benadrukt ook Wennink. Hollandbio roept dan ook op om het advies ter harte te nemen aan de formatietafel, en met gezwinde spoed, eensgezind en integraal werk maken van de toekomst van Nederland, door versterking van het hele innovatie-ecosysteem, van vroegste vinding, ontwikkeling en doorgroei, tot een ruimhartige thuismarkt, om de bijdrage die biotech innovaties kunnen leveren aan vooruitgang in de volle breedte te verwelkomen.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-12 12:23:222025-12-17 09:22:00Ook Wennink kiest voor biotech voor een welvarende toekomst van Nederland← #nieuws
The process of valorising university intellectual property (IP) is a major hurdle for many startup companies. Negotiations often take a long time, do not favour entrepreneurship, and can negatively impact future investment rounds. The new National IP Deal Term Principles 2.0, recently published by the Universities of the Netherlands (UNL), aim to change this by clarifying and speeding up the process. But do they really address the pain points entrepreneurs face?
A though road from science to business
For entrepreneurs, time is of the essence. Bringing a biotech innovation from lab to market is already expensive, risky, heavily regulated, and knowledge-intensive. Much of this knowledge originates in universities, where IP is created and owned. When startups try to license this IP with the university’s Knowledge Transfer Office (KTO), they often encounter lengthy negotiations and complex procedures that are largely shaped by university interests and internal risk management.
What’s new in the deal terms 2.0?
After introducing the Deal Term principles in 2023, thirteen Dutch universities have now published an updated version containing several major improvements. Building on practical experience and feedback from the field, this framework should offer clearer guidance for companies and universities to collaborate effectively and accelerate innovation.Changes include:
Broader applicability: The framework now also covers employees who remain at the university part-time, not just those who transfer fully to a startup. This is expected to attract more venture builders to spin out university IP.
Flexible IP compensation: Universities can now choose between equity, royalty or a combination, with internationally benchmarked percentages to help streamline negotiations and align expectations.
Clearer requirements: The principles provide more detailed guidance on continued use of university IP, including expectations around additional funding and revenue targets.
Will this solve all valorisation issues?
While the new principles provide more clarity and guidance, significant challenges remain – especially for biotech startups. For example, university medical centers are not included, leaving many relevant biotech patents outside the scope. Moreover, the principles follow a ‘comply or explain’ model, meaning universities are not strictly bound to these principles and can still adjust their terms if preferred. As we continue to explore how these new terms play out for Dutch biotech, we welcome your experiences and ideas – please share them with us so we can keep working towards a more effective approach for biotech startups. And stay tuned for further updates!
Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag kijken we naar het voornemen om de experimenteerruimte voor R&D intensieve start- en scale-ups te vergroten.
In het 3%-Actieplan stelt het ministerie van Economische Zaken (EZ), dat de toegang van innovatieve start- en scaleups tot ‘hoogwaardige experimenteerruimte’, zoals bijvoorbeeld cleanrooms, hightech testomgevingen en andere onderzoeksfaciliteiten, niet altijd optimaal is, terwijl deze wel belangrijk is voor hun succes. De toegankelijkheid blijft volgens het ministerie achter doordat de faciliteiten niet altijd goed zijn afgestemd op de wensen van bedrijven, en omdat ze duurder zijn dan in landen om ons heen, waar de overheid geregeld meebetaalt aan de kosten om deze open te houden.
Met het Actieplan wil het ministerie de toegankelijkheid op twee manieren verbeteren. Ten eerste door te verkennen hoe Nederland het gebruik van bestaande faciliteiten goedkoper kan maken, bijvoorbeeld door de faciliteiten financieel tegemoet te komen, of door de gebruiker – bedrijven – van subsidievouchers te voorzien om diensten in te kopen. Ten tweede wil het ministerie werk maken van het uitbreiden van het aanbod op ’strategische locaties’. De minister noemt daarbij de AI-fabriek in Groningen als voorbeeld en belicht mogelijkheden in onder meer Geleen, Petten en de Rotterdamse haven.
Hollandbio herkent het beeld dat innovatieve bedrijven veel gebruik maken van gespecialiseerde diensten en dat de kosten van die diensten vaak een grote horde zijn. Het ontwikkelen van producten in de biotech is ontzettend duur, duurt lang, is risicovol en bouwt op hoogstaande kennis. Het bij elkaar halen van financiering om de lange weg van lab naar de markt te bekostigen staat op prioriteit 1, 2 en 3 voor elke ondernemer: hollandbio pleit niet voor niets voor passende financiering in elke fase van ontwikkeling.
Net zo effectief als meer geld ophalen, zijn echter maatregelen die zorgen dat de ondernemer minder geld hoeft uit te geven, aan het huren van kantoor- en labruimte, aan contractresearch of een van de vele andere gespecialiseerde diensten die nodig zijn. EZ kan ondernemers maar wat goed helpen het maximale uit hun euro te halen. Inzet van het ministerie om deze diensten toegankelijker en betaalbaarder te maken juichen wij dan ook van harte toe.
Hierbij is het alleen wel cruciaal dat bedrijven zelf de mogelijkheid hebben om te kiezen waarmee zij geholpen zijn. In de praktijk zien wij namelijk nog te vaak een mismatch tussen de behoefte van bedrijven en het beschikbare aanbod, en dat is ontzettend zonde. Acties om deze mismatch aan te pakken en vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, ontbreken helaas in dit plan, terwijl juist daar misschien wel de grootste uitdaging ligt. De voorgestelde vouchers kunnen wat ons betreft een goede manier zijn om het onderzoek in Nederland een boost te geven en daarmee investeringen in R&D aan te jagen, maar dan moeten ze wel vrij te besteden zijn bij de beste – publieke of private – aanbieder naar keuze.
Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre de MKB-innovatiestimulering Regio en Topsectoren R&D-Samenwerkingsprojecten (MIT R&D) aansluit bij de behoeften van biotech? In een infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.
De MIT R&D heeft als doel om samenwerking te stimuleren tussen verschillende mkb’ers die producten, productieprocessen of diensten ontwikkelen of vernieuwen. De regelingwordt door RVO gecoördineerd en zowel landelijk als regionaal uitgezet, met iedere provincie een eigen budget. De MIT R&D kent twee typen projecten. Voor kleine samenwerkingsprojecten kun je tussen de € 50.000 en € 200.000 aanvragen, waarvan per deelnemer € 25.000 tot € 100.000. Voor grote R&D-samenwerkingsprojecten kun je tussen de € 200.000 en € 350.000 aanvragen, waarvan per deelnemer tot wel € 175.000. De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten en heeft een maximale looptijd van twee jaar.
Wil een subsidie zoals de MIT R&D aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:
De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.
De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.
De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken.
De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.
De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.
Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.
Hoe scoort de MIT R&D?
Wanneer we de MIT R&D langs onze meetlat leggen, zien we het volgende:
Voor het ophalen van vervolgfinanciering scoort de MIT R&D heel positief, een 9 uit 10: het is een zuivere subsidie zonder terugbetalingsverplichting, pandrecht op IP of andere knellende voorwaarden die investeerbaarheid beïnvloeden. De regeling vormt daarmee een waardevolle steun in de rug voor bedrijven om extra R&D uit te voeren.
Ook over IP-bescherming is weinig negatiefs te zeggen. De subsidie verbetert de R&D- en kennispositie van het bedrijf, zonder daar een claim op IP aan te koppelen. Daardoor deel je het recht op IP niet met de subsidievertrekker, en scoort deze regeling op dit punt een 9 uit 10.
De administratieve last van de MIT R&D is goed in balans met het subsidiebedrag. De subsidiebedragen zijn niet gigantisch, maar de daarbij gevraagde administratieve last is laag ongeacht het type project. Voor kleine samenwerkingsprojecten scoort de MIT R&D daarom een 8 uit 10 en voor grote samenwerkingsprojecten een 9 uit 10.
De zeggenschap over het project wordt logischerwijs gedeeld door de verschillende samenwerkingspartner. Omdat individuele ondernemers daardoor iets minder invloed hebben, komen we uit op een score van 7 uit 10.
De doorlooptijd van de MIT-R&D verschilt per regio. Over het algemeen wordt tussen de dertien en zestien weken aangehouden, wat voor ons een score van 7 uit 10 betekent.
Het grootste minpunt van de MIT R&D is het beschikbare budget. Die is namelijk, volgens de beschikbare data van het landelijke budget, niet toereikend om alle kwalitatief voldoende voorstellen te honoreren. In 2024 zijn 23 van de 37 landelijke projecten buiten budget gevallen. Reden voor hollandbio om hier een 5 uit 10 voor te geven.
De MIT R&D-samenwerkingsprojecten biedt op veel vlakken dus waardevolle steun aan biotech bedrijven. Alleen zorgt het beperkte budget ervoor dat goede projecten nog redelijk vaak buiten de boot vallen. Heb jij ervaring met de MIT R&D, of heb je een andere kijk op deze regeling? Deel je ervaringen en inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-02 15:51:372025-12-02 15:51:39Subsidie langs de meetlat: sluit de MIT R&D aan bij biotech? ← #nieuws
Entrepreneuring in biotech holds great promise, but also persistent challenges. At hollandbio’s Failure Friday event, two seasoned biotech leaders shared their most valued lessons – not from successes, but from setbacks. In an open atmosphere, they offered the room full of peers not just honest anecdotes, but practical wisdom for anyone navigating the realities of biotech.
Between ambition and reality
Hollandbio’s Annemiek opened with a familiar contradiction: while biotech features prominently in political ambitions in The Hague and Brussels, companies still struggle with financing, slow regulation and limited reimbursement. Through member benefits, sharp monitoring, and long-term lobbying – such as our recent contributions to the Plan Wennink – hollandbio continues to push for a business climate where biotech can truly thrive. The speakers of the day, Erik van den Berg, CEO of MemoTherapeutics, and Tom van Aken, CEO of Avantium, didn’t shy away from sharing what went wrong along their journeys.
When great plans fail
Tom reflected on his company’s joint venture that once seemed promising but ultimately failed due to a cultural mismatch: “Whenever I met with our joint venture partner, they said: we’re paid to avoid risk. Well, that was the real difference.” Ending the partnership was painful, especially for a publicly listed company, but it was the right decision. Fortunately, a pre-agreed ‘divorce clause’ made the process manageable. From the audience came a helpful question executives should always ask themselves: “Can you handle the worst outcome?”
Boards, investors and tough choices
Governance challenges resonated strongly. Erik underlined the difficulty of managing investor-driven boards and the importance of transparency. Tom agreed and pointed out that as CEO, you must learn to let go of the details when your company grows: “Don’t be afraid to not know something, it’s fine to not know everything.” He stressed that boards must understand the business, not micromanage it. And that managing the board as CEO requires constant calibration of trust. When discussing tough financial decisions, Tom introduced a pragmatic mindset difficult to forget: “If dilution is the solution, you just do it.”
Failure as fuel for growth
Both speakers highlighted how their leadership evolved through the experience they shared. Erik learned to step back from solving every issue himself and move into a more coaching role, while Tom learned to trust his intuition in hiring and team building. With these wise lessons, Failure Friday once again demonstrated: setbacks are not endpoints, but valuable data points. A very special thank you to Erik van den Berg and Tom van Aken for their openness, and to all participants for contributing to an atmosphere where lessons from failure strengthen the entire biotech community. See you at our next event: The Hollandbio Year Event taking place on January 29th!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2025-12-02 14:38:432025-12-02 15:07:29Dare to fail and grow together: Lessons from Failure Friday← #nieuws
Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3% serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de 3%- actie voor de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), in potentie een gamechanger voor risicovolle technologieontwikkeling.
De ambitie van het NADI is groot: innovatiegerichte programma’s die de uitdaging aangaan om strategische publieke opgaven aan te pakken. Tijdelijke dreamteams van wetenschappers en ondernemers krijgen een strak tijdspad om te experimenteren. Geen resultaat? Dan gaat de stekker eruit. Wel potentie? Dan maakt NADI snelle opschaling mogelijk. NADI maakt van versnipperde instrumenten één krachtige structuur die doorbraken forceert in biotech, quantumcommunicatie, digitale veiligheid en stikstofreductie. Uniek is daarbij dat NADI niet alleen financiert, maar ook optreedt als eerste klant. Daarmee vergroot het de impact van publieke R&D, trekt private investeringen aan en jaagt maatschappelijke toepassingen vooruit. Kortom: NADI moet geen praatclub worden, maar een lanceerplatform voor echte innovatie.
Het kabinet laat zich in de plannen voor NADI inspireren door succesvolle initiatieven in het buitenland. Denk aan DARPA in de VS, dat al in 1958 werd opgericht en een jaarlijks budget van zo’n $4,5 miljard te verspijkeren heeft om onder het motto “From the impossible, to the improbable, to the inevitable” bij te dragen aan de Amerikaanse nationale veiligheid.Of het Britse ARIA (Advanced Research and Invention Agency) dat met £800 miljoen voor vijf jaar inzet op radicale innovatie met de missie “Empowering scientists to reach for the edge of the possible.” En ook buurland Duitsland investeert met SPRIN-D (Bundesagentur für Sprunginnovationen) jaarlijks €250 miljoen om “A home for people with radical new ideas” te creëren.
Veel budget, volledige vrijheid voor knappe koppen en een ronkende missie: hollandbio wordt er nu al blij van. Sluit ook lekker aan bij ons pleidooi: weg met versnipperde loketten, instrumenten en knellende calls, en tijd voor een krachtige aanpak om innovatie te versnellen. Want zo krijgt ook biotech de ruimte om bij te dragen aan oplossingen die niet uit zichzelf van de grond komen: oplossingen voor een volgende pandemie, voor het vervangen van fossiele grondstoffen en voor de vele andere vragen over ziekte en gezondheid. Via NADI kunnen deze thema’s de aandacht krijgen die nodig is om technologie en kennis te ontwikkelen voor een betere gezondheid van mens, milieu en planeet.
Doorbraken ontstaan echter niet in een sprint, maar in een marathon, zo ziet hollandbio elke dag weer. NADI moet dan ook meer zijn dan een kortstondige impuls. Het vraagt geld met een lange adem, vertrouwen van investeerders en zekerheid voor teams die aan complexe vraagstukken werken. Alleen zo worden ideeën oplossingen. Geen bureaucratische slalom, geen verstikkende IP-regels. Mislukken? Dat is geen straf, maar brandstof voor leren en versnellen. Deeptech – zoals biotech – verdient een budget dat past bij de uitdaging én de impact. Geef knappe koppen de vrijheid om samen te bouwen aan doorbraken. Voor een samenleving die klaar is voor de uitdagingen van morgen.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2025-11-25 16:41:332025-11-25 21:19:293%-R&D Actieplan, deel 3: Vrijheid en zekerheid voor doorbraken met een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)