Europe accounts for just 7% of global life sciences Venture Capital (VC), and 66 of 67 EU biotech IPOs in the past six years have been listed outside the EU. Europe is failing to scale life science innovation, held back by fragmented capital markets and structural investment barriers. Reason enough for a group of leading VC firms, such as Forbion and Sofinnova Partners, together with research institutions and sector stakeholders, to launch the European Life Sciences Coalition (ELSC) in association with Invest Europe. The coalition collectively manages more than €24 billion in life sciences assets and supports over 1400 companies. Its goal is to mobilise significantly more private and public investment, improve capital deployment, and create a more integrated environment for scaling European biotech. Ultimately, the ELSC aims to ensure that Europe can finance, grow, and retain its scientific and commercial breakthroughs, securing a strong global position in biotech.
Als we willen dat we met biotech ons toekomstige verdienvermogen veiligstellen, dan is er werk aan de winkel. Dat concludeert De Telegraaf in een recent artikel, dat beschrijft hoe kapitaal moeilijk te verkrijgen is en hoe strenge regels in Nederland bedrijven vaker laten overwegen om de toekomst in het buitenland te zoeken. Enorm zonde als het je het hollandbio vraagt. We ontwikkelen geweldige slimme oplossingen in Nederland, maar als bedrijven niet hier kunnen schalen door gebrek aan financiering, knellende regelgeving of slechte toegang tot de markt, dan verdwijnt de winst naar het buitenland. ‘Het is wrang dat wat hier ontwikkeld is, niet voor de Nederlandse patiënt beschikbaar is,’ beschrijft Erik Holl, algemeen directeur van Johnson & Johnson Nederland, treffend in het stuk.
De Telegraaf haalt als voorbeeld de situatie van biotechbedrijf Glycostem aan, dat in Oss werkt aan een behandeling tegen verschillende soorten kanker. Na succesvolle eerste klinische studies is er nu substantieel kapitaal nodig om fase 2 en 3 te bekostigen. In Nederland of Europa is het lastig om bij elkaar te krijgen. Bij gebrek aan beschikbare financiering overweegt het bedrijf daarom uit te wijken naar onder meer de Verenigde Staten of China. Die beweging is ook terug te zien in cijfers. Waar de VS in 1990 nog 26% van alle R&D‑investeringen voor nieuwe geneesmiddelen voor zijn rekening nam, is dat inmiddels 55%. Europa ging in dezelfde periode van 49% naar slechts 33%, aldus de sectoranalyse van de ING.
Wat hollandbio betreft, is de boodschap duidelijk: willen we een leidende rol blijven spelen in biotech, dan moeten we nú werk maken van betere toegang tot kapitaal, slimme regelgeving en aantrekkelijke markttoegang voor innovatieve bedrijven. Momenteel zijn er via het rapport van Peter Wennink, de kabinetsbrede visie biotechnologie en Europese Biotech Act veel plannen gemaakt, maar aan alleen plannen hebben bedrijven weinig. Het is tijd dat we in Nederland en Europa overgaan tot actie. Alleen dan kunnen we de geweldige dingen die we in Nederland uitvinden ook omzetten in economische en maatschappelijke winst in ons eigen land.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-02-10 14:46:282026-02-10 14:47:51Doorbraken in de zorg verdwijnen naar het buitenland← #nieuws
Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre De Vroege Fase Financiering (VFF) aansluit bij de behoeften van biotech? In een nieuwe infographic scoren we deze subsidie op een schaal van 1 tot 10.
De Vroege Fase Financiering (VFF) is een lening die innovatieve starters en het mkb helpt om een kansrijk idee van plan- naar startfase te brengen. Het merendeel van de aanvragers is actief in High Tech Systemen & Materialen en zo’n 20% in biotech, waarvan 15.5% in Life Science & Health en 4,7% in Agri & Food. Voor bedrijven verloopt de verstrekking via de regio’s Noord‑Holland, Zuid‑Holland, Utrecht, Zeeland en Noord‑Brabant, of via RVO voor de rest van Nederland. Aanvragen van academische en toegepast‑onderzoeksorganisaties lopen via NWO. De precieze eisen en voorwaarden kunnen per regio of aanbieder verschillen. Een intentieverklaring van een private investeerder voor de periode na de VFF is altijd vereist. Afhankelijk van het type organisatie financiert de VFF 35% tot 100% van het projectbedrag, dat in totaal minimaal €50.000 en maximaal €450.000 bedraagt.
Wil een subsidie zoals de VFF aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:
De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.
De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.
De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken.
De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.
De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.
Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.
Hoe scoort de VFF?
Wanneer we de VFF langs onze meetlat leggen, ontstaat het volgende beeld:
Om in aanmerking te komen voor een VFF-lening, is een intentieverklaring voor vervolgfinanciering verplicht. Voor biotech bedrijven met een hoge kapitaalbehoefte wringt dit: investeerders steken hun geld liever direct in onderzoek en ontwikkeling dan in het aflossen van een lening voor eerder werk. Daarnaast gelden strikte financieringsvoorwaarden: afhankelijk van het type organisatie financiert de VFF 35% (groot mkb), 45% (klein mkb) of 100% (innovatieve starters) van het project, en die lening met een rente van 7,21% (voor 2025) moet vanaf drie jaar na de start al worden terugbetaald. Dat is voor biotechbedrijven extra uitdagend, omdat inkomsten in die fase doorgaans nog niet in zicht zijn. Ook blijken de VFF-voorwaarden per regio te verschillen: in Zuid-Holland betreft de subsidie bijvoorbeeld een converteerbare lening die loopt via UNIIQ. De nationale regeling biedt deze mogelijkheid niet en is daardoor minder aantrekkelijk voor vervolgfinanciering. Door deze combinatie van beperkingen scoort de regeling op dit onderwerp een 4 uit 10.
Op het gebied van IP-bescherming scoort de VFF sterk: 9 uit 10. Als het IP bij het bedrijf in bezit is of via een exclusieve licentie is verkregen, blijft het daar. Bij aanvragen via NWO geldt zelfs een extra verplichte verklaring dat de betrokken kennisinstelling bereid is: “zodanige rechten op de intellectueel eigendom te verlenen zodat dit later in het proces geen belemmering vormt”. Daarmee sluit de regeling goed aan op de investeerbaarheid van biotech innovaties.
De administratieve last voor de VFF is merkbaar. Het is even zoeken bij welk regionaal of nationaal loket je precies moet zijn en ook de aanvraag zelf kost best wat tijd. En daarnaast voegt het rondkrijgen van de intentieverklaringen van private financiers ook extra druk toe. Het bedrag dat je er bij toekenning voor terugkrijgt, kan echter wel substantieel en daarmee de moeite waard zijn, wat zorgt voor een score van 6 uit 10.
De VFF laat de zeggenschap over het project volledig bij het bedrijf zelf, zonder dat er een consortium hoeft worden opgetuigd. Wel moet een investeerder vooraf een intentieverklaring afgeven, wat de wendbaarheid van het bedrijf in de vroege fase beperkt – een moment waarop juist nog van alles kan veranderen. We geven daarom een 7 uit 10.
De standaard doorlooptijd van de VFF is met 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode netjes en voorspelbaar. Toch blijkt deze in de praktijk per regio te kunnen verschillen en soms langer uit te vallen. Dat is jammer, want een korte en voorspelbare doorlooptijd helpt bedrijven plannen en zorgt ervoor dat projecten relatief snel kunnen starten. Daarom scoort de VFF op dit onderdeel wat ons betreft een 8 uit 10.
Het relatief lage slagingspercentage van 32% laat zien dat de vraag aanzienlijk hoger is dan het beschikbare budget. Dat is zonde, want daarmee kan deze aantrekkelijke regeling niet iedereen bedienen, wat zorgt voor een score van 6 uit 10.
Al met al is de VFF een bruikbare optie voor biotech bedrijven om de vroege fase van productontwikkeling te financieren. Op IP-bescherming en doorlooptijd scoort de regeling goed. Tegelijkertijd zijn het lage slagingspercentage en de verplichtingen rond vervolgfinanciering belangrijke knelpunten waar wat ons betreft nog winst te behalen is.
Heb jij ervaring met de VFF, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-02-10 11:23:492026-03-26 16:58:42Subsidie langs de meetlat: sluit de Vroege Fase Financiering aan bij biotech?← #nieuws
Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag is het plan om een Nationale EU-cofinancieringsvoorziening op te richten aan de beurt, een maatregel die, in de ogen van hollandbio te kleinschalig, is opgenomen in de plannen van de formerende partijen.
In de kamerbrief over het 3% actieplan staat beschreven dat Nederland een verkenning wil doen naar het oprichten van een Nationale EU-cofinancieringsvoorziening. De aansluiting met Europese geldstromen is volgens het ministerie niet altijd makkelijk te regelen omdat de nationale begrotingscyclus vaak niet aansluit op de tijdslijnen van Europese initiatieven. Om deze reden wil het ministerie inzetten op een meerjarige voorziening die de benodigde cofinanciering op nationaal niveau kan regelen en er zo voor zorgt dat Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven toegang hebben tot geld uit Europese initiatieven zoals Important Projects of Common European Interest (IPCEI), de Chips Act, Joint Undertakings of thematische partnerschappen op het gebied van onder andere biotechnologie. In het regeerakkoord van de formerende partijen valt al te lezen dat dit plan al verder tot uitwerking komt. Zo valt in de plannen te lezen dat er €100 miljoen vrijgespeeld wordt om deel te nemen aan de hierboven opgesomde activiteiten.
Hollandbio juicht een betere aansluiting op Europees geld toe. Biotech bedrijven van eigen bodem zijn in de regel op zoek naar grote bedragen, die op nationaal niveau slechts mondjesmaat beschikbaar zijn. De huidige mismatch leidt ertoe dat we onvoldoende in staat zijn in te springen op specifieke stimuleringsinitiatieven van de Europese Commissie. Nederland komt daardoor op achterstand ten opzichte van andere lidstaten, die wel in staat én bereid zijn om significante middelen vrij te spelen om sleutelindustrieën te ondersteunen. Een structurele nationale cofinancieringsvoorziening kan dit probleem verhelpen en de innovatiekracht van Nederland effectief een impuls geven.
Details over de plannen zijn nog niet bekend, maar wat hollandbio betreft houden we de opzet van de EU-cofinancieringsvoorziening zo snel en simpel mogelijk. Dat kan allereerst door de met de Nationale Technologie Strategie en het Industriebeleid ingezette keuze voor sectoren van strategisch belang, zoals biotech, vast te houden. Ook het inbedden van de voorziening bij een bestaande organisatie met de benodigde expertise, zoals Invest-NL of RVO, alsook het voorkomen van extra nationale voorwaarden, dragen bij aan de eenvoud en snelheid die de biotech sector nodig heeft. Tot slot is uiteraard de omvang van het vrij te spelen budget niet onbelangrijk. In het kersverse coalitieakkoord zien we dat de coalitiepartners €100 miljoen alloceren voor economie en innovatie. Dat klinkt misschien als veel geld, maar is slechts een druppel op een gloeiende plaat. Immers, dit budget is bedoeld voor én de uitvoering van de Nationale Technologiestrategie, én regionale innovatieclusters, én deelname aan Europese innovatieprogramma’s én publiek-private innovatieprogramma’s, en geldt bovendien voor alle sectoren samen, dus niet alleen biotech. Hollandbio betwijfelt daarom of het budget toereikend is om de ambitieuze doelstellingen van de co-financieringsfaciliteit te realiseren. Kortom: een zeer welkom initiatief, maar willen we biotech bedrijven van eigen bodem daadwerkelijk wind meegeven, dan mag er wat ons betreft een stevige schep bovenop.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-02-03 18:21:332026-02-16 09:11:423%-R&D Actieplan, deel 6: Nationaal meefinancieren voor Europese kansen met een Nationale EU-cofinancieringsvoorziening ← #nieuws
Nederlanders zijn aanpakkers. We zien een probleem, bedenken slimme oplossingen en doen het. Daarom zijn we ook koploper in biotech. Niet omdat het vanzelf ging, maar omdat we al jaren bouwen op een stevig fundament van kennis, lef en samenwerking. Die positie hebben we niet cadeau gekregen. We hebben deze verdiend door slimme investeringen en durf. Nu het optimisme in biotech weer komt bovendrijven, wordt eens te meer duidelijk dat Europa dit onvoldoende weet te kapitaliseren.
Nederlander leidt weer Amerikaanse beursgang
Voor het eerst in tien jaar brengt een Nederlandse ceo weer eens een bedrijf naar de Nasdaq-beurs. Alle reden voor het FD voor een profiel over Tim Knotnerus (achter inlog), die in New York $100 mln wil ophalen voor het Vlaamse biotechbedrijf Agomab Therapeutics. Knotnerus treedt daarmee in de voetsporen van Hans Schikan met Prosensa (2013), Daniel de Boer met Proqr (2014) en Ton Logtenberg met Merus (2016). ‘Zo’n beursgang op de Nasdaq is “een memory for life”, zegt Hans Schikan die het hele proces dertien jaar geleden meemaakte. “Het is ontzettend leuk, maar het is ook heel spannend of het gaat lukken.” De voortekenen voor Agomab lijken gunstig. Nu de biotechindex van de Nasdaq op recordhoogte staat, zien meer biotechbedrijven dat het momentum voor een beursgang gunstig is.’
Binnenlands biotech blinkt uit buiten Europa
Jaar na jaar blijkt: Nederlandse biotech blinkt uit, maar dan wel op de Amerikaanse beurs. Want terwijl andere landen niets ontziend stappen zetten om zich technologische vooruitgang toe te eigenen, blokkeren wij onszelf. Innovaties lopen vast in regels en vergunningen, talent vertrekt en doorbraken waarvoor wij de basis legden worden in het buitenland verzilverd. Zo raken we niet alleen onze koppositie kwijt, maar ook de dingen waar we allemaal beter van worden: nieuwe medicijnen, voeding en materialen die slimmer en schoner worden gemaakt, en een economie die blijft draaien.
VS aantrekkelijk voor biotech, moet ook Europese beursmaatschappij erkennen
In het AD erkent René van Vlerken, topman van de Europese beursmaatschappij Euronext Amsterdam, desgevraagd dat sommige bedrijven juist sneller naar de aandelenbeurs in de Verenigde Staten gaan, omdat ze daar meer geld op kunnen halen. Alle bedrijven? “Nee, dat valt heel erg mee. Alleen voor sommige biotech- en gezondheidsbedrijven is de VS aantrekkelijk.” Dat is natuurlijk doodzonde en zo hoeft het niet te gaan. Een van de oplossingen zit in de Europese kapitaalmarktunie, waar het Draghi-rapport twee jaar geleden alweer op aandrong. Daar ziet de topman ook wel brood in, net als in betere begeleiding: “We moeten bedrijven door de hele financieringscyclus begeleiden. Een goedwerkende kapitaalmarkt is essentieel voor een aantrekkelijk ondernemingsklimaat. Als je het bedrijfsleven als pinautomaat gebruikt, verslechter je het vestigingsklimaat.” Toch ziet hollandbio dat er meer nodig is. Nederlandse bedrijven kiezen vooral voor de VS vanwege hun hogere risicobereidheid, investeerders met diepere zakken en meer kennis rondom biotech. Meer dan wat extra geld en een schouderklopje dus.
Wanneer nu eens echt Euro next?
Willen we een ijzersterk innovatieklimaat, dan is het essentieel om biotech nu de ruimte te geven om te floreren. Nederland is groot geworden door te doen, niet door af te wachten. Dit is het moment om vooruitgang te blijven omarmen: investeren in slimme oplossingen, bouwen op onze kracht en ruimte geven aan knappe koppen. Zo blijven we onafhankelijk van landen zoals China en Rusland, en zijn we niet afhankelijk van de grillen van vijandige leiders met autocratische trekken in landen waarvan het onzeker is of ze in de toekomst nog hun democratische rechtsstaat kunnen waarborgen. Door nu de juiste keuzes te maken, houden we zelf de regie over onze toekomst. Tot op heden mag dan wel America first gelden, wij moeten ons de vraag durven stellen: wanneer maken we nu eens echt werk van Euro next? Onze ondernemers tonen lef, het is hoog tijd dat er leiderschap opstaat binnen onze overheid.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-02-03 16:29:502026-02-03 16:29:52Van America first naar Euro next← #nieuws
Biotech staat duidelijk op de kaart. De sector is aangewezen als een van de tien sleuteltechnologieën binnen de Nationale Technologiestrategie (NTS), als een van de zes specifieke markten in het aangekondigde Industriebeleid met focus, als een van de vier focusdomeinen in het rapport-Wennink én als een van de vier strategische technologieën van het Europese Competitiveness Fund. Tegelijkertijd bleef directe actie of extra financiering tot nu toe grotendeels nog uit, maar daar lijkt verandering in te komen. Zo heeft Invest-NL in de nieuwe strategie voor 2026-2028 een bredere focus voor een duurzaam, innovatief en weerbaar Nederland met een duidelijke plek voor alle smaken van biotech. Ook hebben de de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) in hun Regionaal Versterkingsplan Nationale Technologie Strategie duidelijke aandacht voor biotech als een van de vijf absolute prioriteiten. Daarnaast heeft het European Innovation Council aangekondigt dat dat vóór de zomer de eerste financiering uit het Scale-Up fund beschikbaar komt. Zo lijkt er een vervolg te worden gegeven aan de plannen, en dat juicht hollandbio van harte toe!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2026-02-03 12:10:012026-03-25 12:20:38Strategische prioriteit biotech lijkt steeds vaker tot financieringsmogelijkheden te leiden← #nieuws
Afgelopen maandag presenteerde de Kennis- en Innovatieagenda Sleuteltechnologieën officieel de tien actieagenda’s voor de Nationale Technologiestrategie (NTS). Hollandbio leverde een grote bijdrage aan de totstandkoming van de actieagenda “Biomolecular & Cell Technologies” (lees: biotech), die ervoor moet zorgen dat Nederland niet alleen technologisch tot de wereldtop behoort, maar dat biotech vindingen bovendien zo snel en goed mogelijk hun weg vinden van lab naar maatschappij. Want alleen dan kan biotech optimaal bijdragen aan prangende maatschappelijke opgaven en aan het verdienvermogen van Nederland.
Begin 2024 koos het ministerie van Economische Zaken (EZ) in de Nationale Technologiestrategie (NTS) voor tien strategische technologieën met grote waarde voor de toekomst van Nederland door hun bijdrage aan maatschappelijke opgaven én het nationale verdienvermogen, waaronder Biomolecular & Cell Technologies (B&CT, lees: biotech). Afgelopen maandag kreeg die keuze een vervolg met de officiële overhandiging van tien actieagenda’s aan minister Karremans, die samen een nationale investeringsbeweging vormen van 53 innovatieprogramma’s en ruim €14 miljard aan publiek-private samenwerking.
Met de actieagenda B&CT zet Nederland in op het beter benutten van baanbrekende technologieën voor gezondheid, duurzaamheid en voeding. Van lab naar leven, van idee naar impact: technologische doorbraken hebben pas waarde als ze daadwerkelijk worden toegepast. Nederland beschikt over een sterke kennisbasis en een goed gevulde innovatietrechter, maar de route van onderzoek naar markt is lang terwijl de internationale concurrentie versnelt. Om te voorkomen dat innovaties wegvloeien naar het buitenland is gerichte implementatie nodig. Door voort te bouwen op bestaande sterktes, met heldere spelregels en samenwerking tussen overheid, wetenschap, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, worden innovaties tastbaar én economisch waardevol.
Niet technologieontwikkeling, maar opschaling en markttoegang zijn de komende tien jaar het kantelpunt, zo stelt de actieagenda B&CT. Daarom zet de actieagenda in op vijf programma’s die structurele knelpunten in opschaling en markttoegang van biotech innovaties aanpakken:
Breeding accelerator: gericht op de inzet van AI en digitalisering om innovatieve veredeling een boost te geven. Snellere introductie van nieuwe gewassen betekent een concurrentievoordeel in toekomstbestendige voedselproductie.
Ferm-Bridge NL: gericht op de bouw van een commerciële demonstratiefaciliteit voor industriële fermentatie. Marktwaardige eerste producties zijn cruciaal voor opschaling en vormen de springplank voor nieuwe marktleiders in klimaatvriendelijk voedsel.
Zero Emission Biomanufacturing (ZEB): gericht op het vergroten van de beschikbaarheid van duurzame reststromen en het verminderen van de huidige afhankelijkheid van suikers als grondstof voor bioproductie – een van de grootste bottlenecks voor industriële biotechbedrijven die willen opschalen.
Samen gezond & sneller beter: gericht op hervorming van het zorgsysteem, zodat innovatieve behandelingen en diagnostiek de patiënt kunnen bereiken.
Organ-on-a-chip: gericht op het versterken van het Nederlandse Organ-on-a-Chip-ecosysteem, zodat koplopers kunnen opschalen naar industriële, reproduceerbare humane ziektemodellen.
Afgelopen week was hollandbio te gast bij minister Karremans van Economische Zaken. Aanleiding was de afschaffing van de farmaciebrief binnen de WBSO, een onfortuinlijk besluit waarover hollandbio een maar liefst 129 keer ondertekende brandbrief stuurde. Want hoewel het ministerie zich vol wil inzetten op het succes van de Nederlandse biotech sector, zet dit specifieke besluit het toch al kwetsbare Nederlandse klimaat voor klinisch onderzoek verder onder druk. Een typisch geval van gas geven en remmen tegelijk, vindt hollandbio. Tijdens het constructieve gesprek toonde Minister Karremans begrip voor de sectorstandpunt, al zag hij geen ruimte het besluit terug te draaien. Hollandbio verwacht dat het ministerie van EZ en RVO de omvang en de impact van de farmaciebrief onderschatten. Daarom spraken we af gezamenlijk de impact van de maatregel te monitoren, waarbij wij bij voorkeur de effecten ook vooraf beter in kaart brengen zodat tijdige bijsturing mogelijk is.
Brandbrief
Nederland is groot geworden door te doen. Door kennis en samenwerking zijn we al jaren een toplocatie voor biotech en klinisch onderzoek. Toch besloot het Ministerie van Economische Zaken om de farmaciebrief – een toelichting binnen de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) die bepaalt voor welke activiteiten van Contract Research Organisations (CRO’s) fiscale innovatieondersteuning geldt – per 2027 af te schaffen. Maar liefst 129 mensen uit het hele Nederlandse biotech-ecosysteem ondertekenden daarop hollandbio’s brandbrief, waarmee we een krachtig signaal afgaven van brede zorg over de gevolgen van dit besluit voor onze innovatiekracht.
Nederland maakt werk van biotech
Wat hollandbio betreft staat de afschaffing van de farmaciebrief haaks op de ambitie van het kabinet om in 2040 een wereldwijde koppositie te hebben als het gaat om onderzoek, ontwikkeling én implementatie van biotech innovaties, zoals vastgelegd in de integrale visie biotechnologie. Ook binnen het ministerie van Economische Zaken zelf staat biotech hoog op de agenda: de sector is een speerpunt binnen het industriebeleid, de nationale technologiestrategie én het recente advies van oud-ASML topman Peter Wennink. Die ambities vragen erom dat beleidskeuzes die ons ecosysteem raken vooraf goed worden overwogen.
Voorkomen is beter dan genezen
Tijdens het constructieve gesprek met Minister Karremans lichtte hollandbio’s Annemiek de zorgen van de sector nader toe. Ze vroeg de bewindsman het besluit ofwel te heroverwegen, ofwel te zorgen voor een alternatieve borging van CRO-activiteiten binnen de WBSO. Helaas bleek daar geen ruimte voor.
Hollandbio ziet dat de omvang van de negatieve effecten op bedrijven, kennisinstellingen en het klinisch onderzoeksklimaat groter zijn dan het ministerie van EZ en RVO nu schetsen. Daarom zetten we, naast dat we de impact gezamenlijk nauwlettend monitoren, erop in dat we de effecten van het afschaffen van de farmaciebrief vooraf beter in beeld krijgen zodat tijdige bijsturing mogelijk blijft, naast dat we de impact gezamenlijk nauwlettend monitoren.
Gelukkig liet de minister weten de noodzaak tot het sturen van brandbrieven in de toekomst wel te willen helpen voorkomen. Hollandbio’s aanbod om meer structurele samenwerking vorm te geven tussen het ministerie en het biotech bedrijfsleven kon daarbij op instemming van de minister rekenen. Die uitgestoken hand nemen wij natuurlijk maar wat graag aan!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2026-01-27 16:01:432026-01-28 09:16:11Hollandbio aan tafel bij Minister Karremans: gas erop voor biotech, maar rem op de farmaciebrief← #nieuws
Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken (EZ) negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de actie gericht op het mobiliseren van 3 miljard euro institutioneel kapitaal voor R&D-intensieve scale-ups.
Het ministerie van EZ wil dat in 2030 drie miljard euro van institutionele beleggers is geïnvesteerd in risicokapitaal voor R&D‑intensieve scale-ups. Dit helpt om het huidige tekort aan voornamelijk grotere risico-investeringen (>€ 50 miljoen) in Nederland te verkleinen. Institutionele beleggers zijn professionele partijen met diepe zakken, zoals pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen en beleggingsfondsen, die op grote schaal en vaak voor de lange termijn investeren. Zij doen dit direct in bedrijven, of via fonds-in-fondsconstructies. Hoewel investeringen vanuit pensioenfondsen in durfkapitaal de afgelopen jaren al zijn toegenomen, en er groeiende bereidheid is om meer te investeren in impactvolle start- en scale-ups, gebeurt dat nog onvoldoende, aldus EZ. Dat heeft met name te maken met het zogenaamde absorptievermogen: veel bestaande deeptech fondsen zijn simpelweg te klein voor de veel grotere sommen geld waarmee institutionele beleggers in de regel werken, waardoor ze hun geld daar niet efficiënt genoeg kunnen wegzetten om voldoende rendement te behalen voor het uitkeren van pensioenen aan miljoenen mensen.
EZ noemt drie mogelijkheden om meer institutioneel kapitaal aan te trekken voor R&D‑intensieve scale-ups. Ten eerste ziet het ministerie in een belangrijke rol voor Invest-NL, het publieke investeringsfonds van Nederland, dat samen met institutionele beleggers capaciteit en expertise kan bundelen om bijvoorbeeld fonds-in-fonds constructies op te zetten van voldoende omvang. Ten tweede kan Nederland meer investeren in het European Tech Champions Initiative, een Europees fonds‑in‑fonds van momenteel €3,85 miljard, dat co-investeert om Europese scale‑ups hier te houden. Tot slot onderzoekt het ministerie mogelijkheden om kennis over innovatieve sectoren bij institutionele beleggers te vergroten, bijvoorbeeld door ondersteuning bij de technische beoordeling van investeringsproposities (de zogenoemde due diligence), om hen zo meer zekerheid te bieden om te investeren.
Hollandbio juicht de ambitie en manieren van EZ om meer institutioneel kapitaal beschikbaar te maken voor scale-ups van harte toe. Want juist biotech bedrijven stranden vaak in de beruchte valley of death: de fase waarin bedrijven veel geld (in de regel > 50 miljoen) nodig hebben om hun productontwikkeling verder te brengen, maar waarin het risico op falen nog levensgroot is. In Nederland en Europa zijn publieke financieringsinstrumenten vaak ontoereikend voor deze grote bedragen, terwijl private investeerders het risico nog te groot vinden om over de brug te komen. Veel biotech bedrijven lukt het dan ook niet om op tijd geld op te halen. En de bedrijven die er wel in slagen de financieringsuitdaging te beslechten, halen het geld vaak vanuit het buitenland. Zo staan Amerikaanse investeerders bekend om hun risico-appetijt en bereidheid om grotere bedragen te investeren. Dat heeft al het risico dat de scale-up zelf het geld achternagaat en naar het buitenland vertrekt, met in hun kielzog hun economische en maatschappelijke baten. Voor het behoud en de doorgroei van deze bedrijven op eigen bodem is het versterken van het Europese financieringslandschap dan ook cruciaal.
Hollandbio ziet een prachtige match tussen de kracht van institutionele beleggers en de behoefte van de biotech sector. Biotech innovatie is immers kostbaar, duurt lang, en risicovol, waardoor bedrijven gebaat zijn bij investeerders met lef, diepe zakken en geduld. Daarbij klinkt een steeds sterkere roep van spaarders en werknemers aan bijvoorbeeld banken en pensioenfondsen om maatschappelijk te investeren: in sectoren die de wereld beter maken in plaats van kapot. En laat de biotech sector nou bij uitstek kunnen bijdragen aan de gezondheid van mens, dier en planeet.
Het ABP heeft die gouden match in ieder geval alvast perfect in de smiezen. Het op vier na grootste pensioenfonds ter wereld investeerde via APG direct in Vivici, een biotech topper die met precisie fermentatie hoogwaardige eiwitten produceert. Ook steekt het pensioenfonds geld in private-equityfondsen die investeren in biotech – zoals EQT, Gilde Healthcare en het Innovation Industries Fund III, waar onder meer aardappel-powerhouse Solynta in de portefeuille zit. Laat EZ dus vooral haar voordeel doen met de kennis, ervaring en behoefte van institutionele koplopers die de sprong naar biotech al maakten. Want goed voorbeeld, doet goed volgen. Moedig voorwaarts op naar de 3 miljard!
Het is geen nieuws dat Europese bedrijven, en in het specifiek biotechs, vaak vertrekken naar het buitenland. Maar zelden werden de feiten hierover zo scherp blootgelegd als in een recent rapport van de Europese Investeringsbank (EIB), uitgevoerd door EY. Tussen 2008 en 2021 verhuisden bijna 30% van de Europese unicorns (startups met een waarde van boven de $1 miljard) het hoofdkantoor naar het buitenland, meestal naar de Verenigde Staten. De belangrijkste redenen zijn een gunstiger financieringsklimaat, een aantrekkelijke markt om het product als eerste te lanceren en meer groeimogelijkheden. Diezelfde factoren kwamen ook naar voren in onderzoek van hollandbio’s Hanna naar de relocatie van Nederlandse biotechs. Europa werkt hard aan plannen om dit te voorkomen, zoals de EU Biotech Act, het Competitiveness Compass en – dichter bij huis – de aanbevelingen van het Rapport Wennink. Maar als we het tij écht willen keren, is ook actie nodig. En snel ook!
Wat hollandbio betreft is het tijd om tempo te maken en onze mooie plannen om te zetten in concrete actie. Gelukkig laat het EIB‑rapport ook zien dat er volop ruimte is om vooruitgang te boeken. Geïnterviewde bedrijven noemen bijvoorbeeld het moderniseren en harmoniseren van regelgeving, betere toegang tot passende financiering, het oplossen van human capital-knelpunten via soepelere kennismigratieregels en investeren in educatie en ondernemersklimaat als cruciale stappen. Dat bedrijven vertrekken is een symptoom van een achterstand die Europa heeft opgebouwd. Hollandbio maakt zich hard voor de noodzakelijke ommekeer – de cijfers en rapporten zijn duidelijk: er is geen tijd te verliezen.