← #nieuws

3%-R&D Actieplan, deel 8: Van kennis naar impact met betere valorisatie

,

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) negen maatregelen die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag zoomen we in op de 3%-acties voor betere valorisatie van kennis. Eerder liet hollandbio zien dat deze nog altijd lost in translation is. Hoog tijd dus voor actie!

In het 3%-actieplan signaleert EZK dat Nederland excelleert in academisch onderzoek, maar zijn sterke kennispositie wordt nog onvoldoende vertaald naar economische en maatschappelijke impact: het aantal spin‑offs en doorgroeiende startups blijft achter. Dat is een gemiste kans, omdat juist deze academische kennis een belangrijke bron vormt voor de R&D‑intensieve bedrijven van de toekomst. Belemmeringen liggen volgens het ministerie onder meer in beperkte prikkels voor valorisatie binnen kennisinstellingen, waar onderzoekers vooral op wetenschappelijke output worden beoordeeld, en in een moeizame omgang met intellectueel eigendom (IE). Hoewel het actieplan programma’s als Erkennen & Waarderen en de introductie van standaard deal terms als belangrijke stappen benoemt, lopen ondernemende onderzoekers en bedrijven nog te vaak vast in langdurige onderhandelingen, zo schrijft de minister.  

Om de vertaling van onze sterke kennispositie naar economische en maatschappelijke impact te verbeteren, werken de ministeries van OCW en EZK samen aan de versterking van valorisatie. De beide ministeries denken met onder meer heldere mandaten en structurele financiering voor TTO’s en KTO’s, brede implementatie van de standaard deal terms en mogelijke bemiddeling bij IE‑geschillen, hier werk van te kunnen maken. De  Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) gaat op hun verzoek adviseren over mogelijke vervolgacties. Tot slot geeft de minister aan een instrument voor vraaggedreven valorisatie te onderzoeken. Het verlagen van de drempel voor ondernemers van buiten de kennisinstellingen om aan de slag te gaan met nieuwe kennis kan mogelijk voorkomen dat kennis op de plank blijft liggen, aldus het ministerie.  

Hollandbio is het met de minister eens: van kennis die op de plank blijft liggen, wordt niemand beter. We zijn dan ook blij met initiatieven die serieus werk maken voor betere en snellere valorisatie. Tegelijkertijd bekruipt ons bij het lezen van de ministeriële plannen een gevoel van déjà vu. Ze brengen ons terug naar 2021, toen de AWTI het rapport Kansen pakken met kennis publiceerde. De boodschap toen was glashelder: zorg dat onderzoekers en ondernemers elkaar vinden, stimuleer kennisuitwisseling via mensen en organiseer valorisatie op maat met professionele ondersteuning. In datzelfde jaar kwamen ook de KTO’s zelf met een plan om het nationale valorisatie‑ecosysteem te versterken. Hun voorstel bestond uit drie bouwstenen: een landelijk knowledge transfersysteem van wereldklasse, sterkere samenwerking met ecosystemen en het gezamenlijk, gericht uitbreiden van KTO‑capaciteit. 

Het ministerie lijkt te missen dat er sinds die tijd best al wat is gebeurd. Vandaag de dag is bijvoorbeeld Biotech Booster up‑and‑running, precies met het doel om de commercialisatie van biotechvindingen in Nederland een boost te geven en een duurzame verbetering in de nationale valorisatiepraktijken te bewerkstelligen. Biotech Booster brengt de belangrijkste aanbevelingen al daadwerkelijk in de praktijk. Als landelijke organisatie met regionale verankering, versterkt het de KTO‑capaciteit en zorgt het ervoor dat ecosystemen – door nauwe betrokkenheid van onder meer onderzoekers, KTO’s, ondernemers en financiers – in ieder geval binnen de biotech beter en slimmer samenwerken. Ook werkt Biotech Booster aan het optimaliseren van het onderhandelingsproces en voor alle partijen werkbare voorwaarden om met kennis aan de slag te kunnen. Dat is precies wat Nederland nodig heeft voor het sneller omzetten van kennis in impact.  

Iedereen weet dat verandering weerbarstig is en bovenal veel tijd kost. Dat geldt zeker ook in de biotechsector, waar het succesvol ontwikkelen van een product zomaar vijftien jaar kan duren, en de kans op falen vele malen groter is dan de kans op het behalen van de eindstreep. Het is dan ook echt een kwestie van de lange adem voordat succes zichtbaar is. Kijk maar naar het Vlaamse Instituut voor Biotechnologie (VIB), dat eveneens tijd nodig had om zich te bewijzen, maar na 30 jaar niet meer weg te denken is als spilfactor in het Vlaamse biotechsucces. 

Willen we de vruchten van Biotech Booster plukken, laten we dan deze beweging de capaciteit, het mandaat en de continuïteit geven die nodig is om verandering te bestendigen en na decennia van stilstand zorgen dat onze excellente kennisbasis hand in hand gaat met bedrijvigheid en productlanceringen. De grote en groeiende betrokkenheid van ondernemers bij Biotech Booster getuigt ervan dat zij de valorisatiepotentie zien – een uitstekende indicator dat we op de goede weg zitten.

← #nieuws

Debat verdienvermogen: wel urgentie, nog geen tempo en duidelijkheid

,

Tijdens het Commissiedebat over het Nederlandse verdienvermogen dat vorige week plaatsvond in de Tweede Kamer stonden precies die onderwerpen centraal die biotech ondernemers direct raken, zoals de Onderneming in Moeilijkheden-regeling, het Innovatiekrediet en de Nationale Investeringsinstelling. Onze input aan Kamerleden had als belangrijkste boodschap dat de urgentie voor actie hoog is en dat we al de mooie ambities en woorden over onze koploperspositie in biotech waarmaken. Meerdere Tweede Kamerleden in de EZ-commissie stelden de juiste vragen, maar concrete stappen vanuit EZ-minister Herbert laten nog op zich wachten. 

Onderneming in Moeilijkheden: geen tijd te verliezen! 

Voor Ondernemingen in Moeilijkheden drong de Kamer terecht aan op tempo. Start‑ en scale‑ups hebben geen tijd voor oplossingen aan het eind van lange trajecten in Europese onderhandelingen. Kamerleden vroegen scherp door, maar behalve dat de minister zei dat ze eraan werkt, bleef het antwoord weinig concreet. Dat is zorgelijk voor innovatieve bedrijven die vandaag al vastlopen. Nederland kan al naar haar eigen mogelijkheden kijken voor een gelijker speelveld wat betreft staatssteunregels en de manier waarop wij boekhoudkundig omgaan met eigen en vreemd vermogen en de effecten daarvan op de status van je bedrijf als Onderneming in Moeilijkheden. Want waar het poortje in bijvoorbeeld Duitsland wijd openstaat voor staatssteun aan innovatieve start- en scale-ups, blijft deze in Nederland tot nog toe gesloten.  

Toekomstfonds: alternatieven voor bezuiniging blijven vaag 

Ook het Toekomstfonds kwam aan bod. De aangekondigde bezuiniging van het nieuwe kabinet op instrumenten zoals het Innovatiekrediet, de Vroegefasefinanciering en de SEED-Capitalregeling die juist innovatieve startups en scale-ups ten goede komen, erkende de minister als ‘pijnlijk’, maar een heroverweging bleef uit. De minister verwees naar alternatieve publieke financieringsinstrumenten die beschikbaar zouden zijn, zonder dat daadwerkelijk duidelijk werd wat dit in de praktijk betekent.     

Nationale Investeringsinstelling: geen oplossing voor vandaag 

Een positieve ontwikkeling is dat het ministerie van EZK ook werkt aan nieuwe innovatieaanjagers, zoals een Nationale Investeringsinstelling (NII) vanaf uiterlijk 2028, waaruit het Coalitieakkoord ook 3 tot 5 miljard euro voor is vrijgemaakt. Een NII kan op termijn veel betekenen voor strategische sectoren als biotech en innovatieve startups en scale-ups, zo blijkt uit vergelijkbare instellingen zoals die er in Duitsland en Frankrijk al zijn. Tegelijk zijn dit geen oplossingen voor vandaag. Naast een verkenning naar de contouren van een NII en een verdere doorkijk naar uitwerking richting deze zomer is er nog weinig bekend, laat staan zeker.  

Taskforce: biotech integraal op de agenda 

Een andere opsteker is de toezegging van de minister tijdens het debat op vragen van Tweede Kamerlid Bühler (CDA) dat zij de minister van VWS zal betrekken in het werk van de recent opgerichte Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat zodra het over biotech gaat. De Taskforce is in het leven geroepen om de aanbevelingen uit het rapport-Wennink verder uit te werken, en komt onder andere binnen zes maanden met een plan van aanpak op Biotech en Life Sciences als één van de vier sectoren die het rapport als cruciaal voor Nederland beschouwt. De minister van VWS heeft geen vaste plek aan tafel in de Taskforce, terwijl het ministerie wel een belangrijke rol speelt in biotech en life sciences. Met de toezegging is er in ieder geval een expliciete erkenning voor het belang van betrokkenheid van VWS bij het werk dat de Taskforce op biotech en life sciences gaat verzetten. 

En nu over naar actie 

Tijdens het debat zag hollandbio betrokken Kamerleden die de juiste vragen stelden en een minister die het gevoel voor de urgentie deelt. Nu is het zaak om die urgentie ook om te zetten in snelle, toepasbare en betrouwbare acties en maatregelen – zodat biotechbedrijven kunnen groeien en bloeien, ook hier en nu. En dat is precies waar hollandbio op in zal zetten in gesprekken met Kamerleden en ministeries. 

← #nieuws

Nieuwe definities start- en scale-up voor Box 3 en medewerkersparticipatie wijzigingen laten te wensen over voor biotech

Recent publiceerde de Nederlandse overheid een wetsvoorstel voor en open consultatie over de Wet fiscale stimulering van startups en scale-ups met daarin een fiscale regeling voor medewerkersparticipatie en een definitie waarmee start- en scale-ups een uitzondering krijgen op de nieuwe vermogensbelasting (box 3). Beide zijn enorm relevante aanpassingen voor Nederlandse biotechbedrijven, maar het huidige voorstel laat volgens hollandbio nog te wensen over. Zo wordt onvoldoende rekening gehouden met de specifieke kenmerken van biotechbedrijven en zijn de voorgestelde definities onduidelijk en lastig uitvoerbaar.

Waarom dit voorstel?

Een aantrekkelijker fiscaal klimaat voor innovatieve bedrijven én hun medewerkers, dat is het doel van deze nieuwe wetgeving. Begin dit jaar kondigde het kabinet een nieuw stelsel voor vermogensbelasting (box 3) aan, gebaseerd op vermogensaanwas in plaats van daadwerkelijk rendement. Na instemming door de Tweede Kamer, ontstond grote commotie in binnen- en buitenland. Het betalen van belasting over papieren winst is namelijk problematisch voor aandeelhouders en medewerkers van startups en scale-ups. Reden genoeg voor minister van Financiën, Eelco Heinen, om met de plannen terug naar de tekentafel te gaan.

Wat staat er in dit voorstel?

In het recent verschenen wetsvoorstel introduceert het kabinet een stelsel waarin de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op basis van een puntensysteem gaat beoordelen of een bedrijf een startup of scale-up is. Voor een hoge score in dit puntensysteem moet een onderneming beschikken over een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel. Het wetsvoorstel definieert dit als het vermogen tot snelle omzetgroei zonder lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of hogere kosten, door gebruik van technologie die tot lagere marginale kosten leidt en schaalvoordelen biedt. Een positief advies zorgt voor een uitzondering voor de box 3-belasting en dat aandelen pas belast worden bij realisatie en niet meer bij de aanwas. Ook belast de overheid dan slechts 65% van het voordeel uit de aandelenopties.

Waar wringt het?

Het voorstel van de overheid heeft het juiste doel, maar dreigt ervoor te zorgen dat biotech bedrijven buiten de boot vallen. Dit omdat de kenmerken van biotech bedrijven niet matchen met de eisen die RVO gaat hanteren. Zo kennen biotech bedrijven lange en dure ontwikkeltrajecten en zijn trajecten rondom klinisch onderzoek, industriële opschaling en registratieprocessen vaak productspecifiek en daarmee lastig herhaalbaar. Het wetsvoorstel leent zich daarmee prima voor SaaS- of Fintechstartups, maar laat biotech in de kou staan.

Wat is er dan wel nodig?

Wat hollandbio betreft, doen we dat anders. Zo is de potentie van een startup om wereldwijd zowel maatschappelijk als economisch een verschil te maken een veel beter beoordelingscriterium dan snelheid en herhaalbaarheid. Ook ziet hollandbio het recent aantrekken van privaat kapitaal zoals venture capital als belangrijk criterium, omdat dit een kenmerk is waarmee bijna alle start- en scale-ups zich onderscheiden. Als laatste vinden we dat er meer rekening moet worden gehouden met de beperkingen van dit wetsvoorstel. Zoals Lucien Burm, voorzitter van de Dutch Startup Association, becijferde, zijn er 11.000 bedrijven te beoordelen. Een klus die ongetwijfeld tot veel vertraging en onduidelijkheid gaat leiden, terwijl snelheid en duidelijkheid hierbij juist essentieel zijn.

Laat jouw stem horen!

Het belang van deze wetswijzigingen voor aandeelhouders en medewerkers van biotech start- en scale-ups, en daarmee voor de aantrekkingskracht van Nederland als innovatieland, is enorm. Laat daarom vooral van je horen: tot 29 april kun je reageren op de consultatie over dit wetsvoorstel via deze website.

← #nieuws

Van innoveren naar verdienen: de innovatiebox kan beter

Ophef deze week, nu Trouw en het FD de schijnwerper op de innovatiebox zetten. Van het fiscale voordeel dat deze regeling biedt, komt namelijk zo’n 90% terecht bij drie bedrijven: ASML, Booking en MSD. Dat terwijl de innovatiebox juist bedoeld is om innovatieve investeringen breed te laten renderen in Nederland. Wordt innovatie in Nederland wel voldoende verzilverd?

Belastingkorting voor innovatie

De innovatiebox verlaagt de vennootschapsbelasting op winsten die voortkomen uit innovatie van 25% naar effectief circa 9%. Dit maakt het een krachtig instrument dat bedrijven moet stimuleren om te blijven investeren in R&D en die activiteiten ook hier te verankeren. Het mooie is: de regeling is generiek en staat in principe open voor elk innovatief bedrijf – van bakker tot biotech scale-up. Dat slechts een handvol bedrijven er nu echt substantieel gebruik van maakt, ziet hollandbio als een signaal dat het innovatieklimaat suboptimaal functioneert. Want innovatief Nederland is groter dan drie bedrijven alleen.

Innovatiebox komt na WBSO

De innovatiebox staat bovendien niet op zichzelf. Daaraan vooraf gaat de WBSO, die bedrijven ondersteunt bij speur- en ontwikkelingswerk via een korting op de loonbelasting of een aftrek in de inkomstenbelasting. In 2019 maakten ruim 20.000 bedrijven gebruik van de WBSO, waarvan maar liefst 97% mkb. Tegelijkertijd ging in datzelfde jaar circa 80% van het fiscale voordeel uit de innovatiebox naar slechts negentien bedrijven. Tussen die twee cijfers zien wij een opvallende kloof.

Fiscale stimulans sluit nog niet optimaal aan op innovatieve start- en scale-ups

Het wijst niet op te weinig innovatie, maar op te weinig verzilvering van innovatie. Veel bedrijven schoppen het tot de R&D-fase, maar halen de stap naar winstgevendheid in Nederland niet, of weten de weg naar de innovatiebox onvoldoende te vinden. Wat hollandbio betreft, zijn zowel de WBSO als de innovatiebox waardevolle en effectieve instrumenten. Maar het gebruik laat zien dat ze nog niet optimaal aansluiten op de realiteit van jonge, snelgroeiende innovatieve bedrijven – juist daar waar onze toekomstige economische groei zit.

Dicht de kloof en verzilver innovatie

Willen we serieus werk maken van de ambitie om 3% van het BBP te investeren in R&D én bouwen aan een hoogproductieve, innovatieve economie, dan moeten we de kloof dichten tussen innoveren en verzilveren. Dat vraagt om passende financieringsopties, eenvoudigere processen en toekomstbestendige regelgeving die passen bij de behoeften en ontwikkeltermijnen van de biotechsector – zodat innovaties niet alleen in Nederland ontstaan, maar hier ook kunnen doorgroeien en waarde creëren.

← #nieuws

Deens BioInnovation Institute laat zien: van wetenschap naar impact werkt 

Het BII Impact Report 2025 laat zien wat een consistente langetermijnaanpak kan opleveren voor biotech valorisatie. Het BioInnovation Institute (BII) in Kopenhagen werd in 2017 opgericht door de Novo Nordisk Foundation en is sinds 2021 actief als onafhankelijke foundation, met één duidelijke missie: wetenschap versnellen naar maatschappelijke en economische impact. In de periode 2018–2025 ondersteunde BII meer dan 150 start-ups en projecten met in totaal €185 miljoen aan grants en leningen. De resultaten zijn overtuigend: 81% van de start-ups haalde externe financiering en samen trokken zij meer dan €1 miljard aan vervolginvesteringen aan – ruim zeven euro extern kapitaal voor elke euro van het BII. Inmiddels hebben 21 portfoliobedrijven producten op de markt gebracht en meer dan 1.000 banen gecreëerd. Wat kan Nederland leren van dit Deense succes?

Het succes van het BII is geen toeval. Zijn kracht zit in de combinatie van vroeg kapitaal, hands-on begeleiding en fysieke infrastructuur, samengebracht in één hechte community. Via het geïntegreerde acceleratiemodel (Bio Studio, Venture Lab en Venture House) begeleidt het onderzoekers en ondernemers stap voor stap richting investeringsgereedheid. BII vervult daarbij een duidelijke brugfunctie tussen onderzoek en industrie, met langdurige samenwerkingen met fondsen en industriële partners én een sterke internationale investeerdersaanwezigheid. Zo vertaalt het fundamentele kennis structureel naar ondernemerschap en impact. 

Ook het Nederlandse Biotech Booster deelt een aantal van deze succesfactoren, ziet hollandbio. Beide programma’s werken voorbij publicaties en patenten, richting producten, bedrijven en maatschappelijke waarde. En in beide modellen geldt hetzelfde uitgangspunt: kapitaal alleen is niet genoeg – financiering is altijd gekoppeld aan ondersteuning, netwerk en expertise. De legitimiteit van beide aanpakken ligt dan ook in hetzelfde doel: investeren in biotech met maatschappelijke impact. 

Het belangrijkste verschil zit in de vorm. Waar BII opereert als onafhankelijke non-profitorganisatie, gefinancierd met privaat geld en met een continu, langjarig mandaat, is de Biotech Booster een nationaal programma, gefinancierd vanuit het Nationaal Groeifonds, met een vaste einddatum in 2032 en een uitvoerende rol voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Juist hier zit een belangrijke les uit Denemarken: impact ontstaat niet door eenmalige impulsen, maar door consistent volhouden. 

Hollandbio ziet in Biotech Booster nu al een werkbare vorm van samenwerking ontstaan, waaruit potentiële innovaties voortkomen die impact kunnen maken met de excellente biotechkennis die Nederland rijk is. Of de huidige governance‑vorm de Biotech Booster uiteindelijk beperkt of juist versterkt, zal de komende jaren blijken. Wel is duidelijk dat het aanbod van start‑ups en scale‑ups groot is en de academische vijver diep. Dat maakt, net als bij het BII, langdurige samenwerking en blijvende  investering cruciaal. Valoriseren kan je leren — en loont als je bereid bent om te blijven investeren.

← #nieuws

Dutch Life Sciences Trend Analysis 2026 – biotech is on the map, but still looking for a way up

, ,

While Dutch & European governments are prioritising biotech, the Dutch Life Science Trend Analysis shows a decline on multiple metrics. The number of companies founded, assets in (pre)clinical development & total funding amounts of last year all decreased compared to 2024. This came to light through the Dutch Trend Analysis Report 2026 from the leading global biotech database Biotechgate in collaboration with hollandbio. The annual report provides an in-depth look at funding patterns, company formation, and international benchmarks.

The growth we hoped for is not yet there

The 2025 data reinforce the ‘winner takes it all’ trend we flagged last year: an increasing concentration of capital among a small group of winners. In the report on 2024, Dutch venture financing continued to grow, showing a 10% increase compared to the previous year. And while hollandbio was hoping for a continuation of this growth, the report shows otherwise. The total biotech funding amount of 2025 is similar to that of 2024 (-2,3%), while the number of rounds is decreasing. This implies that although the average round size is increasing, total funding is not. Luckily, a few Dutch companies were able to raise significant funding in 2025, including Leyden Labs, Avidicure and The Protein Brewery.

The data sends out another worrying signal: the decreasing number of assets in development (-10%). Leading fields are still oncology, neurology and infectiology. As the risk of technical failure is high in biotech, a pipeline with sufficient assets in development is of crucial importance. In addition, since 2020, the number of companies founded has been declining. The international data show that this is not a Dutch problem, though: all benchmarked countries show a decline in company foundation. Hollandbio sees this as a real threat for the future, as today’s start-ups and clinical assets are tomorrow’s changemakers.

International Benchmark: ups and downs

Although it is a mixed bag, the international benchmark leaves room for some good news, too. The Netherlands scores excellently when it comes to the number of companies per million inhabitants: only Denmark and Switzerland do better. Also, the Dutch ecosystem is home to more food, agriculture and materials biotech compared to other countries. Yet, when looking at the health applications, specifically the assets in clinical development, we are down in the charts, with countries such as the United Kingdom, Denmark, Switzerland and the United States way ahead of us.

The US still play a different league compared to Europe when it comes to funding: even though the total equity capital raised there has declined significantly (-15%), US companies raised 4x the amount of equity capital. Also, the increasing amount of equity capital raised in China is relevant. Although not included in the report, the Chinese equity capital raised for biotech is over 50% of the total capital raised in Europe and growing(1).

Time to act now

The story told by the trend analysis is not a positive one for Europe and the Netherlands. The report’s data reflects reality – and must underscore the urgency of the challenges we face. European biotech is losing momentum to the US and China. Dutch companies keep looking at the US for an IPO and one of the only Dutch biotech’s listed in Amsterdam is openly doubting a focus on the US stock market. On top of that, securing early-stage funding remains a serious challenge and an increasing number of companies are filing for bankruptcy.

Europe needs to step up to remain a global player in biotech. Luckily, the European Commission and the Dutch national government see this, and have published plans to turn the tide: the EU Biotech Act, The Dutch Biotech Vision and Wennink Report present ambitious goals to help the EU biotech sector thrive. Unfortunately, nice words on paper do not fund start-ups or help companies scale – only actions do. It is time for bold moves. It is time to act now.

Through the challenges, we do see some positives too: the recent acquisition of Merus by Genmab, large funding rounds by Azafaros and Leyden Labs and the IPO of Dutch-tinted Agomab. At hollandbio, we continue to put effort in the best possible funding ecosystem for every stage of development, from early grants to M&A and IPO. We will remain committed to have more of these Dutch and European success stories in the future.

Do you have any questions or remarks on this Dutch Trend Analysis? Please reach out to hollandbio’s Max

(1). BiotechGate

← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: Sluiten de subsidies van Biotech Booster aan bij biotech?

, ,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotech bedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre de twee verschillende fasen van Biotech Booster aansluit bij de behoeften van biotech? In een nieuwe infographic scoren we deze subsidies op een schaal van 1 tot 10.

Biotech Booster is een gehonoreerd groeifondsprogramma dat zich richt op de valorisatie van biotech kennis naar innovaties. Via mentoring, netwerk en financiering helpt het programma ondernemende wetenschappers om slimme ideeën door te ontwikkelen richting de markt. Subsidie vanuit Biotech Booster is beschikbaar voor toepassingen van biotech in de breedte en wordt aangeboden in twee fasen: fase 1, Proof of Principle, biedt financiering tot €200,000 aan early-stage projects, en fase 2, Proof of Concept, biedt financiering tot €1.9 miljoen aan meer gevorderde projecten.

Bij het aanjagen van valorisatie betrekt Biotech Booster actief het Nederlandse ondernemersnetwerk. Ervaren ondernemers beoordelen en ondersteunen de verschillende subsidiefasen. Deelnemers ontvangen bij Biotech Booster doorgaans volledige projectfinanciering, onder voorbehoud van uitzonderingen door staatssteunregels. Als het project commercieel succes oplevert, deelt Biotech Booster mee in de winst. Samen met de ondernemer spreekt Biotech Booster daarvoor van tevoren een passende vorm van success sharing af.

Wil een subsidie zoals die van Biotech Booster aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:  

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.  
  2. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.   
  3. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken. 
  4. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.  
  5. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.  
  6. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen.

Hoe scoort Biotech Booster?

Wanneer we Biotech Booster langs onze meetlat leggen, ontstaat het volgende beeld:

Op het gebied van vervolgfinanciering scoort biotech booster voor zowel fase 1 als fase 2 een 7 uit 10. Dit omdat de maatregelen van beide fasen, ondanks hun eigen voor- en nadelen, uiteindelijk zorgen voor een investeerbaar bedrijf. Voor fase 1 is een nadeel dat de subsidie wordt omgezet in een lening wanneer het bedrijf tussentijds via een andere route financiering ophaalt en afziet van een fase 2 aanvraag. Aan de andere kant biedt fase 1 subsidie juist ook een streepje voor bij het verkrijgen van de €1.9 miljoen financiering van fase 2. Voor fase 2 vraagt Biotech Booster een deel van de winst uit het project, maar biedt Biotech Booster juist ook ruimte voor een maatwerkoplossing in deze winstdeling. Ook stimuleert zij via interne begeleiding het ophalen van vervolgfinanciering.

De IP-bescherming is bij Biotech Booster erg goed geregeld. Het programma speelt een actieve rol in de valorisatiestappen, de onderhandelingen met lokale Tech Transfer Officesen in het maken van duidelijke afspraken met de ondernemer. Voor beide fasen geven we daarom een 9 uit 10.

De administratieve last van een aanvraag bij Biotech Booster is relatief hoog, evenals het bedrag dat er tegenover staat. Dit resulteert in een score van 7 uit 10 voor fase 1 en 8 uit 10 voor fase 2.

Wat betreft zeggenschap zien wij een groot verschiltussen beide fasen. Biotech Booster heeft namelijk power of attorney op de projecten in fase 2, wat inhoudt dat ze de juridische zeggenschap over het project in handen heeft. Een “project stuurgroep” met daarin één iemand namens de IP-eigenaar, drie ondernemers en één expert op het onderwerp gedraagt zich daarbij als supervisory board. Daardoor verlies je als ondernemer gedeeltelijke directe zeggenschap over de koers van (een deel van) je bedrijf, al staat daar wel tegenover dat de projectstuurgroep waarde toevoegt in de hulp en ondersteuning die zij biedt. Dit resulteert in een score van 6 uit 10 voor fase 2. In fase 1 bestaat deze power of attorney niet en behoudt de startende ondernemer zijn zeggenschap. Daaraan geven we daarom een 8 uit 10.

De doorlooptijd voor een aanvraag bij Biotech Booster is lang. Een project moet namelijk eerst een heel aantal fasen doorlopen van eerste indiening tot selectie vanuit Biotech Booster, met een totale looptijd van 16 weken voor fase 1 tot zelfs 23 weken voor fase 2. Na de selectie van Biotech Booster wacht je nog eens 13 weken op goedkeuring vanuit de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I). Dit alles zorgt voor een score van 4 uit 10.

Het slagingspercentage van biotech booster is acceptabel. Er is helaas niet genoeg budget beschikbaar om alle kwalitatief goede voorstellen van financiering te voorzien. Met een slagingspercentage van ongeveer 33% op fase 1 en 50% op fase 2 zien wij daar dan ook nog absoluut ruimte voor verbetering. De score hiervoor is 6 uit 10 voor fase 1 en 7 uit 10 voor fase 2.

Dus al met al levert Biotech Booster hele goede handvaten voor ondernemende wetenschappers om kennis te valoriseren en zijn de subsidies die worden geboden absoluut van meerwaarde. Toch is er wat hollandbio betreft nog een wereld te winnen in het terugbrengen van de doorlooptijd. Daarnaast vinden we het zonde niet alle kwalitatief goede voorstellen op dit moment subsidie kunnen ontvangen.

Heb jij ervaring met Biotech Booster subsidie, of een andere kijk op deze regeling? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech!

← #nieuws

Shaping the path ahead for the biotech innovation climate, together with members 

,

Last Thursday, hollandbio’s rock-solid innovation climate team welcomed hollandbio members to the office in The Hague. We came together to connect and explore what the current surge of government visions, strategies, action plans, acts, and agendas means for the biotech sector and exchange ideas on how we can turn this political momentum into real progress together.

These are turbulent times. China plays by the law of the strongest; the United States is guarding its territory; South America is on the rise; and Europe is eager to show leadership. Hollandbio keeps a cool head and focuses on what truly makes the difference for biotech companies in the Netherlands. Our commitment is crystal clear: ensure that all conditions for biotech innovation are in place so entrepreneurs and companies can move their innovations from the lab to society as quickly as possible. That means access to appropriate financing at every stage of development, smooth and effective knowledge transfer, and an entrepreneurial climate that attracts biotech companies and talent. 

The meeting sparked lively exchanges: members brought real-world cases, highlighted what slows them down today, and highlighted where Europe’s plans could unlock real progress tomorrow. Their insights help us sharpen our advocacy and focus on what truly moves the needle towards a strong innovation climate. On behalf of the entire hollandbio team, thank you to everyone who took the time to join us in The Hague. And for those who couldn’t make it, a recap will be shared by email shortly. If you have questions or ideas to share, feel free to reach out to hollandbio’s Dora or Max. 

← #nieuws

Taskforce Toekomstige Welvaart & Verdienvermogen: samen aan de slag voor biotech en life sciences

Het nieuwe kabinet-Jetten heeft een brede Taskforce Toekomstige Welvaart & Verdienvermogen opgericht, waarin meerdere ministeries samenwerken onder leiding van minister Herbert van Economische Zaken en Klimaat. De oprichting van deze taskforce geeft gehoor aan de aanbevelingen uit het Wennink-rapport en zal zich onder andere richten op een plan van aanpak op vier strategische domeinen, waarvan Biotech & Life Sciences er één is. Hollandbio ziet dit als een belangrijke stap, want een breed gedragen actie is nodig voor het benutten van de potentie van biotech in Nederland en het vertalen van alle woorden in visies, rapporten en papers naar echte daden. Tegelijkertijd staat of valt het succes van deze daden met het van begin af aan en structureel betrekken van het biotechbedrijfsleven. Hollandbio roept de overheid dan ook op om van meet af aan intensief en gecoördineerd samen te werken met bedrijven en hun vertegenwoordigers.

De taskforce krijgt de opdracht om het toekomstige verdienvermogen van Nederland te versterken, onder meer met de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling, een agentschap voor disruptieve innovatie (NADI) en meer focus op regionale innovatieclusters en Europese cofinanciering. Daarnaast moet er binnen zes maanden een plan van aanpak komen voor de vier strategische domeinen uit het hernieuwde Nederlandse industriebeleid, waaronder biotech en life sciences. Ook werkt de taskforce aan een nationale talentstrategie en een aanpak om het ondernemerschaps- en vestigingsklimaat te verbeteren, met daarbinnen ook speciale aandacht voor startups en scale-ups.  

Hollandbio ziet deze kabinetsopdracht als een krachtige erkenning van het belang van biotech voor het Nederlandse verdienvermogen en als een goede eerste stap op de weg naar concrete acties die de Nederlandse biotech verder kunnen helpen. Het is positief dat het kabinet kiest voor een interdepartementale aanpak met Economische Zaken en Klimaat in de lead, omdat structurele doorbraken in financiering, talent, regelgeving en implementatie in de praktijk alleen mogelijk zijn wanneer beleid over ministeries heen wordt gecoördineerd. Ook de tijdslijnen laten zien dat het kabinet de urgentie begrijpt. Hollandbio zou graag zien dat deze taskforce nadrukkelijk de samenwerking met het bedrijfsleven zoekt. We hebben een gedeeld doel, dus laten we dan ook samen werken aan dat doel en de beste maatregelen die daaraan bijdragen. Hollandbio zal de komende maanden in ieder geval actief meedenken rondom de uitwerking van het plan van aanpak, zodat de sector kan rekenen op concrete verbeteringen en een ijzersterk innovatieklimaat voor biotech in Nederland.  

← #nieuws

3%-R&D Actieplan, deel 7: Durfkapitaal voor doorbraken met een nationale investeringsinstelling

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D Actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken (EZ) negen maatregelen, die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Deze keer kijken we naar de plannen om een nationale investeringsinstelling op te richten. Een plan dat ook in de formatie is opgenomen en wat hollandbio betreft een absolute meerwaarde kan hebben voor biotech in Nederland.

De kamerbrief over het 3%-actieplan beschrijft een nieuwe investeringsinstelling. De behoefte daarvoor is volgens het ministerie van EZ hoog. Een van de meest structurele knelpunten in het R&D-landschap volgens haar is namelijk het “beperkte vermogen om private investeringen op schaal te mobiliseren”. De instelling moet dat knelpunt oplossen door in nauwe samenwerking met de Europese programma’s als Horizon Europe groot institutioneel kapitaal te mobiliseren, aldus EZ. Daarmee zou de instelling investeringsrondes van formaat beschikbaar moeten maken voor grote transities, zodat projecten snellen kunnen opschalen. Daarnaast moet de nieuwe investeringsinstelling ook beter aansluiten bij het risicoprofiel van innovatieve bedrijven dan het huidige publieke instrumentarium in Nederland. Eerder werd via moties in de Tweede Kamer ook al aangedrongen op zo’n nationale instelling en is al besloten tot de samenvoeging van Invest-NL en Invest International. Deze nieuwe, samengevoegde organisatie wordt in de kamerbrief genoemd als mogelijk startpunt voor deze investeringsinstelling.

Sinds de kamerbrief is er een hoop gebeurd en gezegd rondom deze nieuwe nationale investeringsinstelling. Zo benadrukte het rapport van Peter Wennink het belang van de komst van een nationale investeringsinstelling met een aanbevolen kernkapitaal van €10 tot 20 miljard. Ook vond de instelling – nochtans met een bescheidener budget van €3 tot 5 miljard – haar weg naar het recente coalitieakkoord. De coalitiepartners spreken daar van een instelling “die overwegend marktconforme financiering zal verstrekken, die kan bestaan uit eigen vermogen en verschillende typen leningen”. Ten slotte sprak uit een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer breed draagvlak voor een investeringsinstelling, alsook grote onduidelijkheid over marktconformiteit, mandaat, positie in de markt en governance.

Wat hollandbio betreft, biedt een investeringsinstelling met focus op innovatieve bedrijven, waaronder biotech, veel mogelijkheden. Biotechbedrijven kennen een hoog risico, lange ontwikkeltijden en een grote kapitaalbehoefte, precies in lijn met de beoogde investeringsscope van de nieuw op te richten instelling. Wel ziet hollandbio een risico in een “te Nederlandse” opzet: te risicomijdend en kleinschalig om het financieringsgat waar biotechbedrijven in sneuvelen te dichten. Een nationale investeringsinstelling voegt in de ogen van hollandbio pas waarde toe, wanneer deze echt hogere risico’s durft te nemen dan marktpartijen. Dat is ook dé manier om extra privaat kapitaal aan te trekken, zoals de overheid met de instelling beoogt. Kortom: hoewel de behoefte evident is en het draagvlak groot is, zijn de plannen nog te onduidelijk om de vlag nu al uit te hangen. Hollandbio denkt natuurlijk graag mee over hoe deze investeringsinstelling optimaal bijdraagt aan de brede Nederlandse welvaart en een florerende Nederlandse biotechsector.