← #nieuws

Sanquin vindt investeerders voor plasmagenees-middelendochter SPP

Sanquin heeft overeenstemming bereikt met een internationaal consortium dat zal investeren in Sanquin Plasma Products (SPP) en Plasma Industries Belgium (PIBe), de dochterondernemingen van Sanquin die plasmageneesmiddelen produceren. Samen met deze strategische partners kunnen SPP en PIBe groeien, de productiefaciliteiten moderniseren en nieuwe producten ontwikkelen. Deze overeenkomst stelt de beschikbaarheid en productie van plasmageneesmiddelen in Nederland zeker voor de toekomst.

SPP en dochtermaatschappij Plasma Industries Belgium (PIBe), gevestigd in respectievelijk Amsterdam en Brussel, gebruiken geavanceerde biotechnologische methoden om uit bloedplasma geneesmiddelen te maken die levens redden of verbeteren. De plasmageneesmiddelen van SPP worden primair in Nederland aangeboden, waar SPP een marktaandeel heeft van ongeveer 55%. Nederland is momenteel dus voor een aanzienlijk deel zelfvoorzienend.

Deze Nederlandse zelfvoorziening staat echter onder druk. De afgelopen jaren zijn door overnames en samenwerkingen enkele zeer grote wereldwijd opererende spelers ontstaan. Die behaalden daarmee kostenbesparing en een schaalgrootte die een nationale plasmageneesmiddelenfabrikant als SPP niet kan evenaren. SPP moet daarom groeien om dezelfde voordelen te kunnen behalen. Daarvoor is een partnerschap noodzakelijk.

Tjark Tjin-A-Tsoi, voorzitter van de Raad van Bestuur van Sanquin: “Ik ben blij dat deze overeenkomst is bereikt, want de Nederlandse markt voor plasmageneesmiddelen is te klein om op kostenefficiënte manier een plasmageneesmiddelenbedrijf in stand te houden. In isolement en zonder partners is SPP niet levensvatbaar. De markt voor plasmageneesmiddelen groeit sterk, dus dit is het moment voor SPP om uit te breiden en schaalvoordelen te realiseren. Dat vereist investeringen om de productiefaciliteiten te moderniseren en efficiënter te maken. Dan kunnen we meer levensreddende en -verbeterende geneesmiddelen maken, voor minder geld, met naar verhouding minder plasma. Niet alleen blijft zo de kennis en infrastructuur in Nederland behouden, ook worden op die manier donaties van plasma maximaal benut.“

Het belang van een infrastructuur voor plasmageneesmiddelen in Nederland is tijdens de corona-epidemie nog eens treffend aangetoond. Tjin-A-Tsoi onderstreept de meerwaarde: “Nederland loopt in Europa voorop in het inzamelen en verwerken van anti-COVID-19-plasma, juist omdat we hier deze infrastructuur hebben. SPP is in Nederland de enige plek waar plasma hoogwaardig verwerkt kan worden. Daarmee heeft Nederland de mogelijkheid om snel zelf een geneesmiddel aan risicogroepen te kunnen aanbieden en daarin eigen beleidskeuzes te maken, zoals minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) ook heeft gedaan. Dat maakt Nederland minder afhankelijk van de internationale markt, waar sprake is van een schaarste. Met onze nieuwe partners kunnen we die positie behouden.”

Het consortium waarmee Sanquin overeenstemming heeft bereikt, bestaat uit een groep internationale investeerders met ruime ervaring in de biomedische sector en het vermarkten van producten uit plasma. Het gaat om BioSolutions LLC (plasmafarmaceut), Epstein Capital en Fortissimo Capital (groeikapitaal), OBF investments (investeringstak van een van de grootste bloedbanken in de VS), en Mesola Inversiones S.L., een combinatie van farmaceutische bedrijven uit Latijns Amerika (experts op het gebied van (plasma)farmacie). Met hun kennis van de sector en de internationale markt kan Sanquin Plasma Products snel de benodigde efficiëntieslag maken en haar marktaandeel buiten Nederland vergroten.

Na de transactie zal Sanquin beschikken over een prioriteitsaandeel, dat geeft een doorslaggevende stem inzake bedrijfsvoeringskwesties met impact op de Nederlandse plasmageneesmiddelenvoorziening. Sanquin behoudt een belang in SPP en levert tevens een bestuurslid. Door een duidelijke juridische en organisatorische scheiding tussen SPP en de rest van Sanquin, waaronder de bloedbank, heeft de overeenkomst verder geen invloed op andere organisatieonderdelen.

De inzameling van plasma blijft volledig in handen van Sanquin Bloedbank op een not-for-profit basis. SPP verwerkt het plasma tot plasmageneesmiddelen en blijft plasmageneesmiddelen leveren voor de Nederlandse patiënten. Sanquin is, samen met de partners, volop in staat met nieuwe kracht verder te gaan met het produceren van geneesmiddelen in Nederland. En daarmee worden de levens van vele patiënten verbeterd. “Daar is het iedereen uiteindelijk om te doen”, aldus Tjin-A-Tsoi.

Bron: Sanquin (Persbericht)

← #nieuws

Geld van Innovatiefonds NH voor ontwikkeling gentherapie SanaGen

SanaGen, een start-up gevestigd in Amsterdam, heeft een converteerbare lening van €300.000,- ontvangen van het Innovatiefonds Noord-Holland. Met deze financiering ontwikkelt het bedrijf gentherapie voor zeldzame bloedingsstoornissen.

Gentherapie voor uiterst zeldzame ziekten wordt nauwelijks ontwikkeld en enkel tegen enorm hoge prijzen beschikbaar gesteld. Het doel van SanaGen is het ontwikkelen van een betaalbaar gentherapieplatform voor zeldzame bloedingsstoornissen. Het ontwikkelde platform heeft daarnaast veel bredere toepassingen zoals het behandelen van andere eiwitdeficiënties.

David Mosmuller, mede-oprichter en CEO van SanaGen B.V.: ”Met deze financiering van het Innovatiefonds Noord-Holland kan SanaGen de proof of concept studies van ons gentherapieplatform voltooien. Het doel van deze vorm van gentherapie is patiënten te voorzien van functionele genen zodat het lichaam zelf weer het ontbrekende stollingseiwit gaat produceren en de patiënt geen verhoogde bloedingsneiging meer heeft. Deze behandeling resulteert mogelijk in levenslange genezing waar deze patiënten nu nog sterk afhankelijk zijn van meerdere intraveneuze infusies per week. Wereldwijd heeft daarnaast 75% van de patiënten met bloedingsstoornissen beperkt of geen toegang tot een effectieve behandeling. SanaGen heeft daarom als doel betaalbare gentherapie te ontwikkelen met de missie om zoveel mogelijk patiënten wereldwijd te kunnen behandelen.”

Wouter Keij, directeur Innovatiefonds Noord-Holland: “SanaGen ontwikkelt een erg interessant gentherapieplatform voor een patiëntengroep die geen toegang heeft tot dergelijke behandelingen. De missie van SanaGen voor een betaalbaar en wereldwijd beschikbaar platform is daarom heel belangrijk. SanaGen kan samen met de partners Sanquin en Het Nederlands Herseninstituut verdere ontwikkeling van dit gentherapieplatform bewerkstelligen.”

Het Innovatiefonds Noord-Holland is een initiatief van de Provincie Noord-Holland, de Universiteit van Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam, Amsterdam UMC en Sanquin, met steun door de Europese Unie via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Het Fonds ondersteunt ondernemers in de Provincie Noord-Holland met financiering van innovatie in de fase van Proof-of-Concept. Het Fonds verstrekt converteerbare leningen. De looptijd van het eerste fondsdeel is 2018-2023. www.innovatiefondsnoordholland.nl

SanaGen B.V. is een start-up gevestigd in Amsterdam (Noord-Holland) die werkt aan de ontwikkeling van gentherapie voor zeldzame bloedingsstoornissen. SanaGen richt zich op gentherapie die levenslange genezing voor meerdere ziekten mogelijk maakt. SanaGen focust zich daarnaast op transparantie van de kosten, op verlaging van de ontwikkelingskosten en op innovatieve businessmodellen om zoveel mogelijk patiënten in zowel ontwikkelde als in ontwikkelingslanden te bereiken. De ontwikkeling van gentherapie voor zeldzame bloedingsstoornissen, ook wel bekend als het RBD-Cure project, wordt ontwikkeld met de steun van het Innovatiefonds Noord-Holland en is een samenwerkingsproject tussen SanaGen en de onderzoeksgroepen van Prof. dr. Jan Voorberg van Sanquin Research en Prof. dr. Joost Verhaagen van Het Nederlands Herseninstituut. Dit samenwerkingsproject wordt medegefinancierd door de PPS-toeslag vanuit de Topsector Life Sciences & Health. De Topsector Life Sciences & Health stimuleert innovatief onderzoek door publiek-private samenwerking (PPS) in de life sciences & health sector (financieel) te ondersteunen.

Bron: Innovatiefonds Noord-Holland (Persbericht)

← #nieuws

Tweeëntwintig jaar engelengeduld

, ,

“Na 22 jaar geduldig onderzoek zet biotechbedrijf Galapagos eerste medicijn op de markt: ‘een enorme doorbraak’”, zo kopte de Volkskrant in een interview met topman Onno van de Stolpe. Recent heeft Galapagos namelijk een handelsvergunning verkregen in de Europese Unie en Japan voor Jyseleca® (filgotinib) voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige reumatoïde artritis.

Het is iets om bij stil te staan, want zo vaak gebeurt het niet dat een bedrijf op Nederlandse bodem uitgroeit van start-up tot innovatieve biotech van wereldformaat dat meespeelt in de internationale top. Niet voor niets viel de topman eerder al in de prijzen en namen ministers Hoekstra en Wiebes begin dit jaar nog een kijkje in het lab.

Vanzelf gaat het allerminst. Anderhalf jaar geleden al beschreven we deze transformatie, die in het zicht van de haven eind van de zomer nog een tegenvaller kreeg te verwerken. Het is exemplarisch voor de achtbaan waar zoveel biotech ondernemers zich in bevinden, waarbij een rit van 22 jaar zeker geen uitzondering is.

Wat HollandBIO betreft is het succesverhaal van Galapagos voortaan eerder regel dan uitzondering, maar ook dat zal niet vanzelf gaan. Zoals Onno het zelf zegt: ‘In beide steden [Leiden & Mechelen, red.] hadden we laboratoria. België heeft een goed klimaat voor biotechnologie. De Vlaamse overheid wil daar geld in investeren. En het beleid is consistent. Regeringen veranderen en regelmatig is er niet eens een regering, maar dat maakt voor het biotech beleid niets uit. In Nederland wordt het beleid bij elke nieuwe regering weer over de kop gegooid.’ Kortom, ook biotech beleid vergt engelengeduld. HollandBIO wil dat het niet 22 jaar hoeft te duren voordat nog een biotech van Nederlandse bodem mag uitgroeien tot wereldtop. Reden genoeg om onze schouders te zetten onder een ijzersterk innovatieklimaat!

← #nieuws

AWTI-rapport ‘Beter van start’ gaat ook voor een ‘IJzersterk Innovatieklimaat’

, ,

Het AWTI signaleerde vorige week in het rapport ‘Beter van start’ dat Nederland meer kan doen met haar topkennis door de doorgroeikansen voor kennisintensieve startups te verbeteren. HollandBIO kwam tot vergelijkbare conclusies in ons onderzoek ‘Lost in translation’. We moeten alle zeilen bijzetten om de excellente kennispositie binnen de life sciences te vertalen naar producten met waarde voor patiënt en consument.

HollandBIO is enthousiast over de aanbevelingen in het recente gepubliceerde AWTI-rapport ‘Beter van start’ om de doorgroeikansen voor kennisintensieve startups zoals biotech startups, te verbeteren. Het recente onderzoek van HollandBIO over de huidige Nederlandse life sciences sector laat ook zien dat we meer kunnen profiteren van de uitstekende kennispositie in Nederland. Zoals het AWTI terecht concludeert zijn startups pas echt van maatschappelijke en economische waarde als ze weten door te groeien.

Wij zetten ons middels ons programma ‘IJzersterk Innovatieklimaat’ in voor een zo optimaal mogelijk innovatieklimaat en de aanbevelingen uit het AWTI-rapport sluiten goed aan bij de drie pijlers van dit programma.

Financiering die aansluit bij de behoefte van (startende) bedrijven

Het AWTI-rapport laat zien dat kennisintensieve startups vaak in het nadeel zijn van algemene financiële regelingen. Door een hoog risicoprofiel en complexiteit delven ze gemakkelijk het onderspit. Denk bijvoorbeeld aan de getroffen coronamaatregelen die niet of nauwelijks aansluiting vinden bij kennisintensieve startups (ofwel niet-omzet bedrijven). Er zijn meer specifieke regelingen nodig om startups de zogeheten ‘Valley of Death’ te laten overbruggen en meer beschikbare financiering om doorgroei naar scale-ups te bevorderen.

Het versoepelen en stimuleren van valorisatie

‘In het beleid rond kennisinstellingen zien we dat deze een taak hebben om kennis te valoriseren, waarbij de route via ondernemerschap onbetwist is’. HollandBIO onderkent dit citaat uit het AWTI-rapport en we vragen graag aandacht voor de volgende aanbevelingen:

  • Een en dezelfde rol voor alle kennisinstellingen (valorisatie staat centraal)
  • Minder regionale competitie, maar elkaars sterktes erkennen en waarderen
  • Meer optrekken als één hub met zo veel mogelijk spin-offs zoals het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) ook werkt.

Academisch ondernemerschap als erkend carrièrepad

Het erkennen van academisch ondernemerschap als carrièrepad en het stimuleren van ondernemerschap in brede zin zorgen ervoor dat academische kennis beter benut wordt. Daarnaast geeft het AWTI-rapport aan dat de unieke lessen, die ondernemers leren wanneer zij falen met een bedrijf, nog onvoldoende worden gewaardeerd. Door de schijnbare tegenstelling tussen wetenschapper en ondernemer te laten verdwijnen, wordt ook een bijbehorende cultuurverandering in gang gezet. Je kunt naast wetenschapper ook prima ondernemer zijn.

Zowel de aanbevelingen uit het AWTI-rapport als uit het onderzoek van HollandBIO laten op verschillende manieren zien dat er werk aan de winkel is om het opzetten van kennisintensieve startups en het doorgroeien richting succesvolle scale-ups te stimuleren zodat kennis het lab uit, de maatschappij in gebracht wordt en kan bijdragen aan profijt voor patiënt en consument en economische groei.

← #nieuws

Nieuw Europees Circulair Bio-economie Fonds ECBF gaat investeren in de transitie naar een duurzame economie

ECBF Management GmbH kondigt vandaag de lancering aan van het European Circular Bioeconomy Fund (ECBF). ECBF is het eerste venture fonds dat zich uitsluitend toelegt op de bio-economie en de circulaire bio-economie in Europa. Met een beoogde omvang van €250 miljoen, waarin de Europese Investeringsbank (EIB) €100 miljoen heeft toegezegd, zal het ECBF een belangrijk financieel instrument zijn in het bereiken van de klimaatdoelstellingen van de Europese Green Deal.

ECBF heeft in haar eerste ronde €82 miljoen opgehaald van de Europese Investeringsbank EIB, haar belangrijkste investeerder, en van drie particuliere investeerders: PreZero International GmbH, actief op het gebied van afval en recycling; Corbion NV, wereldwijd marktleider in biobased chemicaliën en polymeren; en Hettich Beteiligungen GmbH, een succesvolle duurzame investeerder. De publiek-private investeerdersbasis van ECBF is een bewijs voor de kansen in de Europese bio-economie.

ECBF meldt tevens haar eerste investeringen, in een tweetal innovatieve groeibedrijven: PeelPioneers BV en Prolupin GmbH. De investeringen moeten verdere groei en uitbreiding van beide bedrijven in Europa mogelijk maken, en tevens de transitie  naar een duurzame Europse economie stimuleren. PeelPioneers heeft baanbrekende technologie ontwikkeld voor honderd procent circulaire verwerking van sinaasappelschillen, door deze om te zetten in producten zoals sinaasappeloliën, voedingsvezels en diervoeder. Uit regionaal geteelde lupines produceert Prolupin hoogwaardige plantaardige eiwitten, die worden geformuleerd tot zuivelalternatieven voor de Europese market, onder het merk „Made with LUVE“.

De belangrijkste doelstelling van ECBF is het stimuleren van extra particuliere en publieke investeringen voor het opschalen van  innovatieve  bedrijven en projecten die actief zijn in de circulaire bioeconomie in Europa. Meer in het bijzonder verstrekt het ECBF aandelenkapitaal aan Europese groeibedrijven met een hoog innovatiepotentieel, een gunstig rendement en een duurzame impact. ECBF is gevestigd in Luxemburg en wordt beheerd door Hauck & Aufhäuser Fund Services.

Michael Brandkamp, hoofd van de ECBF, zei: “Wij waarderen het vertrouwen dat de particuliere investeerders, de EIB en de Europese Commissie hebben gesteld in het team van de ECBF. We investeren in een zich-transformerende economie en werken samen met ambitieuze en visionaire ondernemers om hun bedrijven te versnellen. Ons fonds zal de schaalvergroting in de bio-economie stimuleren, met een positief effect op duurzaamheid en een aantrekkelijk rendement voor investeerders. Het is een voorrecht en een eer voor ons om een actieve rol te spelen in het ecosysteem van de Europese bio-economie, en samen te werken met andere investeerders en pan-Europese en regionale bio-economische netwerken. Op dit moment zien we grote belangstelling voor ons fonds, dat tot augustus 2021 open blijft voor nieuwe investeerders.

Olivier Rigaud, CEO van Corbion, zei: “Om een echte leider te zijn in de circulaire economie moeten we het goede voorbeeld geven en ons steentje bijdragen om het Akkoord van Parijs te bereiken. Toetreding tot de ECBF past perfect in dit streven. We lopen al voorop met de ambitieuze, wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen van Corbion om onze CO2-uitstoot te verminderen, en we moedigen anderen aan om zich aan te sluiten. Stel je voor wat er mogelijk is als sterke spelers hun collectieve aandacht en middelen richten op circulaire bio-economische innovaties. Voor ons zijn de rendementen die we verwachten van investeringen in het ECBF niet in de eerste plaats monetair; het gaat er echt om dat we verandering stimuleren door uitmuntende innovatie, die ons zal helpen om onze planeet samen te behouden”.

Bas van Wieringen, mede-oprichter van PeelPioneers: “We zijn erg blij dat we het ECBF aan onze kant hebben. Dit laat zien dat duurzaamheid en een gezonde bedrijfsvoering hand in hand kunnen gaan. Met deze investering zullen we onze productiecapaciteit opschalen om meer schillen te verwerken tot functionele ingrediënten voor de voedingsindustrie, die anders zouden worden verbrand.

Malte Stampe, CEO van Prolupin: “De ECBF-financiering is een belangrijke bijdrage voor het versnellen van de groei van Prolupin binnen B2B en B2C. De research & development, marketing en distributie die we nu kunnen inzetten in de komende jaren zal onze unieke Lupine Protein Isolate (LPI) en ons veganistische Made with LUVE-merk centraal stellen voor klanten en consumenten die streven naar een gezond, duurzaam ingrediënt en een gezonde levensstijl”.

Bron: ECBF (Persbericht)

← #nieuws

UNIIQ investeert €250.000 in biotech-startup BIOND Solutions

Spin-off van de TU Delft BIOND Solutions (Bi/ond) ontwikkelde een microchip om menselijke cellen en weefsels op te kweken en te voorzien van zuurstof en voedingsstoffen. Investeringsfonds UNIIQ verleent de startup een groeikapitaalinjectie van € 250.000 voor uitbreiding van het sterke team met engineers om de veelbelovende technologie op te schalen. Het bedrijf investeert daarnaast in onderzoek en ontwikkeling en intellectueel eigendom. De investering werd digitaal bekendgemaakt door de Delftse wethouder Bas Vollebregt.

Iedereen verschilt op unieke manieren van ieder ander, maar huidige medische behandelingen sluiten niet aan op de genetische variatie tussen individuen. Mensen van verschillende achtergronden, genders en leeftijden krijgen medicijnen die zijn ontwikkeld op basis van genetische criteria die sterk van hun eigen genetisch materiaal verschillen.

Bovendien dwingen de huidige onderzoeksmethoden voor geneesmiddelen biologen te kiezen tussen twee opties: dierproeven of cellen kweken onder laboratoriumomstandigheden (in vitro). Geen van beide methoden houdt voldoende rekening met de onderlinge diversiteit tussen individuen. Ze voorspellen onvoldoende wat er in het menselijk lichaam gebeurt, omdat de omgeving waarin de cellen worden onderzocht daar maar weinig op lijkt. De technologie van Bi/ond biedt een oplossing voor dit probleem.

Bi/ond, opgericht in 2017, heeft een computerchip en platform ontwikkeld waarop biologen de cellen van een individu plaatsen. Doordat de cellen op de microchip zuurstof en voedingsstoffen krijgen toegediend, is het net alsof ze zich in een menselijk lichaam bevinden. Dankzij de gepatenteerde organ-on-a-chip-technologie van Bi/ond is het mogelijk om de chips te optimaliseren voor verschillende toepassingen, waaronder hart-, long-, hersen- en kankerweefsel. Onderzoekers gebruiken deze functionaliteiten om het juiste medicijn voor een bepaald individu te vinden. Hiermee brengt de kracht van micro-elektronica, die het product van Bi/ond zo uniek maakt, gepersonaliseerde geneeskunde binnen handbereik.

De relatief goedkope en zeer flexibele technologie stelt onderzoekers in staat om baanbrekend onderzoek uit te voeren waarbij zij 3D-weefsel kweken in een omgeving die de dynamiek van het menselijk lichaam nabootst. Organ-on-a-chip is een veelbelovende technologie met een hogere slaagkans van medicijnontwikkeling, lagere kosten en minder dierproeven als verwachte opbrengst.

Twee van de oprichters van Bi/ond, CSO William Fausto Quiros Solano en CTO Nikolas Gaio, beschikken over veel kennis van micro-elektronica en ervaring met biologische oplossingen. Hun expertise staat aan de basis van de technologische doorbraak. ‘Met ons product willen we de kloof tussen biologie en toegepaste technologie dichten’, legt Nikolas Gaio uit. ‘Op dit moment werken we daaraan met een interdisciplinair team van zes leden.’ Bi/ond zet de investering van € 250.000 deels in om dit team uit te breiden met engineers die zich richten op de opschaling van het product.

Derde oprichter en CEO Cinzia Silvestri is blij met het vertrouwen dat UNIIQ in het team en de technologie van Bi/ond heeft. ‘Dankzij deze investering kunnen we onze productontwikkeling versterken, nog meer investeren in intellectueel eigendom en onze klantenkring uitbreiden. Vooraanstaande Europese ziekenhuizen en universiteiten gebruiken ons product al voor verschillende doeleinden, van het testen van chemotherapieën tot het onderzoeken van zeldzame aandoeningen. Wij willen biologen een betrouwbaar instrument geven om gepersonaliseerde en inclusieve medicijntesten te ontwikkelen. Met deze investering komen we een stap dichter bij dat doel.’

Hans Dreijklufft, fondsmanager bij UNIIQ: ‘Met de ontwikkeling van gepersonaliseerde medicijnen en het verminderen van dierproeven is de potentiële impact van organ-on-a-chip-technologie op menselijke gezondheid en dierenwelzijn aanzienlijk. Daarom investeren we heel graag in Bi/ond. Het sterke en diverse team van Bi/ond is actief in vele nationale en Europese consortia en heeft laten zien dat het grote spelers in de medische en onderzoekswereld aan zich kan binden. UNIIQ is blij om de groei van deze spin-off van de TU Delft en de verdere ontwikkeling van zijn geavanceerde chip en platform te financieren.’

Bron: Innovation Quarter (Persbericht)

← #nieuws

BISC Global Awarded a Eurostars Grant for the development of a machine learning based antigen discovery and T-cell epitope prediction software

BISC Global, an international bioinformatics consulting company with offices in Belgium, USA (Boston and San Francisco) and Switzerland, was awarded a five hundred thousand euro research and development grant through Eurostars. Together with several European partners, BISC Global will support the development of a new vaccine against African Swine Fever (ASF).

ASF is a fatal infectious disease in pigs, which has resulted in the death of over 200 million pigs in the last 13 years and for which currently no vaccine is available.  Within the consortium, the goal is to combine the power of big data analysis and Artificial Intelligence (AI) with an innovative virus-like particles (VLPs) vaccine platform to identify the right antigens and deliver proof of concept vaccine candidates for the circulating ASFV variant. This approach will also pave the way to develop vaccines for other viruses in the future.

According to Maarten Braspenning, CEO at BISC Global, “We are very excited to announce that we have received EUROSTARS funding for this project.  This will enable the consortium to develop a new vaccine against ASF, which poses a huge treat to the global agriculture business. It will also enable BISC Global to build machine-learning based algorithms for antigen discovery and T-cell epitope prediction. By using machine learning and AI in this field, BISC Global believes it can bring enormous added value in vaccine development and immunology research.”

Founded in 2017, BISC Global has grown to be a Top 10 Bioinformatics Consulting and Services Firm supporting world’s leading pharmaceutical and biotech companies. Through our offices in Ghent, Belgium; Basel, Switzerland; Boston, MA; and San Francisco, CA; BISC Global provides data-analytics, custom tool/pipeline development, and cloud solutions delivered on-site or remotely. By leveraging our global workforce of expert consultants, we support analysis across multiple domains, including machine learning (data mining, pattern recognition, image analysis, (un)supervised learning, neural networks, deep learning, etc.), bioinformatics (single-cell transcriptomics, metabolomics, metagenomics, epigenomics, etc.), and statistics (experimental design, mathematic modelling, signal-to-noise enhancement, and independent data cross validation).

For more information, please visit www.biscglobal.com or send us an email at info@biscglobal.com.

Source: BISC Global (Press release)

← #nieuws

Vervolg-financiering voor VitalNext om innovatieve medische voeding op de markt te brengen

Vitalnext Products BV kondigt aan dat bestaande investeerders waaronder Van Herk Groep, OostNL en Hanzepoort BV hebben deelgenomen aan een serie-B investeringsronde waardoor haar innovatieve nieuwe medische voedingsproduct (“VitalNext”) nu geïntroduceerd kan worden op de Nederlandse -en andere- markten.

Vitalnext Products BV heeft VitalNext ontwikkeld als een makkelijk oplosbaar poeder. Het is uitermate geschikt om in te zetten bij patiënten die lijden aan ondervoeding en met name aan verlies van spiermassa. De prevalentie van ondervoeding is hoog in Nederland. Zo is 32% van de patiënten, die thuiszorg krijgen, ondervoed.

VitalNext kent een sterke wetenschappelijke basis en leidt, in vergelijking met bestaande producten, tot relatief meer spieropbouw en een verbeterde loopsnelheid. Dit is van groot klinisch belang omdat verlies van spiermassa en afname van loopsnelheid sterk gekoppeld zijn aan een algehele verslechtering van de gezondheid. Vitalnext vormt daarmee een doorbraak in de behandeling van ondervoede patiënten.

Hoewel de eerste marktintroductie van VitalNext zal plaatsvinden in Nederland is het de verwachting dat internationale markten snel zullen volgen. In deze context kondigt het bedrijf vandaag ook aan dat Sander Ketelaar het managementteam zal komen versterken. Sander, tevens CEO van NutriMedical en voormalig managing director van Nutricia Nederland heeft een brede ervaring in het ontwikkelen van de markt van medische voeding in diverse landen.

Rein Strijker, CEO van Vitalnext Products BV: “Ik ben blij en trots dat we erin zijn geslaagd om een product te ontwikkelen vanaf een pril idee tot aan de markt. Na het afronden van deze vervolgfinanciering zijn we goed gepositioneerd voor de uiteindelijke productintroductie die nu snel zal plaatsvinden. VitalNext zal dan beschikbaar zijn, niet alleen voor ondervoede ouderen, maar voor iedereen die lijdt onder verlies van spiermassa en spierzwakte zoals bijvoorbeeld ook revaliderende COVID-19 patienten. De toevoeging van Sander Ketelaar aan ons team zal ongetwijfeld leiden tot verdere mogelijkheden buiten Nederland en ik heet hem van harte welkom in het bedrijf”.

Rudy Mareel, Executive Chairman of Vitalnext Products BV: “De voortdurende steun van onze aandeelhouders heeft het mogelijk gemaakt om een innovatief product te ontwikkelen in een markt waar de afgelopen decennia weinig innovatie heeft plaatsgevonden. Ondanks de grote en wereldwijde medische behoefte aan voedingsproducten die een oplossing kunnen bieden voor spier-gerelateerde problemen in ondervoede patienten, hebben we in de afgelopen jaren weinig echte innovaties gezien in deze markt. Wij geloven dat VitalNext voor deze patienten nieuwe opties zal bieden die kunnen bijdragen aan verbeterde uitkomsten van hun behandeling”.

De ontwikkeling van VitalNext is mede mogelijk gemaakt door ‘innovatiekredieten’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (Ministerie van EZK) en Rabobank en door investeringen van de Van Herk Groep, OostNL, LRM en Hanzepoort.

Bron: VitalNext (Persbericht)

← #nieuws

Van Nederlandse topkennis naar een Life Sciences ecosysteem van wereldklasse

, , ,

Den Haag, 8 oktober 2020 – Patiënten en consumenten kunnen nog meer profiteren van de uitstekende kennispositie die Nederland heeft in de life sciences, zo blijkt uit onderzoek dat HollandBIO – de belangenvereniging van de Nederlandse biotech sector – vandaag publiceert. Onze kennispositie is één van de cruciale ingrediënten om de Nederlandse biotech sector aan te laten sluiten bij de wereldtop, maar helaas slagen we er in Nederland nog niet genoeg in om daar de vruchten van te plukken in de vorm van economische bedrijvigheid en toepassingen die bijdragen aan gezondheid en duurzaamheid. Hier ligt een kans voor het grijpen! Daarom reikt HollandBIO vijf aanbevelingen aan voor het benutten van het volledige potentieel van ons Life Sciences ecosysteem.

De Nederlandse biotech sector is tussen 2005 en 2015 gegroeid als kool. De sector is in die tijd verdubbeld, zo bleek uit het Life Sciences 2030-rapport dat HollandBIO in 2016 uitbracht. “Onze ambitie is dat de Nederlandse Life Sciences ecosysteem in 2030 tot ’s werelds grootste en leidende clusters behoort”, aldus HollandBIO-directeur Annemiek Verkamman. “Om dat doel te behalen, moet de sector tussen 2015 en 2030 nogmaals verdubbelen.” Voor HollandBIO reden te meer om in 2020 de tussenstand op te maken: kan de bloeiende biotech sector de groeiambitie bijbenen, en hoe doet Nederland het in vergelijking met zes andere Europese landen?

Goede kennispositie, bedrijvigheid en ontwikkeling toepassingen blijven achter

Uit het onderzoek van HollandBIO komt naar voren dat Nederland het goed doet op wetenschappelijk gebied in vergelijking met andere Europese landen. Dat is met name dankzij onze sterke academische kennispositie. Tegelijkertijd is het gras groener bij de buren als het gaat om de groei van het aantal bedrijven en het aantal producten in ontwikkeling. Zo kent Nederland een vrij laag groeipercentage als het gaat om het aantal biotech bedrijven tussen 2015 en 2019. Nog zorgelijker is dat Nederland als laatste uit de bus komt van de in totaal zeven landen die zijn vergeleken als het gaat om de groei van het aantal producten in ontwikkeling tussen 2015 en 2019.

Vijf aanbevelingen voor een wereldwijd toonaangevend Nederlandse Life Sciences ecosysteem

Op basis van de inzichten en conclusies uit het onderzoek, doet HollandBIO vijf aanbevelingen die van Nederland in 2030 een internationaal toonaangevend Life Sciences ecosysteem maken:

  1. Blijvend investeren om onze goede kennisbasis te versterken
  2. Academisch ondernemerschap als erkend carrièrepad
  3. Financiering die aansluit bij de behoefte van (startende) bedrijven
  4. Consequent en stimulerend overheidsbeleid dat inzet op biotechnologie
  5. De ontwikkeling en toepassing van innovatie inbedden in het Nederlandse ecosysteem

Naar een bloeiend Life Sciences ecosysteem

Met deze aanbevelingen bouwt Nederland voort op onze academische topkennis en maken we werk van een toonaangevend Life Sciences ecosysteem. “Zo kunnen we maatschappelijke uitdagingen zoals honger en ziekte wereldwijd aanpakken en tegelijkertijd op een duurzame manier het verdienvermogen van Nederland vergroten”, zo stelt Verkamman. “Hopelijk versnelt het onderzoek en de aanbevelingen die beweging.” HollandBIO ziet dat het kabinet oog heeft voor groei, getuige het Nationaal Actieprogramma ter versterking van de Life Sciences sector alsmede het onlangs gepresenteerde Nationaal Groeifonds. Verkamman: “Hoog tijd om alle kansen te verzilveren die de biotech Nederland biedt en de bloeiende Life Sciences sector uit te laten groeien tot de absolute wereldtop!”

Infographic: https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2020/10/Lost-in-translation-Infographic-HollandBIO.pdf

← #nieuws

Zes nieuwe fondsen bieden startups 67,5 miljoen euro durfkapitaal

Nederlandse startups kunnen vanaf vandaag een beroep doen op 67,5 miljoen euro aan durfkapitaal, verdeeld over zes nieuwe investeringsfondsen. De fondsen hebben elk een andere focus, variërend van duurzaamheid tot software en van patenthouders tot vrouwelijke ondernemers.

Dit is de uitkomst van de meest recente tender voor de Seed Capital-regeling van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Met deze regeling vullen private investeerders en de overheid samen fondsen voor startups, waarbij de overheid maximaal 50% bijdraagt. Van de 67,5 miljoen euro nieuw durfkapitaal is 32 miljoen afkomstig vanuit het ministerie van EZK.

Staatssecretaris Mona Keijzer (EZK): “Startups zetten Nederland op de wereldkaart met hun nieuwe producten en diensten, en zorgen zo voor inkomsten en banen. Om ervoor te zorgen dat startups in ons land van de grond blijven komen en kunnen doorgroeien, hebben ze kapitaal en kennis nodig. De Seed capital regeling voorziet daarin: private, ervaren investeerders brengen expertise en kapitaal in, en de overheid verdubbelt hun inleg. Het is goed om te zien dat het vertrouwen in onze startups groot is, getuige de deelname van pensioenfonds ABP. Ook ben ik blij dat de fondsen meegroeien met deze tijd – dat zie ik bijvoorbeeld aan het Borskifonds, dat zich richt op vrouwelijk ondernemerschap.”

Bij de Seed Capital-fondsen zelf is voor het eerst een pensioenfonds betrokken: ABP investeert via haar beleggingsorganisatie APG in het Rockstart Energy Fund dat zich richt op startups die zich bezighouden met de energietransitie.
Het Borskifonds gaat investeren in vrouwelijke ondernemers.
Startups met een focus op duurzaamheid kunnen terecht bij Rubio Impact Ventures.
Investeerder CapitalT richt zich op data en software voor onder andere zorg, onderwijs en bedrijfsvoering.
Het fonds van LUMO Fund II investeert in de software achter de nieuwste technologieën, bijvoorbeeld AI en Virtual Reality.
Percival Participations III is specifiek op zoek naar ondernemers die op basis van een gepatenteerde of beschermde technologie een bedrijf willen laten groeien.
Startups kunnen voor meer informatie en aanvragen terecht bij de fondsen via de website van RVO. Op diezelfde site staat een overzicht van eerder aangekondigde Seed Capital-fondsen die nog aanvragen aannemen.

De Seed Capital regeling bestaat dit jaar 15 jaar. Sinds 2005 zijn er inmiddels 468 startups van durfkapitaal voorzien door in totaal 87 Seed Capital-fondsen. De totale investering komt op ruim 400 miljoen, waarvan zo’n 197 miljoen afkomstig is van de overheid.

Op 1 oktober 2020 is er een nieuwe tender geopend voor de Seed Capital-regeling. Investeerders die interesse hebben om samen met de overheid te investeren in startups kunnen daar een aanvraag doen voor hun fonds.

Ook investeerders kunnen voor meer informatie terecht op de website van RVO.

Bron: Rijksoverheid (Persbericht)