← #nieuws

Ready. Set. Go! Van ambitie naar actie met de uitvoeringsagenda biotech

, , ,

Hollandbio keek er al reikhalzend naar uit: vorige week stuurde het kabinet de Interdepartementale Uitvoeringsagenda Biotech naar de Tweede Kamer. Daarmee moet Nederland de stevige nationale kopgroepambitie waarmaken in onderzoek, ontwikkeling én implementatie van biotech innovaties. Hollandbio is blij met deze rollende agenda, die een stevig biotech anker is voor de vele lopende beleidstrajecten en -plannen die als doen hebben om prioritaire sectoren, waaronder biotech, te versterken.

De uitvoeringsagenda verbindt en stroomlijnt de biotech en life sciences ambities en plannen uit onder meer het industriebeleid, het 3% R&D Actieplan, de Nationale Technologie Strategie (NTS), het Wennink advies en de opdracht van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat (TWV). Op deze manier krijgt biotech, als strategische sleuteltechnologie, precies de plek waar het thuishoort: als innovatiemotor voor zowel verdienvermogen, veiligheid, strategische autonomie als maatschappelijke opgaven.

Met de uitvoeringsagenda biotech komt het kabinet tegemoet aan een belangrijke oproep van hollandbio: een integrale aanpak en structuur om de bijdrage van biotech gezamenlijk de gewenste kant op te sturen, en bovendien waar mogelijk te voorkomen dat tegelijkertijd op het gas- en het rempedaal wordt getrapt. Een mooie stap in de goede richting, en een sterk vertrekpunt voor de volgende fase: actie!

Wat positief stemt, is dat de agenda voortbouwt op bestaande initiatieven, zoals Biotech Booster, de programma’s van de NTS, Nexus en Food2040 en de aandacht voor biotech in nationale ontwikkelingen bestendigt, zoals via Invest-NL, de Nationale Investeringsinstelling (NII) en het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). Bovendien zet de agenda in op het benutten van Europees momentum, zoals IPCEI’s op het terrein van biotech en de diverse voorstellen uit bijvoorbeeld de Biotech Act, gericht op het verbeteren van toegang tot financiering voor biotech innovatie. Dat is verstandig. Nederland heeft al een krachtig fundament van kennis, ondernemerschap en publiek-private samenwerking. Opnieuw beginnen is dan ook lang niet altijd de beste aanpak, voortbouwen op excellentie, slim hervormen van wat beter kan, en het optimaal benutten van nieuwe kansen en momentum des te meer.  

Hollandbio ziet de in de agenda aangekondigde Biotech Board als essentieel: deze kan op basis van ruime expertise en ervaring in het bedrijfsleven, de overheid van gedegen advies voorzien over welke beleidsinterventies, acties en initiatieven voorzien in cruciale randvoorwaarden voor innovatie en ondernemerschap, en daarmee bijdragen aan het succes van de sector en Nederland als allround biotech koploper.

Ambitieus biotechbeleid kan simpelweg niet zonder de kennis van hen die dagelijks werken aan nieuwe therapieën, duurzame productieprocessen, alternatieve eiwitten, regeneratieve geneeskunde en innovatieve landbouwoplossingen. Zij weten waar kansen liggen, ervaren aan den lijve waar het systeem vastloopt en wat nodig is op de lange weg om innovaties daadwerkelijk naar markt en maatschappij te brengen. 

De agenda geeft hoop en dat is hard nodig ook. De Nederlandse biotech staat op een kantelpunt – het is nu of nooit voor succes van eigen bodem. Als we nu niet ingrijpen, end-to-end, van vroege vinding tot toegang tot de praktijk, raakt Nederland onherroepelijk haar positie kwijt, met in het kielzog ook de waardevolle bijdrage die onze biotech sector kan leveren aan onze gezamenlijke toekomst. Hollandbio staat, met alle biotech koplopers die we vertegenwoordigen, klaar om maximaal bij te dragen. Dus hop, handen uit de mouwen!

← #nieuws

Wet Vifo raakt biotech vanaf 2027

De Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Vifo) wordt per 1 januari 2027 uitgebreid naar onder meer biotech. Dat betekent dat investeringen, fusies en overnames in (delen van) de biotechsector voortaan onder een nationale veiligheidstoets kunnen vallen. Voor ondernemers en investeerders betekent dit: extra checks vooraf, mogelijk langere doorlooptijden én nog veel open vragen over wanneer je precies onder de wet valt. Hollandbio volgt de ontwikkelingen rond deze wet op de voet, en zet zich in voor duidelijkheid en werkbare regels.

Wat verandert er precies?

De Wet Vifo bestaat sinds 2023 en geeft de overheid de mogelijkheid om investeringen, fusies en overnames te toetsen op risico’s voor de nationale veiligheid. Per 1 januari 2027 wordt de reikwijdte uitgebreid met zes technologiegebieden, waaronder (delen van) biotechnologie. Concreet betekent dit dat transacties waarbij zeggenschap of significante invloed wordt verkregen in biotechbedrijven onder de meldplicht kunnen vallen en vooraf beoordeeld kunnen worden door het Bureau Toetsing Investeringen (BTI). Dat is een fundamentele verandering: biotech wordt expliciet gezien als “sensitieve technologie”.

Wat betekent dit voor biotech bedrijven?

Biotech ondernemers die kapitaal ophalen, samenwerken of overnames overwegen, krijgen met deze uitbereiding te maken met extra verplichtingen. Bij transacties, bij het verkrijgen van zeggenschap, en in sommige gevallen al bij kleinere participaties, moet een melding worden gedaan bij het Bureau Toetsing Investeringen (BTI). De overheid toetst vooraf, wat inhoudt dat transacties pas doorgaan na beoordeling. Bij risico’s kan de overheid voorwaarden stellen of zelfs een deal (deels) blokkeren. Het is daarom belangrijk om de vraag of een Vifo-melding nodig is al vroegtijdig mee te nemen in het dealproces. Houdt hiervoor rekening met extra tijd en kosten.

Waar zitten nog knelpunten?

Eerder leverde hollandbio input op deze wijziging van de Wet Vifo, met als doel de wet duidelijk en werkbaar te houden voor biotech bedrijven. Want wanneer valt een biotech bedrijf nu precies onder deze verplichting? Geldt dit bijvoorbeeld alleen voor bedrijven die producten binnen de gespecificeerde toepassingsgebieden – zaadveredeling en stamceltechnologie – ontwikkelen, of ook voor bedrijven die deze subtechnologieën van biotech alleen in R&D inzetten? En hoe worden die technologieën dan precies afgebakend? Zolang dit niet helder is, ontstaat onzekerheid bij zowel ondernemers als investeerders.

Daarnaast neemt de toetsing tijd in beslag, terwijl biotech bedrijven juist gebaat zijn bij snelheid. Door de uitbreiding kan het aantal meldingen sterk toenemen, wat druk zet op de capaciteit van het BTI en de voorspelbaarheid van het proces. En tot slot vraagt de meldplicht om juridische en financiële expertise, wat kosten en complexiteit toevoegt, zeker voor start- en scale-ups.

Samen zorgen we dat dit werkt voor biotech

De uitbreiding van de Wet Vifo zet biotech nadrukkelijk op de radar van de nationale veiligheid. Dat dit impact gaat hebben en dat veel biotech bedrijven aan deze wet moeten voldoen, is duidelijk en begrijpelijk. Maar zonder heldere kaders en een werkbaar proces dreigt de uitbreiding van investeringen juist af te remmen en onze strategische positie te verzwakken.

Zolang de uitvoering nog in ontwikkeling is, blijft hollandbio daarom zoeken naar de antwoorden op de definitieve afbakening en het praktische proces van toepassing en vinger aan de pols houden wanneer doorlooptijden te veel roet in het eten gooien. Ondertussen roepen we ondernemers op: Maak Vifo standaard onderdeel van je due diligence en trek tijdig aan de bel als je tegen knelpunten aanloopt. Alleen zo houden we samen de sector aantrekkelijk voor investeerders én sterk in internationale competitie. Laat ons weten waar het schuurt, en hollandbio maakt er werk van.

← #nieuws

Lost in translation? Dit kan het verschil maken

Nederland publiceert top, maar vertaalt te weinig naar bedrijven. Het aantal spin-outs per 1.000 onderzoekers daalt, terwijl de wetenschap op niveau blijft. Bij hollandbio noemen we dat al langer: lost in translation. Maar hoe kan het beter? De Tech Champions, 10 toonaangevende Nederlandse tech-ondernemers en investeerders die gezamenlijk werken aan het verbeteren van het innovatie- en scale-upklimaat, keken naar landen die het beter doen en trekken een duidelijke conclusie: we verliezen het niet op kennis, maar op snelheid, eenvoud en consistentie. Het voorstel, gepresenteerd door Eline van Beest tijdens het Dutch Spin-off Report & Tech Champions Termsheet event van Techleap, viel in goede aarde. De discussie was open, scherp en vooral: gericht op vooruitgang.

De oplossing: standaard deal terms

Elke spin-out begint nu met opnieuw onderhandelen over vergelijkbare afspraken. Dat kost tijd, geld en energie en zorgt er soms zelfs voor dat spin-outs niet doorgaan. De Tech Champions stellen daarom voor om gestandaardiseerde ‘Express Terms’ in te voeren dat zijn vaste, herkenbare afspraken die frictie verminderen tussen universiteit, ondernemer en investeerder, en sneller leiden tot investeerbare deals. Internationaal werkt dit al: van ETH Zürich tot Denemarken, waar een term sheet in minder dan een uur op tafel ligt.

Van voorstel naar praktijk

De oproep is helder: kies één bewezen model (bijvoorbeeld ETH), implementeer het snel en leer al doende. Maar alleen standaardiseren is niet genoeg. Er is ook behoefte aan een lichte structuur die zorgt voor doorontwikkeling en snelheid houdt in het systeem. Bijvoorbeeld door vastgelopen deals los te trekken en ervaringen te bundelen. Wat hollandbio betreft ligt hier een logische rol voor Techleap.

Tijd om te testen

Vanuit biotechperspectief is dit een logische volgende stap. Met Biotech Booster is al vooruitgang geboekt nu is het moment om door te pakken en deze standaard deal terms in de praktijk te testen. Voor ondernemers betekent dat: sneller starten, minder juridische rompslomp en meer focus op waar het echt om draait, bouwen aan je bedrijf en je innovatie.

← #nieuws

RVO en EZ lichten effecten van afschaffing farmaciebrief WBSO toe

Op 2 juni informeerden RVO en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) bedrijven over het afschaffen van de zogeheten farmaciebrief – de brief die het voor CRO’s mogelijk maakt om WBSO aan te vragen voor klinisch onderzoek. Hollandbio riep de minister eerder al in een brandbrief op niet te kiezen voor de botte bijl, maar eerst een plan uit te werken om negatieve effecten van de afschaffing te beperken. In plaats daarvan besloot het ministerie tijdens deze bijeenkomst alleen duidelijkheid te geven over de gevolgen voor betrokken partijen. Wat hollandbio betreft, verdient de Nederlandse biotech beter.

EZK  houdt vast aan het schrappen van de regeling en ziet dit als een noodzakelijke, correctie van een uitzondering die er mogelijk nooit had moeten zijn. RVO benadrukt tegelijk dat er kansen zijn om de WBSO beter te laten aansluiten bij de praktijk van farma- en biotechbedrijven.

Over de concrete uitwerking blijft echter nog veel onduidelijk. Bedrijven krijgen vooral de boodschap dat zij zelf aan de slag moeten om hun aanvragen passend te maken. De echte impact zal pas zichtbaar worden in de komende maanden, wanneer aanvragen voor 2027 worden voorbereid.

Opvallend is dat EZ en RVO impliciet erkennen dat de maatregel negatieve gevolgen kan hebben, waaronder meer onzekerheid, hogere administratieve lasten en mogelijk verplaatsing van klinische studies naar het buitenland. Deze effecten worden vooralsnog geaccepteerd binnen het bredere beleidskader.

Voor ondernemers betekent dit vooral: onzekerheid op korte termijn en mogelijk hogere drempels voor klinisch onderzoek in Nederland. Met name CRO’s en CDMO’s worden geraakt, terwijl juist zij een cruciale rol spelen in de ontwikkeling van nieuwe therapieën.

Hollandbio maakt zich nog steeds zorgen over de werkelijke impact van de afschaffing, ook omdat die daarna mogelijk niet of nauwelijks te herstellen valt. Wie serieus inzet op de groeikansen van de biotechsector, kan het zich niet permitteren om essentiële schakels te verzwakken. Innovatie ontstaat in een keten van ontdekking tot ontwikkeling en toepassing, en die keten is zo sterk als de zwakste schakel. Met het afschaffen van de farmaciebrief wordt een van die schakels onder druk gezet: kennis dreigt te verdwijnen en het Nederlandse klinisch onderzoeksklimaat dreigt te verschralen.

Dit had anders gekund. Door eerst samen met de sector naar oplossingen te zoeken, in plaats van een bestaand instrument abrupt te schrappen. Kortom: als Nederland koploper wil zijn in biotech, vraagt dat om consistent, voorspelbaar en stimulerend beleid dat álle schakels in de keten versterkt – niet verzwakt.

← #nieuws

Komt er ruimte voor risico en lef met het Nationaal Agentschap voor Disruptive Innovatie?

Op woensdag 27 mei organiseerde het Thematisch Netwerk Economische Zaken & Innovatie van de VVD een webinar om meer inzicht te geven in het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). Dit agentschap wordt de Nederlandse variant van DARPA (VS), bekend om baanbrekende innovaties zoals GPS en mRNA-technologie, en SPRIND (Duitsland). Tijdens de webinar lichtte het ministerie van Economische Zaken toe dat NADI het gat moet dichten tussen vroege onderzoeksfinanciering (zoals NWO) en marktgerichte investeerders (zoals Invest-NL). Dat is hard nodig, want Nederland verliest ondanks een sterke kennispositie terrein op de wereldwijde ranglijst van technologieposities. Dat daar verandering in moet komen, is hollandbio het volledig mee eens. Maar hoe gaat NADI dat dan precies aanpakken? Ontdek wat er nu bekend is én waar, wat ons betreft nog belangrijke hobbels liggen.

Om NADI vorm te geven is Jelle Prins, medeoprichter van biotechbedrijf Cradle, gevraagd om de opzet te leiden. Centraal in de aanpak staan missiegedreven programma’s die gericht zijn op het oplossen van concrete maatschappelijke vraagstukken. Niet kennis of technologie als doel op zich, maar oplossingen staan centraal en die mogen nadrukkelijk ‘out of the box’ zijn.

Daarvoor wordt een aantal belangrijke randvoorwaarden gehanteerd. NADI wordt een onafhankelijke organisatie die programmatisch werkt, met sterke programmadirecteuren die zowel inhoudelijke expertise hebben als het vermogen om in te schatten of een voorstel kans van slagen heeft. Deze directeuren formuleren de problemen, maar schrijven de oplossingen niet voor. Juist bedrijven en andere partijen worden uitgedaagd om met oplossingsrichtingen te komen.

NADI positioneert zich nadrukkelijk niet als onderzoeksinstituut, maar als financier van onderzoek dat direct bijdraagt aan oplossingen. Per programma wordt substantieel geïnvesteerd (circa €10–100 miljoen), waarbinnen meerdere oplossingsrichtingen parallel worden ontwikkeld. Op termijn blijven alleen de meest kansrijke trajecten gefinancierd. Deze aanpak biedt ruimte voor radicale innovatie en accepteert dat niet alles succesvol zal zijn.  

Volgens de huidige planning gaat NADI tussen mei en september 2027 van start en zal het zich richten op sleuteltechnologieën uit de Nationale Technologiestrategie (NTS). Goed nieuws voor biotech, dat via biomoleculaire en celtechnologie sterk vertegenwoordigd is!

Wat hollandbio betreft, heeft NADI daarmee alles in huis om de Nederlandse technologiepositie te versterken, zoals we ook al eerder schreven. Tegelijkertijd zien we duidelijke risico’s. Zoals eerder benoemd dreigt de aanpak te voorzichtig te worden. Het beoogde budget, 500 miljoen euro, is een fractie van dat van DARPA en het revolverende karakter sluit niet goed aan bij het risicoprofiel van disruptieve innovatie. Maar, als Nederland het aandurft om écht te investeren en risico’s te accepteren, liggen er volop kansen om echt verschil te maken.

← #nieuws

Valorisatie vraagt om één doel – en dat ontbreekt nu

Nederland barst van de kennis, maar weet die nog te weinig om te zetten in bedrijven met echte impact. Het rapport van de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) Beter van start laat zien waarom: niet gebrek aan potentie, maar een systeem waarin belangen versnipperd zijn en doorgroei geen vanzelfsprekend uitgangspunt is. Het doel zou helder moeten zijn: maximale maatschappelijke én economische impact via succesvolle doorgroei van kennisintensieve bedrijven. In de praktijk raakt dat doel ondergesneeuwd door kortetermijnprikkels en uiteenlopende belangen. Zonde wat hollandbio betreft en vooral een gemiste kans voor ondernemers die willen bouwen aan oplossingen voor gezondheid en de samenleving.

Knelpunten die elkaar versterken

AWTI laat zien dat het probleem geen losse horde is, maar een keten van fricties die elkaar versterken: een lange weg naar een werkend businessmodel, afzwakkende ambitie, teams met onvoldoende commerciële slagkracht, knellende afspraken bij de start (zoals intellectueel eigendom en vroege financiering), beperkte ruimte voor internationalisering en een duidelijke financieringskloof in de scale-up fase. Het resultaat is een systeem waarin frictie de norm is in plaats van de uitzondering.

Hulp die groei belemmert

Het meest confronterende uit de AWTI-analyse is dat juist de ondersteuning die nodig is om te starten, groei later vaak belemmert. Afspraken met kennisinstellingen, regionale voorwaarden of institutionele structuren zijn logisch vanuit hun eigen perspectief, maar maken opschalen en het aantrekken van internationaal kapitaal lastiger. Het systeem optimaliseert voor de start, maar verliest de finish uit het oog.

Tijd voor keuzes: maak doorgroei leidend

De boodschap van het AWTI is helder: maak doorgroei en maatschappelijke impact leidend in het hele valorisatiesysteem. Daar is hollandbio het volmondig mee eens. Wat daarvoor nodig is, zijn afspraken die schaal mogelijk maken, financiering die past bij lange tijdslijnen, sterke teams en een ecosysteem dat internationale groei faciliteert. Er is geen compleet gebrek aan geld of talent, maar een gebrek aan een gedeelde richting. Wanneer alle partijen dezelfde kant op bewegen, kan valorisatie doen wat het moet doen: kennis omzetten in impact.

← #nieuws

Subsidie langs de meetlat: sluit de Eurostars aan bij biotech?

, ,

Subsidies spelen een cruciale rol in het mogelijk maken van biotech-innovatie, waar ontwikkeltrajecten vaak lang, risicovol en kapitaalintensief zijn. Toch is het voor biotechbedrijven moeilijk een subsidieregeling te vinden die aansluit op hun unieke behoeften. Wat hollandbio betreft voldoet een succesvolle subsidieregeling aan zes voorwaarden. Benieuwd in hoeverre de Europese subsidieregeling Eurostars aansluit bij de behoeften van biotech?  In een nieuwe infographic scoren we deze subsidies op een schaal van 1 tot 10. 

Eurostars is onderdeel van het Europese innovatieprogramma Eureka. Via subsidies van maximaal €500.000 voor het Nederlandse projectaandeel jaagt deze regeling snellere ontwikkeling en groei aan van kleine bedrijven, mits die deelnemen aan een samenwerkingsverband tussen partijen uit meerdere Europese landen. Hoewel de subsidie Europees georiënteerd is, ligt de uitvoering ervan bij de lidstaten zelf. In Nederland is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) daarvoor verantwoordelijk. Dit heeft per jaar een totaal van €22 miljoen beschikbaar voor Nederlandse aanvragen verdeeld over twee calls. 

Wil een subsidie zoals Eurostars aansluiten bij biotech, dan moet die wat hollandbio betreft aan de volgende zes voorwaarden voldoen:   

  1. De regeling maakt vervolgfinanciering interessant, zodat investeerders vertrouwen houden en bedrijven de lange weg van lab naar markt kunnen voltooien.   
  1. De voorwaarden rond intellectueel eigendom (IP) zijn innovatie- en marktgericht, zonder knellende afspraken, publicatie-eisen of pandrechten die investeerbaarheid ondermijnen.    
  1. De verhouding tussen administratieve lasten en het subsidiebedrag is in balans. Het subsidiebedrag is groot genoeg om impactvolle investeringen mogelijk te maken en niet te complex, zodat ondernemers niet afhaken.  
  1. De regeling zet de ondernemer centraal. Ondernemers hebben zeggenschap over het project, zodat de samenwerking bijdraagt aan hun R&D-ambities en inhoudelijk relevant is voor de markt.   
  1. De beoordelingsprocedures zijn snel en flexibel, zodat projecten op het juiste moment kunnen starten om daadwerkelijk impact te maken.   
  1. Het beschikbare budget is toereikend en bereikbaar voor start- en scaleups, zodat kwalitatief goede projecten van groeiende bedrijven niet onnodig worden afgewezen. 

Hoe scoort Eurostars? 

Wanneer we Eurostars langs onze meetlat leggen, zien we het volgende: 

Op het gebied van vervolgfinanciering scoort de Eurostars erg goed. Het betreft namelijk een zuivere subsidie zonder terugbetalingsverplichting. Voor het MKB en kennisinstellingen wordt 50% van de projectkosten gesubsidieerd en voor grote bedrijven of andere instellingen bedragen de subsidiabele projectkosten maximaal 40%. De rest van de financiering moeten deelnemers uit andere bronnen halen. Hiermee scoort Eurostars een 9 uit 10. 

De IP-bescherming van Eurostars projecten is goed geregeld. Van tevoren maken de verschillende deelnemers in het project afspraken over intellectueel eigendom, wat resulteert in een score van 8 uit 10. 

De administratieve last van de Eurostars is relatief laag. Ze vereist twee keer per jaar een inhoudelijke update en aan het einde een uitgebreidere rapportage. Bij grotere consortia kan de last wat hoger zijn vanwege het grotere aandeel betrokken partijen. Daartegenover staat een subsidiebedrag van maximaal € 500.000. Dat is prima in balans, dus scoort deze subsidie hiervoor een 8 uit 10. 

Hoewel zeggenschap bij deze subsidie deels met andere samenwerkingspartners wordt gedeeld, zien wij dat de ondernemer altijd in de lead is bij de aanvraag. Met deze partners wordt er van tevoren een duidelijke consortiumsovereenkomst verwacht waarin vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt. Ook is pivoteren in het project (na goedkeuring) mogelijk. Wij geven daarom een 8 uit 10. 

De doorlooptijd voor een Eurostars-aanvraag is lang. Na een Europese inhoudelijke controle en beoordeling wordt door RVO beoordeeld welke aanvragen gehonoreerd kunnen worden. Alles bij elkaar kost dit vijf tot zes maanden. Wij vinden dat erg stevig vinden en scoren hier daarom met een 4 uit 10. 

Het slagingspercentage van de Eurostars vinden wij met 50% acceptabel. Helaas is er niet genoeg budget beschikbaar om alle kwalitatief goede voorstellen van financiering te voorzien. Ook kan het gebeuren dat het budget van een samenwerkende lidstaat uit het project op is, waardoor het volledige project niet door kan gaan. Wij scoren deze subsidie hiervoor daarom een 7 uit 10. 

Al met al scoort de Eurostars, wat ons betreft, voor biotech dus erg goed. De populariteit van het instrument bevestigt dit: in het overzicht van gehonoreerde aanvragen tot en met september 2025 is te zien dat Nederlandse bedrijven de weg naar de Eurostars goed weten te vinden. Het enige minpuntje aan de Eurostars vinden wij de doorlooptijd, maar verder scoort de Eurostars uitstekend. Heb jij ervaring met deze subsidie, of een andere kijk op de Eurostars? Deel je inzichten met ons, dan zorgen we samen dat subsidieregelingen nóg beter gaan aansluiten bij de behoeften van biotech! 

← #nieuws

Scaling beyond Series C: Insights from the frontlines

, , ,

On Thursday, 21st May, hollandbio and De Brauw Blackstone Westbroek collaborated to support biotech companies in Scaling Beyond Series C at an exclusive event. 

The session kicked off with a market overview by hollandbio’s Annemiek and Jan Christoph Vollgraff (Vice President Healthcare Investment Banking at Van Lanschot Kempen), who set the stage with several observations on developments in the sector: 

  • All 10 biotech IPOs in 2026 listed on NASDAQ, with none choosing a European exchange 
  • Venture capital and private equity firms are facing increasing challenges in raising new funds 
  • Capital is concentrating around a limited number of late-stage winners 
  • This shift raises an important question: what happens if early-stage funding dries up, and the pipeline for future innovation shrinks? 

Jaap Barneveld (Partner at De Brauw Blackstone Westbroek) moderated the panel discussion with Paul van der Horst (CBO at Agomab Therapeutics), Zosia van Eesteren (Senior Associate at Gilde Healthcare), Oscar Marshall (Associate at EQT Group), and Jan Christoph Vollgraff. Raising capital beyond Series C is fundamentally different from earlier stages. The stakes are higher, timelines are longer, and expectations on both sides of the table are significantly more demanding.  

Drawing from Agomab Therapeutics’ journey through Series B to D and its IPO in February 2026, Paul van der Horst shared several practical lessons: 

  • Always explore multiple financing strategies. Think about IPO, private rounds, partnerships, or M&A. Start early, before you can even imagine ever raising a Series C, as each option requires significant preparation time;
  • Raise capital when you don’t urgently need it, not when you are under pressure;
  • Invest in relationships from day one; trust with investors is built over years, not months; 
  • Deliver on your promises—credibility compounds over time;
  • Professionalize governance, with a focused board and clear operational ownership within the management team; 
  • Plan financing with a multi-year horizon (typically 2–5 years); 
  • Hire ahead of your future needs, not just current challenges; 
  • Actively manage your news flow to sustain visibility and engagement. 

From the investor perspective, Zosia van Eesteren and Oscar Marshall highlighted how expectations are evolving alongside deal sizes: 

  • A strong, proven management team is critical; 
  • Companies with multiple assets and a clear platform strategy are more attractive; 
  • Experience matters. Serial entrepreneurship is a strong signal; 
  • Strategic investors, such as pharma partners, strengthen the cap table; 
  • Non-dilutive funding can be valuable, but the application process should not slow down momentum. 

While the path to late-stage funding is becoming more complex, one message stood out clearly: preparation is everything. Building the right story, relationships, and strategic options takes years, but only those who are ready can act when the window of opportunity opens.  

Hollandbio would like to sincerely thank De Brauw Blackstone Westbroek for their expertise and hospitality.

← #nieuws

3% actieplan, deel 9: Bouwen aan talent voor innovatie

,

Publieke én private investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig voor een weerbare en toekomstbestendige economie. Met het 3%-R&D-actieplan lanceert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) negen maatregelen die er gezamenlijk voor moeten zorgen dat in 2030 minstens 3% van ons bruto binnenlands product (bbp) naar onderzoek en ontwikkeling gaat. In deze 3%-serie laat hollandbio zien hoe en onder welke voorwaarden de negen maatregelen ook investeringen in biotech kunnen aanjagen. Vandaag de laatste, maar niet de minste: talent.

Het aantrekken en behouden van talent is de levensader voor elk bedrijf, maar absoluut niet eenvoudig. In de 3%-kamerbrief signaleert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat er in recente jaren een stijging is geweest van studenten in een STEM (Science, Technology, Engineering en Mathematics). Toch heeft Nederland met 15,4 STEM-afgestudeerden in het hoger onderwijs per 1.000 inwoners nog een ruime achterstand ten opzichte van het Europese gemiddelde van 23. In de brief geeft het ministerie allereerst aan dat er al een aantal initiatieven lopen, zoals het Nationaal Versterkingsplan Microchiptalent en het Nationaal Groeifondsproject Techkwadraat. Daarnaast wil het ministerie inzetten op een grotere instroom van studenten door het innoveren van het onderwijs, het aantrekken van meer vrouwen in STEM-opleidingen en het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Ook het blijven aantrekken van buitenlands talent via bijvoorbeeld de 30%-regeling en betere visa- en verblijfsregelingen.

De nadruk op talent van het 3%-actieplan staat niet op zichzelf, zeker niet als het om biotech-succes gaat. Zo maakt talentontwikkeling ook deel uit van de kabinetsbrede visie biotech. Daarnaast besteed het Rapport Wennink aandacht aan talent, als één van de vier essentiële randvoorwaarden voor toekomstig verdienvermogen. Wennink vraagt specifiek om excellentie in het onderwijs, prioritering van STEM-opleidingen, het aantrekken van internationaal talent, het structureel maken van om- en bijscholing en aanpassingen in het socialezekerheidsstelsel.

Het zal niemand verrassen dat ook hollandbio toegang tot passend talent van essentieel belang vindt om de ambitieuze doelen van de overheid voor biotech te realiseren. Hollandbio sluit zich dan ook aan bij de adviezen uit het Rapport Wennink. Daarnaast pleiten we voor snelheid, duidelijkheid en een overkoepelende aanpak die werkt, op basis van degelijk onderzoek naar de behoeften van de sector, met specifieke aandacht voor het bedrijfsleven. Met een arbeidsmarktonderzoek naar de behoeften van studenten doet hollandbio vast een duit in het zakje. Wat blijkt: studenten willen vooral een baan die ze plezier oplevert. En – wij spreken uit ervaring – dat doet een carrière in de biotech zeker!

← #nieuws

Looking back at hollandbio’s third CEO & Founder event in Amsterdam

, ,

Last Tuesday, hollandbio’s CEO & Founder network brought together 50 biotech CEO’s and founders to meet, talk and network among peers. Ask a biotech entrepreneur about the biggest hurdles between lab and market and attracting funding will probably be high on the list. For this exclusive event, hollandbio members came together at the Nauta Dutilh office in Amsterdam to discuss that very important topic: funding.  

Doing a deal requires a sharp eye and a well-organised process

To set the scene, Ruud Smits, managing partner at Nauta Dutilh, pointed out some of the pitfalls and challenges of biotech funding. When closing a deal, the devil is often in the details. Options and choices can have major consequences, urging the need to be very critical when choosing investors and always checking agreements and contracts thoroughly. And – as always – making sure you seek advice and learn from peers or experts, is the wise thing to do.

Biotech funding requires careful planning and strategy

After the insightful intro, hollandbio’s Wieteke welcomed three renowned biotech entrepreneurs to the stage to join the panel discussion. Maria van Dongen, who, after gaining extensive drug development experience at several leading pharmaceutical companies, co-founded the Swiss Allegria Therapeutics. As the company’s CEO, she recently secured $5.1 million in seed extension funding to progress its lead program towards pre-clinical candidates.

Maarten Bosch joined cultured meat pioneer Mosa Meat seven years ago, after an extensive career in various start-ups in the corporate sector. As the company’s CEO, Maarten secured €15 million in funding early this year – a success even more impressive given the struggle and even shut down other cultivated meat companies currently face.

Finally, serial entrepreneur and investor Ton Logtenberg took the stage. Ton is no stranger to biotech success, being instrumental in the successful growth and multibillion-dollar exits of Crucell and Merus. As CEO of his new endeavour Gyes, Ton is well on his way to proving his brilliance once again, pushing forward a new, paradigm-shifting platform approach in precision antibody therapeutics.

Together, the panellists gave their personal and open takes and learnings on funding strategy, risks, and opportunities. Some insights:

  • There is no denying that the Chinese biotech industry is growing and is hard to outcompete on costs and speed. Yet there have been some examples of European companies that do similarly well. And yes, geopolitics is a force to consider; the panel agreed that if played well, competing with Chinese biotech still is possible.
  • To compete, Gyes carefully designed a distinctive structure and IP strategy:  a holding company that not only fosters and perfects the platform technology, but also acts as the perfect all-in service provider for its spin-out companies with specific programs. Combined with Gyes’ strategy not to file IP for its technology, might prove to be a game-changer in biotech entrepreneurship.
  • The importance of scenario planning was another topic the CEO’s agreed on. Without downsizing the need to design the perfect funding strategy too, success often results from carefully designed back-up plans – scenarios B, C, and D – as scenario A hardly ever plays out. Being prepared helps to seize other opportunities when they present themselves.
  • As most investors are flooded with business proposals, standing out is key to success. Making sure you understand an investor’s mandate and choose the best fit with your business helps you to do just that. Our panellists agreed that for a successful fundraise you need a compelling story as well as scientific excellence.

After this vibrant and interactive discussion, there was ample room to meet and continue the conversation over drinks – a high-level networking opportunity amongst peers highly valued by the attending CEOs and founders.

See you next time at our CEO & Founder event!