← #nieuws

HollandBIO feliciteert andere investeringsaanvragen met succesvolle toekenning Nationaal Groeifonds

, , , ,

Behalve groen licht voor Biotech Booster, kwam afgelopen donderdag ook het verlossende woord voor tal van andere voorstellen die bijdragen aan economische groei, het versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen en de internationale kennis- en concurrentiepositie van Nederland. Veel daarvan vergroten net als Biotech Booster de innovatie gericht op verduurzaming en gezondheid. HollandBIO feliciteert de indieners met hun succes en geeft hen natuurlijk graag een podium.

Enkele voorstellen hebben in meer of mindere mate raakvlakken met biotechnologie. Zo wordt er €60 miljoen uitgetrokken ter ondersteuning van de vorming van een ecosysteem rond cellulaire agricultuur, de technologie om dierlijke producten zoals melk en vlees rechtstreeks uit cellen te produceren. Oncode-PACT (€325 miljoen) richt zich vooral op het effectiever inrichten van de preklinische fase van kankeronderzoek, door de concrete toepassing van kunstmatige intelligentie, goed afgebakende patiëntengroepen en mini-orgaantjes in preklinisch onderzoek. Daarnaast is de investering van €80 miljoen via Pharma-NL vooral gericht op de technische faciliteiten voor startups in de farmaceutische industrie en medicijnproductietechnologie. Met €43 miljoen wordt via CROP-XR geïnvesteerd in een veelbelovende, nieuwe veredelingstechniek waarmee veel sneller en efficiënter klimaatresistente gewassen kunnen worden ontwikkeld.

Alle gehonoreerde voorstellen zijn hier terug te lezen, evenals alle informatie rondom het Nationaal Groeifonds.

Verschillende indieners op het HollandBIO Year Event
← #nieuws

Waarom Europa minder goed biotech kennis te gelde maakt

,

Geld, cultuur en talent: volgens Financial Times (FT) de redenen waarom we er in Europa minder goed in slagen om onze biotech topkennis te gelde te maken. Maar er is ook goed nieuws: met onze sterke kennisbasis is het fundament op orde. Deze conclusies sluiten aan bij wat wij al jaren roepen: maak werk van een ijzersterk innovatieklimaat!

Het medium schrijft over de toenemende concurrentie om een biotech hotspot te worden: naast Nederland hebben ook Zwitserland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk ambitieuze plannen. Maar hierin concurreren we met landen als China, India en niet in de laatste plaats de Verenigde Staten.

Met name in vergelijking met de VS slagen wij in Europa er minder goed in om kennis om te zetten in bedrijven. FT geeft daarvoor een viervoud aan redenen: een gebrek aan financiering voor kleine bedrijven en de lagere waardering op de beurs voor grotere bedrijven, een minder ondernemende cultuur, tekort aan talent en een gefragmenteerde markt.

Laat dit nu precies de problemen zijn die wij adresseren in ons programma een ijzersterk innovatieklimaat. Om de sector tot volle bloei te laten komen richt HollandBIO zich binnen dit programma op drie hoofonderwerpen die van groot belang zijn voor biotech ondernemers:

  • financiering die aansluit op hun behoefte;
  • effectieve knowledge transfer;
  • aantrekkelijk investeringsklimaat.

Wij beschouwen deze analyse dan ook als een opdracht, het is tijd om werk te maken van een ijzersterk innovatieklimaat!

← #nieuws

Rapport AIV pleit voor slimme industriepolitiek

, ,

De Nederlandse overheid moet kiezen voor slimme industriepolitiek, zo stelt de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) – het adviescollege voor regering en parlement op het gebied van buitenlands beleid – in een recent advies. In het licht van de oorlog in Oekraïne, de pandemie en de klimaatcrisis is herbezinning nodig. De AIV formuleert tien aanbevelingen die ertoe bijdragen dat Nederland durft te kiezen en daarmee zijn strategische kwetsbaarheid vermindert, investeert in nieuwe (sleutel)technologie en zijn welvaart en werkgelegenheid behoudt. HollandBIO voegt daar graag nog aan toe: kies voor biotech! 

Van horizontaal naar verticaal industriebeleid 

Het Europese industriebeleid verandert van aard. Het is niet langer alleen ‘horizontaal’, oftewel generiek en voorwaardenscheppend, maar krijgt in toenemende mate een ‘verticaal’ karakter, waarbij overheden ingrijpen met stimulansen en investeringen voor specifieke bedrijfstakken of ecosystemen. Deze omslag is blijvend. 

De veranderende internationale context en andere ingrijpende uitdagingen leiden tot grote risico’s: het verlies van toegang tot grondstoffen, technologie of afzetmarkten; overnames van Europese bedrijven door niet-Europese rivalen in strategische sectoren; onoverbrugbare achterstand op technologieën van de toekomst met als gevolg een ernstige belemmering van transities op bijvoorbeeld verduurzaming en het klimaat; het onvermogen om weerstand te bieden aan geopolitieke druk op industriepolitiek terrein vanuit China of de VS. Dit betekent volgens de AIV dat een verandering nodig is in de Nederlandse industriepolitiek, we moeten het slimmer aan gaan pakken. Van voorwaardenscheppend, naar keuzes maken. 

Tien aanbevelingen voor ‘slimme’ Nederlandse industriepolitiek 

In het coalitieakkoord staat dat het kabinet meer vorm wil geven aan ‘slimme industriepolitiek’, zowel nationaal als Europees. De AIV heeft vanuit dat perspectief en de veranderende internationale context tien aanbevelingen geformuleerd voor het kabinet om tot deze meer proactieve en zelfbewuste houding te komen. Met name aanbeveling drie en acht vinden wij belangrijk.  

In aanbeveling drie stelt de AIV voor dat Nederland zich hard maakt voor een Europees afwegingskader dat uiteenlopende belangen inzichtelijk maakt als uitgangspunt voor het al dan niet maken van keuzes voor ingrijpen in bepaalde sectoren. Dit zorgt voor betere besluitvorming en maakt tegelijk duidelijk dat het kabinet de industriepolitieke wending niet langer beziet vanuit een terughoudend ‘Nee, mits’, maar vanuit een constructief ‘Ja, tenzij’. 

Bij aanbeveling acht zet de AIV uiteen dat Nederland recente voorstellen voor ‘defensief’ nieuw handels- en industriebeleid ondersteunt of actief mee vormgeeft, maar dat het in EU-verband vooralsnog terughoudend blijft met de ondersteuning van specifieke ecosystemen. De AIV vindt dat van Nederland als vijfde EU-economie en een sterke positie in diverse strategische sectoren, meer verwacht mag worden. Die inspanning dient de strategische weerbaarheid van de Europese Unie als geheel en van welvaart en werkgelegenheid in Nederland zelf. Kortom, Nederland: durf te kiezen! 

Kiezen voor biotech als strategische sector 

HollandBIO ziet het AIV-advies als een aansporing aan het adres van de Nederlandse overheid om keuzes te maken voor strategisch belangrijke sectoren en (sleutel)technologieën. Biotechnologie en het Nederlandse biotech ecosysteem voldoen bij uitstek aan die criteria: Nederland heeft een sterke en groeiende biofarmaceutische sector, is wereldwijd toonaangevend op zaadveredeling en kent diverse koplopers die werken aan het verduurzamen en klimaatneutraal maken van de landbouw en chemie. Ook de AIV ziet deze mogelijkheden en sterktes op biotechnologie en schetst daarbij ook een belangrijke uitdaging, namelijk het toekomstbestendig maken van het regelgevende Europese kader voor moderne technieken als CRISPR-Cas.  

De Nederlandse regering hoeft daarnaast niet lang te zoeken naar mogelijke acties in Nederland en daarbuiten voor het direct versterken van biotech als strategische sector. In het Toekomstpact Biotechnologie van VNO-NCW staan immers als vier actielijnen die duidelijk maken hoe we de biotech sector in Nederland verder kunnen versterken: 

  1. Meer investeren in onderzoek; 
  1. Biotechnologie als speerpunt van het investeringsklimaat; 
  1. Betere financiële ondersteuning van start-ups en scale-ups; 
  1. En het moderniseren van wet- en regelgeving voor moderne biotechnologie, biotechnologische innovaties en ontwikkelingen. 

Kiezen voor ‘slimme industriepolitiek’ in Nederland is kiezen voor biotech! 

← #nieuws

Interessepeiling IPCEI Health

, , , , ,

Nederland verkent de interesse uit de markt voor een IPCEI Health en heeft daarom tot 19 april aanstaande een interessepeiling geopend. Een IPCEI is een mogelijk aantrekkelijke nieuwe bron van financiering voor biotech innovatie. Inschrijven op deze interessepeiling is een voorwaarde om later in het proces een aanvraag voor financiering in te dienen.

Meer informatie over de interessepeiling vind je op de website van RVO. RVO, VWS en EZK organiseren op 4 april van 13:00 tot 14:30 uur een webinar over IPCEI Health. De aanmeldlink wordt later op de website van RVO gepubliceerd. Heb je nu al vragen, neem dan contact op met de IPCEI Health coördinator Michelle van Wijk, via ipcei.health@rvo.nl.

Over IPCEI Health

Een IPCEI – Important Projects of Common European Interest – is een geïntegreerd Europees project dat bestaat uit meerdere nationale projecten van bedrijven en/of onderzoeksinstellingen uit diverse EU-lidstaten die complementair zijn, synergie hebben en bijdragen aan strategische Europese doelen. Binnen een IPCEI mogen overheden meer financiële steun geven dan binnen de gebruikelijke staatssteunkaders mogelijk is.

IPCEI Health richt zich op:

  1. Innovatie en vergroening van productietechnologieën en -processen voor grondstoffen en geneesmiddelen;
  2. Innovatie op het gebied van antimicrobiële resistentie en zeldzame ziekten, alsook op het gebied van opkomende bedreigingen voor de gezondheid, voor zover deze een aanvulling vormen op HERA;
  3. Ontwikkeling van cel- en gentherapieën, met inbegrip van productieprocessen en -technologieën.

Intekenen kan tot 19 april

Zowel individuele bedrijven als consortia kunnen tot 19 april 2022 intekenen op de interessepeiling. Intekenen verplicht je tot niets, maar is wel een voorwaarde om in een later stadium als hoofdaanvrager een aanvraag in te mogen dienen. Als je niet hebt ingetekend, dan kan je later wel aansluiten bij een bestaande subsidieaanvraag, maar is het niet mogelijk om dit zelf te doen.

Mocht je projectideeën hebben die mogelijk binnen de focus van IPCEI Health vallen, dien deze dan vooral in voor de deadline van 19 april. Het format voor indiening staat op de website.

← #nieuws

IP Waiver: schijnoplossing zoekt probleem

, ,

Diverse media berichtten afgelopen week dat de Verenigde Staten, de Europese Unie, India en Zuid-Afrika het op hoofdlijnen eens zouden zijn geworden over een zogenaamde “IP Waiver” voor de productie van COVID-19 vaccins. HollandBIO deelt de ambitie om iedereen op de wereld zo snel mogelijk toegang te geven tot COVID-vaccins. De IP waiver zien wij echter vooral als symboolpolitiek. Het is een schijnoplossing die de wereldwijde toegankelijkheid van vaccins niet zal verbeteren, maar die weldegelijk negatieve gevolgen voor de biotech sector heeft.

Aanbod niet meer de uitdaging die toegang tot vaccins belemmert

Laten we allereerst heel duidelijk zijn: net als tal van landen, maatschappelijke organisaties en bedrijven wil HollandBIO dat iedereen op de wereld zo snel mogelijk toegang krijgt tot vaccins. Omdat dat eerlijk is, én omdat het de meest effectieve manier is om een pandemie te bestrijden. Daarom heeft de biotech sector met vereende krachten in een recordtijd niet één, maar meerdere vaccins en geneesmiddelen tegen het coronavirus weten te ontwikkelen, registreren en produceren. Inmiddels wordt de toegang tot vaccins niet meer beperkt door het aanbod van vaccins, maar door logistieke uitdagingen om die vaccins in een arm te krijgen. Ook minister Schreinemacher van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking benadrukt dit in haar brief over de wereldwijde Covid-aanpak: “door toegenomen productie van vaccins vormt het aanbod van vaccins niet meer het belangrijkste knelpunt.”

Fundament van succes

Deze ongekende prestatie was nooit geleverd zonder de enorme hoeveelheid kennis van publieke en private partijen die tientallen jaren aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling al had opgeleverd. De bescherming van ieders eigen intellectueel eigendom, maakte het delen en benutten van die kennis, met behoud van de waarde voor de eigen organisatie, in wereldwijde samenwerkingsverbanden mogelijk. Alleen al voor de productie van vaccins werden 371 samenwerkingsverbanden gesloten, voor therapeutische middelen 155. Productielijnen overal ter wereld draaiden en draaien overuren. Intellectueel eigendom is hierbij niet de steen des aanstoots, maar juist het fundament van succes.

Baat het niet, dan schaadt het wel

Kortom, de waiver is niets meer dan een politieke schijnoplossing voor een reeds verholpen probleem. Helaas is dit geen geval van baat het niet, dan schaadt het niet. De waiver heeft namelijk weldegelijk negatieve gevolgen. De grote procedurele onduidelijkheid over de uitwerking, reikwijdte, implementatie en impact veroorzaakt rechtsonzekerheid over de bescherming van intellectueel eigendom, het fundament van innovatie en samenwerking. Dit vergroot het investeringsrisico in een sector waar de kans op falen al zeer hoog was en het drukt daarmee mogelijk nieuwe investeringen. Een waiver legt bovendien een bom onder de 371 samenwerkingsverbanden die zonder dwang of verplichting tot stand zijn gekomen. Gewapend met de waiver kunnen WTO-lidstaten een wijziging of opzegging van de reeds gemaakte afspraken afdwingen, waarmee de samenwerking in duigen valt. Dat brengt ons eerder verder weg, dan dichterbij het einde van de pandemie.

En waarom? De coronavaccinproductie is het wetenschappelijke en logistieke pièce de résistance van de 21ste eeuw. Nooit werd duidelijker hoezeer biotech het leven beter maakt en hoe belangrijk onderzoek, innovatie, en de farmaceutische industrie voor de wereld zijn. Met het oog op dat grote belang, zou de WTO toch op zijn minst een gedegen impactanalyse moeten uitvoeren om de mogelijke directe en indirecte effecten in kaart te brengen, in plaats van de waiver, om toch maar vooral tot een politiek compromis te komen, blind in stemming te brengen.

← #nieuws

Nieuw gelanceerd Deep Tech Fonds richt zich met €250 miljoen geheel op kennis- en kapitaalintensieve start-ups

Afgelopen vrijdag is het Deep Tech Fonds van de Nederlandse overheid gelanceerd. Dit fonds, in beheer van het ministerie van EZK en Invest-NL, is bedoeld om investeringen in kennis- en kapitaalintensieve start- en scale-ups te stimuleren. In totaal is €250 miljoen beschikbaar in dit fonds om, als co-investeerder, direct in bedrijven te investeren. Het fonds is een welkome impuls voor bedrijven die zich richten op sleuteltechnologieën zoals biotech. Lees meer

De weg naar de markt is lang en onzeker en de kapitaalbehoefte is groot, terwijl traditionele investeerders het risicoprofiel van dit soort bedrijven niet altijd op waarde weten te schatten. En kapitaal is de belangrijkste factor die biotech bedrijven helpt om oplossingen te ontwikkelen voor de grote uitdagingen waar we voor staan.

Het Deep Tech Fonds is onder gebracht bij Invest-NL, maar handelt als onafhankelijk fonds met een eigen fondsmanager en eigen investment committee. Investeringen moeten wel passen binnen de missie van Invest-NL. In het investment committee zetelen Frits van Hout, Hans Büthker, Aruna Subramanian, Eline Vrijland en Steven Tan.

Meer lezen:

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/03/10/deep-tech-fonds-voor-kennisintensieve-start–en-scale-ups-gelanceerd

← #nieuws

Nederlandse R&D-intensiteit stijgt nog niet hard genoeg

De R&D-uitgaven van bedrijven zijn in 2020 met vier procent gestegen ten opzichte van het jaar ervoor, zo bericht het CBS. Daarmee zijn bedrijven een ware innovatiemotor voor de Nederlandse economie, mede dankzij de sterke vertegenwoordiging van biotechnologie natuurlijk. Helaas blijft Nederland in de middenmoot hangen als het gaat om de totale R&D-intensiteit van onze economie. Bovendien blijft ons land nog steeds achter ten opzichte van de beloofde doelstellingen.

€18 miljard waarvan bijna 7% biotech

In totaal gaven bedrijven en kennisinstellingen in 2020 ruim €18 miljard uit aan R&D. Dat is €500 miljoen meer dan een jaar eerder en vertegenwoordigt een stijging van drie procent. De investeringen van bedrijven groeiden het hardst, zij gaven in totaal €12,4 miljard uit aan R&D. Een groot deel daarvan wordt door biotechbedrijven geïnvesteerd. Uit de R&D Top 30 van het Technisch weekblad blijkt dat de grootste Biotechbedrijven samen alleen al bijna €850 miljoen investeerden. Dat is bijna 7 procent biotech!

Niet alleen onder Lissabondoelstelling, maar zelfs onder Europees gemiddelde

Een manier om investeringen in R&D over landen heen te vergelijken, is het meten van de R&D-intensiteit. Door R&D-investeringen te delen door het BBP, de totale grootte van de economie, bereken je hoeveel er relatief gezien wordt geïnvesteerd in R&D. En daarin loopt Nederland al jaren achter bij de voorhoede.

Het relatieve R&D-percentage van Nederland is weliswaar gestegen naar 2,29 procent. Daarmee bungelen we, net als voorgaande jaren, net onder het Europees gemiddelde en blijven we ver achter bij de Lissabondoelstelling van drie procent. Landen die zich net als Nederland willen scharen onder het rijtje innovatieve koplopers, zoals België (3,52%) en Duitsland (3,14%), doen het stukken beter.

Het huidige kabinet heeft zich in het regeerakkoord tot doel gesteld om het R&D-percentage op te krikken en de Lissabondoelstelling te halen. Dat is hard nodig, want innovatie is de motor van onze kenniseconomie en we blijven al jaren rond het EU-gemiddelde hangen. HollandBIO vindt dat Nederland definitief aansluiting moet vinden bij de innovatieve koplopers. Wij zetten ons er daarom voor in dat het kabinet concrete uitvoering geeft aan de ambities en doelstellingen van het coalitieakkoord.

← #nieuws

Hora est: hoog tijd voor excellente valorisatie

, , ,

Voormalig KNAW-president Hans Clevers verruilt de Nederlandse wetenschap voor een topfunctie bij Roche. Het is fantastisch nieuws voor de Zwitserse medicijnmaker en een prachtige stap voor Clevers, maar een groot verlies voor Nederland. De topwetenschapper vertrekt vol onvrede over het “web van restricties” waarin zijn ondernemersdroom is stukgelopen. “Het is om te huilen”, reageert HollandBIO’s directeur Annemiek Verkamman in het FD.

De onvrede van Clevers staat niet op zich. HollandBIO krijgt regelmatig signalen van ondernemende wetenschappers en gevestigde biotech CEO’s dat gesprekken en processen om kennis uit de academie te gebruiken uiterst moeizaam verlopen. Start-ups komen daardoor traag, lastig of zelfs niet uit de startblokken en kennis van eigen bodem vindt de weg naar de patiënt niet.

Kennisinstellingen staan vaak aan de basis van de medische doorbraak van morgen. Maar medicijnen komen niet kant-en-klaar uit de universiteit gerold. Daar komt heel wat meer bij kijken: geld, tijd, doorzettingsvermogen, maar vooral ook heel veel extra onderzoek, kennis en specialistische ervaring. Waar universiteiten excelleren in het opdoen van nieuwe kennis, daar blinken bedrijven juist uit in het vinden van relevante toepassingen én in het doorlopen van de vele stappen die nodig zijn om nieuwe kennis om te zetten in bruikbare en innovatieve producten. Ieder zijn vak dus. Zonder de één zal de ander nooit een patiënt beter maken. En juist dat lijken we in Nederland nog wel eens te vergeten, de nationale inzet op publiek-private samenwerking, start-ups en scale-ups ten spijt. Gek genoeg ligt juist in de medische wetenschap de relatie tussen academie naar bedrijfsleven het gevoeligst. Daar wordt een uitgestoken hand nog veel te weinig gezien als uitnodiging om de handen ineen te slaan, maar vooral wantrouwend beschouwd als handjeklap. En wantrouwen, dat is een bijzonder slechte basis voor samenwerking.

Kennis lekt weg
Nederland heeft een excellente kennisbasis – onze wetenschap mag zich binnen het domein van de life sciences rekenen tot de mondiale top. Ook spelen we mee op het wereldtoneel als het gaat om ondernemerschap, met geweldige ondernemers en visionair leiderschap. Voor een land met deze uitstekende kaarten, is het echter armoe troef wat betreft het aantal bedrijven dat voortkomt uit de universiteit, of het aantal beschikbare producten voor patiënten. In een internationale sector waar falen veel gewoner is dan succes, zoekt kennis de weg van de minste weerstand naar toepassing. Gelukkig voor patiënten die wachten op een behandeling, maar pech voor Nederland: onze briljante ideeën, én ons talent, lekken weg naar het buitenland – als ze niet al op de plank verstoffen.

Hoe mooi had het kunnen zijn als het bedrijf van Hollands Next Nobelprijswinnaar juist in eigen land een vliegende start had gekregen? Weer blijkt het oprichten van een bedrijf en daarmee het benutten van wetenschappelijke ontdekkingen voor patiënten in ons land te ingewikkeld. Verschillende onderzoeken hebben al laten zien dat valoriseren niet van een leien dakje gaat: onder meer de AWTI (2x), Roland Berger en Dialogic. Naar de precieze details van Clevers web van restricties moeten we vooralsnog gissen, maar gesprekken met onze achterban brengen een scala aan knelpunten aan het licht: gebrek aan kennis over en weer, verschil in inzicht over waardebepaling, aandeelhouderschap en next steps, gedwongen functie elders in plaats van én academie én bedrijfsleven, te beperkte capaciteit en mandaat van kennis transfer offices en ontbrekende middelen voor de validering van vindingen. En specifiek voor het gezondheidsdomein: de angst om iets waardevols te makkelijk weg te geven, lijkt groter dan de angst dat iets een patiënt nooit bereikt.  Dat doet de zaak geen goed. Sterker nog, dat jaagt onze toppers het land uit.

Laat de deur die de gevierde hoogleraar met een klap achter zich dichttrekt, een wake-upcall zijn voor Nederland. Kennisinstellingen, hogescholen en het bedrijfsleven delen reeds de ambitie en urgentie om de handen ineen te slaan. Wij zijn ervan overtuigd dat we samen van Nederland niet alleen de ideale voedingsbodem voor nieuwe kennis, maar juist ook de weg van de minste weerstand kunnen maken voor die lange, dure en risicovolle route van lab naar gezondheidswinst. Hora est.

Lees meer:

https://fd.nl/politiek/1428917/verontwaardiging-over-vertrek-van-onderzoeker-hans-clevers-uit-nederland

← #nieuws

Theorie en praktijk matchen niet in financieringslandschap

,

Onderzoeksbureau KplusV concludeert, in een onderzoek dat zij in samenwerking met Techleap hebben uitgevoerd, dat financieringsinstrumenten voor kennisintensieve start-ups in de praktijk in een later ontwikkelingsstadium ingezet worden dan op papier de bedoeling is. Dat geldt met name voor semipublieke financieringsinstrumenten zoals de Seed Capital regeling.

In het onderzoek komt KplusV tot drie conclusies:

  1. Het financieringsaanbod wijkt in de praktijk af van de theorie: instrumenten financieren in werkelijkheid later dan hun theoretische financieringsscope;
  2. De afwijking in het werkelijke financieringsaanbod ten opzichte van de theorie is met name aanwezig binnen semipublieke financieringsinstrumenten;
  3. Hoe lager de Technology Readiness Level (TRL), hoe lager het financieringsaanbod: het financieringsaanbod in de praktijk loopt op naarmate de TRL hoger wordt.

Financieringsvraag en aanbod in Biotech

De onderzoekers geven aan dat er vervolgonderzoek nodig is, onder andere om het aanbod per sector beter in beeld te brengen. Daarnaast richt dit onderzoek zich alleen op het aanbod van kapitaal, de vraag vanuit ondernemers komt er niet in naar voren.

HollandBIO vindt het onderzoek een mooie eerste stap, maar vraagt zich wel af in hoeverre de bevindingen opgaan voor de biotech sector. Zo komt in het onderzoek naar voren (zie onderstaande afbeelding gekopieerd van slide 10) dat de gemiddelde ticketgrootte in TRL 9, de marktintroductiefase, gemiddeld €3,75 miljoen is. Tussen TRL 4 en 8 ligt dat zo rond de €3 miljoen. Biotech ondernemers weten dat dit soort ticketgroottes niet aansluiten bij de ontwikkelkosten van een gemiddelde biotechpropositie, die lopen namelijk op tot een veelvoud van de in deze studie genoemde bedragen. Het lijkt er dus op dat een deep dive in de biotech sector, waarin vraag en aanbod van kapitaal wordt meegenomen, van grote toegevoegde waarde zou zijn.

En laat HollandBIO nou net bezig zijn met het maken van zo’n overzicht van het financieringslandschap in de biotech. Dus houd begin volgend jaar onze kanalen in de gaten voor meer!

← #nieuws

Pensioenfondsen kunnen €4 miljard vrijmaken om in start- en scale-ups te steken

Institutioneel beleggers zoals pensioenfondsen moeten meer in start-ups investeren om te voorkomen dat ze in buitenlandse handen vallen, aldus de Nederlandse vereniging voor participatiemaatschappijen (NVP) en Techleap in een recent rapport. Uit hun onderzoek blijkt namelijk met name buitenlandse financiers t.o.v. vorig jaar extra in start-ups hebben geïnvesteerd. Zij maken zich zorgen dat start- en scale-ups het geld achternatrekken en Nederland verlaten.

Pensioenfondsen laten een gat vallen

Waar Nederland relatief en absoluut veel geld in pensioenpotten stopt, daar investeren Nederlandse pensioenfondsen juist relatief weinig in start- en scale-ups. Daar is nog veel te winnen. Als Nederlandse pensioenfondsen net zo’n groot percentage als hun Amerikaanse concullega’s zouden investeren in venture capital, dan zou dat €4 miljard per jaar aan extra kapitaal vrijmaken op de Nederlandse kapitaalmarkt. Geld dat bijvoorbeeld gebruikt kan worden om de valley of death te overbruggen, het financieringsgat voor innovatieve bedrijven tussen start- en scale-upfase.

Daar komt bij dat als pensioenfondsen investeren in durf- en groeikapitaal, ze niet alleen van een gezond rendement profiteren, maar ook impact maken door nieuwe technologie en werkgelegenheid in de Nederlandse markt te stimuleren.

Lees het hele rapport hier.