← #nieuws

Van wetenschap naar biotechbedrijf: daar valt nog een wereld te winnen

Nederland barst van de wetenschap, maar we weten die kennis niet goed om te zetten in nieuwe bedrijven, liet hollandbio al eerder zien in Lost in Translation. Het nieuwe Dutch Spin-off Report 2026 van Techleap voegt daar een datalaag aan toe. En de boodschap is dubbel: academische spin-offs blijken kansrijk, maar de Nederlandse wetenschap laat nog veel ondernemend potentieel liggen. Sinds 2015 groeide het aantal onderzoekers met 28%, terwijl de spin-offproductie niet meegroeide.

Voor biotech verdient de vergelijking wel wat nuance. Techleap beoordeelt spin-offs onder meer op volume × kwaliteit × snelheid, waarbij het ophalen van €1 miljoen privaat kapitaal een belangrijke mijlpaal is. Dat levert een krachtige benchmark op, maar biotech laat zich niet één-op-één vergelijken met andere startups. Lange ontwikkeltrajecten, hoge kapitaalbehoeftes en veel kapitaal vóórdat er überhaupt een product op de markt staat, horen bij het spel.

Het echte alarmsignaal zit daarom misschien wel eerder in de pijplijn. Het aantal spin-offs uit de health sciences is sinds 2015 met maar liefst 58% gedaald, terwijl de natural sciences hun output juist verdrievoudigden. Breder gezien produceren technische universiteiten bovendien per onderzoeker 3,4 keer zoveel spin-offs als algemene universiteiten en UMC’s.

En dat terwijl spin-offs juist laten zien wat er te winnen valt. Van de Nederlandse biotechstartups is bijna één op de twee een spin-off. Over de volle breedte bereiken spin-offs bovendien vaker financieringsmijlpalen dan startups zonder academische oorsprong: 18% haalt minimaal €1 miljoen op tegenover 9% van andere Nederlandse startups.

De grote verdienste van het rapport is daarmee misschien niet een perfecte benchmark. De onderliggende data kennen beperkingen en Techleap positioneert de monitor zelf als een systeem dat verder wordt uitgebouwd. De winst zit vooral in het meetbaar maken van volume, kwaliteit én snelheid, zodat we gerichter kunnen leren waar kennis wél en niet de stap naar ondernemerschap maakt.

Want aan goede wetenschap en grote maatschappelijke uitdagingen geen gebrek. Nu moeten we zorgen dat meer van die kennis de weg naar de markt vindt. Versterk daarom het ecosysteem van kennisinstellingen, ondernemers, investeerders en gespecialiseerde aanjagers zoals Techleap, Biotech Booster en Oncode. Niet nóg een keer het wiel uitvinden, maar behouden wat werkt, verbeteren wat stokt en vooral: meer ijzersterke wetenschap omzetten in biotechbedrijven die impact maken.

← #nieuws

3% R&D: veel beweging, maar is het genoeg?

Vorig jaar lanceerde het kabinet het 3%-R&D-actieplan. Want met zo’n 2,4% van het bbp aan R&D (en een afvlakkende trend voor de komende jaren) zit Nederland nog een flink eind van de gewenste 3%-norm. Die laatste procentpunten vragen niet om een status quo, maar om fors méér publieke én private R&D-investeringen van in totaal zo’n 12 miljard euro. Inmiddels informeert EZK-minister Herbert de Tweede Kamer over de eerste grote voortgangsupdate, met daarin veel beweging: er komt geld voor spin-offs, toegang tot onderzoeksfaciliteiten staat op de agenda, Invest-NL werkt aan een fonds met institutionele investeerders, er komt meer Europese cofinanciering en het innovatie-instrumentarium gaat op de schop. Uiteindelijk telt voor hollandbio maar één ding: maken deze maatregelen het voor innovatieve bedrijven makkelijker om hier te starten, experimenteren, financieren en door te groeien? Zodat we niet ieder jaar een actieplan nodig hebben om dichter bij de 3% te komen, maar die 3% daadwerkelijk de norm wordt.

Vooral op financiering worden stappen gezet. Hollandbio vroeg eerder aandacht voor het tekort aan grote, risicovolle investeringstickets boven €50 miljoen voor R&D-intensieve scale-ups. Nu werkt Invest-NL aan een fonds-in-fonds waarin pensioenfondsen en andere institutionele beleggers kunnen investeren. De eerste due-diligencetrajecten zijn gestart. Een welkome stap om veel meer Nederlands kapitaal richting snelle groeiers te krijgen. De IPCEI voor Biotech staat helaas nog niet op de Rijksbegroting, ondanks de grote interesse vanuit het bedrijfsleven. De vraag is of hier nog middelen voor gaan komen, iets waar hollandbio zich voor in blijft zetten. Daarnaast passen de ontwikkelingen rond NADI, NII en het Groeifonds gelukkig wel in de bredere beweging om innovatieve bedrijven van meer en beter passend kapitaal te voorzien.

Vlot van start met kennis voor innovatie

Ook rond valorisatie komt er meer aandacht voor ondernemerschap, maar snelheid blijft wat ons betreft het sleutelwoord. De standaard deal terms krijgen gezelschap van express terms, en er komt een nieuwe financieringsregeling voor academische spin-offs. Structurele verbetering betekent dat ondernemer en kennisinstelling snel tot redelijke, financierbare voorwaarden komen. Niet eindeloos polderen, maar wat hollandbio betreft vanuit een gemeenschappelijk doel binnen een maand een voorstel volgens ondernemersvriendelijke deal terms. Verder laat de overheid een verkenning uitvoeren naar een nationale TTO. Hollandbio hoopt dat de overheid daarbij lering trekt uit een nationaal model voor valorisatie van biotech kennis zoals Biotech Booster dat al is. Laten we vooral versterken wat al werkt, in plaats van nieuwe structuren naast bestaande structuren te bouwen

Ruimte voor opschaling op komst?

Het kabinet erkent inmiddels dat hoge gebruikerskosten voor testfaciliteiten een barrière vormen en laat TNO onderzoeken hoe start- en scale-ups beter toegang kunnen krijgen tot bestaande onderzoeks- en testfaciliteiten. Dat past bij hollandbio’s eerdere pleidooi voor vouchers waarbij onze aanvulling blijft: leg de keuze waar mogelijk bij de ondernemer. Een biotechbedrijf weet zelf het beste welke faciliteit nodig is om bijvoorbeeld een klinische of food-grade standaard te halen. Voorkom dat publieke middelen vooral terechtkomen bij faciliteiten omdat ze toevallig al in het systeem zitten. Geld voor experimenteerruimte is pas echt effectief als het een innovatie daadwerkelijk een stap dichter bij de gebruiker brengt.

Van beweging naar resultaat

Allemaal stappen vooruit dus. Toch staat de 3%-teller nog lang niet op groen. Zonder aanvullend beleid koerst Nederland juist verder weg van het doel: de nieuwe analyse voorziet dat de maatregelen de daling wel kunnen afremmen, maar niet keren. De echte lakmoesproef is daarom niet hoeveel fondsen, regelingen en loketten Nederland optuigt, maar of (biotech) bedrijven daadwerkelijk sneller van kennis naar bedrijf, van lab naar pilot en van startup naar scale-up komen. Het 3%-actieplan zorgt voor beweging in de juiste richting, nu het tempo omhoog en dan kunnen ondernemers en bedrijven echt vooruit.

← #nieuws

Biotech heeft knappe koppen én handige handen nodig

Goed nieuws voor biotech: life sciences & biotechnologie is één van de vier prioritaire domeinen in de nieuwe Talentstrategie van het kabinet. En misschien nog wel belangrijker: de blik op talent is gelukkig breed. De verschillende onderwijskoepels doen een voorstel waarin het niet alleen gaat om méér mensen opleiden, maar ook om talent aantrekken en behouden, om- en bijscholen én opleidingen sneller laten aansluiten op de kennis en vaardigheden van morgen. Hollandbio las tevreden mee.

Een groeiende biotechsector draait niet alleen op PhD’ers. Onderzoekers, procesoperators, dataspecialisten, regulatory experts, klinische projectmanagers en productiemedewerkers zijn allemaal nodig om innovaties van lab naar markt te brengen. En wíé je wanneer nodig hebt, verandert voortdurend met de ontwikkelfase van een bedrijf. Theoretisch of praktisch, mbo, hbo of wo, wetenschappelijk of toegepast: we have a job that needs to get done.

Daarom moet talentbeleid niet te veel vastzitten aan diploma’s, functietitels of vooraf uitgestippelde loopbaanpaden. Dezelfde expertise kan onder allerlei functietitels schuilgaan en een groot deel van de benodigde vaardigheden in biotech wordt juist op de werkvloer opgebouwd. Ervaring met kwaliteitsdenken, procedures of gereguleerde omgevingen kan bovendien ook uit andere sectoren komen. Kijk dus vooral naar wat iemand kan én kan leren, en naar het werk dat gedaan moet worden.

Leven lang toegang tot de arbeidsmarkt

En dat leren stopt niet bij het behalen van een diploma. Technologie ontwikkelt razendsnel en met de vlucht die bijvoorbeeld AI neemt, zullen vaardigheden blijven veranderen. Daarom juichen we toe dat de onderwijskoepels opleidingen makkelijker willen kunnen aanpassen aan toekomstgerichte kennis en vaardigheden en stevig inzetten op om- en bijscholing. Voor biotech is dat minstens zo belangrijk als nieuwe instroom. Maak een leven lang ontwikkelen daarom ook daadwerkelijk toegankelijk: flexibel, praktijkgericht en met lage drempels voor werknemer én werkgever.

Hetzelfde geldt voor het aantrekken en behouden van talent. Nederland kan veel zelf opleiden en de Europese arbeidsmarkt biedt bedrijven toegang tot talent, maar dat is niet altijd voldoende. Zeker voor specifieke expertise of pieken in de vraag kan internationaal talent van buiten Europa een waardevolle aanvulling zijn. Een toekomstbestendige talentstrategie moet dus niet alleen gaan over opleiden, maar ook over zorgen dat bedrijven op het juiste moment toegang hebben tot de juiste mensen.

Talentbeleid dat werkt

Ook de oproep van de onderwijskoepels om barrières in wet- en regelgeving weg te nemen klinkt hollandbio als muziek in de oren. Volgens de koepels is dat onder meer nodig om regionale samenwerking makkelijker te maken en het onderwijs flexibel te houden. Ze willen bovendien structureel met betrokken partijen om tafel over de talentopgave. Terecht, want talentbeleid werkt niet als curricula, regels en publiek-private samenwerking langzamer bewegen dan de technologie en bedrijven waarvoor we dat talent zo hard nodig hebben.

De richting klopt dus. Biotech staat terecht op het prioriteitenlijstje. Nu moet die prioriteit worden vertaald naar voldoende mensen op de labvloer én in de fabriek, opleidingen die kunnen meebewegen, ruimte om te leren op de werkvloer en toegang tot talent van binnen én buiten Nederland. En vooral: beleid dat meebeweegt met de verschillende behoeften van start-ups, scale-ups en grotere biotechbedrijven, in plaats van de sector in één mal te persen.

Plukken we na de jaarwisseling de vruchten?

De voorstellen van de onderwijskoepels vormen het vertrekpunt voor de verdere uitwerking van de Talentstrategie; rond de jaarwisseling volgt de volgende stap richting de Tweede Kamer. De zaadjes zijn daarmee geplant. Of we straks ook de vruchten kunnen plukken, hangt af van de ruimte, inzet en het lef bij de uitwerking. Maar voor nu staan de neuzen alvast behoorlijk dezelfde kant op.

← #nieuws

Strategische biotech verdient passende financiering

Europa heeft biotech terecht uitgeroepen tot strategische sector en investeert via publieke financieringsprogramma’s als Horizon Europe dan ook volop om onderzoek richting de markt te helpen. Toch leiden meer investeringen helaas nog niet direct tot meer biotech groei, laat een analyse van tien jaar Horizon-grants zien, uitgevoerd door het Centre for Future Generations (CFG). De huidige subsidie-instrumenten zijn volgens het CFG grotendeels ontworpen voor technologieën die relatief snel van onderzoek naar markt gaan. Innovatieve biotech bedrijven hebben daarentegen juist vaak te maken met lange ontwikkeltrajecten, hoge kapitaalbehoeften en complexe opschalingsvraagstukken. Daardoor zijn de beschikbare subsidies regelmatig onvoldoende voor hen om de volgende technische, klinische of commerciële mijlpaal te bereiken. Lees meer

Niet aansluiten op behoeften is gemiste kans

Het onderzoek laat zien dat een groot deel van het Horizon-biotechbudget op dit moment terechtkomt bij grotere consortia en bedrijven binnen concernstructuren. Hoewel mkb-bedrijven 85% van de biotechontvangers vormen, ontvangen zij slechts 22% van de beschikbare financiering. Dat is een gemiste kans. Juist zelfstandige biotech-SME’s laten volgens het CFG na een Horizon-subsidie een omzetgroei van bijna 25% zien, terwijl dat effect bij bedrijven binnen grotere groepen uitblijft. De onderzoekers concluderen daarom dat niet alleen de hoogte van de financiering telt, maar vooral de aansluiting op de behoeften van innovatieve biotechbedrijven.

Strategische financiering is meer dan geld

Het is een conclusie die hollandbio alleen maar kan onderschrijven. Strategische biotech vraagt om strategische financiering: niet alleen meer geld, maar ook passende tickets, continuïteit tussen instrumenten en financiering die daadwerkelijk terechtkomt waar die het verschil maakt. En natuurlijk moet ook het bredere innovatieklimaat kloppen, benadrukt het rapport terecht. Zeker voor industriële biotech zijn ook gedeelde opschalingsinfrastructuur én een markt voor innovatieve producten nodig. Anders financieren we mooie projecten, maar bouwen we nog geen sterke biotech sector.

← #nieuws

Kabinetsplannen Economische Zaken: start met knaken én kansrijke kaders voor knappe koppen

,

Biotech stond voor het eerst in de Troonrede, er komen miljarden voor innovatie en doorgroei en de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat zet life sciences & biotechnologie nadrukkelijk op de kaart. Na jaren van rapporten, agenda’s en goede bedoelingen lijkt Den Haag eindelijk de motoren te starten. Maar tankt het kabinet ook voldoende brandstof om echt van z’n plaats te komen?

Miljarden voor innoveren, groeien en opschalen

Om met het goede nieuws te beginnen, voor biotechondernemers liggen er nieuwe kansen in het verschiet. Het kabinet zet drie financieringsinstrumenten naast elkaar:

  • Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI): €500 miljoen voor disruptieve innovatie. Biotech is een van de eerste domeinen waarvoor programma’s worden uitgewerkt. In 2027 moet een pilot starten; volledige operationalisering is voorzien in de eerste helft van 2028.
  • Nationaal Groeifonds: €375 miljoen voor strategisch industriebeleid. Biotechnologie is een van de zes focusgebieden. Projecten kunnen €30 tot €100 miljoen ontvangen. Conceptaanvragen kunnen dit najaar naar RVO; definitieve aanvragen volgen medio 2027.
  • Nationale Investeringsinstelling (NII): €3,3 miljard voor groei en opschaling. De NII moet onder marktconforme voorwaarden groei- en opschalingsfinanciering bieden, samen met private investeerders. Over de precieze uitwerking volgt nog meer informatie.

Met NADI, de nieuwe ronde van het Groeifonds en de NII zet het kabinet stappen richting iets waar hollandbio al jaren om vraagt: passende financiering van innovatie tot opschaling.

Positief is bovendien dat NADI als zelfstandige beleidsdeelneming wordt ingericht, juist om autonomie en slagvaardigheid te organiseren. Hollandbio ziet dat afstand tot de dagelijkse politiek belangrijk is, want innovatie vraagt een lange adem. Wie investeringen voor morgen wil doen, moet voorkomen dat ze bij de politieke waan van vandaag weer worden ingehaald.

De bedragen zijn serieus, maar de investeringsbehoefte voor technologie, innovatie en groei is nog veel groter en breder dan alleen biotech. Het is dus geen eindstation, al is het wel een welkome stap vooruit. En investeren in innovatie? Dat juicht hollandbio natuurlijk van harte toe.

Computer says no is geen innovatiebeleid

Ook fiscaal beweegt er wat. De innovatiebox wordt vanaf 2027 toegankelijker voor het MKB en de WBSO-tarieven blijven in 2027 gelijk. Minder goed nieuws is er voor vroege biotechbedrijven die nog te weinig loonheffing afdragen om hun volledige WBSO-voordeel te verzilveren. De voorgestelde carry forward, waarmee startups ongebruikte WBSO later zouden kunnen benutten, komt er voorlopig niet vanwege uitvoeringsproblemen en onduidelijkheid over de meerwaarde.

Computer says no is wat hollandbio betreft geen innovatiebeleid. Als een effectief instrument niet goed aansluit bij jonge, R&D-intensieve bedrijven, moet de vraag niet alleen zijn waarom uitvoering lastig is, maar vooral hoe we het wél werkend krijgen.

Europa beweegt niet? Beweeg zelf

Diezelfde houding missen we bij de OiM-problematiek. Europese staatssteunregels kunnen innovatieve bedrijven op cruciale momenten in hun ontwikkeling beperken. Tijdens het Tweeminutendebat Innovatie van 3 september drongen Kamerleden er opnieuw op aan om niet alleen in Brussel te zoeken naar meer ruimte, maar ook te kijken wat Nederland zelf kan doen.

Dat vindt hollandbio terecht. Natuurlijk moeten Europese regels beter aansluiten bij de realiteit van innovatieve bedrijven. Maar wachten tot Brussel beweegt terwijl biotechbedrijven nú tegen grenzen aanlopen, is geen innovatiebeleid – laat staan ambitieus innovatiebeleid. Daarvoor hoeft er niet altijd meer geld bij: betere, werkbare voorwaarden maken soms al een wereld van verschil.

Een slagvaardige Taskforce?

En dan de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. Die kan misschien wel belangrijker worden dan de afzonderlijke potten geld, wanneer deze genoeg slagkracht krijgt.

Het ministerie van EZK kan financieringsinstrumenten bouwen en innovatiebeleid maken, maar niet in haar eentje zorgen voor een sterk biotechklimaat. Daar hebben ook andere ministeries een belangrijke rol in: zoals I&W voor werkbare regelgeving en vergunningen, LVVN voor betere regels rondom voedselinnovaties en VWS om zijn rol in de zorg te benutten om innovaties sneller bij patiënten te krijgen.

Precies daarom is de Taskforce interessant: meerdere ministeries moeten samen barrières doorbreken rond onder andere innovatie, talent en vestigingsklimaat. Maar net als bij de uitvoeringsagenda van de Integrale Visie Biotechnologie ziet hollandbio nog weinig beweging op bijvoorbeeld markttoegang. En wil je echt private investeringen in R&D en opschaling aanjagen, dan moet er zicht zijn op een rendement.

De Taskforce is daarom een goede eerste stap. De lakmoesproef komt de komende tijd rond de vraag of de ministeries en bewindspersonen erin slagen samen te werken aan het gezamenlijk verbeteren van de randvoorwaarden in voor Nederland belangrijke sectoren. De biotech sector staat te popelen om hier samen met de overheid werk van te maken.

Van plannenproductie naar echte uitvoering

Alles bij elkaar staat biotech nadrukkelijker op de Nederlandse kaart. NADI, NII en de nieuwe Groeifondsronde kunnen belangrijke gaten in het financieringslandschap helpen dichten. En dat toekomstige welvaart interdepartementaal aandacht krijgt, is winst. Voor biotech vraagt dat om een aanpak door de hele keten willen we succes behalen: van kennis, valorisatie en financiering tot talent, regelgeving, productie, markttoegang en opschaling. Blokkeert één van deze schakels, dan komt die briljante innovatie alsnog niet vooruit.

Tijd dus om van woorden naar daden te gaan. Niet nóg een analyse van wat er misgaat, maar beginnen met oplossen wat we allang weten. Slecht die departementale grenzen, maak stappen vooruit onder gezamenlijke verantwoordelijkheid. En randvoorwaarden waarmee onze knappe koppen niet alleen iets briljants kunnen bedenken, maar het hier ook kunnen ontwikkelen, financieren, produceren, naar de markt brengen én opschalen. Dán beginnen de economische motoren pas echt te ronken.

← #nieuws

From wait and see to fund and lead: A roundtable on financing Europe’s biotech frontrunners

,

On 14 September, hollandbio joined a diverse group of biotech leaders for a roundtable discussion with EIC President Michiel Scheffer. The conversation, hosted by biotech company Khondrion in Nijmegen, focused on a key question: how can Europe build the next generation of biotech frontrunners?

Khondrion is dedicated to developing treatments for mitochondrial diseases, a group of often fatal rare diseases that can manifest at a very young age and for which no treatment currently exists that can slow the underlying disease process or its progression. Frank Alsemgeest left the room in silence as he shared what this means for families like his own: his son Robbe passed away at the age of three due to a mitochondrial disease.

Founder Jan Smeitink has independently guided the company from an academic concept to Phase III clinical development, a rare achievement within the Dutch biotech ecosystem. Yet bringing this innovation through the final stages of development and ultimately to patients requires tens of millions of euros in additional funding.

For Khondrion and other translational biotech frontrunners, such funding is far from readily available, especially in Europe. The challenge concerns a rare disease within a largely unexplored therapeutic field, despite an undeniable medical need. Every step from laboratory to patient is uncharted territory and must be designed and validated from scratch, from animal models and biomarkers to clinical endpoints. These pioneers often find themselves trapped in a “circle of wait and see,” where public and private investors, as well as pharmaceutical companies, follow developments with great interest, while waiting for someone else to make the first move. In the meantime, precious time is lost.

The status quo is all too familiar: Europe excels at generating world-class scientific discoveries and start-ups, yet struggles to scale them and capture their economic and societal value. The reason is simple: almost every key condition for biotech innovation is better organised elsewhere in the world.

The roundtable, moderated by biotech pioneer Ronald Brus, focused on precisely this challenge: how can we ensure that biotech frontrunners succeed in Europe rather than seeking opportunities abroad? Such as in the United States, where capital is significantly more abundant and investors have a greater appetite for risk. Or in China, where development can move at remarkable speed and, for now, at a fraction of the cost. Or South Korea, which has deliberately rolled out the red carpet for biotech innovation and is currently reaping the rewards.

The discussion made one thing clear: there is no silver bullet. Success requires an integrated approach. This includes fostering a more entrepreneurial culture, better aligning existing funding instruments and conditions with the unique characteristics of biotech innovation, and unlocking greater pools of capital, including pension fund investments and more attractive conditions for European IPOs. Equally important are faster and simpler regulatory pathways and an attractive market environment. Several ongoing European initiatives, such as the Biotech Act and the Capital Markets Union, provide valuable opportunities to strengthen these critical framework conditions.

The European Innovation Council (EIC), through its broad range of funding instruments that biotech companies already rely on extensively, plays a pivotal role in this. However, it is essential that public investors, including the EIC and national institutions such as Invest-NL, align more closely with the realities and needs of translational biotech frontrunners. For example, by offering greater support for later development stages and by taking a broader view of private investors, they can play a crucial role in mobilising and unlocking the patient, long-term capital these companies require.

By creating the right conditions, Europe can give its translational biotech frontrunners the momentum they need to succeed and ensure that European patients are among the first to benefit from the treatments they and their loved ones have been waiting for for so long.

← #nieuws

Oss en Delft schalen op: bouwen aan de economie van morgen

Nederlandse biotechclusters staan te popelen om op te schalen. Terwijl de vraag naar productiecapaciteit groeit, laten regio’s zien dat de ambitie én bereidheid om te investeren aanwezig zijn. Oss en Delft presenteerden nieuwe plannen.

In Oss krijgt het biotech- en farmacluster rond Pivot Park een stevige impuls. Met meer dan zeventig bedrijven en expertise op het gebied van R&D, productie, kwaliteitsborging en klinisch onderzoek is de regio uitgegroeid tot een motor voor innovatie, gezondheid en economisch verdienvermogen. De gemeente Oss en provincie Noord-Brabant ondersteunen die groei met uitbreidingsplannen van €100 miljoen en investeren daarmee in de randvoorwaarden die biotechbedrijven nodig hebben om verder te groeien.

Ook in Delft liggen de ambities hoog. Met het initiatief Biotech op Schaal wordt gewerkt aan grootschalige productie van industriële biotechnologie. Het consortium, bestaande uit onder meer dsm-firmenich, Centrient Pharmaceuticals, ASR Dutch Science Park Fund, Planet B.io, TU Delft, de gemeente Delft en de provincie Zuid-Holland, achter het plan presenteerde dertien investeringsprojecten met een gezamenlijke waarde van €335 miljoen. Nog belangrijker: het consortium neemt al meer dan de helft van deze investering voor hun rekening. Dat is een krachtig signaal van vertrouwen in de toekomst van biotech in Nederland.

Natuurlijk is een plan nog geen fabriek en een investering nog geen productiecapaciteit, maar de beweging is onmiskenbaar. Van Oss tot Delft laten ondernemers, investeerders, kennisinstellingen en regionale overheden zien dat zij bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de volgende groeifase van biotech.

Die urgentie speelt niet alleen in Nederland. Ook in Duitsland klinkt de roep om sneller te investeren in demonstratie- en pilotfaciliteiten via het Freedom to Innovate-initiatief. De internationale concurrentie zit niet stil. Wie talent, technologie en investeringen wil aantrekken, moet zorgen voor de juiste randvoorwaarden. Onze conculega’s zetten dus ook de nodige stappen.

Met deze plannen, welwillend kapitaal en de wil om samen de schouders eronder te zetten is het tijd dat ook Den Haag doorpakt. De Taskforce Toekomstig Verdienvermogen en Vestigingsklimaat heeft een uitgelezen kans om deze initiatieven actief te ondersteunen in raad, daad én middelen. Niet met nieuwe visies, maar door realisatie mogelijk te maken. Want juist nu wordt bepaald of Nederland een land blijft waar biotech niet alleen wordt bedacht, maar ook wordt opgeschaald, geproduceerd en vermarkt.

← #nieuws

Europa wil innovatie versnellen én inkopen: kans voor biotech?

Europa zet deze maand twee belangrijke stappen die relevant kunnen zijn voor innovatieve biotechbedrijven. Enerzijds presenteerde de Europese Commissie een nieuwe European Innovation Act, bedoeld om veelbelovende innovaties sneller van lab naar markt te brengen. Anderzijds stelt de Commissie eenvoudigere en strategischere regels voor overheidsaanbestedingen voor, zodat publieke inkoop sterker kan bijdragen aan innovatie, duurzaamheid en economische weerbaarheid. Hollandbio ziet de potentie en hoopt dat het zorgt voor een versnelde toegang tot broodnodige biotech innovaties.

De voorgestelde European Innovation Act richt zich onder meer op betere toegang tot financiering, meer ruimte voor regulatory sandboxes en een Europees kader voor innovatiegerichte onderzoeks- en ontwikkelingsinkoop. Ook wil de Commissie het eenvoudiger maken om intellectueel eigendom te waarderen en te gebruiken als basis voor financiering. Daarmee moet Europa aantrekkelijker worden voor innovatieve bedrijven die willen opschalen.

Tegelijkertijd wil Brussel de regels voor overheidsaanbestedingen vereenvoudigen en strategischer inzetten. Het jaarlijkse aanbestedingsbudget van Europese overheden vertegenwoordigt een enorme economische kracht. Met de nieuwe aanpak moet die inkoopkracht niet alleen leiden tot de laagste prijs, maar ook bijdragen aan innovatie, duurzaamheid en het verminderen van strategische afhankelijkheden.

De combinatie kapitaal én klant

Voor biotech zit de grootste kans in de combinatie van beide voorstellen. Europa wil niet alleen innovatie mogelijk maken, maar die straks ook vaker zelf inkopen. Dat is belangrijk, want innovatieve bedrijven hebben niet alleen kapitaal nodig, maar ook een eerste klant. Als overheden hun enorme inkoopkracht gerichter inzetten voor innovatieve oplossingen, kan dat nieuwe markten openen voor bijvoorbeeld vaccins, diagnostiek en biobased toepassingen. Tel daar meer ruimte om te testen en minder barrières om op te schalen bij op, en er ontstaat precies wat Europa al jaren mist: een sterkere brug tussen slimme ideeën en markt. Kortom: als Europa niet alleen investeerder maar ook launching customer wordt, kan 1 + 1 zomaar 3 worden.

← #nieuws

Biotech voor vooruitgang, is er honger voor wat meer risico in Den Haag?

Prime time voor VitroScan! Het jubilerende biotech bedrijf schitterde in een NOS-item over de Nationale Investeringsinstelling (NII), waarin het kabinet, zo blijkt uit gelekte Prinsjesdagstukken, €3,3 miljard investeert. VitroScan’s CEO Willemijn Vader laat in het item overtuigend zien wat biotech van eigen bodem kan: kennis en talent benutten om een verschil te maken, in dit geval voor patiënten met kanker. Een welverdiende schijnwerper op tien jaar onderzoek en ondernemerschap. Van harte! En op naar de volgende succesvolle tien.

VitroScan timmert al tien jaar aan de weg om met slimme voorspellende testen gepersonaliseerde behandeling mogelijk te maken voor kankerpatiënten in Nederland en ver daarbuiten. En, net als zoveel biotechbedrijven, staat het bedrijf voor de uitdaging van opschaling. Het benodigde onderzoek is kostbaar, tijdsintensief en succes zeker geen garantie. Dat vraagt om passende investeringen. En juist daar wringt de schoen. Voor innovatieve bedrijven blijkt groeikapitaal in Nederland nog altijd lastig beschikbaar, terwijl internationale concurrenten vaak gemakkelijker toegang hebben tot risicodragend vermogen.

Hollandbio vraagt ook al meer dan tien jaar aandacht voor dit probleem: we hebben geweldig onderzoek in Nederland, baanbrekende start-ups, maar zijn onvoldoende in staat om bedrijven op eigen bodem te laten wortelen en groeien. Samen met veel andere partijen pleiten we consequent voor meer beschikbaar risicokapitaal, een betere aansluiting op de Europese kapitaalmarkt en een overzichtelijker financieringslandschap. Vrijwel alle recente analyses, van nationale adviesraden tot internationale rapporten, komen tot dezelfde conclusie: Nederland moet meer durven investeren in innovatie en groei. Zeker daar waar de markt onvoldoende in beweging komt.

Het plan voor een NII lijkt een belangrijke stap in die richting. Het idee dat de overheid een stevige basis legt waarop pensioenfondsen, banken en private investeerders kunnen aanhaken, sluit goed aan bij de behoeften van ondernemers als Willemijn: kapitaal dat beschikbaar komt voor de fase tussen veelbelovende innovatie en commerciële opschaling. Juist in die fase vallen nu nog te veel bedrijven tussen wal en schip.

Gelukkig vinden we het ministerie van Economische zaken aan onze zijde: berichten over de NII, het Nationale Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI, €500 miljoen), mogelijk nieuwe middelen voor het Groeifonds (€333 miljoen), en verruiming van de innovatiebox (€20 miljoen), zijn bemoedigend. Ze laten zien dat het kabinet serieus zoekt naar manieren om innovatie en strategische technologieën sterker te ondersteunen.

Hoewel geld – passende financiering – een noodzakelijke randvoorwaarde voor succes is, zijn we er daarmee nog niet. Ook de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid, Mario Draghi, EY, AmCham en KPMG en ASML-topman Peter Wennink benadrukken met urgentie dat concurrentiekracht uiteindelijk afhankelijk is van een sterke keten als geheel. Voor biotech betekent dat voldoende talent, passende regelgeving, hoogwaardige infrastructuur, ruimte voor opschaling, toegang tot de markt, effectieve kennisvalorisatie én financiering. Als één van die schakels ontbreekt, stokken de investeringen en de groei. Het vraagt brede bestuurlijke wil én lef om ook binnen bestaande beperkingen op zoek te gaan naar oplossingen die Nederland sterker maken.

We zijn er nog niet. De plannen moeten nog geconcretiseerd en uitgewerkt, de precieze voorwaarden zijn nog onbekend en de begroting is nog niet vastgesteld. Het kan dooien, het kan vriezen, zogezegd. Wat hollandbio is helder wat ons te doen staat: wij zetten niet alleen in op alles wat nodig is om biotech innovaties hier te bedenken, maar ook op wat nodig is om ze hier te laten wortelen, te laten groeien en om veelbelovende innovaties te verzilveren in impact.

Een bedrijf als VitroScan, evenals de 300 andere start-ups, scale-ups en grote biotech bedrijven in hollandbio’s netwerk weten precies wat werkt en wat niet. Hollandbio zet zich dan ook vol in om te verzekeren dat deze kennis en expertise benut wordt, zodat de hoopvolle plannen niet alleen mooi klinken op papier, maar ook in de praktijk zullen werken voor onze koplopers in biotech.

De NOS items zijn is hier te bekijken/beluisteren:
–         NOS journaal: https://lnkd.in/e4Tz_rU3 vanaf [14:55]
–         Radio1: https://lnkd.in/eHGBetnG vanaf [1:36:28]
–         NOS artikel: https://lnkd.in/eN7pTUsi

← #nieuws

Van visie naar uitvoering: handen uit de mouwen

Wie het debat over het rapport-Wennink volgde, zag iets opvallends. Achter het gebruikelijke politieke gehakketak, was er op hoofdlijnen veel overeenstemming: Nederland moet meer investeren in toekomstig verdienvermogen, innovatie is cruciaal voor onze welvaart en de concurrentie uit de Verenigde Staten en China wacht niet tot wij zijn uitgepolderd.

Ook voor de toekomstige rol van Nederland biotech sector staat er nogal wat op het spel. Dat ziet de Kamer gelukkig goed: life sciences en biotechnologie werd expliciet benoemd als één van de strategische domeinen waarop Nederland internationaal het verschil kan maken. Tegelijkertijd werd duidelijk dat de discussie steeds minder gaat over wát er moet gebeuren en steeds meer over de vraag óf we het aandurven om daadwerkelijk te handelen. En juist daar wringt het.

Want wie naar ondernemers luistert, hoort al jaren goeddeels dezelfde boodschap: zorg voor goede randvoorwaarden. Minder regeldruk. Kortere vergunningstrajecten. Betere toegang tot talent. Meer groeikapitaal. Betrouwbaar en voorspelbaar beleid. Snellere markttoegang. Daar bestaat inmiddels nauwelijks discussie meer over. Sterker nog, veel van deze punten kwamen ook terug in de woorden van minister Herbert.

Toch zien we dat zodra het debat concreter wordt, de aandacht verschuift naar alles wat een keuze moeilijk maakt: over wie mogelijk wordt vergeten, mogelijke risico’s, over buitenlandse investeerders die meeprofiteren, of de vraag of een investering wel volledig eerlijk uitpakt voor iedere sector of regio. En al zijn het begrijpelijke vragen, het zijn niet de vragen die onze internationale concurrenten bezighouden, terwijl zij bouwen aan nieuwe ecosystemen, productiefaciliteiten en investeringsprogramma’s. Nederland lijkt soms zoveel energie te steken in het (eerlijk) willen verdeln van de taart, dat het vergeet er zelf ook een te bakken.  

Voor biotech geldt dat des te meer. En ook wij kunnen los: de integrale Visie Biotechnologie ligt er al, de knelpunten en kansen zijn helder en de benodigde randvoorwaarden bekend. Ondernemers investeren dagelijks in technologieën die kunnen bijdragen aan de ambities voor een betere gezondheid, duurzamere voedselproductie en een sterkere economie. Diezelfde ambitie bracht eerder dit jaar ook Europa’s grootste venture capitalfondsen samen in de European Life Sciences Coalition. Nu is het aan de overheid om die ambitie te beantwoorden met keuzes die investeringen laten renderen, innovatie versnellen en groei mogelijk maken.

Het debat maakte duidelijk dat Economische Zaken de handschoen op wil pakken. Maar geen enkel ministerie kan dit alleen. Innovatie stopt immers niet bij de grenzen van een departement. Talent vraagt om onderwijs en arbeidsmarktbeleid. Markttoegang raakt aan regelgeving, aan zorg, aan landbouw. Vergunningen vragen om efficiënte uitvoering. Financiering raakt de kapitaalmarkt en fiscale instrumenten. Juist daarom is een integrale aanpak onontbeerlijk.

Alle ministeries hebben, kortom een rol te spelen voor toekomstig succes, in het versterken van het Nederlandse innovatievermogen. Niet door nieuwe visies te schrijven, maar door bestaande ambities om te zetten in concrete acties én verantwoordelijkheid te nemen voor het realiseren ervan. Door belemmeringen weg te nemen. Door beleid voorspelbaar te maken. Door ondernemers de ruimte te geven om te investeren, op te schalen en te produceren.

Het rapport-Wennink maakt duidelijk dat economische groei, strategische autonomie en maatschappelijke vooruitgang geen tegenstelling zijn, en is vooral een pleidooi voor keuzes én actie. En ja, dat brengt risico’s met zich mee die we niet weg moeten willen polderen. Want stilstand is óók een risico, en in de huidige tijd, misschien wel het grootste van allemaal.