← #nieuws

Impuls voor sneller en beter pad van lab naar patiënt 

, ,

De Tweede Kamer ziet graag dat nieuwe geneesmiddelen sneller en beter van lab naar patiënt komen. Deze week zijn er twee moties aangenomen die de regering aansporen hier werk van te maken.  

In onze inbreng voor het Commissiedebat Geneesmiddelenbeleid van 9 juni pleitten wij ervoor om nu écht werk te maken van gezondheid op maat in al haar facetten. De moties die vandaag zijn aangenomen sluiten daar goed bij aan.  

Den Haan (Fractie Den Haan), Kuzu (DENK), Mohandis (PvdA) en Ellemeet (GroenLinks) dienden een motie in over de lange doorlooptijden vanaf het verkrijgen van een handelsvergunning tot aan het moment dat een nieuw geneesmiddel de patiënt bereikt. In deze motie verzoeken ze de regering gesprekken op te starten met onder andere het Zorginstituut en bedrijven om in kaart te brengen hoe de doorlooptijden van sluisgeneesmiddelen teruggebracht kunnen worden en hoe bij extramurale geneesmiddelen de dossiers sneller rond kunnen zijn. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat het lang kan duren voordat bepaalde intramurale geneesmiddelen in Nederland de patiënt bereiken. We vinden het dus mooi om te zien dat hier in de Kamer aandacht aan wordt besteed. 

De motie van Van den Hil en Tielen (beiden VVD) gaat over pay-for-performance afspraken voor de vergoeding van geneesmiddelen. In een recente Kamerbrief heeft VWS-minister Kuipers aangegeven met het Zorginstituut te willen onderzoeken in welke situaties de inzet van pay-for-performance zinvol is. Met deze motie vraagt de Kamer de minister om een versnelling aan te brengen in dit onderzoek, en nog dit jaar te starten met een pilot. De minister heeft deze motie overgenomen, en onderschrijft dus zelf ook het belang van pay-for-performance. Dit soort vergoedingsafspraken kunnen bijdragen aan snellere en betere routes van lab naar patiënt. HollandBIO kijkt uit naar de resultaten van de pilot. 

← #nieuws

HollandBIO’s gezondheid op maat zomerlectuur

, ,

Speciaal voor tijdens het wachten op Schiphol, in de file op zwarte zaterdag of -bij voorkeur- bij een frisse versnapering op het terras, tipt HollandBIO wat zinderende zomerlectuur in de zoektocht naar gezondheid op maat.

Zo roept het “Kader Passende Zorg” initieel fijne, warme gevoelens bij ons op, gezien de mooie match met onze visie rond Gezondheid op maat. Het kader geeft zelfs aan dat (digitale en technologische) innovaties broodnodig zijn om de zorg mensgericht, houdbaar en duurzaam te maken.

Hoe we nou zo efficiënt mogelijk kunnen innoveren? Daar weet de Raad van Volksgezondheid en Samenleving in “de kunst van het innoveren” wel raad mee. Kleine teaser – in lijn met de recente Kamerbrief en het opiniestuk van Kuipers over de financiering van geneesmiddelenontwikkeling – de conclusie lijkt wederom dat het beleid de maatschappelijke uitdagingen centraal moet stellen.

Tot slot sluiten wij ons ook graag aan bij gezondheidsgoeroe Marcel Levi, die -vanuit een breder perspectief- in zijn recente column concludeert dat we het allemaal veel te ingewikkeld maken. Met wat minder risico-aversie, wat meer experimenteerruimte en een lerende feedbackloop kan het uiteindelijk veel sneller en beter – ook in de zorg.

← #nieuws

Niet praten maar prikken 

, , ,

Negen jaar liggen vaccins in Nederland gemiddeld op de plank voordat ze in een arm belanden. In plaats van regie te pakken voor een toekomstbestendig vaccinatiestelsel, produceert het ministerie van VWS al jaren enkel papieren tijgers. De maandag verschenen Kamerbrief “Vol vertrouwen in vaccinatie” van staatssecretaris Van Ooijen geeft weinig hoop op verbetering.  

De zich opstapelende rapporten winden er geen doekjes om: ons vaccinatiestelsel is stuk. Nederland laat gezondheidswinst liggen, aldus de Gezondheidsraad (2013). Er is geen sprake van een vaccinatiestelsel, maar van een lappendeken, aldus de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2021). Medische risicogroepen worden nauwelijks gevaccineerd, aldus het Zorginstituut (2021). Ook HollandBIO’s eigen onderzoek laat zien wat er schort: vaccins liggen in Nederland gemiddeld 9 jaar na registratie op de plank voordat ze in een arm verdwijnen. Gemiddeld 7,5 jaar bij de Gezondheidsraad (agendering en advisering), een half jaar bij VWS (beleidsreactie) en tot slot nog één jaar voor deze een arm bereikt (uitvoering). Het goede nieuws: iedereen is het eens over wat er te doen staat. Het ministerie van VWS moet regie nemen en als de wiedeweerga werk maken van een toekomstbestendig vaccinatiestelsel, waardoor elk beschikbaar vaccin zo snel mogelijk in de juiste arm terecht komt.  

Al maanden keek HollandBIO, en met ons alle bij vaccinatie betrokken stakeholders, dan ook uit naar dé vaccinatiebrief van staatssecretaris van Ooijen die het tij eindelijk zou keren. Helaas komen we weer van een koude kermis thuis. Ook deze staatssecretaris heeft weliswaar het juiste beleidsdoel voor ogen, maximale gezondheidswinst met vaccinatie, maar van regie of een integraal pakket aan maatregelen om dit doel te realiseren is geen sprake. Hij lijkt slechts een extra lapje aan de deken vast te naaien. 

Het belangrijkste voornemen van de staatssecretaris is de organisatie van een vaccinatievoorziening voor volwassenen bij de GGD’en. We delen de gedachte dat dit een mooie stap kan zijn om de uitvoer van vaccinaties te verbeteren en versnellen. Tegelijkertijd houdt het plan de bestaande silo’s van de vaccinatiezorg in stand – vaccinatie via programma’s, via de verzekerde zorg en via de vrije markt – evenals de nodeloze complexiteit en onduidelijkheid die deze silo’s veroorzaken. Met bovenstaande doorlooptijden vers in het geheugen, rijst vooral ook de vraag of de staatssecretaris zijn pijlen wel op het grootste knelpunt richt. Met een gemiddelde doorlooptijd van één jaar is het versnellen van deze fase een druppel op een gloeiende plaat. Opvallend genoeg deelt Van Ooijen over de agenderings- en adviseringsfase (duurt gemiddeld 7,5 jaar) slechts dat hij in gesprek blijft met de Gezondheidsraad. Waarom lijkt het keer op keer niet mogelijk om een vaste of maximale termijn in te stellen voor advisering over nieuwe vaccins? Of een uitspraak dat het hele traject van registratie tot arm niet langer dan 2 jaar mag duren, ongeacht de silo waar het vaccin in belandt? 

Maximaal gezondheidswinst verzilveren met de preventieve kracht van vaccins vergt méér dan een extra voorziening of een continu gesprek. Het vraagt een passende route voor elk nieuw vaccin naar de juiste arm, voldoende menskracht en budget om dat te realiseren, en binnen een vaste periode. Recent nog zagen we hoe het niet moet: de rotavirusvaccinatie blijft na 16 jaar en met alle seinen op groen alsnog op de plank liggen omdat er geen budget gereserveerd is. Een blunder van jewelste. Tegelijkertijd leerde de pandemie ons dat we vaccins razendsnel kunnen inzetten als de nood aan de man is. Waar een wil is, is dus een weg, vindt HollandBIO. Daarom roepen wij Den Haag op om ook andere vaccins de prioriteit te geven die zij, als hofleverancier van preventie, dubbel en dwars verdienen. Niet praten, maar prikken.  

Lees meer:

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/07/04/kamerbrief-over-aanpak-vol-vertrouwen-in-vaccinaties-en-vaccinatiegraadrapport-2021

https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2021/11/HollandBIO-Infographic-beoordeling-en-inzet-van-vaccins-in-Nederland-2.0.pdf?x61753

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z13915&did=2022D28716

https://www.trouw.nl/opinie/den-haag-laat-ook-vaccins-tegen-andere-ziektes-sneller-door~b05d855d/

https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2022/07/dossier-vaccinatie.pdf

← #nieuws

Aandelenopties als loon makkelijker door aanpassen wet 

, , ,

Het Nederlandse investeringsklimaat krijgt vanaf 2023 een boost door het aanpassen van een wet over aandelenopties. Een medewerker kan vanaf 2023 kiezen wanneer belasting betaald moet worden over de aandelenopties. Potentiële betalingsproblemen van die belasting worden hiermee voorkomen omdat nu aandelen verkocht kunnen worden om de belasting te voldoen. Met deze aanpassing komt de praktijk in Nederland in lijn met andere innovatieve landen, wat goed is voor onze internationale concurrentiepositie.

Aandelenopties als loon 

Start- en scale-ups kiezen er soms voor om een deel van het salaris van medewerkers uit te betalen in aandelenopties.  Als het goed gaat met het bedrijf worden aandelen meer waard en dat is gunstig voor medewerkers. Voor werkgevers is het ook interessant, omdat het de binding van de medewerker met het bedrijf vergroot en ondanks dat een bedrijf nog niet zo veel liquide middelen heeft tóch het beste talent aan kan trekken door een concurrerende beloning te bieden. 

De rekening volgt later 

Over aandelenopties moet belasting betaald worden door de medewerker, het is immers een vorm van loon. Met deze wetswijziging verandert het moment waarop de medewerker, de ontvanger van aandelenopties, belasting moet afdragen. 

In de huidige situatie moet belasting op het moment van ontvangen worden voldaan. Aangezien het om aandelenopties in een start- of scale-up gaat, zijn die opties niet altijd meteen te verkopen. Het  belastinggeld over deze opties moet dan ergens anders vandaan komen en dat kan tot problemen leiden. 

Door de wetswijziging mag de medewerker vanaf 2023 zelf bepalen wanneer hij of zij belasting betaalt over aandelenopties: bij het moment van ontvangen, of op het moment dat de aandelen verhandelbaar zijn. Hiermee wordt de regeling aantrekkelijker en dat is goed voor het investeringsklimaat. Het ministerie van Financiën publiceerde eerder onderstaande handige infographic waarin het allemaal nog een keer wordt uitgelegd. 

HollandBIO is blij met de aandacht van dit kabinet voor start- en scale-ups. Deze wetswijziging zorgt er voor dat Nederland in de pas loopt met andere landen, en dat is goed om (internationaal) talent aan te trekken. 

← #nieuws

Miljarden extra voor onderwijs gaan o.m. naar verbetering valorisatie

, , ,

Minister Dijkgraaf (OCW) heeft zijn concrete plannen voor het hoger onderwijs en onderzoek gepresenteerd. De minister reserveert miljarden euro’s extra voor het onderwijs, waarin ook kennisbenutting en valorisatie een belangrijke plek innemen. Dijkgraaf ziet de honorering van Groeifondsproject Biotech Booster op 14 april 2022 als een belangrijk moment in het versterken van valorisatie in Nederland.  

HollandBIO is blij dat ook de minister Biotech Booster ziet als breekijzer voor betere kennisbenutting. Daarnaast is de aandacht die dit kabinet heeft voor het verbeteren van valorisatie, waarbij OCW en EZK nadrukkelijk samen optrekken, in bredere zin een positieve ontwikkeling waar we na de zomer hopelijk meer over gaan horen. De hele brief van de minister lees je hier.

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/06/17/aan-de-tweede-kamer-beleidsbrief-hoger-onderwijs-en-wetenschap

← #nieuws

Zonder patiënt geen rendement

, ,

HollandBIO had het niet beter kunnen zeggen: geneesmiddelenontwikkeling duurt lang, kost veel geld, is risicovol en vergt samenspel van vele partijen. Het is de hoofdconclusie van een groot internationaal onderzoek naar het financiële ecosysteem van geneesmiddelenontwikkeling, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS.

Met de objectieve bevindingen van het onderzoek over de financiering van geneesmiddelenonderzoek en de investeringsbeslissingen die ten grondslag liggen aan (trends in) geneesmiddelenontwikkeling, wil het ministerie het maatschappelijk debat over de ontwikkeling, toegankelijkheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen goed geïnformeerd, op basis van feiten en cijfers, kunnen voeren. Alleen al die inzet vindt HollandBIO een verademing, na ministers die hoopten het naderend zorginfarct met oorlogsjargon of morele appèls aan de farmaceutische industrie te bezweren. De constructieve toon van minister Kuipers in zijn Kamerbrief en opiniestuk lijkt een kentering in het gepolariseerde Nederlandse geneesmiddelendebat, waarin het doorgaans populairder is om óver, dan om mét de farmaceutische industrie te spreken.

De bevindingen van het onderzoek zijn een feest van herkenning voor HollandBIO: geneesmiddelenontwikkeling duurt lang (“in de regel ruim 10 jaar”), kost veel (all-in “$2,4 à 3,2 miljard per nieuw geneesmiddel”), is risicovol (“slechts 1 op de 30 ontwikkelpogingen slaagt”) én academie, venture capital fondsen (VCs) en biofarma vervullen elk een essentiële rol (“het is bijna onmogelijk voor een partij om van begin tot eind een geneesmiddel te ontwikkelen”). Publieke investeringen vinden vooral plaats in de vroege fase, private investeringen in de late fase van geneesmiddelenontwikkeling. Vooral tijdens de preklinische en vroegklinische fase is het voor bedrijven uitdagend om voldoende kapitaal aan te trekken vanwege de hoge mate van onzekerheid en de disbalans tussen risico en beloning. Het rapport spreekt van ‘the translational gap’, waarmee het tevens een mooie validatie is van het probleem dat Biotech Booster aan gaat pakken.

Ook concludeert het onderzoek dat het verwachte financiële rendement (de verwachte inkomsten) de belangrijkste factor is die bepaalt of een geneesmiddel tot lancering wordt ontwikkeld. Hoewel de krantenkoppen anders doen vermoeden, moge dit toch voor niemand als een verrassing komen – noem ons één commercieel bedrijf waarvoor deze wetmatigheid niet geldt. Andere belangrijke factoren zijn het tempo en de aard van wetenschappelijke ontwikkelingen, het vermogen van R&D-systemen om innovatieve klinische studies op te zetten door ontwikkelingen op het gebied van data en digitale technologie, en ontwikkelingen op het gebied van regulering.

De financiële drijfveer maakt ook de belangrijke rol van de betaler, overheden en (particuliere) verzekeraars, duidelijk. Hun bereidheid om te betalen voor nieuwe geneesmiddelen is van grote invloed op het aanbod van nieuwe geneesmiddelen en de spreiding ervan over de therapeutische gebieden. Het onderzoek laat nogmaals zien dat er dankzij de betalingsbereidheid wél meer nieuwe oncologische geneesmiddelen worden ontwikkeld, maar dat er bijvoorbeeld te weinig interesse is voor de ontwikkeling van nieuwe antibiotica, die we bij succes het liefst zo lang mogelijk op de plank laten liggen (lees: geen inkomsten). Zoals wij het eerder formuleerden: van een geneesmiddel dat de patiënt niet bereikt, is nog nooit iemand beter geworden. Zonder patiënt geen rendement.

In reactie op de bevindingen van het rapport stelt minister Kuipers zich de vraag of de overheid wel een duidelijk signaal afgeeft voor welke geneesmiddelen zij bereid is te betalen, en op welk moment. Hij constateert dat deze discussie in Nederland pas gevoerd wordt op het moment dat een nieuw geneesmiddel op de markt wordt gebracht, en te weinig in de bredere context van ons gezondheidssysteem. Ook deze strategische overwegingen en de aandacht voor de eigen rol lijken een breuk met de eerdere beleidskoers van stapelende repressieve maatregelen en ad hoc pleisters.

HollandBIO ziet het onderzoek, de toon en de toenadering van minister Kuipers als een forse stap vooruit, wellicht zelfs als een nieuw begin. Hoogste tijd dus om de strijdbijl te begraven en samen, op basis van deze heldere gedeelde feiten en cijfers werk te maken van oplossingen waarbij gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan.

Lees meer:

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/06/22/financiering-van-geneesmiddelenonderzoek

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z12825&did=2022D26469

https://www.sirm.nl/publicaties/het-financi%C3%ABle-systeem-van-geneesmiddelenonderzoek

FD Opinie stuk Ernst Kuipers: “We moeten het hebben over het farmaverdienmodel”

https://fd.nl/samenleving/2245069/1443024/zorgminister-kuipers-wil-meer-invloed-op-ontwikkeling-nieuwe-medicijnen-j0f2cajAxvZl

https://fd.nl/opinie/2245069/1443370/minister-kuipers-kiest-terecht-voor-constructieve-opstelling-j0f2cajAxvZl

Webinar Financial Ecosystem of Pharmaceutical R&D

← #nieuws

HollandBIO welcomes CR2O as a new member

HollandBIO connects, represents and supports the Dutch life science sector. We are very proud that we already represent over 260 companies: from start-ups, small and medium-sized companies to large companies, active in health, food or biobased economy. Today we welcome CR2O!

CR2O is a full service contract research organisation and your clinical operations partner for every drug developmental service and challenge during your clinical trial lifecycle.

We contribute to the development of innovative therapies for those in need, leveraging our immunology and infectious disease experience and network.

While covering a broad range of therapeutic areas, our primary expertise lies in the immunology and infectious disease domain, across all phases (I-IV). There, we have worked together with 75+ study centres across the globe. Prof. dr. Ab Osterhaus, our CSO and a world-renowned virologist, firmly believes that the development of intervention strategies for human infectious diseases can be accelerated through the clinical programs supported by CR2O.

We are engaged in multiple public, private and academic clinical programs. Our cross-functional teams support several CEPI and Horizon2020 programs, through management and implementation of clinical development strategies, across the globe. At CR2O, we also believe that supporting early stage Pharma and Biotech partners is instrumental for driving innovation towards real-world applications with high societal impact. One example is our partnership with Dyadic international (USA), developing vaccine- and antibody candidates using an innovative highly-productive fungal C1-cell protein manufacturing system significantly reducing cost of goods.  

Our clients testify;

“As a US based biotech company, we were looking for a European CRO partner, expert in the design and execution of our programme. We found that CR2O employs highly qualified and experienced Life Sciences professionals with expertise in preclinical and clinical design work and support. Their people are equipped to deliver top-quality services that rival the larger CROs. We have greatly appreciated  the added value and experience of working with the CR2O team and are grateful for the way that they paid attention to our programme and all the partners. They are a friendly and professional team – we highly recommend them!”

“CR2O provides essential expertise on early clinical development and I much appreciate their personal involvement, enthusiasm and professional way of working.”

Since 2012, we have grown our knowledge-based ecosystem to include all essential elements of drug development. From bench to bedside:

  • Chemistry, Manufacturing, and Controls (CMC) advice and Management

Our CMC experts support you at every step of the product lifecycle. From early development strategies up to and including the preparation of your marketing application (MAA or NDA), we offer the full range of clinical trial services.

  • Nonclinical partners

Whether you need expert guidance to design your nonclinical program from the beginning, or whether you need experienced insight to conduct a gap analysis for an existing program, the nonclinical drug development consultants will be offering their services.

  • Regulatory expertise

Our team of experienced, former regulators take ownership of regulatory strategies and translation to clinical trial design and endpoints.

  • Product development team

Our Project Lead coordinates the cross functional team of CMC, nonclinical, regulatory, quality and clinical experts towards measurable deliverables within specs.

  • Clinical operations

Our highly motivated and experienced cross-functional clinical study teams, that help you to effectively execute your clinical trials from protocol writing up to and including analysis and reporting.

Visit us at www.CR2O.nl

← #nieuws

Looking back at the Patient Engagement in 2030 symposium

,

After a few COVID related postponements, admedicum was proud to host Patient Engagement in 2030 with the support of HollandBIO and Insmed on 9 June 2022 at the historic Muntgebouw in Utrecht with over 70 attendees. Speakers from patient organisations, healthcare, regulatory and industry shared forward thinking perspectives towards solutions, improvements, and opportunities for patient engagement in 2030.

We would like to sincerely thank our speakers Nicola Bedlington (former Secretary General European Patient’ Forum), Cécile Olivier (C-Path), Ana Mingorance (Loulou Foundation), Joep Rijnierse (Amgen) and Annamarie Dillon (Orchard Therapeutics).

All participants had ample opportunities to exchange their expertise on patient engagement during the Q&A sessions, the parliamentary debate (moderated by Roger Legtenberg (admedicum)), and the networking sessions.

The consensus from the event is that patient engagement will continue to evolve towards patient AND public involvement in research with an increased focus on person centered, value-based healthcare. There is now ample evidence that patient engagement de risks medicines development and leads to better outcomes and societal impact. Thanks to EUPATI, PFMD, and other European initiatives the pool of patient experts is already large and still expanding.

As Ana Mingorance shared with the participants during her talk, “By 2030…Patients are at the center of drug development, supported by professionalization of the patient community, an ecosystem of expert organizations, and a social contract that requires bio pharma companies help build disease knowledge together with the entire community.”

Thanks to HollandBIO and Insmed for supporting the event and admedicum looks forward to organizing similar exchanges in the future.

← #nieuws

Throwback to HollandBIO’s knowledge transfer event

, ,

Last week more than 100 stakeholders came together at Naturalis, the national research institute for biodiversity, to discuss how knowledge transfer can be improved in the Netherlands. Together with Johnson & Johnson Innovation and Planet-B.io, HollandBIO invited several speakers that highlighted best practices on improving the way for science from bench to business. The most important message: all stakeholders need to do their part in improving knowledge transfer.

Eppo Bruins, chairman of the AWTI , kicked off the day by providing a theoretical framework based on the AWTI-advice ‘A better start: The key to growth of knowledge-intensive startups’. If we put more emphasis and focus on entrepreneurship, knowledge transfer, financing and support for startups, more startups can accelerate to become successful scale-ups. Eppo highlighted that we should start seeing the Netherlands as one big biotech hub instead of talking about small and competitive regions to fully harness the power of innovation.

The Netherlands is viewed as top of the class life sciences hub, but startups themselves experience a different reality. Daan Luining, CTO and co-founder of Meatable, put some meat on the bones of the theoretical framework and gave a fiery speech about the difficulties for a biotech startup to attract Dutch investors with the right expertise. Foreign investors are ready to take bigger risks and start investing in early stages. This results in the risk that companies leave the Netherlands to scale up abroad. There’s still a lot to improve, and we can get inspiration from our European neighbors.

Carla Snoeck, Manager New Ventures at the Flemish Institute for Biotechnology (VIB) showed how Flanders stimulates academic entrepreneurship with several incentives and programs to inform students about their entrepreneurial opportunities. Stine Kruse, Head of research-based innovation at the Technical University of Denmark (DTU) told the audience that they help spinning off new ventures without focusing on financial returns. Creating benefit for society is their mission. And most importantly, the university doesn’t regard their knowledge transfer office as a cash cow. Financing, however, is an important pillar in an other respect. Namely to let biotech companies grow. Fiona MacLaughlin, Investor at J&J Innovation and Bram Ledeboer, partner at SHIFT Invest gave their views on the financing landscape. Their ideas: de-risking as early as possible and join forces with pension funds to drastically increase available capital. Our final best-practice came from France, Johanna Michielin, Head of Biolabs in France, talked about the support startups get at Biolabs. They offer services to rent benches including the right people and materials to boost R&D, proving there is a place for commercial accelerators in the biotech ecosystem.

These best practices were the basis for our panel discussion spanning different stakeholders in knowledge transfer. Pim van Strien, Member of Parliament for the VVD, Rinke Zonneveld, Director at InnovationQuarter, Corina Prent, Director at RUG Ventures and Lisanne Blauw, Investment Analyst at Thuja Capital, with HollandBIO’s Annemiek Verkamman as moderator, discussed which best practices hold value for the Netherlands and what we can do to improve knowledge transfer. The audience was filled with ideas, suggestions and comments bringing it to a lively discussion.

Eppo Bruins closed the day with some solid advice: we all have a role to play in solving the knowledge transfer paradox and it starts with stepping over your own shadow. Good advice which was mulled over during the traditional HollandBIO networking-drinks.

← #nieuws

HollandBIO verwelkomt Cradle

HollandBIO verbindt, vertegenwoordigt en ondersteunt de Nederlandse life science sector. We zijn supertrots dat we al meer dan 260 bedrijven vertegenwoordigen: van start-ups, midden- en kleinbedrijven tot grote bedrijven, actief in gezondheid, voeding of biobased economy. Vandaag verwelkomen we vol trots de start-up Cradle.

Micro-organismen en enzymen zijn natuurlijke fabriekjes die we kunnen inzetten om een grote diversiteit aan producten op een duurzame manier te maken. Ondanks snelle technologische vooruitgang van onder meer DNA synthese, DNA sequencing, en laboratorium-automatisering, is het ontwikkelen van nieuwe biotechnologisch processen nu nog traag en kapitaalintensief. Dat kan anders.

De startup Cradle bouwt een online platform wat wetenschappers in staat stelt om ‘s werelds meest geavanceerde Machine Learning modellen in te zetten voor het ontwerp van verbeterde eiwitten en enzymen. Door biochemische eigenschappen vooraf te voorspellen en suggesties te genereren voor verbeterde sequenties, worden onderzoeksdoelstellingen in de toekomst behaald met een kleiner aantal experimenten. Uiteindelijk kunnen we dan zo sneller, beter en duurzamer producten maken.

Kijk op jobs.cradle.bio naar onze vacatures, of neem voor meer informatie contact op via hello@cradle.bio.