← #ondernemershighlights
Violette Defourt
Rapidemic

Problemen zijn niet leuk als ze opduiken, maar des te leuker als je ze oplost.

Innovaties met impact ontwikkelen? In de biotech vind je bevlogen ondernemers die niet kunnen stilzitten. Hoe houd je die gedrevenheid vast, als ontwikkeling jaren duurt en vol risico’s zit? Het vergt doorzettingsvermogen om zulke ambities te halen. Wat drijft hen – en hoe blijven ze volhouden? 

Ondernemen is creativiteit de vrije hand geven. Op reis zag Violette Defourt welke negatieve impact infectieziekten kunnen hebben en al vroeg wist ze dat ze anderen wilde helpen met haar creativiteit. Die waarde deelt ze met de Gates Foundation, dat investeert in Rapidemic in strijd tegen ziekteverwekkers. De start-up ontwikkelt een gemakkelijk te gebruiken moleculaire test, met een eerste product voor razendsnelle en nauwkeurige soa-diagnostiek.

De blijmoedige Brusselaar is onbevangen. Violette koos een masteropleiding biomedische wetenschappen (Science Based Business) aan de Universiteit Leiden. Vanaf het begin zag ze in dat ze geen onderzoeker wilde worden: “Je wordt voorbereid op een PhD-traject, maar ik voelde me nooit echt thuis in het lab.” De opleiding rondde ze af, maar haar passie vond ze tijdens de iGEM-competitie van de gerenommeerde Amerikaanse MIT-universiteit. “Via iGEM ontdekte ik dat je vanuit wetenschap de vertaalslag kan maken naar een maatschappelijk relevante business case.” Violette ging met haar teamleden aan de slag om het wetenschappelijke idee dat tijdens het project ontstond, verder uit te werken. Rapidemic zag het levenslicht. 

Na drie jaar werken er nu twaalf mensen, en daarmee is haar rol flink veranderd. Ze werkt veelal buiten het lab – aan strategie, fundraising, cultuur en teambuilding. Het zijn dan ook de mensen die een bedrijf maken of breken: “je weet pas wat je al die tijd miste als je een goede hire hebt gedaan.” Veruit de grootste uitdaging: financiering. Statistisch gezien stroomt het geld ook niet bepaald naar jonge vrouwen die werken aan diagnostiek, een extra uitdaging dus. “Je wil gewoon je product ontwikkelen en impact maken, niet enkel opgeslokt worden door het bij elkaar schrapen van middelen.” Het idee is er, met een gedreven team dat aan een dringende maatschappelijke opgave werkt. Violette is ervan overtuigd een aantrekkelijke propositie in handen te hebben, maar financiers daarvan overtuigen is geen kleinigheid. Toch is het haar gelukt om de laatste drie jaar zo’n twee miljoen euro op te halen.

Inmiddels heeft Violette een voet tussen de deur bij het Deense BioInnovation Institute, maar vervolgfinanciering zit er vooralsnog niet in omdat ze met het team in Nederland wil blijven. Lachend: “maar als we in juni nog geen geld hebben opgehaald ga ik misschien zelf wel naar Kopenhagen.” En dus blijft ze slim omgaan met investeringen, subsidies en filantropisch geld. Flexibiliteit en creativiteit in het oplossen van financieringsproblemen, ook dat hoort bij ondernemen in onze sector. En daar kan je de lol van inzien, want “problemen zijn niet leuk als ze opduiken, maar des te leuker als je ze oplost.” 

← #ondernemershighlights
Hein Kruyt
Solynta

Ondernemen in onze sector is een kwestie van lange termijn, het is niet even een appje ontwikkelen.

Innovaties met impact ontwikkelen? In de biotech vind je bevlogen ondernemers die niet kunnen stilzitten. Hoe houd je die gedrevenheid vast, terwijl ontwikkeling jaren duurt en vol risico’s zit. Het vergt doorzettingsvermogen om zulke ambities te halen. Wat drijft hen – en hoe blijven ze volhouden?

Hoewel de jonge Hein Kruyt nog nooit van zaadveredeling had gehoord, was het vakgebied liefde op het eerste gezicht. Hij werkte als consultant aan een strategieproject voor De Ruiter Seeds (nu Bayer), en maakte de overstap. De combinatie van mensen en techniek greep hem. Vakmensen, goed in wat ze doen en state-of-the-art waaraan ze werken. Van de professor die iets nieuws bedenkt tot de tuinman die de kas laat uitblinken. Alle rangen en standen zijn nodig om een schip op koers te houden, dat belang van diversiteit was Hein al vroeg duidelijk.

In 2007 stond hij, via een management buy-out, aan de wieg van aardappelzaadteler Solynta, die door middel van hybride veredeling aardappelzaad ontwikkelt. Een handje zaad vervangt duizenden kilo’s pootgoed en kan bovendien ziekteresistent zijn of geoptimaliseerd worden voor bepaalde condities. Dat bespaart boeren veel geld, maakt de teelt aantrekkelijker en is beter voor het milieu. De ontwikkeling daarvan is niet eenvoudig: “Ondernemen in onze sector is een kwestie van lange termijn, het is niet even een appje ontwikkelen.” De blik stevig gericht op de horizon dus, want het zou vijftien jaar duren tot het product gebruikt zou worden. Vijftien jaar waarin het team koers moet houden en investeerders overtuigd moeten blijven van het langetermijndoel. Een doorwrochte routekaart met de duidelijke mijlpalen wekte vertrouwen dat de bestemming zou worden bereikt. En mensen met ervaring werden opgepikt om problemen op te lossen. Met resultaat: het project werpt nu letterlijk zijn vruchten af.

Dat succes voor een van de allergrootste gewassen ter wereld blijft niet onopgemerkt. Grote spelers zijn geïnteresseerd, zoals Bayer, waarmee Solynta samenwerkt voor de distributie van hun product in Kenia en India. “Niet alles zelf doen”, zegt Kruyt, “dan word je de rem op je eigen snelheid.” In Nederland – de wereldtop van de aardappelteelt – is de marge voor verbetering kleiner, terwijl landen zoals Kenia de opbrengst eenvoudiger te verhogen is en de impact van de introductie van aardappelzaad veel groter is. Het bedrijf levert dan ook een serieuze bijdrage tegen honger en ondervoeding en kan daarnaast op lange termijn gericht veredelen voor specifieke doelgroepen, Nederlandse boeren op zandgrond bijvoorbeeld.

Als ondernemer weet Hein hoe belangrijk het is om flexibel te blijven. “Je moet altijd rekening houden met de mogelijkheid dat iets niet lukt”, benadrukt hij. “Stoppen is altijd een van de opties, niemand wil goed geld achter slecht geld aangooien.” Die nuchtere kijk heeft hem en zijn team scherp gehouden, ook bij grote ambities. Daarbij is hij gefascineerd door techniek, mensen en continu op zoek naar verbetering. Het is precies die combinatie van ambitie, realisme en innovatie die hem drijft en waarmee hij, samen met zijn team, de aardappel steeds een stukje beter maakt.

← #ondernemershighlights
Lori Goff
Outlander Materials

You grow with your role and your role grows with you.

Innovaties met impact ontwikkelen? In de biotech vind je bevlogen ondernemers die niet kunnen stilzitten. Hoe houd je die gedrevenheid vast, terwijl ontwikkeling jaren duurt en vol risico’s zit. Het vergt doorzettingsvermogen om zulke ambities te halen. Wat drijft hen – en hoe blijven ze volhouden?

Op verschillende manieren is Lori Goff op haar jeugdidool Captain Planet gaan lijken. Niet alleen vanwege haar bedrijf Outlander Materials, dat net als de tekenfilmheld uit de 90’s strijdt tegen milieuvervuiling, maar ook omdat ze speciale krachten uit verschillende delen van de wereld weet te verenigen door de diversiteit van achtergronden en inzichten in te zetten. “I was this eco kid”, aldus de Amerikaanse uit Nebraska, die door de liefde per toeval in Nederland bleef en vervolgens in Rotterdam een bedrijf startte dat mensen uit allerlei windstreken rond haar idealisme weet te binden. Want Lori was biotechnologie gaan studeren vanwege de positieve impact op duurzaamheid – en de noodzaak om die kennis in te zetten is sindsdien bepaald niet afgenomen.

Met Outlander Materials werkt ze aan nieuwe non-plastic materialen, getransformeerd uit laagwaardige reststromen van de voedselproductie. Of beter: zijstromen, want “waste is not an option” is de stellige overtuiging van deze biotechnoloog. Je mag haar misschien wel een dromer noemen, maar iets van die drive heb je als ondernemer wel nodig. “It needed to be done and I didn’t know another way of doing it”, zo simpel kan het zijn om te gaan ondernemen. Waarbij ze ook wel zo eerlijk is om toe te geven dat ze het geluk had dat ze aan de start niet doorhad hoe groot de uitdaging zou zijn. Ondersteuning voor startende ondernemers is in Nederland goed te vinden, lovend is ze over de Citylab010-subsidie die ze van de Gemeente Rotterdam heeft verkregen, maar vervolgfinanciering om verder op te schalen is flink lastiger. High risk financierders zijn in de EU namelijk nog te risicomijdend vergeleken met Noord-Amerikaanse tegenhangers.

Al duurt het nog jaren voor haar plasticalternatief omzet zal genereren, gelukkig lukt het om te groeien. Onder meer door het aangaan van samenwerkingen, zoals met EV Biotech die ze via het netwerk van hollandbio op het spoor kwam. Samenwerkingen waarin een gezamenlijke vraag wordt onderzocht, zijn namelijk een goede manier om zo effectief mogelijk te werken met het beschikbare kapitaal. En het is onlogisch om alles zelf te willen doen. Dat geldt voor haar eenmanszaak die ze intussen heeft omgebouwd tot een bedrijf met zes mensen. “Switching to growing a team brought a new set of challenges, but I learned to love building the team. I’m still surprised at how much I enjoy it.” Dat geeft de nodige energie wanneer het weer eens tegenzit, want ondernemen voelt vaak als een druilerige wandeltocht. Leer de tegenslagen op de route te waarderen, luidt Lori’s les, dan verdwijnt de frustratie en krijg je er lol in. “That, and set yourself up with an accountant and a lawyer early on.”

← #ondernemershighlights
Rieks Smook
Grassa

Ik werd eigenlijk op slag verliefd op het idee dat dit bedrijf heeft.

Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol? 

Het ‘gewone’ gras beter maken, door een agrarische stap (persen) te combineren met een stukje biotechnologie (raffinage). Zo produceert Grassa graseiwit dat de perfecte vervanger is van soja – evenveel melk met minder stikstof. “Ik werd eigenlijk op slag verliefd op het idee dat dit bedrijf heeft”, vertelt Rieks Smook. In zijn carrière van meer dan twintig jaar in de financiële dienstverlening heeft de landbouweconoom zich gespecialiseerd in agrifood. Toch miste hij de daadwerkelijke impact. “De kroon op mijn carrière was het leiden van een van de grootste transacties in de agrarische wereld.” Ondanks dat er een bedrag van $ 50 miljard gemoeid was bij deze transactie, miste Rieks iets: “eigenlijk veranderde er niks anders dan dat er een pakketje aandelen van de ene naar de andere hand ging”. Herbezinning tijdens een sabbatical moest uitkomst bieden.

Vrijwel direct kwam Grassa voorbij, haast te mooi om waar te zijn. En dat bleek ook zo, want op zijn aanvankelijke sollicitatie volgde een afwijzing. Grassa’s concept liet hem ook in de maanden daarna niet los. Daarbij kwam het conceptuele en grootse denken uit het bankwezen goed van pas. “Jullie zijn te klein aan het denken”, zo concludeerde hij toen hij zijn plan voor het bedrijf presenteerde. Een plan dat hij bovendien maakte terwijl hij niet in dienst was bij Grassa en dat hij met veel verschillende mensen in zijn netwerk had besproken alvorens het aan de recent aangestelde directeur te presenteren. Rieks bleek uiteindelijk toch het best te passen bij het pas gestarte bedrijf en werd kort daarna als directeur aangesteld. Zijn onrustige aard en veranderlust helpt hem enorm bij het groeien en ontwikkelen van Grassa. “Ik wil gewoon dingen doen, aanpakken en impact maken.”

Met zijn enthousiasme en gedrevenheid gaat het hem goed af om mensen mee te nemen in de ideeën die spelen. Daarom kost het ze ook weinig moeite om voldoende geschikt personeel binnen te halen, want iedereen wil graag helpen impact te maken en de wereld beter voeden. Moeilijker is het voor de man die zijn strepen heeft verdiend in de financieringswereld om genoeg groeikapitaal op te halen. Een kip-en-ei-probleem, want om geld op te halen moet de schaalbaarheid van het bedrijf bewezen worden, maar om de schaalbaarheid te bewijzen is geld nodig. Daarom gaan ze de schaalbaarheid van het product stap voor stap bewijzen tot het een groot succes is. Allereerst in Nederland, om daarna in Azië en Afrika op grote schaal verschil te maken met duurzame en hoog nutritionele plantaardige eiwitten – dat is Rieks route naar wereldwijde impact.

← #ondernemershighlights
Leonie de Best
SurvivX

Ik vind het belangrijk dat een innovatie vertaald wordt naar iets wat geregistreerd wordt en patiënten helpt.

Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol?

Van analytisch chemicus tot COO en CBO, Leonie de Best is na al die jaren als biotech professional door de wol geverfd. En juist die bak aan ervaring brengt haar en de organisaties die zij helpt verder. Leonie: “Het ontwikkelen van een bruikbaar product is heel iets anders dan het uitvinden ervan. En daar kan ik goed bij helpen.” En dat doet ze niet alleen als bedrijfsconsultant, maar ook als CBO van Survivx dat een medicijn tegen sepsis ontwikkelt. Het is een grote en mooie uitdaging om het bedrijf samen met Remko van Leeuwen op te zetten, maar in deze opstartfase is nog veel nodig voordat SurvivX sepsis de baas is.

Volhouden is een kwestie van lange adem, zo weet Leonie. Eindeloos doorzettingsvermogen is essentieel om een bedrijf van de grond te krijgen, hoe lastig en lang de route naar succes ook lijkt. Kronkelig is die route in elk geval, want de oprichters moeten zich in bochten wringen om maar aan financiering te komen. Waar de ene investeerder juist het roer wil omgooien om de ontdekking eerst op andere, mogelijk kansrijkere indicaties te richten, wil een ander van geen wijken weten. En dat terwijl tijd in de resterende patentduur niet in overvloed is, wat de uitdaging om voldoende financiering te krijgen steeds groter maakt. Een race tegen de klok.

Wat haar dan toch motiveert? “Dat kennis niet als een paper bij een universiteit op de plank blijft liggen, maar dat die innovatie ook daadwerkelijk vertaald wordt naar iets wat geregistreerd kan gaan worden en uiteindelijk patiënten helpt.” Wereldwijd, want de roots van het product liggen in India. De technologie is namelijk ontwikkeld door het Institute of Life Sciences en het Centre for Cellular and Molecular Platforms (C-CAMP) in India – onder leiding van Prof. Balachandran Ravindran. Leonie: “We werken samen met een Indiase entiteit die het IP had. Zij werken met ons omdat zij denken dat het in Europa makkelijker financiering ophalen is.” Daar zit het bedrijf nu dus middenin. En die uitdaging is Leonie aangegaan, al is het omdat sepsis een van de grootste oorzaken is van het aantal IC-opnames. Een succesvolle ontwikkeling op dat gebied kan misschien wel de kroon op al haar valorisatie-werk worden.

← #ondernemershighlights
Maarten Bosch
Mosa Meat

De wereld is best wel een troep, en ik wil bijdragen aan het opruimen daarvan.

Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol?

Vlees waar geen dier voor geslacht hoeft te worden, dat was tien jaar geleden nog een fantasie maar lijkt nu toch steeds meer werkelijkheid te gaan worden. Het in Maastricht gevestigde Mosa Meat is een van de pioniers als het gaat om kweekvlees. Aan het roer van het snelgroeiende bedrijf staat Maarten Bosch, die zich dagelijks met een internationaal team inzet om gecultiveerd vlees naar de consument te krijgen. Ondernemen bleek tijdens zijn carrière al gauw een centrale rol te vervullen. Van een stagebureau om Nederlandse studenten te koppelen aan Boliviaanse lokale ondernemers tot verschillende bedrijven in de hoek van de health-tech. In de loop van de tijd zag hij dat “de wereld best wel een troep is” en besloot hij te willen bijdragen aan het opruimen daarvan.

Door de jaren heen is de rol van Maarten binnen het team van Mosa Meat flink veranderd. Aan het begin van zijn tijd bij Mosa Meat stond hij nog bureaus in elkaar te schroeven en gedurende de coronatijd zocht hij appartementen voor de nieuwe internationale medewerkers, maar één succesfactor staat als paal boven water. “Het team dat wij bij Mosa Meat hebben is essentieel voor het werk dat wij doen”. Dus is het bouwen en behouden van dat team voor Maarten van groot belang. Tegenwoordig houdt hij zich vooral bezig met het uitzetten van de lijnen en het koppig doorzetten naar een wereld waarin kweekvlees gewoon in de supermarkt te krijgen is.

Dat begon voor Mosa Meat allemaal in Maastricht, en die keuze is zeker niet onbelangrijk. Hoogleraar Mark Post kweekte er in 2013 de eerste hamburger van koeienstamcellen en sindsdien heeft het bedrijf een sterke band met de stad en regio opgebouwd. Onlangs nog besloot Mosa Meat om zijn campus in Maastricht uit te breiden – mede dankzij de steun van LIOF, Brightlands en de Gemeente Maastricht. De wereldwijde markt die Mosa Meat wil bedienen is het doel, maar de innovatie en de eerste pilotfabriek worden opgezet in Maastricht. Grootste uitdaging is nu het opschalen en daarmee betaalbaar krijgen, maar daar heeft de in Maastricht geboren Maarten een groot vertrouwen in. “Heel veel dingen mislukken, maar ook dat hoort er gewoon bij.”

← #ondernemershighlights
Stef van Grieken
Cradle

Nederlandse universiteiten zijn korte termijn gierig, maar zouden lange termijn moeten denken.

Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol?

Cradle is een beetje een vreemde eend in de bijt, gevestigd in Nederland maar opererend op een Amerikaanse manier. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat het opgericht is door Nederlanders die carrière hebben gemaakt in Silicon Valley. Het leven van Stef van Grieken klinkt dan ook als een droom: van opgroeien in een klein Nederlands dorp, naar carrière maken in de tech-hoofdstad van de VS en daarna een veelbelovende start-up mede-oprichten terug in zijn geboorteland. Aanvankelijk dacht Stef na studies technische bedrijfskunde en filosofie dat politiek de manier voor hem was om de wereld een beetje beter te maken, maar al gauw kwam hij erachter dat het bouwen en ontwikkelen van producten veel beter bij hem past.

Bij Google kwam hij in een vroeg stadium in aanraking met Machine Learning. Daar leerde hij ook Eli kennen, die later een van zijn medeoprichters van Cradle zou worden en interesse had in het werken op het snijvlak van DNA en Machine Learning. Ruim honderd interviews met onderzoekers en wetenschappers verder bleef één idee hangen: het werken met data in de biologie kan en moet beter. Eiwitten hebben namelijk ontzettend veel potentie om grote wereldproblemen op te lossen. Ze zijn een soort superkleine machines, en zo kunnen ze gebruikt worden om allerlei soorten materialen efficiënt te produceren, af te breken, of ziektes te genezen. Daarom zet Cradle AI in om betere eiwitten te ontwerpen, wat lang heel kostbaar en tijdrovend was. Zoals één van de wetenschappers tijdens een interview vertelde: “99% of our experiments don’t hit our design objectives. I just don’t know which 99%.” En die 99 problems, dat is precies waar Cradle zich op is gaan richten. Cradle heeft nu doorbraken in de AI gezien waarmee dit ontwerpproces vele malen sneller en goedkoper kan, en de kans op succes veel groter wordt.

Wat opviel bij terugkeer in Nederland is het grote verschil tussen ondernemen hier en in Amerika. Stef: “Vanaf dag één werden we weggelachen in Nederland, maar gelukkig waren er genoeg Amerikanen die zeiden: ga het proberen, misschien lukt het wel!” Gevraagd naar de grootste hobbel voor Nederlandse start-ups, is hij resoluut: “Nederlandse universiteiten zijn korte termijn gierig, en zouden juist lange termijn moeten denken.” De percentages eigenaarschap die universiteiten nemen tijdens het opstarten van een bedrijf bemoeilijken de groei, waardoor uitgroei tot wereldspeler veel lastiger is – en dat moet anders. We kunnen daarbij leren van de VS, want everything’s bigger in America. Hebben we immers niet allemaal liever een klein stuk van een gigantische taart dan een groot stuk van een kleine cupcake?

← #ondernemershighlights
Judith Vivié
Single Cell Discoveries

Ze zeiden dat het bloed, zweet en tranen zou kosten en dat was ook zo.

Innovaties met impact ontwikkelen, dat is wat de biotech drijft. In de sector vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Het vergt veel doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. De ontwikkeling van biotech innovaties duurt namelijk jaren en is vol risico’s. Waarom begin je er dan toch aan, en nog belangrijker, hoe houd je het als ondernemer vol? 

Na haar Masteropleiding stond Judith Vivié voor de bekende vraag: ga ik verder de wetenschap in en een PhD doen of kies ik een ander pad? Gelukkig diende zich een duidelijke richting aan: “Binnen het Hubrecht Instituut kreeg ik de kans om met het opzetten van een Single Cell Facility mijn passie voor wetenschap en laboratoriumwerk voort te zetten, en tegelijkertijd ook mensen te helpen.” Het succes van de faciliteit en de grote vraag naar hun diensten legde de basis voor de oprichting van Single Cell Discoveries in 2018, samen met Mauro Muraro.

Judith was toen zij begon met Single Cell Discoveries pas 26 jaar, iets wat haar nooit heeft tegengehouden in haar keuze om voor het ondernemerschap. Wel kwam ze de nodigde obstakels tegen: “Bij heel veel van de kleine stappen die je zet als ondernemer, loop je telkens tegen de lamp en moet je leren van je fouten.” Hoewel Judith geen ervaring had met het runnen van een bedrijf en wat daar allemaal bij komt kijken, had ze als jonge ondernemer wel een gunfactor en maakte ze dankbaar gebruik van hulp uit verschillende hoeken. Zo hielp bijvoorbeeld Oncode Instituut met ervaring, netwerk en een kleine lening.

Onder het ondernemerschap van Judith en Mauro is Single Cell Discoveries in slechts zes jaar tijd uitgegroeid van een startend bedrijf met twee oprichters in 2018 tot een bloeiende onderneming met 37 werknemers in 2024. En zoals het gaat met snelgroeiende organisaties, verandert er dan snel en veel. “We hebben moeten leren om niet door elk brandje afgeleid te raken, maar echt on the business te blijven zitten en te bepalen waar we heen moeten met zijn allen.”

Die snelle groei bracht ook andere gevolgen met zich mee, of zoals Judith het verwoordt: “Alle mogelijke vormen van groeipijn die beschreven staan zijn bij ons langsgekomen”. Een fysieke vorm van die groeipijn kwam tot uiting in de zoektocht naar een nieuw, eigen lab en kantoorruimte. De zoektocht bleek uitdagender dan verwacht, maar met een portie out-of-the-box ideeën, een meedenkende investeerder en een flinke dosis doorzettingsvermogen werd een pand zonder labfaciliteiten omgetoverd tot een ideale locatie voor verdere groei van Single Cell Discoveries. Al ging dat, zoals vaak in de biotech, niet zonder slag of stoot: “Ze zeiden dat het bloed, zweet en tranen zou kosten en dat was ook zo.”

← #ondernemershighlights
Lars Langhout
NoPalm Ingredients

Wat het verschil maakt is een gepolijst verhaal dat door en door klopt.

Innovaties met impact ontwikkelen, in de biotech vind je een keur aan bevlogen ondernemers die niet op hun handen kunnen zitten. Hoe behoud je die gedrevenheid, wetende dat ontwikkeling jaren duurt en zeker niet zonder risico’s is. Het vergt doorzettingsvermogen om die stevige ambities te realiseren. Waarom begin je er dan toch aan – en belangrijker: hoe houd je het als ondernemer vol?

In deze serie ligt de highlight op een ondernemer, maar die staat er natuurlijk niet alleen voor. Een complementair founding team is zelfs een belangrijke succesfactor, vertelt Lars Langhout van NoPalm Ingredients. Vasthoudendheid is cruciaal, of soms een idee dat je juist niet meer loslaat. In fermentatie-expert Jeroen Hugenholtz herkende Lars de duurzame drive om met biotechnologie een betere wereld te maken. Lars: “Toen ik mijn vrouw daar op de vierde avond achtereenvolgens weer mee lastigviel, zei ze: stuur die man gewoon een berichtje”. En dat bleek een gouden greep.

Vanaf 2021 begon deze startup voor palmolievervangers hard aan de weg te timmeren, maar wat maakt ze tot zo’n gevierd team? Lars heeft in zijn consultantverleden geleerd om slides te bouwen en presentaties te houden. “En elf jaar lang verhalen versimpeld. Telkens als ik pitches zie, die zien er soms goed uit en soms wat minder, dan weet ik na vijf minuten nog steeds niet wat een bedrijf doet. Dat is de crux: hoe vertel je een complex verhaal zo begrijpelijk mogelijk dat je kernboodschap sterk overkomt?” Aan hem de taak om daarmee de boer op te gaan, terwijl Jeroen de technologische ontwikkeling in het lab bestiert. En dat doen ze met een – we kunnen het niet laten – geolied team, waarin ze de nadruk hebben gelegd op de mensen die er werken (people & culture).

Met circulaire alternatieven komt het hard groeiende bedrijf tegemoet aan de stijgende vraag naar palmolie, waarvan de productie aanzet tot grootschalige ontbossing en leidt tot schadelijke uitstoot van broeikasgassen. Met één oplossing gaat NoPalm zowel voedselverspilling als het palmolieprobleem tegen: hun oliehoudende gisten zetten reststromen als aardappelschillen en afgedankte groenten om in veelzijdige oliën, die producten van cosmetica tot voeding verder verduurzamen. Daar wordt in Wageningen dag in dag uit aan gewerkt, maar even belangrijk als tijdrovend zijn Lars’ inspanningen om de financieringsstroom te laten vloeien. Nog zonder dat we het hem vragen merkt hij op dat Nederland risicoavers is vergeleken met het buitenland, waar gelijken veel makkelijker geld ophalen. Een van de vele hoge hordes die biotech ondernemers moeten nemen, en die nagenoeg elk startend en doorgroeiend biotechbedrijf herkent.

Doorzettingsvermogen dus. En een gepolijst verhaal dat door en door klopt, met duidelijke beelden erbij dat de kernboodschap nog sterker laat overkomen. De mijlpalen die Lars namens NoPalm met investeerders afspreekt worden sneller dan verwacht gehaald, waarmee hij maar laat zien: de resultaten die het team boekt, maken het succes tastbaar. Zo tastbaar zelfs dat ze in gesprekken met klanten hun producten maken mét de alternatieve olie. Waar een heilig geloof in het eigen kunnen en een duurzame drive allemaal toe kan leiden.