← #ondernemershighlights
Michael Newton
Qorium

What we create isn’t a leather alternative. It’s real leather.

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe houd je koers als de risico’s groot zijn, de financiering onzeker is en de ontwikkeling jaren duurt?  We spraken Michael Newton, CEO van Qorium, over hoe hij de overstap maakte van de wereld van Wall Street en Nike naar tissue engineering en gekweekt leer.

Newton groeide op in New York City en begon zijn carrière op Wall Street. Na jaren in venture capital, private equity wilde hij meer meemaken van ondernemen, of zoals Michael het zelf zegt: “get my hands dirty and play an active role in helping businesses operate and grow.”Michael kwam uiteindelijk terecht bij Nike, waar hij zich dertien jaar bezighield met innovatie, supply chain en digitale productontwikkeling.

“Working at Nike often felt like running a series of start-ups inside one of the world’s biggest brands,” zegt hij. Hij werkte onder meer aan nieuwe fabrieken in China, Sri Lanka en Mexico en hielp het Nike Innovation-team om te groeien van een team van twee personen (waaronder hijzelf) naar ongeveer 500.

Toch begon het na verloop van tijd weer te kriebelen. Samen met zijn vrouw verhuisde hij naar Europa en kwam hij via een oude kennis in contact met Qorium, toen nog op zoek naar een CEO om het bedrijf te helpen groeien: “What Qorium is building felt too important – and too exciting – to miss.” Voor hem kwam alles samen in het bedrijf: cutting-edge technologie, een gigantische bestaande markt en de kans om daadwerkelijk duurzame impact te maken. Qorium ontwikkelt gekweekt leer op basis van tissue engineering, waarmee het een alternatief wil bieden voor traditioneel leer, zonder de milieu-impact van de veeteelt en zonder concessies te doen aan kwaliteit.

Voor Newton was dat direct interessant. “What we create isn’t a leather alternative. It’s real leather,” legt hij uit. Volgens hem onderscheidt Qorium zich doordat het materiaal niet alleen duurzamer is, maar ook voordelen biedt voor producenten. “Traditional leather is inherently variable, with scars, defects and significant waste. Our process allows us to create a uniform and more premium material.”

Hoewel Qorium zich richt op leer, ziet Newton de technologie daarachter als veel breder toepasbaar. “At its core, we’re building a tissue engineering platform,” zegt hij. “The implications of that reach far beyond leather, and are far more relevant to the biotech sector than many people initially assume.”

De overstap van een multinational als Nike naar een jonge biotechonderneming was wel even schakelen. “At Nike, my marketing budget alone was larger than Qorium’s entire budget,” lacht hij. “

Now I can be talking to investors one hour and helping assemble desks the next.”

Toch ziet hij juist daarin de kracht van een start-up. “You can move quickly and make decisions fast. Of course you make mistakes, but most decisions are reversible.” Volgens Newton helpt zijn ervaring bij grote corporates juist om Qorium sneller te laten groeien. “I understand how big companies think and what they need from emerging technology partners.”

Ook over Nederland heeft Newton duidelijke ideeën. Zo ziet hij nog veel onbenut potentieel: “Sometimes there’s a reluctance to take risks, and a tendency to settle too quickly for ‘good enough’.” Toch is hij enthousiast over het hoge opleidingsniveau, de infrastructuur en het biotech-ecosysteem: “The Netherlands has all the ingredients to become a global leader”. Vooral de regio Maastricht noemt hij een ideale plek voor biotechbedrijven: “There’s a genuine ecosystem emerging here, where companies, research institutions and government strengthen one another.”

Voor jonge ondernemers heeft hij vooral één advies: durf om hulp te vragen. “The greatest superpower an entrepreneur can have is asking for help. People genuinely want to help each other, particularly in biotech.”

← #ondernemershighlights
Diederik Mud
Bionomic

Overdag stagiair, ’s avonds biotechondernemer

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe houd je koers als de risico’s groot zijn, de financiering onzeker is en de ontwikkeling jaren duurt? We spraken Diederik Mud, co-founder van Bionomic, over de overstap van een studieproject in diagnostiek naar een eigen bedrijf in ziektebehandeling bij planten, de moeizame realiteit van lange toelatingsroutes en de charme van avondmaaltijden op kantoor tijdens het bouwen van een start-up.

Diederik is één van de oprichters van Bionomic, een bedrijf dat werkt aan biopesticiden. Het zaadje werd geplant tijdens zijn tijd aan de Hogeschool Leiden, waar hij samen met medeoprichter Stan Aanhane een project deed waarin ze een diagnostische tool ontwikkelden voor fusariumschimmels bij tulpenbollen.

Hoewel het studieproject zich richtte op diagnostiek, bleek al snel dat de echte urgentie voor de agrarische sector ergens anders lag. “Het grotere probleem is dat de chemische middelen binnen de sector afgebouwd moeten worden, maar tegelijkertijd blijft het aanbod van biologische alternatieven nog te beperkt.” Dat inzicht leidde tot Bionomic: een bedrijf dat op biologische wijze gewassen wil beschermen tegen hardnekkige schimmels.

Na zijn tijd aan de Hogeschool Leiden deed Diederik nog een masteropleiding Life Sciences & Business Studies in Leiden en liep hij overdag stage bij Johnson & Johnson. In die periode werkte hij samen met Stan in de avonduren door aan Bionomic. Overdag liepen beide stage en ’s avonds zaten zij op het kantoortje op het LBSP. Het avondeten werd op kantoor opgewarmd. “In de avonduren hebben we de basis gelegd van wat het bedrijf nu is”, vertelt hij. Die ‘houtje-touwtje’-fase gaf hem echt het ondernemerschapsgevoel: bouwen aan iets dat groter kan worden. Inmiddels heeft Bionomic een product waarvan ze in het veld kunnen aantonen dat het doet wat het moet doen, en waarbij ook de eerste tox- en ecotoxstudies zijn uitgevoerd.

Diederik noemt het zelf “best wel gek” om al zo vroeg te starten. “In de basis werd je opgeleid als techneut,” zegt hij, “dus het was een stap om qua mindset echt vanuit het onderzoekende naar het ondernemende te gaan.”

Op de vraag of het een voordeel of een nadeel is als je nog weinig ‘ondernemersbagage’ hebt, antwoordt hij: “Ik denk wel allebei. Onervarenheid zorgt ervoor dat je soms keuzes maakt die je met de kennis van nu misschien anders zou maken, maar juist daardoor ook stappen zet. Zo waren we aan het begin niet bekend met de enorme doorlooptijd (tot wel 10 jaar) van toelatingen in Europa. Die realiteit schrikt af, maar ergens vond ik het ook een mooie uitdaging: hoe los je dit soort problemen op?”

Toch zit het Diederik nog dwars. Het toelatingsproces voor gewasbeschermingsmiddelen is in Europa complex en traag en niet goed genoeg

ingericht voor innovatie. “Het hele framework is ingericht op het chemische. Het is lastig om daar met een biologisch middel tussen te komen.”

Dat maakt Europa als ‘launching market’ moeilijk en zorgt ervoor dat Bionomic ook naar andere markten kijkt. Tijdens een innovatiemissie in Brazilië zagen Diederik en Stan dat de goedkeuring voor nieuwe gewasbeschermingstechnieken daar tot wel acht keer zo snel kan gaan als in Nederland.

En daar wringt het, juist omdat de innovatie in Nederland ontstaat. “Het is jammer,” zegt Diederik. “We hebben heel veel contact gehad met verschillende telers en als je ze dan vervolgens moet vertellen dat ze nog 8 tot 10 jaar moeten wachten, dat vind ik gewoon ontzettend jammer.”

Diederik zou graag zien dat de producten van Bionomic snel voor de Nederlandse landbouwsector beschikbaar zijn, maar kijkt ook naar de internationale realiteit. “We lopen een beetje achter de feiten aan in Europa.” Een patroon dat wat hollandbio betreft niet alleen bij gewasbescherming zichtbaar is, maar breder in de biotech speelt, en waar ook Diederik zich over verwondert. “Dat kan toch niet echt de bedoeling zijn? Studies en onderbouwing zijn hartstikke belangrijk, maar het wringt dat vergelijkbare kwaliteit elders sneller kan leiden tot markttoegang.”

← #ondernemershighlights
Annegret Van der Aa
Cantoni Therapeutics

Bouwen aan een bedrijf dat start van een concept en eerste data, daar krijg ik energie van.

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe breng je een goed idee van het lab naar de kliniek, en wat vraagt dat van leiderschap, ervaring en veerkracht? We spraken Annegret Van der Aa, CEO van Cantoni Therapeutics, over haar rol als katalysator in innovatie en haar passie voor de startup-wereld.

“Ik zie mezelf niet zozeer als ondernemer,” zegt Annegret bijna verontschuldigend. “In mijn hoofd is een entrepreneur iemand met een briljant idee die daar, soms zonder ervaring, vol voor gaat. Ik heb juist eerst in de afgelopen twintig jaar het vak geleerd.”

Na haar promotie in 2002 maakte Annegret heel bewust de keuze om niet in de academische setting te blijven. “Ik vond de universitaire wereld toen erg bekrompen. Iedereen zat op zijn eigen eiland, er was weinig samenwerking. Dat paste niet bij mij.” Ze stapte de biotech in en begon te bouwen aan een carrière langs de volledige R&D-keten: van fundamenteel onderzoek tot klinische ontwikkeling en uiteindelijk strategische en leidinggevende rollen. Elke nieuwe rol die volgde, bevond zich in een ander stukje langs de keten van productontwikkeling.

Die brede R&D- en managementervaring vormt nu de basis van haar werk als CEO van Cantoni Therapeutics, een jong biotech bedrijf dat nieuwe medicijnen ontwikkelt die ingrijpen op een metabool eiwit,  nicotinamide N-methyltransferase (NNMT), dat ontregeld isbij stofwisselingsziekten zoals obesitas maar ook in kanker. “Ik heb geleerd hoe het wél moet maar misschien nog belangrijker, ook hoe het níét moet. Je maakt fouten, en juist die lessen neem je mee.” Zelf noemt ze zich liever een katalysator dan een entrepreneur. “Bij Cantoni Therapeutics zijn het de wetenschappelijke founders die de NNMT remmers ontwierpen. Mijn rol is om te zorgen dat goede ideeën ook echt de weg naar de kliniek en de markt vinden. Dat vraagt om positionering, financiering, teamvorming en keuzes maken.”

Wat haar drijft, is impact. Dat besef werd voor het eerst echt tastbaar tijdens haar jaren in geneesmiddelenontwikkeling bij Galapagos, waar ze een cruciale rol speelde bij de klinische programma’s voor filgotinib, de JAK1 remmer die ondertussen ook op de markt is. “Het moment dat je hoort van artsen dat ze letterlijk kunnen zien welke patiënten het actieve middel krijgen, dát is magisch.” Ze vertelt over een jonge vrouw met reumatoïde artritis die door het kandidaat-medicijn haar passie – piano spelen – weer kon oppakken en daar zo dankbaar voor was. “Dan weet je: dit doet er echt toe.”

Toch merkte Annegret dat ze minder goed gedijt in grote organisaties. Bij Galapagos, waar ze jarenlang actief was, merkte ze dat haar rol veranderde. “Het bedrijf groeide enorm snel, maar werd tegelijk ook meer georganiseerd in lagen en hokjes. Ik verloor de brede impact op de programma’s.” Daarom maakte ze bewust de stap terug naar een startup-omgeving. “Bouwen aan een bedrijf dat start van een concept en eerste data, de juiste mensen betrekken, een programma laten groeien vanuit een idee, daar krijg ik energie van.”

Ondernemen betekent voor haar niet alleen kansen zien, maar ook grenzen bewaken. “Het gevaar is dat dit werk alles overneemt. Het voelt niet als een baan, maar als een rollercoaster elke dag opnieuw en juist dát maakt het risicovol.” Ze benadrukt hoe belangrijk het is om mentaal afstand te houden. “Niet minder betrokken zijn, maar ook voor jezelf zorgen. Anders verlies je veerkracht en kun je ook niet goed voor het bedrijf zorgen.”

Die openheid geldt ook voor haar kijk op leiderschap. “Je hoeft niet alles te weten. Sterker nog: ervan uitgaan dat je níét alles weet, is net slimmer en brengt je verder.” Ze moedigt jonge ondernemers aan om input te vragen aan experten, feedback te zoeken en zich te omringen met ervaren mensen die hen aanvullen. “Kwetsbaarheid wordt vaak onderschat, maar het maakt je juist sterker.”

Haar ambitie voor de komende jaren bij Cantoni Therapeutics is helder. “Mijn grootste drijfveer, is om te aan te tonen dat de NNMT-remmers die we nu in het lab ontwikkelen, ook het beoogde effect bij patiënten hebben. Dat is de ultieme bekroning: zien dat iets waarin je gelooft, daadwerkelijk impact heeft.”

 

← #ondernemershighlights
Jeroen Kiers
InnoGI Technologies

Ik beweeg me graag tussen wetenschap, business en maatschappij. Dat is waar innovatie ontstaat.

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe vind je focus in een wereld waar technologie, markt en maatschappij in hoog tempo bewegen? We spraken Jeroen Kiers, medisch bioloog en CEO van InnoGI Technologies, over zijn onverwachte route van voeding naar farma, de kracht van ondernemerschap en zijn missie om innovatie bij de mens te brengen.

“Ik was gefascineerd door voeding: wat het doet voor sport, gezondheid en herstel. Je kunt door goede voeding namelijk zo veel doen voor je gezondheid. Dat besef is altijd mijn rode draad gebleven.” 

Na zijn studie medische biologie in Amsterdam koos bijna iedereen voor onderzoek of farma. Jeroen niet. Via een stage bij Nutricia rolde hij in een promotietraject in Wageningen, waar hij leerde balanceren tussen wetenschap en industrie. “Ik had twee totaal verschillende stakeholders met uiteenlopende doelen: een professor en een sponsor. Vier jaar lang was het alsof ik mijn eigen onderneming had.”

Die brug tussen wetenschap en praktijk bleef hangen: Bij Friesland Foods werkte hij aan kindervoeding – “de topsport binnen voeding” – en voelde de impact van zijn werk letterlijk thuis, toen zijn dochter een koemelkallergie bleek te hebben. “Het moest perfect zijn. Er mag niets fout gaan, want het is de enige voedingsbron voor deze kinderen.”

Later stortte hij zich op productontwikkeling bij merken als Appelsientje en Chocomel. “Het mooiste moment was toen ik mijn werk in de supermarkt tastbaar kon maken richting mijn oma: ‘Kijk oma, die heb ik bedacht.’” Toch bleef het knagen. “Food vult, nutrition voedt. Ik wilde werken aan voeding die iets dóet voor je lijf.”

Dat bracht hem bij NIZO, een onderzoeksorganisatie vol techneuten met een biotechnologisch hart. Hij bracht NIZO riching de Amerikaanse markt en verdiende geld met R&D (“bijna onmogelijk, maar het lukte”). Na NIZO begon Jeroen met zijn eerste bedrijven; de eerste een consultancy om geld te verdienen en daarna een start-up met voedingsproducten: fortified bars, online verkocht via een webshop. Toen werd Jeroen gevraagd door Ausnutria – een Nederlands-Chinees bedrijf in kindervoeding – om aan de slag te gaan als directeur innovatie en strategie: “Dat zijn twee woorden waar ik het meest vrolijk van word”. Later werd Jeroen CEO van Ausnutria Nederland, een bedrijf met 1000 mensen en een omzet van honderden miljoenen.

Toch koos hij uiteindelijk bewust voor kleiner: InnoGI Technologies. “Mensen vragen wel eens: waarom van groot naar klein? Maar hier kan ik weer zelf de handen uit de mouwen steken. Dicht op de inhoud, dat geeft energie. Hoe mooi als je dat dan kunt doen met de technologie waar je zelf tijdens je promotieonderzoek al mee hebt gewerkt.”

Bij InnoGI wordt letterlijk nagebootst wat er in het menselijk spijsverteringskanaal gebeurt – zoals Jeroen dat mooi verwoordt: van mond tot kont. “We helpen bedrijven begrijpen wat er met hun product gebeurt onderweg door het lichaam. Daarmee kunnen we dierproeven besparen, beter betrouwbare data leveren en innovatie versnellen.”

Wat Jeroen drijft, is de combinatie van inhoud en impact. “Ik vind het mooi om iets te bouwen dat mensen helpt, maar ik hoef niet per se mijn naam op het product. Ik wil iets bijdragen dat echt verschil maakt, of dat nu via voeding of technologie is. Vanuit een klein bedrijf kun je soms meer bereiken dan met een groot merk.”

Hij ziet zichzelf niet als typische wetenschapper, maar als verbinder. “Ik beweeg me graag tussen wetenschap, business en maatschappij. Dat is waar innovatie ontstaat.”

Zijn uiteindelijke missie: innovatie dichter bij de patiënt brengen. “Veel wetenschappers blijven hangen in de technologie, maar innovatie krijgt pas waarde als je de brug slaat tussen wetenschap en markt. Daar neemt de ondernemer dan ook af en toe de overhand ten opzichte van de wetenschapper: “Als we van 92 naar 94 procent voorspellend vermogen gaan, is dat wetenschappelijk fantastisch, maar commercieel irrelevant. De klant merkt het verschil niet. Dat besef helpt ons om beter te prioriteren.”

Jeroen deelt ook zijn lessen voor jonge ondernemers in de life sciences: “Doe het niet alleen. Omring je met mensen die je aanvullen, die kritisch zijn, die meedenken. Wees niet bang om je idee te delen – het wordt beter van feedback. En wees wendbaar. Bijna elke start-up moet een paar keer van koers veranderen voor dat het echt werkt. Dat is niet falen, dat is groeien.”

← #ondernemershighlights
Bas Oosterman
SentryX

Zorg dat je mensen om je heen hebt die energie en nieuwsgierigheid meebrengen.

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe vind je focus in een wereld waar technologie, markt en maatschappij in hoog tempo bewegen? We spraken Bas Oosterman, econometrist en CEO van SentryX, over zijn onverwachte ondernemerspad en de zoektocht naar betere pijnbestrijding na operaties.

Van wiskunde, via strijkijzers naar startup

Na zijn studie econometrie en promotietraject in de bedrijfskunde begon Bas bij Philips. Hij werkte aan consumentenproducten als tandenborstels, waterfilters en strijkijzers. “Daar realiseerde ik me dat ik eigenlijk wilde ondernemen. Philips is natuurlijk gigantisch groot. Je bent steeds meer met andere dingen bezig dan de markt zelf.” Een overstap naar Julius Clinical wakkerde zijn interesse in de life sciences aan, evenals zijn ambitie om producten te ontwerpen die mensen konden helpen.

Een idee op het schoolplein

De echte start kwam onverwachts. Op het schoolplein van zijn twee zoons raakte hij aan de praat met een andere vader, orthopedisch chirurg Jorrit-Jan Verlaan.  “Hij vertelde hoe heftig de pijn is na rugoperaties: patiënten krijgen zware opiaten, vaak met nare bijwerkingen. Zijn idee was om de pijn lokaal te blokkeren, net als bij de tandarts.” Dat idee groeide uit tot een octrooi: een elastische hydrogel-ring met pijnstillend medicijn, die precies op de plek van de botbeschadiging wordt geplaatst. Een innovatie die moet zorgen voor minder pijn en opiaatgebruik na grote operaties en daardoor een sneller en beter herstel mogelijk maakt.

Van woonkamer naar klinische studie

Bas en Jorrit-Jan besloten samen SentryX op te richten. “We begonnen letterlijk vanuit de woonkamer, met alleen een idee en eigen spaargeld. In een samenwerking op het Hubrecht Instituut maakten we de eerste prototypes.” Een zoektocht naar investeerders leidde naar een aantal business angels. “Het waren allemaal ondernemers, die niet alleen super enthousiast waren, maar bovendien goed konden omgaan met de onzekerheid van ontwikkelen. Tot op de dag van vandaag vormt deze groep een belangrijke basis van onze financiering.”

Inmiddels telt SentryX 25 medewerkers en zijn de eerste klinische resultaten veelbelovend. De volgende stap is een grootschalige fase 3-studie.

Cultuur als Superkracht

Naast technologie draait het bij SentryX om cultuur. “We vinden het belangrijk om mensen binnen te halen die passen bij onze cultuur van vertrouwen en samenwerken. We zijn een team van nieuwsgierige mensen. We luisteren goed naar elkaar en zijn transparant. Fouten maken wordt niet afgestraft, zolang we er maar van leren.”

De naam van het bedrijf verwijst naar bescherming tegen pijn én is een knipoog naar een Marvel superheld, Sentry: “Sentry heeft de kracht van een miljoen exploderende zonnen. Voor ons staat dat voor geloven in je eigen kracht en energie.”

Advies voor jonge ondernemers

Bas’ belangrijkste tips? Zorg dat je je product of het probleem dat je probeert op te lossen zelf goed snapt: “We fileren elk probleem net zo lang tot het in een paar zinnen is uit te leggen. Als het dan nog te ingewikkeld is, ben je er nog niet, of klopt het niet.” En niet te vergeten: “Zorg dat je mensen om je heen hebt die energie en nieuwsgierigheid meebrengen en de uitdaging zoeken.”

Wat hem het meest motiveert? De impact op patiënten: “Ik ben als een kind zo blij als er een technische doorbraak is en de chirurgen zeggen dat je idee werkt. Maar wanneer ik hoor dat de patiënt de volgende dag weer rechtop naast zijn bed stond, dat is echt geweldig! Daar doe je het voor.”

← #ondernemershighlights
Marcel Wubbolts
Vivici

We hebben straks 10 miljard mensen te voeden. Dat kan niet alleen met koeien, varkens en kippen – biotech vult de eiwitbehoefte mooi aan.

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe vind je focus in een wereld waar technologie, markt en maatschappij in hoog tempo bewegen? We spraken Marcel Wubbolts, biochemicus en CTO van Vivici, over zijn overstap van multinational naar startup en de rol van biotech in de eiwittransitie.

Van academische papers naar impact maken in de industrie

Marcel Wubbolts begon zijn loopbaan met een duidelijke route: een academische carrière. Na zijn studie in Groningen en een postdoc en positie als Oberassistent in Zürich lag een mogelijk hoogleraarschap in het verschiet. Toch liep het anders..

In Zürich organiseerde hij een collegereeks met als gastspreker Johan Kamphuis van DSM. “Johan zei: wij zijn bezig met DSM Biotech GmbH, misschien is dat wat voor jou”. Hij dacht: “dat doe ik een jaartje tot er een geschikte positie is op de universiteit en dan ga ik weer terug de academie in.” Maar als snel merkte Marcel dat hij ook energie kreeg van het maken van iets tastbaars. “In plaats van publicaties, is er ook veel voldoening te halen bij een big bag vol product in de fabriek.”

Marcel werkte uiteindelijk negentien jaar bij DSM, waar hij doorgroeide tot CTO en een belangrijke rol speelde bij het integreren van biotech capabilities van voormalig Gist-brocades en voormalig Roche vitamins binnen het concern. Daarna stapte hij over naar Corbion, waar hij zeven jaar Chief Science and Sustainability Officer was.

Na bijna drie decennia in multinationals verlangde hij naar meer dynamiek in innovatie.

Nieuw avontuur bij Vivici

Een nieuwe kans lag al snel in het verschiet toen Marcel gebeld werd door een voormalig collega bij DSM: of hij CTO wilde worden bij Vivici, een spin-out van een gezamenlijk DSM – Fonterra project in de eiwittransitie. Hij besloot de sprong te wagen.

Met Vivici ontwikkelt hij nieuwe eiwitingrediënten via precisiefermentatie. “We leveren niet zomaar een zak poeder. We werken intensief met klanten samen aan concrete toepassingen, van ready-to-drink applicaties tot protein bars. Het gaat er bijvoorbeeld om dat een drankje helder blijft of dat een reep niet keihard wordt als je hem een aantal weken laat liggen. Dat is de toegevoegde waarde van ons ingrediënt die de consument merkt.”

Marcel geniet van de nieuwe uitdaging: “Bij Vivici is geen week hetzelfde. In een startup zijn de procedures ook veel minder in steen gebeiteld. Als we een beslissing nodig hebben, dan is dat binnen twee dagen rond. Bij een corporate kan dat maanden duren. Die snelheid en dynamiek vind ik fantastisch.”

Biotech én landbouw als samenwerking

Marcel ziet biotech niet als concurrent, maar als aanvulling op de traditionele landbouw. “We hebben in de toekomst 10 miljard mensen, dan heb je straks twee keer zoveel eiwit nodig. Dat red je niet alleen met koeien, kippen en varkens, maar alternatieven zijn nodig. Precisiefermentatie is zo’n alternatief en een  aanvulling, geen vervanging van het huidige aanbod van dierlijke eiwitten. We willen juist samenwerken met boeren en zuivelspelers: we hebben elkaar nodig om eiwitten duurzamer te produceren.”

Advies voor jonge ondernemers

Zijn belangrijkste tip? “Start with the end in mind. Begin bij de klant: wat heeft die écht nodig? Werk dan terug naar de technologie. Veel startups beginnen vanuit een organisme waar ze toevallig mee gewerkt hebben. Maar veelal is dat niet de beste keuze en komen de problemen bij bijvoorbeeld opschaling of regulatie.”

← #ondernemershighlights
Jan Smeitink
Khondrion

We hebben iemand in een rolstoel gehad die nu vijf kilometer kan lopen. Dan weet je waarvoor je dit doet.

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe houd je koers als de risico’s groot zijn, financiering onzeker is en ontwikkeling jaren duurt? Wat drijft hen om tóch door te zetten? We spraken Jan Smeitink, oprichter en CEO van Khondrion, over zijn overstap van de academie naar de biotechwereld – gedreven door een persoonlijke missie.

Van academisch succes naar ondernemende missie

Jan begon zijn carrière als kinderarts en hoogleraar, gespecialiseerd in mitochondriële ziekten. Zijn drijfveer is diep persoonlijk. “Toen ik geneeskunde ging studeren, is een vriendin van mij in het eerste jaar overleden aan een mitochondriële aandoening. Vanaf dat moment concludeerde ik: als ik de mogelijkheden krijg, dan ga ik daar iets voor betekenen.”

Hij bouwde in Nijmegen een toonaangevend centrum op voor patiëntenzorg en onderzoek, maar uiteindelijk trok hij een radicale conclusie: “Ondanks alles wat wij gedaan en bereikt hadden, gingen patiënten nog steeds dood. Het enige dat ik toen kon bedenken, was: ik moet een bedrijf starten, want binnen de academie kan dit niet.”

Zo ontstond Khondrion, gericht op het ontwikkelen van een effectief geneesmiddel tegen mitochondriële ziekten. “Khondrion komt van het Grieks: ‘mythos’ is een draadje en ‘chondrion’ een korreltje. Wij zijn één korreltje in de grote zandbak van de farma-industrie.”

Eerste lessen in het ondernemerschap

Het bedrijf begon bescheiden, met ideeën en een klein team. “We hadden geen kant-en-klaar middel, maar wisten wat we zochten. In een iteratief proces ontwikkelden we honderden compounds, totdat we uitkwamen bij sonlicromanol.” Inmiddels staat het kandidaatmedicijn op de drempel van fase 3.

De overgang van academie naar onderneming bleek ingrijpend. “In de academie was ik wel een beetje uitgeleerd. Hier leer ik elke dag. Dat is leuk, maar je hebt ook veel meer verantwoordelijkheid. Er zijn veel meer slapeloze nachten over: red ik het wel, of red ik het niet financieel?”

Groeien zonder venture capital

In tegenstelling tot veel collega’s haalde Khondrion geen venture capital op. “We hebben een aantal stichtingen en business angels die ons werk ondersteunen. En ja, we hebben subsidie gekregen vanuit Nederland, EFRO, ZonMw, Europa… maar je moet ze wel binnenhalen. Dat betekent dat je heel veel subsidies moet schrijven.”

Het team is bewust klein, met een flexibele schil van langdurige partners. “We hebben een partners met uiteenlopende expertises die al meer dan twaalf jaar met ons meedenken. Die verbondenheid is goud waard.”

Voor wie je het doet

Het zijn de verhalen van patiënten die Jan het meest raken. “We hebben iemand in een rolstoel gehad die nu vijf kilometer kan lopen. Dan weet je waarvoor je dit doet.” Tegelijk is hij eerlijk: “Verwachtingsmanagement is essentieel. Je wil hoop geven, maar moet ook realistisch blijven over de tijd die het kost.”

Advies aan biotechstarters

Jan’s belangrijkste les? “Je kunt je niet goed genoeg voorbereiden op hobbels. Maar hobbels zijn er om te slechten. Je moet af en toe alles op alles zetten om door te kunnen gaan.” Wat volgens Jan het verschil maakt? “Je doet het niet alleen. Zonder mijn team – en de steun van patiëntenorganisaties – hadden we dit nooit kunnen doen.”

📣 Meer horen van Jan? Op 27 juni spreekt hij op het Dutch Biotech Event 2025.

← #ondernemershighlights
Erik Manting
Mendus

Risico is onderdeel van het spel. Juist in die onzekerheid zit de essentie van ondernemerschap.

Wat drijft een biotechondernemer die zijn jongensdroom als wetenschapper inruilt voor de financiële wereld – om uiteindelijk terug te keren als CEO in de biotech? We spraken Erik Manting, CEO van Mendus, over zijn pad van medische biologie naar de boardroom.

Van jongensdroom tot nieuw avontuur

Erik groeide op met een fascinatie voor biologie. “Als kind was ik altijd al bezig met de natuur en het leven om ons heen”. Hij promoveerde in Groningen en deed onderzoek in Canada, onder meer aan niertransplantatie. Maar hoewel hij zijn droom waarmaakte in de wetenschap, wrong er iets. “De academische wereld voelde uiteindelijk te benauwend. Ik was op een punt beland waarop ik dacht: is dit het nou?.”

Eerste ondernemers les

Zijn eerste ervaring met ondernemerschap deed Manting op als postdoc bij Sanquin. Naast onderzoek aan hiv- en immunologieprojecten, werkte hij daar aan een commerciële unit die innovatieve reagentia ontwikkelde. “Met mijn kennis van eiwitchemie hielp ik tetrameren ontwikkelen – een nieuwe manier om antigeen specifieke T-cellen zichtbaar te maken.”

Deze kennis bleek zó waardevol, dat hij een subsidie van 6,5 miljoen gulden kreeg om de technologie door te ontwikkelen, samen met onder andere het Nederlands Kanker Instituut. “Daar begon het echt te kriebelen. Ik merkte dat ik meer wilde dan alleen onderzoek doen: ik wilde iets opbouwen.”

De sprong naar het onbekende

Erik stapte over naar de financiële wereld via Rabo Securities en kreeg de kans om als analist onder andere de biotechsector van een andere kant te leren kennen. “Het voelde als een soort betaalde MBA. Je leert razendsnel hoe aandelenmarkten werken.” Toch bleef de wetenschap trekken. “Ik wilde niet alleen analyseren, maar ook creëren.”

Via een tussenstap bij Crucell – waar hij een therapeutische eiwitbusiness opzette – belandt Erik als regiodirecteur bij Friesland Bank. “Een totaal andere omgeving. Maar daar heb ik veel geleerd over management, mensen aansturen, en vooral: koers houden in crisistijd.”  Na Friesland Bank werkte hij een aantal jaren bij het life sciences team van zakenbank Kempen, om vervolgens een punt achter het bankwezen te zetten en te focussen op een overstap naar het bedrijfsleven.

Terug naar biotech – maar dan als ondernemer

In de zoektocht naar mogelijk interessante biotech bedrijven kwam Erik in aanraking met Mendus, toen bekend als DCprime. Daar werd gewerkt aan een therapeutisch kankervaccin gericht op acute myeloïde leukemie (AML), een agressieve en vaak dodelijke vorm van bloedkanker. Erik zag potentie in het nieuwe middel dat in fase 1 werd getest: “Bij een aantal AML-patiënten zagen we opmerkelijk lange overlevingstijden. Toen wist ik: er zit iets in dit product. Bovendien was er een nieuwe sterke aandeelhouder, Van Herk, toegetreden en dat maakte het mogelijk om grotere stappen te zetten met het bedrijf”.

Als CEO liet hij het bedrijf verder groeien. Hij haalde tientallen miljoenen op, fuseerde met een Zweeds bedrijf en zette een internationale productie-alliantie op. “We hebben nu iets in handen dat impact kan hebben op patiënten met een ziekte waarvoor weinig alternatieven bestaan.”

Advies aan jonge ondernemers

Erik’s les voor startende ondernemers is helder: “Volg altijd je passie. Vind iets om voor te vechten en ga er dan helemaal voor.”

← #ondernemershighlights
Koenraad Wiedhaup
Leyden Labs

Er is geen tijd te verliezen, dus werken we alsof we midden in een pandemie zitten.

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe blijf je gemotiveerd terwijl ontwikkeling jaren duurt en vol risico’s zit? Wat drijft hen en hoe blijven ze volhouden? We spraken Koenraad Wiedhaup, medeoprichter en CEO van Leyden Labs, over het ontwikkelen van een neusspray tegen virussen – precies vijf jaar na de coronalockdown.

Van student naar biotech-ondernemer

Koenraads fascinatie voor de combinatie van biologie en technologie ontstond tijdens zijn studie Life Sciences & Technology. Tijdens een stage bij een biotech bedrijf in San Francisco, wat Koenraad als ‘shaping experience’ beschrijft, kwam hij in aanraking met de bedrijfskundige kant van de wetenschap en werd bij hem het zaadje geplant om zich verder te ontwikkelen op dit grensgebied. Koenraad kwam bij McKinsey terecht, waar hij als consultant jarenlang grote en kleine biotech bedrijven hielp om verder te groeien. Daarnaast hielp hij legio wetenschappers bij het ontwikkelen van een businessplan.

Van wild idee naar neusspray

In zijn tijd als consultant ontmoette Koenraad tevens de mannen waar hij later samen Leyden Labs mee oprichtte: Dinko Valerio, Ronald Brus en Jaap Goudsmit. Tijdens de eerste coronalockdown in 2020, op gepaste afstand in een achtertuin, bespraken ze een wild idee: levende coronavirussen inbrengen in de neus om mensen immuun te maken. Dit idee groeide uit tot een wetenschappelijk plan voor een neusspray die bescherming biedt tegen diverse infectieziekten en vormde tevens het begin van Leyden Labs.

Het Leidse bedrijf draait op pandemische urgentie. “We willen ons product zo snel mogelijk beschikbaar hebben voor mensen, dus werken we alsof we midden in een pandemie zitten.” Naast oplossingen voor bestaande problemen zoals griep ziet Koenraad ook toepassing van de technologie voor andere ziektes. Een nog onbekend coronavirus, een op mensen overslaande vogelgriep, en in de toekomst wellicht zelfs bescherming tegen allergieën als hooikoorts.

Diversiteit en daadkracht

Hoewel de teamleden van Leyden Labs verspreid zijn over de VS, verschillende Europese landen en Azië, is Koenraad trots dat het hoofdkantoor in Leiden is gevestigd: “In Leiden komen al eeuwenlang omdenkers bij elkaar die niet bang zijn om hun ideeën uit te spreken.”

Tegelijkertijd ziet Koenraad de internationale diversiteit binnen Leyden Labs als essentieel. Met ruim 20 verschillende nationaliteiten, samenwerkingen over de hele wereld, en een bedrijfscultuur die pandemische urgentie ademt, werken ze in Leiden keihard aan het voorkomen van miljoenen toekomstige griepdoden.

Zijn advies voor startende biotech ondernemers?

“Doe zo veel mogelijk ervaring op, vanuit verschillende rollen. Neem een kijkje bij de bedrijfsvoering, bij ontwikkeling en bij onderzoek, en zoek de diepgang op om erachter te komen waar je écht goed in bent en waar je passie ligt.”

← #ondernemershighlights
Inez de Greef
Treeway

Geneesmiddelontwikkeling is een prachtig vak, en als je dat als ondernemer kunt doen, is dat nog mooier.

In de biotech werken bevlogen ondernemers die impact willen maken. Maar hoe houd je motivatie vast als geneesmiddelenontwikkeling jaren duurt en vol risico’s zit? Voor de Dag van Vrouwen en Meisjes in de Wetenschap spraken we met Inez de Greef, CEO van Treeway, over doorzettingsvermogen, innovatie en samenwerking.

Van wetenschap naar ondernemerschap

Met een achtergrond in medische biologie en als promovendus in de farmacologie, begon Inez haar loopbaan in de wetenschap bij een bedrijf dat een medicijn ontwikkelde tegen hiv. Na een aantal jaren in het lab te hebben gestaan, voelde Inez de kriebel om wetenschap te combineren met ondernemen.

Zo richtte zij 15 jaar geleden, samen met businesspartners, het consultancybedrijf 3D-PharmXchange op. Na twee jaar werd onverwachts gevraagd om een kopje koffie te drinken met twee ALS-patiënten. Toen ze haar vroegen om hen te helpen met het ontwikkelen van een medicijn tegen spierziekte ALS, twijfelde ze geen moment. Vrij snel kwam Inez in contact met de oprichters van Treeway, waar zij eerst als consultant bij betrokken was, maar na de realisatie dat het bedrijf haar ervaring goed kon gebruiken al snel de rol van CEO bekleedde. 

De uitdaging van een geneesmiddel tegen ALS

Dat het ontwikkelen van geneesmiddelen uitdagend is, vooral bij zeldzame ziektes, weet Inez maar al te goed: Het ophalen van privaat durfkapitaal bleek extreem lastig. En hoewel ze het liever had gedaan met de mogelijkheden die private investeerders brengen blijft Inez trots: zonder private investeerders wist Treeway tien jaar lang onderzoek te financieren met subsidies en eigen investeringen. Maar die prestatie bleek tevergeefs. De ontwikkeling van het ALS-medicijn kwam abrupt tot stilstand na tegenvallende resultaten in fase III-trials. Het middel bleek niet effectief genoeg.

Blijven vechten voor innovatie

Wat haar heeft gemotiveerd om altijd door te blijven gaan, ondanks de tegenslagen? Inez: “De patiënt in het achterhoofd werkt ontzettend motiverend. In de afgelopen 10-15 jaar is er ook steeds meer belangstelling bij andere bedrijven  voor onderzoek naar neurodegeneratieve aandoeningen, zoals ALS. Er wordt meer geïnnoveerd en geïnvesteerd. Geneesmiddelontwikkeling is een prachtig vak, en als je dat als ondernemer kunt doen, is dat nog mooier.” 

Laatste take-away? Inez onderstreept hoe belangrijk samenwerking is geweest met patiënten, onderzoeksinstellingen en experts: “Je hebt een team van experts nodig om een product te ontwikkelen. Alleen gaat het je niet lukken.”