Dankzij geneesmiddelen kunnen mensen met reuma topsporter worden, gaan er minder mensen dood aan kanker en waren er in Amsterdam in 2023 nauwelijks nog nieuwe hiv-infecties. Toch signaleert Sander van Deventer in het FD dat innovatieve geneesmiddelen in Nederland negatief worden ontvangen. De gevolgen van dit sentiment zijn volgens Van Deventer duidelijk: ooit waren we koploper bij de ontwikkeling en toepassing van nieuwe geneesmiddelen, tegenwoordig spelen we hierbij nauwelijks nog een rol en vertrekken Nederlandse biotechbedrijven naar het buitenland omdat ze daar wel kapitaal en groeimogelijkheden binnen bereik hebben. Hollandbio herkent dit beeld: zoals je elders in onze Bite-nieuwsbrief ook kunt lezen zijn de best presterende Nederlandse biotechbedrijven allemaal genoteerd op beurzen in de VS. Je leest het volledige essay hier (inlog nodig).
Koploper Nederland zit voor een dubbeltje op de eerste rang, maar tegen welke prijs?
Zijn we in Nederland koploper als het gaat om grondig afwegen welke geneesmiddelen we wel en niet willen vergoeden, of (af)prijzen we onszelf de markt uit? En hoe pakken we het in Nederland aan ten opzichte van andere landen? Renaud Heine promoveerde onlangs op deze vraag. In een interview met NRC (inlog nodig) over zijn onderzoek schetst hij een aantal dilemma’s waar we ons bij hollandbio ook zorgen om maken. De gezondheidseconoom constateert: “We zijn hier goed in het bewaken van budgetten, maar soms gaat dat ten koste van de patiënt.”
Nederland heeft stevig grip op het geld dat we uitgeven aan geneesmiddelen. Zo schommelt het percentage van ons zorgbudget dat opgaat aan geneesmiddelen al jaren rond de 8%. In Europa besteedt alleen Denemarken een lager percentage aan geneesmiddelen. Hoewel Heine positief zegt te zijn over de stevige onderhandelingen die de Nederlandse overheid voert met fabrikanten, benoemt hij ook een belangrijke keerzijde: het risico dat patiënten lang moeten wachten op een nieuw geneesmiddel, of zelfs helemaal niet behandeld kunnen worden.
De trend die Heine hier signaleert herkennen wij helaas ook. De focus lijkt er in Nederland erg op gericht om zo min mogelijk geld uit te geven aan geneesmiddelen, met problemen aan alle kanten van de geneesmiddelenmarkt tot gevolg: lange wachttijden voor nieuwe geneesmiddelen en oplopende tekorten bij generieken. En tel daar de langere doorlooptijden die Heine aanhaalt voor de goedkeuring van nieuwe producten van de EMA ten opzichte van de Amerikaanse FDA nog maar bij op. Hollandbio signaleert een spanningsveld: we hebben geneesmiddelen, en de bedrijven die ze ontwikkelen, nou eenmaal ook ontzettend hard nodig om de patiënt de beste behandeling te kunnen bieden – nu en in de toekomst. Zijn we te zuinig, dan lopen we het risico om met lege handen te staan.
Ziet de toekomst er dan somber uit? Bij hollandbio zijn we niet zo van het doemdenken, liever maken we werk van oplossingen waardoor Nederland weer een land wordt waar fabrikanten graag hun geneesmiddelen (en investeringen) naartoe brengen. De eerste stap: onze gezondheid weer op waarde schatten. Daarna kunnen we onze goede voornemens van begin dit jaar weer uit de kast trekken – laten we, met zijn allen, het gezamenlijk belang voorop stellen om behandelingen die gezondheidswinst toevoegen zo snel mogelijk bij degene te krijgen die ze nodig heeft. Dat lukt alleen als we samen werk maken van een betere begaanbare route van lab naar praktijk. Zodat we over tien jaar echt met zijn allen op de eerste rang staan!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Dina Diekhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgDina Diek2024-12-10 14:52:052024-12-10 14:52:06Koploper Nederland zit voor een dubbeltje op de eerste rang, maar tegen welke prijs?← #nieuws
Afgelopen vrijdag stond voor hollandbio helemaal in het teken van Challenge the Status Quo! In de Utrechtse Stadsvrijheid, met de winterzon op ons gezicht, doken we in de kunst van samenwerken.
Hollandbio’s Wieteke trapte de dag af met een warm welkom, waarna Michiel Verheijden de zaal opwarmde met een heus potje improvisatiecabaret. Want omgaan met weerstand en een ‘nee’ omzetten in een ‘ja’ is precies waar het om gaat bij improvisatie. Ons brein houdt namelijk helemaal niet van verandering en daarom trappen we instinctief op de rem in nieuwe, onbekende situaties. Bij het improviseren loopt de scene zo al vrij snel vast. Om je gesprekspartner toch mee te krijgen in je verhaal, is het advies vooral: wees benieuwd naar de ander, stel vragen en kom niet met een dichtgetimmerd plan. Zo krijgt iedereen de ruimte voor eigen inbreng en daarmee de kans om hun weerstand om te zetten in de ‘ja’-stand.
Met een open en frisse blik gingen de deelnemers vervolgens door naar de break-out rondes:
Break-out: (Om)denken als een kind
Bas Warmerdam veranderde zijn zaal in een klas vol 10-jarigen. Aan de deelnemers de taak om uit te leggen welke uitdagingen ze in hun werk tegenkomen, op zo’n manier dat de rest van de klas het ook begrijpt. Het resultaat? Niet alleen verhalen over snoepjesfabrieken, maar ook helder zicht op wat nu écht het probleem is.
Break-out: Stap in je spanningsveld
Verschillen vormen dé aanleiding voor de spanningsvelden die iedereen wel eens in zijn of haar werk ervaart: of het nu gaat om botsende belangen of wringende waarden. Onder leiding van Marije Martens ging het vergrootglas op deze spanningen. Welke principes staan met elkaar op gespannen voet? Wat valt er voor beide kanten van de medaille te zeggen? En hoe houden beiden kanten of kampen elkaar scherp? Zonder wrijving immers geen glans!
Break-out: Ontclash je coalitie
Wordt samenwerken ervaren als gezellig of als strijd? En is elke vorm van samenwerking wel echt gelijkwaardig? Pim Nijssen bracht de deelnemers in deze break-out in beweging door de spanning in samenwerking bespreekbaar te maken en meerdere samenwerkingsvormen met de groep te bespreken.
Break-out: Onzekerheidsvaardigheid
Dirigent Merlijn Twaalfhoven deelde hoe je met een kunstenaarsmindset beter kunt navigeren door een tijd van chaos. Ruimte voor verbeelding, spel en emotionele expressie biedt ons namelijk ruimte om samen te dromen, falen en experimenteren. De onderlinge verbondenheid en begrip naar elkaars waarden en basisbehoeften die dit ons oplevert, maakt ons wendbaarder in een fluïde wereld vol onzekerheden.
Tot slot nam Rob Wijnberg -filosoof en oprichter van het journalistieke platform de Correspondent- de zaal mee in een gezamenlijke zoektocht naar “de waarheid”. Het idee van één waarheid staat in deze tijd namelijk volop ter discussie. Wetenschappelijk als we in onze sector zijn, geloven we in de glasharde feiten. Maar zelfs met die feiten aan je zijde krijg je van de huidige maatschappij niet altijd meer je gelijk. Iets waar we als sector rekening mee moeten houden. De waarheid wordt in deze postmoderne consumptiemaatschappij namelijk meer en meer gebruikt om de eigen behoeften mee vervuld te krijgen – en de eigen belangen gediend. We willen immers allemaal gezond blijven. En brood op de plank hebben én houden. Toch gloort er volgens Rob ook hoop aan de horizon. Want ondanks het feit dat de media met chocoladeletterkoppen vooral benadrukken waar we in verschillen, is er door de bank genomen steeds meer consensus over wat mensen in het algemeen willen. Een verhaal dat we veel meer zouden moeten benadrukken. Een verhaal over een samenwerkende en zorgende mens.
Opgedane inzichten en gedachten van de dag werden gedeeld tijdens de afsluitende borrel. Hollandbio is dolblij met hoe de aanwezigen met de uitdagingen zijn omgesprongen. Graag danken we alle deelnemers, sprekers en sessieleiders voor hun enthousiaste bijdrages en aanwezigheid. Tot de volgende keer!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2024-12-03 17:55:482024-12-03 17:56:08Uit de weerstand tijdens Challenge the Status Quo 2024 ← #nieuws
De discussie over de betaalbaarheid en toegankelijkheid van geneesmiddelen blijft de gemoederen bezighouden. En terecht, want terwijl de biotech sector blijft investeren in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, vaccins en therapieën om steeds meer ongeneeslijke ziekten te kunnen genezen, valt nog maar te bezien of deze ook hun weg naar de patiënt zullen vinden. Vanwege hun prijskaartje, jazeker, maar feitelijk ook omdat ons zorgbudget dusdanig onder druk staat, dat elke euro extra er minimaal twee te veel zijn.
De vraag wat een aanvaardbare prijs is voor geneesmiddelen, is voor de samenleving letterlijk van levensbelang. We willen zeker niet te veel betalen, want dan verspillen we belastinggeld en zetten we het toch al knellende zorgbudget nog verder onder druk. Maar is onze betalingsbereidheid te laag, dan staat de zorg met lege handen en betalen patiënten de prijs met hun gezondheid. Ook voor geneesmiddelenontwikkelaars is prijsstelling de million dollar question. Een te hoge prijs betekent immers geen vergoeding, wat een bijzonder slecht businessmodel is, terwijl een te lage prijs, nou ja, óók een bijzonder slecht businessmodel is. Er is zowel fabrikanten als de samenleving dan ook alles aan gelegen om een optimum te vinden waarbij zowel toegankelijkheid als betaalbaarheid gedijen.
Nu vinden we het allemaal logisch dat de samenleving zelf – al dan niet bij monde van de overheid – bepaalt wat ze kan en wil betalen voor een nieuw geneesmiddel. Dat doet ze zo zorgvuldig mogelijk, door vaststelling van het zorgbudget, discussies over de maximale prijs van een gewonnen levensjaar, het strikt monitoren van budgetimpact, beoordeling van (kosten)effectiviteit, gepast gebruik afspraken en natuurlijk stevige prijsonderhandelingen.
Het is dan ook best gek – vindt hollandbio althans – dat dit helemaal anders lijkt, wanneer het gaat over geneesmiddelenontwikkeling en in het bijzonder over wat voor de industrie een acceptabele prijsstrategie is. Ook al zijn bedrijven vooralsnog als enige in staat gebleken om continu innovatieve geneesmiddelen af te leveren, zijn het vooral ‘de anderen’ die publiceren over hoe zij dat eigenlijk zouden moeten doen en wat het zou mogen kosten.
Zo lazen we op de website van FAST dat een groep experts – geen van allen direct actief in geneesmiddelenontwikkeling – in Frontiers in Pharmacology allerlei ideeën identificeerden om beter om te gaan met “dure behandelingen en stijgende kosten van geneesmiddelen”, uiteenlopend van het beter bewijzen van klinische effectiviteit, het voorkomen van overbehandeling en – uiteraard – de eeuwige belofte van academische ontwikkeling. Ook werd als onderdeel van het overheidstraject Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen (MAUG) een burgerpanel gevraagd “hoe gerechtvaardigd hoge vraagprijzen zijn” in een sessie over dure geneesmiddelen. En tot slot zette Medicijn voor de Maatschappij middels een publicatie de voor- en nadelen van verschillende prijsmodellen op een rij, waarbij gelukkig het zelf ontwikkelde prijsmodel als beste uit de bus kwam, maar ruggenspraak met bedrijven over de haalbaarheid of uitvoerbaarheid van de strategieën helaas ontbrak.
We zeiden het eerder, en zeggen het nogmaals: de route van lab naar patiënt verloopt nooit lineair, draait – zelfs in de late fases van ontwikkeling – 29 van de 30 keer uit op een mislukking, duurt al gauw ruim tien jaar en kost gemiddeld 2,5 miljard dollar – zo concludeert het onderzoek naar het financiële ecosysteem, uitgevoerd in opdracht van VWS – en rendement is leidend. Geneesmiddelenontwikkeling is, anders gezegd, dusdanig kostbaar, complex en risicovol, dat je op dit moment alleen maar kans van slagen hebt die route te volbrengen wanneer die enorme investering terug te verdienen valt. (Of natuurlijk wanneer iemand een blanco cheque uitschrijft en daar niets voor terug wilt, maar die weldoener hebben wij nog niet gevonden.)
Alle goede bedoelingen ten spijt, we komen geen steek verder wanneer we enkel de ander blijven voorschrijven wat zij anders en beter moet doen, zonder de expertise en context van die ander in ogenschouw te nemen. Sterker nog, zo verliest iedereen: het langer wachten op nieuwe medicatie en de afname van het aantal klinische studies in Nederland zijn een teken aan de wand. In een veld zo complex als geneesmiddelenontwikkeling, kunnen we alleen slagen wanneer we maximaal gebruikmaken van alle expertise voorhanden én bovendien de harde grenzen respecteren die elke speler nou eenmaal heeft om zijn rol te kunnen vervullen.
Moeten we dan bij de pakken neerzitten? Zeker niet. Laten we liever echt gezamenlijk een stap vooruit proberen te zetten, al betekent dat dat we onze loopgraaf of comfortzone moeten verlaten. Hoe dat moet gaan we bij leven en welzijn op 29 november een beetje leren. Dan staat ons tweede Challenge the Status Quo Event, in De Utrechtse Stadsvrijheid, geheel in het teken van samenwerken onder hoogspanning. Meld je snel aan!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2024-11-19 14:26:202024-11-19 14:26:21Aan de beste stuurlui aan wal ← #nieuws
Het ministerie van VWS wil de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen stimuleren en heeft daarvoor zelfs een vacature openstaan. Zo’n rol is hollandbio natuurlijk op het lijf geschreven. Al verleggen we graag enkele accenten in de functieomschrijving, zodat de nieuwe beleidsmedewerker daadwerkelijk bij kan dragen aan een ecosysteem waarin gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid écht hand in hand gaan.
Geachte mevrouw Agema, beste Fleur,
Elke dag zetten wij ons in om te werken aan een maatschappij waarin biotech maximaal bijdraagt aan gezondheid, duurzaamheid en economische groei. Geen wonder dat wij ons direct aangesproken voelden door de vacature van Senior beleidsmedewerker innovatie geneesmiddelen bij het ministerie van VWS. Met deze brief lichten we graag toe waarom wij uitermate geschikt zijn om deze functie te vervullen.
De afgelopen tien jaar hebben we volop ervaring op mogen doen met alle facetten van geneesmiddelenontwikkeling, beleid en innovatie. Vanuit ons streven om met biotech het leven beter te maken, zoeken we continu naar mogelijkheden om innovaties optimaal in te zetten om ziektes te voorkomen, in een vroeg stadium te signaleren en zo effectief mogelijk te behandelen of liever nog, te genezen. Dit doen we door te onderzoeken en publiceren over hoe het systeem werkt, en door in gesprek te gaan met alle stakeholders om effectieve verbeteringen te bedenken en te helpen implementeren.
De uitdagingen in de gezondheidszorg zijn complex: de zorgvraag en zorgkosten lopen op, terwijl we in toenemende mate kampen met een tekort aan zorgprofessionals. Wat niet helpt bij het oplossen van deze uitdagingen, is om partijen tegenover elkaar te zetten of aan de zijlijn te zetten. Wij zetten ons in, samen met onze 280 leden, voor samenwerking met alle betrokken partijen. Alleen zo kunnen we de transitie naar gezondheid op maat werkelijkheid laten worden. Om de zorg toekomstbestendig te houden, hebben we een flexibeler ecosysteem nodig, waarin de verschillende stappen in het proces van ontwikkelen, beoordelen, vergoeden en inzetten van innovaties naadloos op elkaar aansluiten.
Als senior beleidsmedewerker bij het ministerie van VWS zetten wij ons graag in om oplossingen te identificeren waarmee we de uitdagingen in de zorg duurzaam het hoofd kunnen bieden. Wij zijn ervan overtuigd dat iedereen een rol te spelen heeft: niet alleen is de kennis, expertise en bijdrage van elke speler onmisbaar, we hebben bovendien rekening te houden met de context en randvoorwaarden waarin elke speler zijn bijdrage kan leveren. Kortom: alleen met gezamenlijke spelregels kunnen we de weg vooruit vinden.
We herkennen ons dan ook niet in schijnbare tegenstelling die uit de vacaturetekst spreekt: bedrijven richten zich op winst, terwijl werken aan maatschappelijk relevante geneesmiddelen is voorbehouden aan het ministerie. Sterker nog: rendement en maatschappelijke winst zijn in het huidige systeem onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder patiënt geen rendement, zo blijkt ook uit onderzoek dat VWS zelf heeft laten uitvoeren.
Wees gerust: wij zien nog legio andere mogelijkheden om te zorgen dat gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan en staan te trappelen om hier samen met VWS-collega’s en het hele veld de schouders onder te zetten. Bovendien zijn we niet bang voor verandering, noch op ons mondje gevallen en houden we ook bij tegenslag onze rug recht. Uiteraard zijn we bereid om in een gesprek onze motivatie, kwaliteiten én oplossingen verder toe te lichten.
Afgelopen week heeft hollandbio per brief aan VWS-minister Agema aandacht gevraagd voor de gebrekkige voortgang in de uitvoering van de aangekondigde beleidswijzigingen rond medicinale cannabis. Ondanks de stappen die VWS aankondigde om de verhandelingsmogelijkheden voor medicinale cannabis te verruimen, blijft de daadwerkelijke implementatie ver achter bij de verwachtingen. Hierdoor komen zowel de betaalbaarheid als de beschikbaarheid van medicinale cannabis voor patiënten – in Nederland en daarbuiten – onder druk te staan, evenals de internationale positie van Nederland als leverancier van hoogwaardige medicinale cannabis.
Miljoenenverlies op VWS-begroting voor 2025
In de brief verzoekt hollandbio de minister om het veld spoedig en structureel te betrekken bij de uitwerking en uitvoering van de beleidswijzigingen. De recente VWS-begroting, waarin voor 2025 een verlies van €3,6 miljoen wordt verwacht door lagere opbrengsten en minder aanvragen, onderstreept de noodzaak voor meer transparantie en voortgang. Het schrappen van het exportplafond en de productiebeperkingen zouden juist voorzien in het stroomlijnen van een groter aanbod en derhalve de inkomsten voor de staat op z’n minst op peil houden.
Nederland heeft zich altijd onderscheiden met medicinale cannabis van hoge kwaliteit en heeft de capaciteit om aan de hoge vraag in binnen- en buitenland te voldoen. Door gebrek aan voortgang en gebrekkige uitvoering dreigen zowel de toegankelijkheid als de betaalbaarheid van medicinale cannabis voor patiënten in gevaar te komen, want juist de opbrengsten dragen bij om kosten voor behandeling en onderzoek in Nederland laag te houden.
Herhaaldelijke positieve uitspraken van de Tweede Kamer
Hollandbio hoopt dat de Tweede Kamer, die zich hiervoor jarenlang in meerderheid heeft uitgesproken, de minister om een reactie zal vragen. Daarom hebben we de VWS-Kamercommissie ook op de hoogte gebracht van de brief. Wij blijven met betrokken partijen in het veld, de Tweede Kamer en het ministerie over dit onderwerp in gesprek en staan klaar om bij te dragen aan een snelle, effectieve en praktijkgerichte implementatie.
Bedrijven en academie kunnen elkaar de hand schudden in de knelpunten die ze ondervinden in de ontwikkeling van nieuwe therapieën, zo blijkt uit een recent gepubliceerd rapport dat FAST in opdracht van het ministerie van VWS liet opstellen door adviesbureau SiRM. Gebrek aan financiering en complexe, niet passende wet- en regelgeving staat het door ontwikkelen van kennis naar gezondheidswinst voor patiënten in de weg.
Knelpunten voor academie
Voor de academie is het bovendien niet vanzelfsprekend om een grotere rol in te nemen in de fases na fundamenteel onderzoek, zo bericht de publicatie. De (organisatie van de) wetenschap verhoudt zich niet altijd goed tot geneesmiddelenontwikkeling. Onderzoekers hebben andere drijfveren dan productontwikkelaars en de ontwikkeling van geneesmiddelen in de academie is erg versnipperd. Ook mist de academie nog regelmatig de benodigde kennis en ervaring voor effectieve en efficiënte geneesmiddelenontwikkeling.
Samen innovatie een Boost(er) geven
Hollandbio herkent de beschreven knelpunten maar al te goed. Niet voor niets initieerden we samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en hogescholen het Groeifondsproject Biotech Booster, dat zich richt op het beter vercommercialiseren van biotech kennis, waaronder therapieontwikkeling. Biotech Booster combineert daarbij financiering met de specifieke talenten en expertise binnen publieke en private partijen om vindingen sneller en beter van lab naar praktijk te brengen.
Betere samenwerking en voortbouwen op sterktes
Het onderzoek van FAST spitst zich slechts toe op een grotere rol voor de academie in therapieontwikkeling. Een gemiste kans, want juist een betere samenwerking tussen alle betrokken partijen is volgens hollandbio de weg vooruit. Geneesmiddelenontwikkeling vergt immers een lange adem, is kostbaar, risicovol en dusdanig complex dat geen enkele organisatie alle wijsheid zelf in pacht kan hebben, laat staan de route van lab naar patiënt in zijn eentje kan volbrengen.
Liever nog dan om een meer bedrijfsmatige aanpak binnen de academie te stimuleren, zoals het rapport lijkt te suggereren, of bijvoorbeeld bedrijven te verleiden hun winstoogmerk aan de wilgen te hangen zoals VWS lijkt te wensen, bouwen we wat hollandbio betreft beter voort op dat waar iedere speler ‘van nature’ al goed in is. Waarbij support zich richt op het beoogde resultaat – meer gezondheidswinst dankzij innovatie – ongeacht welke speler daarvoor aan de lat staat.
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2024-10-22 15:38:362024-10-22 15:38:41Iedereen in zijn kracht voor innovatiegedreven therapieontwikkeling ← #nieuws
Op donderdag 17 november presenteerden Novartis Nederland en Vintura tijdens de bijeenkomst ‘Opening Doors to Future Healthcare’ in Den Haag twee interessante whitepapers over innovatie. Samen met een actieve zaal en gepassioneerde sprekers en panelleden, waaronder hollandbio’s Wieteke, is er nagedacht over randvoorwaarden om medische innovatie optimaal te kunnen laten bijdragen aan een gezonder Nederland.
In de whitepapers staat medische innovatie in de zorg – in de breedste zin van het woord, dus inclusief innovatieve geneesmiddelen, technologie, AI – centraal en laten Novartis en Vintura zien hoe dat kan bijdragen aan de gezamenlijke ambities op gezondheid. De organisaties hebben samengewerkt met verschillende partijen uit het werkveld om deze whitepapers op te stellen.
Specifiek kijken de whitepapers naar hoe innovatieve oplossingen kunnen bijdragen aan het aanpakken van twee grote gezondheidsuitdagingen in Nederland, namelijk kanker en hart- en vaatziekten. Met jaarlijks 129.000 nieuwe kankerdiagnoses en meer dan 1,7 miljoen Nederlanders die leven met een hart- of vaatziekte, is hier heel veel gezondheidswinst te behalen.
Door te investeren in een goed functionerend ecosysteem dat innovatie ondersteunt, kunnen we niet alleen uitkomsten voor patiënten verbeteren, maar ook die voor het zorgsysteem en de maatschappij, zo luidt de eensgezinde conclusie van beide publicaties. Hear, hear!
https://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svg00Idalia Dlugoszhttps://www.hollandbio.nl/wp-content/uploads/2023/08/HollandBIO_logo.svgIdalia Dlugosz2024-10-22 15:29:542024-10-22 15:35:09Innovatie als vliegwiel voor een gezonder Nederland← #nieuws
Of het nu gaat om corona, monkeypox of een andere ziekmaker die onze gezondheid bedreigt: infectieziekten liggen altijd op de loer, klaar om onze levens te ontwrichten. Een proactieve, gedegen en structurele aanpak is noodzakelijk om deze ziekmakers aan te pakken: preventief waar kan, reactief waar nodig. In beide gevallen gaat de kost voor de baat uit, maar dat blijkt een slimme investering in een gezonde maatschappij.
Investeren in gezondheid redt levens
Voor een toekomstbestendig zorgstelsel is een shift van ziekte behandelen naar ziekten voorkomen – of op zijn minst zo vroeg mogelijk behandelen – cruciaal, daarover zijn we duidelijk. Investeren in onze gezondheid heeft namelijk zin. Zeker in het geval van infectieziekten, die zichzelf razendsnel kunnen verspreiden. Neem bijvoorbeeld het Expanded Programme on Immunization van de World Health Organization. In de 50 jaar dat het programma nu bestaat, zo analyseerden wetenschappers, heeft het minimaal 154 miljoen levens gered, waarvan het leeuwendeel van jonge kinderen.
Investeringen betalen zich rijkelijk terug
Investeringen in onze gezondheid betalen zich ook rijkelijk terug, laat dit rapport zien. Elke euro die we uitgeven aan preventie, levert een rendement van veertien euro op voor de gezondheidszorg en de economie. In het geval van volwassenenvaccinatie verdient een investering zich gemiddeld negentien keer terug en specifiek voor pneumokokkenimmunisatie loopt dit aantal op tot wel 33 keer. Ook met vroege toegang tot innovatieve antivirale middelen kunnen we wereldwijd tot wel $28.2 biljoen besparen, becijferden het Duitse Sprind en economen van de universiteit van Chicago. Geen wonder dus dat er geluiden opgaan om gezondheidszorg, en met name preventie, te beschouwen als een investering in de sociale zekerheid, in het kader van het New Economic Governance Framework van de Europese Commissie.
Schaars preventiebudget ophogen en nieuw businessmodel ontwikkelen
Hoewel investeren in infectieziektenbestrijding – en preventie in bredere zin – een open deur lijkt, geven we er nog altijd bar weinig aan uit – op nationaal, maar ook op internationaal niveau (om over bezuinigingen nog maar te zwijgen). Zelfs wanneer de gezondheidswinst evident is, en de kosteneffectiviteit van een maatregel bewezen, is er niet altijd budget beschikbaar om tot daadwerkelijke implementatie over te gaan. Ook geld voor de gerichte ontwikkeling van nieuwe producten is bijzonder schaars, zowel vanuit de private als de publieke hoek. Wanneer een nieuw middel de eindstreep raakt, een nieuw antibioticum bijvoorbeeld, is dat dan ook met recht het vieren waard. In onze infographic laten we zien wat de biotech sector op weg helpt in de strijd tegen infectieziekten. Denk jij met ons mee over een nieuw businessmodel?
Wanneer je ziek bent, wil je maar één ding: beter worden. Maar soms is het geneesmiddel dat mogelijk beterschap biedt, (nog) niet vergoed beschikbaar in Nederland en sta je als patiënt met lege handen. In zo’n geval kunnen early access programma’s uitkomst bieden om de behandeling toch beschikbaar te krijgen. De vraag ‘wie betaalt dat?’ vormt helaas in toenemende mate een twistpunt tussen overheid en fabrikanten. Hollandbio zette de ins en outs van verschillende programma’s op een rij en oppert een typisch Nederlandse oplossing: laten we de rekening splitten – let’s go Dutch!
Early access programma’s kunnen van grote waarde zijn voor patiënten, en het Nederlandse zorgsysteem biedt gelukkig verschillende mogelijkheden. Hoewel het belang van de programma’s buiten kijf staat, vormt financiering soms een twistpunt: wie betaalt de rekening wanneer de behandeling (nog) niet voor reguliere vergoeding in aanmerking komt? Een geneesmiddelenbedrijf wil natuurlijk dat de overheid zo snel mogelijk gaat betalen voor het product, terwijl de overheid juist wil dat de fabrikant de kosten zo lang mogelijk op zich neemt. Recent nog, liepen de gemoederen hoog op, toen fabrikanten aangaven dat het niet langer haalbaar is om geneesmiddelen zonder zicht op een einddatum gedurende de sluisperiode gratis weg te geven.
De catch-22 rond toegang In de discussie om de rekening van nieuwe geneesmiddelen, houden we elkaar in een vervelende en steeds verder verstikkende wurggreep. De overheid eist overtuigende data dat een product zijn prijskaartje waard is – in onze eigen nationale zorgcontext – alvorens tot vergoeding over te gaan. De fabrikant werkt daar weliswaar graag aan mee, maar al die studies kosten veel geld en veel tijd. Dat maakt ten eerste dat patiënten soms lang moeten wachten voordat een geneesmiddel, ondanks een vermoeden van effectiviteit, ook voor hen beschikbaar is, maar ten tweede dat de kosten voor de fabrikant alsmaar oplopen, terwijl de terugverdientijd juist terugloopt, met alle gevolgen van dien voor de prijzen van nieuwe producten. Een regelrechte catch-22 voor de toegang tot nieuwe geneesmiddelen.
Bruggen slaan: de overbruggingsfinanciering Hollandbio wil deze catch-22 doorbreken, en dat kan niet zonder geven en nemen. Gelukkig zien we steeds meer (early access) initiatieven waar actief gezocht wordt naar een compromis waar uiteindelijk alle partijen mee akkoord kunnen gaan. Helaas blijft onze overheid nog wat achter wanneer zij centrale onderhandelingen voert. Want hoewel ze aangeeft aan early access mee te wegen, is geenszins helder hoe. Bij hollandbio zien we wel brood in een methode waar we internationaal bekend om staan: going Dutch. Hierbij maken de overheid en fabrikant de afspraak om de rekening van een behandeling gedurende de onderhandelingen (retrospectief) te splitten. Dat is niet alleen eerlijk, het geeft beide partijen een incentive om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen én garandeert dat patiënten zo snel mogelijk mogen rekenen op de behandeling waar ze mogelijk baat bij hebben.