← #nieuws

De overheid faalt, niet de markt 

, ,

De geschiedenis herhaalt zich: nadat het UMCG in 2020 €30 miljoen overheidssubsidie kreeg om in eigen huis een me-too CAR-T behandeling in elkaar te knutselen, kende het Zorginstituut het  ziekenhuis de afgelopen week wederom €16,5 miljoen toe uit diezelfde subsidiepot. Ditmaal voor het kopiëren van een geregistreerde celtherapie, die nota bene al voor vergoedingsadvies voorligt bij datzelfde Zorginstituut. Waar hollandbio zich in 2020 al afvroeg of de toekenning van deze monstersubsidie nou de beste besteding van schaars overheidsgeld was, rest nu enkel verbijstering over deze heilloze verspilling van belastingcenten, die kwetsbare patiënten bovendien nodeloos blootstelt aan een experimentele behandeling. 

Vooropgesteld, hollandbio juicht iedereen toe die een nieuw geneesmiddel bij de patiënt weet te krijgen. Of dat een ziekenhuis, een Mkb’er of een multinational is, is ons om eerlijk te zijn om het even. Ook zijn we niet tegen het verstrekken van subsidies voor geneesmiddelenontwikkeling. Sterker nog, op dagelijkse basis lobbyen wij voor passende financiering in elke fase op de lange weg van lab naar patiënt. Toch vinden we de toekenning van €16,5 miljoen aan het UMCG uit de subsidieregeling veelbelovende zorg niet alleen weggegooid belastinggeld, maar bovendien een grove schoffering voor het biotech ecosysteem. Laat ons dat toelichten. 

Hoezee, 16,5 miljoen voor het UMCG? 

Ondanks dat het nog onduidelijk is of de eerste €30 miljoen voor het UMCG op koers ligt om het gehoopte resultaat op te leveren, krijgt het ziekenhuis opnieuw een fikse duit uit de subsidieregeling Veelbelovende Zorg, ditmaal €16,5 miljoen. Met de subsidie wil het UMCG een studie uitvoeren om een in eigen huis te ontwikkelen celtherapie (CAR-T) te vergelijken met de huidige standaardbehandeling tegen multipel myeloom, een kanker van plasmacellen, zo lezen wij in diverse persberichten en berichtgeving van de Volkskrant. Laat het onderzoek zien dat de behandeling (kosten)effectief is, dan kan deze vergoed worden uit het basispakket, ronkt het Zorginstituut dat niet alleen adviseert over de toelating van geneesmiddelen tot het basispakket, maar bovendien samen met ZonMw en in opdracht van het ministerie van VWS de subsidieregeling uitvoert.  

De subsidie lijkt heuglijk nieuws: geweldig dat de overheid zoveel geld steekt in de experimentele ontwikkeling van een innovatieve therapie voor patiënten in nood. En bovendien, alsof dat op zich al niet risicovol genoeg is, durft de overheid haar nek uit te steken door te investeren in een academisch ziekenhuis, in plaats van in te zetten op de geijkte route van geneesmiddelenontwikkeling door gespecialiseerde biotech bedrijven die het klappen van de zweep kennen. Wat een lef!  

Context is alles 

Helaas doet de context ons enthousiasme omslaan in verbijstering. Waar het UMCG over zes jaar hoopt een CAR-T behandeling tegen multipel myeloom af te leveren, is er vandaag de dag al precies zo’n therapie op de markt. Geneesmiddelenontwikkelaar J&J kreeg in 2022 goedkeuring van de EMA voor haar CAR-T genaamd Cilta-Cel (Carvikty®). In datzelfde jaar oordeelde het Zorginstituut dat deze celtherapie voor de behandeling van multipel myeloom effectief is (in pakketjargon: voldoet aan de Stand der Wetenschap en Praktijk). Wel vond ZIN destijds de onderbouwing van de kosteneffectiviteit onvoldoende om te kunnen adviseren over een gewenste prijsdaling. Daarmee viel voorlopig het doek voor de behandeling, een hard gelag, voor patiënten in Nederland. Juni 2024 diende de fabrikant een aangepaste economische analyse in, op basis waarvan de Adviescommissie Pakket afgelopen week oordeelde dat Carvykti®, weliswaar na prijsonderhandelingen met VWS, vergoed kan worden. In februari zal het Zorginstituut zijn definitieve advies publiceren.  

Niets geen innovatieve ontwikkeling dus die subsidieverstrekking, niets geen onvervulde medische nood, maar ofwel hopeloos naïeve onkunde, ofwel pure symboolpolitiek van het Zorginstituut om biotech bedrijven buitenspel te zetten. En zo harkt het UMCG, handig inspelend op het door het ministerie van VWS zorgvuldig gecultiveerde nationale anti-farma sentiment, schaamteloos opportunistisch, maar onder de vlag maatschappelijk verantwoord ruim €46 miljoen euro aan belastinggeld binnen voor eigen eer en glorie.  

Marktfalen  

Om in aanmerking te komen voor een subsidie uit de regeling Veelbelovende Zorg, moet sprake zijn van marktfalen. Een situatie die veelvuldig voorkomt in de biotech sector: denk aan de ontwikkeling van preventieve interventies zoals vaccins, antiviralen en antibiotica, van geneesmiddelen voor ultra zeldzame aandoeningen, of voor ziektes die minder kapitaalkrachtige gebieden treffen, of bijvoorbeeld voor de repurposing van patentloze geneesmiddelen. Voorbeelden waarbij het schort aan een verdienmodel, waardoor private investeerders hun hand op de knip houden, en innovatie uitblijft.  

Dat is niet het geval bij celtherapieën, noch in de ontwikkeling van therapieën gericht op multipel myeloom. De afgelopen jaren is dankzij grote wetenschappelijke doorbraken de ontwikkeling van cel- en gentherapieën in een stroomversnelling geraakt en zetten publieke en private investeerders wereldwijd vol in op late klinische ontwikkeling, met als resultaat dat de pijplijnen bomvol innovaties zitten en er voor diverse bloedkankers al meerdere effectieve therapieën beschikbaar kwamen. Illustratief zijn de 292 lopende studies die de database clinicaltrial.gov geeft op de zoektermen CAR-T en multipel myeloma, waarvan er op dit moment maar liefst 167 actief patiënten werven. 

Dat een mogelijk gebrek aan bereidheid van de overheid om te betalen voor een geregistreerd geneesmiddel ook binnen de definitie ‘marktfalen’ zou passen,  bij ons gaat het er niet in. Want zelfs wanneer VWS en het Zorginstituut deze definitie met juridisch kunst- en vliegwerk op weten te rekken, lijkt een poging om met belastinggeld lokaal een geneesmiddel te kopiëren en goedkoper te produceren in een wereldwijde markt die bol staat van de innovatie en concurrentie, op zijn zachtst gezegd een wat omslachtige aanpak. In overleg gaan met de fabrikant – onderhandelingen tussen overheid en ontwikkelaar zijn in deze sector immers aan de orde van de dag – zou het vermeende marktfalen immers ook zo maar eens kunnen verhelpen, al vermoeden wij dat die €16,5 miljoen in dat geval niet teruggestort wordt.  

Belangenverstrengeling 

Een arts, of een patiëntvertegenwoordiger die met ‘de industrie’ samenwerkt, moet bij elke gelegenheid al zijn belangen tot in detail vermelden, en is desondanks in de regel uitgesloten van publieke adviesrollen. Farmaceutische bedrijven, of hun vertegenwoordiging, zijn zelfs niet eens welkom aan tafel wanneer die ook maar raakt aan dure geneesmiddelen – uit angst voor beïnvloeding. Die belangenverstrengeling werkt blijkbaar maar één kant op. Immers, de objectiviteit van Zorginstituut en beroepsgroep staan zelfs buiten kijf wanneer ze eigenhandig een oordeel vellen over de vergoeding van een behandeling en gelijktijdig de ontwikkeling van een concurrerend middel met een miljoenensubsidie mogelijk maken.  

Onethisch 

Alle bovenstaande bezwaren verbleken echter bij de verstrekkende gevolgen voor de patiënten die aan deze studie mee zullen gaan doen. Het UMCG zegt de zelf te ontwikkelen CAR-T therapie te willen vergelijken met de ‘standard of care’- de behandelingen die volgens de richtlijnen van de beroepsgroep op dit moment de standaard zijn. Doordat de therapie van J&J nog in de Sluis zit, en dus nog niet vergoed wordt uit het basispakket, maakt deze geen deel uit van de studieopzet waarvoor het UMCG €16,5 miljoen subsidie kreeg. Dat betekent dat het UMCG patiënten met multipel myeloom gaat blootstellen aan een zelf ontwikkelde CAR-T therapie die zichzelf nog moet bewijzen, terwijl er een geregistreerd, effectief en veilig bevonden alternatief voorhanden is. Of dat in het belang van de patiënt is valt nu al te betwijfelen, maar op het moment dat het ministerie van VWS en J&J tot een akkoord komen, is het volstrekt onethisch om patiënten de stand der wetenschap en praktijk te onthouden, om ze bloot te stellen aan een experimentele kopie die ook nog eens vergeleken wordt met een verouderde behandelstandaard.  

Aanfluiting 

Je kan het bijna niet gemist hebben: onze overheid wil vol inzetten op biotech. Zo prijkt de sector bovenaan het lijstje groeimarkten voor Nederland, is deze verkozen tot een van de nationale sleuteltechnologieën, en werkt de overheid as we speak aan een integrale visie en diverse actieplannen om de vele kansen van biotech voor gezondheid, duurzaamheid en welvaart te verzilveren. Hollandbio zei het al eerder: de sector wordt geen haar beter van mooie woorden alleen. Sterker nog, al die ambitieuze vergezichten zijn geen cent waard wanneer de overheid de sector zodra ze de kans krijgt eigenhandig een stok in de wielen steekt. Als het om het nationale biotech beleid gaat, spreekt hollandbio vaak over het gas- en het rempedaal. Met het verstrekken van deze subsidie om één van de grootste en meest succesvolle biotech ontwikkelaars die ons land kent de pas af te willen snijden, stuurt het Zorginstituut aan op een frontale botsing – een doelbewuste bovendien. Kortom: als hier al een partij faalt, dan is het onze overheid.  

← #nieuws

Hollandbio is officieel TPI-partner 

, , ,

Hollandbio is trots toe te treden tot het partnerprogramma van Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI). Een cruciale samenwerking: want hoewel geneesmiddelenontwikkeling op het moment nog zeker niet zonder proefdieronderzoek kan, biedt biotech innovatie steeds meer ziektemodellen die niet alleen onnodig lijden voorkomen, maar bovendien béter zijn, omdat ze meer voorspellende waarde bieden dan een dierproef. Hollandbio neemt met haar deelname aan TPI maar wat graag het voortouw om deze welkome alternatieven zo snel mogelijk verantwoord richting praktijk te loodsen.

Als belangenbehartiger van de Nederlandse biotech sector zet hollandbio zich in voor innovaties die bijdragen aan gezondheid, duurzaamheid en economische groei. Zo ook voor de ontwikkeling en implementatie van nieuwe ziektemodellen die zowel mens als dier vooruit helpen. Deze technologieën, waaronder 3D-celkweek, organoïden en organ-on-a-chips dragen niet alleen aanzienlijk bij aan de verbetering van de ontwikkeling van (bio)chemische stoffen, geneesmiddelen en levensmiddelen, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan het verminderen en vervangen van dierproeven.  

Binnen het TPI-partnerprogramma fungeert hollandbio als de stem van de biotech sector. Een cruciale samenwerking, juist omdat de ontwikkeling van veel innovatieve producten vandaag de dag nog helemaal niet zonder proefdieren mag of kan. Onze achterban omvat naast de ontwikkelaars van nieuwe ziektemodellen óók volop productontwikkelaars die nog tegen de beperkingen en hordes aanlopen bij de implementatie van nieuwe mogelijkheden. Hollandbio is trots om met deze sleutelpositie mede het voortouw te nemen in de transitie. De ontwikkeling en implementatie van nieuwe ziektemodellen verdient volop steun, zodat de sector sneller, gerichter en diervriendelijker kan bijdragen aan een beter leven voor mens, dier en planeet.  

Met het partnerschap onderschrijft hollandbio de TPI-missie “beter voorspellen zonder proefdieren” en de ambitie om Nederland als katalysator van de (inter)nationale transitie naar proefdiervrije innovaties te positioneren. Wij dragen hier aan bij door in kaart te brengen waar de ontwikkelaars én gebruikers van ziektemodellen – en andere biotech innovaties – tegenaan lopen op de route van lab naar praktijk en aandacht te vragen voor oplossingen voor deze knelpunten.  Namens hollandbio neemt Wieteke Wouters plaats in de TPI kerngroep, en zet Britt van de Ven haar ervaring als programma manager Gezondheid op Maat in binnen de transitiegroep. Hollandbio kijkt ernaar uit om de transitie samen met TPI in goede banen te helpen leiden! 

← #nieuws

Breng jouw ziektemodel een stap dichter bij de praktijk met de ValNAM-call 

Ontwikkel jij een innovatief, voor mensen relevant ziektemodel dat het testen en ontwikkelen van geneesmiddelen en chemische stoffen sneller, beter en diervriendelijker kan maken? En wil je jouw innovatie graag een stap dichter bij implementatie brengen door die met hulp van een regelgevende organisatie te standaardiseren, valideren en/of kwalificeren? Dien dan voor 28 april 2025 met minimaal één Duitse publieke samenwerkingspartner een aanvraag in voor de gloednieuwe ValNAM-call van ZonMw en het Duitse BMBF. Afhankelijk van het type onderzoek en de grootte van je onderneming financiert ZonMw tot wel 80% van de kosten van de Nederlandse consortiumpartner(s) tot een maximum van 300.000 tot 600.000 euro per onderzoeksproject. Een perfecte mogelijkheid om financiële steun te ontvangen voor een van de uitdagendste stappen van ontwikkeling voor dit soort biotech innovaties! 

Wil je meer informatie over de call of hulp bij het opzetten van een consortium? Neem dan deel aan de webinar op 28 januari van 13:00 tot 14:30. En laat ons vooral ook weten wat je van deze nieuwe call en voorwaarden vindt! 

← #nieuws

Maakt VWS informatie over early access toegankelijk? 

,

De wens van patiënten is helder: beter worden. De wens van artsen ook: patiënten beter maken. En geregeld zijn daar geneesmiddelen voor nodig. Maar soms is het geneesmiddel dat mogelijk beterschap biedt, (nog) niet vergoed beschikbaar in Nederland. Early access programma’s kunnen in dat geval uitkomst bieden. Vlak voor Kerst publiceerde het ministerie van VWS een Kamerbrief waarin zij ingaan op de verschillende early access routes en de mogelijkheden om hierover te communiceren.

Bij hollandbio zien we aardig wat overeenkomsten tussen onze eerdere early access infographic en de Kamerbrief van VWS. We herkennen ons goed in het overzicht van de verschillende bestaande routes en de wens van de minister om snelle toegang tot het basispakket mogelijk te maken hadden we zomaar zelf op kunnen schrijven. Misschien dat we ons hier een te grote broek aanmeten, maar het lijkt er op dat onze eerdere sollicitatie in goede aarde is gevallen. 

De kern van de Kamerbrief draait om de vraag of de overheid proactief kan communiceren over bestaande early access programma’s. Met een lange opsomming van mogelijke risico’s en problemen beargumenteert de minister waarom dit niet mogelijk is. En dat is jammer, want ze had er ook voor kunnen kiezen om te onderzoeken onder welke voorwaarden communicatie wél mogelijk gemaakt kan worden. Waar een wil is, is een weg, schreven we ook eerder al over early access. 

Hollandbio hoort steeds vaker vanuit onze achterban dat de route van lab naar praktijk lang, hobbelig en onoverzichtelijk is. En zelfs dat deze steeds vaker doodloopt, waardoor patiënten met lege handen blijven staan. Hoe we die weg dan wèl gaan vinden, om geneesmiddelen nu en in de toekomst (ver)goed en wel bij de patiënt te kunnen krijgen, daar maken we graag samen werk van – of we de baan nu wel of niet krijgen 😉. 

← #nieuws

De onmisbare bijdrage van biotech aan geneesmiddelontwikkeling 

Dankzij geneesmiddelen kunnen mensen met reuma topsporter worden, gaan er minder mensen dood aan kanker en waren er in Amsterdam in 2023 nauwelijks nog nieuwe hiv-infecties. Toch signaleert Sander van Deventer in het FD dat innovatieve geneesmiddelen in Nederland negatief worden ontvangen. De gevolgen van dit sentiment zijn volgens Van Deventer duidelijk: ooit waren we koploper bij de ontwikkeling en toepassing van nieuwe geneesmiddelen, tegenwoordig spelen we hierbij nauwelijks nog een rol en vertrekken Nederlandse biotechbedrijven naar het buitenland omdat ze daar wel kapitaal en groeimogelijkheden binnen bereik hebben. Hollandbio herkent dit beeld: zoals je elders in onze Bite-nieuwsbrief ook kunt lezen zijn de best presterende Nederlandse biotechbedrijven allemaal genoteerd op beurzen in de VS. Je leest het volledige essay hier (inlog nodig). 

← #nieuws

Koploper Nederland zit voor een dubbeltje op de eerste rang, maar tegen welke prijs?

, ,

Koploper Nederland zit voor een dubbeltje op de eerste rang, maar tegen welke prijs?

Zijn we in Nederland koploper als het gaat om grondig afwegen welke geneesmiddelen we wel en niet willen vergoeden, of (af)prijzen we onszelf de markt uit? En hoe pakken we het in Nederland aan ten opzichte van andere landen? Renaud Heine promoveerde onlangs op deze vraag. In een interview met NRC (inlog nodig) over zijn onderzoek schetst hij een aantal dilemma’s waar we ons bij hollandbio ook zorgen om maken. De gezondheidseconoom constateert: “We zijn hier goed in het bewaken van budgetten, maar soms gaat dat ten koste van de patiënt.”

Nederland heeft stevig grip op het geld dat we uitgeven aan geneesmiddelen. Zo schommelt het percentage van ons zorgbudget dat opgaat aan geneesmiddelen al jaren rond de 8%. In Europa besteedt alleen Denemarken een lager percentage aan geneesmiddelen. Hoewel Heine positief zegt te zijn over de stevige onderhandelingen die de Nederlandse overheid voert met fabrikanten, benoemt hij ook een belangrijke keerzijde: het risico dat patiënten lang moeten wachten op een nieuw geneesmiddel, of zelfs helemaal niet behandeld kunnen worden.

De trend die Heine hier signaleert herkennen wij helaas ook. De focus lijkt er in Nederland erg op gericht om zo min mogelijk geld uit te geven aan geneesmiddelen, met problemen aan alle kanten van de geneesmiddelenmarkt tot gevolg: lange wachttijden voor nieuwe geneesmiddelen en oplopende tekorten bij generieken. En tel daar de langere doorlooptijden die Heine aanhaalt voor de goedkeuring van nieuwe producten van de EMA ten opzichte van de Amerikaanse FDA nog maar bij op. Hollandbio signaleert een spanningsveld: we hebben geneesmiddelen, en de bedrijven die ze ontwikkelen, nou eenmaal ook ontzettend hard nodig om de patiënt de beste behandeling te kunnen bieden – nu en in de toekomst. Zijn we te zuinig, dan lopen we het risico om met lege handen te staan.

Ziet de toekomst er dan somber uit? Bij hollandbio zijn we niet zo van het doemdenken, liever maken we werk van oplossingen waardoor Nederland weer een land wordt waar fabrikanten graag hun geneesmiddelen (en investeringen) naartoe brengen. De eerste stap: onze gezondheid weer op waarde schatten. Daarna kunnen we onze goede voornemens van begin dit jaar weer uit de kast trekken – laten we, met zijn allen, het gezamenlijk belang voorop stellen om behandelingen die gezondheidswinst toevoegen zo snel mogelijk bij degene te krijgen die ze nodig heeft. Dat lukt alleen als we samen werk maken van een betere begaanbare route van lab naar praktijk. Zodat we over tien jaar echt met zijn allen op de eerste rang staan!

← #nieuws

Uit de weerstand tijdens Challenge the Status Quo 2024 

, ,

Afgelopen vrijdag stond voor hollandbio helemaal in het teken van Challenge the Status Quo! In de Utrechtse Stadsvrijheid, met de winterzon op ons gezicht, doken we in de kunst van samenwerken.  

Hollandbio’s Wieteke trapte de dag af met een warm welkom, waarna Michiel Verheijden de zaal opwarmde met een heus potje improvisatiecabaret. Want omgaan met weerstand en een ‘nee’ omzetten in een ‘ja’ is precies waar het om gaat bij improvisatie. Ons brein houdt namelijk helemaal niet van verandering en daarom trappen we instinctief op de rem in nieuwe, onbekende situaties. Bij het improviseren loopt de scene zo al vrij snel vast. Om je gesprekspartner toch mee te krijgen in je verhaal, is het advies vooral: wees benieuwd naar de ander, stel vragen en kom niet met een dichtgetimmerd plan. Zo krijgt iedereen de ruimte voor eigen inbreng en daarmee de kans om hun weerstand om te zetten in de ‘ja’-stand.  

Met een open en frisse blik gingen de deelnemers vervolgens door naar de break-out rondes:  

Break-out: (Om)denken als een kind 

Bas Warmerdam veranderde zijn zaal in een klas vol 10-jarigen. Aan de deelnemers de taak om uit te leggen welke uitdagingen ze in hun werk tegenkomen, op zo’n manier dat de rest van de klas het ook begrijpt. Het resultaat? Niet alleen verhalen over snoepjesfabrieken, maar ook helder zicht op wat nu écht het probleem is. 

Break-out: Stap in je spanningsveld 

Verschillen vormen dé aanleiding voor de spanningsvelden die iedereen wel eens in zijn of haar werk ervaart: of het nu gaat om botsende belangen of wringende waarden. Onder leiding van Marije Martens ging het vergrootglas op deze spanningen. Welke principes staan met elkaar op gespannen voet? Wat valt er voor beide kanten van de medaille te zeggen? En hoe houden beiden kanten of kampen elkaar scherp? Zonder wrijving immers geen glans! 

Break-out: Ontclash je coalitie 

Wordt samenwerken ervaren als gezellig of als strijd? En is elke vorm van samenwerking wel echt gelijkwaardig? Pim Nijssen bracht de deelnemers in deze break-out in beweging door de spanning in samenwerking bespreekbaar te maken en meerdere samenwerkingsvormen met de groep te bespreken.  

Break-out: Onzekerheidsvaardigheid 

Dirigent Merlijn Twaalfhoven deelde hoe je met een kunstenaarsmindset beter kunt navigeren door een tijd van chaos. Ruimte voor verbeelding, spel en emotionele expressie biedt ons namelijk ruimte om samen te dromen, falen en experimenteren. De onderlinge verbondenheid en begrip naar elkaars waarden en basisbehoeften die dit ons oplevert, maakt ons wendbaarder in een fluïde wereld vol onzekerheden. 

Tot slot nam Rob Wijnberg -filosoof en oprichter van het journalistieke platform de Correspondent- de zaal mee in een gezamenlijke zoektocht naar “de waarheid”. Het idee van één waarheid staat in deze tijd namelijk volop ter discussie. Wetenschappelijk als we in onze sector zijn, geloven we in de glasharde feiten. Maar zelfs met die feiten aan je zijde krijg je van de huidige maatschappij niet altijd meer je gelijk. Iets waar we als sector rekening mee moeten houden. De waarheid wordt in deze postmoderne consumptiemaatschappij namelijk meer en meer gebruikt om de eigen behoeften mee vervuld te krijgen – en de eigen belangen gediend. We willen immers allemaal gezond blijven. En brood op de plank hebben én houden. Toch gloort er volgens Rob ook hoop aan de horizon. Want ondanks het feit dat de media met chocoladeletterkoppen vooral benadrukken waar we in verschillen, is er door de bank genomen steeds meer consensus over wat mensen in het algemeen willen. Een verhaal dat we veel meer zouden moeten benadrukken. Een verhaal over een samenwerkende en zorgende mens. 

Opgedane inzichten en gedachten van de dag werden gedeeld tijdens de afsluitende borrel. Hollandbio is dolblij met hoe de aanwezigen met de uitdagingen zijn omgesprongen. Graag danken we alle deelnemers, sprekers en sessieleiders voor hun enthousiaste bijdrages en aanwezigheid. Tot de volgende keer! 

← #nieuws

Aan de beste stuurlui aan wal 

, ,

De discussie over de betaalbaarheid en toegankelijkheid van geneesmiddelen blijft de gemoederen bezighouden. En terecht, want terwijl de biotech sector blijft investeren in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, vaccins en therapieën om steeds meer ongeneeslijke ziekten te kunnen genezen, valt nog maar te bezien of deze ook hun weg naar de patiënt zullen vinden. Vanwege hun prijskaartje, jazeker, maar feitelijk ook omdat ons zorgbudget dusdanig onder druk staat, dat elke euro extra er minimaal twee te veel zijn.  

De vraag wat een aanvaardbare prijs is voor geneesmiddelen, is voor de samenleving letterlijk van levensbelang. We willen zeker niet te veel betalen, want dan verspillen we belastinggeld en zetten we het toch al knellende zorgbudget nog verder onder druk.  Maar is onze betalingsbereidheid te laag, dan staat de zorg met lege handen en betalen patiënten de prijs met hun gezondheid.  Ook voor geneesmiddelenontwikkelaars is prijsstelling de million dollar question. Een te hoge prijs betekent immers geen vergoeding, wat een bijzonder slecht businessmodel is, terwijl een te lage prijs, nou ja, óók een bijzonder slecht businessmodel is. Er is zowel fabrikanten als de samenleving dan ook alles aan gelegen om een optimum te vinden waarbij zowel toegankelijkheid als betaalbaarheid gedijen.  

Nu vinden we het allemaal logisch dat de samenleving zelf – al dan niet bij monde van de overheid – bepaalt wat ze kan en wil betalen voor een nieuw geneesmiddel. Dat doet ze zo zorgvuldig mogelijk, door vaststelling van het zorgbudget, discussies over de maximale prijs van een gewonnen levensjaar, het strikt monitoren van budgetimpact, beoordeling van (kosten)effectiviteit, gepast gebruik afspraken en natuurlijk stevige prijsonderhandelingen.  

Het is dan ook best gek – vindt hollandbio althans – dat dit helemaal anders lijkt, wanneer het gaat over geneesmiddelenontwikkeling en in het bijzonder over wat voor de industrie een acceptabele prijsstrategie is. Ook al zijn bedrijven vooralsnog als enige in staat gebleken om continu innovatieve geneesmiddelen af te leveren, zijn het vooral ‘de anderen’ die publiceren over hoe zij dat eigenlijk zouden moeten doen en wat het zou mogen kosten.  

Zo lazen we op de website van FAST dat een groep experts – geen van allen direct actief in geneesmiddelenontwikkeling – in Frontiers in Pharmacology allerlei ideeën identificeerden om beter om te gaan met “dure behandelingen en stijgende kosten van geneesmiddelen”, uiteenlopend van het beter bewijzen van klinische effectiviteit, het voorkomen van overbehandeling en – uiteraard – de eeuwige belofte van academische ontwikkeling. Ook werd als onderdeel van het overheidstraject Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen (MAUG) een burgerpanel gevraagd “hoe gerechtvaardigd hoge vraagprijzen zijn” in een sessie over dure geneesmiddelen. En tot slot zette Medicijn voor de Maatschappij middels een publicatie de voor- en nadelen van verschillende prijsmodellen op een rij, waarbij gelukkig het zelf ontwikkelde prijsmodel als beste uit de bus kwam, maar ruggenspraak met bedrijven over de haalbaarheid of uitvoerbaarheid van de strategieën helaas ontbrak.  

We zeiden het eerder, en zeggen het nogmaals: de route van lab naar patiënt verloopt nooit lineair, draait – zelfs in de late fases van ontwikkeling – 29 van de 30 keer uit op een mislukking, duurt al gauw ruim tien jaar en kost gemiddeld 2,5 miljard dollar – zo concludeert het onderzoek naar het financiële ecosysteem, uitgevoerd in opdracht van VWS – en rendement is leidend. Geneesmiddelenontwikkeling is, anders gezegd, dusdanig kostbaar, complex en risicovol, dat je op dit moment alleen maar kans van slagen hebt die route te volbrengen wanneer die enorme investering terug te verdienen valt. (Of natuurlijk wanneer iemand een blanco cheque uitschrijft en daar niets voor terug wilt, maar die weldoener hebben wij nog niet gevonden.) 

Alle goede bedoelingen ten spijt, we komen geen steek verder wanneer we enkel de ander blijven voorschrijven wat zij anders en beter moet doen, zonder de expertise en context van die ander in ogenschouw te nemen. Sterker nog, zo verliest iedereen: het langer wachten op nieuwe medicatie en de afname van het aantal klinische studies in Nederland zijn een teken aan de wand. In een veld zo complex als geneesmiddelenontwikkeling, kunnen we alleen slagen wanneer we maximaal gebruikmaken van alle expertise voorhanden én bovendien de harde grenzen respecteren die elke speler nou eenmaal heeft om zijn rol te kunnen vervullen.  

Moeten we dan bij de pakken neerzitten? Zeker niet. Laten we liever echt gezamenlijk een stap vooruit proberen te zetten, al betekent dat dat we onze loopgraaf of comfortzone moeten verlaten. Hoe dat moet gaan we bij leven en welzijn op 29 november een beetje leren. Dan staat ons tweede Challenge the Status Quo Event, in De Utrechtse Stadsvrijheid, geheel in het teken van samenwerken onder hoogspanning. Meld je snel aan! 

← #nieuws

Hollandbio solliciteert bij VWS 

, ,

Het ministerie van VWS wil de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen stimuleren en heeft daarvoor zelfs een vacature openstaan. Zo’n rol is hollandbio natuurlijk op het lijf geschreven. Al verleggen we graag enkele accenten in de functieomschrijving, zodat de nieuwe beleidsmedewerker daadwerkelijk bij kan dragen aan een ecosysteem waarin gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid écht hand in hand gaan.

Geachte mevrouw Agema, beste Fleur, 

Elke dag zetten wij ons in om te werken aan een maatschappij waarin biotech maximaal bijdraagt aan gezondheid, duurzaamheid en economische groei. Geen wonder dat wij ons direct aangesproken voelden door de vacature van Senior beleidsmedewerker innovatie geneesmiddelen bij het ministerie van VWS. Met deze brief lichten we graag toe waarom wij uitermate geschikt zijn om deze functie te vervullen.  

De afgelopen tien jaar hebben we volop ervaring op mogen doen met alle facetten van geneesmiddelenontwikkeling, beleid en innovatie. Vanuit ons streven om met biotech het leven beter te maken, zoeken we continu naar mogelijkheden om innovaties optimaal in te zetten om ziektes te voorkomen, in een vroeg stadium te signaleren en zo effectief mogelijk te behandelen of liever nog, te genezen. Dit doen we door te onderzoeken en publiceren over hoe het systeem werkt, en door in gesprek te gaan met alle stakeholders om effectieve verbeteringen te bedenken en te helpen implementeren. 

De uitdagingen in de gezondheidszorg zijn complex: de zorgvraag en zorgkosten lopen op, terwijl we in toenemende mate kampen met een tekort aan zorgprofessionals. Wat niet helpt bij het oplossen van deze uitdagingen, is om partijen tegenover elkaar te zetten of aan de zijlijn te zetten. Wij zetten ons in, samen met onze 280 leden, voor samenwerking met alle betrokken partijen. Alleen zo kunnen we de transitie naar gezondheid op maat werkelijkheid laten worden. Om de zorg toekomstbestendig te houden, hebben we een flexibeler ecosysteem nodig, waarin de verschillende stappen in het proces van ontwikkelen, beoordelen, vergoeden en inzetten van innovaties naadloos op elkaar aansluiten.  

Als senior beleidsmedewerker bij het ministerie van VWS zetten wij ons graag in om oplossingen te identificeren waarmee we de uitdagingen in de zorg duurzaam het hoofd kunnen bieden. Wij zijn ervan overtuigd dat iedereen een rol te spelen heeft: niet alleen is de kennis, expertise en bijdrage van elke speler onmisbaar, we hebben bovendien rekening te houden met de context en randvoorwaarden waarin elke speler zijn bijdrage kan leveren. Kortom: alleen met gezamenlijke spelregels kunnen we de weg vooruit vinden.  

We herkennen ons dan ook niet in schijnbare tegenstelling die uit de vacaturetekst spreekt: bedrijven richten zich op winst, terwijl werken aan maatschappelijk relevante geneesmiddelen is voorbehouden aan het ministerie. Sterker nog: rendement en maatschappelijke winst zijn in het huidige systeem onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder patiënt geen rendement, zo blijkt ook uit onderzoek dat VWS zelf heeft laten uitvoeren.  

Wees gerust: wij zien nog legio andere mogelijkheden om te zorgen dat gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan en staan te trappelen om hier samen met VWS-collega’s en het hele veld de schouders onder te zetten. Bovendien zijn we niet bang voor verandering, noch op ons mondje gevallen en houden we ook bij tegenslag onze rug recht. Uiteraard zijn we bereid om in een gesprek onze motivatie, kwaliteiten én oplossingen verder toe te lichten. 

Met maatschappelijk verantwoorde groet, 

hollandbio 

← #nieuws

Hollandbio vraagt aandacht VWS-minister Agema voor gebrekkige voortgang beleidswijzigingen medicinale cannabis 

, ,

Afgelopen week heeft hollandbio per brief aan VWS-minister Agema aandacht gevraagd voor de gebrekkige voortgang in de uitvoering van de aangekondigde beleidswijzigingen rond medicinale cannabis. Ondanks de stappen die VWS aankondigde om de verhandelingsmogelijkheden voor medicinale cannabis te verruimen, blijft de daadwerkelijke implementatie ver achter bij de verwachtingen. Hierdoor komen zowel de betaalbaarheid als de beschikbaarheid van medicinale cannabis voor patiënten – in Nederland en daarbuiten – onder druk te staan, evenals de internationale positie van Nederland als leverancier van hoogwaardige medicinale cannabis.

Miljoenenverlies op VWS-begroting voor 2025 

In de brief verzoekt hollandbio de minister om het veld spoedig en structureel te betrekken bij de uitwerking en uitvoering van de beleidswijzigingen. De recente VWS-begroting, waarin voor 2025 een verlies van €3,6 miljoen wordt verwacht door lagere opbrengsten en minder aanvragen, onderstreept de noodzaak voor meer transparantie en voortgang. Het schrappen van het exportplafond en de productiebeperkingen zouden juist voorzien in het stroomlijnen van een groter aanbod en derhalve de inkomsten voor de staat op z’n minst op peil houden. 

Nederland heeft zich altijd onderscheiden met medicinale cannabis van hoge kwaliteit en heeft de capaciteit om aan de hoge vraag in binnen- en buitenland te voldoen. Door gebrek aan voortgang en gebrekkige uitvoering dreigen zowel de toegankelijkheid als de betaalbaarheid van medicinale cannabis voor patiënten in gevaar te komen, want juist de opbrengsten dragen bij om kosten voor behandeling en onderzoek in Nederland laag te houden. 

Herhaaldelijke positieve uitspraken van de Tweede Kamer 

Hollandbio hoopt dat de Tweede Kamer, die zich hiervoor jarenlang in meerderheid heeft uitgesproken, de minister om een reactie zal vragen. Daarom hebben we de VWS-Kamercommissie ook op de hoogte gebracht van de brief. Wij blijven met betrokken partijen in het veld, de Tweede Kamer en het ministerie over dit onderwerp in gesprek en staan klaar om bij te dragen aan een snelle, effectieve en praktijkgerichte implementatie. 

Lees de volledige brief aan minister Agema hier.