← #nieuws

(On)gepast gebruik van diagnostiek  

,

Net als het Zorginstituut, vindt hollandbio het van groot belang dat we geneesmiddelen gepast gebruiken, zodat we patiënten gezondheid op maat kunnen bieden. Daarom pleiten ook wij vol voor de beschikbaarheid en inzet van betrouwbare diagnostiek, waarmee we tijdig kunnen vaststellen welke patiënten wel of geen baat hebben bij een behandeling én nare bijwerkingen kunnen helpen voorkomen. Een recent technisch standpunt van het Zorginstituut (ZIN) stemt ons daarom op het eerste gezicht positief: whole genome sequencing (WGS) wordt erkend als verzekerde zorg voor verschillende typen tumoren veroorzaakt door een zogenaamde NTRK-genfusie. Toch roept dit bij hollandbio vragen op over de daadwerkelijke toepassing van WGS in de praktijk. ZIN geeft namelijk aan deze moleculaire diagnostiek alleen in te willen zetten bij patiënten die alle standaardbehandelingen hebben doorlopen én nog in voldoende conditie verkeren. Dat betekent dat we ook op dit moment in Nederland patiënten eerst nog bloot stellen aan een reeks behandelingen volgens de richtlijnen, met alle bijkomende bijwerkingen van dien, voor we investeren in de juiste diagnostiek om passende zorg te realiseren. De wereld op zijn kop.

Je zal het maar hebben: een zogenaamde NTRK-mutatie, waardoor je lichaam abnormale eiwitten maakt die tot kanker kunnen leiden. Gelukkig zijn sinds 2023 behandelingen tegen deze vorm van kanker beschikbaar. Het enige probleem? Het vinden van patiënten met zo’n mutatie. We kijken namelijk bij mensen die zich melden met kanker niet standaard naar de aanwezigheid van een NTRK-fusiegen, simpelweg omdat maar weinig mensen de botte pech hebben om zo’n gen hebben. Volgens ZIN en diverse andere belanghebbende partijen wegen de druk op de zorgkosten en de potentiële uitdagingen voor de uitvoerbaarheid daarom zwaarder dan zorgen dat de patiënt in één keer de juiste behandeling krijgt. Een gemiste kans, die wat hollandbio betreft juist haaks staat op de wens om met gepast gebruik nú en in de toekomst nare bijwerkingen bij patiënten te voorkomen. 

We snappen bij hollandbio heus wel dat het een uitdaging is om te bepalen welke diagnostiek we in moeten zetten, zodat we patiënten goed kunnen behandelen én grip houden op de zorgkosten. Maar uit het standpunt blijkt ook duidelijk dat de komende jaren nog veel meer precisie-geneesmiddelen beschikbaar gaan komen, waardoor en waarvoor betrouwbare diagnostiek een steeds belangrijkere rol gaat vervullen. Toch blijven we vasthouden aan een systeem waarin diagnostiek ondergeschikt is aan behandeling. Waarin elke diagnostische test zich voor elke individuele mutatie moet bewijzen. En waarin we patiënten pas toegang geven tot deze diagnostiek en de daarop volgende precisiegeneeskunde als alle andere -veelal intensieve- behandelopties zijn uitgeput, en patiënten ondanks alle bijwerkingen nog ‘fit genoeg zijn’. Hollandbio pleit voor een kantelpunt: laten we diagnostiek niet langer zien als sluitpost, maar als startpunt. Zodat we patiënten vanaf het begin de juiste zorg kunnen bieden, hun data kunnen dienen als motor voor een lerend zorgsysteem en we gepast gebruik met elkaar eindelijk écht gepast kunnen maken. 

← #nieuws

Kapers op de kust

In een artikel in Follow the Money lezen we hoe artsen in het Erasmus MC ontdekten dat een vergeten, oud geneesmiddel effectief was tegen een uiterst zeldzame en dodelijke kinderziekte. In plaats van zelf een handelsvergunning aan te vragen voor het geneesmiddel, sloot het ziekenhuis een – voor beide partijen lucratieve – deal met het Zweedse bedrijf Egetis. Het bedrijf stelde een dossier op en kreeg marktvergunning van EMA, daarbij profiterend van de stimuleringsmaatregelen voor de ontwikkeling en registratie van weesgeneesmiddelen, waaronder tijdelijke marktexclusiviteit en het recht om zelf de vraagprijs vast te stellen. Nu kunnen we allemaal wéér roepen hoe schandelijk dat is, of eindelijk werk maken van echte oplossingen. Want hoewel vijf jaar oud, onze oproep blijkt nog even actueel: voorkom een rel, registreer snel.  

← #nieuws

Kankerbehandelingen geschrapt uit de dokterstas

,

Een zwarte dag voor kankerpatiënten: voor het eerst verdwijnen op aangeven van het Zorginstituut (ZIN) een aantal geneesmiddelen uit de dokterstas. Zij komen niet langer voor vergoeding via het basispakket in aanmerking. Het is de zoveelste noodgreep waarmee onze overheid de zorgkosten in bedwang probeert te houden. Een schamele pleister op een zorgsysteem waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum verstreken is. Net als bij patiëntenorganisaties geeft het bij hollandbio een wrange nasmaak.

Kwaliteit en toegankelijkheid onder druk 

Net als de Patiëntenfederatie ziet hollandbio dat de kwaliteit van en de toegankelijkheid tot zorg, waaronder ook tot (nieuwe) medicijnen, onder grote druk staat in Nederland. Liever gisteren dan vandaag werken wij daarom mee aan structurele oplossingen die gezondheidswinst, betaalbaarheid en innovatie hand in hand laten gaan. In onze optiek vraagt dat om een aanpak die meer aansluit bij de flinke stap voorwaarts naar een lerend zorgsysteem, zodat we in samenwerking met elkaar in de praktijk kunnen vaststellen wat wanneer voor wie de best passende behandeling is.   

Doet geen recht aan wat patiënten zelf belangrijk vinden 

In plaats van een echte oplossing voor de uitdagingen van vandaag te zoeken, zien we het Zorginstituut nu weer een pleister plakken op het bestaande zorgsysteem, met een besluit om voor een deel van de kankerpatiënten de vergoeding van PARP-remmers te stoppen. Ook de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) voelt zich tekortgedaan door deze actie, zo blijkt uit hun reactie: ‘We zijn vooral bezorgd dat de gehanteerde uitkomstmaat voor “meerwaarde” zich beperkt tot enkel de gemiddelde overlevingswinst van de gehele groep behandelde patiënten. Hiermee wordt geen recht gedaan aan wat patiënten zelf belangrijk vinden. Voor hen is kwaliteit van leven en behoud van regie minstens zo belangrijk als overleving en overlevingswinst in maanden.’ 

Geen goed onderbouwde conclusie 

In de praktijk ziet NFK wel degelijk patiënten die baat hebben bij de middelen die nu uit het pakket gehaald zijn. De gemiddelden uit klinische studies die ZIN meeweegt, vertellen volgens hen maar een deel van het verhaal. Volgens het NFK zegt het besluit van ZIN iets over de manier waarop zij naar de waarde van behandelopties kijken. De uitkomst van de huidige herbeoordeling had, gebaseerd op de nieuwe data namelijk ook kunnen zijn dat er geen goed onderbouwde conclusie getrokken kan worden. Extra pijnlijk is daarbij dat het Zorginstituut op de stoel van de patiënt – en de arts – plaatsneemt, door voor in plaats van met hen vast te stellen wat de best passende uitkomstmaat is.  

Herbeoordeling van het zorgsysteem 

Ook hollandbio vindt het wrang en onverteerbaar dat patiënten en artsen door dit besluit niet meer uit een volle dokterstas kunnen putten. We vragen ons daarbij ook af of dit een zinnige exercitie is. Wanneer een behandeling niet (voldoende) resultaat oplevert, kunnen patiënt en arts deze immers ook nu al stopzetten. In plaats van geneesmiddelen uit het assortiment te schrappen, kunnen we beter samen kijken hoe we een flinke stap voorwaarts zetten naar een zorgsysteem waarin we aan de hand van praktijkdata kunnen leren voor welke mensen middelen wél van meerwaarde zijn. Met minder, minder, minder behandelingen wordt de zorg niet direct beter. Van gerichte inzet des te meer. Het is dan ook zinniger om niet afzonderlijke geneesmiddelen te herbeoordelen, maar ons na al die jaren met pleisters volgeplakte zorgsysteem. 

← #nieuws

Doorlooptijden tot vergoeding van geneesmiddelen: is de top bereikt?

, ,

Nieuwe geneesmiddelen vormen de drijvende kracht achter de vooruitgang in de zorg. Patiënten die twintig jaar geleden misschien nog in een uitzichtloze situatie zaten, kunnen nu weer naar school, werken en volop meedoen aan het leven. Maar nog niet iedereen heeft op dit moment al uitzicht op een behandeling. Daarom is het essentieel dat we zorgen dat nieuwe geneesmiddelen op de juiste manier zo snel mogelijk beschikbaar komen. Hollandbio doet elk jaar onderzoek naar hoe de route van lab naar praktijk eruit ziet. Op deze manier dragen we bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelontwikkeling, -registratie en -vergoeding.

Zonder add-on geen geneesmiddel

Elk jaar onderzoekt hollandbio de doorlooptijden tussen registratie bij de EMA en add-on toekenning voor nieuwe intramurale geneesmiddelen. Dit is een cruciale stap op de weg van lab naar praktijk, want met een add-on kunnen ziekenhuizen geneesmiddelen declareren bij de zorgverzekeraar. Zonder add-on zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Wel een belangrijke kanttekening: een add-on regelt alleen hóe er betaald gaat worden. Óf het geneesmiddel daadwerkelijk wordt vergoed is een andere overweging van zorgverzekeraars of, in het geval van sluisgeneesmiddelen, de overheid. De doorlooptijden die wij in ons onderzoek laten zien geven dus een minimale inschatting van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.

Doorlooptijden in de sluis blijven doorstijgen

Gemiddeld duurt het 410 dagen na EMA-registratie tot een nieuw geneesmiddel een add-on krijgt toegekend. Bij slechts 6 geneesmiddelen duurde dit korter dan 100 dagen. En de laatste keer dat dit lukte was in 2022. Bij vorige edities van dit onderzoek zagen we een stijgende trend in de doorlooptijden. Die zien we nu niet meer. De mediane doorlooptijd van alle geneesmiddelen is zelfs iets gedaald, van 371 dagen in 2020 tot 349 dagen in de eerste helft van 2025. Voor weesgeneesmiddelen zien we zelfs een daling: de mediane doorlooptijd was voor deze groep in 2020 nog 527 dagen, in de eerste helft van 2025 bedroeg deze 409 dagen. Niet bij alle geneesmiddelen gaat de data de goede kant op. Bij geneesmiddelen die in de sluis zitten zien we de doorlooptijden toenemen van mediaan 482 dagen in 2020 tot 562 dagen in de eerste helft van 2025.

Wat we in de data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die nog onderweg zijn richting add-on, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. Dat dat er sowieso een aantal zijn, is wel uit onze monitor op te maken. In 2024 en de eerste helft van 2025 zijn elf nieuwe intramurale geneesmiddelen vergoed, terwijl er in dezelfde periode in totaal 46 nieuwe geneesmiddelen bij de EMA zijn geregistreerd. Hier zitten wel ook extramurale middelen bij.

Op naar beneden

Het mag duidelijk zijn dat de lange doorlooptijden tussen registratie en vergoeding hollandbio een doorn in het oog zijn. Wij hopen dat we nu de top bereikt hebben, en dat we volgend jaar een daling kunnen laten zien. Volgens hollandbio is vol inzetten op gezondheid op maat de beste manier om dit te bereiken. Werk je aan geneesmiddelen(beleid), heb je ideeën over de toegang tot geneesmiddelen of wil je simpelweg je mening kwijt? Wij gaan graag met je in gesprek! Stuur een mail naar hollandbio’s Thomas, dan zetten wij de koffie klaar.

← #nieuws

Critical Medicines Act: extra horde of Europese oplossing?

Toenemende tekorten aan medicijnen plaatsen patiënten overal in Europa in benarde posities. Lidstaten blijken steeds minder in staat patiënten gelijke toegang te geven tot geneesmiddelen. Met haar voorstel voor een Critical Medicines Act (CMA) wil de Europese Commissie ambitie, lef en leiderschap tonen om de productie, levering en beschikbaarheid van medicijnen binnen Europa te verbeteren, zowel voor generieken als ‘geneesmiddelen die het algemeen belang dienen’. Dat valt te prijzen. Toch vraagt hollandbio zich af in hoeverre Europa met dit voorstel wel in staat zal zijn om de problemen aan te pakken. Mogelijk helpt het de tekorten juist van de regen in de drup.

Gebrekkige toegang tot geneesmiddelen houdt steeds meer mensen van de straat

Geneesmiddelentekorten zijn als een veelkoppig monster, dat helaas niet met één oplossing te bestrijden is, schreef voormalig minister Agema eerder. Niet alleen Nederlandse patiënten hebben hier last van, ook elders ter wereld zijn patiënten de dupe. Wachtend op hun geneesmiddel, ontstaan soms levensbedreigende situaties met alle extra zorg(kosten) van dien. Terwijl het werkelijk in ieders belang is om deze patiënten te behandelen. Hollandbio ziet het als een veeg teken: de internationale ontwikkel- en leveringsketens van geneesmiddelen staan enorm onder druk. En net als op het vlak van defensie staat Europa bepaald niet meer bovenaan de internationale bevoorradingslijst. De gevolgen hiervan houden ook steeds meer mensen van de straat: van bedrijfsleven, dat elk dreigend tekort moet melden, via artsen en apothekers, die hemel en aarde bewegen om patiënten van een volwaardig alternatief te voorzien, tot beleidsmakers, die meedenken over (sc)haalbare interventies.

Europa op de barricaden, voor sector én patiënt?

De productie, levering en beschikbaarheid van medicijnen verbeteren, dat wil ook de Europese Commissie. Zij stelde eerder een Critical Medicines Alliance in om de problematiek rond tekorten te analyseren en stoomde onder grote druk in no time een voorstel voor een Critical Medicines Act (CMA) klaar. Alleen hoe mooi en ambitieus de plannen van de Europese Commissie ook zijn: de investeringen in de Europese concurrentiekracht en strategische autonomie, in de heropbouw van productieketens en veerkracht in de toeleveringsketens, zijn zowel een kwestie van diepe zakken als van een lange adem. En wat hollandbio betreft biedt de CMA langs de gehele ontwikkelketen nog weinig concrete handvatten.

Ook nu al staan patiënten te springen om pillen. Op de korte(re) termijn wil de Europese Commissie daarom via de CMA ook werken aan een gezamenlijke inkoop van geneesmiddelen – generiek én innovatief. Zodra er sprake is van ‘marktfalen’  in drie of meer lidstaten, kunnen deze lidstaten in dit wetsvoorstel een beroep doen op maatregelen om tot gezamenlijke inkoop over te gaan. Dat maakt het cruciaal om haarscherp te maken wat ‘marktfalen’ in deze context inhoudt. Evenzo is opheldering nodig over wat gezamenlijke inkoop precies omvat: gaat het hier enkel om gezamenlijke prijsonderhandelingen, om inkoopafspraken of een combinatie van beide? En niet in de laatste plaats: hoe bindend zijn afspraken hierover vervolgens voor lidstaten zelf?

Bedrijfsleven: verrassend voorspelbaar

Veelkoppig monster of niet, hoe bedrijven opereren is in de kern veel voorspelbaarder dan hoe beleid en politiek werken: als het haalbaar en rendabel is om producten te verkopen, dan is dat precies wat bedrijven zullen doen. De oplopende tekorten en teruglopende beschikbaarheid zijn dan ook een teken aan de wand dat aan deze voorwaarden niet of onvoldoende voldaan wordt. Dat brengt ons tot de kernvraag: gaat deze wetgeving dat veranderen? Wie probeert de CMA in het gareel te krijgen om tekorten terug te dringen: bedrijven, Europa, de lidstaten zelf of allemaal?  In onze optiek legt de CMA, net als de herziening van de farmaceutische wetgeving, de sleutel voor succes goeddeels bij fabrikanten, terwijl deze richting Europa en vooral de lidstaten vrijblijvend is. Van een kale kip kun je echter niet plukken. Als het bedrijven nu al niet lukt om te leveren, dan gaan verdergaande verplichtingen niet helpen. Alsof je een driemaal gezakte student een nóg moeilijker examen voorlegt om hem te helpen slagen.

Wanneer we bedrijven via Europese wetgeving – zoals de CMA en de herziening van de farmaceutische wetgeving – meer en meer verplichtingen opleggen, moeten zij daar extra middelen voor vrijmaken. Die middelen moeten ergens vandaan komen, maar het genereren van extra inkomsten staat op gespannen voet met de wens tot prijsverlaging, die op nationaal niveau tot een doel op zich verheven is, en ook uit de recente Europese wetsvoorstellen spreekt.

Wake-up-call

De wereld is compleet veranderd ten opzichte van een jaar geleden. Met eenzijdig afdwingen, pappen en nathouden kunnen we wellicht doen alsof we hard werken aan het terugdringen van tekorten, maar het valt te bezien of we daarmee de Europese strategische autonomie dienen om patiënten te behandelen. Bovendien kan de CMA niet los worden bezien van de golf aan zowel product-specifieke als horizontale wetgeving  die de Europese Commissie de afgelopen tijd heeft ingevoerd, of nog wil introduceren, bijvoorbeeld op data, cyber- en milieuvlak. Het is niet duidelijk of iemand het overzicht nog heeft. Het minste dat Europa daarom kan doen, is in samenwerking met de sector een fatsoenlijke integrale impactanalyse van alle voorgenomen veranderingen uitvoert.

Hollandbio vraagt zich af wanneer het besef indaalt dat Europa, net als op het thema defensie, ook zelf een handschoen zal moeten oppakken om haar patiënten te verdedigen. In plaats van pleisters te blijven plakken op een systeem dat is ontworpen voor een andere tijd, is er meer dan ooit behoefte aan een kraakhelder beeld van een gezamenlijke Europese toekomst, en bovendien een flinke dosis lef en daadkracht om de status quo vervolgens ook te doorbreken. Alleen samen kunnen we deze strijd beslechten, wat betekent dat iedereen – niet alleen het bedrijfsleven – water bij de wijn zal moeten doen.

← #nieuws

Europa aan de bak voor verbetering farmaceutische wetgeving  

De Europese lidstaten, verenigd in de Europese Raad, hebben een gezamenlijk standpunt ingenomen over de herziening van de farmaceutische wetgeving. De overeenstemming maakt de weg vrij voor de volgende fase in de onderhandelingen: de zogenaamde triloog tussen Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Deze belangrijke wetswijziging zou wat hollandbio betreft een uitgelezen kans zijn om werk te maken van een ecosysteem waarin geneesmiddelen sneller, beter, slimmer, goedkoper én groener beschikbaar komen, maar helaas lijkt Europa deze kans aan zich voorbij te laten gaan.

Hollandbio is er niet gerust op; de wereld is immers nogal wat veranderd sinds de herziening van de farmaceutische wetgeving voor het eerst ter tafel kwam. In plaats van het ecosysteem en en passant het concurrentievermogen te verbeteren, lijkt de herziening veeleer een kwestie van pappen en nathouden. Terwijl grootmachten als China en de VS geopolitiek hoog spel spelen om de medicijnmarkt in eigen hand te houden en bereid zijn tot draconische maatregelen, leeft Europa nog steeds in de waan de wedstrijd te kunnen winnen met ingewikkelde politieke compromissen van hier een onsje meer en daar een onsje minder.  

Om beleidsdoelen te behalen, legt het wetsvoorstel de bal vooralsnog vrijwel eenzijdig bij fabrikanten. Zij moeten wéér door extra hoepels springen: voor het vergaren van bewijslast, het managen van onzekerheid, het verkrijgen van bescherming, zonder dat daar direct een compensatie tegenover staat. Bedrijven moeten dealen met veranderingen, extra inzet en additionele eisen of voorwaarden, terwijl voor het behalen van de beleidsdoelen veranderingen bij lidstaten of in zorgsystemen cruciaal, maar out of scope zijn. De vraag hoe en of we in Europa straks nog wel toegang hebben en krijgen tot levensreddende innovaties, legt het af tegen de bureaucratische machinerie en individuele belangen. Hollandbio vraagt zich af wanneer het besef indaalt dat Europa, net als op het thema defensie, ook zelf een handschoen op zal moeten pakken om haar patiënten te verdedigen. In plaats van pleisters te blijven plakken op een systeem dat is ontworpen voor een andere tijd, is er meer dan ooit behoefte aan een kraakhelder beeld van een gezamenlijke Europese toekomst, en bovendien een flinke dosis lef en daadkracht om de status quo vervolgens ook te doorbreken.  

← #nieuws

Kwarteeuw weesgeneesmiddelen is reden voor feest 

Weesgeneesmiddelen ontwikkelen zichzelf niet. Precies daarom zet de Europese Unie al jarenlang gerichte wetgeving in om te zorgen dat ook patiënten met zeldzame ziekten uitzicht houden op een behandeling. De resultaten spreken voor zich: sinds de Europese weesgeneesmiddelenverordening in 2000 van kracht is geworden, heeft de EMA al meer dan 260 weesgeneesmiddelen geregistreerd. Reden voor een groot, Europees feest! Waar tot onze verbazing Nederlandse rekenmeesters in een hoekje staan te morren. Hollandbio vraagt ze ten dans.

Dit jaar bestaat de Europese weesgeneesmiddelenverordening 25 jaar. Hollandbio heeft feestslingers en taart klaar om het te vieren. Misschien is dit zelfs wel een mooi moment om op het Malieveld groots uit te pakken en alle helden in het zonnetje te zetten die nieuwe weesgeneesmiddelen naar patiënten hebben weten te brengen? En daarnaast om nu eindelijk écht werk te maken van een nieuw Nationaal Plan Zeldzame aandoeningen, waar ons parlement bijna een jaar geleden om vroeg. 

Niet iedereen blijkt in de stemming voor taart en slingers. Van Nederlandse rekenmeesters mag de vlag pas uit als we voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, zelfs als we het hier hebben over patiëntenlevens die we begin deze eeuw nog in de kou lieten staan. Na aflopen van de beschermingsperiode komt concurrentie – en dus prijsdaling – niet (snel) genoeg op gang, zo rapporteren twee studies. Een recent gepubliceerde studie naar weesgeneesmiddelen stelt het probleem simpel voor: na verloop van de exclusiviteitsperiode komen er te weinig generieke medicijnen en biosimilars op de markt om concurrentie aan te jagen. Ook de Nederlandse Zorgautoriteit stelde onlangs in een rapport dat het voor een aantal – speciaal voor de publicatie geselecteerde – geneesmiddelen na patentverloop lang duurt voordat concurrentie optreedt. Geneesmiddelen op de markt brengen blijkt nog best een klus. 

Weesgeneesmiddelen ontwikkelen zichzelf niet, dat wisten we al voordat we ze gingen stimuleren. Kennelijk is de businesscase nog niet zo eenvoudig, en is concurrentie op kleine aantallen behoorlijk uitdagend. Het is goed om dat vast te stellen, maar dat mag de feestvreugde niet drukken. Sinds begin deze eeuw kunnen we meer mensen helpen en die behandelmogelijkheden zijn ook nog eens beter dan vroeger. Dat is een succes waar we voor op de tafels mogen dansen. Willen we marktwerking verder bevorderen, dan moeten we ruimte blijven maken voor vernieuwing. Het weesgeneesmiddelenfeest kan een mooi startschot vormen om samen de nieuwe spelregels vorm te geven. Of in de woorden van de onderzoekers: “Dit beleid moet zorgvuldig en in overleg met fabrikanten worden ontworpen, zodat zij niet besluiten hun middelen van de markt te halen.” Een ingewikkelde dans misschien, maar op deze feestmuziek wil hollandbio maar wat graag dansen. 

← #nieuws

In gesprek met leden over de toekomstbestendigheid van de stand der wetenschap en praktijk 

,

In Nederland wordt zorg alleen vergoed als deze voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk (SWP). Maar hoe bepalen we eigenlijk wat die stand is? En sluit onze nationale werkwijze nog wel aan bij de internationale context? Tijdens onze ‘praat mee’-bijeenkomst op 13 mei ging hollandbio hierover in gesprek met leden en expert Gertie Lintjens van CMS. We bespraken hoe de huidige interpretatie van SWP soms wringt met de realiteit van vandaag. Hierdoor blijven innovaties die nu al laten zien dat zorg beter, sneller en gerichter kan te vaak steken in langdurige toelatingsprocedures. De bijeenkomst onderstreepte wat we bij hollandbio al langer signaleren: als we gezondheid op maat écht willen realiseren, moeten we ook de spelregels herzien. Alleen dan kunnen slimme biotech oplossingen hun weg vinden naar de patiënt — en zorgen we samen voor een toekomstbestendige zorg. Benieuwd naar de inzichten uit het gesprek? Stuur een mail naar hollandbio’s Britt of Thomas – we delen ze graag! 

← #nieuws

Liever zorg voorkomen dan pleisters plakken 

,

De Nederlandse zorg staat onder druk. Steeds meer patiënten, maar het aantal zorgverleners groeit niet mee. Daardoor lopen wachttijden op. En de druk op onze zorgverleners is te groot. Veel mensen vragen zich af: wie zorgt er straks nog voor mij? Ook daarom willen we natuurlijk liever voorkomen dan genezen. Tóch blijft preventie nog veel te vaak onbenut. Nieuwe – bewezen effectieve – preventieve behandelingen blijven geregeld hangen in lange procedures. Vaccins wel gemiddeld negen jaar! Daardoor doen onnodig veel patiënten een beroep op onze toch al overbelaste zorgverleners. Dat gaan we zo niet veel langer volhouden, dat ziet de overheid gelukkig ook. Op zoek naar waardevolle input gaan ze aanstaande maandag in gesprek met onder meer wetenschap en bedrijven. Ook hollandbio is van de partij. Onze oproep: laten we stoppen met pleisters plakken en samen bouwen aan een omgeving waar innovatie de ruimte krijgt.

Lange procedures uit een andere tijd 

Wie zorgt er straks nog voor mij? Die vraag wordt steeds dringender, zeker met de toenemende druk op zorgverleners. Toch zitten we met een zorgsysteem dat is gebouwd voor een andere tijd. Toen waren er minder patiënten en waren de behandelingen vaak hetzelfde voor iedereen. Gelukkig is er in deze tijd ook hoop. Wetenschappers en bedrijven laten zien dat zorg beter kan. RS-virus, gordelroos, apenpokken – deze ziektes kunnen we voorkomen nog voordat je klachten krijgt. Dat is geen toekomstmuziek, het gebeurt nu al. 

Maar hier is een probleem: ons zorgsysteem is nog niet klaar voor die vernieuwing. Nieuwe – bewezen effectieve – preventieve behandelingen blijven hangen in lange procedures. De beoordeling neemt namelijk veel te veel tijd in beslag en het ontbreekt in Nederland aan structureel budget om de uitvoer te regelen. En dat terwijl innovaties juist hard nodig zijn! 

Preventie rendeert, maar dat zou niet eens hoeven 

Liever voorkomen dan genezen is niet alleen in het belang van zorgverlener en patiënt, maar van ons allemaal. Preventie is immers een slimme investering in onze gezondheid en welvaart. Zo levert elke euro die we in vaccinatie investeren tot wel negentien keer zoveel op. Toch zijn meerdere bewezen effectieve preventieve behandelingen niet beschikbaar, omdat de overheid het budget voor de inkoop en uitvoer simpelweg (nog) niet rond krijgt gerekend. 

Moeten al die preventieve maatregelen wel renderen voor we ze invoeren? Dat vragen we per slot van rekening ook niet van de curatieve of langdurige zorg, draagt CPB-directeur Pieter Hasekamp aan. Het gaat er uiteindelijk om hoeveel gezondheidswinst of kwaliteit van leven een interventie oplevert in relatie tot de kosten – en daar zouden we best wat voor over mogen hebben. Ook de SER pleit al langer voor een transitie van nazorg naar voorzorg. Niet in de laatste plaats omdat dit leidt tot een vitalere samenleving en een bijdrage levert aan duurzame sociale en economische ontwikkeling.  

Zorgsysteem klaarmaken voor vernieuwing 

Het is onbestaanbaar dat ieder kabinet telkens weer voor elke in te voeren vaccinatie of andere preventieve interventie op zoek moet naar een nieuwe pot geld. Iedere keer opnieuw het wiel uitvinden kost onnodig veel tijd en werk, ziet ook staatssecretaris Karremans. Veelvuldig aangemoedigd door de Tweede Kamer werkt hij aan beterschap, middels een zogeheten investeringsmodel voor preventie dat de kosten en baten onderbouwt en helpt wegen.  

Tijdens een werkconferentie op 26 mei gaat de overheid over dit investeringsmodel in gesprek. Het is hartstikke goed en hoog nodig dat we andere spelregels afspreken. Deze samenwerking tussen overheid, wetenschap en bedrijven is daarbij onmisbaar. Uiteraard is hollandbio van de partij, want het is cruciaal om nu ruimte te geven aan vernieuwing in de praktijk. Voldoende budget is essentieel, en er zijn zelfs signalen dat Europese regels extra begrotingsruimte bieden, maar er is meer nodig. 

Stoppen met pleisters plakken 

De Nederlandse zorg staat onder druk. Verouderde beoordelingskaders, lange procedures en spelregels die niet meer bij deze tijd passen staan de nodige vooruitgang in de weg. Laten we het systeem veranderen – niet enkel verder optimaliseren – om ervoor te zorgen dat bewezen effectieve preventieve interventies, waaronder vaccins, de ruimte krijgen om ons gezond te houden. Laten we stoppen met pleisters plakken en samen bouwen aan een omgeving waar innovatie de ruimte krijgt. Alleen zo zorgen we voor betere zorg – nu en in de toekomst. 

← #nieuws

Nederland wacht opnieuw langer op nieuwe geneesmiddelen  

,

Als je ziek bent wil je maar een ding: een behandeling die zo goed mogelijk aansluit bij jouw situatie en wensen. Zowel arts als patiënt hebben dan ook baat bij een zo vol mogelijke dokterstas. Op die manier kunnen zij, op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten, gezamenlijk de beste behandeling kiezen. Helaas zien we in de laatste editie van de EFPIA Patients Waiting to Access Innovative Therapies (W.A.I.T.) Indicator dat het in Nederland steeds lastiger is om deze dokterstas van nieuwe geneesmiddelen te voorzien.

Wachttijd opnieuw toegenomen 
De wachttijd voor patiënten op toegang tot innovatieve geneesmiddelen is opnieuw toegenomen, zo lezen we in de W.A.I,T. Indicator. Bovendien zijn slechts 58% van alle geneesmiddelen met een EMA-registratie vergoed beschikbaar voor Nederlandse patiënten. Gemiddeld duurt het inmiddels 459 dagen tot nieuwe geneesmiddelen na registratie beschikbaar zijn in Nederland – waarbij de teller sinds afgelopen jaar met 55 dagen is opgelopen. Zowel wat betreft het aantal beschikbare geneesmiddelen als doorlooptijden moet Nederland het doen met een elfde plaats van de 36 onderzochte landen. Een bijzonder noemenswaardige en zorgelijke trend is daarbij dat we in slechts drie jaar tijd van plaats vijf, via zeven, naar elf zijn afgegleden als het aankomt op de wachttijd. Dat is niet in lijn met de nationale ambitie om een biotech koploper te zijn, en staat haaks op hollandbio’s ambitie voor gezondheid op maat. Bij onze oosterburen ziet het er een stuk rooskleuriger uit: zowel wat betreft beschikbaarheid (90%) als doorlooptijden (gemiddeld 128 dagen) staat Duitsland op de eerste plek.  

Weg met de zesjescultuur 
Het feit dat het in Nederland langer duurt en minder vaak lukt om geneesmiddelen beschikbaar te maken zegt veel over de aantrekkelijkheid van de Nederlandse geneesmiddelenmarkt. Immers, als een deel van de klas een tien haalt voor de toets, een deel een mager zesje, en een andere deel een dikke onvoldoende, kan je dan zeggen dat de docent zijn werk niet goed gedaan heeft? Of kunnen leerlingen zichzelf ook de vraag stellen of zij er alles aan gedaan hebben om een goed cijfer te halen? In zijn reactie op de monitor legt het Zorginstituut de bal om geneesmiddelen sneller bij de patiënt te krijgen helaas expliciet en eenzijdig bij het bedrijfsleven. En dat is gek, aangezien de cijfers juist klip en klaar maken dat diezelfde fabrikanten dat in andere landen wel sneller lukt.  

Samen het tij keren 
Die volle dokterstas, waar arts én patiënt uit kunnen putten, vergt een gezamenlijke inzet en investering in innovatie. Niet alleen in nieuwe behandelingen zelf, juist ook de beoordelingskaders en spelregels die zorgen voor toegang tot innovatie zijn hard aan een update toe. Waar we nu pleisters plakken op een stelsel dat ontworpen is voor een fundamenteel andere tijd, is evengoed innovatie nodig in de wijze waarop nieuwe behandelingen de dokterstas en de praktijk bereiken. Het is hoog tijd voor gezondheid op maat. Tijd voor een lerend zorgsysteem waarin alle stappen van het ontwikkelen van geneesmiddelen naadloos op elkaar aansluiten en waarin we technologische innovaties optimaal inzetten om ziektes te voorkomen en behandelen. Patiënten hebben namelijk niks aan deze zesjescultuur. Met schoolopdrachten hebben we vroeger allemaal gemerkt hoe moeilijk het gaat als eenieder het zelf uit probeert te zoeken. Laten we daarvan leren en nu gezamenlijk onze schouders eronder zetten, en werk maken van die tien! 

Meer weten? Lees eerdere hollandbio berichten: