← #nieuws

Critical Medicines Act: extra horde of Europese oplossing?

Toenemende tekorten aan medicijnen plaatsen patiënten overal in Europa in benarde posities. Lidstaten blijken steeds minder in staat patiënten gelijke toegang te geven tot geneesmiddelen. Met haar voorstel voor een Critical Medicines Act (CMA) wil de Europese Commissie ambitie, lef en leiderschap tonen om de productie, levering en beschikbaarheid van medicijnen binnen Europa te verbeteren, zowel voor generieken als ‘geneesmiddelen die het algemeen belang dienen’. Dat valt te prijzen. Toch vraagt hollandbio zich af in hoeverre Europa met dit voorstel wel in staat zal zijn om de problemen aan te pakken. Mogelijk helpt het de tekorten juist van de regen in de drup.

Gebrekkige toegang tot geneesmiddelen houdt steeds meer mensen van de straat

Geneesmiddelentekorten zijn als een veelkoppig monster, dat helaas niet met één oplossing te bestrijden is, schreef voormalig minister Agema eerder. Niet alleen Nederlandse patiënten hebben hier last van, ook elders ter wereld zijn patiënten de dupe. Wachtend op hun geneesmiddel, ontstaan soms levensbedreigende situaties met alle extra zorg(kosten) van dien. Terwijl het werkelijk in ieders belang is om deze patiënten te behandelen. Hollandbio ziet het als een veeg teken: de internationale ontwikkel- en leveringsketens van geneesmiddelen staan enorm onder druk. En net als op het vlak van defensie staat Europa bepaald niet meer bovenaan de internationale bevoorradingslijst. De gevolgen hiervan houden ook steeds meer mensen van de straat: van bedrijfsleven, dat elk dreigend tekort moet melden, via artsen en apothekers, die hemel en aarde bewegen om patiënten van een volwaardig alternatief te voorzien, tot beleidsmakers, die meedenken over (sc)haalbare interventies.

Europa op de barricaden, voor sector én patiënt?

De productie, levering en beschikbaarheid van medicijnen verbeteren, dat wil ook de Europese Commissie. Zij stelde eerder een Critical Medicines Alliance in om de problematiek rond tekorten te analyseren en stoomde onder grote druk in no time een voorstel voor een Critical Medicines Act (CMA) klaar. Alleen hoe mooi en ambitieus de plannen van de Europese Commissie ook zijn: de investeringen in de Europese concurrentiekracht en strategische autonomie, in de heropbouw van productieketens en veerkracht in de toeleveringsketens, zijn zowel een kwestie van diepe zakken als van een lange adem. En wat hollandbio betreft biedt de CMA langs de gehele ontwikkelketen nog weinig concrete handvatten.

Ook nu al staan patiënten te springen om pillen. Op de korte(re) termijn wil de Europese Commissie daarom via de CMA ook werken aan een gezamenlijke inkoop van geneesmiddelen – generiek én innovatief. Zodra er sprake is van ‘marktfalen’  in drie of meer lidstaten, kunnen deze lidstaten in dit wetsvoorstel een beroep doen op maatregelen om tot gezamenlijke inkoop over te gaan. Dat maakt het cruciaal om haarscherp te maken wat ‘marktfalen’ in deze context inhoudt. Evenzo is opheldering nodig over wat gezamenlijke inkoop precies omvat: gaat het hier enkel om gezamenlijke prijsonderhandelingen, om inkoopafspraken of een combinatie van beide? En niet in de laatste plaats: hoe bindend zijn afspraken hierover vervolgens voor lidstaten zelf?

Bedrijfsleven: verrassend voorspelbaar

Veelkoppig monster of niet, hoe bedrijven opereren is in de kern veel voorspelbaarder dan hoe beleid en politiek werken: als het haalbaar en rendabel is om producten te verkopen, dan is dat precies wat bedrijven zullen doen. De oplopende tekorten en teruglopende beschikbaarheid zijn dan ook een teken aan de wand dat aan deze voorwaarden niet of onvoldoende voldaan wordt. Dat brengt ons tot de kernvraag: gaat deze wetgeving dat veranderen? Wie probeert de CMA in het gareel te krijgen om tekorten terug te dringen: bedrijven, Europa, de lidstaten zelf of allemaal?  In onze optiek legt de CMA, net als de herziening van de farmaceutische wetgeving, de sleutel voor succes goeddeels bij fabrikanten, terwijl deze richting Europa en vooral de lidstaten vrijblijvend is. Van een kale kip kun je echter niet plukken. Als het bedrijven nu al niet lukt om te leveren, dan gaan verdergaande verplichtingen niet helpen. Alsof je een driemaal gezakte student een nóg moeilijker examen voorlegt om hem te helpen slagen.

Wanneer we bedrijven via Europese wetgeving – zoals de CMA en de herziening van de farmaceutische wetgeving – meer en meer verplichtingen opleggen, moeten zij daar extra middelen voor vrijmaken. Die middelen moeten ergens vandaan komen, maar het genereren van extra inkomsten staat op gespannen voet met de wens tot prijsverlaging, die op nationaal niveau tot een doel op zich verheven is, en ook uit de recente Europese wetsvoorstellen spreekt.

Wake-up-call

De wereld is compleet veranderd ten opzichte van een jaar geleden. Met eenzijdig afdwingen, pappen en nathouden kunnen we wellicht doen alsof we hard werken aan het terugdringen van tekorten, maar het valt te bezien of we daarmee de Europese strategische autonomie dienen om patiënten te behandelen. Bovendien kan de CMA niet los worden bezien van de golf aan zowel product-specifieke als horizontale wetgeving  die de Europese Commissie de afgelopen tijd heeft ingevoerd, of nog wil introduceren, bijvoorbeeld op data, cyber- en milieuvlak. Het is niet duidelijk of iemand het overzicht nog heeft. Het minste dat Europa daarom kan doen, is in samenwerking met de sector een fatsoenlijke integrale impactanalyse van alle voorgenomen veranderingen uitvoert.

Hollandbio vraagt zich af wanneer het besef indaalt dat Europa, net als op het thema defensie, ook zelf een handschoen zal moeten oppakken om haar patiënten te verdedigen. In plaats van pleisters te blijven plakken op een systeem dat is ontworpen voor een andere tijd, is er meer dan ooit behoefte aan een kraakhelder beeld van een gezamenlijke Europese toekomst, en bovendien een flinke dosis lef en daadkracht om de status quo vervolgens ook te doorbreken. Alleen samen kunnen we deze strijd beslechten, wat betekent dat iedereen – niet alleen het bedrijfsleven – water bij de wijn zal moeten doen.

← #nieuws

Europa aan de bak voor verbetering farmaceutische wetgeving  

De Europese lidstaten, verenigd in de Europese Raad, hebben een gezamenlijk standpunt ingenomen over de herziening van de farmaceutische wetgeving. De overeenstemming maakt de weg vrij voor de volgende fase in de onderhandelingen: de zogenaamde triloog tussen Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Deze belangrijke wetswijziging zou wat hollandbio betreft een uitgelezen kans zijn om werk te maken van een ecosysteem waarin geneesmiddelen sneller, beter, slimmer, goedkoper én groener beschikbaar komen, maar helaas lijkt Europa deze kans aan zich voorbij te laten gaan.

Hollandbio is er niet gerust op; de wereld is immers nogal wat veranderd sinds de herziening van de farmaceutische wetgeving voor het eerst ter tafel kwam. In plaats van het ecosysteem en en passant het concurrentievermogen te verbeteren, lijkt de herziening veeleer een kwestie van pappen en nathouden. Terwijl grootmachten als China en de VS geopolitiek hoog spel spelen om de medicijnmarkt in eigen hand te houden en bereid zijn tot draconische maatregelen, leeft Europa nog steeds in de waan de wedstrijd te kunnen winnen met ingewikkelde politieke compromissen van hier een onsje meer en daar een onsje minder.  

Om beleidsdoelen te behalen, legt het wetsvoorstel de bal vooralsnog vrijwel eenzijdig bij fabrikanten. Zij moeten wéér door extra hoepels springen: voor het vergaren van bewijslast, het managen van onzekerheid, het verkrijgen van bescherming, zonder dat daar direct een compensatie tegenover staat. Bedrijven moeten dealen met veranderingen, extra inzet en additionele eisen of voorwaarden, terwijl voor het behalen van de beleidsdoelen veranderingen bij lidstaten of in zorgsystemen cruciaal, maar out of scope zijn. De vraag hoe en of we in Europa straks nog wel toegang hebben en krijgen tot levensreddende innovaties, legt het af tegen de bureaucratische machinerie en individuele belangen. Hollandbio vraagt zich af wanneer het besef indaalt dat Europa, net als op het thema defensie, ook zelf een handschoen op zal moeten pakken om haar patiënten te verdedigen. In plaats van pleisters te blijven plakken op een systeem dat is ontworpen voor een andere tijd, is er meer dan ooit behoefte aan een kraakhelder beeld van een gezamenlijke Europese toekomst, en bovendien een flinke dosis lef en daadkracht om de status quo vervolgens ook te doorbreken.  

← #nieuws

Kwarteeuw weesgeneesmiddelen is reden voor feest 

Weesgeneesmiddelen ontwikkelen zichzelf niet. Precies daarom zet de Europese Unie al jarenlang gerichte wetgeving in om te zorgen dat ook patiënten met zeldzame ziekten uitzicht houden op een behandeling. De resultaten spreken voor zich: sinds de Europese weesgeneesmiddelenverordening in 2000 van kracht is geworden, heeft de EMA al meer dan 260 weesgeneesmiddelen geregistreerd. Reden voor een groot, Europees feest! Waar tot onze verbazing Nederlandse rekenmeesters in een hoekje staan te morren. Hollandbio vraagt ze ten dans.

Dit jaar bestaat de Europese weesgeneesmiddelenverordening 25 jaar. Hollandbio heeft feestslingers en taart klaar om het te vieren. Misschien is dit zelfs wel een mooi moment om op het Malieveld groots uit te pakken en alle helden in het zonnetje te zetten die nieuwe weesgeneesmiddelen naar patiënten hebben weten te brengen? En daarnaast om nu eindelijk écht werk te maken van een nieuw Nationaal Plan Zeldzame aandoeningen, waar ons parlement bijna een jaar geleden om vroeg. 

Niet iedereen blijkt in de stemming voor taart en slingers. Van Nederlandse rekenmeesters mag de vlag pas uit als we voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, zelfs als we het hier hebben over patiëntenlevens die we begin deze eeuw nog in de kou lieten staan. Na aflopen van de beschermingsperiode komt concurrentie – en dus prijsdaling – niet (snel) genoeg op gang, zo rapporteren twee studies. Een recent gepubliceerde studie naar weesgeneesmiddelen stelt het probleem simpel voor: na verloop van de exclusiviteitsperiode komen er te weinig generieke medicijnen en biosimilars op de markt om concurrentie aan te jagen. Ook de Nederlandse Zorgautoriteit stelde onlangs in een rapport dat het voor een aantal – speciaal voor de publicatie geselecteerde – geneesmiddelen na patentverloop lang duurt voordat concurrentie optreedt. Geneesmiddelen op de markt brengen blijkt nog best een klus. 

Weesgeneesmiddelen ontwikkelen zichzelf niet, dat wisten we al voordat we ze gingen stimuleren. Kennelijk is de businesscase nog niet zo eenvoudig, en is concurrentie op kleine aantallen behoorlijk uitdagend. Het is goed om dat vast te stellen, maar dat mag de feestvreugde niet drukken. Sinds begin deze eeuw kunnen we meer mensen helpen en die behandelmogelijkheden zijn ook nog eens beter dan vroeger. Dat is een succes waar we voor op de tafels mogen dansen. Willen we marktwerking verder bevorderen, dan moeten we ruimte blijven maken voor vernieuwing. Het weesgeneesmiddelenfeest kan een mooi startschot vormen om samen de nieuwe spelregels vorm te geven. Of in de woorden van de onderzoekers: “Dit beleid moet zorgvuldig en in overleg met fabrikanten worden ontworpen, zodat zij niet besluiten hun middelen van de markt te halen.” Een ingewikkelde dans misschien, maar op deze feestmuziek wil hollandbio maar wat graag dansen. 

← #nieuws

In gesprek met leden over de toekomstbestendigheid van de stand der wetenschap en praktijk 

,

In Nederland wordt zorg alleen vergoed als deze voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk (SWP). Maar hoe bepalen we eigenlijk wat die stand is? En sluit onze nationale werkwijze nog wel aan bij de internationale context? Tijdens onze ‘praat mee’-bijeenkomst op 13 mei ging hollandbio hierover in gesprek met leden en expert Gertie Lintjens van CMS. We bespraken hoe de huidige interpretatie van SWP soms wringt met de realiteit van vandaag. Hierdoor blijven innovaties die nu al laten zien dat zorg beter, sneller en gerichter kan te vaak steken in langdurige toelatingsprocedures. De bijeenkomst onderstreepte wat we bij hollandbio al langer signaleren: als we gezondheid op maat écht willen realiseren, moeten we ook de spelregels herzien. Alleen dan kunnen slimme biotech oplossingen hun weg vinden naar de patiënt — en zorgen we samen voor een toekomstbestendige zorg. Benieuwd naar de inzichten uit het gesprek? Stuur een mail naar hollandbio’s Britt of Thomas – we delen ze graag! 

← #nieuws

Liever zorg voorkomen dan pleisters plakken 

,

De Nederlandse zorg staat onder druk. Steeds meer patiënten, maar het aantal zorgverleners groeit niet mee. Daardoor lopen wachttijden op. En de druk op onze zorgverleners is te groot. Veel mensen vragen zich af: wie zorgt er straks nog voor mij? Ook daarom willen we natuurlijk liever voorkomen dan genezen. Tóch blijft preventie nog veel te vaak onbenut. Nieuwe – bewezen effectieve – preventieve behandelingen blijven geregeld hangen in lange procedures. Vaccins wel gemiddeld negen jaar! Daardoor doen onnodig veel patiënten een beroep op onze toch al overbelaste zorgverleners. Dat gaan we zo niet veel langer volhouden, dat ziet de overheid gelukkig ook. Op zoek naar waardevolle input gaan ze aanstaande maandag in gesprek met onder meer wetenschap en bedrijven. Ook hollandbio is van de partij. Onze oproep: laten we stoppen met pleisters plakken en samen bouwen aan een omgeving waar innovatie de ruimte krijgt.

Lange procedures uit een andere tijd 

Wie zorgt er straks nog voor mij? Die vraag wordt steeds dringender, zeker met de toenemende druk op zorgverleners. Toch zitten we met een zorgsysteem dat is gebouwd voor een andere tijd. Toen waren er minder patiënten en waren de behandelingen vaak hetzelfde voor iedereen. Gelukkig is er in deze tijd ook hoop. Wetenschappers en bedrijven laten zien dat zorg beter kan. RS-virus, gordelroos, apenpokken – deze ziektes kunnen we voorkomen nog voordat je klachten krijgt. Dat is geen toekomstmuziek, het gebeurt nu al. 

Maar hier is een probleem: ons zorgsysteem is nog niet klaar voor die vernieuwing. Nieuwe – bewezen effectieve – preventieve behandelingen blijven hangen in lange procedures. De beoordeling neemt namelijk veel te veel tijd in beslag en het ontbreekt in Nederland aan structureel budget om de uitvoer te regelen. En dat terwijl innovaties juist hard nodig zijn! 

Preventie rendeert, maar dat zou niet eens hoeven 

Liever voorkomen dan genezen is niet alleen in het belang van zorgverlener en patiënt, maar van ons allemaal. Preventie is immers een slimme investering in onze gezondheid en welvaart. Zo levert elke euro die we in vaccinatie investeren tot wel negentien keer zoveel op. Toch zijn meerdere bewezen effectieve preventieve behandelingen niet beschikbaar, omdat de overheid het budget voor de inkoop en uitvoer simpelweg (nog) niet rond krijgt gerekend. 

Moeten al die preventieve maatregelen wel renderen voor we ze invoeren? Dat vragen we per slot van rekening ook niet van de curatieve of langdurige zorg, draagt CPB-directeur Pieter Hasekamp aan. Het gaat er uiteindelijk om hoeveel gezondheidswinst of kwaliteit van leven een interventie oplevert in relatie tot de kosten – en daar zouden we best wat voor over mogen hebben. Ook de SER pleit al langer voor een transitie van nazorg naar voorzorg. Niet in de laatste plaats omdat dit leidt tot een vitalere samenleving en een bijdrage levert aan duurzame sociale en economische ontwikkeling.  

Zorgsysteem klaarmaken voor vernieuwing 

Het is onbestaanbaar dat ieder kabinet telkens weer voor elke in te voeren vaccinatie of andere preventieve interventie op zoek moet naar een nieuwe pot geld. Iedere keer opnieuw het wiel uitvinden kost onnodig veel tijd en werk, ziet ook staatssecretaris Karremans. Veelvuldig aangemoedigd door de Tweede Kamer werkt hij aan beterschap, middels een zogeheten investeringsmodel voor preventie dat de kosten en baten onderbouwt en helpt wegen.  

Tijdens een werkconferentie op 26 mei gaat de overheid over dit investeringsmodel in gesprek. Het is hartstikke goed en hoog nodig dat we andere spelregels afspreken. Deze samenwerking tussen overheid, wetenschap en bedrijven is daarbij onmisbaar. Uiteraard is hollandbio van de partij, want het is cruciaal om nu ruimte te geven aan vernieuwing in de praktijk. Voldoende budget is essentieel, en er zijn zelfs signalen dat Europese regels extra begrotingsruimte bieden, maar er is meer nodig. 

Stoppen met pleisters plakken 

De Nederlandse zorg staat onder druk. Verouderde beoordelingskaders, lange procedures en spelregels die niet meer bij deze tijd passen staan de nodige vooruitgang in de weg. Laten we het systeem veranderen – niet enkel verder optimaliseren – om ervoor te zorgen dat bewezen effectieve preventieve interventies, waaronder vaccins, de ruimte krijgen om ons gezond te houden. Laten we stoppen met pleisters plakken en samen bouwen aan een omgeving waar innovatie de ruimte krijgt. Alleen zo zorgen we voor betere zorg – nu en in de toekomst. 

← #nieuws

Nederland wacht opnieuw langer op nieuwe geneesmiddelen  

,

Als je ziek bent wil je maar een ding: een behandeling die zo goed mogelijk aansluit bij jouw situatie en wensen. Zowel arts als patiënt hebben dan ook baat bij een zo vol mogelijke dokterstas. Op die manier kunnen zij, op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten, gezamenlijk de beste behandeling kiezen. Helaas zien we in de laatste editie van de EFPIA Patients Waiting to Access Innovative Therapies (W.A.I.T.) Indicator dat het in Nederland steeds lastiger is om deze dokterstas van nieuwe geneesmiddelen te voorzien.

Wachttijd opnieuw toegenomen 
De wachttijd voor patiënten op toegang tot innovatieve geneesmiddelen is opnieuw toegenomen, zo lezen we in de W.A.I,T. Indicator. Bovendien zijn slechts 58% van alle geneesmiddelen met een EMA-registratie vergoed beschikbaar voor Nederlandse patiënten. Gemiddeld duurt het inmiddels 459 dagen tot nieuwe geneesmiddelen na registratie beschikbaar zijn in Nederland – waarbij de teller sinds afgelopen jaar met 55 dagen is opgelopen. Zowel wat betreft het aantal beschikbare geneesmiddelen als doorlooptijden moet Nederland het doen met een elfde plaats van de 36 onderzochte landen. Een bijzonder noemenswaardige en zorgelijke trend is daarbij dat we in slechts drie jaar tijd van plaats vijf, via zeven, naar elf zijn afgegleden als het aankomt op de wachttijd. Dat is niet in lijn met de nationale ambitie om een biotech koploper te zijn, en staat haaks op hollandbio’s ambitie voor gezondheid op maat. Bij onze oosterburen ziet het er een stuk rooskleuriger uit: zowel wat betreft beschikbaarheid (90%) als doorlooptijden (gemiddeld 128 dagen) staat Duitsland op de eerste plek.  

Weg met de zesjescultuur 
Het feit dat het in Nederland langer duurt en minder vaak lukt om geneesmiddelen beschikbaar te maken zegt veel over de aantrekkelijkheid van de Nederlandse geneesmiddelenmarkt. Immers, als een deel van de klas een tien haalt voor de toets, een deel een mager zesje, en een andere deel een dikke onvoldoende, kan je dan zeggen dat de docent zijn werk niet goed gedaan heeft? Of kunnen leerlingen zichzelf ook de vraag stellen of zij er alles aan gedaan hebben om een goed cijfer te halen? In zijn reactie op de monitor legt het Zorginstituut de bal om geneesmiddelen sneller bij de patiënt te krijgen helaas expliciet en eenzijdig bij het bedrijfsleven. En dat is gek, aangezien de cijfers juist klip en klaar maken dat diezelfde fabrikanten dat in andere landen wel sneller lukt.  

Samen het tij keren 
Die volle dokterstas, waar arts én patiënt uit kunnen putten, vergt een gezamenlijke inzet en investering in innovatie. Niet alleen in nieuwe behandelingen zelf, juist ook de beoordelingskaders en spelregels die zorgen voor toegang tot innovatie zijn hard aan een update toe. Waar we nu pleisters plakken op een stelsel dat ontworpen is voor een fundamenteel andere tijd, is evengoed innovatie nodig in de wijze waarop nieuwe behandelingen de dokterstas en de praktijk bereiken. Het is hoog tijd voor gezondheid op maat. Tijd voor een lerend zorgsysteem waarin alle stappen van het ontwikkelen van geneesmiddelen naadloos op elkaar aansluiten en waarin we technologische innovaties optimaal inzetten om ziektes te voorkomen en behandelen. Patiënten hebben namelijk niks aan deze zesjescultuur. Met schoolopdrachten hebben we vroeger allemaal gemerkt hoe moeilijk het gaat als eenieder het zelf uit probeert te zoeken. Laten we daarvan leren en nu gezamenlijk onze schouders eronder zetten, en werk maken van die tien! 

Meer weten? Lees eerdere hollandbio berichten:

← #nieuws

Vergeet-mij-nietje uit de farmaceutische sector

Een stap voor mensen met Alzheimer, een sprong voor de mensheid: de Europese commissie verschafte afgelopen maand een marktvergunning voor de eerste behandeling die de progressie van Alzheimer vertraagt. We lichten graag toe waarom we dit nieuws uit de vergetelheid houden.

Hoop voor patiënten 

Naast een fantastische en hoopvolle boodschap voor een groep patiënten, markeert zo’n eerste goedkeuring in z’n soort dat de aanhouder wint. Dat enorme investeringen die in jarenlang fundamenteel en toegepast onderzoek zijn gestoken op den duur leiden tot inzichten die de maatschappij beter helpen maken. Dat gaat meestal niet van de ene op de andere dag. Daar slaan we bloed, zweet, tranen en – laten we eerlijk zijn – ook gigantische budgetten op stuk. In deze dikke pil lees je bijvoorbeeld hoe ruim een eeuw aan obesitasonderzoek tot de huidige behandelmogelijkheden (met zelfs blockbusterpotentieel) hebben geleid.  

Kantelpunt voor onderzoek 

Een goedkeuring als deze is een kantelpunt, het breekt de markt open. Ineens kan iedereen zien dat ook voor deze ziekte medicijnonderzoek de eindstreep haalt. Het trekt vervolginvesteringen aan waarmee we weer nieuwe kennis vergaren, zodat we voor de patiënt weer vervolgstappen kunnen zetten. De goedkeuring van deze behandeling is daarom zoveel meer dan alleen één goedgekeurde behandeling, het kan veranderen hoe we omgaan met deze patiënten.  

Grensverleggende innovaties 

Een behandeling als deze confronteert ons ook met de grenzen van ons huidige (gezondheids)zorgstelsel. Aan alleen innovaties zelf hebben we niet genoeg. Om deze succesvol te implementeren zal ons zorgstelsel zelf ook mee moeten innoveren. Voor wie voegt dit het meeste waarde toe? Wat hebben we daarvoor over? En hoe kunnen we deze patiënten – het liefst met diagnostiek die niet al te invasief is voor de patiënt – überhaupt vinden? Het geheel is groter dan de som der delen, wanneer we biotech écht de ruimte geven bij een verschuiving van onze zorgvraag richting gezondheid. Laten we biotech de ruimte geven om als hefboom te fungeren voor een nieuw zorgparadigma, in plaats van als verlengstuk van het oude denken.

European Commission approves first disease-modifying treatment for Alzheimer’s disease in the EU | Alzheimer’s Disease International (ADI) 

 

← #nieuws

Ziekte voorkomen vergt een discussie over de toekomst van diagnostiek 

,

In haar nieuwste rapport ‘Iedereen bijna ziek’ stelt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) dat onze samenleving leidt aan diagnose-expansie, een uitdijende diagnosedrift waar wel aan wordt verdiend maar die lang niet altijd gezondheidswinst oplevert. Zij roept de overheid en het zorgveld daarom op tot meer terughoudendheid bij de inzet van diagnostiek, het stellen van diagnoses en de daaropvolgende behandelingen. We zouden immers ook “gewoon” meer kunnen inzetten op het voorkomen van ziekten, in plaats van op vroeg opsporen. Dat is echter een kwestie van ‘en en’, zien we bij hollandbio, niet ‘of of’. Niet alleen maar ziekten voorkomen, maar ook moeten we voorkomen dat we in dit debat de kop in het zand steken. Laten we daarom oog houden voor oplossingsrichtingen die rechtdoen aan de mogelijkheden van diverse soorten diagnostiek.

Naast voorkomen ook beter behandelen belangrijk 

Al jaren streven we ernaar om mensen zo lang mogelijk, zo gezond mogelijk te houden. En natuurlijk, dit heb je deels zelf in de hand: jij bepaalt immers of je dagelijks naar de sportschool gaat, of naar de snackbar. Een leefomgeving die gezond eten en leven de makkelijkste optie maakt en armoede en sociaaleconomische gezondheidsverschillen de wereld uithelpt, is waar we daarom ook wat ons betreft sterk op mogen inzetten. Toch blijft feit dat ziekte elk van ons op enig moment kan overkomen. Daar wil je het liefst zo goed en vroeg mogelijk bij zijn, om te voorkomen dat iets van kwaad tot erger gaat en om latere, hogere zorgkosten te besparen. De RVS erkent gelukkig ook dat dit ingrijpen waarde heeft en ons steeds vroeger en beter lukt, dankzij vooruitgang, het vernuft van wetenschappers en ondernemers en investeringen in diagnostiek.  

De ene diagnostiek is de andere niet 

Hoewel de RVS in haar rapport een aantal categorieën aan diagnostiek uit elkaar trekt, gooit zij in de samenvattende aanbevelingen helaas een grote verscheidenheid aan diagnostiek op één hoop. Het groeiend aantal huis-tuin-en-keukentesten, wearables en apps, die je zelf aan kan schaffen om meer regie te voeren op je eigen gezondheid, valt immers lastig te vergelijken met bevolkingsonderzoeken, prognostische testen en diagnostiek die zorgprofessionals nodig hebben om een nauwkeuriger beeld te bepalen van klachten. En dan nog zou binnen deze categorieën een verschillende aanpak niet misstaan, maar laten we voor nu het onderscheid markeren tussen diagnostiek die op de vrije markt verkrijgbaar is en diagnostiek onder begeleiding van een zorgprofessional. 

Diagnostiek onder begeleiding van een zorgprofessional: de behandelopties zijn leidend 

Voor diagnostiek die je alleen via een zorgprofessional kunt krijgen, oefenen zowel de overheid als het zorgveld doorgaans al méér dan voldoende weerstand uit. De route die innovatieve diagnostiek van lab naar praktijk moet afleggen is lang en kostbaar, de bewijslast torenhoog en vaak ingewikkeld te vergaren. Neem de Mammaprint van Agendia, een ontdekking van eigen bodem die pas na 20 jaar tot ons basispakket werd toegelaten. Niet zelden staan de huidige kaders in ons stelsel, bestaande belangen en (financiële) prikkels de inzet van nieuwe diagnostiek in de weg. Met de komst van het raamwerk (moleculaire) diagnostiek is besloten dat de aanwezige behandelopties bepalen welke test een arts uitzet, om te kijken welk middel uit zijn dokterstas hij in mag zetten. Maar wanneer we breder moeten testen om de juiste patiënten te vinden, zoals bij de NTRK-remmers, dan geven we niet thuis. Breed testen op basis van bijvoorbeeld whole genome sequencing doen we eigenlijk alleen voor kankerpatiënten waarbij de primaire tumor zoek is, en dit de laatste kans vormt voor overleving – overigens pas na een stevige lobby vanuit patiënten en nabestaanden. Kortom, in de gezondheidszorg is diagnostiek al niet leidend.  

Vrij beschikbare diagnostiek overwoekert de markt 

Bij diagnostiek die je zelf aan kan schaffen, treedt een andere dynamiek op: zorgconsumentisme. Kennelijk willen veel Nederlanders regie op hun gezondheid voeren, en bij die wil om gezond te blijven zijn we natuurlijk allemaal gebaat, maar in de zoektocht naar handvatten grijpen ze nogal eens naar testen en interventies die niet de zegen van de zorgprofessionals krijgen. Zorgprofessionals die bovendien al zo vol zitten dat ze niet staan te wachten op een spreekuur gevuld met vermeende patiënten waarvan een te groot deel onnodig bang gemaakt is. Dat is natuurlijk in niemands belang – niet de arts, patiënt of samenleving – en dergelijke diagnoses moeten we dan ook inderdaad voorkomen. Hoe dan wel regie voeren, en tegelijkertijd diagnostiek en de kennis die dat ons geeft juist benutten, te midden van alle bestaande belangen en beroepen, zonder dat dit leidt tot overdiagnostiek en overvraagde zorgprofessionals?  

Hollandbio’s blik op de toekomst  

De RVS doet een belangrijke aanzet, die evenwel verdere uitwerking vraagt. In hollandbio’s blik op de toekomst meten we ons graag het perspectief aan van de persoon wiens gezondheid we zo lang mogelijk zo goed mogelijk willen houden. Natuurlijk, je kan en mag er altijd voor kiezen om geen diagnose te laten stellen of te ontvangen – je bepaalt immers zelf wat er met jouw data gebeurt. Maar een juiste diagnose is op zichzelf al waardevol. Want juist door data en inzichten uit diagnostiek op gestandaardiseerde wijze in een gezamenlijke infrastructuur vast te leggen en te ontsluiten voor secundair gebruik, kunnen we nieuwe ziekten en nieuwe behandelingen ontdekken en kan de patiënt van vandaag de zorg van morgen helpen verbeteren – in een lerend zorgsysteem. Dat vraagt wel om een gezondheidsdata-infrastructuur, waar momenteel al hard aan wordt gewerkt.  

Niet onnodig bang maken, maar ook niet de kop in het zand steken 

De discussie over hoe we diagnostiek beter kunnen inbedden in ons toekomstige gezondheidsdata-stelsel, die de RVS met dit rapport aanzwengelt, is broodnodig en enorm waardevol. Aan dit debat geeft hollandbio graag het volgende mee: hoe kunnen we de data-infrastructuur rondom diagnostiek zo goed mogelijk uitwerken, en welke spelregels en randvoorwaarden zijn nodig om dit lerende zorgsysteem zo goed mogelijk voor de maatschappij te laten werken? Want om te voorkomen wat kan en te genezen waar nodig, zullen we wel oog moeten houden voor de mogelijkheden van diagnostiek. En daar blijven we uiteraard zorg voor dragen! 

← #nieuws

Overheid verlengt subsidie BPRC én vraagt sterker inzet op proefdiervrije modellen 

,

Hoewel de ambitie blijft om volledig zonder dierproeven te kunnen – in lijn met de wettelijke plicht tot verfijning, vermindering en vervanging – handhaaft minister Bruins na een uitgebreid onderzoek ook de aankomende jaren de subsidie voor het internationaal toonaangevende Biomedical Primate Research Centre (BPRC). Ook vraagt hij (inter)nationaal naar een nog sterkere inzet op proefdiervrije modellen. Hollandbio is benieuwd of hij daarvoor ook de benodigde financiering bij elkaar kan krijgen.

Zolang proeven op apen noodzakelijk zijn voor hoogwaardige fundamenteel en toegepast onderzoek, is het BPRC daar de beste plek, concludeert minister Bruins na een uitgebreid onderzoek. Bij het BPRC vindt immer hoogwaardig onderzoek plaats naar levensbedreigende ziektes en infectieziektes in de mens, zoals bijvoorbeeld corona, tuberculose en HIV. In hun recente impactverslag kun je meer lezen over het werk van het BPRC, en hoe ook zij al vol inzetten op verfijning, vermindering en vervanging van dierproeven, waar dat haalbaar is. In dit rapport geeft het BPRC bovendien aan dat daar nog meer focus op kan komen, als daar meer financiële middelen voor zouden zijn. 

Door voor we een onderzoek inzetten goed na te denken over de onderzoeksvraag en met welk model we die het beste kunnen beantwoorden, zijn al veel nieuwe ziektemodellen ontwikkeld en dierproeven bespaard gebleven, ziet hollandbio. Alleen bestaat er niet voor elke onderzoeksvraag nu al een model dat de complexe situatie in de mens volledig kan nabootsen. Daarom is het – hoe graag we ook willen en ondanks herhaaldelijke oproepen – nu nog geen realistische stap om proefdieren volledig uit te faseren. Binnen TPI denkt hollandbio daarom graag mee over een haalbare, realistische marsroute en wat daarvoor nodig is.   

Minister Bruins vraagt het BPRC nu voor de komende vijf jaar een nieuw ambitieplan op te stellen, in overleg met universitaire onderzoekers en organisaties die een rol spelen in de transitie naar alternatieve ziektemodellen die beter aansluiten bij de mens. Dit plan moeten wat hem betreft afspraken bevatten over het verder verleggen van de focus richting nieuwe onderzoeksmodellen, met het oog op een maximale inzet op de ontwikkeling van proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden en de uiteindelijke uitfasering van het onderzoek met apen.  

Hoewel het hollandbio mooi in de oren klinkt, zien wij nog wel wat haken en ogen aan de wensen van de minister. Of het BPRC namelijk eigenhandig en binnen de huidige budgettaire kaders zelfstandig ‘proefdiervrij’ kan gaan lijkt ons niet alleen een kwestie van een plan, samenwerking en een lange adem. Zoals het BPRC zelf aangeeft – en hollandbio op meer plaatsen in haar achterban ziet – hangt er vaak ook nog een significant prijskaartje aan de kwalificatie, validatie en implementatie van nieuwe ziektemodellen. We hopen daarom dat het Bruins lukt via de gidsrol die hij in Europa voor zich ziet, niet alleen de samenwerking en de wisselwerking tussen de domeinen van dierproeven en alternatieven voor dierproeven aan te jagen, maar ook budget vrij te spelen om deze transitie te financieren!   

← #nieuws

IHE comparator report on Cancer in Europe 2025 

,

Sinds 2005 onderzoekt het Zweedse Institute for Health Economics (IHE) in opdracht van EFPIA hoe de zorg voor patiënten met kanker zich ontwikkelt in Europa. Het meest recente jaarrapport laat een positieve trend zien: de uitkomsten voor patiënten met kanker zitten in de lift, mede dankzij vooruitgang in preventie, diagnostiek en behandeling. Wel maakt hollandbio zich zorgen om de op sommige fronten flink achterblijvende positie van Nederland in de gepubliceerde data.  

Het aantal mensen dat kanker krijgt is door de jaren heen sterk gegroeid, maar sinds de vorige editie van dit rapport, in 2019, is het aantal mensen in Europa dat hieraan overlijdt gestabiliseerd. Wel bestaan er flinke verschillen tussen lidstaten, en zien we de vooruitgang niet bij alle soorten kanker terug. Het rapport toont de toename aan geneesmiddelen voor de behandeling van kanker. Zeker de afgelopen vijf jaar is het aantal nieuw geregistreerde geneesmiddelen in Europa sterk toegenomen. Dit zorgt voor hogere zorguitgaven, al ligt het deel van het zorgbudget dat landen aan kanker besteden alsnog een stuk lager dan de aan kanker gerelateerde ziektelast.  

Hollandbio maakt zich wel zorgen om de cijfers over Nederland die in het rapport staan: we vinden ons land terug op plek 21 als het gaat om de beschikbaarheid van nieuwe geneesmiddelen. Slechts 44% van de nieuwe kankergeneesmiddelen die tussen 2019 en 2022 goedgekeurd werden door EMA, wordt in Nederland vergoed, terwijl het Europees gemiddelde op 67% ligt, en in koploper Duitsland 96% van de geneesmiddelen vergoed beschikbaar is. Ook geeft Nederland volgens het rapport relatief een stuk minder geld uit aan geneesmiddelen dan andere landen om ons heen: waar het Europees gemiddelde van de uitgaven aan geneesmiddelen ten opzichte van het zorgbudget op 14% ligt, blijft dat in Nederland steken op 7%.  

Het goede nieuws: in het rapport lezen we geen aanwijzingen die reden geven tot paniek: de vijfjaarsoverleving van patiënten, gemeten in 2020, houdt in Nederland vooralsnog gelijke tred met de andere landen in de vergelijking. De tijd zal ons leren of de Nederlandse zuinigheid ofwel een lichtend voorbeeld is, of dat deze toch een keerzijde heeft, in de vorm van achterblijvende gezondheidswinst. Hollandbio houdt de vinger nauwlettend aan de pols.  

In plaats van de meest stringente selectie aan de poort – een harde ja of nee uitspraak voor vergoeding op basis van de gemiddelde patiënt – pleit hollandbio voor gezondheid op maat. Dat kan alleen met een zo vol mogelijke dokterstas. Daarmee kunnen we, op basis van data en de specifieke eigenschappen van de individuele patiënt, de juiste behandeling op het juiste moment bieden. Wij blijven ons dan ook hardmaken voor een toegankelijk, lerend en adaptief zorgsysteem, waarmee patiënten optimaal kunnen profiteren van de vooruitgang die innovatie in kankerzorg ons brengt, nu en in de toekomst.  

Lees het hele rapport hier.