← #nieuws

Minister zegt ‘nee’ tegen vergoeding Carvykti® 

Teleurstellend nieuws: patiënten met een terugkerende of niet-reagerende vorm van beenmergkanker, multiple myeloom (RRMM), die ten minste drie voorgaande behandellijnen hebben ondergaan blijven verstoken van een effectieve, nieuwe behandeling. Minister Bruijn laat weten niet over te gaan tot de vergoeding van Carvykti® (cilta-cel; ciltacabtagene autoleucel). Hetzelfde lot treft twee andere middelen, die de minister met wrange efficiëntie in één brief uitsluit van het verzekerde pakket. Hollandbio vindt het domweg onacceptabel dat effectieve geneesmiddelen buiten bereik blijven van degenen die ze nodig hebben. Zeker in een welvarend land, dat prat gaat op zijn kwaliteit van zorg, samenwerking en innovatie. De patiënt verdient beter – en Nederland ook. Wat ons betreft kan en mag dit besluit dan ook geen eindpunt zijn. Wij roepen alle betrokken partijen op om het gesprek open te houden en samen te zoeken naar oplossingen, zodat patiënten niet langer hoeven te wachten op de zorg die ze verdienen.

← #nieuws

Minister zegt ‘nee’ tegen vergoeding Xenpozyme® 

Teleurstellend nieuws: patiënten met ASMD (Niemann-Pick type A/B) blijven verstoken van een effectieve, nieuwe behandeling. Minister Bruijn laat weten niet over te gaan tot de vergoeding van Xenpozyme® (olipudase alfa). Hetzelfde lot treft twee andere middelen, die de minister met wrange efficiëntie in één brief uitsluit van het verzekerde pakket. Hollandbio vindt het domweg onacceptabel dat effectieve geneesmiddelen buiten bereik blijven van degenen die ze nodig hebben. Zeker in een welvarend land, dat prat gaat op zijn kwaliteit van zorg, samenwerking en innovatie. De patiënt verdient beter – en Nederland ook. Wat ons betreft kan en mag dit besluit dan ook geen eindpunt zijn. Wij roepen alle betrokken partijen op om het gesprek open te houden en samen te zoeken naar oplossingen, zodat patiënten niet langer hoeven te wachten op de zorg die ze verdienen. 

← #nieuws

Nederland hanteert dubbele preventiestandaard 

, ,

De eerste stappen richting een investeringsmodel voor preventie zijn gezet, met de publicatie van een richtlijn passend bewijs preventie. Hollandbio had goede hoop dat deze de status quo zou doorbreken, maar nu de hiertoe benodigde stappen uitblijven, overheerst teleurstelling. We signaleren een opvallende dubbele standaard in hoe Nederland preventieve oplossingen beoordeelt – een standaard die medische preventie structureel benadeelt.

Preventie: een absolute nobrainer én maatschappelijke plicht 
Ziekte voorkomen: het is de heilige graal in onze gezondheidszorg. Voorkomen is immers beter dan genezen. Preventie blijkt vaak een slimme investering in onze gezondheid en welvaart. Zo levert elke euro die we in vaccinatie investeren tot wel negentien keer zoveel op. Maar over of preventie überhaupt zou moeten renderen, of dat we het aan onze stand verplicht zijn, wierp CPB-directeur Pieter Hasekamp al eerder vragen op. Voorkomen zou, net als genezen, immers best wat mogen kosten.  

Toch zijn meerdere bewezen effectieve preventieve behandelingen simpelweg niet beschikbaar, omdat de overheid het budget voor de inkoop en uitvoer (nog) niet rond krijgt gerekend. Burgers wachten bijvoorbeeld gemiddeld tot wel negen jaar voor nieuwe vaccins hun arm bereiken, als ze die al bereiken. Een doorn in het oog van hollandbio, dat al langer pleit voor meer structureel budget voor preventie. Ook de SER pleit al langer voor een transitie van nazorg naar voorzorg. Iedereen voelt immers wel aan dat je zorg beter kan voorkomen, dan achteraf pleisters te plakken. Al helemaal nu de druk op de zorg steeds verder oploopt. De Nederlandse zorg kraakt immers nu al in haar voegen. Tijdens de verkiezingscampagne kwam de onrust naar voren die bij veel mensen groeit: wie zorgt er straks nog voor mij? Daar moeten we snel wat aan doen, en gelukkig kan dat ook.  

Investeringsmodel preventie moet de status quo doorbreken 
Reikhalzend kijkt hollandbio daarom uit naar de komst van een investeringsmodel voor preventie, dat die voorzorg een stuk makkelijker moet gaan maken. De eerste piketpaaltjes hiervoor zijn afgelopen week geslagen, in de vorm van een richtlijn passend bewijs preventie. Met deze richtlijn breekt de gelijknamige adviescommissie een lans voor ruimte om in de praktijk te bouwen aan het bewijs voor preventieve interventies. Dat is belangrijk, omdat gezondheidseffecten vaak pas op termijn zichtbaar zijn, of bijvoorbeeld omdat de manier waarop we een interventie in de praktijk in willen zetten soms afwijkt van hoe deze in studies is onderzocht. Hollandbio leest de richtlijn daarom graag als een welkome opmaat naar het lerende zorgsysteem dat wij nastreven.  

Medische interventies krijgen nadeel van de twijfel 
Maar wat schetst nu onze verbazing? Medische preventiemaatregelen blijven gek genoeg liggen. De commissie cirkelredeneert zich er simpelweg onderuit: de lat voor medische interventies ligt een stuk hoger, omdat hier de meetlat van het Zorginstituut en de Gezondheidsraad geldt – die hogere eisen stellen. Als verklaring voor die afwijkende lat voert de commissie aan dat medische interventies ook gezondheidsschade kunnen geven, bijvoorbeeld in de vorm van bijwerkingen. Terwijl dat in wezen voor elke preventieve interventie geldt: iedereen die wel eens sport, weet dat je ook daardoor geblesseerd bij de fysio of in het gips kan belanden.  Hoewel de commissie zelfs adviseert passend bewijs een stuk consistenter te beoordelen, laten ze wat hollandbio betreft een belangrijke kans liggen om dat ook daadwerkelijk te doen: dit is immers hét moment om tot één richtlijn te komen. Want als niet nu, dan wanneer – en door wie? 

Eén richtlijn: ruim baan voor preventie 
Met enige regelmaat hoort en leest hollandbio dat investeren in preventie, leefstijl en leefomgeving de voorkeur geniet boven medische interventies en met deze richtlijn krijgen niet-medische interventies dan ook een streepje voor. Maar waarom? Er valt natuurlijk veel voor te zeggen om sociaalmaatschappelijke en/of leefstijlinterventies consistenter te versterken – daar zijn we bij hollandbio ook voorstander van. ‘Gewoon demedicaliseren’ is ieders ideaal, maar helaas niet altijd realistisch of haalbaar. We weten domweg niet of het overhevelen van budget voor medische interventies naar niet-medische preventieve maatregelen net zo veel gezondheidswinst oplevert. Wat is dan wijsheid? Niet-medische interventies tegen dezelfde hoge lat leggen als medische interventies, in de wetenschap dat dit gevolgen heeft voor het prijskaartje? Of accepteren dat we bewijs achteraf – in de praktijk – vergaren, en sturen op lagere kosten? Welke keus ook: hollandbio ziet graag één lat voor preventieve interventies, in plaats van twee. 

Laat politici niet telkens bekvechten 
Hollandbio vraagt zich af wanneer voorzorg nu eindelijk net zo gewaardeerd wordt als nazorg? Terwijl de diverse moties en toezeggingen die aanleiding gaven tot de komst van het investeringsmodel juist leken voor te sorteren op het depolitiseren van keuzes over preventie, lijkt het er nu op dat politici nog altijd keer op keer ideologisch moeten blijven bekvechten over de vraag waar de collectieve verantwoordelijkheid ophoudt en de eigen verantwoordelijkheid begint. Volgens de commissie is het uiteindelijk een politieke afweging of haar richtlijn voor een preventieve maatregel volstaat, en wanneer een minder stevige bewijsvoering voldoende is. Zij levert slechts het instrumentarium op basis waarvan politieke keuzes gemaakt kunnen worden. En met die dubbele preventiestandaard dreigen we de keuzes over preventie, tot hollandbio’s ongenoegen, wéér over te laten aan de waan en politieke wind van de dag. 

Dezelfde meetlat 
Gelukkig zijn we nog niet terug bij af, aan het investeringsmodel wordt hard gewerkt en hollandbio blijft de vormgeving ervan natuurlijk nauwgezet volgen. Het kan namelijk niet voortbestaan dat we ook de komende jaren penny wise, pound foolish blijven omspringen met de onze gezondheidszorg, zelfs tot op het punt dat politici zelfs in hun boekhouding de zorg op slot besluiten te zetten en nog meer gereedschap van dokters dreigen af te pakken. Daar wordt niemand beter van, en natuurlijk willen politici daar ook helemaal niet toe overgaan. Sterker nog, die overbezorgde debatten over afzonderlijke interventies kunnen we allemaal wel missen als kiespijn. Laten we gezondheid weer op 1 zetten, en leg alles wat daaraan bijdraagt langs dezelfde meetlat. 

← #nieuws

De haalbare termijn voor een realistische transitie naar proefdiervrije innovatie 

, ,

Een verdere verschuiving van overheidsbudget voor dierproeven naar proefdiervrije alternatieven is op handen, nu de Eerste Kamer de aangepaste OCW-begroting heeft aangenomen. Een bijzondere aanloop, zag hollandbio, temeer de minister eerder nog aangaf de exploitatiesubsidie aan het BPRC te willen verlengen én daarbij al expliciet oog had voor een sterkere inzet op proefdiervrije modellen. 

Iedereen wil liever gister dan vandaag proefdiervrije alternatieven 

Net als de Kamermeerderheid gaat velen de Transitie Proefdiervrije Innovaties niet snel genoeg, zoveel is duidelijk. Heel Nederland is zo ongeveer verenigd in de wens om dierproeven algeheel te vervangen. Er wordt echter stevig gestreden om de termijn waarop dat gebeurt. Kort voor de verkiezingen bleek een begrotingswijziging een hoogoplopende splijtzwam. 

Hoofdpijndossier voor nieuw kabinet 

Naar aanleiding van bovengenoemd rapport en met eerdere rugdekking vanuit de Kamer op zak besloot Partij voor de Dieren-Kamerlid Kostić via een veelbesproken amendement op de OCW-begroting het overheidsbudget voor apenproeven bij het BPRC in vijf jaar om te buigen ten faveure van proefdiervrije alternatieven. En met succes, zo bleek nadat OCW-minister Moes na het commissiedebat te kennen moest geven dat hij Kostić’ aangenomen amendement onverkort zal uitvoeren. Evenwel benadrukte het demissionaire kabinet dat het vooralsnog nodig is om het BPRC als openbare onderzoeksinstelling te behouden – de tegenstrijdigheid in het amendement waar het kabinet op wees is namelijk allerminst van tafel. En daarmee is er een taai hoofdpijndossier beland op het bordje van het nieuw te vormen kabinet. 

Spannende stemming in de Eerste Kamer 

Ontwikkelingen als deze laten zien hoeveel spanning er op het dierproefdossier zit. Want waar een collectief aan wetenschappers in reactie op het amendement eerder nog met een brandbrief de noodzaak van proeven met non-humane-primaten (NHP) benadrukte, zorgde dit hooguit voor de toezegging dat de minister opties onderzoekt om het risico te vermijden dat lopende onderzoeksprojecten voortijdig stilvallen. Na een paginagrote advertentie, gesponsord door Stichting Proefdiervrij en PETA, waarin een ander collectief aan wetenschappers opriepen tot meer geld voor mensgericht biomedisch onderzoek besloot de Eerste Kamer de geamendeerde OCW-begroting toch niet in z’n geheel weg te stemmen.  

In 2026 meer duidelijkheid over noodzaak NHP-onderzoek 

Toch behoeft de schijnbare tegenstelling die de advertentie wekt nuancering. Geen enkele onderzoeker voert namelijk voor zijn lol dierproeven uit, maar we kunnen zoals het kabinet terecht opmerkt vooralsnog niet zonder. We werken allemaal, ook bij hollandbio, maar wat graag aan de komst en inzet van steeds meer en betere alternatieven. Alleen wil dat nog niet zeggen dat de volledige vervanging van dierproeven over vijf jaar, waar de Tweede Kamer voor heeft getekend, per se een haalbare termijn is. En juist daarom pleit hollandbio als partner van de Transitie Proefdiervrije Innovaties voor realistische stappen, stappen die we niet alleen willen maar ook kúnnen zetten. Daarvoor gaan we ook weer in gesprek bij de nieuwe Kamer en het volgende kabinet, dat nu dus nog eens goed kijkt naar de noodzaak van het NHP-onderzoek. Daarover volgend jaar meer duidelijkheid. 

← #nieuws

Zet de zorg niet op slot

, ,

Zet de zorg niet op slot

Nu al moet je als patiënt in Nederland steeds vaker, steeds langer – en regelmatig tevergeefs – wachten tot je toegang krijgt tot een nieuw geneesmiddel. Verschillende politieke partijen blijken die lege dokterstas helaas niet als een probleem te zien, maar als oplossing: ze zetten het basispakket op slot. Alle onderzoeksinspanningen ten spijt, die nieuwe innovaties komen niet meer bij de Nederlandse patiënt terecht. Patiëntenorganisaties luidden inmiddels al terecht de noodklok en ook in recente verkiezingsdebatten krijgt het zorgwekkende voornemen steeds meer aandacht.

Behandel de zorg met beter beleid

De bezuinigingsdrift binnen het basispakket is al langer gaande. Vorige week presenteerde ZIN, NZa en ACM het langverwachte MAUG-advies (“Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen”), dat voorsorteert op de zoveelste pleister op ons verouderde zorgstelsel. In plaats van samen met bedrijven te kijken hoe we innovatie wél op een houdbare manier kunnen aanjagen, inzetten en belonen, zetten de voorgestelde maatregelen in op eenzijdige bezuinigingen. Zelfs als de patiënt daar de hoofdprijs voor betaalt – met zijn of haar gezondheid. Een gemiste kans, zo heeft  hollandbio hen laten weten, waarbij weinig oog is voor de maatschappelijke baten van innovaties, noch voor de ingewikkelde geopolitieke context waarin bedrijven opereren om geneesmiddelen beschikbaar te maken en houden. Als we de beschikbaarheid van geneesmiddelen niet nóg verder onder druk willen zetten, is het juist nu zaak om gezamenlijk werk te maken van beter beleid.

Zeven partijen laten wachttijd en gezondheidsverschillen verder oplopen

Zo bezien is het sluiten van het basispakket het ultieme paardenmiddel, maar rekenmeesters hebben dit verkiezingsplan van VVD, D66, SGP, CU, Volt, JA21 en in een mildere variant ook het CDA op hun eigen verzoek wel degelijk opgenomen. Onrealistisch én onwenselijk, stellen gezondheidseconomen als Rob Baltussen en Bram Wouterse, en zelfs DSW-directeur Aad de Groot in Trouw. En in de NRC-rubriek Zo simpel is het niet zegt gezondheidseconoom Xander Koolman treffend: “Artsen gaan in 2040 niet werken volgens de medische inzichten van 2025”.

Hoeveel wachttijd en gezondheidsverschillen is Nederland dan wel bereid te accepteren? Obesitaspatiënten met diabetes type 2 kunnen in ons land de nieuwste afslankmedicatie al jarenlang op hun buik schrijven, ook al rechtvaardigen alleen al de arbeidsmarktbaten “een aanzienlijk deel van de kosten”. Ook worden Alzheimerpatiënten die de nieuwste medicatie willen nu al door de directeur van het Amsterdamse Alzheimercentrum naar Londen gestuurd: “Het is een begin dat we niet moeten missen”. En een mogelijke vinding (van nota bene een Nederlands bedrijf) tegen de ziekte van Huntington zou hier twaalf jaar later beschikbaar kunnen komen. Oplopende wachttijden – behalve voor wie niet afhankelijk is van de overheid, want die permitteert zich de nieuwste zorg. Met groeiende gezondheidsverschillen tot gevolg.

Gezondheid weer op 1

Dat er iets moet gebeuren in de Nederlandse zorg is duidelijk. Die kraakt namelijk in haar voegen. Het aantal patiënten groeit gestaag, terwijl het aantal zorgverleners achterblijft. Bij veel Nederlanders groeit de onrust: wie zorgt er straks nog voor mij? In plaats van in te zetten op vooruitgang, kiezen overheid en een deel van de politiek voor stilstand. Door kortzichtig te knijpen op kosten en het gereedschap van onze dokters af te pakken, zetten ze patiënten in de kou, snakkend naar echte oplossingen. Het is tijd dat we onze gezondheid juist weer op de eerste plek zetten, slim investeren in de zorg en patiënten snel en breed toegang geven tot de best mogelijke behandelingen om erger te voorkomen. Zo maken we echt werk van een gezonde gezondheidszorg.

← #nieuws

Samen voor gezondheid op maat: hollandbio geeft input op IVDR/MDR-herziening

,

Gezondheid op maat komt pas echt binnen bereik als innovatieve diagnostiek snel en veilig de praktijk bereikt. Daarom heeft hollandbio een reactie ingediend voor de herziening van Europese wetgeving voor in vitro diagnostiek en medical devices (IVDR en MDR). Tijdens een recente Praat Mee-bijeenkomst deelden leden hun ervaringen: van administratieve barrières tot onduidelijke routes en hoge kosten, vooral voor het mkb. Deze knelpunten remmen innovatie en belemmeren de toegang tot slimme diagnostiek. Onze oproep aan de Europese Commissie? Zorg voor heldere, proportionele eisen en een toekomstbestendig regelgevingskader dat innovatie stimuleert en versnelt. Zo zorgen we er samen voor dat iedere patiënt profiteert van de juiste behandeling op het juiste moment.

← #nieuws

Nederlandse Huntingtonpatiënt jaren langer in de wachtkamer? 

Het Amsterdamse biotechbedrijf UniQure komt verder op stoom in de strijd tegen de ziekte van Huntington, bericht het FD (achter inlog). Dankzij veelbelovende onderzoeksresultaten lieten enthousiaste beleggers de beurswaarde verviervoudigen en maakte UniQure dankbaar van het momentum gebruik om $345 miljoen op te halen voor verdere investeringen. Maar terwijl de internationale belangstelling groeit, blijft het Nederlandse zorgstelsel achter met een belangrijke uitdaging. We behandelen innovatieve gentherapieën namelijk nog steeds als elk ander geneesmiddel en stellen steeds stringentere eisen aan vergoeding hiervan.  Voor Huntington bestaat nog geen alternatief medicijn, maar zonder bewijs van levensverlenging – dat volgens berekeningen van het FD pas over twaalf jaar beschikbaar is – lijkt vergoeding onhaalbaar. Het wrange gevolg: een Nederlandse innovatie die mogelijk wereldwijd levens redt, dreigt voor Nederlandse patiënten buiten bereik te blijven. Laten we Nederlandse patiënten echt zoveel langer in de wachtkamer zitten, of gaan we met alle partijen in ons zorgstelsel met dit vraagstuk aan de slag?

← #nieuws

Nederlandse patiënten steeds verder in de kou 

Het is een bittere pil als je patiënt bent in Nederland: je moet steeds vaker, steeds langer -en regelmatig tevergeefs- wachten tot je toegang krijgt tot een nieuw geneesmiddel. De dokterstas is in Nederland minder goed gevuld dan in andere landen. Dat zou alle alarmbellen moeten doen rinkelen. De Nederlandse zorg kraakt namelijk al in haar voegen. Het aantal patiënten groeit gestaag, terwijl het aantal zorgverleners achterblijft. Bij veel Nederlanders groeit de onrust: wie zorgt er straks nog voor mij? Toch blijft de overheid enkel kortzichtig knijpen op kosten, terwijl iedereen op zijn klompen aanvoelt: de zorg houdt het zo niet lang meer vol. Het is tijd dat we juist investeren in de zorg en onze gezondheid weer op de eerste plek zetten. Er moet wat gebeuren, en snel ook. 

Nederlandse patiënt steeds verder achteraan in de wachtrij 
De feiten liegen er niet om: we slagen er in Nederland steeds minder goed in om geneesmiddelen in de dokterstas en bij de patiënt te krijgen. Van alle geneesmiddelen die tussen 2020 en 2023 geregistreerd zijn, is slechts 58% in Nederland beschikbaar. Patiënten wachten bovendien steeds langer op nieuwe behandelingen. Gemiddeld zo’n 459 dagen, nadat ze al veilig en effectief bevonden zijn. In een internationale vergelijking zijn we daarmee in slechts drie jaar tijd van een vijfde naar een elfde plaats gekelderd. Waar Nederlandse patiënten moeten wachten, krijgen patiënten in andere landen regelmatig al wel toegang.  

Hollandse zuinigheid staat investeren in onze gezondheid in de weg 
Hoe het komt dat patiënten in het buitenland wel toegang kunnen krijgen tot geneesmiddelen, die hier (nog) niet beschikbaar zijn? Dat is uiteindelijk gewoon een keuze. In Nederland zijn we simpelweg strenger als het om het benutten van innovaties aankomt. We vragen meer of ander bewijs dan andere landen en willen daar het liefst ook nog eens minder voor betalen. De Nederlandse zunigheid slaat inmiddels flink door: we leggen internationale wetenschappelijke richtlijnen naast ons neer, hebben de lat fors verhoogd voor toelating van nieuwe kankergeneesmiddelen en houden krampachtig vast aan uitkomsten die er in de ogen van patiënten steeds minder toe doen, zoals ‘algehele overleving’. Niet gek dat bedrijven er dan voor kiezen om geneesmiddelen eerst in andere landen op de markt te brengen. Toch is de bezuinigingshonger niet gestild, getuige het nu lopende traject Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen, waarin met burgers wordt gefilosofeerd over hoe en waar we ‘verantwoord’ nóg vaker ‘nee’ kunnen verkopen aan patiënten.  

Het huidige nationale beleid om het zorginfarct te managen, is als het afknijpen van de bloedtoevoer bij een hartinfarct – het werkt averechts. Zo’n halfvolle dokterstas beperkt immers het assortiment, maar niet automatisch de kosten. Zelfs als we per direct totaal geen innovaties meer toe zouden laten, stijgen de zorgkosten de komende jaren, mede door de vergrijzing, gewoon door. Vernieuwing wordt in Nederland te vaak afgedaan als een luxe, een optionele of zelfs onnodige extra uitgave, in plaats van als noodzaak, een cruciaal element van de oplossing om het zorginfarct te verlichten. Hoewel elke extra euro die we aan zorg uitgeven er twee te veel zijn in de ogen van het Ministerie van Volksgezondheid en Financiën, is juist een maatschappelijke discussie die deze context achterwege laat geen stuiver waard.  

Van pleisters plakken naar gezondheid op maat 
Willen we beterschap voor patiënten en burgers, dan moeten we onze gezondheid weer op één zetten en slimmer ruimte maken voor innovaties. Hoe zonde is het anders dat we wél continu investeren in onderzoek en ontwikkeling, en elke doorbraak met trots vieren, maar die vooruitgang niet bij de patiënt willen of kunnen brengen? Laten we stoppen met pleisters plakken op een zorgstelsel dat gebouwd is voor een fundamenteel andere tijd. Een vervlogen tijd van handgeschreven recepten en faxberichten, met minder patiënten en minder behandelmogelijkheden, waarbij behandelingen nog vaak hetzelfde waren voor iedereen. Dat past niet meer in het hier en nu. Dankzij innovatie kunnen we juist wél steeds vaker maatwerk bieden. En dat is belangrijk, want iedere patiënt is anders en heeft iets anders nodig. Dus laten we gezamenlijk die dokterstas zo goed mogelijk vullen. Het is tijd om te investeren in gezondheid op maat.  

← #nieuws

Slimmere spelregels voor de ATMP-markt vergen samenwerking

Advanced Therapy Medicinal Products (ATMPs) verdienen innovatieve markten, aldus hoogleraar Innovatie- en Transitiestudies Wouter Boon. Bij die boodschap sluit hollandbio zich helemaal aan! Deze veelbelovende categorie aan nieuwe behandelmogelijkheden laat zich namelijk maar moeilijk inpassen in het huidige zorgstelsel. Aan innovatieve ideeën die beterschap beloven gelukkig geen gebrek. Zowel in de academie als het bedrijfsleven zit het immers in de aard van het beestje om blijvend naar verbetering te zoeken: of het nu gaat om kennis of kunde op o.a. op het vlak van productiemethoden, verdienmodellen en vergoedingen. Wel doen we er goed aan ons te realiseren dat als we écht meters willen maken voor die innovatieve markt, je als bedrijfsleven of academie alleen weliswaar sneller gaat, maar samen vaak een stuk verder komt.  

← #nieuws

Systeem gijzelt patiënt 

Het systeem van geneesmiddelenontwikkeling werkt niet meer voor de patiënt, aldus de Amsterdamse hoogleraar Carla Hollak. In een interview met Follow the Money gaat ze in op een patstelling tussen academie, overheid en bedrijfsleven, die zorgt dat patiënten in de kou staan.

Hollak beschrijft in het interview (achter inlog) hoe overheid, academie en bedrijven met elkaar verweven zijn: de overheid ziet graag dat ondernemende universiteiten geld uit de markt halen, waardoor academische ziekenhuizen sterk moeten leunen op onderzoeksgelden uit de industrie, of proberen onder de noemer valorisatie zo’n groot mogelijk stuk van de taart te krijgen bij het uitgeven van licenties.  

Wanneer een geneesmiddel vervolgens vergoed moet worden, liggen bedrijven en overheid met elkaar in de clinch over wat de toegevoegde waarde van het middel is, en welk prijskaartje daaraan mag hangen. De discussie gaat hier vaak over hoe zeker we weten dat het geneesmiddel werkt, en wie het onderzoek dat hiervoor nodig is zou moeten betalen.  

Via programma’s als het Orphan Drug Access Protocol probeert Hollak – met succes – nieuwe manieren uit om geneesmiddelen met zowel veel potentie als onzekerheid, toch bij patiënten te krijgen. Volgens hollandbio is dit een mooi voorbeeld waar verzekeraars, artsen én bedrijven hun nek uitsteken om samen vergoeding mogelijk te maken. 

Terwijl bedrijven, overheid en academie met elkaar overhoopliggen om de deal voor zichzelf zo goed mogelijk te maken, kampen patiënten met een teruglopende beschikbaarheid van geneesmiddelen en langere wachttijden voor toegang. Dat kan de bedoeling niet zijn. Hollandbio wil dan ook niet langer het systeem, maar de patiënt centraal zetten. Door innovatie meer ruimte te geven, en juist samen te gaan werken aan een optimale inzet van technologie kunnen we zorgen dat iedereen de juiste behandeling krijgt. Dat betekent ook dat we afscheid moeten nemen van het huidige systeem, dat nou eenmaal gemaakt is voor een andere tijd. Nu is het tijd voor gezondheid op maat.