← #nieuws

Zet de zorg niet op slot

, ,

Zet de zorg niet op slot

Nu al moet je als patiënt in Nederland steeds vaker, steeds langer – en regelmatig tevergeefs – wachten tot je toegang krijgt tot een nieuw geneesmiddel. Verschillende politieke partijen blijken die lege dokterstas helaas niet als een probleem te zien, maar als oplossing: ze zetten het basispakket op slot. Alle onderzoeksinspanningen ten spijt, die nieuwe innovaties komen niet meer bij de Nederlandse patiënt terecht. Patiëntenorganisaties luidden inmiddels al terecht de noodklok en ook in recente verkiezingsdebatten krijgt het zorgwekkende voornemen steeds meer aandacht.

Behandel de zorg met beter beleid

De bezuinigingsdrift binnen het basispakket is al langer gaande. Vorige week presenteerde ZIN, NZa en ACM het langverwachte MAUG-advies (“Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen”), dat voorsorteert op de zoveelste pleister op ons verouderde zorgstelsel. In plaats van samen met bedrijven te kijken hoe we innovatie wél op een houdbare manier kunnen aanjagen, inzetten en belonen, zetten de voorgestelde maatregelen in op eenzijdige bezuinigingen. Zelfs als de patiënt daar de hoofdprijs voor betaalt – met zijn of haar gezondheid. Een gemiste kans, zo heeft  hollandbio hen laten weten, waarbij weinig oog is voor de maatschappelijke baten van innovaties, noch voor de ingewikkelde geopolitieke context waarin bedrijven opereren om geneesmiddelen beschikbaar te maken en houden. Als we de beschikbaarheid van geneesmiddelen niet nóg verder onder druk willen zetten, is het juist nu zaak om gezamenlijk werk te maken van beter beleid.

Zeven partijen laten wachttijd en gezondheidsverschillen verder oplopen

Zo bezien is het sluiten van het basispakket het ultieme paardenmiddel, maar rekenmeesters hebben dit verkiezingsplan van VVD, D66, SGP, CU, Volt, JA21 en in een mildere variant ook het CDA op hun eigen verzoek wel degelijk opgenomen. Onrealistisch én onwenselijk, stellen gezondheidseconomen als Rob Baltussen en Bram Wouterse, en zelfs DSW-directeur Aad de Groot in Trouw. En in de NRC-rubriek Zo simpel is het niet zegt gezondheidseconoom Xander Koolman treffend: “Artsen gaan in 2040 niet werken volgens de medische inzichten van 2025”.

Hoeveel wachttijd en gezondheidsverschillen is Nederland dan wel bereid te accepteren? Obesitaspatiënten met diabetes type 2 kunnen in ons land de nieuwste afslankmedicatie al jarenlang op hun buik schrijven, ook al rechtvaardigen alleen al de arbeidsmarktbaten “een aanzienlijk deel van de kosten”. Ook worden Alzheimerpatiënten die de nieuwste medicatie willen nu al door de directeur van het Amsterdamse Alzheimercentrum naar Londen gestuurd: “Het is een begin dat we niet moeten missen”. En een mogelijke vinding (van nota bene een Nederlands bedrijf) tegen de ziekte van Huntington zou hier twaalf jaar later beschikbaar kunnen komen. Oplopende wachttijden – behalve voor wie niet afhankelijk is van de overheid, want die permitteert zich de nieuwste zorg. Met groeiende gezondheidsverschillen tot gevolg.

Gezondheid weer op 1

Dat er iets moet gebeuren in de Nederlandse zorg is duidelijk. Die kraakt namelijk in haar voegen. Het aantal patiënten groeit gestaag, terwijl het aantal zorgverleners achterblijft. Bij veel Nederlanders groeit de onrust: wie zorgt er straks nog voor mij? In plaats van in te zetten op vooruitgang, kiezen overheid en een deel van de politiek voor stilstand. Door kortzichtig te knijpen op kosten en het gereedschap van onze dokters af te pakken, zetten ze patiënten in de kou, snakkend naar echte oplossingen. Het is tijd dat we onze gezondheid juist weer op de eerste plek zetten, slim investeren in de zorg en patiënten snel en breed toegang geven tot de best mogelijke behandelingen om erger te voorkomen. Zo maken we echt werk van een gezonde gezondheidszorg.

← #nieuws

Samen voor gezondheid op maat: hollandbio geeft input op IVDR/MDR-herziening

,

Gezondheid op maat komt pas echt binnen bereik als innovatieve diagnostiek snel en veilig de praktijk bereikt. Daarom heeft hollandbio een reactie ingediend voor de herziening van Europese wetgeving voor in vitro diagnostiek en medical devices (IVDR en MDR). Tijdens een recente Praat Mee-bijeenkomst deelden leden hun ervaringen: van administratieve barrières tot onduidelijke routes en hoge kosten, vooral voor het mkb. Deze knelpunten remmen innovatie en belemmeren de toegang tot slimme diagnostiek. Onze oproep aan de Europese Commissie? Zorg voor heldere, proportionele eisen en een toekomstbestendig regelgevingskader dat innovatie stimuleert en versnelt. Zo zorgen we er samen voor dat iedere patiënt profiteert van de juiste behandeling op het juiste moment.

← #nieuws

Nederlandse Huntingtonpatiënt jaren langer in de wachtkamer? 

Het Amsterdamse biotechbedrijf UniQure komt verder op stoom in de strijd tegen de ziekte van Huntington, bericht het FD (achter inlog). Dankzij veelbelovende onderzoeksresultaten lieten enthousiaste beleggers de beurswaarde verviervoudigen en maakte UniQure dankbaar van het momentum gebruik om $345 miljoen op te halen voor verdere investeringen. Maar terwijl de internationale belangstelling groeit, blijft het Nederlandse zorgstelsel achter met een belangrijke uitdaging. We behandelen innovatieve gentherapieën namelijk nog steeds als elk ander geneesmiddel en stellen steeds stringentere eisen aan vergoeding hiervan.  Voor Huntington bestaat nog geen alternatief medicijn, maar zonder bewijs van levensverlenging – dat volgens berekeningen van het FD pas over twaalf jaar beschikbaar is – lijkt vergoeding onhaalbaar. Het wrange gevolg: een Nederlandse innovatie die mogelijk wereldwijd levens redt, dreigt voor Nederlandse patiënten buiten bereik te blijven. Laten we Nederlandse patiënten echt zoveel langer in de wachtkamer zitten, of gaan we met alle partijen in ons zorgstelsel met dit vraagstuk aan de slag?

← #nieuws

Nederlandse patiënten steeds verder in de kou 

Het is een bittere pil als je patiënt bent in Nederland: je moet steeds vaker, steeds langer -en regelmatig tevergeefs- wachten tot je toegang krijgt tot een nieuw geneesmiddel. De dokterstas is in Nederland minder goed gevuld dan in andere landen. Dat zou alle alarmbellen moeten doen rinkelen. De Nederlandse zorg kraakt namelijk al in haar voegen. Het aantal patiënten groeit gestaag, terwijl het aantal zorgverleners achterblijft. Bij veel Nederlanders groeit de onrust: wie zorgt er straks nog voor mij? Toch blijft de overheid enkel kortzichtig knijpen op kosten, terwijl iedereen op zijn klompen aanvoelt: de zorg houdt het zo niet lang meer vol. Het is tijd dat we juist investeren in de zorg en onze gezondheid weer op de eerste plek zetten. Er moet wat gebeuren, en snel ook. 

Nederlandse patiënt steeds verder achteraan in de wachtrij 
De feiten liegen er niet om: we slagen er in Nederland steeds minder goed in om geneesmiddelen in de dokterstas en bij de patiënt te krijgen. Van alle geneesmiddelen die tussen 2020 en 2023 geregistreerd zijn, is slechts 58% in Nederland beschikbaar. Patiënten wachten bovendien steeds langer op nieuwe behandelingen. Gemiddeld zo’n 459 dagen, nadat ze al veilig en effectief bevonden zijn. In een internationale vergelijking zijn we daarmee in slechts drie jaar tijd van een vijfde naar een elfde plaats gekelderd. Waar Nederlandse patiënten moeten wachten, krijgen patiënten in andere landen regelmatig al wel toegang.  

Hollandse zuinigheid staat investeren in onze gezondheid in de weg 
Hoe het komt dat patiënten in het buitenland wel toegang kunnen krijgen tot geneesmiddelen, die hier (nog) niet beschikbaar zijn? Dat is uiteindelijk gewoon een keuze. In Nederland zijn we simpelweg strenger als het om het benutten van innovaties aankomt. We vragen meer of ander bewijs dan andere landen en willen daar het liefst ook nog eens minder voor betalen. De Nederlandse zunigheid slaat inmiddels flink door: we leggen internationale wetenschappelijke richtlijnen naast ons neer, hebben de lat fors verhoogd voor toelating van nieuwe kankergeneesmiddelen en houden krampachtig vast aan uitkomsten die er in de ogen van patiënten steeds minder toe doen, zoals ‘algehele overleving’. Niet gek dat bedrijven er dan voor kiezen om geneesmiddelen eerst in andere landen op de markt te brengen. Toch is de bezuinigingshonger niet gestild, getuige het nu lopende traject Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen, waarin met burgers wordt gefilosofeerd over hoe en waar we ‘verantwoord’ nóg vaker ‘nee’ kunnen verkopen aan patiënten.  

Het huidige nationale beleid om het zorginfarct te managen, is als het afknijpen van de bloedtoevoer bij een hartinfarct – het werkt averechts. Zo’n halfvolle dokterstas beperkt immers het assortiment, maar niet automatisch de kosten. Zelfs als we per direct totaal geen innovaties meer toe zouden laten, stijgen de zorgkosten de komende jaren, mede door de vergrijzing, gewoon door. Vernieuwing wordt in Nederland te vaak afgedaan als een luxe, een optionele of zelfs onnodige extra uitgave, in plaats van als noodzaak, een cruciaal element van de oplossing om het zorginfarct te verlichten. Hoewel elke extra euro die we aan zorg uitgeven er twee te veel zijn in de ogen van het Ministerie van Volksgezondheid en Financiën, is juist een maatschappelijke discussie die deze context achterwege laat geen stuiver waard.  

Van pleisters plakken naar gezondheid op maat 
Willen we beterschap voor patiënten en burgers, dan moeten we onze gezondheid weer op één zetten en slimmer ruimte maken voor innovaties. Hoe zonde is het anders dat we wél continu investeren in onderzoek en ontwikkeling, en elke doorbraak met trots vieren, maar die vooruitgang niet bij de patiënt willen of kunnen brengen? Laten we stoppen met pleisters plakken op een zorgstelsel dat gebouwd is voor een fundamenteel andere tijd. Een vervlogen tijd van handgeschreven recepten en faxberichten, met minder patiënten en minder behandelmogelijkheden, waarbij behandelingen nog vaak hetzelfde waren voor iedereen. Dat past niet meer in het hier en nu. Dankzij innovatie kunnen we juist wél steeds vaker maatwerk bieden. En dat is belangrijk, want iedere patiënt is anders en heeft iets anders nodig. Dus laten we gezamenlijk die dokterstas zo goed mogelijk vullen. Het is tijd om te investeren in gezondheid op maat.  

← #nieuws

Slimmere spelregels voor de ATMP-markt vergen samenwerking

Advanced Therapy Medicinal Products (ATMPs) verdienen innovatieve markten, aldus hoogleraar Innovatie- en Transitiestudies Wouter Boon. Bij die boodschap sluit hollandbio zich helemaal aan! Deze veelbelovende categorie aan nieuwe behandelmogelijkheden laat zich namelijk maar moeilijk inpassen in het huidige zorgstelsel. Aan innovatieve ideeën die beterschap beloven gelukkig geen gebrek. Zowel in de academie als het bedrijfsleven zit het immers in de aard van het beestje om blijvend naar verbetering te zoeken: of het nu gaat om kennis of kunde op o.a. op het vlak van productiemethoden, verdienmodellen en vergoedingen. Wel doen we er goed aan ons te realiseren dat als we écht meters willen maken voor die innovatieve markt, je als bedrijfsleven of academie alleen weliswaar sneller gaat, maar samen vaak een stuk verder komt.  

← #nieuws

Systeem gijzelt patiënt 

Het systeem van geneesmiddelenontwikkeling werkt niet meer voor de patiënt, aldus de Amsterdamse hoogleraar Carla Hollak. In een interview met Follow the Money gaat ze in op een patstelling tussen academie, overheid en bedrijfsleven, die zorgt dat patiënten in de kou staan.

Hollak beschrijft in het interview (achter inlog) hoe overheid, academie en bedrijven met elkaar verweven zijn: de overheid ziet graag dat ondernemende universiteiten geld uit de markt halen, waardoor academische ziekenhuizen sterk moeten leunen op onderzoeksgelden uit de industrie, of proberen onder de noemer valorisatie zo’n groot mogelijk stuk van de taart te krijgen bij het uitgeven van licenties.  

Wanneer een geneesmiddel vervolgens vergoed moet worden, liggen bedrijven en overheid met elkaar in de clinch over wat de toegevoegde waarde van het middel is, en welk prijskaartje daaraan mag hangen. De discussie gaat hier vaak over hoe zeker we weten dat het geneesmiddel werkt, en wie het onderzoek dat hiervoor nodig is zou moeten betalen.  

Via programma’s als het Orphan Drug Access Protocol probeert Hollak – met succes – nieuwe manieren uit om geneesmiddelen met zowel veel potentie als onzekerheid, toch bij patiënten te krijgen. Volgens hollandbio is dit een mooi voorbeeld waar verzekeraars, artsen én bedrijven hun nek uitsteken om samen vergoeding mogelijk te maken. 

Terwijl bedrijven, overheid en academie met elkaar overhoopliggen om de deal voor zichzelf zo goed mogelijk te maken, kampen patiënten met een teruglopende beschikbaarheid van geneesmiddelen en langere wachttijden voor toegang. Dat kan de bedoeling niet zijn. Hollandbio wil dan ook niet langer het systeem, maar de patiënt centraal zetten. Door innovatie meer ruimte te geven, en juist samen te gaan werken aan een optimale inzet van technologie kunnen we zorgen dat iedereen de juiste behandeling krijgt. Dat betekent ook dat we afscheid moeten nemen van het huidige systeem, dat nou eenmaal gemaakt is voor een andere tijd. Nu is het tijd voor gezondheid op maat. 

← #nieuws

(On)gepast gebruik van diagnostiek  

,

Net als het Zorginstituut, vindt hollandbio het van groot belang dat we geneesmiddelen gepast gebruiken, zodat we patiënten gezondheid op maat kunnen bieden. Daarom pleiten ook wij vol voor de beschikbaarheid en inzet van betrouwbare diagnostiek, waarmee we tijdig kunnen vaststellen welke patiënten wel of geen baat hebben bij een behandeling én nare bijwerkingen kunnen helpen voorkomen. Een recent technisch standpunt van het Zorginstituut (ZIN) stemt ons daarom op het eerste gezicht positief: whole genome sequencing (WGS) wordt erkend als verzekerde zorg voor verschillende typen tumoren veroorzaakt door een zogenaamde NTRK-genfusie. Toch roept dit bij hollandbio vragen op over de daadwerkelijke toepassing van WGS in de praktijk. ZIN geeft namelijk aan deze moleculaire diagnostiek alleen in te willen zetten bij patiënten die alle standaardbehandelingen hebben doorlopen én nog in voldoende conditie verkeren. Dat betekent dat we ook op dit moment in Nederland patiënten eerst nog bloot stellen aan een reeks behandelingen volgens de richtlijnen, met alle bijkomende bijwerkingen van dien, voor we investeren in de juiste diagnostiek om passende zorg te realiseren. De wereld op zijn kop.

Je zal het maar hebben: een zogenaamde NTRK-mutatie, waardoor je lichaam abnormale eiwitten maakt die tot kanker kunnen leiden. Gelukkig zijn sinds 2023 behandelingen tegen deze vorm van kanker beschikbaar. Het enige probleem? Het vinden van patiënten met zo’n mutatie. We kijken namelijk bij mensen die zich melden met kanker niet standaard naar de aanwezigheid van een NTRK-fusiegen, simpelweg omdat maar weinig mensen de botte pech hebben om zo’n gen hebben. Volgens ZIN en diverse andere belanghebbende partijen wegen de druk op de zorgkosten en de potentiële uitdagingen voor de uitvoerbaarheid daarom zwaarder dan zorgen dat de patiënt in één keer de juiste behandeling krijgt. Een gemiste kans, die wat hollandbio betreft juist haaks staat op de wens om met gepast gebruik nú en in de toekomst nare bijwerkingen bij patiënten te voorkomen. 

We snappen bij hollandbio heus wel dat het een uitdaging is om te bepalen welke diagnostiek we in moeten zetten, zodat we patiënten goed kunnen behandelen én grip houden op de zorgkosten. Maar uit het standpunt blijkt ook duidelijk dat de komende jaren nog veel meer precisie-geneesmiddelen beschikbaar gaan komen, waardoor en waarvoor betrouwbare diagnostiek een steeds belangrijkere rol gaat vervullen. Toch blijven we vasthouden aan een systeem waarin diagnostiek ondergeschikt is aan behandeling. Waarin elke diagnostische test zich voor elke individuele mutatie moet bewijzen. En waarin we patiënten pas toegang geven tot deze diagnostiek en de daarop volgende precisiegeneeskunde als alle andere -veelal intensieve- behandelopties zijn uitgeput, en patiënten ondanks alle bijwerkingen nog ‘fit genoeg zijn’. Hollandbio pleit voor een kantelpunt: laten we diagnostiek niet langer zien als sluitpost, maar als startpunt. Zodat we patiënten vanaf het begin de juiste zorg kunnen bieden, hun data kunnen dienen als motor voor een lerend zorgsysteem en we gepast gebruik met elkaar eindelijk écht gepast kunnen maken. 

← #nieuws

Kapers op de kust

In een artikel in Follow the Money lezen we hoe artsen in het Erasmus MC ontdekten dat een vergeten, oud geneesmiddel effectief was tegen een uiterst zeldzame en dodelijke kinderziekte. In plaats van zelf een handelsvergunning aan te vragen voor het geneesmiddel, sloot het ziekenhuis een – voor beide partijen lucratieve – deal met het Zweedse bedrijf Egetis. Het bedrijf stelde een dossier op en kreeg marktvergunning van EMA, daarbij profiterend van de stimuleringsmaatregelen voor de ontwikkeling en registratie van weesgeneesmiddelen, waaronder tijdelijke marktexclusiviteit en het recht om zelf de vraagprijs vast te stellen. Nu kunnen we allemaal wéér roepen hoe schandelijk dat is, of eindelijk werk maken van echte oplossingen. Want hoewel vijf jaar oud, onze oproep blijkt nog even actueel: voorkom een rel, registreer snel.  

← #nieuws

Kankerbehandelingen geschrapt uit de dokterstas

,

Een zwarte dag voor kankerpatiënten: voor het eerst verdwijnen op aangeven van het Zorginstituut (ZIN) een aantal geneesmiddelen uit de dokterstas. Zij komen niet langer voor vergoeding via het basispakket in aanmerking. Het is de zoveelste noodgreep waarmee onze overheid de zorgkosten in bedwang probeert te houden. Een schamele pleister op een zorgsysteem waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum verstreken is. Net als bij patiëntenorganisaties geeft het bij hollandbio een wrange nasmaak.

Kwaliteit en toegankelijkheid onder druk 

Net als de Patiëntenfederatie ziet hollandbio dat de kwaliteit van en de toegankelijkheid tot zorg, waaronder ook tot (nieuwe) medicijnen, onder grote druk staat in Nederland. Liever gisteren dan vandaag werken wij daarom mee aan structurele oplossingen die gezondheidswinst, betaalbaarheid en innovatie hand in hand laten gaan. In onze optiek vraagt dat om een aanpak die meer aansluit bij de flinke stap voorwaarts naar een lerend zorgsysteem, zodat we in samenwerking met elkaar in de praktijk kunnen vaststellen wat wanneer voor wie de best passende behandeling is.   

Doet geen recht aan wat patiënten zelf belangrijk vinden 

In plaats van een echte oplossing voor de uitdagingen van vandaag te zoeken, zien we het Zorginstituut nu weer een pleister plakken op het bestaande zorgsysteem, met een besluit om voor een deel van de kankerpatiënten de vergoeding van PARP-remmers te stoppen. Ook de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) voelt zich tekortgedaan door deze actie, zo blijkt uit hun reactie: ‘We zijn vooral bezorgd dat de gehanteerde uitkomstmaat voor “meerwaarde” zich beperkt tot enkel de gemiddelde overlevingswinst van de gehele groep behandelde patiënten. Hiermee wordt geen recht gedaan aan wat patiënten zelf belangrijk vinden. Voor hen is kwaliteit van leven en behoud van regie minstens zo belangrijk als overleving en overlevingswinst in maanden.’ 

Geen goed onderbouwde conclusie 

In de praktijk ziet NFK wel degelijk patiënten die baat hebben bij de middelen die nu uit het pakket gehaald zijn. De gemiddelden uit klinische studies die ZIN meeweegt, vertellen volgens hen maar een deel van het verhaal. Volgens het NFK zegt het besluit van ZIN iets over de manier waarop zij naar de waarde van behandelopties kijken. De uitkomst van de huidige herbeoordeling had, gebaseerd op de nieuwe data namelijk ook kunnen zijn dat er geen goed onderbouwde conclusie getrokken kan worden. Extra pijnlijk is daarbij dat het Zorginstituut op de stoel van de patiënt – en de arts – plaatsneemt, door voor in plaats van met hen vast te stellen wat de best passende uitkomstmaat is.  

Herbeoordeling van het zorgsysteem 

Ook hollandbio vindt het wrang en onverteerbaar dat patiënten en artsen door dit besluit niet meer uit een volle dokterstas kunnen putten. We vragen ons daarbij ook af of dit een zinnige exercitie is. Wanneer een behandeling niet (voldoende) resultaat oplevert, kunnen patiënt en arts deze immers ook nu al stopzetten. In plaats van geneesmiddelen uit het assortiment te schrappen, kunnen we beter samen kijken hoe we een flinke stap voorwaarts zetten naar een zorgsysteem waarin we aan de hand van praktijkdata kunnen leren voor welke mensen middelen wél van meerwaarde zijn. Met minder, minder, minder behandelingen wordt de zorg niet direct beter. Van gerichte inzet des te meer. Het is dan ook zinniger om niet afzonderlijke geneesmiddelen te herbeoordelen, maar ons na al die jaren met pleisters volgeplakte zorgsysteem. 

← #nieuws

Doorlooptijden tot vergoeding van geneesmiddelen: is de top bereikt?

, ,

Nieuwe geneesmiddelen vormen de drijvende kracht achter de vooruitgang in de zorg. Patiënten die twintig jaar geleden misschien nog in een uitzichtloze situatie zaten, kunnen nu weer naar school, werken en volop meedoen aan het leven. Maar nog niet iedereen heeft op dit moment al uitzicht op een behandeling. Daarom is het essentieel dat we zorgen dat nieuwe geneesmiddelen op de juiste manier zo snel mogelijk beschikbaar komen. Hollandbio doet elk jaar onderzoek naar hoe de route van lab naar praktijk eruit ziet. Op deze manier dragen we bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelontwikkeling, -registratie en -vergoeding.

Zonder add-on geen geneesmiddel

Elk jaar onderzoekt hollandbio de doorlooptijden tussen registratie bij de EMA en add-on toekenning voor nieuwe intramurale geneesmiddelen. Dit is een cruciale stap op de weg van lab naar praktijk, want met een add-on kunnen ziekenhuizen geneesmiddelen declareren bij de zorgverzekeraar. Zonder add-on zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Wel een belangrijke kanttekening: een add-on regelt alleen hóe er betaald gaat worden. Óf het geneesmiddel daadwerkelijk wordt vergoed is een andere overweging van zorgverzekeraars of, in het geval van sluisgeneesmiddelen, de overheid. De doorlooptijden die wij in ons onderzoek laten zien geven dus een minimale inschatting van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.

Doorlooptijden in de sluis blijven doorstijgen

Gemiddeld duurt het 410 dagen na EMA-registratie tot een nieuw geneesmiddel een add-on krijgt toegekend. Bij slechts 6 geneesmiddelen duurde dit korter dan 100 dagen. En de laatste keer dat dit lukte was in 2022. Bij vorige edities van dit onderzoek zagen we een stijgende trend in de doorlooptijden. Die zien we nu niet meer. De mediane doorlooptijd van alle geneesmiddelen is zelfs iets gedaald, van 371 dagen in 2020 tot 349 dagen in de eerste helft van 2025. Voor weesgeneesmiddelen zien we zelfs een daling: de mediane doorlooptijd was voor deze groep in 2020 nog 527 dagen, in de eerste helft van 2025 bedroeg deze 409 dagen. Niet bij alle geneesmiddelen gaat de data de goede kant op. Bij geneesmiddelen die in de sluis zitten zien we de doorlooptijden toenemen van mediaan 482 dagen in 2020 tot 562 dagen in de eerste helft van 2025.

Wat we in de data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die nog onderweg zijn richting add-on, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. Dat dat er sowieso een aantal zijn, is wel uit onze monitor op te maken. In 2024 en de eerste helft van 2025 zijn elf nieuwe intramurale geneesmiddelen vergoed, terwijl er in dezelfde periode in totaal 46 nieuwe geneesmiddelen bij de EMA zijn geregistreerd. Hier zitten wel ook extramurale middelen bij.

Op naar beneden

Het mag duidelijk zijn dat de lange doorlooptijden tussen registratie en vergoeding hollandbio een doorn in het oog zijn. Wij hopen dat we nu de top bereikt hebben, en dat we volgend jaar een daling kunnen laten zien. Volgens hollandbio is vol inzetten op gezondheid op maat de beste manier om dit te bereiken. Werk je aan geneesmiddelen(beleid), heb je ideeën over de toegang tot geneesmiddelen of wil je simpelweg je mening kwijt? Wij gaan graag met je in gesprek! Stuur een mail naar hollandbio’s Thomas, dan zetten wij de koffie klaar.