← #nieuws

Maak de zorg beter

,

Onze zorg draait op een systeem dat goed paste bij de uitdagingen waar het voor ontworpen is, maar niet meer aansluit op de realiteit van vandaag. Het aantal patiënten groeit, zorgverleners staan onder druk en innovaties vinden onvoldoende hun weg naar de praktijk. Terwijl baanbrekende behandelingen beschikbaar komen, stranden zij in verouderde beoordelingskaders en starre regels. Het MAUG‑advies bouwt door op dat oude systeem, terwijl de uitdagingen van vandaag vragen om nieuwe spelregels. Wij delen de ambitie om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, maar zien dat het huidige systeem piept en kraakt. Juist de patiënt dreigt nu verder de dupe te worden. In aanloop naar het Schriftelijk Overleg over dit advies waarschuwt hollandbio de Tweede Kamer: stop met de zoveelste pleister plakken en maak de zorg nu eens écht beter.

1. Patiënten wachten steeds langer op nieuwe behandelingen
Slechts 58% van de tussen 2020 en 2023 geregistreerde geneesmiddelen is beschikbaar in Nederland. We zakten af van de vijfde naar de elfde plek in Europa. Daarmee ontstaat een zorgelijk patroon: patiënten wachten langer, artsen beschikken over een steeds beperktere dokterstas, en het voorgestelde MAUG‑beleid dreigt deze beweging te versterken. Dat staat haaks op onze ambitie voor strategische autonomie, en op wat patiënten mogen verwachten van een welvarend land als het onze.

2. Het huidige systeem remt onderzoek en ontwikkeling af
Het MAUG‑advies benadrukt vooral kostenbeheersing, maar verliest de gevolgen uit het oog. Minder beschikbaarheid en strengere toelatingscriteria maken Nederland minder aantrekkelijk voor klinisch onderzoek. Daarmee missen patiënten niet alleen de geneesmiddelen van nu, maar ook die van morgen. De geadviseerde aanbevelingen zullen deze dalende trend alleen maar verder versnellen.

3. Verder internationaal afkeren schaadt Nederland
Het advies houdt onvoldoende rekening met de internationale verwevenheid van geneesmiddelenprijzen, zeker gezien de geopolitieke instabiliteit waarin het feit extra zal opvallen dat Nederland wereldwijd gezien ondermaats bijdraagt aan de kosten voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Een openbaar maximumtarief in Nederland werkt wereldwijd door. Als deze te laag is, kan dit ertoe leiden dat bedrijven ervoor kiezen hun innovaties later of zelfs helemaal niet in Nederland te introduceren. Strengere nationale regels maken ons investeringsklimaat bovendien kwetsbaarder, terwijl juist een aantrekkelijk ecosysteem een sleutelvoorwaarde is voor de Nederlandse ambitie om tot de wereldtop in biotech te behoren. We dreigen ons in de eigen voet te schieten.

4. Innovatie bittere noodzaak om toekomstige zorgvraag op te vangen
Ons zorgstelsel loopt vast. Het oude systeem, dat is gebouwd op standaardzorg en controle is niet gemaakt om goed om te gaan met toenemende patiëntaantallen en de groeiende mogelijkheden om zorg op maat te leveren. Innovatie is geen luxe waar we spaarzaam mee om moeten gaan, maar is juist keihard nodig om de alsmaar groeiende zorgvraag op te vangen. Harder stellingnemen tegenover de prijzen van geneesmiddelen lost echter niks op en werkt mogelijk zelfs averechts. Verder ingraven dreigt, terwijl we de loopgraven juist moeten verlaten. Samen met bedrijven, artsen, patiënten en overheid kunnen we zoeken naar een werkbaar optimum tussen toegankelijkheid en betaalbaarheid. Dáár ontstaat duurzame zorg.

5. Het is tijd voor een systeem dat wél klaar is voor de zorg van morgen
Nederland heeft alles in huis om wereldwijd koploper te zijn in biotechnologische innovatie: wetenschap van wereldniveau, sterke bedrijven en gemotiveerde zorgprofessionals. Wat ontbreekt, is een zorgsysteem dat innovatie eerlijk kan beoordelen en ruimte biedt voor nieuwe oplossingen. Daarom pleiten wij voor een gezamenlijke zoektocht naar gedeelde waarden: wat vinden wij écht goede zorg? Wat is maatschappelijk aanvaardbaar? En welke spelregels passen bij de behandelingen van vandaag en morgen?

Wij nodigen beleidsmakers uit om niet verder te bouwen aan een systeem uit het verleden, maar samen te werken aan een toekomstbestendige zorgsector waarin innovatie niet wordt afgeremd, maar juist wordt benut. Alleen zo houden we de zorg goed, betaalbaar én beschikbaar.

 

← #nieuws

Hollandbio’s take on the EU Biotech Act Part I

, , , , , ,

Just before the holidays, the European Commission unveiled Part I of the EU Biotech Act, a long‑awaited signal that Europe aims to unlock biotech’s full potential. In recent weeks, we worked closely with our members to analyse the full proposal and share our recommendations with the Dutch government as it prepares its official response (the BNC fiche). Hollandbio is hopeful: Part I clearly holds promise for our sector. However, we are not there yet. Without proper EU and national resourcing, clearer choices and a broader scope, it still risks falling short of being the breakthrough Europe needs. In our overall position and more detailed assessment we explain where Europe takes meaningful steps forward, where it falls short, and what must be sharpened to enable a framework that truly supports biotech from early R&D through to market uptake. Do you see opportunities, gaps or must-haves for Part I as well as Part II (expected Q3 2026)? We’d love to hear from you as we continue engaging with ministries and stakeholders to secure the best possible conditions for biotech to scale and thrive in Europe!

← #nieuws

Europa herziet farmaceutische wetgeving en start onderhandeling over Critical Medicines Act

In Brussel halen Europarlementariërs, lidstaten en Commissie opgelucht adem deze kerstvakantie nu er een deal is bereikt over de herziening van de Europese Farmaceutische Wetgeving én helder is dat waarschijnlijk in 2026 de trilogen over de Critical Medicines Act van start gaan. Toch krijgt hollandbio de indruk dat nog niet helemaal is doorgedrongen hoe nijpend de situatie voor de farmaceutische industrie in Europa inmiddels is, te midden van de geopolitieke ontwikkelingen die de sector in haar greep houden.

Hollandbio zag de herziening van de farmaceutische wetgeving vanaf het begin als een grote kans. Alleen in plaats van bij te dragen aan de door ons zo gewenste en broodnodige beweging naar gezondheid op maat, is het resultaat een bonte verzameling van maatregelen geworden die enerzijds inzetten op aanjagen van innovatie en anderzijds betaalbaardere geneesmiddelen voor ogen hebben. De definitieve herziening bevat daarmee, afgaand op de samenvatting, zowel plussen als minnen. Zo zijn we positief over de modernisering van processen en het feit dat er meer ruimte komt voor innovatieve technologie, maar vrezen we ook dat de introductie van een ‘modulaire’ beschermingsduur leidt tot meer onzekerheid voor het bedrijfsleven. En tot slot vormen de verplichtingen rond lanceringen en toeleveringsketens in toenemende mate een uitdaging voor het bedrijfsleven, vooral als daar niet ook toezeggingen of zekerheden vanuit lidstaten zelf tegenover staan. Vol spanning wachten we daarom de finale wettekst -en de daarop volgende implementatie- af. 

Sinds de start van de wetsherziening is de wereld om ons heen flink veranderd. Te midden van al het geopolitiek geweld is onder stoom en kokend water nóg een wetsvoorstel opgetekend: de Critical Medicines Act. Deze moet de toegang, productie en leveringszekerheid van ‘kritieke’ geneesmiddelen veiligstellen. Met een mandaat van de Raad van Europa op zak starten naar verwachting in 2026 de trilogen hierover, zodra het Europees Parlement tot een gezamenlijke inzet komt. Of deze wet een Europese oplossing biedt, of juist weer een extra horde vormt, zal de tijd leren. Innoveren, produceren en leveren is in ieder geval niet makkelijker geworden voor het bedrijfsleven, dat werkt met enorm complexe, internationale leveringsketens. 

Hollandbio vraagt zich af of Europa zich niet een beetje verslikt in haar wensenlijstje voor het nieuwe jaar, waarin zij voornamelijk veel vraagt van bedrijven, zonder harde eigen toezeggingen en zonder de benodigde randvoorwaarden. Innovatie aanjagen, strategisch autonoom willen zijn én binnen (nationaal) budget toegang tot geneesmiddelen garanderen: dat is geen haalbare combinatie als we op dezelfde voet doorgaan. Zeker niet nu het Most Favored Nation Pricing-beleid ook vanuit de Verenigde Staten druk uitoefent om Europa -naast defensie- ook op het gebied van geneesmiddelen een eerlijker deel van de innovatierekening te laten betalen.  

← #nieuws

Denk en praat met ons mee over de toekomst van onze gezondheid 

,

Wie zorgt er straks nog voor mij? Over die vraag sprak hollandbio de afgelopen weken met en bij diverse leden en organisaties, waaronder Bristol Myers Squibb, Gilead, MSD en argenx. Want dat het zorgstelsel steeds verder vastloopt zien en voelen we allemaal. Als we blijven doen wat we altijd deden, krijgen we wat we altijd kregen en moet in 2060 één op de drie mensen in de zorg werken – aldus de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Reken maar eens uit hoe oud jij dan bent. Of je kinderen. Maak jij je nu ook zorgen? Denk en praat gerust eens met ons mee: we komen graag op verzoek naar je toe(r) om een lunch&learn te geven!

← #nieuws

Niet meer of minder, maar vooral slimmer investeren in de zorg

Wie zorgt er straks nog voor mij? In aanloop naar de verkiezingen schrok menig lezer van krantenkoppen zich rot van de menukaart van het Centraal Planbureau (CPB) met opties voor bezuinigingen door politieke partijen. Hollandbio incluis. Moeten we de nieuwe NAVO-norm écht met onze gezondheid gaan betalen?  We klommen gelijk in de pen met de oproep om de zorg toch vooral niet op slot te zetten, zodat er ruimte blijft om ons uit het zorginfarct te innoveren. Gelukkig volgde het CPB afgelopen week op met een schrijven waaruit blijkt dat de soep nog niet zo heet gegeten wordt, maar waaruit helaas ook nog weinig alternatieven spreken. En hoewel we als hollandbio de vragen en uitdagingen die het CPB schetst evenwel (h)erkennen, dragen wij toch liever ons steentje bij aan structurele oplossingen. Niet langer pleisters plakken, maar samen werken aan beterschap.

De afgelopen weken struikelde de ene na de andere partij over elkaar heen om te duiden hoe onverstandig een slot op het basispakket is. Niet alleen omdat het nauwelijks uitvoerbaar en onrealistisch is, maar ook omdat het -even platgeslagen- nergens op slaat. “De stijging van de zorguitgaven gaat al jaren ongeveer gelijk op met de groei van de economie”, tekent gezondheidseconoom Xander Koolman voor BNNVARA op. Het beeld dat de zorg een steeds grotere hap uit het inkomen neemt, klopt volgens Koolman niet. Ook journaliste Mirjam de Rijk gaat hier in een prachtig artikel “Hoezo ‘dat wordt dokken straks’?” (achter paywall) op in bij de Groene Amsterdammer. Waar bestuurders weliswaar uit lijken op minder uitgaven aan de zorg, blijkt dat burgers juist vinden dat hier méér geld heen mag. De oplossingsrichtingen die De Rijk schetst voor deze zorgkloof beginnen en eindigen met een nuchtere, Nederlandse blik op de cijfers en zijn wat hollandbio betreft een must read voor iedereen in de sector.

In al het communicatiegeweld sloeg de Patiëntenfederatie wat hollandbio betreft de spijker nog het meest op zijn kop: “het probleem is het systeem, niet de vraag naar zorg”. Slechte samenwerking, inefficiënte processen en verkeerde financiële prikkels maken dat patiënten onnodig lang wachten op zorg, niet de behandeling krijgen waar ze om vragen of van het kastje naar de muur gestuurd worden. Want laten we eerlijk zijn, eigenlijk iedereen kan hierbij wel één of meerdere voorbeelden noemen. Vaak ook vooral de voorbeelden waarbij het eigen straatje schoon blijft, en het de ‘ander’ is die een werkwijze moet wijzigen.

Kritisch met elkaar blijven kijken naar wat er wel werkt en wat niet, en voor wie wel en voor wie niet lijkt het sleutelwoord, of we dat nu gezondheid op maat noemen, of passende zorg. En kritisch kijken, dat kunnen we allemaal als geen ander. Maar zullen we het komende jaar eens kijken of we dat meer in samenhang kunnen doen, met elkaar, in plaats van allemaal vanuit onze eigen silo? Ook verzekeraars roepen inmiddels op tot een breed debat over de toekomst van onze zorg (achter paywall) en ook het eerder aangehaalde CPB vraagt nadrukkelijk om haalbare ideeën en concrete uitwerkingen. Wij denken en helpen in ieder geval maar wat graag mee – juist ook waar het schuurt. Want durven we samen te vernieuwen, dan houden we de zorg toekomstbestendig, toegankelijk en betaalbaar voor iedereen.

← #nieuws

Minister zegt ‘nee’ tegen vergoeding Enhertu® 

Teleurstellend nieuws: patiënten met uitgezaaide HER2-low borstkanker blijven verstoken van een effectieve, nieuwe behandeling. Minister Bruijn laat weten niet over te gaan tot de vergoeding van Enhertu® (trastuzumab-deruxtecan). Hetzelfde lot treft twee andere middelen, die de minister met wrange efficiëntie in één brief uitsluit van het verzekerde pakket. Hollandbio vindt het domweg onacceptabel dat effectieve geneesmiddelen buiten bereik blijven van degenen die ze nodig hebben. Zeker in een welvarend land, dat prat gaat op zijn kwaliteit van zorg, samenwerking en innovatie. De patiënt verdient beter – en Nederland ook. Wat ons betreft kan en mag dit besluit dan ook geen eindpunt zijn. Wij roepen alle betrokken partijen op om het gesprek open te houden en samen te zoeken naar oplossingen, zodat patiënten niet langer hoeven te wachten op de zorg die ze verdienen. 

← #nieuws

Minister zegt ‘nee’ tegen vergoeding Carvykti® 

Teleurstellend nieuws: patiënten met een terugkerende of niet-reagerende vorm van beenmergkanker, multiple myeloom (RRMM), die ten minste drie voorgaande behandellijnen hebben ondergaan blijven verstoken van een effectieve, nieuwe behandeling. Minister Bruijn laat weten niet over te gaan tot de vergoeding van Carvykti® (cilta-cel; ciltacabtagene autoleucel). Hetzelfde lot treft twee andere middelen, die de minister met wrange efficiëntie in één brief uitsluit van het verzekerde pakket. Hollandbio vindt het domweg onacceptabel dat effectieve geneesmiddelen buiten bereik blijven van degenen die ze nodig hebben. Zeker in een welvarend land, dat prat gaat op zijn kwaliteit van zorg, samenwerking en innovatie. De patiënt verdient beter – en Nederland ook. Wat ons betreft kan en mag dit besluit dan ook geen eindpunt zijn. Wij roepen alle betrokken partijen op om het gesprek open te houden en samen te zoeken naar oplossingen, zodat patiënten niet langer hoeven te wachten op de zorg die ze verdienen.

← #nieuws

Minister zegt ‘nee’ tegen vergoeding Xenpozyme® 

Teleurstellend nieuws: patiënten met ASMD (Niemann-Pick type A/B) blijven verstoken van een effectieve, nieuwe behandeling. Minister Bruijn laat weten niet over te gaan tot de vergoeding van Xenpozyme® (olipudase alfa). Hetzelfde lot treft twee andere middelen, die de minister met wrange efficiëntie in één brief uitsluit van het verzekerde pakket. Hollandbio vindt het domweg onacceptabel dat effectieve geneesmiddelen buiten bereik blijven van degenen die ze nodig hebben. Zeker in een welvarend land, dat prat gaat op zijn kwaliteit van zorg, samenwerking en innovatie. De patiënt verdient beter – en Nederland ook. Wat ons betreft kan en mag dit besluit dan ook geen eindpunt zijn. Wij roepen alle betrokken partijen op om het gesprek open te houden en samen te zoeken naar oplossingen, zodat patiënten niet langer hoeven te wachten op de zorg die ze verdienen. 

← #nieuws

Nederland hanteert dubbele preventiestandaard 

, ,

De eerste stappen richting een investeringsmodel voor preventie zijn gezet, met de publicatie van een richtlijn passend bewijs preventie. Hollandbio had goede hoop dat deze de status quo zou doorbreken, maar nu de hiertoe benodigde stappen uitblijven, overheerst teleurstelling. We signaleren een opvallende dubbele standaard in hoe Nederland preventieve oplossingen beoordeelt – een standaard die medische preventie structureel benadeelt.

Preventie: een absolute nobrainer én maatschappelijke plicht 
Ziekte voorkomen: het is de heilige graal in onze gezondheidszorg. Voorkomen is immers beter dan genezen. Preventie blijkt vaak een slimme investering in onze gezondheid en welvaart. Zo levert elke euro die we in vaccinatie investeren tot wel negentien keer zoveel op. Maar over of preventie überhaupt zou moeten renderen, of dat we het aan onze stand verplicht zijn, wierp CPB-directeur Pieter Hasekamp al eerder vragen op. Voorkomen zou, net als genezen, immers best wat mogen kosten.  

Toch zijn meerdere bewezen effectieve preventieve behandelingen simpelweg niet beschikbaar, omdat de overheid het budget voor de inkoop en uitvoer (nog) niet rond krijgt gerekend. Burgers wachten bijvoorbeeld gemiddeld tot wel negen jaar voor nieuwe vaccins hun arm bereiken, als ze die al bereiken. Een doorn in het oog van hollandbio, dat al langer pleit voor meer structureel budget voor preventie. Ook de SER pleit al langer voor een transitie van nazorg naar voorzorg. Iedereen voelt immers wel aan dat je zorg beter kan voorkomen, dan achteraf pleisters te plakken. Al helemaal nu de druk op de zorg steeds verder oploopt. De Nederlandse zorg kraakt immers nu al in haar voegen. Tijdens de verkiezingscampagne kwam de onrust naar voren die bij veel mensen groeit: wie zorgt er straks nog voor mij? Daar moeten we snel wat aan doen, en gelukkig kan dat ook.  

Investeringsmodel preventie moet de status quo doorbreken 
Reikhalzend kijkt hollandbio daarom uit naar de komst van een investeringsmodel voor preventie, dat die voorzorg een stuk makkelijker moet gaan maken. De eerste piketpaaltjes hiervoor zijn afgelopen week geslagen, in de vorm van een richtlijn passend bewijs preventie. Met deze richtlijn breekt de gelijknamige adviescommissie een lans voor ruimte om in de praktijk te bouwen aan het bewijs voor preventieve interventies. Dat is belangrijk, omdat gezondheidseffecten vaak pas op termijn zichtbaar zijn, of bijvoorbeeld omdat de manier waarop we een interventie in de praktijk in willen zetten soms afwijkt van hoe deze in studies is onderzocht. Hollandbio leest de richtlijn daarom graag als een welkome opmaat naar het lerende zorgsysteem dat wij nastreven.  

Medische interventies krijgen nadeel van de twijfel 
Maar wat schetst nu onze verbazing? Medische preventiemaatregelen blijven gek genoeg liggen. De commissie cirkelredeneert zich er simpelweg onderuit: de lat voor medische interventies ligt een stuk hoger, omdat hier de meetlat van het Zorginstituut en de Gezondheidsraad geldt – die hogere eisen stellen. Als verklaring voor die afwijkende lat voert de commissie aan dat medische interventies ook gezondheidsschade kunnen geven, bijvoorbeeld in de vorm van bijwerkingen. Terwijl dat in wezen voor elke preventieve interventie geldt: iedereen die wel eens sport, weet dat je ook daardoor geblesseerd bij de fysio of in het gips kan belanden.  Hoewel de commissie zelfs adviseert passend bewijs een stuk consistenter te beoordelen, laten ze wat hollandbio betreft een belangrijke kans liggen om dat ook daadwerkelijk te doen: dit is immers hét moment om tot één richtlijn te komen. Want als niet nu, dan wanneer – en door wie? 

Eén richtlijn: ruim baan voor preventie 
Met enige regelmaat hoort en leest hollandbio dat investeren in preventie, leefstijl en leefomgeving de voorkeur geniet boven medische interventies en met deze richtlijn krijgen niet-medische interventies dan ook een streepje voor. Maar waarom? Er valt natuurlijk veel voor te zeggen om sociaalmaatschappelijke en/of leefstijlinterventies consistenter te versterken – daar zijn we bij hollandbio ook voorstander van. ‘Gewoon demedicaliseren’ is ieders ideaal, maar helaas niet altijd realistisch of haalbaar. We weten domweg niet of het overhevelen van budget voor medische interventies naar niet-medische preventieve maatregelen net zo veel gezondheidswinst oplevert. Wat is dan wijsheid? Niet-medische interventies tegen dezelfde hoge lat leggen als medische interventies, in de wetenschap dat dit gevolgen heeft voor het prijskaartje? Of accepteren dat we bewijs achteraf – in de praktijk – vergaren, en sturen op lagere kosten? Welke keus ook: hollandbio ziet graag één lat voor preventieve interventies, in plaats van twee. 

Laat politici niet telkens bekvechten 
Hollandbio vraagt zich af wanneer voorzorg nu eindelijk net zo gewaardeerd wordt als nazorg? Terwijl de diverse moties en toezeggingen die aanleiding gaven tot de komst van het investeringsmodel juist leken voor te sorteren op het depolitiseren van keuzes over preventie, lijkt het er nu op dat politici nog altijd keer op keer ideologisch moeten blijven bekvechten over de vraag waar de collectieve verantwoordelijkheid ophoudt en de eigen verantwoordelijkheid begint. Volgens de commissie is het uiteindelijk een politieke afweging of haar richtlijn voor een preventieve maatregel volstaat, en wanneer een minder stevige bewijsvoering voldoende is. Zij levert slechts het instrumentarium op basis waarvan politieke keuzes gemaakt kunnen worden. En met die dubbele preventiestandaard dreigen we de keuzes over preventie, tot hollandbio’s ongenoegen, wéér over te laten aan de waan en politieke wind van de dag. 

Dezelfde meetlat 
Gelukkig zijn we nog niet terug bij af, aan het investeringsmodel wordt hard gewerkt en hollandbio blijft de vormgeving ervan natuurlijk nauwgezet volgen. Het kan namelijk niet voortbestaan dat we ook de komende jaren penny wise, pound foolish blijven omspringen met de onze gezondheidszorg, zelfs tot op het punt dat politici zelfs in hun boekhouding de zorg op slot besluiten te zetten en nog meer gereedschap van dokters dreigen af te pakken. Daar wordt niemand beter van, en natuurlijk willen politici daar ook helemaal niet toe overgaan. Sterker nog, die overbezorgde debatten over afzonderlijke interventies kunnen we allemaal wel missen als kiespijn. Laten we gezondheid weer op 1 zetten, en leg alles wat daaraan bijdraagt langs dezelfde meetlat. 

← #nieuws

De haalbare termijn voor een realistische transitie naar proefdiervrije innovatie 

, ,

Een verdere verschuiving van overheidsbudget voor dierproeven naar proefdiervrije alternatieven is op handen, nu de Eerste Kamer de aangepaste OCW-begroting heeft aangenomen. Een bijzondere aanloop, zag hollandbio, temeer de minister eerder nog aangaf de exploitatiesubsidie aan het BPRC te willen verlengen én daarbij al expliciet oog had voor een sterkere inzet op proefdiervrije modellen. 

Iedereen wil liever gister dan vandaag proefdiervrije alternatieven 

Net als de Kamermeerderheid gaat velen de Transitie Proefdiervrije Innovaties niet snel genoeg, zoveel is duidelijk. Heel Nederland is zo ongeveer verenigd in de wens om dierproeven algeheel te vervangen. Er wordt echter stevig gestreden om de termijn waarop dat gebeurt. Kort voor de verkiezingen bleek een begrotingswijziging een hoogoplopende splijtzwam. 

Hoofdpijndossier voor nieuw kabinet 

Naar aanleiding van bovengenoemd rapport en met eerdere rugdekking vanuit de Kamer op zak besloot Partij voor de Dieren-Kamerlid Kostić via een veelbesproken amendement op de OCW-begroting het overheidsbudget voor apenproeven bij het BPRC in vijf jaar om te buigen ten faveure van proefdiervrije alternatieven. En met succes, zo bleek nadat OCW-minister Moes na het commissiedebat te kennen moest geven dat hij Kostić’ aangenomen amendement onverkort zal uitvoeren. Evenwel benadrukte het demissionaire kabinet dat het vooralsnog nodig is om het BPRC als openbare onderzoeksinstelling te behouden – de tegenstrijdigheid in het amendement waar het kabinet op wees is namelijk allerminst van tafel. En daarmee is er een taai hoofdpijndossier beland op het bordje van het nieuw te vormen kabinet. 

Spannende stemming in de Eerste Kamer 

Ontwikkelingen als deze laten zien hoeveel spanning er op het dierproefdossier zit. Want waar een collectief aan wetenschappers in reactie op het amendement eerder nog met een brandbrief de noodzaak van proeven met non-humane-primaten (NHP) benadrukte, zorgde dit hooguit voor de toezegging dat de minister opties onderzoekt om het risico te vermijden dat lopende onderzoeksprojecten voortijdig stilvallen. Na een paginagrote advertentie, gesponsord door Stichting Proefdiervrij en PETA, waarin een ander collectief aan wetenschappers opriepen tot meer geld voor mensgericht biomedisch onderzoek besloot de Eerste Kamer de geamendeerde OCW-begroting toch niet in z’n geheel weg te stemmen.  

In 2026 meer duidelijkheid over noodzaak NHP-onderzoek 

Toch behoeft de schijnbare tegenstelling die de advertentie wekt nuancering. Geen enkele onderzoeker voert namelijk voor zijn lol dierproeven uit, maar we kunnen zoals het kabinet terecht opmerkt vooralsnog niet zonder. We werken allemaal, ook bij hollandbio, maar wat graag aan de komst en inzet van steeds meer en betere alternatieven. Alleen wil dat nog niet zeggen dat de volledige vervanging van dierproeven over vijf jaar, waar de Tweede Kamer voor heeft getekend, per se een haalbare termijn is. En juist daarom pleit hollandbio als partner van de Transitie Proefdiervrije Innovaties voor realistische stappen, stappen die we niet alleen willen maar ook kúnnen zetten. Daarvoor gaan we ook weer in gesprek bij de nieuwe Kamer en het volgende kabinet, dat nu dus nog eens goed kijkt naar de noodzaak van het NHP-onderzoek. Daarover volgend jaar meer duidelijkheid.