← #nieuws

Preventie: van zorg- naar gezondheidsplicht

Preventie is een hot topic. Toch komt het lastig van de grond. Het FD licht enkele uitdagingen toe: de businesscase die zich lastig verkoopt, de baten die meestal in een ander potje belanden dan de kosten… Een feest der herkenning voor HollandBIO. Wij willen echt werk maken van preventie, alleen wie wil die handschoen samen met ons oppakken?

Als het aan staatssecretaris Blokhuis en Menzis ligt, wordt preventie minder vrijblijvend. Zo zou de zorgverzekeringswet niet alleen een zorgplicht, maar ook een gezondheidsplicht moeten omvatten. Op dit moment is er nauwelijks tot geen verplichting om te investeren in preventie. Sterker nog, de  zorgverzekeringswet verbiedt collectieve preventie zelfs. En als het aan D66-Kamerlid Pia Dijkstra ligt, komt er een preventierapporteur die in de volgende kabinetsperiode succesvolle preventieprogramma’s inventariseert, zodat die in het hele land navolging kunnen krijgen.

Hoewel de focus van zorgverzekeraars nu nog op een beperkt aantal interventies ligt, ziet HollandBIO veel biotech-potentie. Van tools, testen en technologie die mensen in staat stellen om hun gezondheid te monitoren en te verbeteren, naar diagnostiek die de juiste inzet en ontwikkeling van innovatieve behandelingen kan bevorderen, tot de optimale inzet van de sterspelers van de preventiewereld: vaccins. Zullen we samen de route van lab naar praktijk verbeteren?

← #nieuws

Geef je op voor de Prix Galien Awards 2021

In Nederland worden sinds 1992 elk jaar de Galenus Geneesmiddelenprijs en de Galenus Researchprijs uitgereikt. Vanaf 2018, bij het 25-jarig bestaan van de Galenusprijzen is de naam, naar internationaal voorbeeld, definitief omgedoopt in respectievelijk Prix Galien, Prix Galien Pharmaceutical Award en Prix Galien Research Award.

De Pharmaceutical Award wordt toegekend aan het meest innovatieve en/of betekenisvolle middel dat in het voorgaande jaar is geïntroduceerd. De Research Award is bestemd voor een jonge wetenschapper of groep wetenschappers die baanbrekend werk heeft verricht. De prijzen bestaan uit een gouden medaille ontworpen door Albert de Jaeger (1908-1992), winnaar van de eerste Grand Prix de Rome. De Prix Galien Research Award bestaat tevens uit een geldbedrag van € 5.000.

Welk geneesmiddel, welke onderzoeker of welk innovatief product de prijzen winnen, wordt bepaald door een onafhankelijk vakjury met allen ruime expertise op de te beoordelen disciplines. De juryleden bestaan uit wetenschappers uit diverse farmaceutische en medische disciplines en vertegenwoordigers van (overheids)instellingen.

Kandidaten voor voor de Pix Galien Pharmaceutical en voor de Prix Galien Research Award kunnen hier online worden aangemeld. De deadline voor aanmeldingen is 31 januari 2021. De uiterste inzend datum voor het dossier is 31 maart 2021.

Kijk voor meer informatie op www.prixgalien.nl

← #nieuws

Sapreme Appoints Miriam Bujny as Chief Development Officer

Sapreme, a biotechnology company focused on improving the delivery and efficacy of macromolecule therapeutics, announced the appointment of Miriam Bujny, Ph.D., as Chief Development Officer. With over ten years of experience in drug discovery, translational science and early stage clinical development, Dr. Bujny will apply her expertise in RNA and antibody therapeutic development to further advance Sapreme’s proprietary endosomal escape platform through preclinical development. Dr. Bujny will be based at Sapreme’s headquarters in Utrecht, The Netherlands, and will report to the CEO.

“Throughout my career, I have seen the limitations of developing promising therapeutic candidates due to the lack of delivery into key cells,” commented Dr. Bujny, Chief Development Officer of Sapreme. “Sapreme is developing a promising platform, that has the ability to improve the delivery and thereby the efficacy for a broad range of macromolecules such as antibody-conjugated toxins and antisense oligonucleotides. I look forward to applying my experience and knowledge toward Sapreme’s mission of developing next-generation macromolecule therapeutics.”

Commenting on the appointment, Guy Hermans, Chief Executive Officer of Sapreme said, “After recently announcing positive preclinical data on our proprietary endosomal escape platform, we are now concentrated on building out our team to accelerate the development of our compounds and identifying the full potential of our platform in the different therapeutic areas. Miriam’s experience in drug discovery and development as well as her demonstrated ability to strategically and operationally lead projects toward the next stage of development will be a valuable asset to us. We welcome Miriam to the team and look forward to working with her.”

Over the last ten years, Dr. Bujny has held leadership positions in various drug discovery and clinical development roles. Prior to joining Sapreme, Miriam worked at ProQR Therapeutics, a Dutch biotech company developing RNA therapies for severe genetic disorders, as Senior Director R&D. During her time at ProQR, she led the early development activities for a novel RNA therapy for Fuchs’ endothelial corneal dystrophy, a common inherited eye disease, from lead candidate optimization toward clinical development preparations. She also headed the Translational Science department and oversaw biomarker and assay development activities across a variety of RNA therapy programs for rare diseases. From 2012 to 2016, she worked in various roles for Janssen, part of the Pharmaceutical Companies of Johnson & Johnson, where she established and headed the predictive biomarker department at the Janssen Prevention Center. Before that, she worked on anti-viral antibody therapy development and contributed to early clinical development as preclinical in vitro lead. Prior to this, Miriam worked at Crucell, before its acquisition by Johnson & Johnson, in the Innovation & Discovery Labs on antibody discovery and engineering.

Dr. Bujny holds a Ph.D. in biochemistry from the University of Bristol with a specialization in endosomal transport. She completed postdoctoral training in the lab of Dr. Xiaowei Zhuang at Harvard University, specializing in developing imaging methods in order to apply them to biomedical questions.

Source: Sapreme (Press release)

← #nieuws

Draaiboek implementatie coronavaccins nodig

,

Oud-RIVM-topman Ben van Zeijst draaide er in Nieuwsuur niet omheen: willen we in januari kunnen starten met vaccineren tegen corona, dan is een groot vaccinatieplan onmisbaar. Het is zaak ons nú al voor te bereiden.

Bij de invoer van coronavaccins zijn legio experts betrokken, die allemaal een stukje bijdragen aan de puzzel. Diverse partijen zitten al volop in deze voorbereidingen. CBG-directeur Ton de Boer lichtte vorige week vrijdag in Nieuwsuur uit hoe het CBG over de goedkeuring van vaccins gaat besluiten. Bij ontwikkelaars draait de productie in afwachting van dit resultaat alvast overuren. Daarnaast wachten we in spanning het advies van de Gezondheidsraad af, dat zich buigt over de hamvraag “wie eerst?”. En Agnes Kant, directeur van het bijwerkingencentrum Lareb, gaf op haar beurt eerder deze week bij Nieuwsuur aan hoe zij haar meldsysteem en mankracht opplust.

Hoewel we weten welke partijen stukjes aan moeten leveren, voelt het voor HollandBIO nog altijd of we bezig zijn met een enorme Wasgij-puzzel: een puzzel waarbij het eindresultaat op de doos ontbreekt. De eerder door VWS aangeboden routekaart biedt contouren, maar heeft niet de voor fabrikanten benodigde resolutie. Want onduidelijk blijft wie wanneer welke informatie moet hebben voor een soepele invoer, op het vlak van zowel de beoordeling, als de communicatie en de logistiek. Zullen we gauw samen met alle betrokken experts het resultaat van deze puzzel uittekenen?

Bekijk hier de Nieuwsuur-aflevering met Ben van Zeijst en Ton de Boer (vanaf 13.39), of lees hier het bijbehorende Nieuwsuur artikel.

Lees en bekijk hier het Nieuwsuur-fragment met Agnes Kant.

← #nieuws

Genen veilig gerepareerd in mini-organen

UMC Utrecht-onderzoekers zijn erin geslaagd om in mini-organen in het laboratorium fouten in genen te repareren. Ze hebben dit gedaan met prime editing: een nieuwe CRISPR-Cas9 techniek waarmee je veilig en accuraat DNA in het genoom van cellen kunt aanpassen. “Dit biedt perspectief om in de toekomst vele aandoeningen die door genetische afwijkingen worden veroorzaakt te genezen”, zegt hoofdonderzoeker Sabine Fuchs.

Dit onderzoek, uitgevoerd door de promovendi Imre Schene en Indi Joore (op de foto), is gepubliceerd in Nature Communications op 23 oktober.

De onderzoekers gebruikten onder meer leverorganoïden (mini-levers) van een patiënt met de ziekte van Wilson. Doordat deze patiënten koper niet goed kunnen verwerken, stapelt koper op in de lever en wordt het giftig. Ook in het lab sterven mini-levers van zulke patiënten bij blootstelling aan koper. Na genetische reparatie met prime editing bleven de organoïden van patiënten leven en groeien, zelfs in aanwezigheid van koper. Hetzelfde deden ze met darmorganoïden van patiënten met DGAT1, een ziekte waarbij vetten niet goed worden verwerkt en giftig worden. Dankzij genetische correctie konden darmorganoïden van patiënten wel overleven na blootstelling aan vet.

Zeven jaar geleden werd de CRISPR-Cas9 technologie voor het eerst toegepast om genen te knippen en plakken. Hierbij knip je een fout stukje DNA weg en bied je een nieuw, goed, stukje aan dat hopelijk in het DNA wordt ingebouwd. Dit blijkt in de praktijk niet altijd goed te gaan: het is erg foutgevoelig en inefficiënt. Sindsdien werken onderzoekers wereldwijd aan verfijndere methoden. Eén daarvan is base editing. Hiermee worden heel gericht gen-aanpassingen gemaakt. Het nadeel is dat base editing lang niet alle genetische foutjes kan corrigeren.

Prime editing is een nieuwe methode waarmee je in theorie vrijwel alle gendefecten kunt repareren. Sabine legt uit hoe het in grote lijnen werkt. “Bij prime editing wordt DNA niet doormidden geknipt, zoals met de schaar van CRISPR-Cas9, maar wordt een kleine incisie gemaakt in één van beide DNA-strengen. Op die plek wordt een nieuw stukje DNA geschreven door het prime-edit eiwit. Dit nieuwe DNA kan je zelf ontwerpen om zo vrijwel alle mogelijke patiëntmutaties te repareren. Dit nieuwe, gezonde stukje DNA kan vervolgens het foute stukje DNA vervangen, waardoor cellen weer correcte eiwitten kunnen produceren. Omdat het genetische materiaal gecorrigeerd is, zullen ook alle cellen die ontstaan na celdeling gecorrigeerd zijn. Het is dus een blijvende behandeling”

Met deze recent aan Harvard ontwikkelde techniek wordt nu wereldwijd veel geëxperimenteerd. In cellijnen in het laboratorium was het al gelukt precieze genetische aanpassingen te maken. “Nu zijn we er voor de eerste keer in geslaagd dit ook in organoïden direct afkomstig van cellen van patiënten te doen.” Organoïden zijn levende mini-organen, die in een schaaltje in het laboratorium gemaakt zijn van weefsel van een patiënt, en zo de genetische eigenschappen van deze patiënt dragen. “In deze organoïden zagen we dat we veel verschillende genetische veranderingen konden aanbrengen, veel meer dan mogelijk met bijvoorbeeld base editing. Ook vonden we geen nadelige genetische neveneffecten.”

De resultaten van dit onderzoek zijn een belangrijke stap in de richting van de behandeling van duizenden – tot nu toe onbehandelbare – aandoeningen die door een gendefect worden veroorzaakt. “Nu we weten dat de methode werkt zouden we cellen van zo’n patiënt in het lab kunnen repareren en ze vervolgens teruggeven. Een andere mogelijkheid is om genetische defecten te repareren in het lichaam van patiënten zelf. Natuurlijk is dit toekomstmuziek, maar wij werken hieraan om de vele onbehandelbare aandoeningen te kunnen verhelpen.”

Zo behandelt Sabine een jongetje met PFIC, een ernstige leveraandoening waarbij door een genetische afwijking galzouten niet goed kunnen worden afgevoerd. Omdat er geen goede behandeling is, ontwikkelde hij leverfalen en heeft hij een levertransplantatie ondergaan. Van zijn levercellen zijn in het laboratorium lever-organoïden gemaakt waarin de onderzoekers Imre en Indi nu met prime editing het gendefect proberen te repareren. Het jongetje zelf heeft hier helaas niets aan; hij heeft al een nieuwe lever gekregen. Maar voor zijn kleine zusje – met dezelfde aangeboren afwijking – kan dit misschien wel tot een behandeling leiden.

Sabine: “De volgende stap is om het gereedschap voor gencorrectie in een muismodel voor PFIC te testen. Als dan blijkt dat we op een veilige manier het genetische foutje in de muis veilig en effectief kunnen corrigeren, kunnen we denken aan behandeling van het zusje op een vergelijkbare manier. In dat geval zouden we het genetische gereedschap in vetbolletjes via het bloed naar de lever sturen om daar de eigen levercellen te repareren. Het zal nog jaren duren om aan te tonen dat dit werkt en dat er geen bijwerkingen zijn. Maar we werken hard om op tijd te zijn voor het zusje!”
Logischerwijs is Sabine heel gelukkig met dit resultaat. “Ik werk al jaren met kinderen met ernstige stofwisselingsziekten. We weten tegenwoordig vaak precies wat er genetisch mankeert en wat het verloop is van zo’n, meestal ernstige, ziekte. Daarom is het zo frustrerend dat we veel van deze kinderen nog steeds niet goed kunnen behandelen. Met de resultaten van dit onderzoek lijken we nieuwe behandelmogelijkheden te kunnen ontwikkelen.”

Bron: UMC Utrecht (Persbericht)

← #nieuws

Pharming ontvangt van Europese Commissie weesgeneesmiddelenstatus voor leniolisib

Pharming Group N.V. (“Pharming” of “de “Onderneming”) (Euronext Amsterdam: PHARM), een gespecialiseerde farmaceutische onderneming die innovatieve producten ontwikkelt voor de veilige, effectieve behandeling van zeldzame aandoeningen en onvervulde medischebehoeften, maakt bekend dat de Europese Commissie (EC) de weesgeneesmiddelenstatus heeft verleend aan leniolisib voor de behandeling van geactiveerd fosfoïnositide 3-kinase deltasyndroom (APDS). Dit op basis van een positief advies van het comité voor weesgeneesmiddelen van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Aan leniolisib werd al in januari 2018 door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) de weesgeneesmiddelenstatus toegekend voor “de behandeling van geactiveerd PI3Kδ-syndroom (APDS) of p110δ-activerende mutatie, die verouderende T-cellen, lymfadenopathie en immuundeficiëntie (PASLI)” veroorzaakt.

De weesgeneesmiddelenstatus van de Europese Commissie biedt bepaalde regulatoire, procedurele en financiële voordelen, zoals marktexclusiviteit in de EU gedurende tien jaar na goedkeuring. Om hiervoor in aanmerking te komen moet een geneesmiddel gericht zijn op de behandeling van een levensbedreigende of chronisch invaliderende aandoening die minder dan vijf op de 10.000 mensen in de EU treft, en waarbij de behandeling een aanzienlijk voordeel oplevert voor diegenen die deze aandoening treft, dan wel er geen passende behandeling beschikbaar is.

Sijmen de Vries, Chief Executive Officer van Pharming, zegt: “We zijn zeer verheugd over de verkrijging van de weesgeneesmiddelenstatus voor leniolisib van de Europese Commissie. Dit is een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van dit medicijn voor de behandeling van APDS, een uiterst zeldzame en slopende ziekte. Omdat er momenteel geengoedgekeurde behandeling voorhanden is, kan leniolisib in potentie voorzien in een aanzienlijke onvervulde medische behoefte voor patiënten met APDS. Met leniolisib wordt op dit moment een klinische fase II/III registratiestudie gedaan. Het medicijn ligt nog steeds op schema om, na goedkeuring door de regelgevende instanties, in de tweede helft van 2022 op de markt te worden geïntroduceerd.”

Geactiveerd fosfoïnositide 3-kinase-delta (PI3Kδ) syndroom (APDS) wordt veroorzaakt door mutaties in het gen PIK3CD (Type 1 APDS) of PIK3R1 (Type 2 APDS) die PI3Kδ activeren. Synoniemen voor Type 1 en Type 2 APDS zijn respectievelijk PASLI-CD en PASLI-R1. PASLI is het acroniem voor p110δ-activerende mutatie die verouderende T-cellen, lymfadenopathie en immunodeficiëntie veroorzaakt.

APDS wordt gedefinieerd als een ultrazeldzame, genetische, primaire immuundeficiëntieziekte die wordt gekenmerkt door een verhoogde gevoeligheid voor terugkerende en/of ernstige bacteriële en virale infecties, chronische goedaardige lymfo-proliferatie en/of auto-immuunziekte. De incidentie van APDS over de hele wereld wordt momenteel geschat op 1-2 per miljoen. De diagnose APDS wordt gesteld door de genen PIK3CD en/of PIK3R1 te sequensen bij patiënten met een compatibel fenotype, d.w.z. immunodeficiëntie en lymf proliferatie van onbekende oorsprong.

Vanaf hun kindertijd ontwikkelen mensen met APDS terugkerende infecties, vooral in de longen, sinussen en oren. Na verloop van tijd kunnen terugkerende luchtweginfecties leiden tot een aandoening die bronchiëctasie wordt genoemd, die de doorgangen van de luchtpijp naar de longen (bronchiën) beschadigt en ademhalingsproblemen kan veroorzaken. Mensen met APDS kunnen ook chronische actieve virale infecties hebben, vaak Epstein-Barr-virus- of cytomegalovirus-infecties. Patiënten ontwikkelen ook vaak lymfomen en andere vormen van kanker.

Een ander mogelijk kenmerk van APDS is abnormale samenklontering van witte bloedcellen. Deze klonters kunnen leiden tot vergrote lymfeklieren (lymfadenopathie), of de witte bloedcellen kunnen zich opstapelen om vaste massa’s te vormen (nodulaire lymfoïde hyperplasie), meestal in de vochtige wanden van de luchtwegen of darmen. Hoewel lymfadenopathie en nodulaire lymfoïde hyperplasie goedaardig zijn, verhoogt APDS het risico op het ontwikkelen van een vorm van kanker die B-cellymfoom wordt genoemd.

Leniolisib is een klein-molecuul fosfoïnositide3-kinase delta (PI3Kẟ)-remmer met een immunomodulerende en mogelijk antineoplastische werking. Leniolisib remt de productie van fosfatidylinositol-3-4-5-trisfosfaat (PIP3). PIP3 dient als een belangrijke cellulaire boodschapper die specifiek Akt activeert (via PDK1) en reguleert een groot aantal celfuncties zoals proliferatie, differentiatie, cytokineproductie, celoverleving, angiogenese en metabolisme. In tegenstelling tot PI3Kα en PI3Kβ die alomtegenwoordig tot expressie worden gebracht, worden PI3Kẟen PI3Kγ voornamelijk tot expressie gebracht in cellen die van hematopoëtische oorsprong zijn. De centrale rol van PI3Kẟ bij het reguleren van talrijke functies van cellen van het adaptieve immuunsysteem (B-cellen en in mindere mate T-cellen) en het aangeboren immuunsysteem (neutrofielen, mestcellen en macrofagen) geeft sterk aan dat PI3Kẟ een geldig en potentieel effectief therapeutisch doelwit is voor APDS.

Leniolisib werd in 2019 in-gelicentieerd van Novartis. Hiermee vindt momenteel een klinische fase II/III-registratiestudie plaats, waarvoor patiënten worden gerekruteerd in klinische centra in de VS en Europa. Tot op heden is aangetoond dat leniolisib veilig is en goed wordt verdragen door zowel gezonde proefpersonen als APDS-patiënten tijdens de eerste klinische studie en in het lopende open-label verlengingsonderzoek.

Bron: Pharming (Persbericht)

← #nieuws

Aanmeldingen voor nieuwe editie Zorgambassade geopend

Als onderdeel van het kennisnetwerk van de Zorgambassade, de denk- en doe-tank voor de zorg, vraagt HollandBIO graag aandacht voor de nieuwe editie die eraan komt! Ben jij werkzaam in de zorg en wil je een verschil maken? Meld je dan aan via www.zorgambassade.nl en pak één jaar lang samen met andere professionals hardnekkige zorgproblemen aan.

De Zorgambassade is de nationale denk- en doe-tank voor de zorg. Elk jaar buigen zestien ambitieuze zorgprofessionals zich over de belangrijkste problemen uit de zorg. Deelnemers met verschillende achtergronden combineren hun aandacht en kennis tot concrete, schaalbare oplossingen.

Door spelers uit het zorglandschap bijeen te brengen in een denk- en doe-tank, wil de Zorgambassade samen barrières in het zorglandschap wegnemen. Dat gebeurt door concrete en schaalbare oplossingen te vinden en te implementeren. De overtuiging van de Zorgambassade is dat uiteindelijk elke speler in het zorglandschap de beste zorg wil bieden voor de Nederlandse patiënten.

Meer weten over de Zorgambassade en over deelname aan de nieuwe editie? Neem dan een kijkje op www.zorgambassade.nl.

← #nieuws

Europese Commissie roept lidstaten op tot voorbereiding op coronavaccins

,

Een goede voorbereiding is het halve werk – riep HollandBIO al eerder. Precies daarom zijn we in onze nopjes met deze vaccinatiestrategie van de Europese Commissie. Zij roept haar lidstaten op zich voor te bereiden op de aanstaande coronavaccins, onder andere op het vlak van logistiek, capaciteit, verdeling en communicatie.

De Europese Commissie mag dan wel de voorzet geven, het is alsnog aan de lidstaten zelf om te scoren. In met het oog op morgen deelt rechtsfilosoof en Gezondheidsraad-lid Ronald Pierik de dilemma’s en overwegingen voor een Nederlands coronavaccinprogramma. Het blijkt bepaald nog geen inkoppertje. Hoog nodig dus, die voorbereiding!

← #nieuws

Adviespanel Innovatieve Behandelingen COVID19

Acht wetenschappers adviseren het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over beloftevolle nieuwe  coronabehandelingen. Samen vormen zij het Adviespanel Innovatieve Behandelingen COVID-19. Voorzitter van dit onafhankelijke adviespanel is professor Frits Rosendaal. Hij is verbonden aan de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra en het Leids Universitair Medisch Centrum.

Bij veelbelovende nieuwe  behandelingen voor COVID-19 gaat het voornamelijk om onderzoek naar geneesmiddelen die het herstel van coronapatiënten versnellen of de gevolgen beperken. Veel ziekenhuizen, universiteiten, kennisinstellingen en bedrijven hebben initiatieven op dit gebied ontwikkeld. De vraag hoe kansrijk die zijn vraagt om een onafhankelijke blik. Daarom heeft minister Hugo de Jonge in juni een adviespanel ingesteld. Dit panel bestaat uit wetenschappers en clinici die vanwege hun ervaring bij de NFU, CCMO, ZonMw en de FMS zijn voorgedragen. Ook is er expertise ten aanzien van kwetsbare ouderen en geneesmiddelenbeleid.

Een belangrijke rol van het Adviespanel is om inhoudelijke duiding aan initiatieven en ontwikkelingen te geven en daarbij te adviseren welke acties VWS kan ondernemen om specifieke kansrijke behandelingen te helpen ontwikkelen. Het panel komt iedere maand bijeen – of vaker indien nodig.

Voorzitter prof. Frits Rosendaal: “We zien dat er de afgelopen maanden veel geleerd is over het behandelen van coronapatiënten. Nationaal en internationaal is er belangrijk onderzoek naar behandelingen bezig. Om deze wanneer het onderzoek positief uitvalt, versneld bij Nederlandse patiënten te krijgen, kijken we op het volgende overleg bijvoorbeeld naar de verschillende projecten die er lopen onder het ZonMw COVID-19 onderzoeksprogramma. En bespreken we hoe het ministerie daarin verdere ondersteuning kan bieden of bijdragen. Hierover adviseren wij het ministerie.”

Minister De Jonge: “We willen de ontwikkelingen van behandelopties voor COVID-19 graag stimuleren. Ik ben daarom blij met de betrokkenheid van deze deskundigen en hun bereidwilligheid om hun expertise op dit vlak in te zetten.”

Leden van het onafhankelijke Adviespanel zijn:
Voorzitter: Prof. dr F.R. Rosendaal (NFU, LUMC)

Prof. M.J.M. Bonten (NFU, UMCU)
Prof. dr. J.M.A. van Gerven (CCMO)
Dr P. Kunst (FMS)
Prof. dr. H.G.M. Leufkens (Universiteit Utrecht)
Prof. dr M. Muller (FMS)
Prof. dr. M.G.M. Olde Rikkert (Radboudumc)
Dr. S. de Visser (ZonMw)

Secretariaat:

J. Selhorst (ZonMw) 

L. de Ruiter (VWS)

Bron: Rijksoverheid (Persbericht)

← #nieuws

Lancering baanbrekend Europees digitaal zorgproject

H2O is de allereerste poging om gestandaardiseerde patiëntresultaten te verzamelen en te integreren in de besluitvorming in de gezondheidszorg – op individueel en populatieniveau – in meerdere rechtsgebieden in Europa. Het doel van het project is om door de patiënt gerapporteerde resultaten op een gestandaardiseerde manier te verzamelen en geaggregeerde, geanonimiseerde gegevens te gebruiken om op resultaten gebaseerde waarden voor zorginterventie te definiëren. Binnen twee jaar zal H2O onafhankelijke observatoria opzetten in Oostenrijk, Duitsland, Nederland en Spanje.

Projectpartners komen volgende week bijeen voor een driedaagse virtuele kick-off meeting. Een hoogtepunt van de bijeenkomst is een openbaar webinar op maandag 12 oktober met keynotespreker dr. Maarten de Wit, al jarenlang pleitbezorger voor patiënten, ontwikkelaar van Patient-Reported Outcome Measures en voormalig uitvoerend lid van de ‘European League Against Rheumatism.’

23 wereldwijd bekende instellingen – waaronder universitaire ziekenhuizen, patiëntengroepen en de farmaceutische industrie – werken samen om de infrastructuur voor gezondheidsgegevens van de toekomst te ontwerpen. Het H2O-partnerschap wordt geleid door de Medische Universiteit van Wenen en Takeda en heeft financiering ontvangen van het ‘Innovative Medicines Institute’ (IMI). IMI is ‘s werelds grootste publiek-private samenwerking op het gebied van biowetenschappen, ondersteund door de Europese Unie en de ‘European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations’ (EFPIA).

Het H2O-project zal patiënten digitale tools bieden waarmee ze hun resultaten op een gestandaardiseerde manier kunnen meten. Dit betekent dat patiënten vervolgens kunnen communiceren met hun artsen en andere zorgverleners op een evidence-based, gestructureerde manier die resoneert met wetenschappers en artsen en patiënten diepere inzichten geeft om hen te helpen afstemmen op de juiste handelwijze. Patiënten kunnen de app zelfstandig downloaden, waardoor patiënten deze ook buiten de partnerziekenhuizen kunnen gebruiken. Patiënten bepalen met welke zorgaanbieders zij hun gegevens willen delen. Patiënten, ondersteund door hun zorgprofessionals, kunnen de voortgang vergelijken met geaggregeerde gegevens van andere patiënten met vergelijkbare gezondheidsproblemen. Geaggregeerde gegevens zullen beschikbaar zijn om de basis te vormen voor nieuw onderzoek en de ontwikkeling van innovatieve evidence-based behandelingen.

Aarnoud Overkamp, algemeen directeur Takeda Nederland: “Het H2O-project biedt patiënten digitale tools waarmee ze de resultaten van hun behandeling op een gestandaardiseerde manier kunnen rapporteren. Patiënten kunnen deze resultaten delen met hun behandelaar en andere zorgverleners. Dit geeft patiënten, wetenschappers en artsen betere inzichten in de behaalde resultaten. De artsen van de academische partnercentra doen aan dit project mee, maar patiënten zullen de app ook zelfstandig kunnen downloaden om zelf beter inzicht in hun behandeling te krijgen”. Jan Hazelzet, Healthcare Quality & Outcome-professor bij het Erasmus MC en bestuurslid van het H2O-project: “Om behandelresultaten met elkaar te kunnen vergelijken is standaardisatie essentieel. Je wil niet dat elk ziekenhuis de resultaten op z’n eigen manier gaat noteren. We starten met een grootschalig project om die eenduidigheid te realiseren. Met toestemming van de patiënt worden deze geïndividualiseerde gegevens gedeeld met hun zorgverleners en vervolgens geanonimiseerd en bijgehouden, zodat individuele patiënten en hun zorgverleners de voortgang kunnen vergelijken met geaggregeerde gegevens van andere patiënten met vergelijkbare gezondheidsproblemen.”

Bron: Takeda (Persbericht)