← #nieuws

De prijs van registratie: wie biedt?

, ,

De kogel is door de kerk, althans, voor het Zorginstituut. Afgelopen week adviseerde het Zorginstituut het ministerie van VWS om het medicijn mexiletine (Namuscla®) niet op te nemen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem. Het laatste woord is daarmee aan de minister. HollandBIO begrijpt de kritiek op de prijsstelling van het weesgeneesmiddel. Toch vinden wij het onwenselijk dat het Zorginstituut met dit advies het wettelijk kader inruilt voor een – per definitie subjectief – moreel kompas. We pleitten er eerder voor en doen dat nu weer: ongewenst gebruik van de weesgeneesmiddelenverordening voorkom je aan de bron, door aanscherping van die regels, ofwel door geneesmiddelen die met succes off-label gebruikt worden, als de wiedeweerga zelf te registreren.

Alweer ruim twee jaar geleden berichtte de Volkskrant over “medicijnkaper” Lupin Pharmacueticals. De geneesmiddelenfabrikant kreeg een handelsvergunning van het EMA voor het gebruik van een oud geneesmiddel, mexiletine (Namuscla®), voor een nieuwe indicatie, een zeldzame spierziekte. Het bedrijf maakte daarbij gebruik van de stimuleringsmaatregelen voor de ontwikkeling en registratie van weesgeneesmiddelen. Of volgens velen, misbruik. Hoewel de prijs in Nederland destijds nog niet bekend was, werd gevreesd dat Lupin dankzij de verkregen exclusiviteit de prijs fors zou opdrijven, waardoor de behandeling van patiënten vele malen duurder werd dan bij het gebruik van de tot dan toe naar tevredenheid gebruikte, maar ongeregistreerde, apotheekbereidingen.

Die vrees werd bewaarheid. Lupin introduceerde het geneesmiddel in Nederland met een buitenproportioneel prijskaartje. Ook na een door oud-minister Bruins bedongen korting op de apotheekinkoopprijs van 40%, bleef Namuscla® vele malen duurder dan de apotheekbereiding. Hoewel het Zorginstituut in principe positief oordeelt over opname op bijlage 1B van het GVS, adviseert het instituut de minister het middel niet in het basispakket op te nemen en in plaats daarvan de apotheekbereidingen te vergoeden. Namuscla® is simpelweg te duur, aldus het Zorginstituut, dat in het begeleidende persbericht laat optekenen dat: “de prijsstelling in geen verhouding staat tot de inspanningen om Namuscla® geregistreerd te krijgen”.

Een opvallend advies, dat op sympathie kan rekenen. Ook HollandBIO begrijpt de frustratie en onmacht van de situatie. Een geneesmiddel wordt gekaapt en er rest ons niets anders dan of onderhandelen en betalen, of patiënten in de kou laten staan. Maar toch. Het Zorginstituut oordeelt dat Namuscla® noodzakelijk is, behoort tot de stand der wetenschap en praktijk en dat gezien de budgetimpact van minder dan 10 miljoen euro een farmaco-economische beoordeling niet aan de orde is. Daarmee zouden toch alle seinen op groen moeten staan voor opname in het basispakket? De “geleverde inspanning voor het verkrijgen van een registratie” is immers geen criterium voor vergoeding, en in de regel is een geregistreerde behandeling preferent ten opzichte van een bereiding. Wat is een registratie waard? Hoeveel inspanning verantwoordt welke prijsverhoging? Waar ligt de grens? En is dat te objectiveren? Het verleden wijst immers uit dat ook een prijsstijging van enkele euro’s na registratie collectieve woede kan aanwakkeren. Met dit advies van het Zorginstituut dreigen we een helder wettelijk kader in te ruilen voor een grijs gebied van morele willekeur.

Moeten we dan maar lijdzaam toezien hoe medicijnkapers de solidariteit van ons zorgstelsel ondermijnen? Tuurlijk niet. Wees die handige jongens te slim af, en regel zelf die registratie, stelden we eerder voor in ons stuk Voorkom een rel, registreer snel. Daarnaast biedt de huidige evaluatie van de weesgeneesmiddelenverordening de uitgelezen kans om, op basis van twintig jaar ervaring de stimuleringsmaatregelen verder te scherpen, innovatie een impuls te geven en en passant medicijnkapers een stok in de wielen te gooien. Laten we samen optrekken om ongewenst gebruik onmogelijk maken, en belangrijker nog: de stimuleringsmaatregelen zo in te richten dat we op termijn elke zeldzame ziekte patiënt, overal in Europa, toegang kunnen geven tot een passende behandeling.

Lees meer:


← #nieuws

Nieuwe kankergeneesmiddelen sneller bij de patiënt

,

Goed nieuws in het AD vanochtend! Artsen, het Zorginstituut en zorgverzekeraars starten met het nieuwe Drug Access Protocol (DAP): individuele vergoeding van dure geneesmiddelen voor patiënten met zeldzame vormen van kanker. Klinkt als de DRUP-studie, maar dan voor nieuwe kankergeneesmiddelen. HollandBIO juicht het initiatief van harte toe, omdat de toegang voor patiënten sneller en beter wordt.

De eerste fabrikant die de DAPpere stap neemt om mee te werken is Sanofi, met het middel cemiplimab. Ongeveer zestig tot zeventig patiënten per jaar hebben baat bij dit middel tegen plaveiselcelcarcinoom van de huid. De afspraak die is gemaakt houdt in dat cemiplimab vier maanden op kosten van de fabrikant gebruikt wordt voor het behandelen van patiënten. Als na vier maanden blijkt dat de tumor van de patiënt gekrompen of gelijk is gebleven, worden alsnog alle kosten vergoed uit het basispakket. Het mooie van dit initiatief is dat het risico bij de fabrikant ligt. Zij krijgen er op hun beurt waardevolle data over de werking van hun medicijn in de ‘echte wereld’ voor terug.

HollandBIO is blij dat de vergoeding van deze geneesmiddelen op individuele basis wordt aangepakt. Zoals Haiko Bloemendal (NVMO) tegen de NOS zegt: “de grote winst is dat patiënten die toevallig een zeldzamere vorm van kanker hebben niet de dupe zijn omdat het langer duurt voor er een besluit wordt genomen over de vergoeding van een nieuw medicijn”. Het DAP is een mooie stap in de goede richting om innovatieve geneesmiddelen innovatief te beoordelen. En goed voorbeeld doet volgen. HollandBIO hoopt op een sneeuwbaleffect, want ook andere patiënten met zeldzame ziekten hebben baat bij individuele vergoeding. Zo zorgen we er met elkaar voor dat elke patiënt sneller en beter de juiste behandeling op het juiste moment krijgt én vergoeden we alleen effectieve behandelingen. Werk aan de winkel dus!

← #nieuws

Technologische innovaties tornen aan het systeem van geneesmiddelontwikkeling en dat is top

, ,

De komst van steeds meer gepersonaliseerde behandelingen, waaronder cel- en gentherapieën, bieden hoop voor ernstig zieke patiënten. Maar de ontwikkeling én productie van deze geavanceerde therapieën is kostbaar, risicovol en duurt lang. Technologische innovaties bieden kansen voor efficiëntere geneesmiddelontwikkeling en stimuleren op deze manier gezondheidswinst en betaalbaarheid.

HollandBIO zet een paar illustratieve voorbeelden van het effect van technologische innovatie op de geneesmiddelontwikkeling vers van de pers voor je op een rijtje. Zo kan door de inzet van CRISPR-technologie de screening en validatie van nieuwe drug targets, als ook de ontwikkeling van relevante cel- en diermodellen efficiënter. Kunstmatige intelligentie helpt bij het zoeken naar nieuwe antibiotica en met cryo-elektronmicroscopie vond farmaceut Janssen het juiste spike-eiwit voor hun coronavaccin.

En niet alleen de ontwikkeling, ook de productie van geneesmiddelen kan baat hebben bij technologie. Zo pleitte Liesbet Lagae afgelopen week in de Volkskrant voor het automatiseren van het productieproces van CAR-T-celtherapie. Het doel: meer revolutionaire kankerbehandelingen toegankelijk voor de patiënt. Lagae ziet een leidende rol voor Europa in deze automatisering en pleit daarom voor interdisciplinaire samenwerking op dit vlak.

Ook HollandBIO droomt van een toekomst waarin gezondheid op maat de standaard is. Ondanks dit wenkend perspectief blijkt de route van lab naar praktijk voor deze technologische innovaties hobbelig. Wij brachten de kansen en uitdagingen in kaart en zetten ons in om technologische innovaties sneller en beter van lab naar praktijk te brengen. Let’s challenge the status quo, together, today!

Meer lezen over Slimmer meten?

← #nieuws

Merus Announces Collaborations with Nationwide Medical Organizations in the Netherlands and Japan to Enhance Screening and Identification of Cancer Patients with NRG1 Fusion Tumors and to Raise Awareness of the eNRGy Clinical Trial

Merus N.V. (Nasdaq: MRUS), a clinical-stage oncology company developing innovative, full-length multispecific antibodies (Biclonics® and Triclonics™), today announced collaborations with nationwide medical organizations in the Netherlands and Japan to raise awareness of the eNRGy trial and to provide molecular screening opportunities for patients with cancers that may have neuregulin 1 (NRG1) fusions. In the collaborations, Merus has agreed to support access to next generation sequencing for eligible patients with pancreatic adenocarcinoma in the Netherlands, and pancreatic adenocarcinoma and non-small cell lung cancer (NSCLC) in Japan, aimed to identify the presence of NRG1 fusions and raise awareness of potential paths to enrollment in Merus’ Phase 1/2 eNRGy trial of bispecific antibody zenocutuzumab (Zeno). The collaborating organizations in the two countries are:

  • Erasmus University Medical Center Rotterdam (Erasmus MC) in the Netherlands has agreed to perform a nationwide campaign, in affiliation with the Dutch Pancreatic Cancer Group (DPCG), to raise awareness of next generation genome screening offered by Merus for eligible patients with a diagnosis of pancreatic adenocarcinoma at all 17 pancreatic cancer centers in the Netherlands, and availability of the eNRGy trial for eligible patients. Erasmus MC, based in Rotterdam, is the largest University Medical Center in the Netherlands and is devoted to providing outstanding care, facilitating world-class education and conducting pioneering research.
  • National Cancer Center (NCC) Japan has agreed to provide RNA sequencing, funded in part by Merus, for eligible patients with pancreatic adenocarcinoma and patients with NSCLC to identify NRG1 fusions. Patients with pancreatic adenocarcinoma will be directed to the SCRUM-Japan GI-SCREEN program. Patients with NSCLC will be directed to the LC-SCRUM-Asia program. Both programs are part of an Asian genome screening platform operating within institutions participating in the GI-SCREEN and LC-SCRUM-Asia programs, including the NCC Hospital East (NCCHE) and approximately 215 other institutions in Japan, to identify patients with targetable gene alterations for the development of novel targeted therapies. NCC Japan, established in 1962, is a leading medical institution in cancer treatment and research in Japan. NCCHE, established in 1992, is one of the leading specialized cancer hospitals in Japan, treating over 9,000 new patients each year. NCCHE has been promoting the development of innovative cancer medicines and medical devices, including first-in-human trials of new cancer medicines and investigator-initiated trials.

“Merus is supporting a broad molecular screening effort for patients who are not routinely screened for gene mutations,” said Dr. Andrew Joe, Chief Medical Officer of Merus. “Partnering with prestigious academic institutions and national cooperative groups of investigators dedicated to the treatment of cancer is a strategic effort we are undertaking as we seek to advance enrollment in our eNRGy clinical trial to explore the potential for Zeno to become a compelling new treatment option for cancer patients with NRG1 fusions.”

Source: Merus (Press release)

← #nieuws

Vaccinatie-lichtpuntjes tijdens deze donkere, verlengde lockdown

, ,

Met deze verlengde lockdown kunnen we allemaal wel wat lichtpuntjes aan de horizon gebruiken. Daarom, vers van de pers, de fijnste vaccinatie-highlights van deze week!

Ondanks deze donkere tijden, was vaccinatie afgelopen week volop positief in het nieuws. Zo zijn sinds de Nederlandse V-day al 38.000 mensen gevaccineerd met het Pfizer/BioNTech-vaccin, en blijkt de vaccinatiebereidheid onder het ziekenhuispersoneel enorm hoog. Er waren nog even wat zorgen of het vaccin ook zou beschermen tegen de “nieuwe” varianten van het virus (ook wel Britse en Zuid-Afrikaanse varianten genoemd), maar gelukkig lijkt het ook deze te snel af. Wat zijn we daarom blij dat de EU haar contractafspraak met de ontwikkelaars weet te verdubbelen tot 600 miljoen doses. Nederland denkt daarbij niet alleen aan zichzelf en trekt een extra €25 miljoen uit voor de aanschaf en verspreiding van vaccins in arme landen.

Een tweede vaccin, dat van Moderna, kreeg ook groen licht van het Europees Medicijn Agentschap (EMA). Dat is goed nieuws, want daarmee weet Nederland nog eens 6 miljoen vaccins veilig te stellen. Nu blijft het duimen draaien voor het Oxford/AstraZeneca-vaccin, waar het EMA nog voor het einde van deze maand ook een oordeel over hoopt te vellen.

Al deze mooie ontwikkelingen maken HollandBIO en ook Nature één ding pijnlijk duidelijk: waar een wereldwijde sociale en politieke wil is – en, vooruit, voldoende middelen – is een weg. De ontwikkeling van vaccins en geneesmiddelen kan dus wel degelijk sneller en beter. Laten we daarom zodra het weer kan letterlijk de koppen bij elkaar steken om lessen te trekken uit deze moeilijke en leerzame periode.

← #nieuws

Nieuwe hoogleraar wil met behulp van ‘real world data’ oncologische behandelprocessen verbeteren

Met behulp van ‘real world data’ uit de klinische praktijk, kan de kwaliteit van de oncologische zorg de komende jaren verder verbeterd worden. Dit zegt prof. dr. Michel Wouters. Hij is sinds 1 december 2020 aangesteld als bijzonder hoogleraar ‘Kwaliteit van de oncologische zorg, in het bijzonder datagedreven verbetering van patiëntuitkomsten’, in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

De bijzondere leerstoel in ingesteld in opdracht van het Nederlands Kanker Instituut (NKI). Wouters is als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdelingen Biomedical Data Sciences (BDS) en Medische Besliskunde (MB) in het LUMC. Met het hoogleraarschap van Wouters, streeft het LUMC ernaar om een internationaal toonaangevend centrum te worden op het gebied van uitkomstmeting en onderzoek.

Waardegedreven zorg

Innovaties volgen elkaar binnen de oncologische zorg in rap tempo op. De zorg wordt hierdoor steeds complexer, ook voor patiënten. “Onder het motto ‘waardegedreven zorg’ proberen we de kwaliteit van de oncologische zorg te verbeteren en daarmee ook de uitkomsten en ervaringen van patiënten”, vertelt Wouters. “Het is daarom belangrijk dat nieuwe behandelingen en innovaties in de dagelijkse praktijk goed worden geëvalueerd. Want wat werkt het beste en bij wie?”
De bijzonder hoogleraar wil de methodologische expertise van de afdeling BDS en de kennis van zorgverleners uit de dagelijkse praktijk binnen de oncologische zorg bij elkaar brengen. “Door de verschillende expertises te verbinden, kan er een goede kwaliteitsmeting worden opgezet. Daarmee kunnen we onze zorg verbeteren en uiteindelijk beter geïnformeerde keuzes maken in het zorgproces”, legt hij uit. 

Data en patiëntuitkomsten 

Volgens Wouters kunnen zorgprofessionals veel leren van data uit de dagelijkse praktijk. “Veel van onze kennis is gebaseerd op resultaten van klinische trials. Een aanzienlijk deel van de patiënten die we behandelen in de dagelijkse praktijk is daar echter niet in vertegenwoordigd. Denk aan ouderen of patiënten met specifieke comorbiditeiten.” Met de juiste methodologie kan achterhaald worden welke behandelingen bij hen het meest passend zijn. “Een goede methodologie is belangrijk”, vertelt Wouters. “Er zijn veel valkuilen bij het analyseren en interpreteren van de data, waarbij juist die wisselwerking tussen methodologen en clinici belangrijk is.”

Het onderscheiden van subgroepen van patiënten zal steeds belangrijker worden in de oncologie. Dit omdat het doel is om hen een behandeling op maat te geven. Niet alleen klinische kenmerken van patiënten, maar ook bloed, weefsel en genetische data van patiënt en tumor worden gebruikt om behandelingen te personaliseren. Bovendien worden steeds vaker patiënt-gerapporteerde uitkomsten verzameld in de reguliere oncologische zorg. “Zowel voor het evalueren van de effectiviteit van een behandeling, als de uitkomst voor de individuele patiënt”, legt Wouters uit. 

Beter geïnformeerde keuzes

Deze uitkomstinformatie zal zijn weg vinden naar de spreekkamer, waarmee er per patiënt een meer persoonlijk behandelplan uitgestippeld kan worden. Daarmee krijgt de patiënt alvast een beter beeld van de levenskwaliteit- en duur na een behandeling, voordat deze gestart wordt. Op basis van die informatie kunnen zorgprofessionals en patiënten gezamenlijk een beter geïnformeerde beslissing maken over welke behandeling het meest geschikt is.

Spiegelen van resultaten

Bij het verzamelen en analyseren van ‘real world data’ is het belangrijk dat zorgprofessionals verder kijken dan alleen de eigen afdeling of instelling. “Als specialisten moeten we altijd kritisch naar onszelf, maar ook naar elkaar blijven kijken”, vindt Wouters. Volgens hem is het belangrijk dat specialisten inzicht hebben in elkaars resultaten en deze met elkaar kunnen vergelijken. “Op die manier kunnen we van elkaar leren en de kwaliteit van zorg als beroepsgroep blijven verbeteren.”
Wouters heeft zich als hoofd van het Wetenschappelijk bureau van het Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA), de laatste 10 jaar veel ingezet bij het genereren van kwaliteitsinformatie voor medisch specialisten. Als oncologisch chirurg noemt hij graag een voorbeeld uit zijn eigen praktijk.

“Als we in de data van de Nederlandse melanoomcentra zien dat er in het ene ziekenhuis bij het behandelen van patiënten met een naar de lymfeklieren of organen uitgezaaid melanoom betere resultaten zijn dan in het andere, dan willen we graag achterhalen waarom. Zijn de resultaten gebaseerd op andere behandelingskeuzes, dan kunnen we daar allemaal van leren en landelijk meer succesvolle behandelingsstrategieën implementeren. Patiënten in heel Nederland kunnen zo beter geholpen worden.”

Bron: LUMC (Nieuwsbericht)

← #nieuws

AM-Pharma Announces Enrollment and Financing of COVID-19 Cohort in Phase III REVIVAL Trial

AM-Pharma B.V., an emerging leader focused on the treatment of kidney disease, sepsis and organ injury, today announced that the first patients with COVID-19 infection and sepsis-associated acute kidney injury (SA-AKI) have been enrolled in the Company’s Phase III REVIVAL pivotal trial in an exploratory cohort to assess the safety, tolerability and clinical benefit of recombinant alkaline phosphatase.

Patients with severe COVID-19 infection often present with acute severe inflammation and organ failure. Recent studies conducted in the US demonstrated that up to 90% of the COVID-19 patients that received mechanical ventilation also suffered from AKI and that the development of AKI in these patients is associated with poor prognosis.1 AM-Pharma received an innovation credit of up to EUR 5 million from the “Netherlands Enterprise Agency” (RVO.nl), which has been established by the Dutch Ministry of Economic Affairs and Climate Policy to support the development of innovative programs with promising market potential.

“The ongoing coronavirus pandemic and the lack of treatment options for severe cases has been devastating for patients, their families and medical communities around the world,” commented Erik van den Berg, Chief Executive Officer at AM-Pharma. “The prevalence of COVID-19 infections and the high AKI comorbidity support our decision to include this additional cohort into our Phase III REVIVAL pivotal study. By providing our proprietary recombinant alkaline phosphatase to clinicians for evaluation in severe COVID-19 cases, we aim to make our novel treatment option available for these patients.”

The REVIVAL Phase III pivotal trial is a randomized, double-blind, placebo-controlled, two-arm, parallel-group, multi-center trial to evaluate the efficacy and safety of AM-Pharma’s proprietary human recombinant alkaline phosphatase for the treatment of patients with SA-AKI. The study will enroll approximately 1400 patients with SA-AKI in the main study population. In two exploratory cohorts, up to 100 patients with moderate Chronic Kidney Disease (CKD) and up to 100 patients with COVID-19 will be enrolled. The primary aim of the study is to confirm the improvement on the primary endpoint of 28-day all-cause mortality, as observed in the Phase II STOP-AKI study. Secondary endpoints include the treatment effect on long-term Major Adverse Kidney Events (MAKE), on the use of organ support, length of stay in the ICU and on 90-day all-cause mortality. Further information on this study can be found at www.clinicaltrials.gov, NCT04411472 (REVIVAL).

“We have seen the potential of AM-Pharma’s proprietary recombinant human alkaline phosphatase to benefit patients with sepsis and acute kidney injury, as demonstrated in the Phase II STOP-AKI study,” said John A. Kellum, M.D., Professor, Vice Chair Department of Critical Care Medicine and Director at the Center for Critical Care Nephrology at University of Pittsburgh. “This is very relevant for severe COVID-19 patients as many of these patients also experience AKI, with increased AKI severity being correlated with increased mortality.”

Professor Peter Pickkers, M.D., Ph.D., Chair of Experimental Intensive Care Medicine, Radboud University Medical Center, and principal investigator of the REVIVAL study added: “The relative reduction in mortality of 40% and significant improvement in renal function over the course of the Phase II STOP-AKI study period support the hypothesis that AM-Pharma’s drug candidate might provide a unique treatment opportunity for severe COVID-19 patients with acute kidney injury. I am excited to continue our collaboration with AM-Pharma for this trial.”

For the Phase III REVIVAL trial, potentially over 100 sites across Europe and North America are actively recruiting patients with SA-AKI in the trial. Enrollment completion of the first 400 patients in the main study population is expected by the end of 2021. The company expects to complete target enrollment and to announce data on the primary endpoint of 28-day all-cause mortality in 2023.

Source: AM-Pharma (Press release)

← #nieuws

ProQR Completes Enrollment of its Pivotal Trial of Sepofarsen for the Treatment of LCA10

ProQR Therapeutics N.V. (Nasdaq: PRQR) (the “Company”), a company dedicated to changing lives through the creation of transformative RNA therapies for inherited retinal diseases (IRDs), today announced it has completed patient enrollment in its Phase 2/3 Illuminate study of sepofarsen for the treatment of Leber Congenital Amaurosis 10 (LCA10) due to the p.Cys998X mutation in the CEP290 gene. With enrollment completed, top-line results are expected in the first half (H1) of 2022.

Illuminate is a Phase 2/3 trial, which randomized 36 patients aged eight years or older to receive either sepofarsen at the target registration dose, a low dose, or sham treatment. The primary endpoint of this study is mean change from baseline in Best Corrected Visual Acuity (BCVA) at Month 12, at the registration dose versus sham. This trial is intended to support application for marketing approval of sepofarsen for patients with LCA10 due to the p.Cys998X mutation in the CEP290 gene. 

“We are pleased to have completed enrollment of the pivotal Illuminate trial of sepofarsen.  This marks an important milestone for ProQR, as well as for the LCA10 and broader inherited retinal disease community. In surpassing our enrollment target, we were able to accommodate the broad interest to participate in the trial,” said Aniz Girach, MD, Chief Medical Officer of ProQR. “This speaks to the fact that there are currently no approved treatments for patients with LCA10. If approved, sepofarsen has the potential to be the first therapy to address this high unmet medical need for patients who would otherwise face blindness. We are grateful to those who have supported our efforts in bringing this trial forward, including our investigators, patients, and caregivers. We look forward to sharing the top-line results in the first half of 2022.”

The Illuminate study was initiated based on data from a Phase 1/2 study, which indicated that at Month 12, patients treated with sepofarsen had an improvement in visual acuity, as measured by BCVA. In a subset of patients (n=6) who were treated at the target registration dose, the mean change from baseline for BCVA at Month 12 was -0.93 LogMAR, equivalent to approximately 9 lines improvement (or 45 letters) on the ETDRS chart. In the Phase 1/2 study, concordant improvements in measures of full-field stimulus testing (FST) and mobility were also observed, which are secondary endpoints in the Illuminate trial.

“LCA10 is a severe inherited retinal disease that leads to blindness, and for which there is currently no treatment,” said Katarina Stingl, MD, Professor at University of Tuebingen, Center for Rare Eye Diseases (Germany). “Completing enrollment of the Illuminate trial marks an important milestone for the LCA10 community, as well as the IRD community as a whole, as we seek to advance new treatments for this patient group.”

Laura Manfre, Chair and Co-Founder of Sofia Sees Hope, a patient advocacy organization dedicated to those affected by LCA and other rare retinal diseases shared, “As the parent of a child with an LCA diagnosis, I was told there was nothing that could be done and that we needed to accept that our daughter would one day be blind.  Now, in early clinical testing we have seen the potential for sepofarsen to make a significant difference for patients with LCA10 due to a mutation in the CEP290 gene. We see hope for individuals living with this disease. We look forward to learning about the results of the Illuminate trial, and continuing to work with ProQR as they advance their pipeline of RNA therapies to potentially help children, adults, and families who are affected by blindness caused by LCA and other rare inherited retinal diseases.”

Sepofarsen has been granted orphan drug designation in the United States and the European Union and received fast-track designation and rare pediatric disease designation from the FDA as well as access to the PRIME scheme by the EMA.

Source: ProQR (Press release)

← #nieuws

#HollandBIOwildieprik

, ,

Het zijn tumultueuze tijden in het debat over coronavaccinatie. Na groen licht van de EMA voor het eerste mRNA vaccin, buitelden de media over elkaar heen met adviezen van allerhande experts over de uitvoer. Hoe zorgen we voor een zo soepel mogelijk verloop van de vaccinaties?

De druk op de overheid neemt de afgelopen weken enorm toe. Hoe gaan we de vaccinaties uitvoeren? Beginnen we in lijn met het Gezondheidsraad advies bij ouderen? Of toch bij zorgpersoneel, dat zich al maandenlang uit de naad werkt? Wanneer gaan we überhaupt beginnen met vaccinatie? En kunnen we – zoals in andere EU-lidstaten het geval is – écht niet eerder van start?

Een goede voorbereiding is het halve werk. Daar ligt ook een belangrijke taak voor het individu, volgens intensivist en part-time influencer Diederik Gommers. Op LinkedIn legt hij in begrijpelijke taal uit hoe dit vaccin werkt en waarom hij het wil laten zetten. Ook van de Universiteit van Nederland verscheen eerder een informatieve video. Bij HollandBIO weten we het in elk geval al zeker: #wijwillendieprik!

← #nieuws

Goede voornemens: van Rutte tot Rota

, ,

Minister-president Rutte wil graag lessen trekken uit de coronacrisis, zo geeft hij aan in een interview met Elsevier Weekblad. Hij hekelt het eindeloze gepolder in de zorg: over testlocaties, vaccinatieprogramma’s en contactonderzoek. Een van zijn goede voornemens is daarom een sneller en centraler gecoördineerde zorgsector. Hoe? Daar wordt nog druk over nagedacht – en daar draagt HollandBIO graag een steentje aan bij.

De coronacrisis zet de zorg -en bovenal infectieziekten- vol in de schijnwerpers. HollandBIO pleit al jaren voor meer overheidsregie op het infectieziektedossier, het liefst in de vorm van een deltaplan infectieziekten. De Gezondheidsraad (GR) concludeerde immers al in 2013 dat we gezondheidswinst laten liggen door een suboptimale inzet van vaccins. Toch is er in de tussentijd niet bijster veel veranderd in het proces waarmee we vaccins beoordelen en invoeren.

Neem nu het rotavirus, waartegen sinds 2006 vaccins bestaan. Na jaren op de plank, vroeg de overheid in 2016 advies aan de GR over de positionering van deze vaccinatie. Het besluit: hoewel algemene vaccinatie op termijn zeker een optie was, zou per voorjaar 2019 vaccinatie van risicogroepen plaatsvinden. Vlak voor de invoer bleek plots dat de vaccinatie juist in risicogroepen minder effectief is. De invoer werd weer uitgesteld. Nu is het wachten tot de GR tijd heeft voor een advies. Een advies dat – gezien de huidige coronaprioriteiten – zomaar weer een tijd op zich kan laten wachten.

Omdat de druk op de zorg ongekend hoog is, pleiten kinderartsen ondertussen voor een versnelde brede invoer van het rotavaccin. Zij stellen dat “iedere maatregel die we kunnen treffen om de zorg te ontlasten, zeer welkom is”. CDA-Kamerleden Kuik en Van den Berg vragen VWS-staatssecretaris Blokhuis daarom een reactie op dit artikel.

Staatssecretaris Blokhuis heeft de afgelopen jaren meermaals aangegeven graag zo veel mogelijk gezondheidswinst te verzilveren met vaccinatie waar dat kan. Het omarmen van het eerdere advies van de GR zou daar in de ogen van HollandBIO goed bij passen. Wij hopen dan ook dat de staatssecretaris de brede en voortvarende invoer van het rotavirusvaccin tot zijn goede voornemen maakt.