← #nieuws

Minder dierproeven door inzet van technologische innovaties

, ,

Het blijft een pijnlijke paradox: om toekomstig leed bij mens en dier te voorkomen of tegen te gaan, zijn dierproeven nog steeds alledaagse praktijk. In 2019 werden er voor toxicologisch onderzoek 64.000 dierproeven uitgevoerd in Nederland, zo bleek uit de nieuwste cijfers van de Volkskrant afgelopen weekend. Eerder gingen in diezelfde krant wetenschappers met elkaar de discussie aan over nut en noodzaak van proefdiervrij onderzoek voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en vaccins. Toch ziet HollandBIO proefdiervrij onderzoek stap voor stap aan terrein winnen.

Bovendien kan proefdiervrij onderzoek een logisch voortvloeisel zijn van de ambitie om nieuwe geneesmiddelen en vaccins sneller en beter te ontwikkelen. HollandBIO denkt dat door de inzet van technologische innovaties steeds meer dierproeven, bijvoorbeeld voor toxicologisch onderzoek, vervangen kunnen worden door alternatieve proefdiervrije methoden. Zo kondigden Toxys, de Universiteit Leiden en het LUMC afgelopen week de ontwikkeling en verdere commercialisatie van Toxprofiler aan, een proefdiervrij alternatief voor chemische veiligheidstesten. Een mooi voorbeeld van hoe technologische innovaties meer proefdiervrij onderzoek voortbrengen.

Lees meer:

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-zonder-proefdieren-hadden-we-nu-geen-vaccin-tegen-het-coronavirus~bc8e13c7/

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-geef-wetenschap-de-ruimte-om-zelf-tot-proefdiervrij-onderzoek-te-komen~b1d12a27/

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-discussie-over-dierproeven-is-nodig-maar-behoud-wel-de-nuance~b95a5589/

https://www.universiteitleiden.nl/en/news/2021/01/toxys-leiden-university-and-lumc-announce-licensing-of-toxprofiler-technology-for-animal-free-chemical-safety-testing

https://www.transitieproefdiervrijeinnovatie.nl/

← #nieuws

Nieuw vaccin tegen Rift Valley fever veilig en effectief in drachtige schapen

Onderzoek uitgevoerd door Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), in samenwerking met BunyaVax en Ceva Animal Health, laat zien dat een nieuw levend-verzwakt kandidaat-vaccin tegen Rift Valley fever virus (RVFV) veilig en effectief is in drachtige schapen. Eerder ontwikkelde levend-verzwakte vaccins bieden de ooi bescherming maar bleken gevaarlijk voor de ongeboren vrucht.

RVF is een door muggen overgedragen virus dat herkauwers en de mens kan infecteren. Vooral schapen zijn gevoelig voor het virus. De gevolgen van een RVFV-besmetting zijn vooral ernstig in pasgeboren lammeren, waarvan de meeste dieren de infectie niet overleven. Bij drachtige schapen resulteert RVF-infectie in abortus. Infecties bij de mens resulteren doorgaans in griepachtige symptomen, een klein percentage ontwikkelt ernstige ziekte die fataal kan aflopen. Het virus komt momenteel alleen voor op het Afrikaanse continent en het Arabisch schiereiland. De muggen die het virus kunnen overdragen komen wereldwijd voor, waaronder in Nederland. Globalisering, klimaatverandering en toenemende populaties van dieren en mensen vergroten het risico op toekomstige uitbraken van RVFV wereldwijd.

Een levend-verzwakt RVF als vaccin

Er bestaan geïnactiveerde en levend-verzwakte vaccins. Geïnactiveerde RVF-vaccins zijn veilig voor dieren, inclusief voor de ongeboren vrucht. De optimale werkzaamheid van deze vaccins hangt echter af van meerdere vaccinaties en jaarlijkse hervaccinatie. Levend-verzwakte vaccins zijn over het algemeen zeer effectief na een enkele vaccinatie, maar de tot nu toe beschikbare levend-verzwakte vaccins tegen RVF kunnen worden overgedragen op de foetus, wat kan leiden tot doodgeboorte, aangeboren afwijkingen en abortus. In tegenstelling tot deze vaccins bleek het nieuwe RVF-vaccin volledig veilig voor drachtige dieren, zelfs na toediening van een zeer hoge dosis. De huidige studie laat zien dat het levend-verzwakte vaccin volledige bescherming geeft na een enkelvoudige vaccinatie.

RVF-vaccin voor de mens

De technologie die gebruikt is voor de ontwikkeling van het vaccin voor dieren wordt ook toegepast voor de ontwikkeling van een RVF-vaccin voor gebruik bij mensen. Dit kandidaat-vaccin wordt momenteel ontwikkeld in het LARISSA-project dat gefinancierd wordt door de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations. Eind 2021 zal dit vaccin worden getest op veiligheid bij mensen.

Bron: WUR (Persbericht)

← #nieuws

NICE recommends Jyseleca® ▼(filgotinib) on NHS in landmark decision for rheumatoid arthritis

Galapagos NV (Euronext & Nasdaq: GLPG) welcomed the news that the National Institute for Health and Care Excellence (NICE) has issued a final appraisal determination (FAD) recommending the use of the daily oral pill, JYSELECA®▼ (filgotinib) on the National Health Service (NHS) in England for the treatment of eligible adult patients with moderate to severe active rheumatoid arthritis (RA).1 It is the first time in the UK that an advanced therapy has been recommended in people with moderate RA, offering thousands more the potential to achieve remission earlier – potentially slowing the irreversible damage and life-limiting symptoms RA can cause.2 RA is a degenerative auto-immune disease that can cause life-threatening complications.4 The sooner treatment begins, the better the chance of slowing disease progression.2 With thousands of people potentially eligible, the recommendation could help improve many lives as well as lessen the significant societal burden RA has in England.5,6

 “We are delighted with the NICE recommendation for Jyseleca today. For patients with moderate to severe RA in England this decision represents a significant new opportunity and especially for those with moderate symptoms who can now receive an advanced treatment earlier,” said Onno van de Stolpe, Galapagos CEO.

Filgotinib is a once daily oral pill that can be given on its own (as a monotherapy) or used alongside another common RA medicine, called methotrexate.7 Eligible patients with moderate or severe RA will have responded inadequately to intensive therapy with 2 or more conventional disease-modifying antirheumatic drugs (DMARDs).1 Eligible patients with severe disease will also have wider access to filgotinib in line with criteria defined by NICE. Filgotinib is an advanced therapy which, in RA, is a term used to describe biologic DMARDs and targeted synthetic DMARDs.1

More than 400,000 people in the UK live with RA (around 380,000 in England), and it is recognised as a condition that can cause debilitating physical pain, affect mental health and require chronic care.2 Studies have shown that RA shortens life expectancy, with some estimates putting this at around 10 years.8 Nearly 50% of patients diagnosed with RA suffer from mental health issues with 1 in 6 people having a major depressive disorder.6,9 RA is also a significant burden on the UK economy. Around a third of people diagnosed with RA stop work within two years of diagnosis10 and the combined cost of workdays lost due to osteoarthritis and RA in the UK was estimated at £2.58 billion in 2017 – estimated to rise to £3.43 billion by 2030.5

NICE guidance covers England. Wales and Northern Ireland are expected to follow the guidance with timelines for implementation currently under consideration. Filgotinib will be reviewed separately by the Scottish Medicines Consortium for use on the NHS in Scotland.

Under a new arrangement between Gilead and Galapagos, announced in December 2020, Galapagos will assume sole responsibility for filgotinib in Europe, including the UK. Through a phased transition the majority of activities supporting filgotinib in Europe are expected to be assumed by Galapagos by the end of 2021.

Source: Galapagos (Press release)

← #nieuws

First Patient Treated in Phase II Combination Trial of ISA Pharmaceuticals’ Lead Immunotherapy ISA101b with Keytruda®

ISA Pharmaceuticals B.V. today announced that the first patient has been dosed with its lead product ISA101b in a Phase II trial conducted and sponsored by UPMC Hillman Cancer Center, the University of Pittsburgh, PA, and supported by Merck Sharp & Dohme Corp and ISA Pharmaceuticals B.V.

The study in previously untreated patients with intermediate-risk head and neck cancer associated with human papilloma virus subtype 16 (HPV-16) will evaluate the efficacy of ISA101b and pembrolizumab (Keytruda®) in combination with cisplatin and radiotherapy. The principal investigator is Robert L. Ferris MD, PhD, Director of UPMC Hillman Cancer Center in Pittsburgh and Associate Vice Chancellor for Cancer Research at the University of Pittsburgh School of Medicine. Dr. Ferris is a paid member of the US Scientific Advisory Board for the Merck Sharp & Dohme Corp. This study was supported in part by a research grant from the Investigator-Initiated Studies Program of Merck Sharp & Dohme Corp.

The investigator-initiated, single-arm, open-label ‘Phase II Study Evaluating HPV-16 vaccination (ISA101b) and Pembrolizumab plus Cisplatin Chemoradiotherapy for Intermediate Risk HPV-16 associated Head and Neck Squamous Cell Carcinoma’ aims to enroll 50 patients with end of enrollment expected in late 2022.

The primary endpoint of the trial is 2-year progression-free survival (PFS) in patients with newly diagnosed, local-regionally advanced, intermediate risk HPV-associated head and neck cancer.

“For head and neck cancer patients at risk for tumor recurrence, chemo- and radiation therapy are being combined with PD-1 immune checkpoint inhibitors,” said Dr. Ferris. “We seek to leverage the effect of immunotherapy to enhance T cell specific immune responses against HPV, to provide for a more profound and durable anti-tumor effect. To explore this, we have chosen the synthetic long peptide (SLP) therapeutic HPV immunotherapy ISA101b. ISA Pharmaceuticals has demonstrated that HPV, as the predominant cause of this type of cancer, harbours powerful antigens against which virus-specific T cells will mount an attack on the cancer, and we will attempt to enhance this benefit using anti-PD1 pembrolizimab.”

“Currently immunotherapies combined with additional treatments are emerging as the most promising approach in oncology,” said Prof. Cornelis Melief, Chief Scientific Officer of ISA Pharmaceuticals. “Consistent with this, we have demonstrated in multiple trials that ISA101b is highly synergistic with various complementary cancer treatments. Our product has shown very promising results in Phase II combination trials with standard chemotherapy1 and the checkpoint inhibitor nivolumab2. This new trial will provide valuable insights into the effect of immunomodulation in the early stage adjuvant setting, in addition to our ongoing randomized Phase II ISA101b trial with cemiplimab in late stage oropharyngeal cancer. We very much look forward to the results.”

For further details of this study, please refer to https://clinicaltrials.gov/ and Identifier: NCT04369937.

Source: ISA Pharmaceuticals (Press release)

← #nieuws

De prijs van registratie: wie biedt?

, ,

De kogel is door de kerk, althans, voor het Zorginstituut. Afgelopen week adviseerde het Zorginstituut het ministerie van VWS om het medicijn mexiletine (Namuscla®) niet op te nemen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem. Het laatste woord is daarmee aan de minister. HollandBIO begrijpt de kritiek op de prijsstelling van het weesgeneesmiddel. Toch vinden wij het onwenselijk dat het Zorginstituut met dit advies het wettelijk kader inruilt voor een – per definitie subjectief – moreel kompas. We pleitten er eerder voor en doen dat nu weer: ongewenst gebruik van de weesgeneesmiddelenverordening voorkom je aan de bron, door aanscherping van die regels, ofwel door geneesmiddelen die met succes off-label gebruikt worden, als de wiedeweerga zelf te registreren.

Alweer ruim twee jaar geleden berichtte de Volkskrant over “medicijnkaper” Lupin Pharmacueticals. De geneesmiddelenfabrikant kreeg een handelsvergunning van het EMA voor het gebruik van een oud geneesmiddel, mexiletine (Namuscla®), voor een nieuwe indicatie, een zeldzame spierziekte. Het bedrijf maakte daarbij gebruik van de stimuleringsmaatregelen voor de ontwikkeling en registratie van weesgeneesmiddelen. Of volgens velen, misbruik. Hoewel de prijs in Nederland destijds nog niet bekend was, werd gevreesd dat Lupin dankzij de verkregen exclusiviteit de prijs fors zou opdrijven, waardoor de behandeling van patiënten vele malen duurder werd dan bij het gebruik van de tot dan toe naar tevredenheid gebruikte, maar ongeregistreerde, apotheekbereidingen.

Die vrees werd bewaarheid. Lupin introduceerde het geneesmiddel in Nederland met een buitenproportioneel prijskaartje. Ook na een door oud-minister Bruins bedongen korting op de apotheekinkoopprijs van 40%, bleef Namuscla® vele malen duurder dan de apotheekbereiding. Hoewel het Zorginstituut in principe positief oordeelt over opname op bijlage 1B van het GVS, adviseert het instituut de minister het middel niet in het basispakket op te nemen en in plaats daarvan de apotheekbereidingen te vergoeden. Namuscla® is simpelweg te duur, aldus het Zorginstituut, dat in het begeleidende persbericht laat optekenen dat: “de prijsstelling in geen verhouding staat tot de inspanningen om Namuscla® geregistreerd te krijgen”.

Een opvallend advies, dat op sympathie kan rekenen. Ook HollandBIO begrijpt de frustratie en onmacht van de situatie. Een geneesmiddel wordt gekaapt en er rest ons niets anders dan of onderhandelen en betalen, of patiënten in de kou laten staan. Maar toch. Het Zorginstituut oordeelt dat Namuscla® noodzakelijk is, behoort tot de stand der wetenschap en praktijk en dat gezien de budgetimpact van minder dan 10 miljoen euro een farmaco-economische beoordeling niet aan de orde is. Daarmee zouden toch alle seinen op groen moeten staan voor opname in het basispakket? De “geleverde inspanning voor het verkrijgen van een registratie” is immers geen criterium voor vergoeding, en in de regel is een geregistreerde behandeling preferent ten opzichte van een bereiding. Wat is een registratie waard? Hoeveel inspanning verantwoordt welke prijsverhoging? Waar ligt de grens? En is dat te objectiveren? Het verleden wijst immers uit dat ook een prijsstijging van enkele euro’s na registratie collectieve woede kan aanwakkeren. Met dit advies van het Zorginstituut dreigen we een helder wettelijk kader in te ruilen voor een grijs gebied van morele willekeur.

Moeten we dan maar lijdzaam toezien hoe medicijnkapers de solidariteit van ons zorgstelsel ondermijnen? Tuurlijk niet. Wees die handige jongens te slim af, en regel zelf die registratie, stelden we eerder voor in ons stuk Voorkom een rel, registreer snel. Daarnaast biedt de huidige evaluatie van de weesgeneesmiddelenverordening de uitgelezen kans om, op basis van twintig jaar ervaring de stimuleringsmaatregelen verder te scherpen, innovatie een impuls te geven en en passant medicijnkapers een stok in de wielen te gooien. Laten we samen optrekken om ongewenst gebruik onmogelijk maken, en belangrijker nog: de stimuleringsmaatregelen zo in te richten dat we op termijn elke zeldzame ziekte patiënt, overal in Europa, toegang kunnen geven tot een passende behandeling.

Lees meer:


← #nieuws

Nieuwe kankergeneesmiddelen sneller bij de patiënt

,

Goed nieuws in het AD vanochtend! Artsen, het Zorginstituut en zorgverzekeraars starten met het nieuwe Drug Access Protocol (DAP): individuele vergoeding van dure geneesmiddelen voor patiënten met zeldzame vormen van kanker. Klinkt als de DRUP-studie, maar dan voor nieuwe kankergeneesmiddelen. HollandBIO juicht het initiatief van harte toe, omdat de toegang voor patiënten sneller en beter wordt.

De eerste fabrikant die de DAPpere stap neemt om mee te werken is Sanofi, met het middel cemiplimab. Ongeveer zestig tot zeventig patiënten per jaar hebben baat bij dit middel tegen plaveiselcelcarcinoom van de huid. De afspraak die is gemaakt houdt in dat cemiplimab vier maanden op kosten van de fabrikant gebruikt wordt voor het behandelen van patiënten. Als na vier maanden blijkt dat de tumor van de patiënt gekrompen of gelijk is gebleven, worden alsnog alle kosten vergoed uit het basispakket. Het mooie van dit initiatief is dat het risico bij de fabrikant ligt. Zij krijgen er op hun beurt waardevolle data over de werking van hun medicijn in de ‘echte wereld’ voor terug.

HollandBIO is blij dat de vergoeding van deze geneesmiddelen op individuele basis wordt aangepakt. Zoals Haiko Bloemendal (NVMO) tegen de NOS zegt: “de grote winst is dat patiënten die toevallig een zeldzamere vorm van kanker hebben niet de dupe zijn omdat het langer duurt voor er een besluit wordt genomen over de vergoeding van een nieuw medicijn”. Het DAP is een mooie stap in de goede richting om innovatieve geneesmiddelen innovatief te beoordelen. En goed voorbeeld doet volgen. HollandBIO hoopt op een sneeuwbaleffect, want ook andere patiënten met zeldzame ziekten hebben baat bij individuele vergoeding. Zo zorgen we er met elkaar voor dat elke patiënt sneller en beter de juiste behandeling op het juiste moment krijgt én vergoeden we alleen effectieve behandelingen. Werk aan de winkel dus!

← #nieuws

Technologische innovaties tornen aan het systeem van geneesmiddelontwikkeling en dat is top

, ,

De komst van steeds meer gepersonaliseerde behandelingen, waaronder cel- en gentherapieën, bieden hoop voor ernstig zieke patiënten. Maar de ontwikkeling én productie van deze geavanceerde therapieën is kostbaar, risicovol en duurt lang. Technologische innovaties bieden kansen voor efficiëntere geneesmiddelontwikkeling en stimuleren op deze manier gezondheidswinst en betaalbaarheid.

HollandBIO zet een paar illustratieve voorbeelden van het effect van technologische innovatie op de geneesmiddelontwikkeling vers van de pers voor je op een rijtje. Zo kan door de inzet van CRISPR-technologie de screening en validatie van nieuwe drug targets, als ook de ontwikkeling van relevante cel- en diermodellen efficiënter. Kunstmatige intelligentie helpt bij het zoeken naar nieuwe antibiotica en met cryo-elektronmicroscopie vond farmaceut Janssen het juiste spike-eiwit voor hun coronavaccin.

En niet alleen de ontwikkeling, ook de productie van geneesmiddelen kan baat hebben bij technologie. Zo pleitte Liesbet Lagae afgelopen week in de Volkskrant voor het automatiseren van het productieproces van CAR-T-celtherapie. Het doel: meer revolutionaire kankerbehandelingen toegankelijk voor de patiënt. Lagae ziet een leidende rol voor Europa in deze automatisering en pleit daarom voor interdisciplinaire samenwerking op dit vlak.

Ook HollandBIO droomt van een toekomst waarin gezondheid op maat de standaard is. Ondanks dit wenkend perspectief blijkt de route van lab naar praktijk voor deze technologische innovaties hobbelig. Wij brachten de kansen en uitdagingen in kaart en zetten ons in om technologische innovaties sneller en beter van lab naar praktijk te brengen. Let’s challenge the status quo, together, today!

Meer lezen over Slimmer meten?

← #nieuws

Merus Announces Collaborations with Nationwide Medical Organizations in the Netherlands and Japan to Enhance Screening and Identification of Cancer Patients with NRG1 Fusion Tumors and to Raise Awareness of the eNRGy Clinical Trial

Merus N.V. (Nasdaq: MRUS), a clinical-stage oncology company developing innovative, full-length multispecific antibodies (Biclonics® and Triclonics™), today announced collaborations with nationwide medical organizations in the Netherlands and Japan to raise awareness of the eNRGy trial and to provide molecular screening opportunities for patients with cancers that may have neuregulin 1 (NRG1) fusions. In the collaborations, Merus has agreed to support access to next generation sequencing for eligible patients with pancreatic adenocarcinoma in the Netherlands, and pancreatic adenocarcinoma and non-small cell lung cancer (NSCLC) in Japan, aimed to identify the presence of NRG1 fusions and raise awareness of potential paths to enrollment in Merus’ Phase 1/2 eNRGy trial of bispecific antibody zenocutuzumab (Zeno). The collaborating organizations in the two countries are:

  • Erasmus University Medical Center Rotterdam (Erasmus MC) in the Netherlands has agreed to perform a nationwide campaign, in affiliation with the Dutch Pancreatic Cancer Group (DPCG), to raise awareness of next generation genome screening offered by Merus for eligible patients with a diagnosis of pancreatic adenocarcinoma at all 17 pancreatic cancer centers in the Netherlands, and availability of the eNRGy trial for eligible patients. Erasmus MC, based in Rotterdam, is the largest University Medical Center in the Netherlands and is devoted to providing outstanding care, facilitating world-class education and conducting pioneering research.
  • National Cancer Center (NCC) Japan has agreed to provide RNA sequencing, funded in part by Merus, for eligible patients with pancreatic adenocarcinoma and patients with NSCLC to identify NRG1 fusions. Patients with pancreatic adenocarcinoma will be directed to the SCRUM-Japan GI-SCREEN program. Patients with NSCLC will be directed to the LC-SCRUM-Asia program. Both programs are part of an Asian genome screening platform operating within institutions participating in the GI-SCREEN and LC-SCRUM-Asia programs, including the NCC Hospital East (NCCHE) and approximately 215 other institutions in Japan, to identify patients with targetable gene alterations for the development of novel targeted therapies. NCC Japan, established in 1962, is a leading medical institution in cancer treatment and research in Japan. NCCHE, established in 1992, is one of the leading specialized cancer hospitals in Japan, treating over 9,000 new patients each year. NCCHE has been promoting the development of innovative cancer medicines and medical devices, including first-in-human trials of new cancer medicines and investigator-initiated trials.

“Merus is supporting a broad molecular screening effort for patients who are not routinely screened for gene mutations,” said Dr. Andrew Joe, Chief Medical Officer of Merus. “Partnering with prestigious academic institutions and national cooperative groups of investigators dedicated to the treatment of cancer is a strategic effort we are undertaking as we seek to advance enrollment in our eNRGy clinical trial to explore the potential for Zeno to become a compelling new treatment option for cancer patients with NRG1 fusions.”

Source: Merus (Press release)

← #nieuws

Vaccinatie-lichtpuntjes tijdens deze donkere, verlengde lockdown

, ,

Met deze verlengde lockdown kunnen we allemaal wel wat lichtpuntjes aan de horizon gebruiken. Daarom, vers van de pers, de fijnste vaccinatie-highlights van deze week!

Ondanks deze donkere tijden, was vaccinatie afgelopen week volop positief in het nieuws. Zo zijn sinds de Nederlandse V-day al 38.000 mensen gevaccineerd met het Pfizer/BioNTech-vaccin, en blijkt de vaccinatiebereidheid onder het ziekenhuispersoneel enorm hoog. Er waren nog even wat zorgen of het vaccin ook zou beschermen tegen de “nieuwe” varianten van het virus (ook wel Britse en Zuid-Afrikaanse varianten genoemd), maar gelukkig lijkt het ook deze te snel af. Wat zijn we daarom blij dat de EU haar contractafspraak met de ontwikkelaars weet te verdubbelen tot 600 miljoen doses. Nederland denkt daarbij niet alleen aan zichzelf en trekt een extra €25 miljoen uit voor de aanschaf en verspreiding van vaccins in arme landen.

Een tweede vaccin, dat van Moderna, kreeg ook groen licht van het Europees Medicijn Agentschap (EMA). Dat is goed nieuws, want daarmee weet Nederland nog eens 6 miljoen vaccins veilig te stellen. Nu blijft het duimen draaien voor het Oxford/AstraZeneca-vaccin, waar het EMA nog voor het einde van deze maand ook een oordeel over hoopt te vellen.

Al deze mooie ontwikkelingen maken HollandBIO en ook Nature één ding pijnlijk duidelijk: waar een wereldwijde sociale en politieke wil is – en, vooruit, voldoende middelen – is een weg. De ontwikkeling van vaccins en geneesmiddelen kan dus wel degelijk sneller en beter. Laten we daarom zodra het weer kan letterlijk de koppen bij elkaar steken om lessen te trekken uit deze moeilijke en leerzame periode.

← #nieuws

Nieuwe hoogleraar wil met behulp van ‘real world data’ oncologische behandelprocessen verbeteren

Met behulp van ‘real world data’ uit de klinische praktijk, kan de kwaliteit van de oncologische zorg de komende jaren verder verbeterd worden. Dit zegt prof. dr. Michel Wouters. Hij is sinds 1 december 2020 aangesteld als bijzonder hoogleraar ‘Kwaliteit van de oncologische zorg, in het bijzonder datagedreven verbetering van patiëntuitkomsten’, in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

De bijzondere leerstoel in ingesteld in opdracht van het Nederlands Kanker Instituut (NKI). Wouters is als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdelingen Biomedical Data Sciences (BDS) en Medische Besliskunde (MB) in het LUMC. Met het hoogleraarschap van Wouters, streeft het LUMC ernaar om een internationaal toonaangevend centrum te worden op het gebied van uitkomstmeting en onderzoek.

Waardegedreven zorg

Innovaties volgen elkaar binnen de oncologische zorg in rap tempo op. De zorg wordt hierdoor steeds complexer, ook voor patiënten. “Onder het motto ‘waardegedreven zorg’ proberen we de kwaliteit van de oncologische zorg te verbeteren en daarmee ook de uitkomsten en ervaringen van patiënten”, vertelt Wouters. “Het is daarom belangrijk dat nieuwe behandelingen en innovaties in de dagelijkse praktijk goed worden geëvalueerd. Want wat werkt het beste en bij wie?”
De bijzonder hoogleraar wil de methodologische expertise van de afdeling BDS en de kennis van zorgverleners uit de dagelijkse praktijk binnen de oncologische zorg bij elkaar brengen. “Door de verschillende expertises te verbinden, kan er een goede kwaliteitsmeting worden opgezet. Daarmee kunnen we onze zorg verbeteren en uiteindelijk beter geïnformeerde keuzes maken in het zorgproces”, legt hij uit. 

Data en patiëntuitkomsten 

Volgens Wouters kunnen zorgprofessionals veel leren van data uit de dagelijkse praktijk. “Veel van onze kennis is gebaseerd op resultaten van klinische trials. Een aanzienlijk deel van de patiënten die we behandelen in de dagelijkse praktijk is daar echter niet in vertegenwoordigd. Denk aan ouderen of patiënten met specifieke comorbiditeiten.” Met de juiste methodologie kan achterhaald worden welke behandelingen bij hen het meest passend zijn. “Een goede methodologie is belangrijk”, vertelt Wouters. “Er zijn veel valkuilen bij het analyseren en interpreteren van de data, waarbij juist die wisselwerking tussen methodologen en clinici belangrijk is.”

Het onderscheiden van subgroepen van patiënten zal steeds belangrijker worden in de oncologie. Dit omdat het doel is om hen een behandeling op maat te geven. Niet alleen klinische kenmerken van patiënten, maar ook bloed, weefsel en genetische data van patiënt en tumor worden gebruikt om behandelingen te personaliseren. Bovendien worden steeds vaker patiënt-gerapporteerde uitkomsten verzameld in de reguliere oncologische zorg. “Zowel voor het evalueren van de effectiviteit van een behandeling, als de uitkomst voor de individuele patiënt”, legt Wouters uit. 

Beter geïnformeerde keuzes

Deze uitkomstinformatie zal zijn weg vinden naar de spreekkamer, waarmee er per patiënt een meer persoonlijk behandelplan uitgestippeld kan worden. Daarmee krijgt de patiënt alvast een beter beeld van de levenskwaliteit- en duur na een behandeling, voordat deze gestart wordt. Op basis van die informatie kunnen zorgprofessionals en patiënten gezamenlijk een beter geïnformeerde beslissing maken over welke behandeling het meest geschikt is.

Spiegelen van resultaten

Bij het verzamelen en analyseren van ‘real world data’ is het belangrijk dat zorgprofessionals verder kijken dan alleen de eigen afdeling of instelling. “Als specialisten moeten we altijd kritisch naar onszelf, maar ook naar elkaar blijven kijken”, vindt Wouters. Volgens hem is het belangrijk dat specialisten inzicht hebben in elkaars resultaten en deze met elkaar kunnen vergelijken. “Op die manier kunnen we van elkaar leren en de kwaliteit van zorg als beroepsgroep blijven verbeteren.”
Wouters heeft zich als hoofd van het Wetenschappelijk bureau van het Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA), de laatste 10 jaar veel ingezet bij het genereren van kwaliteitsinformatie voor medisch specialisten. Als oncologisch chirurg noemt hij graag een voorbeeld uit zijn eigen praktijk.

“Als we in de data van de Nederlandse melanoomcentra zien dat er in het ene ziekenhuis bij het behandelen van patiënten met een naar de lymfeklieren of organen uitgezaaid melanoom betere resultaten zijn dan in het andere, dan willen we graag achterhalen waarom. Zijn de resultaten gebaseerd op andere behandelingskeuzes, dan kunnen we daar allemaal van leren en landelijk meer succesvolle behandelingsstrategieën implementeren. Patiënten in heel Nederland kunnen zo beter geholpen worden.”

Bron: LUMC (Nieuwsbericht)