← #nieuws

Is het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen echt klaar voor de toekomst? 

,

De Nederlandse zorg staat onder druk. Er komen steeds meer patiënten bij, maar het aantal handen aan het bed groeit niet mee. Hierdoor lopen wachttijden op en wordt de druk op zorgverleners groter. Dat roept bij veel mensen de vraag op: wie zorgt er straks nog voor mij? Dat komt omdat het huidige zorgsysteem is gebouwd voor een andere tijd, met minder patiënten, minder behandelmogelijkheden en minder kennis over individuele verschillen. Dankzij vooruitgang in onder meer biotech kunnen we ziektes nu steeds beter opsporen en behandelingen afstemmen op wat de individuele patiënt nodig heeft. Deze nieuwe werkelijkheid vraagt ook om een nieuwe manier van beoordelen en toelaten van geneesmiddelen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaf het Zorginstituut opdracht deze nieuwe manier vorm te geven. Hollandbio gaf input.

Het Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen (TSG) waar Zorginstituut Nederland (ZIN) aan werkt, wordt een nieuwe werkwijze om te bepalen hoe nieuwe geneesmiddelen beoordeeld worden en beschikbaar komen voor patiënten. Daarover mag ook hollandbio meedenken. Bij de term toekomstbestendig denken wij al snel aan een lerend zorgstelsel dat blijvend ruimte geeft aan innovatie en erop gericht is om nieuwe behandelingen zo slim en snel mogelijk bij de patiënt te krijgen. Hoewel wij zien dat het TSG een aantal goede elementen bevat, hebben wij naar aanleiding van het laatste conceptvoorstel dat ZIN ons ter consultatie voorlegde ook nog veel vragen. Zo maken wij ons zorgen dat het TSG uiteindelijk niet voor een nog meer rigide systeem zorgt dan we nu hebben, waardoor nieuwe geneesmiddelen uiteindelijk juist langzamer en moeilijker in plaats van sneller en beter van lab naar patiënt komen. In het bijzonder zien we bij weesgeneesmiddelen beren op de weg als we hier geen passende route voor inrichten.  

Het voorstel is nog niet publiek beschikbaar, maar onze volledige inbreng kun je wel alvast lezen via deze link. Heb je extra input of vragen over het TSG? Hollandbio denkt ook mee in een maandelijkse klankbordgroep die het Zorginstituut organiseert. Geef je suggesties daarom vooral mee aan hollandbio’s Thomas.  

← #nieuws

Een kleine stap voor de farmawetgeving, grote gevolgen voor het innovatieklimaat?

Afgelopen week publiceerde de Raad van de Europese Unie de tekst rondom het compromisvoorstel voor de nieuwe Europese farmaceutische wetgeving: tijd om de balans op te maken. Voor hollandbio blijft helder dat Europa nog altijd niet volledig doorgedrongen lijkt van de druk waaronder de internationaal opererende farmaceutische industrie staat, te midden van alle geopolitieke ontwikkelingen die de sector in haar greep houden. Of het Europees Parlement daar in de komende tijd tijdens de tweede lezing nog oog voor heeft… Wie weet biedt het oude onderhandelingsadagium ‘Nothing is agreed until everything is agreed’ nog kansen? Of anders toch in ieder geval de Europese Biotech Act?

Hollandbio zag de herziening van de farmaceutische wetgeving vanaf het begin als een grote kans. Alleen in plaats van bij te dragen aan de door ons zo gewenste en broodnodige beweging naar gezondheid op maat, stevenen we af op een bonte verzameling van maatregelen die enerzijds innovatie moeten aanjagen en anderzijds betaalbaardere geneesmiddelen voor ogen hebben. Uit de nu door de Raad geopenbaarde versies van de wetgeving en de richtlijn spreken zowel plussen als minnen. Zo zijn we positief over de verkorting van de tijdlijn voor de CHMP-opinie van 210 naar 180 dagen en over de ruimte die de regulatoire sandboxes in theorie aan innovaties bieden.  

Tegelijkertijd schuurt het op andere punten, zoals de introductie van een ‘modulaire’ beschermingsduur voor nieuwe geneesmiddelen: waarbij de basisbescherming is verlaagd en eventuele voorwaardelijke ophoging voor bedrijven vooral met onzekerheid gepaard gaat. Maar ook de verdere verplichtingen rond lanceringen, toeleveringsketens en milieurisicobeoordelingen vormen in toenemende mate een uitdaging voor bedrijven. En uitdagingen voor het bedrijfsleven, die zijn er momenteel al genoeg nu de Verenigde Staten met het Most Favored Nation Pricing-beleid enorm veel druk uitoefenen om Europa óók op het gebied van geneesmiddelen een eerlijker deel van de innovatierekening te laten betalen.  

Gelukkig zien we dat de Europese Commissie zich inmiddels wel degelijk zorgen begint te maken over het teruglopende concurrentievermogen en de strategische autonomie in en van Europa. In reactie op het rapport van Draghi werken zij nu hard aan een Biotech Act. Hiermee willen zij de bredere potentie van biotech voor mens, dier en planeet ten volste verzilveren en Europa koploper houden op innovatievlak. Deel I van deze wet is inmiddels openbaar, en heeft hollandbio’s volle aandacht, al mag er wat ons betreft nog best een tandje bij om te zorgen dat ook wij aansluiting houden met het tempo waarmee zowel de Verenigde Staten als China innoveren. Of deze ontwikkelingen nog hun weerslag krijgen op de herziening van de farmaceutische wetgeving? Hollandbio hoopt van wel. De inkt is immers nog niet droog: het Europees Parlement heeft nog recht op een tweede lezing voordat het het document ter finale stemming brengt. En ook daarna zal de Europese Commissie -zoals het er nu naar uitziet- voor de implementatie nog zo’n 100 secundaire wetten en regels moeten uitwerken: wat hollandbio betreft het liefst in samenhang met de aanstaande Biotech Act.  

Wanneer de EU wereldwijd serieus wil blijven meeconcurreren, onder andere op het vlak van farmaceutische innovatie, is wat hollandbio betreft een holistische aanpak van ons innovatie-ecosysteem nodig. Want innovatie aanjagen, strategisch autonoom willen zijn én binnen (nationaal) budget toegang tot geneesmiddelen garanderen: dat is geen haalbare combinatie als we op dezelfde voet doorgaan. Dat vraagt om een blik die verder gaat dan alleen de herziening van de farmaceutische wetgeving. Een blik die zich uitstrekt over al onze regelgevingstrajecten, marktvergunningen en de bredere markttoegangsomgeving. En voor die brede blik blijven we ons in het belang van patiënt én planeet bij hollandbio maar wat graag inzetten. 

← #nieuws

Nederlandse patiënt kan en wil niet wachten 

In Kassa werd – hartverscheurend – duidelijk wat de consequenties zijn van de keuzes die Nederland maakt in de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen: jonge moeder Jolie staat met lege handen, terwijl er een nieuwe behandeling bestaat die haar meer tijd met haar zoontje kan bieden. Dat patiënten in 26 Europese landen wél toegang hebben tot diezelfde behandeling, maakt de situatie amper uit te leggen. Waarom niet in een welvarend land als Nederland?

In gesprek met Kassa legt hoogleraar Gezondheidseconomie Xander Koolman helder uit dat Nederland een strenger toelatingsbeleid heeft voor nieuwe geneesmiddelen dan landen om ons heen, met vertraging en, steeds vaker, nee tot gevolg. Koolman: “De Nederlandse filosofie lijkt te zijn: als die andere landen nou die innovatie betalen, dan gaan wij het medicijn toekennen en gebruiken wanneer het goedkoper is.” Kortom: Nederland wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Los van de vraag of een dergelijke strategie wel past voor een welvarend land dat prat gaat op zijn innovatiekracht, vraagt deze aanpak veel geduld en tijd van patiënten – een luxe die Jolie, en de velen die net als zij wachten op een behandeling, niet heeft.  

De reportage kijk je hier terug – vanaf 9 min 45. 

← #nieuws

Bijna de helft van de weesgeneesmiddelen niet beschikbaar voor Nederlandse patiënten 

, ,

1,2 miljoen mensen in Nederland leven met een zeldzame aandoening, vaak zonder uitzicht op een effectieve behandeling. Ondanks dat er steeds meer innovatieve weesgeneesmiddelen een Europese handelsvergunning krijgen, blijft 43% daarvan nog steeds buiten bereik van Nederlandse patiënten. Rond zeldzame ziektedag staat hollandbio, samen met vele anderen over de hele wereld, stil bij iedereen die hier dagelijks mee te maken heeft. Onderzoekers en ondernemers over de hele wereld zetten zich elke dag keihard in om voor iedereen een geneesmiddel te ontwikkelen, ondersteund door gerichte stimulansen voor de Europese Unie. Wij vinden het dan ook enorm zonde als deze behandelingen niet beschikbaar komen voor patiënten. Want iedereen verdient een passende behandeling, onafhankelijk van hoe vaak je ziekte voorkomt.

43% van de weesgeneesmiddelen in Nederland buiten bereik

Niet alle weesgeneesmiddelen die door het Europees Medicijnagentschap (EMA) zijn goedgekeurd zijn dus in Nederland beschikbaar. Het afgelopen jaar hebben negen nieuwe weesgeneesmiddelen een marktvergunning gekregen. Er zijn nu in totaal 251 weesgeneesmiddelen met een actieve marktvergunning. Het Nederlandse basispakket vergoedt op dit moment 57% van deze middelen. Hoewel het uiteindelijk meestal wel lukt om weesgeneesmiddelen vergoed te krijgen, kost dit heel veel tijd: van de weesgeneesmiddelen die in de afgelopen tien jaar zijn geregistreerd is nu 53% vergoed; voor middelen die ouder zijn ligt dat percentage op 89%. En voor de oudere middelen kan dit percentage zelfs iets te rooskleurig zijn, omdat bedrijven geneesmiddelen ook van de markt kunnen halen als deze niet succesvol genoeg zijn. Dat is zonde, juist ook omdat de EU met gerichte wetgeving onderzoek naar zeldzame ziektes extra ondersteunt. Het is hoog tijd om het tij te keren!

Een duik in de feiten en cijfers

Elk jaar onderzoekt hollandbio hoeveel weesgeneesmiddelen vergoed beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten. Als een weesgeneesmiddel een Europese handelsvergunning krijgt, betekent dat nog niet meteen dat artsen dit aan patiënten kunnen voorschrijven. Nadat de EMA een oordeel velt over de balans tussen baten en risico, volgt in Nederland een tweede ronde aan beoordelingen. Daarin wordt getoetst hoe goed een geneesmiddel werkt ten opzichte van de huidige zorgstandaard en of de prijs en effectiviteit van het geneesmiddel met elkaar in balans zijn, zodat daarna kan worden bepaald of een geneesmiddel vanuit de zorgverzekering wordt vergoed. Ook hier is de zeldzaamheid van een ziekte vaak al een spelbreker: Het is natuurlijk veel moeilijker om in een kleine groep patiënten aan te tonen of en bij wie iets werkt. Onze bevindingen over het succespercentage van deze laatste stap, gebaseerd op data van de Europese Commissie, EMA, het GVS en Farmatec, publiceren we vandaag in een bijgewerkte infographic.

Soort registratie en bedrijf maakt verschil

Waarom het ene weesgeneesmiddel wel en het andere niet snel vergoed wordt, is helaas niet uit de openbare data te destilleren. Wel kunnen we zien dat het soort registratie en de grootte van het bedrijf hier invloed op lijken te hebben. Zo worden middelen met een voorwaardelijke marktvergunning maar mondjesmaat vergoed (5%) en weesgeneesmiddelen waarvan de marktvergunning onder bijzondere omstandigheden wordt uitgegeven (67%) juist vaker vergoed dan gemiddeld. Ook zien we dat het grote bedrijven (69%) vaker lukt om een weesgeneesmiddel vergoed te krijgen dan het MKB, waarvoor het maar in 25% van de gevallen lukt. En sowieso wordt het overgrote deel van de weesgeneesmiddelen (95%) uit onze analyse naar de markt gebracht door grotere, dikwijls wereldwijd opererende bedrijven.

Geen tijd te verliezen

Patiënten hebben geen tijd om te wachten tot een nieuw geneesmiddel eindelijk eens vergoed en wel beschikbaar komt. Er zijn legio redenen om aan te wijzen waarom dit zo lang kan duren. Bijvoorbeeld doordat weesgeneesmiddelen niet altijd passen in de bestaande beoordelingskaders, of omdat bedrijven ervoor kiezen om hun middelen eerst in andere landen aan te bieden. Bijvoorbeeld omdat de markt daar groter is, of de procedure om tot vergoede toegang te komen sneller, meer op maat of voorspelbaarder is. En heel soms is het ook zo dat een ziekte zo zeldzaam is dat er geen patiënten in Nederland bekend zijn. Dan kan een ontwikkelaar er bewust voor kiezen het middel helemaal niet in Nederland te lanceren.

Iedereen verdient een weesgeneesmiddel

Wat hollandbio betreft, is onze gezamenlijke opdracht duidelijk: zorgen dat patiënten zo (ver)goed en snel mogelijk toegang kunnen krijgen tot innovatieve weesgeneesmiddelen. Het is domweg onacceptabel dat een werkend geneesmiddel patiënten niet bereikt, allereerst en vooral voor de betreffende patiënten en hun naasten, die verstoken blijven van hun kans op beterschap. Maar de impact reikt verder. Deze sterk gepersonaliseerde geneesmiddelen vertegenwoordigen immers de koplopers in de transitie naar gezondheid op maat – die buiten bereik blijft als we geen toegang kunnen realiseren. Ook blijken nieuwe technologieën, initieel ontwikkeld voor de behandeling van zeldzame ziektes, in veel gevallen later ook toepasbaar voor andere, vaker voorkomende ziektebeelden, waarbij het weesgeneesmiddel de weg vrijmaakt voor forse vervolginnovatie en -ontwikkeling.

Tijd voor vernieuwing

Helaas zien we nog té weinig aandacht, actie en urgentie om te waarborgen dat weesgeneesmiddelen nu en in de toekomst hun weg naar vergoede toegang zullen vinden. Ons huidige zorgstelsel is ontworpen in en voor een andere tijd, en paste goed bij de uitdagingen die toen speelden. Maar die tijd is voorbij: de nieuwe realiteit staat bol van nieuwe mogelijkheden, voor het vastleggen en benutten van data, voor slimmere inzet van nieuwe diagnostiek en uiteraard in het beschikbare behandelarsenaal. Toch blijven we maar pleisters plakken – het systeem oplappen in plaats van de broodnodige echte verandering teweeg te brengen. Het is tijd voor vernieuwing: voor een lerend zorgstelsel, waarin elke patiënt de juiste behandeling krijgt op het juiste moment. Zo laten we gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan.

← #nieuws

Data-gedreven werken in de gezondheidszorg 

De juiste patiënt, de juiste behandeling op het juiste moment, dat gaat een stuk beter en sneller wanneer informatie over de gezondheid van een patiënt op het juiste moment bij de juiste zorgverlener voorhanden is. Daarom is het fantastisch nieuws dat ons gezondheidsinformatiestelsel steeds verder vorm krijgt. Deze implementatiestrategie beschrijft welke punten nog om uitwerking vragen en recent nog maakten het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Zorgverzekeraars Nederland en CumuluZ afspraken over de samenhang in de data-infrastructuur. Een mooie opmaat naar hollandbio’s zo vurig gewenste lerende zorgsysteem. Nu nog zorgen dat deze data ook voor onderzoek en innovatie beschikbaar komt, zodat we samen de zorg kunnen verbeteren!

← #nieuws

Patiënt buitenspel bij afwijzing alzheimermedicatie

Het Zorginstituut heeft op 18 februari de minister van VWS, Jan Anthonie Bruijn, geadviseerd om behandeling met het alzheimermedicijn lecanemab niet te vergoeden in het basispakket. Alzheimer Nederland raadt de minister aan om het medicijn toch beschikbaar te stellen aan een beperkte groep. “Deze kleine groep moet de mogelijkheid krijgen om samen met de arts te kiezen. We zien dat het patiëntenperspectief onvoldoende is meegenomen in dit advies”, zegt Wiesje van der Flier, directeur van Alzheimer Nederland. 

Aan innovaties alleen hebben we niet genoeg, ziet ook hollandbio: we moeten deze ook in kunnen en mogen zetten – daar waar deze effect geven. Daarvoor zal ons zorgstelsel zelf ook mee moeten innoveren. Want juist in de praktijk doen we weer inzichten en ervaringen op waar we van leren en die ons betere behandelingen helpen ontwikkelen. Wanneer we blijven wachten op de perfecte behandeling, dan komt deze er misschien wel nooit.

← #nieuws

KNAW adviseert: wetenschap als recept

Verrassing! In haar nieuwste rapport ‘Wetenschap als recept’ schrijft de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) continue kennisopbouw voor om onze zorg passend, duurzaam en betaalbaar te houden. Wetenschappelijk onderzoek helpt gedurende de gehele levensloop van een geneesmiddel, van ontwikkeling tot gebruik door de patiënt, namelijk om de juiste keuzes te maken. Keuzes die in het belang zijn van zowel de patiënt als de samenleving én bijdragen aan betaalbare zorg. Een feest der herkenning. Onze sector is, net als de academische wereld, namelijk ook gedreven om met kennis en innovatie betere zorg te realiseren.

Eerlijk is eerlijk: kennisopbouw is waar KNAW-leden natuurlijk maar al te graag aan bijdragen en – hoogstwaarschijnlijk – ook de benodigde financiële middelen voor zouden willen ontvangen. Net zoals het bedrijfsleven ook afname van producten nodig heeft om zijn broek op te kunnen houden. Niets menselijks is ons vreemd 😉.

Maar de KNAW heeft geen monopolie op wetenschap, weten we bij hollandbio. Ook binnen de biotechsector wordt dagelijks wetenschap bedreven om tot passende zorg te komen, van productontwikkeling in de preklinische fase tot de complexe studies die nodig zijn om de strenge drempels van de EMA en het Zorginstituut te passeren.

Het is precies wat de KNAW benadrukt in haar advies: structurele kennisopbouw is geen ‘nice to have’, maar een randvoorwaarde voor passend medicijngebruik. Net als de KNAW geloven wij bij hollandbio ook dat Nederland alleen met een echt lerend zorgsysteem waardevolle innovaties verantwoord kan blijven toelaten en gebruiken. Structurele inzet van wetenschap, betere datadeling, samenwerking tussen alle betrokken partijen en Europese afstemming vormen daarbij de sleutel. Sterker nog: we hopen dat we de knappe koppen uit biotech en academie nog intensiever bij elkaar mogen steken, rond elke stap van lab naar patiënt. Het is hoog tijd om ons beider krachten te bundelen voor een slimme, toekomstbestendige zorg die werkt voor patiënten!

← #nieuws

Onbedoeld hoge drempels voor doktersrecept medicinale cannabis

Ruim een half miljoen Nederlanders gebruikt cannabis om medische redenen, terwijl slechts 7.000 patiënten medicinale cannabis krijgen op doktersrecept. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Trimbos Instituut. Volgens Trimbos zouden veel mensen liever medicinale cannabis op recept krijgen, maar lopen zij in de praktijk tegen tal van drempels aan.

Het is voor het eerst dat een onderzoek inzicht geeft in deze groep en in waarom zij geen cannabis via de reguliere zorg verkrijgen. Tegen EenVandaag vertellen gebruikers over hoe effectief de cannabis bij hen werkt tegen uiteenlopende aandoeningen. Ook zijn er verhalen van gebruikers die daardoor klachtenvrij zijn gestopt met andere medicatie waar ze nare bijwerkingen van ervaren.

Ongecontroleerd aanbod niet zonder risico’s

Het is begrijpelijk dat een grote groep Nederlanders bereid is te onderzoeken wat verlichting van hun klachten biedt. Als je ziek bent, wil je namelijk maar één ding, en dat is beter worden. Toch is het gebruik van niet-voorgeschreven cannabis niet zonder risico’s. Vaak hebben gebruikers geen duidelijk inzicht in de hoeveelheid werkzame stoffen, of zijn er zelfs zorgen over (gebrek aan toezicht op) mogelijke vervuiling. Ook wijst Trimbos op de gebruiksvorm: roken samen met tabak is schadelijker dan andere manieren van gebruik, zoals verdampen of innemen van cannabisolie. Daarnaast gebruiken sommigen de cannabis naast andere medicatie, zonder dat bijvoorbeeld apothekers kunnen meedenken over de onderlinge samenhang.

Wel legaal, niet bereikbaar

Sommige gebruikers willen graag gebruikmaken van de bestaande medische route, waar zowel de Opiumwet als de Geneesmiddelenwet bescherming bieden tegen die zorgen. Zo weten patiënten precies wat erin zit, is de kwaliteit gegarandeerd en zijn ze niet aangewezen op ongecontroleerd aanbod. Uit het onderzoek blijkt dat veel mensen liever medicinale cannabis op doktersrecept zouden krijgen. “Voor hen is het frustrerend om te weten dat medicinale cannabis legaal is in Nederland, maar dat ze er geen toegang toe hebben,” aldus Lisa Strada, projectleider van het onderzoek.

Hoge drempels leiden tot ongecontroleerd aanbod

Artsen zijn de aangewezen beroepsgroep om patiënten te behandelen, maar het voorschrijven wordt in de praktijk belemmerd door stigma’s en gebrek aan kennis. Voor patiënten spelen ook financiële overwegingen een rol; zorgverzekeraars hebben de vergoeding voor medicinale cannabis in 2018 gestopt. Daarnaast geven patiënten om uiteenlopende redenen aan dat zij meer keuze willen. Omdat het medische alternatief niet altijd uitkomst biedt, zijn zij aangewezen op ongecontroleerde aanbieders uit het coffeeshopcircuit of niet altijd ongevaarlijke zelfkweek. Toch is dat al jarenlang staande praktijk, ondanks herhaaldelijke oproepen vanuit de Tweede Kamer en uitspraken van rechters.

Hoognodige wetswijziging vindt plaats na de zomer

Trimbos dringt aan op verandering: ‘Beleidsaanpassingen zijn nodig om de toegankelijkheid te verbeteren en de zorg beter te laten aansluiten bij de behoeften van patiënten. Dit kan het gebruik van ongereguleerde cannabis terugdringen en tegelijkertijd de gezondheid van patiënten beter waarborgen.’ Ook het Instituut Medicinale Cannabis Nederland (IMC Nederland) ziet de toegang tot voorgeschreven medicinale cannabis graag verbeteren. IMC-voorzitter Renger Witkamp: “Wij roepen de nieuwe minister dan ook op het Trimbos-rapport uitvoerig te bestuderen en er lessen uit te trekken.” Ook hollandbio zal daarover in gesprek blijven met het ministerie van VWS en de Tweede Kamer, die zich volgens de laatste planning na de zomer zal buigen over de hoognodige wetswijziging.

← #nieuws

De overheid aan het afslanken

De overheid gaat vernieuwen om efficiënter en effectiever te worden. Het ambtenarenapparaat is namelijk flink gegroeid, constateert kabinet-Jetten, maar de productiviteitsgroei bleef achter. Een efficiëntieslag binnen de Rijksoverheid moet het elfvoudige opleveren van wat het aanstaande kabinet nog uit de geneesmiddelenbegroting denkt te kunnen persen. Hoog tijd voor nieuwe manieren van samenwerken, want ook voor ons zorgsysteem geldt: extra beleid en nog meer pleisters maakt Nederland niet beter, innoveren is onze enige uitweg.

Ook FD-columnist Sebastien Valkenberg legt de vinger op de zere plek (achter inlog): “De innovatie hapert, terwijl daar onze economische groei vandaan moet komen. Doorbraken, het is de afgelopen maanden al veelvuldig gezegd, komen nu veelal uit de Verenigde Staten en China. Deze innovatiecrisis is er eentje met vele oorzaken. Maar steevast bovenaan staat de fnuikende werking van goedbedoeld beleid. Waar we ooit koploper waren bij de ontwikkeling van geneesmiddelen, zijn we nu in veel opzichten afgehaakt. Vorig jaar sloeg wetenschapper-ondernemer Sander van Deventer alarm over de regelgeving. Het is tijdrovend om goedkeuring te krijgen voor gen- of celtherapie-onderzoek. ‘Inmiddels is Nederland een van de traagste landen in Europa bij de introductie van geneesmiddelen.’ Armoe troef, en beterschap is nog altijd ver te zoeken.

De aanstaande coalitie wil de toch al lege citroen nog verder uitknijpen en extra bezuinigen op medicijnen. Maar er valt alleen nog geld te ‘besparen’ door patiënten de botweg toegang te onthouden tot de nieuwste behandelingen. Zij zijn de dupe en betalen de rekening, met hun gezondheid – of met hun eigen geld.

Iedereen voelt het aan: dit systeem houdt het niet lang meer vol. Toch blijven we het oplappen, in de hoop dat het nog even meegaat. Terwijl steeds duidelijker wordt: het systeem is gebouwd in een andere tijd. In hoog tempo worden nieuwe oplossingen ontwikkeld door wetenschappers en innovatieve bedrijven. Maar het zorgsysteem waarin die innovaties moeten landen, is daar nog niet klaar voor. Het is opgebouwd rondom controle, vaste protocollen en standaardzorg. Het is ontworpen in een tijd van handgeschreven receptbriefjes, je patiëntgegevens op stickervellen en de fax als redmiddel bij spoedgevallen.

Nieuwe behandelingen krijgen geen kans in het huidige systeem. Vernieuwing wordt nog te vaak gezien als luxe, terwijl het onze enige uitweg uit het zorginfarct is. Nederland heeft grote ambities uitgesproken. In 2040 willen we tot de wereldtop behoren op het gebied van biotech. Maar dat lukt niet alleen met meer onderzoek of plannen op papier. Als het systeem geen ruimte biedt voor vernieuwing, blijft het bij mooie woorden, terwijl we daden nodig hebben. Daden in de vorm van andere spelregels en nieuwe manieren van samenwerken. In andere sectoren zien we successen. Daar trekken overheid, wetenschap en bedrijven samen op in de ‘gouden driehoek’. Die samenwerking heeft zich daar ruimschoots bewezen. Waarom zouden we dat niet ook in de zorg doen?

Biotech laat zien wat mogelijk is: zorg op maat, sneller herstel en minder druk op zorgverleners. Stop met pleisters plakken op een systeem dat niet werkt. Bouw aan een omgeving waarin innovatie echt de ruimte krijgt. Alleen dan maken we samen onze ambitie waar: betere zorg, nu en in de toekomst.

← #nieuws

Is ons zorgsysteem wel bewezen effectief?

Moet onze overheid bewijzen dat aanpassingen aan het gezondheidsbeleid het gewenste effect beogen? In de Volkskrant legt Erasmus-universitair docent Bastian Ravesteijn deze fundamentele vraag op tafel naar aanleiding van de voorgenomen verhoging van het eigen risico. Want waar de nieuwe coalitie interventies in de zorg weliswaar nóg strenger wil toetsen op bewezen effectiviteit voordat ze mogen inzetten, lijkt het wijzigen van het eigen beleid –ondanks bestaande wetgeving op dit vlak– vreemd genoeg vrijgesteld van enige eis zich voor invoering te bewijzen.

Ook rond geneesmiddelen ziet hollandbio de overheid regelmatig klakkeloos beleidswijzigingen doorvoeren, zonder dat de doeltreffendheid van deze maatregelen vooraf in kaart is gebracht. Zo introduceerde het Zorginstituut het afgelopen jaar bijvoorbeeld twee nieuwe pakketcriteria over arbeidsinzet en duurzaamheid. En hoewel zelfs de commissie die hierover adviseerde nog twijfel uitsprak over de keuze van de criteria en vraagtekens had bij de (sc)haalbaarheid van haar eigen plan, stond dit invoer niet in de weg – kritiek vanuit wetenschap en de sector ten spijt.

Recenter nog zagen we de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport niet één, niet twee, maar zelfs drie keer een ‘nee’ verkopen aan een bewezen effectief geneesmiddel, omdat hij de prijs ‘niet maatschappelijk verantwoord’ acht. De minister verwees in zijn argumentatie naar het adviestraject Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen van het Zorginstituut, de Nederlandse Zorgautoriteit en de Autoriteit Consument en Markt. Een advies waar wat hollandbio betreft nog van alles op aan te merken viel, en waar de Kamer bovendien nog niet over heeft kunnen debatteren.

Ravesteijn legt met zijn kritische vraag de vinger op de zere plek. De zorg piept en kraakt in haar voegen, en als remedie grijpen we maar al te vaak naar pleisters die snel wat verlichting moeten brengen. Het gevolg van al die lapmiddelen is dat we de zorg steeds verder op slot zetten. Terwijl we eigenlijk wel aanvoelen dat dit stelsel gebouwd is in en voor een heel andere tijd en meer radicale vernieuwing onafwendbaar is.

Wanneer we écht beterschap willen, zullen we elkaar de komende tijd vaker lastige vragen moeten stellen. Niet alleen of we dingen juist doen, maar ook of we de juiste dingen doen. Wat eigenlijk ‘de bedoeling’ van ons beleid is, en hoe we bepalen of we daarin succesvol zijn. In de ideale wereld halen we namelijk óók bewijs op om beleid mee te verbeteren. En wanneer dat aan de voorkant te veel werk kost, is het toch ten minste zaak om voor een goede feedbackloop te zorgen, waarmee we in de praktijk ofwel bewijzen dat we goede beleidskeuzes hebben gemaakt, ofwel zo snel mogelijk kunnen bijsturen.

Uiteindelijk wil iedereen graag zijn of haar steentje bijdragen aan de volksgezondheid. En juist met behulp van het stellen van kritische vragen en reflectie, ontstaat er ruimte om met elkaar te werken aan beterschap. Zo organiseren we een klimaat waarin we al lerend de zorg verbeteren. Én burgers en patiënten nu en in de toekomst van gezondheid op maat blijven voorzien, in een bewezen effectieve gezondheidszorgstelsel.