← #nieuws

Van willekeur naar preventienorm

, ,

Mooi nieuws: de Gezondheidsraad (GR) adviseert het ministerie van Volksgezondheid nog dit najaar met een structureel coronavaccinatieprogramma te starten. En waar de staatssecretaris recent nog te kennen gaf dat er geen budget meer was voor nieuwe vaccins, is dat er voor de coronavaccinatie toch wél. Het kan dus wel: preventief budgetteren voor preventie. Maar helaas gebeurt het niet structureel.

Willekeur troef 
Hollandbio is natuurlijk heel blij met de structurele inbedding van het coronavaccinatieprogramma. De pandemie maakte duidelijk hoezeer investeren in preventie een no-brainer is: de kosten van het vaccinatieprogramma zijn ongeveer gelijk aan de kosten van 2 dagen covid-crisis. Wel vinden we het  opmerkelijk dat de staatssecretaris ditmaal – nog vóór groen licht van de GR – budget had gereserveerd. Dat deed hij niet voor de gordelroosvaccinatie, waarvoor de seinen van de GR al langer op groen staan. De willekeur is helaas illustratief voor het nationale preventiebeleid. 

Systeemfalen  
De recente voortgangsbrief “vol vertrouwen in vaccinaties” bevestigt dit probleem. Er bestaat geen systematiek waarmee vaccins na groen licht automatisch in een programma stromen. In de woorden van de staatssecretaris: voor elke interventie moeten we binnen de begroting naar financiële dekking op zoek. En wanneer “de effectiviteit van het vaccin nog (te) laag”, of “de ziektelast onvoldoende groot” is, loopt die zoektocht vertraging op. Met andere woorden: we willen pas betalen voor preventie wanneer onomstotelijk vaststaat dat niets doen duurder is.  

De gevolgen van dat falende beleid tekenen zich af: gemiddeld ligt een vaccin 9 jaar op de plank. Tenzij er zichtbaar doden vallen, zoals bij corona en eerder bij meningokokken – dan kan het wél sneller. Ziektelast op zichzelf, – denk aan het leed veroorzaakt door gordelroos, of de ernstige gevolgen van rotavirus – is blijkbaar geen aanleiding om budget vrij te maken voor preventie. Zelfs niet wanneer de interventie naast effectief waarschijnlijk ook kosteneffectief is.   

Groundhog Day 
Een proactieve instelling lijkt helaas te ontbreken bij het ministerie. Slechts op aangeven van de Tweede Kamer komt het in beweging. Na een breed gesteunde kamermotie belooft de staatssecretaris te verkennen wat de mogelijkheden zijn om de financieringsproblematiek aan te pakken – voor een volgende kabinetsperiode welteverstaan. Hollandbio hoopt dat de staatssecretaris met die toezegging aanstuurt op een stelselmatige oplossing voor het probleem, en niet alleen een pleistertje plakt op het laatste financieringsfiasco: de gordelroosvaccinatie. We lijken beland in Groundhog Day, waarbij het wachten is op de volgende ronde: van geen budget, naar krantenkop, en via Kamervragen en ministeriële toezegging naar lapmiddel.  

Preventienorm 
Om het tij te keren, is een structurele oplossing nodig. Daartoe bepleit hollandbio een preventienorm: voldoende budget – of dat nu een percentage van het bbp is of een stabiele afgeleide van het zorgbudget – voor het benutten van interventies die ons gezond houden. Daarmee stopt het dweilen met de kraan open, en voorkomen we bovendien onnodige zorg, kosten en, bovenal, leed. 

← #nieuws

Programma Gezondheid op Maat: de next step 

, , ,

Op onze algemene ledenvergadering van afgelopen week kondigden we aan dat de twee hollandbio programma’s Sneller en beter van lab naar patiënt en Voorkomen is beter dan genezen, verder gaan als één: het programma Gezondheid op Maat. Hier leggen we uit waarom dat een heel logische stap is, en wat er verandert.

Ruim vier jaar geleden wist hollandbio met de lancering van het programma Sneller en beter van lab naar patiënt het gepolariseerde en contraproductieve geneesmiddelenbeleid en -debat als eerste te benoemen en te doorbreken. Met het programma Voorkomen is beter dan genezen zetten we het belang van preventie en in het bijzonder de glansrol van vaccins breed op de kaart. Vandaag kunnen we met trots constateren dat onze denkrichting en ideeën uit beiden programma’s breed omarmd zijn, getuige de uitspraken van Minister Kuipers tijdens de economische missie, de conclusies uit het financiële ecosysteem onderzoek van VWS, onze doorlopende dialoog over verbeteringen in het vaccinatiestelsel en het preventiebeleid in bredere zin, de oprichting van expertisecentrum FAST, de koers van multi stakeholder platform RSNN, maar ook programma’s als Health-RI en Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI).  

Dit mooie resultaat – een nieuwe, constructieve koers – maakt dat hollandbio opnieuw de sprong voorwaarts kan maken. Dit doen we met een holistische kijk op gezondheid, waarin de belangen van onze innovatieve biotech koplopers op het vlak van preventie, data, ai en ziektemodellen, diagnostiek én behandeling – samen komen in één gemeenschappelijke stip op de horizon: gezondheid op maat.  

Een nieuw narratief: Gezondheid op Maat 

De samenkomst van doorbraken in biologie, automatisering en artificiële intelligentie maakt dat onze sector steeds meer in staat is om maatwerk af te leveren. Want hoewel mensen veel op elkaar lijken, zijn we allemaal anders, en de beste behandeling voor de een, is niet persé de beste voor een ander. De nieuwste generatie biotech innovaties, of we het nu over geneesmiddelen, therapieën, vaccins of diagnostica hebben, speelt in op die individuele verschillen en maakt dat we steeds vaker de juiste patiënt van de juiste behandeling kunnen voorzien. Liefst preventief, om ziekte te voorkomen, maar als dat niet kan, toch zeker zo vroeg mogelijk in het ziekteproces. Een fantastische ontwikkeling. Helaas staat deze innovatietrend haaks op hoe ons verkokerde en rigide one size fits all-zorgstelsel in de basis werkt. In een poging de status quo te handhaven en de introductie van al die nieuwe innovaties en bijbehorende kosten te managen, wordt de lat voor toelating steeds maar weer hoger gelegd. Het resultaat is contraproductief: hoe meer gepersonaliseerd een innovatie, hoe moeilijker deze zijn weg vindt naar de praktijk, met de patiënt als kind van de rekening.  

Hollandbio staat voor een radicaal andere aanpak. Wij pleiten voor een forse investering in vooruitgang: in een toegankelijke gezondheidsdata-infrastructuur en de snelle implementatie en inzet van innovaties van vaccins, AI, prog- en diagnostica en de nieuwste behandelmogelijkheden. Door het doorbreken van disfunctionele zorgsilo’s, zoals tussen preventie en behandeling, registratie en vergoeding en tussen onderzoek en zorgpraktijk, bouwen we aan een lerend zorgsysteem, waarin optimale benutting van data ons niet alleen leert welke behandeling op individueel niveau de beste is, maar ook de ontwikkeling stimuleert van de behandelingen die nog ontbreken. Kortom: wij pleiten voor een stelsel dat gezondheid op maat mogelijk maakt. 

Werkwijze 

Binnen het nieuwe programma-narratief voegen we de doelen en werkwijze van beide voorlopers, Sneller en beter van lab naar patiënt en Voorkomen is beter dan genezen samen en zetten we onze inspanningen door (zie de Praatplaat Gezondheid op Maat). We blijven ons dus onverminderd inzetten om nieuwe behandelingen (preventief én curatief) sneller en beter van lab naar praktijk te brengen door werk te maken van een adaptief ecosysteem voor innovatie en door het bevorderen van de ontwikkeling inzet van slimme technologische innovaties zoals diagnostiek. 

Team Gezondheid op Maat – vertrek Marit 

Onze Marit heeft, met pijn in het hart, besloten haar liefde achterna te reizen om samen een paar jaar Japan te ontdekken. Dat betekent dat ze hollandbio gaat verlaten – we gaan haar ontzettend missen! Hollandbio’s Britt wordt programma manager Gezondheid op Maat en gaat, geholpen door het beste team van Den Haag en omstreken, het programma leiden.  

Reserveer een plek voor het Gezondheid op Maat event! 

Om deze omdoping te vieren organiseren we op woensdagmiddag 15 november 2023 een Biotech Wednesday met als thema Gezondheid op maat. De exacte invulling van het programma houden we nog even een verrassing, maar we kunnen vast verklappen dat de koplopers op het gebied van diagnostiek, ziektemodellen, geneesmiddelen én vaccins allemaal in de spotlight zullen worden gezet. Dus schrijf deze datum vast met hoofdletters in je agenda en reserveer alvast een stoel! 

Mocht dit bericht aanleiding geven tot vragen, aarzel dan niet om contact om te nemen met Britt of Thomas. 

← #nieuws

Toekomstbestendig pakketbeheer vereist gezondheid op maat

, ,

Vandaag debatteert minister Kuipers met de Tweede Kamer over zijn plannen om te komen tot een toekomstbestendig zorgverzekeringsstelsel en pakketbeheer. Hoewel de minister de kansen van de technologische vooruitgang voor patiënten roemt én de behoefte van het bedrijfsleven ziet, blijft ‘beheerste instroom’ en kostenbeheersing het uitgangspunt van zijn nieuwste plannen. Een gemiste kans voor écht passende zorg, waarin een lerend zorgsysteem het mogelijk maakt dat iedereen de beste behandeling op het juiste moment kan krijgen. Als we dat met elkaar weten te realiseren, is het ‘preventief’ innovaties weren uit het basispakket niet langer noodzakelijk.

Kostenbeheersing boven toegankelijkheid 

De samenvatting van de plannen van de minister luidt simpel: de hand gaat op de knip. We kunnen er niet omheen dat de betaalbaarheid en bemensing van ons zorgstelsel onder druk staat. Maar in plaats van investeren in innovaties en een integrale, duurzame transitie naar gezondheid op maat lijken het ministerie van VWS, het Zorginstituut, zorgverzekeraars en medisch specialisten vooral in te zetten op kostenbeheersing, door de lat voor toelating van medische innovaties steeds maar weer te verhogen. Daarmee wordt het steeds lastiger voor nieuwe geneesmiddelen, therapieën en diagnostica om de patiënt te bereiken. Illustratief zijn de recente aanpassingen van de PASKWIL-criteria door oncologen, de aanpassing van de sluiscriteria, de wijziging van de voorwaarden voor het verkrijgen van een vrijstelling van farmaco-economische analyse voor extramurale geneesmiddelen en de recente beslissingen van de minister om de geneesmiddelen Libmeldy en Trodelvy niet te vergoeden. De ingeslagen koers baart ons grote zorgen. 

In de Kamerbrief van afgelopen vrijdag verschenen de contouren van een mogelijke nieuwe drempel: een drie-fase-triage-systeem voor intramurale geneesmiddelen die niet voldoen aan de sluiscriteria. In drie fasen brengt het Zorginstituut eerst de risico’s in kaart, vervolgens worden die middels rapid review en triagetafel gekwantificeerd en daarna worden met betrokken partijen afspraken gemaakt om de risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Wij vragen ons af: wordt het systeem hier nou echt sneller en beter van?  

Begrijp ons niet verkeerd: ook HollandBIO steunt het streven om alleen effectieve zorg uit het basispakket te vergoeden. Maar effectief voor de één, is niet effectief voor een ander. De manier waarop we nu toetsen of een nieuwe behandeling effectief is, namelijk wetenschappelijk bewijs op populatieniveau (stand van de wetenschap en praktijk), conflicteert met de ambitie voor iedereen de juiste behandeling op het juiste moment. Een behandeling die voor de meerderheid niet effectief of kosteneffectief is, kan voor een individu soms het verschil tussen leven en dood betekenen. In het huidige systeem zal zo’n behandeling echter niet in de dokterstas belanden. Hoe voorkomen we dat die ene patiënt niet het slachtoffer wordt van kille, generaliserende, statistieken? 

Noch aan het eind van de keten nieuwe hordes opwerpen, noch innovaties ‘preventief’ weren uit het basispakket zijn duurzame oplossingen voor de uitdagingen van vandaag en de toekomst. HollandBIO is van mening dat passende zorg nooit werkelijkheid kan worden met een lege gereedschapskist. Bovendien is het helemaal niet nodig om de gereedschapskist niet aan te vullen, zolang we behandelingen maar selectief inzetten. 

Dat is een enorme klus, die een integrale visie richting gezondheid op maat vereist, met maximale inzet op het vergaren, vastleggen en delen van data, met de ontwikkeling van en toegang tot innovatieve diagnostiek en met het beschikbaar hebben en houden van een zo breed en flexibel mogelijk behandelarsenaal binnen een lerend zorgsysteem. Dat is niet alleen in het directe belang van alle Nederlandse patiënten, zoals ook de Patiëntenfederatie vindt, ook ons toonaangevende biotech ecosysteem, van kleine en grote bedrijven, tot ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen, vaart daar duurzaam wel bij.  

Lees meer:  

Inbreng HollandBIO commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel 21 juni 

Inbreng Patiëntenfederatie commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel 21 juni 

← #nieuws

Wij geven niet op 

,

Groter kan een krant bijna niet uitpakken dan De Volkskrant afgelopen weekend deed: twee voorpagina’s én een dubbele spread. Om namens twee oncologen goed te praten dat Nederlandse kankerpatiënten niet langer toegang hebben tot de nieuwste geneesmiddelen. En ja, daar vindt HollandBIO wat van. 

We doen zó ons best bij HollandBIO. Om te handelen op basis van feiten en cijfers en om die data transparant te maken voor iedereen. We zijn eerlijk over onze behoeften en belangen, die van onze leden en die van de sector. We preken weliswaar vaak voor eigen parochie, maar niet ten koste van het gezondheidsecosysteem, en zeker niet van patiënten. We zien de complexiteit van de zorg, we respecteren de expertise, bijdrage, belangen en behoeften van alle betrokkenen, en streven naar oplossingen die duurzaam werken voor iedereen. Dat doen we op basis van een rotsvast vertrouwen dat dit echt de beste aanpak is om met biotech het leven beter te maken voor mens, dier en planeet. 

Dat goede gedrag levert ons veel complimenten op, goede gesprekken en een zekere mate van respect, ook wanneer mensen het (sporadisch uiteraard) niet met ons eens zijn. Daar zijn we heel blij mee: het is heerlijk om gezien en gewaardeerd te worden om wie je bent en waar je voor staat. Keep ‘m coming dus, die likes, reposts en fanmail, dat laadt onze batterij op.  

Helaas voelen we ons ook vaak gekke Henkie. Ons goede gedrag wordt namelijk niet altijd beloond. Niet zelden leggen we het af tegen lelijk opportunisme: clickbait, politieke agenda’s, de vetste scoop, zichtbaarheid, geld, macht, of een onverkwikkelijke combinatie van die vaak verborgen belangen. Daar klagen we doorgaans niet over, it’s all part of the job. Maar dan is er die spreekwoordelijke druppel, die de emmer doet overstromen. Of, in dit geval, die maakt dat het braafste kind van de klas voor één keer uit de school klapt over soms de frustrerende realiteit van werken bij HollandBIO: 

  • We staan documentairemakers urenlang te woord, met als hoogst haalbare resultaat niet genoemd te worden in de uitzending (maar dus ook niet afgebrand als de as van het kwaad, hoera).  
  • We spreken met talloze ambtenaren over talloze dossiers, leveren input, trommelen experts op en denken keer op keer mee. Met resultaat: één-op-één regent het waardering, zijn we een lichtend voorbeeld, maar als puntje bij paatje komt, worden we toch maar niet uitgenodigd voor die cruciale rondetafel of dat landelijk overleg. Omdat we, nouja, euh, tja… bedrijven vertegenwoordigen en dat schrikt anderen zo af (en als je niet aan tafel zit, sta je doorgaans op het menu, zo leert de ervaring).  
  • We vinden onze slogans, teksten, feiten, cijfers en ideeën steeds vaker en zo goed als letterlijk terug in communicatie van anderen, maar helaas doorgaans zonder bronvermelding (we troosten onszelf met de gedachte dat ons draagvlak groeit).  
  • Eventorganisatoren sparren maar wat graag met ons over hun programma en maken dankbaar gebruik van ons grote netwerk, maar hijsen ons zelf liever niet op het podium (saai zo’n spreker met kennis van zaken en een constructieve houding).  
  • We praten de blaren op onze tong met journalisten, die willen weten hoe de vork in de steel zit, maar die vervolgens liever zwart-wit denkers quoten, want met onze genuanceerde stellingname haal je nou eenmaal geen voorpagina (zonder ons werk achter de schermen zou het artikel toch minder kloppend zijn geweest, geven we onszelf dan maar een schouderklopje).  

Kortom, impact komt niet vanzelf. In de meeste van bovenstaande gevallen geeft een snedig Weekly stukje, waarin we de vinger op de zere plek leggen, gelukkig verlichting. Maar soms is zo’n stukkie tekst, hoeveel likes het ons ook oplevert, niet genoeg. Viral gaan geeft immers een kick, maar is vluchtig, het verandert niets. Dat is frustrerend, zeker wanneer de tegenmacht geen boodschap heeft aan HollandBIO’s huisregels en daarmee een veel groter podium krijgt. En al helemaal wanneer patiënten het kind van de rekening zijn. 

Concreet en actueel is de niet te missen berichtgeving van de Volkskrant, over de mysterieuze missie van twee oncologen om recht te praten wat krom is: het preventief weren van nieuwe kankergeneesmiddelen uit de dokterstas. Inhoudelijk hebben we daar al veel over gezegd, lees Oncologen voorkomen passende zorg, Uitgezaaide conclusies over nieuwe geneesmiddelen en Zonder patiënt geen rendement er nog maar eens op na. En ook deze week weer slaan we alarm over de zorgwekkende nationale trend om kostenbeheersing te realiseren door de lat voor toelating van medische innovaties steeds maar weer te verhogen. Wij staan juist een tegenovergestelde aanpak voor – overigens ook mede om kosten te besparen: een forse investering in infrastructuur én innovaties om een duurzame transitie naar gezondheid op maat te realiseren.  

Natuurlijk hebben we begrip voor de uitdagingen van de oncologen, het zijn immers goeddeels uitdagingen die ze delen met geneesmiddelenontwikkelaars: innovaties volgen elkaar zo snel op, de gouden standaard is alweer gedateerd voordat de inkt droog is , klinische trials zijn een slechte imitatie van de echte wereld, nieuwe geneesmiddelen zijn schrikbarend duur en dat geeft gedonder, de nationale data-infrastructuur om effectiviteit in de praktijk te monitoren ontbreekt, en gesprekken in de spreekkamer worden complexer, doordat patiënten niet meer klakkeloos varen op het oordeel van de dokter, maar zich inlezen, uitspreken en om een second opinion vragen als ze twijfelen (dat laatste is ons inziens overigens een uitstekende ontwikkeling, dat moge duidelijk zijn). En misschien delen de oncologen zelfs wel onze toekomstvisie van gezondheid op maat. Maar dat ze – in tegenstelling tot alle andere bewoners van het gezondheidsecosysteem – al die uitdagingen “vrijwillig en in de avonduren” zouden moeten tackelen, is natuurlijk wel lariekoek. Dat je er geen declaratietitel aan kunt hangen, wil niet zeggen dat het niet bij je baan hoort.  

Voor De Volkskrant kunnen we minder begrip opbrengen. De krant laaft zich maar wat gretig aan het altijd scorende “geneesmiddelen zijn afschuwelijk duur maar werken helemaal niet” anti-farma frame. In een tenenkrommend vooringenomen artikel doet de krant de complexiteit, de inherente dilemma’s en beperkingen van werken op de grens van menselijk weten, de idioot ingewikkelde, dure, lange en risicovolle route om innovatieve geneesmiddelen van lab naar patiënt te brengen en de vele wettelijk vastgelegde checks & balances simpelweg af als een perverse strategie van bedrijven om zo veel mogelijk geld te verdienen over de rug van de maatschappij. Waarmee het hoog aangeschreven dagblad de realiteit zo draait dat het willens en wetens draagvlak cultiveert voor de leegloop van de dokterstas in de strijd tegen een vreselijke ziekte waar nog steeds veel te veel levenslustige mensen veel te vroeg aan overlijden.  

Je kunt het je wellicht voorstellen, maar als wij – vrijwillig en in het weekend – zo’n artikel onder ogen krijgen, is het ook voor ons niet makkelijk om onze eigen huisregels te heiligen. Ook wij zijn mensen, en de verleiding ligt op de loer om ook eens flink uit te halen, om anderen af te branden om de eigen positie te versterken. Om feiten zo te presenteren dat ze enkel het eigen gelijk bevestigen, om experts die weten hoe complex iets echt is, te omzeilen, en om vooringenomen alleen onze eigen noden rond te toeteren zonder naar anderen te luisteren en hun realiteit te erkennen. Maar dat doen we niet, we houden vol. Of om met de woorden van onze collega’s bij de VIG te spreken: wij geven niet op.  

PS – OPROEP AAN ALLE MEDISCH SPECIALISTEN – we wisselen met werkelijk iedereen van gedachten over de actualiteit en de duurzame toekomst van ons gezondheidsecosysteem, maar zelden tot nooit met medisch specialisten. En daar willen we maar wat graag verandering in brengen. Zelfs in de avonduren, als dat moet 😉. Jij ook? Neem dan vooral contact op met HollandBIO’s Wieteke. 

← #nieuws

Grijp die kans: geneesmiddelen sneller, beter, slimmer, goedkoper én groener beschikbaar dankzij herziening EU-geneesmiddelenwetgeving

,

Afgelopen vrijdag publiceerde het kabinet zijn reactie op het voorstel van de Europese Commissie voor herziening van de EU farmaceutische wetgeving. Vandaag spreekt de Tweede Kamer minister Kuipers over dit zogenaamde BNC-fiche, tijdens het commissiedebat in aanloop naar de EU-Gezondheidsraad. Het kabinet reageert overwegend positief op het voorstel van de commissie. Ook HollandBIO juicht de ambitie van het voorstel toe en ziet volop kansen om “access, affordability & availability” te verbeteren en Europa zo van een “triple A status” voor biotech te voorzien. Wel vragen we ons af of aanpassing van de wetgeving altijd de geijkte route voor impact is?

Prijzenswaardige EU ambitie: sneller, beter, slimmer, goedkoper én groener

De ambitie van de Europese Commissie juicht HollandBIO volmondig toe: nieuwe geneesmiddelen sneller, beter, slimmer, goedkoper én groener beschikbaar maken voor alle EU-burgers. Meer specifiek moet de herziening van de Europese farmaceutische wetgeving vijf doelstellingen verwezenlijken: ten eerste een verbeterde toegang tot innovatieve en betaalbare geneesmiddelen voor patiënten en nationale gezondheidsstelsels, ten tweede minder geneesmiddelentekorten en meer leveringszekerheid, ten derde het bevorderen van innovatie en concurrentie door een simpeler en efficiënter regelgevingskader en effectieve stimulansen. Als vierde doelstelling moet de herziening een sterkere bescherming van het milieu realiseren en tenslotte antimicrobiële resistentie (AMR) bestrijden. Het zijn prijzenswaardige doelstellingen waar niemand tegen kan zijn. Toch hebben we – naast een volmondig ja op de doelstellingen – ook twijfels over de marsroute.

Herziening wetgeving geen universele oplossing

Allereerst rijst de vraag of aanpassing van de Europese farmaceutische wet- en regelgeving in alle gevallen beste route is om snel impact te realiseren, of zelfs wel noodzakelijk is. Zo zou er ons inziens gewoon voldoende ruimte moeten zijn om buiten het wetgevend kader interne processen te optimaliseren, of om regulatoire pilots te starten en technologische ontwikkeling duurzaam bij te benen, in plaats van alles vast te leggen in rigide wet- en regelgeving. Een complexe en bedreigende crisis zoals antibioticaresistentie vereist daarnaast een even snelle als doortastende aanpak. De tijd ontbreekt om mee te liften met een decennium durend bureaucratisch Europees wetswijzigingsproces. Want al zijn de slachtoffers misschien minder zichtbaar dan bij het uitbreken van de COVID-pandemie, de nood is hoog. Een integrale crisisaanpak reflecteert ons inziens de omvang en urgentie van het probleem veel beter.

Europees vs nationaal: een kwestie van geven en nemen

HollandBIO kan een fikse ambitie doorgaans waarderen, zo ook die van de Commissie. Wel is het de vraag hoe realistisch deze is in het licht van het voorstel. De reikwijdte van de herziening is immers goeddeels beperkt tot (een deel van) de wet- en regelgeving rondom het verkrijgen van een Europese handelsvergunning. Naast de wens om met de herziening weer een beetje in de pas te lopen met de technologische ontwikkelingen van de afgelopen twee decennia, stonden ook politieke uitdagingen aan de wieg van deze herziening. Er is alle lidstaten, net als de Europese Commissie, veel aan gelegen om een bloeiend life sciences ecosysteem te creëren dat competitief is op het wereldtoneel. Zo’n ecosysteem trekt grote investeringen, schept volop hoogwaardige werkgelegenheid, geeft vroege toegang tot innovaties en vergroot de Europese strategische autonomie. Anderzijds worstelen lidstaten individueel om zorg betaalbaar te houden en maken zij zich zorgen over de tijdige beschikbaarheid van geneesmiddelen. Daarbij speelt nationale betalingsbereidheid een cruciale rol aan beide zijden van de medaille: zowel bij nieuwe, innovatieve geneesmiddelen als bij generieke geneesmiddelen. Bij gebrek aan nationaal handelingsperspectief in een wereldwijd speelveld kijken lidstaten verwachtingsvol naar Europa, maar zonder nationaal zeggenschap op te willen geven. Het valt dan ook te betwijfelen of de oplossing – zonder Europees mandaat over toegang en financiering – uit Europa zal of kan komen.

Europa kan niet de kool en de geit sparen

Hoe graag we het ook anders willen zien, het stimuleren van innovatie en kostenreductie zijn hier communicerende vaten. Met het beperkte mandaat van Europa kan zij niet de kool en de geit sparen. De hamvraag is dan ook: wat vindt de Commissie het belangrijkst, welk signaal wil zij afgeven? Wil Europa met de herziening vooral de rode loper uitrollen voor innovatie, ook als dat de betaalbaarheidsproblematiek op nationaal niveau niet oplost? Of wil Europa juist vooral nationale problemen rondom toegang en betaalbaarheid tackelen, ook als dat onverhoopt nadelig uitpakt voor het innovatieklimaat? Kiest Europa voor het laatste, dan vindt HollandBIO dat de Commissie – om schade aan het innovatieklimaat te voorkomen – ook op haar strepen moet gaan staan en een veel verstrekkender mandaat eisen van de lidstaten in bijvoorbeeld de centrale inkoop van geneesmiddelen, al is het maar op termijn. Nu zijn de maatregelen die Europa kan nemen via hervorming van deze wetgeving om de toegankelijkheid en betaalbaarheid te verbeteren beperkt en bovendien indirect.

EC voorstel zoekt balans tussen stimuleren en sturen

Het lijvige voorstel van de Commissie is overwegend positief ontvangen door de Nederlandse overheid, zo blijkt uit het BNC-fiche. En ook HollandBIO ziet dat de Commissie echt haar best heeft gedaan om balans aan te brengen tussen gerichte innovatie stimulerende incentives en meer sturende, additionele voorwaarden. Daar zullen we in een later stadium uiteraard ook in meer detail op reageren. Veel valt of staat allereerst met de invulling van cruciale definities, met verdere uitwerking en met implementatie van de voorstellen. De daadwerkelijke impact van de wijzigingen op de introductie van nieuwe geneesmiddelen zelf zal daarentegen nog decennia op zich laten wachten.

Sentiment is allesbepalend

De impact op het Europese life sciences ecosysteem zal zich echter veel sneller aftekenen. Daarin is het sentiment rondom de herziening van doorslaggevend belang: in hoeverre is het Europa menens om duurzaam te investeren in innovatie en tegemoet te komen aan de behoeften van het ecosysteem met integrale, heldere en stimulerende wet- en regelgeving? En in hoeverre hebben bedrijven en investeerders vertrouwen in de goede motieven van Europa en de lidstaten? Elke verandering geeft immers onzekerheid, en daar houden bedrijven en investeerders, hoe innovatief ook, nou net niet van. En we hebben het al vaker gezegd, zonder die investeerders en zonder rendement, bereiken nieuwe geneesmiddelen geen enkele patiënt. Dat toont onderzoek na onderzoek aan.

Herziening als uitgelezen kans voor biorevolutie

Het goede nieuws is dat wij zelf, de biotech sector, een grote stem hebben in dat allesbepalende sentiment rondom de herziening. Zien wij de intentie en voorgestelde verandering als een halfvol glas, en benadrukken we in onze communicatie met name alle mogelijke beren op de weg, dan ligt een self fulfilling prophecy op de loer. Laten we de herziening juist aangrijpen als een kans. Een kans om samen op zoek te gaan naar de kraan die het glas tot de rand toe kan vullen, als een uitgelezen mogelijkheid om de vruchten van de wereldwijde biorevolutie, in de vorm van gezondheidswinst, werkgelegenheid en welvaart, voor Europa te plukken. HollandBIO heeft niet voor niets als motto Challenge the status quo. Nog veel te veel patiënten wachten op een behandeling, die mogen we domweg niet in de kou laten staan. Biotech speelt een glansrol in de ontwikkeling van broodnodige nieuwe behandelingen voor de vele (zeldzame) ziektes waar nog geen behandeling is, én om onze kopzorgen rondom antibioticaresistentie en bedreigende infectieziekten het hoofd te bieden. En hoewel er véél meer nodig is om alle uitdagingen op de lange, kostbare en risicovolle route van lab naar patiënt op te lossen, kan de herziening de route weldegelijk fors versnellen en verbeteren. Met beide handen aangrijpen dus, die kans!

← #nieuws

Moleculaire diagnostiek: de derde voortgangsupdate

Afgelopen week publiceerde VWS-minister Kuipers en het Zorginstituut de derde voortgangsupdate van het traject moleculaire diagnostiek, waarin ze in gaan op de meters die zijn gemaakt voor een verbeterde inzet van moleculaire diagnostiek. Waar HollandBIO blij is dat er langzamerhand helderheid ontstaat over de routes die innovaties af moeten leggen, blijven we bezorgd over het lange en bureaucratische proces dat -vooralsnog ook enkel binnen de oncologie- verrijst. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle vormen van diagnostiek elke Nederlander bereiken die daar baat bij heeft?

Willen we diagnostiek écht maximaal benutten voor gezondheid op maat, dan hebben we een aantal hordes te slechten:

1. De biorevolutie brengt veel meer diagnostische innovaties

Niet alleen op het vlak van moleculaire diagnostiek maken we meters voor de patiënt. Dankzij een enorme vooruitgang op het vlak van (bio)technologische innovaties kunnen we steeds meer waardevolle data over het individu verzamelen en analyseren. Op basis van deze data kunnen zorgprofessionals diagnoses stellen, de best passende behandeling voor een individu selecteren en het effect van een behandeling monitoren. Voor patiënten, consumenten en burgers is het geweldig dat we hen steeds beter van gezondheid op maat of passende zorg kunnen bedienen. Maar hoe gaan we zorgen dat al dit soort innovaties snel hun plek in het stelsel vinden?

2. Een oordeel per test, in plaats van per indicatie

Minister Kuipers wil dat moleculaire diagnostiek eerder beschikbaar komt voor tumorsoorten waar dit van meerwaarde is, geeft hij aan in zijn Kamerbrief aan. In het huidige beoordelingssysteem vergt dit per indicatie een oordeel of een test waarde toevoegt. Dat is uiteindelijk voor bedrijven die de testen ontwikkelen een kostbare aangelegenheid grapje, want elke indicatie brengt nieuwe bewijslast met zich mee. Heeft een röntgenapparaat of CT-scan zich in het verleden ook per botbreuk of orgaan moeten bewijzen? Wij zijn erg benieuwd: wanneer komt het omslagpunt waarop we een test breder in willen zetten in de zorg?

3. Een test op zichzelf heeft ook waarde – los van de behandeling die volgt

Een volgende uitdaging zit hem in de manier waarop we testen beoordelen. Nu gaat de beoordeling van een test vaak hand in hand met de beoordeling van een nieuw geneesmiddel. Daarmee gaan we voorbij aan de meerwaarde die een diagnose oplevert voor de patiënt, voor onderzoek en voor innovatie. De diagnostische gegevens van de patiënt van vandaag kunnen namelijk de zorg van morgen helpen verbeteren – wanneer deze gegevens uit het primair zorgproces gepseudonimiseerd toegankelijk zijn voor zogenaamd secundair gebruik door publieke en private partijen, oftewel voor hergebruik van data voor wetenschap en innovatie. Een test heeft dus op zichzelf ook al waarde, los van de behandeling die erop volgt. Hoe gaan we dat verwerken in de beoordelingskaders?

Natuurlijk begrijpen ook wij dat de veranderingen die wij voorstellen niet over één nacht ijs gaan. We zijn daarom ook erg gelukkig dat de Minister nogmaals toezegt werk te maken van een data-infrastructuur die zo broodnodig is om het door ons zo vurig gewenste lerende zorgsysteem te bereiken en ervoor te zorgen dat innovaties de juiste patiënt op het juiste moment bereiken.

Halen jullie nog andere punten uit deze voortgangsupdate, die je graag aan ons mee wil geven? Laat het HollandBIO’s Britt uiterlijk 8 juni weten, zodat we de Minister en het Zorginstituut tijdig van een reactie kunnen voorzien.

← #nieuws

Oncologen voorkomen passende zorg 

,

De vereniging voor oncologie heeft besloten de lat voor toelating van nieuwe geneesmiddelen fors te verhogen. Dat doet ze ouderwets met de botte bijl: wordt een behandeling op populatieniveau onvoldoende effectief bevonden, dan gaat de keizerlijke duim omlaag – rücksichtslos en voor iedereen. Een ontwikkeling die niet alleen haaks staat op onze ambitie van gezondheid op maat en de wereldwijde trend van personalised medicine, maar waarin we ook een motie van wantrouwen lezen op het passend voorschrijfgedrag van de Nederlandse oncoloog.

De taak van artsen in Nederland is helder: patiënten zo goed mogelijk helpen, waarbij ze op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten voor elke patiënt de best mogelijke behandeling op het beste moment uit de gereedschapskist kiezen. Blijkbaar vertrouwen de medisch specialisten verenigd binnen de beroepsgroep voor oncologie (NVMO) en longziekten (NVALT) er niet op dat ze deze keuze in de spreekkamer kunnen maken, getuige het besluit om door aanscherping van de zogenaamde PASKWIL criteria meer geneesmiddelen preventief uit de gereedschapskist te weren.  

Unaniem was het besluit echter allerminst: van de aanwezige NVMO leden stemde maar liefst 44% tegen de wijziging, en een derde van de leden van de NVALT was het er ook niet mee eens. Toegegeven, dat is wel consequent: met het besluit scheren de beroepsgroepen zowel de mening van hun leden, als het belang van hun patiënten over één kam. Want hoewel het natuurlijk alleszins redelijk is om van nieuwe oncolytica te eisen dat ze ook daadwerkelijk effectief zijn – al valt op de gangbare parameters ook nog wel een en ander af te dingen – wordt het oordeel geveld op basis van data op populatieniveau, niet op basis van (eigenschappen van) de individuele patiënt in de praktijk.  

Bij dat populatieniveau wringt de schoen. Stel, een geneesmiddel is voor 90% van de patiënten niet (voldoende) effectief. Dan is het in ieders belang die 90% niet te behandelen, zeker wanneer de behandeling bijwerkingen veroorzaakt of schreeuwend duur is – al bezweert de NVMO dat kosten geen besluitvormend criterium zijn. De 10% patiënten die wel baat hebben bij het geneesmiddel wil je natuurlijk wél kunnen behandelen. De NVMO ziet dat blijkbaar anders: die legt de platte schroevendraaier niet in de gereedschapskist, maar gooit hem liever weg wanneer de meeste schroeven een kruiskop hebben.  

Er is – terecht – al veel gezegd en geroepen over het besluit. De olifant in de kamer is ons inziens het wantrouwen van de motieven van de farmaceutische industrie. Illustratief is de vergelijking die het FD via LinkedIn optekent “Als we ze al een Ferrari (miljardenwinst) geven voor een mager zesje (matig nieuw kankermedicijn), hoe kunnen we dan verwachten dat ze harder gaan werken voor een negen of tien?” Nog los van de haperende logica – want waarom zou het verbannen van de Polo een oplossing zijn als je probleem is dat je vindt dat je ten onrechte de prijs van een Ferrari betaalt? – getuigt de uitspraak van een even cynisch als naïef wereldbeeld: de farmaceut die expres marginaal effectieve geneesmiddelen ontwikkelt, uit luiheid, maar die met een nog grotere worst in het verschiet patiënten direct zou genezen.  

Het moge duidelijk zijn: er is geen selectiemomentje in medische opleidingen, waarin alle moreel zuivere, maatschappelijk geëngageerde gedreven studenten dokter worden, en luie sujetten aan de slag gaan bij farma om er lekker de kantjes af te lopen. We delen juist vaker een en dezelfde drijfveer: om levens te redden. Helaas is de ontwikkeling van geneesmiddelen een heel risicovol, langdurig en kostbaar traject, getuige ook het grote onderzoek van het ministerie van VWS. En kanker staat niet voor niets te boek als “de keizer aller ziektes”. We gaan juist géén nieuwe – laat staan betere – geneesmiddelen krijgen door nog meer barrières op te werpen op de route van lab naar patiënt.  

Wij zijn ervan overtuigd dat we het pad van lab naar patiënt juist moeten effenen. Dat vraagt oplossingen waarbij gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid hand in hand gaan: een lerend zorgstelsel waarin academie, zorg en industrie optimaal samenwerken, gestut en verbonden door een nationale gezondheidsdata infrastructuur. We moeten maximaal inzetten op het vergaren van data, de ontwikkeling van en toegang tot innovatieve diagnostiek en op het beschikbaar hebben en houden van een zo breed en flexibel mogelijk behandelarsenaal. En ja, dat is een gigantische klus, veel en veel lastiger ook dan het op basis van kille statistieken preventief weren van innovaties uit de zorgpraktijk. Maar het is wel de enige weg naar wat we bij HollandBIO gezondheid op maat noemen. Zo is er ruimte voor onderzoek, voor innovatie en voor zorg. Het geeft bedrijven de tijd en ruimte om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen en artsen te doen waar ze voor zijn opgeleid: patiënten helpen met de best mogelijke behandeling. 

Lezen wat anderen erover denken? 

https://fd.nl/samenleving/2245069/1476329/artsen-gaan-minder-nieuwe-medicijnen-tegen-kanker-voorschrijven-lqe3cay5YtL4

https://fd.nl/samenleving/2245069/1476408/onthutste-reacties-op-besluit-om-kankermedicijnen-vaker-af-te-wijzen-kqe3cay5YtL4

https://nfk.nl/nieuws/nfk-vindt-besluit-van-de-nvmo-en-nvalt-voor-aanpassing-van-de-paskwil-criteria-onacceptabel

https://www.bnr.nl/nieuws/gezondheid/10512885/artsen-kritischer-met-voorschrijven-nieuwe-kankermedicijnen

https://www.artsenauto.nl/paskwil/

https://www.nvmo.org/wp-content/uploads/2023/05/QA-aangepaste-PASKWIL-criteria.pdf

← #nieuws

Uitstel GVS-modernisering leidt tot afstel 

Het duurt even, maar dan heb je ook… niks. Minister Kuipers ziet inmiddels ook in dat modernisering van het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) geen verstandige stap is en zet definitief een streep door het plan om het GVS te moderniseren via een herberekening van de vergoedingslimieten. Hij informeerde daar de Tweede Kamer over in deze brief. HollandBIO is blij dat voortschrijdend inzicht vanuit Kamerleden, een veranderende context en gezond verstand vanuit het ministerie van VWS hebben geleid tot deze koerswijziging.  

← #nieuws

Van Regie op Registers naar Regie op Data

HollandBIO’s pleidooi voor een nationale gezondheidsdata infrastructuur kan op steeds meer bijval rekenen. Ook het programma Regie op Registers van het Zorginstituut (ZIN) concludeert na consultatie dat de beschikbaarheid van goede en betrouwbare (zorg)data een essentiële publieke voorziening is, noodzakelijk voor het beantwoorden van maatschappelijke vraagstukken en verbeterdoelen in de zorg. Zorgdata moet beschikbaar komen voor iedereen die de zorg wil verbeteren – secundair gebruik inclusief. Om de stap van registers naar ZIN’s ultieme Dutch Health Data Space te maken presenteren zij hun visie met bijpassend “maturity model”, welke een mooie aan- en invulling vormt op de nationale visie gezondheidsinformatiestelsel en secundair gebruik waar het Ministerie van Volksgezondheid de afgelopen maand mee kwam. Wij zeggen in lijn met al deze publicaties: nu niet meer dromen en denken, maar doen! 

← #nieuws

Revolutionary Curative Therapies Took Center Stage at Biotech Wednesday: going for the cure

, , ,

HollandBIO goes for the cure! Last week, we met in Utrecht for a Biotech Wednesday focused on curative therapies. Different speakers presented their work on cell and gene therapies, as well as RNA therapies developed and produced for individual patients. Thanks to these revolutionary new treatment options we stand at the doorstep of a major breakthrough in curing patients. However, these frontrunners also test the limits of the system, which means the road from bench to bedside can be long and bumpy.  

During the event, three speakers shared how they are working to get these transformational therapies to patients. First up was Marlen Lauffer from the Dutch Center for RNA Therapeutics (DCRT). At DCRT, scientists develop tailor-made RNA therapies for patients with ultra-rare genetic disorders, for whom no other treatment options exist. Marlen shared how the necessary technology was developed, and what goes into producing therapies for individual patients. DCRT plays an important role in the international community of researchers working on these therapies, thereby highlighting the strength of the Dutch biotech ecosystem.  

Second, Melvin Evers of uniQure shared how his company succeeded in developing the first registered gene therapy in Europe and the USA, which unfortunately was not a commercial success. However, this did not discourage uniQure, as the company continues to work on developing innovative gene therapies. Currently, uniQure has a gene therapy registered for adults with hemophilia B, with many others in the pipeline. And they work hard to upscale manufacturing, to be able to produce gene therapies faster and cheaper. This will enable developers of such therapies to make the transition from high-cost medicines for very few patients, to lower=cost therapies for  patients with more prevalent diseases. 

Lasty, Denis Peeters of Sanofi illustrated the perspective of a multinational company. At Cell Therapy Amsterdam, formerly Kiadis, Sanofi develops a natural killer (NK) cell therapy to cure patients with a wide variety of tumors. While the global scale of Sanofi helps to leverage the large amount of expertise present within the company, the Netherlands remains a good base of operations for the development of these therapies, due to the excellent life science infrastructure and universities. However, to make sure these therapies reach patients, we need a framework to enable science and biotech companies to flourish, because nobody can benefit if science does not reach patients.

With this line-up, our Biotech Wednesday event showcased the many different scales at which curative therapies are developed and produced, and highlighted the important role all parties play in this field. The presentations gave enough food for thought and discussion during the following networking drinks. HollandBIO looks back on a great afternoon. We thank the many attendees and of course the speakers for their lively contributions.