← #nieuws

IKNL: maak werk van gezondheid op maat 

Hear Hear: het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) concludeert dat we beter in kaart moeten brengen bij welke patiënten welke oncolytica het meest effectief zijn. Dat streven is geheel in lijn met hollandbio’s ambitie tot gezondheid op maat en vergt ons inziens een zo goed mogelijk gevulde dokterstas. Want alleen dan kunnen we daadwerkelijk in de klinische praktijk leren hoe gezondheidswinst, innovatie en betaalbaarheid optimaal in balans zijn.

Hollandbio gaat voor gezondheid op maat. Door alle nieuwe mogelijkheden – behandelingen maar zeker ook ai, diagnostiek en prognostiek – die de biotech sector biedt optimaal in te zetten, zijn we beter dan ooit in staat om elke patiënt van de best passende behandeling op het juiste moment te voorzien. Dat vraagt wel om een nieuwe benadering van het concept passende zorg: een zo goed mogelijke gevulde dokterstas, waarbij we in de klinische praktijk kunnen onderzoeken welke patiënten, op basis van hun individuele kenmerken, baat hebben bij welk geneesmiddel. Die vraag kunnen bedrijven niet alleen beantwoorden, daarvoor is onder meer een toegankelijke en gezamenlijke data-infrastructuur en nauwe samenwerking met artsen in de klinische praktijk cruciaal. 

Vorige week kwam het Integraal Kankercentrum Nederland op basis van eigen onderzoek tot dezelfde conclusie: dat we beter in kaart moeten brengen bij welke patiënten welke kankergeneesmiddelen effectief zijn. En hoewel hollandbio wederom van mening is dat er een en ander af te dingen valt op de datasets en studie opzet (zie uitgezaaide conclusies over kanker), steunen we die conclusie volledig. Dus: laten we niet langer slechts praten en publiceren, maar echt aan de slag gaan om gezondheid op maat te leveren.  

← #nieuws

Kuipers zoekt regie rond geneesmiddelontwikkeling

,

Demissionair minister Kuipers wil geneesmiddelenontwikkeling stimuleren daar waar de maatschappelijke behoefte het grootst is. Weten hoe de vork precies in de steel zit, ziet hij daarbij als cruciaal. Het is een instelling die hollandbio met de minister deelt (en waar zijn VWS-voorgangers van kunnen leren). Als vervolg op het lijvige onderzoek naar het financiële ecosysteem van vorig jaar, publiceerde minister Kuipers recent twee verdiepende studies, waarmee hij meer inzicht wil verkrijgen in de hiaten in geneesmiddelenontwikkeling voor aandoeningen met de hoogste ziektelast voor de Nederlandse patiënt.

Geneesmiddelenontwikkeling duurt lang, is risicovol, kostbaar en vereist een nauw samenspel van vele partijen. Daarbij geldt financieel rendement als één van de bepalende factoren voor welke geneesmiddelen worden ontwikkeld en uiteindelijk op de markt komen, zo concludeerde de minister op basis van het omvangrijke onderzoek naar het financieel ecosysteem. Een waarheid als een koe, aldus hollandbio. Al valt het nodige af te dingen op de stellingname van de minister dat dit financieel rendement niet altijd in lijn is met de maatschappelijke behoefte (immers: zonder patiënt geen rendement) delen we zijn ambitie om geneesmiddelenontwikkeling te stimuleren daar waar de maatschappelijke behoefte het grootst is.

Met de twee nieuwe onderzoeken probeert de minister de hiaten in geneesmiddelenontwikkeling voor aandoeningen met de hoogste ziektelast voor de Nederlandse patiënt in kaart te brengen. Het eerste, kwantitatieve, onderzoek geeft inzicht in de nieuwe geneesmiddelen die sinds 1995 op de markt zijn gekomen voor de aandoeningen met de hoogste ziektelast voor de Nederlandse patiënt. Het tweede onderzoek is juist kwalitatief en neemt het perspectief van patiënt en arts mee: de ervaren onvervulde medische behoefte, maar ook de stand van de wetenschap en een inschatting van de potentie om hier met behulp van nieuwe geneesmiddelen een oplossing voor te bieden.

Naast aandoening-specifieke oplossingen benoemt het laatste rapport een aantal algemene oplossingen die bepalend zijn voor succes, zoals verbetering van publiek-private samenwerking (eens!), vereenvoudiging van de regelgeving (hear hear), meer internationale sturing (yeah!) en een effectieve zorgdata-infrastructuur (amen).

De rapporten zijn vooralsnog zonder beleidsmatige reactie naar de Kamer gestuurd, waar de minister hoopt dat ze zullen dienen als inspiratie voor de toekomst. Hollandbio is het daar roerend mee eens – en voegt daar, in aanloop naar de verkiezingen, zelf graag een inspiratiebron op weg naar gezondheid op maat aan toe: Over de hordes naar het bordes – het hollandbio verkiezingsmanifest.

← #nieuws

Data-initiatieven banen voorzichtige weg naar gezondheid op maat

Gezondheid op maat is de toekomst, gelooft hollandbio. En de realisatie van een lerend zorgsysteem waarin we zorgdata optimaal kunnen benutten en uitwisselen, is daarvoor essentieel. Gelukkig zien ook andere partijen het belang van data voor geneesmiddelontwikkeling en -inzet. Zo lanceerde Palga en Health-RI een ‘spotify voor medische data’ en richtte het Oncode Insitute en Hartwig Medical Foundation de Oncode Accelerator op – twee initiatieven die met de data van de kankerpatiënt van vandaag, de behandelingsuitkomst van de patiënt van morgen helpen verbeteren. Toch zijn er nog grote stappen te maken voordat dit ook voor andere ziektebeelden mogelijk wordt, waarbij het faciliteren van secundair gebruik veelal een bottleneck vormt.

Want hoewel patiënten onder voorwaarde van een keuzemogelijkheid welwillend zijn hun gegevens te delen, en dit ook juridisch en ethisch verantwoord kan, zijn de Nederlandse regels voor hergebruik van zorgdata voor onderzoek nog te beperkt en onduidelijk. Hoe zorgen we dat alle partijen kunnen profiteren van de goudmijn aan primaire en secundaire data die we zowel nu als in de toekomst genereren? Wat hollandbio betreft door werk te maken van één nationale gezondheidsdata-infrastructuur die aan de behoeften van alle belanghebbenden tegemoetkomt, van patiënt tot biotechbedrijf.

← #nieuws

Kuipers, verkies hollen boven stilstaan! 

, ,

Passende zorg is het antwoord van onze – inmiddels demissionaire – minister Kuipers op de immer stijgende zorgkosten. Waar zijn visie mooi aan lijkt te sluiten op hollandbio’s ambitie voor gezondheid op maat, blijkt uit de meest recente Kamerbrief wederom dat we in de praktijk een diametraal andere aanpak voorstaan om die visie te realiseren. Want waar hollandbio pleit voor een forse investering in vooruitgang om ons uit het zorginfarct te innoveren, investeert minister Kuipers liever in stilstand door steeds meer en hogere bureaucratische drempels op te werpen voor de toegang tot innovaties in de zorgpraktijk.

Instroom van innovatie verder aanscherpen

Net voor het zomerreces stuurde minister Kuipers een brief naar de Tweede Kamer, waarin hij zijn plannen voor een toekomstbestendig stelsel voor de vergoeding van dure geneesmiddelen uiteenzet. De brief is een aanvulling op de eerder aangekondigde verbetering en verbreding van de toets op het basispakket, voor zorg die valt binnen de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Het blijft een schril contrast: waar de minister qua visie op één lijn zit met hollandbio, staat zijn aanpak diametraal tegenover de onze. Uit beide brieven blijkt dat de overheid het zorginfarct nog steeds af wil wenden door te investeren in stilstand: door het opwerpen van nóg hogere drempels, door nog strengere controle aan de poort, en door nog meer bureaucratie. Met lede ogen zien we de route van lab naar patiënt niet sneller en beter worden, maar juist dichtgroeien door een oerwoud van complexiteit voor zowel geneesmiddelen als diagnostiek: de brieven staan vol van initiatieven, extramuraal, intramuraal, sluis, al dan niet centraal, voorwaardelijke toelating, horizonscanning, rapid reviews, doelmatigheidsonderzoek, HTA analyses, beheerste instroomprogramma’s, financiële arrangementen, beoordelingen, herbeoordelingen en al dan niet cyclisch pakketbeheer. Al die initiatieven worden uitgevoerd door een eveneens uitdijend geheel van beroeps-, indicatie-, advies- en expertcommissies, in ronde- en triagetafels, bureaus en andere overlegorganen. Kortom, steeds meer mensen verdienen hun brood met ‘patient access’. Zowel aan overheidskant als bij bedrijven zijn steeds meer experts nodig om een innovatie door het oerwoud heen bij de patiënt weg te houden of juist naar de patiënt toe te loodsen. (Het laat zich raden wat dit met de prijsstelling van toekomstige innovaties doet, maar dat terzijde.)  

Gezondheid op maat vergt een volle gereedschapskist 

Het moge duidelijk zijn: het systeem loopt vast. Terwijl iedereen het met ons eens zal zijn: passende zorg realiseer je niet met een lege dokterstas, al maakt dat het kiezen van de behandeling een stuk overzichtelijker. In onze visie op gezondheid op maat is de dokterstas juist zo goed gevuld als mogelijk: met preventieve interventies, geneesmiddelen, en met steeds slimmere diagnostiek. Na het verkrijgen van een handelsvergunning kunnen we onze tijd, geld en mankracht onzes inziens veel beter besteden aan het leren hoe een behandeling gericht in te zetten in de zorgpraktijk. Een gezamenlijke (inter)nationale gezondheidsdata-infrastructuur is daarbij een essentiële voorwaarde, maar helaas nog geen realiteit in het zwaar versnipperde Nederlandse zorglandschap. Dat die infrastructuur er zo snel mogelijk moet komen, daar vinden minister Kuipers en hollandbio elkaar dan gelukkig wel weer. Optimale benutting van data kan ons immers niet alleen leren welke behandeling op individueel niveau de beste is, het stimuleert ook de ontwikkeling van de behandelingen die nog ontbreken. Dat is niet alleen in het directe belang van alle Nederlandse patiënten, ook ons toonaangevende biotech ecosysteem, van kleine en grote bedrijven, tot ziekenhuizen onderzoeksinstellingen, vaart daar duurzaam wel bij.   

Input op of vragen over de nieuw voorgestelde koers? Wij horen het graag! 
 

← #nieuws

Evaluatie geneesmiddelenvisie: van grip naar wurggreep 

, ,

Dure geneesmiddelen tegen aanvaardbare prijzen toegankelijk houden, was hét doel van de geneesmiddelenvisie die oud-VWS minister Schippers in 2016 lanceerde. Anno 2023 concludeert het strategisch adviesbureau SiRM dat het effect van de visie niet exact te bepalen valt, terwijl de toegang tot innovaties voor patiënten steeds verder onder druk komt te staan. Hollandbio maakt zich zorgen.

Een visie vol oorlogsretoriek en complex beleid 

Om de stijgende zorgkosten een halt te roepen, bond VVD-minister Schippers in 2016 de strijd aan tegen het bedrijfsleven. Zij ging de macht van de farmaceuten breken, de sector moest haar borst maar nat maken en als ze niet wilden luisteren, dan moesten ze maar voelen. De oorlogstaal werd daarbij succesvol ingezet om politiek en maatschappelijk weg te komen met wat er ook op het spel stond: verlies aan innovatiekracht, maar bovenal de gezondheid van patiënten. De visie op geneesmiddelen stond bol van de meest uiteenlopende beleidsinstrumenten en acties, die – een enkele uitzondering daargelaten – volgens hollandbio de toch al veel te lange, kostbare en risicovolle route van lab sneller, noch beter zou maken.  

In de jaren die volgden zag het ministerie maatregel na maatregel falen: magistrale bereiding bleek toch lastiger dan verwacht, alternatieve businessmodellen bleken synoniem voor permanent subsidie nodig, remmende voorwaarden op intellectueel eigendom dreigden de doodsteek te worden voor toch al moeizame valorisatieprocessen en de commissie dwanglicenties vocht elkaar zelfs de tent uit. Slechts direct kostendrukkende maatregelen bleken levensvatbaar, zoals de Sluis, meer en stringentere beoordelingen en onderhandelrondes.  

Net voor het zomerreces publiceerde onderzoeksbureau SiRM, door het ministerie in de arm genomen voor de ‘ex-post evaluatie’ van de geneesmiddelenvisie, haar bevindingen. Een exact effect valt door de veelheid aan externe invloeden en beleidsmaatregelen niet te bepalen, zo luidt de te verwachten conclusie van de onderzoekers. De visie heeft in ieder geval niet geleid tot volledige controle, greep, op de inzet van dure geneesmiddelen, zo stelt SiRM. Wel zagen de onderzoekers positieve effecten van de visie op de informatiepositie, gelijkgericht werken door overheids- en veldpartijen, prijsonderhandelingen, meer inzet op gepast gebruik en Europese samenwerking. Tot slot concludeert SiRM dat Nederland zich verslikt heeft in een aantal beleidsmaatregelen (al formuleren de onderzoekers het wat omfloerster dan wij: ‘de overheid en veldpartijen hebben meer kennis opgedaan over welk beleid werkt’). 

De start van wantrouwen en belemmeringen 
Het moge duidelijk zijn – hollandbio was en is geen fan van de geneesmiddelenvisie. Onzes inziens had het ministerie zich volop tijd, geld en gedoe kunnen besparen door ofwel meteen naar ons te luisteren, of door toch in ieder geval het omvangrijke onderzoek naar het financiële ecosysteem vóórafgaand aan de visievorming uit te voeren, in plaats van nadat de bron aan politiek scorende, maar nogal naïeve en ineffectieve proefballonnetjes was opgedroogd. Maar dat is niet ons belangrijkste bezwaar. De geneesmiddelenvisie, oorlogstaal incluis, ontketende een zwaar gepolariseerd debat, waarin wantrouwen de norm werd en ‘farma-bashen’ salonfähig. En hoewel het ministerie inmiddels een andere koers in lijkt te willen slaan, krijg je die geest niet zomaar weer in de fles. De geneesmiddelenvisie werpt daardoor tot op de dag van vandaag een schaduw op elk mogelijke constructieve oplossing. Het maakt dat het ministerie van VWS, het Zorginstituut Nederland, zorgverzekeraars én beroepsgroepen nog steeds slechts maatregelen invoeren die besparingen boven gezondheid en innovatie plaatsen, zoals de recente aanpassingen aan de PASKWIL criteria, en de aanscherping van zowel de sluiscriteria als de criteria voor vrijstelling van de farmaco-economische (FE-)analyse.  

De keerzijde van de stapeling van maatregelen wordt intussen ook steeds duidelijker: meer bureaucratie, oplopende doorlooptijden en in korte tijd zelfs driemaal keihard ministerieel ‘nee’ op bewezen effectieve nieuwe behandelmogelijkheden, waaronder tegen gentherapie Libmeldy. Onder het mom van gepast gebruik, toekomstbestendige stelsels en boterzachte verdringingsargumenten worden innovaties preventief uit het pakket geweerd: de lat voor toegang, of het nu gaat om nieuwe diagnostica, geneesmiddelen of vaccins, wordt steeds maar weer verhoogd, terwijl infrastructurele projecten slechts tergend langzaam vorderen en noodzakelijke bredere herziening van zorg uitblijft of vastloopt. Een rem op innovatie als remedie tegen een driedubbel zorginfarct, zo lijkt de gedachte.  

Op naar meer innovatie en maatwerk 

Hollandbio staat een radicaal andere koers voor. Wij pleiten voor een forse investering in vooruitgang: in een toegankelijke gezondheidsdata-infrastructuur en de snelle implementatie en inzet van innovaties van vaccins, AI, prog- en diagnostica en de nieuwste behandelmogelijkheden. Door in te zetten op het doorbreken, in plaats van het ophogen van zorgsilo’s, tussen preventie en behandeling, registratie en vergoeding en tussen onderzoek en zorgpraktijk, bouwen we aan een lerend zorgsysteem, waarin optimale benutting van data ons niet alleen leert welke behandeling op individueel niveau de beste is, maar ook de ontwikkeling stimuleert van de behandelingen die nog ontbreken. Kortom: wij pleiten voor een stelsel dat gezondheid op maat mogelijk maakt. 

Nog even terug naar dat ex-post rapport. Naast het evalueren van het effect van de geneesmiddelenvisie, moest SiRM onderzoeken welke lessen de directie GMT van het ministerie van VWS kon trekken voor toekomstig beleid en de uitvoering daarvan. Deze inzichten zijn helaas niet in het openbare rapport opgenomen “omdat dit voornamelijk interne leerproces om vertrouwelijkheid vraagt”. Bewijzen kunnen we het dus helaas niet, maar hollandbio vertrouwt er blind op dat “voortaan beter naar hollandbio luisteren” het belangrijkste inzicht was. 

← #nieuws

Onverwachte tegenslag voor toegang nieuwe geneesmiddelen 

, ,

Hollandbio wil dat patiënten zo snel mogelijk kunnen profiteren van nieuwe geneesmiddelen. Heldere en soepele routes voor vergoeding zijn daarvoor essentieel. De brief die wij van het Zorginstituut kregen met de mededeling dat ze per direct méér extramurale geneesmiddelen gaan onderwerpen aan een farmaco-economische beoordeling, kwam dan ook als een onaangename verrassing.

Het Zorginstituut wordt per direct een stuk strenger in het verlenen van vrijstellingen van farmaco-economisch onderzoek voor de vergoeding van extramurale geneesmiddelen. Niet langer geldt de budget impact, maar het macrokostenbeslag als leidend bij de aanvraag van een vrijstelling. Met andere woorden, keek het Zorginstituut eerst wat een nieuw geneesmiddel ging kosten ten opzichte van de oude situatie, nu gaat het alleen om de uitgaven aan het geneesmiddel zelf. Of het geneesmiddel andere zorguitgaven overbodig maakt, maakt dus geen verschil. In de praktijk komt de lat voor een vrijstelling hiermee hoger te liggen: fabrikanten moeten voor meer geneesmiddelen een farmaco-economisch onderzoek aanleveren voor vergoeding. Met veel extra werk, kosten en vertraging tot gevolg.  

Hollandbio is nooit enthousiast over interventies die de route van lab naar patiënt moeilijker maken – niet voor niets pleiten we keer op keer voor sneller, beter en slimmer. En ook nu staan we dus bepaald niet te juichen. Maar wat ons nog het meest teleurstelde, is de manier waarop ons de wijziging werd medegedeeld en doorgevoerd: per brief en per direct. Nadat we het nieuws met onze achterban deelden, kregen wij direct geschokte reacties van een viertal fabrikanten, die op het punt stonden om een dossier in te dienen. De gevolgen voor hen zijn immers groot: het totaal onverwacht moeten opstellen van een FE-dossier, vertraagt dit proces zomaar met een half jaar – nog afgezien van de onverwachte extra kosten. Een halfjaar extra waarin patiënten onverwacht moeten wachten tot ze toegang hebben tot de betreffende geneesmiddelen. Het systeem van toelating en vergoeding in Nederland was al meer dan complex genoeg, en daar komt nu nog een extra element van totale onvoorspelbaarheid overheen.  

Hollandbio vindt het niet kies om een impactvolle wijziging op deze manier door te voeren – ondanks de doorgaans constructieve samenwerking en diverse overlegmomenten tussen hollandbio en het Zorginstituut. In reactie op hollandbio’s bezwaren laat het Zorginstituut weten voor deze abrupte ingangsdatum te hebben gekozen om ‘strategisch gedrag’ van fabrikanten te voorkomen. Alsof bedrijven continu tientallen dossiers op de plank hebben liggen die ze op elk willekeurig moment zo, hoppa, strategisch en wel in kunnen dienen. De nieuwe criteria voor sluisplaatsing zijn destijds ruim van tevoren aangekondigd, zodat bedrijven zich juist fatsoenlijk voor konden bereiden op deze extra horde. Dat was ons inziens ook voor deze knijpende maatregel de koninklijke weg geweest.  

Natuurlijk zien ook wij de noodzaak om effectieve zorg uit het basispakket te vergoeden, en dat de betaalbaarheid en bemensing van ons zorgstelsel onder druk staan. Niet voor niets zijn geneesmiddelen de absolute koplopers in de zorg als het gaat om bewezen effectiviteit, kosteneffectiviteit en (transparante!) budgetimpact. Waar wij wel op tegen zijn, is de desastreus eenzijdige focus op kostenbeheersing door het weren van steeds maar meer innovaties aan de poort. Die koers gaat namelijk linea recta ten koste van medische vooruitgang en gezondheidswinst. Hollandbio staat dan ook voor een diametraal andere aanpak: voor een forse investering in vooruitgang, mogelijk gemaakt door een nationale zorgdata-infrastructuur en een optimale inzet van alle mogelijke innovaties binnen een lerend zorgstelsel. Kortom, wij staan voor een investering in de transitie naar gezondheid op maat. 

← #nieuws

Van willekeur naar preventienorm

, ,

Mooi nieuws: de Gezondheidsraad (GR) adviseert het ministerie van Volksgezondheid nog dit najaar met een structureel coronavaccinatieprogramma te starten. En waar de staatssecretaris recent nog te kennen gaf dat er geen budget meer was voor nieuwe vaccins, is dat er voor de coronavaccinatie toch wél. Het kan dus wel: preventief budgetteren voor preventie. Maar helaas gebeurt het niet structureel.

Willekeur troef 
Hollandbio is natuurlijk heel blij met de structurele inbedding van het coronavaccinatieprogramma. De pandemie maakte duidelijk hoezeer investeren in preventie een no-brainer is: de kosten van het vaccinatieprogramma zijn ongeveer gelijk aan de kosten van 2 dagen covid-crisis. Wel vinden we het  opmerkelijk dat de staatssecretaris ditmaal – nog vóór groen licht van de GR – budget had gereserveerd. Dat deed hij niet voor de gordelroosvaccinatie, waarvoor de seinen van de GR al langer op groen staan. De willekeur is helaas illustratief voor het nationale preventiebeleid. 

Systeemfalen  
De recente voortgangsbrief “vol vertrouwen in vaccinaties” bevestigt dit probleem. Er bestaat geen systematiek waarmee vaccins na groen licht automatisch in een programma stromen. In de woorden van de staatssecretaris: voor elke interventie moeten we binnen de begroting naar financiële dekking op zoek. En wanneer “de effectiviteit van het vaccin nog (te) laag”, of “de ziektelast onvoldoende groot” is, loopt die zoektocht vertraging op. Met andere woorden: we willen pas betalen voor preventie wanneer onomstotelijk vaststaat dat niets doen duurder is.  

De gevolgen van dat falende beleid tekenen zich af: gemiddeld ligt een vaccin 9 jaar op de plank. Tenzij er zichtbaar doden vallen, zoals bij corona en eerder bij meningokokken – dan kan het wél sneller. Ziektelast op zichzelf, – denk aan het leed veroorzaakt door gordelroos, of de ernstige gevolgen van rotavirus – is blijkbaar geen aanleiding om budget vrij te maken voor preventie. Zelfs niet wanneer de interventie naast effectief waarschijnlijk ook kosteneffectief is.   

Groundhog Day 
Een proactieve instelling lijkt helaas te ontbreken bij het ministerie. Slechts op aangeven van de Tweede Kamer komt het in beweging. Na een breed gesteunde kamermotie belooft de staatssecretaris te verkennen wat de mogelijkheden zijn om de financieringsproblematiek aan te pakken – voor een volgende kabinetsperiode welteverstaan. Hollandbio hoopt dat de staatssecretaris met die toezegging aanstuurt op een stelselmatige oplossing voor het probleem, en niet alleen een pleistertje plakt op het laatste financieringsfiasco: de gordelroosvaccinatie. We lijken beland in Groundhog Day, waarbij het wachten is op de volgende ronde: van geen budget, naar krantenkop, en via Kamervragen en ministeriële toezegging naar lapmiddel.  

Preventienorm 
Om het tij te keren, is een structurele oplossing nodig. Daartoe bepleit hollandbio een preventienorm: voldoende budget – of dat nu een percentage van het bbp is of een stabiele afgeleide van het zorgbudget – voor het benutten van interventies die ons gezond houden. Daarmee stopt het dweilen met de kraan open, en voorkomen we bovendien onnodige zorg, kosten en, bovenal, leed. 

← #nieuws

Programma Gezondheid op Maat: de next step 

, , ,

Op onze algemene ledenvergadering van afgelopen week kondigden we aan dat de twee hollandbio programma’s Sneller en beter van lab naar patiënt en Voorkomen is beter dan genezen, verder gaan als één: het programma Gezondheid op Maat. Hier leggen we uit waarom dat een heel logische stap is, en wat er verandert.

Ruim vier jaar geleden wist hollandbio met de lancering van het programma Sneller en beter van lab naar patiënt het gepolariseerde en contraproductieve geneesmiddelenbeleid en -debat als eerste te benoemen en te doorbreken. Met het programma Voorkomen is beter dan genezen zetten we het belang van preventie en in het bijzonder de glansrol van vaccins breed op de kaart. Vandaag kunnen we met trots constateren dat onze denkrichting en ideeën uit beiden programma’s breed omarmd zijn, getuige de uitspraken van Minister Kuipers tijdens de economische missie, de conclusies uit het financiële ecosysteem onderzoek van VWS, onze doorlopende dialoog over verbeteringen in het vaccinatiestelsel en het preventiebeleid in bredere zin, de oprichting van expertisecentrum FAST, de koers van multi stakeholder platform RSNN, maar ook programma’s als Health-RI en Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI).  

Dit mooie resultaat – een nieuwe, constructieve koers – maakt dat hollandbio opnieuw de sprong voorwaarts kan maken. Dit doen we met een holistische kijk op gezondheid, waarin de belangen van onze innovatieve biotech koplopers op het vlak van preventie, data, ai en ziektemodellen, diagnostiek én behandeling – samen komen in één gemeenschappelijke stip op de horizon: gezondheid op maat.  

Een nieuw narratief: Gezondheid op Maat 

De samenkomst van doorbraken in biologie, automatisering en artificiële intelligentie maakt dat onze sector steeds meer in staat is om maatwerk af te leveren. Want hoewel mensen veel op elkaar lijken, zijn we allemaal anders, en de beste behandeling voor de een, is niet persé de beste voor een ander. De nieuwste generatie biotech innovaties, of we het nu over geneesmiddelen, therapieën, vaccins of diagnostica hebben, speelt in op die individuele verschillen en maakt dat we steeds vaker de juiste patiënt van de juiste behandeling kunnen voorzien. Liefst preventief, om ziekte te voorkomen, maar als dat niet kan, toch zeker zo vroeg mogelijk in het ziekteproces. Een fantastische ontwikkeling. Helaas staat deze innovatietrend haaks op hoe ons verkokerde en rigide one size fits all-zorgstelsel in de basis werkt. In een poging de status quo te handhaven en de introductie van al die nieuwe innovaties en bijbehorende kosten te managen, wordt de lat voor toelating steeds maar weer hoger gelegd. Het resultaat is contraproductief: hoe meer gepersonaliseerd een innovatie, hoe moeilijker deze zijn weg vindt naar de praktijk, met de patiënt als kind van de rekening.  

Hollandbio staat voor een radicaal andere aanpak. Wij pleiten voor een forse investering in vooruitgang: in een toegankelijke gezondheidsdata-infrastructuur en de snelle implementatie en inzet van innovaties van vaccins, AI, prog- en diagnostica en de nieuwste behandelmogelijkheden. Door het doorbreken van disfunctionele zorgsilo’s, zoals tussen preventie en behandeling, registratie en vergoeding en tussen onderzoek en zorgpraktijk, bouwen we aan een lerend zorgsysteem, waarin optimale benutting van data ons niet alleen leert welke behandeling op individueel niveau de beste is, maar ook de ontwikkeling stimuleert van de behandelingen die nog ontbreken. Kortom: wij pleiten voor een stelsel dat gezondheid op maat mogelijk maakt. 

Werkwijze 

Binnen het nieuwe programma-narratief voegen we de doelen en werkwijze van beide voorlopers, Sneller en beter van lab naar patiënt en Voorkomen is beter dan genezen samen en zetten we onze inspanningen door (zie de Praatplaat Gezondheid op Maat). We blijven ons dus onverminderd inzetten om nieuwe behandelingen (preventief én curatief) sneller en beter van lab naar praktijk te brengen door werk te maken van een adaptief ecosysteem voor innovatie en door het bevorderen van de ontwikkeling inzet van slimme technologische innovaties zoals diagnostiek. 

Team Gezondheid op Maat – vertrek Marit 

Onze Marit heeft, met pijn in het hart, besloten haar liefde achterna te reizen om samen een paar jaar Japan te ontdekken. Dat betekent dat ze hollandbio gaat verlaten – we gaan haar ontzettend missen! Hollandbio’s Britt wordt programma manager Gezondheid op Maat en gaat, geholpen door het beste team van Den Haag en omstreken, het programma leiden.  

Reserveer een plek voor het Gezondheid op Maat event! 

Om deze omdoping te vieren organiseren we op woensdagmiddag 15 november 2023 een Biotech Wednesday met als thema Gezondheid op maat. De exacte invulling van het programma houden we nog even een verrassing, maar we kunnen vast verklappen dat de koplopers op het gebied van diagnostiek, ziektemodellen, geneesmiddelen én vaccins allemaal in de spotlight zullen worden gezet. Dus schrijf deze datum vast met hoofdletters in je agenda en reserveer alvast een stoel! 

Mocht dit bericht aanleiding geven tot vragen, aarzel dan niet om contact om te nemen met Britt of Thomas. 

← #nieuws

Toekomstbestendig pakketbeheer vereist gezondheid op maat

, ,

Vandaag debatteert minister Kuipers met de Tweede Kamer over zijn plannen om te komen tot een toekomstbestendig zorgverzekeringsstelsel en pakketbeheer. Hoewel de minister de kansen van de technologische vooruitgang voor patiënten roemt én de behoefte van het bedrijfsleven ziet, blijft ‘beheerste instroom’ en kostenbeheersing het uitgangspunt van zijn nieuwste plannen. Een gemiste kans voor écht passende zorg, waarin een lerend zorgsysteem het mogelijk maakt dat iedereen de beste behandeling op het juiste moment kan krijgen. Als we dat met elkaar weten te realiseren, is het ‘preventief’ innovaties weren uit het basispakket niet langer noodzakelijk.

Kostenbeheersing boven toegankelijkheid 

De samenvatting van de plannen van de minister luidt simpel: de hand gaat op de knip. We kunnen er niet omheen dat de betaalbaarheid en bemensing van ons zorgstelsel onder druk staat. Maar in plaats van investeren in innovaties en een integrale, duurzame transitie naar gezondheid op maat lijken het ministerie van VWS, het Zorginstituut, zorgverzekeraars en medisch specialisten vooral in te zetten op kostenbeheersing, door de lat voor toelating van medische innovaties steeds maar weer te verhogen. Daarmee wordt het steeds lastiger voor nieuwe geneesmiddelen, therapieën en diagnostica om de patiënt te bereiken. Illustratief zijn de recente aanpassingen van de PASKWIL-criteria door oncologen, de aanpassing van de sluiscriteria, de wijziging van de voorwaarden voor het verkrijgen van een vrijstelling van farmaco-economische analyse voor extramurale geneesmiddelen en de recente beslissingen van de minister om de geneesmiddelen Libmeldy en Trodelvy niet te vergoeden. De ingeslagen koers baart ons grote zorgen. 

In de Kamerbrief van afgelopen vrijdag verschenen de contouren van een mogelijke nieuwe drempel: een drie-fase-triage-systeem voor intramurale geneesmiddelen die niet voldoen aan de sluiscriteria. In drie fasen brengt het Zorginstituut eerst de risico’s in kaart, vervolgens worden die middels rapid review en triagetafel gekwantificeerd en daarna worden met betrokken partijen afspraken gemaakt om de risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Wij vragen ons af: wordt het systeem hier nou echt sneller en beter van?  

Begrijp ons niet verkeerd: ook HollandBIO steunt het streven om alleen effectieve zorg uit het basispakket te vergoeden. Maar effectief voor de één, is niet effectief voor een ander. De manier waarop we nu toetsen of een nieuwe behandeling effectief is, namelijk wetenschappelijk bewijs op populatieniveau (stand van de wetenschap en praktijk), conflicteert met de ambitie voor iedereen de juiste behandeling op het juiste moment. Een behandeling die voor de meerderheid niet effectief of kosteneffectief is, kan voor een individu soms het verschil tussen leven en dood betekenen. In het huidige systeem zal zo’n behandeling echter niet in de dokterstas belanden. Hoe voorkomen we dat die ene patiënt niet het slachtoffer wordt van kille, generaliserende, statistieken? 

Noch aan het eind van de keten nieuwe hordes opwerpen, noch innovaties ‘preventief’ weren uit het basispakket zijn duurzame oplossingen voor de uitdagingen van vandaag en de toekomst. HollandBIO is van mening dat passende zorg nooit werkelijkheid kan worden met een lege gereedschapskist. Bovendien is het helemaal niet nodig om de gereedschapskist niet aan te vullen, zolang we behandelingen maar selectief inzetten. 

Dat is een enorme klus, die een integrale visie richting gezondheid op maat vereist, met maximale inzet op het vergaren, vastleggen en delen van data, met de ontwikkeling van en toegang tot innovatieve diagnostiek en met het beschikbaar hebben en houden van een zo breed en flexibel mogelijk behandelarsenaal binnen een lerend zorgsysteem. Dat is niet alleen in het directe belang van alle Nederlandse patiënten, zoals ook de Patiëntenfederatie vindt, ook ons toonaangevende biotech ecosysteem, van kleine en grote bedrijven, tot ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen, vaart daar duurzaam wel bij.  

Lees meer:  

Inbreng HollandBIO commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel 21 juni 

Inbreng Patiëntenfederatie commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel 21 juni 

← #nieuws

Wij geven niet op 

,

Groter kan een krant bijna niet uitpakken dan De Volkskrant afgelopen weekend deed: twee voorpagina’s én een dubbele spread. Om namens twee oncologen goed te praten dat Nederlandse kankerpatiënten niet langer toegang hebben tot de nieuwste geneesmiddelen. En ja, daar vindt HollandBIO wat van. 

We doen zó ons best bij HollandBIO. Om te handelen op basis van feiten en cijfers en om die data transparant te maken voor iedereen. We zijn eerlijk over onze behoeften en belangen, die van onze leden en die van de sector. We preken weliswaar vaak voor eigen parochie, maar niet ten koste van het gezondheidsecosysteem, en zeker niet van patiënten. We zien de complexiteit van de zorg, we respecteren de expertise, bijdrage, belangen en behoeften van alle betrokkenen, en streven naar oplossingen die duurzaam werken voor iedereen. Dat doen we op basis van een rotsvast vertrouwen dat dit echt de beste aanpak is om met biotech het leven beter te maken voor mens, dier en planeet. 

Dat goede gedrag levert ons veel complimenten op, goede gesprekken en een zekere mate van respect, ook wanneer mensen het (sporadisch uiteraard) niet met ons eens zijn. Daar zijn we heel blij mee: het is heerlijk om gezien en gewaardeerd te worden om wie je bent en waar je voor staat. Keep ‘m coming dus, die likes, reposts en fanmail, dat laadt onze batterij op.  

Helaas voelen we ons ook vaak gekke Henkie. Ons goede gedrag wordt namelijk niet altijd beloond. Niet zelden leggen we het af tegen lelijk opportunisme: clickbait, politieke agenda’s, de vetste scoop, zichtbaarheid, geld, macht, of een onverkwikkelijke combinatie van die vaak verborgen belangen. Daar klagen we doorgaans niet over, it’s all part of the job. Maar dan is er die spreekwoordelijke druppel, die de emmer doet overstromen. Of, in dit geval, die maakt dat het braafste kind van de klas voor één keer uit de school klapt over soms de frustrerende realiteit van werken bij HollandBIO: 

  • We staan documentairemakers urenlang te woord, met als hoogst haalbare resultaat niet genoemd te worden in de uitzending (maar dus ook niet afgebrand als de as van het kwaad, hoera).  
  • We spreken met talloze ambtenaren over talloze dossiers, leveren input, trommelen experts op en denken keer op keer mee. Met resultaat: één-op-één regent het waardering, zijn we een lichtend voorbeeld, maar als puntje bij paatje komt, worden we toch maar niet uitgenodigd voor die cruciale rondetafel of dat landelijk overleg. Omdat we, nouja, euh, tja… bedrijven vertegenwoordigen en dat schrikt anderen zo af (en als je niet aan tafel zit, sta je doorgaans op het menu, zo leert de ervaring).  
  • We vinden onze slogans, teksten, feiten, cijfers en ideeën steeds vaker en zo goed als letterlijk terug in communicatie van anderen, maar helaas doorgaans zonder bronvermelding (we troosten onszelf met de gedachte dat ons draagvlak groeit).  
  • Eventorganisatoren sparren maar wat graag met ons over hun programma en maken dankbaar gebruik van ons grote netwerk, maar hijsen ons zelf liever niet op het podium (saai zo’n spreker met kennis van zaken en een constructieve houding).  
  • We praten de blaren op onze tong met journalisten, die willen weten hoe de vork in de steel zit, maar die vervolgens liever zwart-wit denkers quoten, want met onze genuanceerde stellingname haal je nou eenmaal geen voorpagina (zonder ons werk achter de schermen zou het artikel toch minder kloppend zijn geweest, geven we onszelf dan maar een schouderklopje).  

Kortom, impact komt niet vanzelf. In de meeste van bovenstaande gevallen geeft een snedig Weekly stukje, waarin we de vinger op de zere plek leggen, gelukkig verlichting. Maar soms is zo’n stukkie tekst, hoeveel likes het ons ook oplevert, niet genoeg. Viral gaan geeft immers een kick, maar is vluchtig, het verandert niets. Dat is frustrerend, zeker wanneer de tegenmacht geen boodschap heeft aan HollandBIO’s huisregels en daarmee een veel groter podium krijgt. En al helemaal wanneer patiënten het kind van de rekening zijn. 

Concreet en actueel is de niet te missen berichtgeving van de Volkskrant, over de mysterieuze missie van twee oncologen om recht te praten wat krom is: het preventief weren van nieuwe kankergeneesmiddelen uit de dokterstas. Inhoudelijk hebben we daar al veel over gezegd, lees Oncologen voorkomen passende zorg, Uitgezaaide conclusies over nieuwe geneesmiddelen en Zonder patiënt geen rendement er nog maar eens op na. En ook deze week weer slaan we alarm over de zorgwekkende nationale trend om kostenbeheersing te realiseren door de lat voor toelating van medische innovaties steeds maar weer te verhogen. Wij staan juist een tegenovergestelde aanpak voor – overigens ook mede om kosten te besparen: een forse investering in infrastructuur én innovaties om een duurzame transitie naar gezondheid op maat te realiseren.  

Natuurlijk hebben we begrip voor de uitdagingen van de oncologen, het zijn immers goeddeels uitdagingen die ze delen met geneesmiddelenontwikkelaars: innovaties volgen elkaar zo snel op, de gouden standaard is alweer gedateerd voordat de inkt droog is , klinische trials zijn een slechte imitatie van de echte wereld, nieuwe geneesmiddelen zijn schrikbarend duur en dat geeft gedonder, de nationale data-infrastructuur om effectiviteit in de praktijk te monitoren ontbreekt, en gesprekken in de spreekkamer worden complexer, doordat patiënten niet meer klakkeloos varen op het oordeel van de dokter, maar zich inlezen, uitspreken en om een second opinion vragen als ze twijfelen (dat laatste is ons inziens overigens een uitstekende ontwikkeling, dat moge duidelijk zijn). En misschien delen de oncologen zelfs wel onze toekomstvisie van gezondheid op maat. Maar dat ze – in tegenstelling tot alle andere bewoners van het gezondheidsecosysteem – al die uitdagingen “vrijwillig en in de avonduren” zouden moeten tackelen, is natuurlijk wel lariekoek. Dat je er geen declaratietitel aan kunt hangen, wil niet zeggen dat het niet bij je baan hoort.  

Voor De Volkskrant kunnen we minder begrip opbrengen. De krant laaft zich maar wat gretig aan het altijd scorende “geneesmiddelen zijn afschuwelijk duur maar werken helemaal niet” anti-farma frame. In een tenenkrommend vooringenomen artikel doet de krant de complexiteit, de inherente dilemma’s en beperkingen van werken op de grens van menselijk weten, de idioot ingewikkelde, dure, lange en risicovolle route om innovatieve geneesmiddelen van lab naar patiënt te brengen en de vele wettelijk vastgelegde checks & balances simpelweg af als een perverse strategie van bedrijven om zo veel mogelijk geld te verdienen over de rug van de maatschappij. Waarmee het hoog aangeschreven dagblad de realiteit zo draait dat het willens en wetens draagvlak cultiveert voor de leegloop van de dokterstas in de strijd tegen een vreselijke ziekte waar nog steeds veel te veel levenslustige mensen veel te vroeg aan overlijden.  

Je kunt het je wellicht voorstellen, maar als wij – vrijwillig en in het weekend – zo’n artikel onder ogen krijgen, is het ook voor ons niet makkelijk om onze eigen huisregels te heiligen. Ook wij zijn mensen, en de verleiding ligt op de loer om ook eens flink uit te halen, om anderen af te branden om de eigen positie te versterken. Om feiten zo te presenteren dat ze enkel het eigen gelijk bevestigen, om experts die weten hoe complex iets echt is, te omzeilen, en om vooringenomen alleen onze eigen noden rond te toeteren zonder naar anderen te luisteren en hun realiteit te erkennen. Maar dat doen we niet, we houden vol. Of om met de woorden van onze collega’s bij de VIG te spreken: wij geven niet op.  

PS – OPROEP AAN ALLE MEDISCH SPECIALISTEN – we wisselen met werkelijk iedereen van gedachten over de actualiteit en de duurzame toekomst van ons gezondheidsecosysteem, maar zelden tot nooit met medisch specialisten. En daar willen we maar wat graag verandering in brengen. Zelfs in de avonduren, als dat moet 😉. Jij ook? Neem dan vooral contact op met HollandBIO’s Wieteke.