← #nieuws

Hollandbio publiceert update doorlooptijden geneesmiddelen

, , ,

Na een jarenlange en forse stijging van de tijd die het duurt voordat nieuwe geneesmiddelen vergoed en wel in het ziekenhuis terecht komen, zien we dit jaar voor het eerst een voorzichtig positief signaal: de stijging – hoewel nog steeds aanwezig – vlakt af. Door onderzoek te doen naar de route van lab naar praktijk en hoe lang de verschillende stappen duren draagt hollandbio bij aan helderheid over het complexe systeem van geneesmiddelregistratie en vergoeding. Helaas is er niet voor alle geneesmiddelen positief nieuws. Voor sluisgeneesmiddelen is het tij nog niet gekeerd.

Elk jaar doet hollandbio onderzoek naar één van de belangrijke stappen tussen markttoelating en vergoeding: het toekennen van een declaratietitel, de zogenoemde add-onprestatie. Een cruciale stap, want met een add-onprestatie regelen we hoe geneesmiddelen bij de zorgverzekeraar gedeclareerd kunnen worden. Zonder deze declaratiemogelijkheid zal geen arts een geneesmiddel voorschrijven aan een patiënt. Maar let wel: met alleen een add-onprestatie ben je er nog niet. Óf een geneesmiddel daadwerkelijk vergoed wordt is een andere overweging, aan zorgverzekeraars of – in het geval van sluismiddelen – aan onze overheid.  De gepresenteerde data geeft daarmee een minimale schatting, een ondergrens, van de mogelijke termijn waarop nieuwe geneesmiddelen de praktijk bereiken.   

Stijging vlakt af

Patiënten wachten gemiddeld bijna 300 dagen tot een nieuw geneesmiddel declarabel is. Tussen 2019 en 2023 lukte het slechts 8 geneesmiddelen om binnen 100 dagen na registratie een add-on te krijgen. In 2023 kwam dit zelfs helemaal niet voor. Toch zien we bij hollandbio ook lichtpuntjes: al blijven de doorlooptijden stijgen, de stijging vlakt wel af: van 2019 tot en met 2021 steeg de mediane doorlooptijd met 39% van 189 tot 263 dagen. Van 2021 tot en met 2023 groeide de mediaan tot 296 dagen, goed voor een stijging van 12%. Voor sommige producten lijkt zelf een daling ingezet. Een trendbreuk, die wij graag verder zien doorzetten – het liefst voor alle producten.

Slecht nieuws voor sluismiddelen

Als we verder inzoomen op de data zien we helaas ook dat de afvlakking niet voor alle geneesmiddelen geldt. De doorlooptijden van geneesmiddelen die in de sluis zitten, stijgen onverminderd door. In 2019 duurde het mediaan 187 dagen voor deze geneesmiddelen een add-on kregen, nu is dat 409 dagen. Wat we in deze data (nog) niet zien, zijn geneesmiddelen die zich nog in het proces richting add-on bevinden, of waarvoor het niet gelukt is een add-on toegekend te krijgen. En dat dat er een aantal zijn, laat onze monitor wel zien: sinds onze update van vorig jaar is het aantal middelen dat in de sluis zit namelijk meer dan verdubbeld: van 27 naar 55 stuks. Deze stijging belooft in onze optiek weinig goeds – reden te meer om snel tot oplossingen te komen om tussentijdse toegang te waarborgen. Het moge duidelijk zijn dat hollandbio daar graag aan meewerkt.

← #nieuws

Een ode aan de early a(i)dopters 

,

Een revolutie herkennen als je er middenin zit: het blijft lastig. Jezelf eraan aanpassen al helemaal. Toch heb je overal koplopers, of early adopters, zoals ze in de innovatietheorie van Rogers bekend staan. Nu de AI Act is aangenomen door het Europees Parlement, en politieke overeenstemming is bereikt in de onderhandeling over de European Health Data Space brengt hollandbio graag een ode aan de early a(i)dopters, die onze ‘gezondheid op maat’-ambitie weer een stap dichterbij brengen!

Daar waar de doorbraken in de biologie samenvallen met de opkomst van AI en de razendsnel voortschrijdende automatisering en voorziet hollandbio een heuse biorevolutie. Vol enthousiasme zien we daarom dat AI haar meerwaarde op steeds meer vlakken aantoont. Zo maakt AI in de spreekkamer al een opmars en zagen radiologen bijvoorbeeld snel in dat de inzet van artificial intelligence (AI) bij de beoordeling van longfoto’s hen een hoop werk uit handen kan nemen. Ook voor de oogarts blijkt AI nu een uitkomst: zowel bij glaucoom als netvliesaandoeningen stelt AI betere diagnoses en behandelingen. En onze eigen Gezondheidsraad voorspelt inmiddels dat de screening op borstkanker binnen enkele jaren aanzienlijk verbeterd kan worden door de inzet van onder andere AI.  

Ondanks al die ‘intelligentie’ van AI, merkt Henk Marquering, hoogleraar translationele AI, dat te weinig toepassingen ook echt hun weg naar de praktijk vinden. Hij wil AI dichterbij de zorgpraktijk brengen, zo sprak hij in zijn oratie uit. Een nobel streven, vindt hollandbio. Want zelfs als we iets technisch gezien kunnen, en wettelijk gezien mogen, betekent dat niet automatisch dat de praktijk of de maatschappij ermee aan de slag gaan. Iets willen, is onze ervaring, dat blijkt ook een vak apart. Recent nog waarschuwden ethici bijvoorbeeld dat AI de zorg niet perse efficiënter gaat maken, en dat er altijd een menselijke factor aan te pas moet komen. Hoewel daar zeker een kern van waarheid in zit, komen we met enkel een behoudende blik geen stap vooruit. Ter vergelijking: in 1998 zag ook een groot deel van de Nederlandse bevolking de meerwaarde van een mobiele telefoon nog niet (ja, echt, zie hier).  

Juist in de zorg doen we dingen al jaren hetzelfde: van klinisch onderzoek tot de wijze waarop we onze zorg binnen de muren van het ziekenhuis organiseren. Maar wat als we met data en AI juist die lange en kostbare processen nou eens van een opfrisser kunnen voorzien? Zouden we er niet voor kunnen zorgen dat mensen sneller, beter, en meer op maat van gezondheid bediend worden, door de zorg slimmer te organiseren? Hollandbio wil toewerken naar een lerend zorgsysteem en ziet daar met AI veel kansen toe. Of, zoals Charles Darwin sprak: “Het is niet de sterkste soort die overleeft, noch de meest intelligente. Het is degene die zich het beste kan aanpassen.”  

← #nieuws

(N)evergreening: vijftig tinten groen

,

Iedereen die aan de lange route van lab naar patiënt begint zet erop in: een baanbrekend nieuw geneesmiddel ontwikkelen dat vele levens redt. De realiteit blijkt echter anders. Innovatie gaat veel vaker met kleine stapjes, dan met grote sprongen voorwaarts. Vooruitgang kent daarbij vele vormen: meer gezondheidswinst, minder bijwerkingen, meer gebruiksgemak, of betere productiewijzen. En al lijken die kleine stapjes individueel niet heel indrukwekkend, samen kunnen ze toch zomaar tot een totaal nieuw levensperspectief voor patiënten leiden.  

Het Zorginstituut lijkt die kleine stapjes voorwaarts helaas vooral als iets negatiefs te zien, zo blijkt uit de opdracht waarmee ze adviesbureau SiRM op pad stuurden. In plaats van de consultants te vragen hoe het Zorginstituut als hoeder van het verzekerde pakket het beste om kan gaan met de continue introductie van verbeterde versies van geneesmiddelen, kregen zij de vraag om ‘de impact van evergreening en de rol van het Zorginstituut’ te onderzoeken. Zowel de aanleiding, de vraagstelling, de onderzoeksopzet als het resulterende rapport lijken vooral bedoeld om een onwenselijk fenomeen te duiden en om uiting te geven aan morele verontwaardiging over die vermaledijde ‘strategie van fabrikanten om hun medicijnen langer exclusief op de markt te houden. Zodat ze er een hogere prijs voor kunnen vragen.’

Nu willen we het bestaan van evergreening helemaal niet ontkennen. Na het succesvol doorlopen van de lange, kostbare en risicovolle route van lab naar patiënt, is er fabrikanten veel aan gelegen om zo lang mogelijk zoveel mogelijk geld te verdienen met een innovatief geneesmiddel. Sterker nog, dat wordt zelfs van ze verwacht door alle geldschieters die de risicovolle ontwikkeling van geneesmiddelen mogelijk maken. Ieder investeert weliswaar in gezondheid, maar ook om een mooi rendement te maken, of het nu publieke investeerders als Invest-NL, pensioenfondsen of door en door commerciële private venture capital fondsen zijn. En hoe spijtig ook, een bestaand product optimaliseren is nou eenmaal makkelijker en minder risicovol dan iets compleet nieuws ontwikkelen.

De wijze waarop het Zorginstituut en SiRM alle incrementele innovatie over één kam lijken te scheren als evergreening zit ons weldegelijk dwars. Het fenomeen wordt neergezet als een strategie puur gedreven door winstmaximalisatie, met de samenleving en patiënt als willoze dupe. Terwijl er in realiteit vijftig tinten groen zijn, ook mét volop meerwaarde, voor zowel patiënt als betaler. Want hoewel een patiënt misschien weinig merkt van een duurzamer productieproces, mag de overgang van een ziekenhuisinfuus naar een pil toch een significante verbetering heten. Ook leidt incrementele innovatie tot meer waar voor ons geld. In tijden waarin eigenlijk alles duurder wordt, mag het een wonder heten dat verbeterde producten hetzelfde geprijsd zijn als hun voorloper. In plaats daarvan hekelt het rapport enkel misgelopen besparingen.

Het polariserende frame van evergreening leidt vooral ook af van de achterliggende objectieve vraag, die weldegelijk terecht en relevant is: wanneer vinden we een verbeterd product zijn prijs, of het mislopen van besparingen, waard, en wanneer niet? Willen we alleen betalen voor een groter klinisch effect, of bijvoorbeeld ook voor gebruikersgemak? Als schot voor de boeg: het lijkt ons niet meer dan logisch dat we bereid zijn om wel meer te betalen voor een sprong voorwaarts, maar niet voor een mooiere verpakking.

Of het nu gaat om revolutionaire nieuwe behandelingen of incrementele verbeteringen, de vraag of waarde in verhouding staat tot prijs is gelukkig wel de core business van het Zorginstituut – in tegenstelling tot octrooirecht en marktexclusiviteit. In plaats van zich te verliezen in het veroordelen van vijftig tinten groen, had ook deze schoenmaker beter bij zijn leest kunnen blijven: het objectief beoordelen van producten op hun merites. Met patent of zonder patent, innovatief of generiek, dat zou voor het advies geen enkel verschil moeten maken. Sterker nog, door al dat gemopper over verkoopstrategieën dreigt het marktprincipe dat altijd de doorslag geeft bijna onder te sneeuwen: wie betaalt, bepaalt. Doe er uw voordeel mee.

← #nieuws

De Tweede Kamer vraagt vaart voor vaccinaties 

Op een dag is het zo ver: dan komen nieuwe vaccins in no time op het juiste -preventieve- moment, bij de juiste persoon terecht. Met de snellere advisering over de invoer van nieuwe vaccinaties door de Gezondheidsraad komt dit doel steeds dichterbij. Maar voor het zo ver is, moet nog wel een andere horde geslecht worden: een stelselmatige oplossing voor de financiering van de aankoop en inzet van vaccins. Een motie van de voormalig fractie Den Haan die hiertoe opriep is al een jaar oud, en recenter dienden ook VVD en D66 moties in langs deze lijn. Op het ministerie zoekt men ondertussen naar een bredere oplossing: een systematiek voor de vergoeding van preventie. Hollandbio kan haast niet wachten: met zoveel wind mee, is het slechts een kwestie van tijd voor we medische preventie en vaccinatie in het bijzonder optimaal gaan benutten voor onze gezondheid!  

← #nieuws

Farmabedrijven beperken gratis verstrekking medicijn voorafgaand aan vergoeding 

,

Voor niets gaat de zon op. En toch verstrekken verschillende fabrikanten regelmatig hun goedkeurde -maar nog niet vergoede- medicijnen gratis aan patiënten. Die maat lijkt nu vol: meerdere partijen geven in het Financieel Dagblad aan hier terughoudender mee te zijn (zie hier, hier en hier). Een helder signaal aan de overheid, dat na de eenzijdige Kamerbrief over early access programmma’s voor hollandbio niet helemaal uit de lucht komt vallen.

“Tot nu toe was het gebruikelijk dat farmabedrijven – voorafgaand aan een vergoedingsakkoord – nieuwe goedgekeurde geneesmiddelen gratis ter beschikking stellen aan patiënten”, las hollandbio afgelopen weekend in het Financieel Dagblad. Wat begon als een tegemoetkoming in het belang van patiënten, ingegeven uit coulance, morele plicht of ter versterking van de marktpositie – lijkt inmiddels door de overheid handig verheven tot een gegeven. En hoewel gratis weggeven voor VWS uiteraard ideaal is, is dat voor fabrikanten niet oneindig lang vol te houden – en soms zelfs helemaal geen optie. 

De maat is vol, zo blijkt uit de berichtgeving. Zeker zeven bedrijven geven in het FD aan terughoudender om te springen met het tijdelijk gratis weggeven van nieuwe medicijnen. De reden: onvrede over de lange en moeizame onderhandelingen over de toelating van deze nieuwe geneesmiddelen tot de verzekerde zorg. De indruk leeft, dat het gratis ter beschikking stellen van een medicijn het bereiken van een prijsakkoord lastiger maakt. Dit argument, dat als evident nadeel voor het bedrijfsleven niet eens ter sprake werd gebracht in de recente brief over early access programma’s, komt daarmee via de media alsnog expliciet ter tafel.  

Natuurlijk spreekt het ministerie van VWS in reactie op dit nieuws van een betreurenswaardige situatie. Maar geloof ons, ook voor het bedrijfsleven is dit geen gunstige uitkomst. Van een geneesmiddel dat de patiënt niet bereikt, is namelijk nog nooit iemand beter geworden: het bedrijfsleven niet, de overheid niet, en bovenal de patiënt zelf niet.  

Hollandbio herhaalt daarom nog maar eens: wij willen graag werk maken van een gezond geneesmiddelendebat en -beleid. Wij hopen dan ook dat we, nu iedereen zijn zegje via Kamerbrieven en media heeft gedaan, alsnog gauw met elkaar in gesprek kunnen over een oplossing die recht doet aan de mogelijkheden en onmogelijkheden aan beide kanten van de onderhandeltafel. Want één ding is zeker: zonder toegang verliezen we uiteindelijk allemaal. 

← #nieuws

Hollandbio meldt zich graag bij minister over antibioticaproductie

Kersvers demissionair minister Pia Dijkstra riep Nederlandse antibioticaproducenten afgelopen week op zich te melden bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. Haar hartenkreet om nieuwe antibiotica -in een poging de schrijnende tekorten het hoofd te bieden- snijdt door hollandbio’s ziel, maar of het ook storm gaat lopen… wij hebben er een hard hoofd in. Het afgelopen jaar beet menig ondernemer uit onze achterban zich namelijk stuk op het gebrek aan financiering om producten door te ontwikkelen en naar de markt te kunnen brengen, met faillissementen tot gevolg. 

Antibioticaontwikkeling en -resistentie vragen om meer dan alleen awareness, zo blijkt. Hoewel Dijkstra’s voorganger Kuipers het topic weer hoog op de internationale agenda zette, wachten we nog altijd in spanning op het Nationaal Actieplan AMR dat hij ook aankondigde. Gezien de urgentie, en het belang van de komst van nieuwe antibiotica, is een ronkende passage over hoe we de ontwikkelaars en producenten gaan helpen op de lange en hobbelige route van lab naar praktijk daarin absoluut onmisbaar – en hollandbio denkt hier uiteraard graag over mee!  

← #nieuws

Toegankelijkheid van weesgeneesmiddelen in Nederland: het kan beter! 

, ,

Op 29 februari is het internationale Zeldzame Ziektedag: dé dag om stil te staan bij de meer dan zesduizend zeldzame aandoeningen die per ziekte misschien maar weinig patiënten tellen, maar gezamenlijk meer dan 1,2 miljoen personen in Nederland treffen. Voor het leeuwendeel van deze ziektes bestaat nog geen effectief geneesmiddel, en de lage incidentie maakt de toch al complexe route van lab naar patiënt op veel fronten nog uitdagender. Hoewel er dankzij gerichte stimulansen wel steeds meer op de Europese markt komen, verloopt de weg naar nationale vergoeding zeer moeizaam: een zwaar onderbelicht probleem dat wat hollandbio betreft dringend aandacht én oplossingen verdient. Daarom onderzochten we – als eerste stap – hoe het precies met de toegankelijk van weesgeneesmiddelen in Nederland gesteld is.

Weesgeneesmiddelen zijn geneesmiddelen voor ziekten die in minder dan vijf op de tienduizend mensen voorkomen. Hoewel deze ongeveer zesduizend verschillende aandoeningen bij elkaar opgeteld meer dan één miljoen patiënten in Nederland raken, bestaat voor de meesten nog geen effectief geneesmiddel. Gelukkig ontvangt sinds de implementatie van de Verordening Inzake Weesgeneesmiddelen in het jaar 2000 ieder jaar een groter aantal weesgeneesmiddelen een handelsvergunning van de Europese Commissie (EC). Met stimulansen, waaronder een langere marktexclusiviteit, heeft die Verordening het namelijk aantrekkelijker gemaakt om een weesgeneesmiddel te ontwikkelen. Een succesvolle staaltje wetgeving dus, dat de innovatie op dit vlak enorm heeft aangejaagd.  

Om meer zicht te krijgen op de uiteindelijke toegankelijkheid van nieuwe weesgeneesmiddelen, onderzocht hollandbio in hoeverre zij na het verkrijgen van een Europese handelsvergunning, vergoeding ontvangen in Nederland. Deze middelen komen namelijk niet automatisch of direct beschikbaar voor de patiënt. Om voor vergoeding in aanmerking te komen moet eerst worden vastgesteld of een middel ook in de nationale zorgpraktijk bewezen meerwaarde heeft voor patiënten en zijn prijs waard is. Ook hier geldt dat de zeldzame aard van de ziekte het moelijker maakt om dat bewijs met de gewenste zekerheid te leveren dan bij ziektes die vaker voorkomen. Onze bevindingen publiceren we vandaag in onderstaande infographic. 

Ons onderzoek laat zien dat voor 61 procent van de weesgeneesmiddelen die tussen 2001 en 2023 een handelsvergunning ontvingen een vorm van vergoeding bestaat in Nederland. Om dit vast te stellen raadpleegden we openbaar beschikbare data van de EC, EMA, het GVS, Farmatec en medicijnkosten.nl. Over de jaren heen zien we dat steeds meer weesgeneesmiddelen een handelsvergunning ontvangen. Echter hoe dichterbij in de tijd, hoe minder er daarvan, percentueel gezien, worden vergoed. Van de middelen geregistreerd tussen 1 januari 2001 en 31 december 2011 wordt gemiddeld bijvoorbeeld 81% vergoed, en van de middelen geregistreerd tussen 1 januari 2012 en 31 december 2023 gemiddeld slechts 58%. Gelukkig is er wel beterschap. Van 1 januari tot en met 31 december 2023 ontvingen namelijk twaalf nieuwe middelen vergoeding. 

Uit ons onderzoek kwam ook naar voren dat verschillende factoren de kans op het ontvangen van vergoeding lijken te beïnvloeden. Neem bijvoorbeeld het type EMA-registratie. Daarvoor geldt dat middelen met een normale of versnelde marktvergunning vaker worden vergoed dan gemiddeld (76%), en weesgeneesmiddelen met een voorwaardelijke marktvergunning juist minder vaak worden vergoed dan gemiddeld (32-50%). Ook de grootte van het bedrijf dat het middel registreert lijkt invloed te hebben. Middelen geregistreerd door het MKB ontvangen volgens ons onderzoek namelijk veel minder vaak vergoeding dan middelen geregistreerd door grotere ondernemingen (33% tegenover 65%). Daarnaast is in totaal slechts 6% van de weesgeneesmiddelen opgenomen in dit onderzoek geregistreerd door het MKB. Andere onderzochte factoren, zoals of het middel een oncologisch of sluismiddel is of niet, hadden weinig tot geen invloed op de vergoedingskans. 

De nationale vergoeding blijft dus achter op Europese registratie. De meeste weesgeneesmiddelen krijgen uiteindelijk vergoeding, al gaat er wel vaak een paar jaar overheen. En dat is jammer, zeker wanneer er op EMA-niveau juist vol wordt ingezet op versnelling. Wat de vertraging veroorzaakt, maakte geen deel uit van dit onderzoek. Natuurlijk maakt het vaak hoge prijskaartje van weesgeneesmiddelen dat betalers kritisch naar de waarde willen kijken, waardoor de afgelopen jaren diverse complexe en tijdrovende beoordelingsprocessen zijn opgezet. Daarnaast staat mogelijk een suboptimale aansluiting van Europese registratieroutes op nationale procedures en eisen een snelle toegang in de weg, waarbij nationale beoordelingskaders niet ontwikkeld zijn met zeldzame ziekten in het achterhoofd, wat weesgeneesmiddelen benadeelt. Daarbij kan de beschikbare beoordelingscapaciteit een factor zijn, maar ook de keus van de fabrikant om het middel niet of laat te introduceren in Nederland, bijvoorbeeld simpelweg omdat er geen patiënten zijn, of omdat de procedures of betalingsbereidheid minder aantrekkelijk is en daarom de businesscase negatief uitvalt. Bovendien kunnen er ook nog beperkingen ontstaan bij toepassing in de klinische praktijk, bijvoorbeeld omdat er geen behoefte is vanuit de beroepsgroep. 

Hollandbio vindt dat de toegang tot weesgeneesmiddelen in Nederland sneller en beter moet én kan. Want naast dat deze innovatieve therapieën een cruciale rol spelen in de behandeling van zeldzame aandoeningen, fungeren ze met hun vaak gepersonaliseerde aanpak ook als pioniers voor Gezondheid op maat: iedereen de beste behandeling op het juiste moment. Wij geven weesgeneesmiddelen daarom de aandacht die ze verdienen en spannen ons in om het toegangstraject kraakhelder en minder hobbelig te maken, al snappen we ook dat de hordes niet altijd gemakkelijk uit de weg geruimd zijn. Des te meer reden om samen met álle betrokken partijen te zoeken naar oplossingen waarbij gezondheidswinst, toegankelijkheid én betaalbaarheid hand in hand gaan. Denk jij met ons mee? 

Heb jij suggesties of opmerkingen, of wil je met ons meepraten over dit onderwerp? Laat het dan weten aan hollandbio’s Dina.  

← #nieuws

Eerste sein RSV-vaccinatie voor kinderen sneller op groen: nu de financiering nog! 

Voorkomen is beter dan genezen. En toch laat de beoordeling en invoer van vaccins, de sterspelers van de preventieve zorg, vaak ontzettend lang op zich wachten. Wat is hollandbio daarom in haar nopjes dat de Gezondheidsraad, in vergelijking met het gemiddelde in de afgelopen jaren, de tijd tot een (positief!) advies rond het RS-virus voor kinderen flink wist terug te dringen. Nu nog een stelselmatige oplossing voor de financiering van de aankoop en een snellere inzet van vaccins!

Samen werken aan een verbeterd vaccinatiestelsel 
Negen jaar. Zo lang lag een vaccin gemiddeld genomen na EMA-registratie op de plank, voor het een arm bereikte. Voor de vaccinatie tegen het rotavirus, waar het RIVM vanuit het Rijksvaccinatieprogramma deze maand officieel mee begonnen is, staat de teller zelfs op bijna 18 jaar. Reden voor hollandbio om samen met het ministerie van Volksgezondheid, de Gezondheidsraad, het Zorginstituut, het RIVM en het CBG naar verbeteringen in het stelsel te zoeken.  

Meer vaart rond de advisering 
De eerste, positieve effecten van deze gesprekken vertalen zich inmiddels naar de praktijk. Zo kondigt de Gezondheidsraad sinds kort per vaccin aan of het onderdeel wordt van haar werkagenda (op de bijlage van haar werkagenda), een werkwijze die ook in haar herziene beoordelingskader is vastgelegd. Dit is weliswaar nog niet het door ons gedroomde scenario, binnen één jaar voor elk vaccin een beleidsbesluit over een passende toegangsroute, maar zeker een stap in de goede richting. Ook de vaart die er gezet is om een advies uit te brengen rond RSV, waarbij er in de adviesvraag zelfs geanticipeerd is op de registratie van een tweede vaccin, smaakt wat ons betreft naar meer.  

Anticiperen op preventie vraagt een structurele oplossing 
Helaas zijn we er daarmee nog niet. Het aantal vaccins met een positief Gezondheidsraadadvies stapelt zich inmiddels aardig op. Na groen licht, moet er nog naar budget op de Rijksbegroting gezocht worden. Als dat er niet is, leidt dat tot verdere vertraging, zelfs als het vaccin kosteneffectief is. En precies daar wringt de schoen nu. Dat dit een onwenselijke situatie is, daar is iedereen –van kamer tot kabinet– het mee eens. Het vervolg? Om het maar op z’n Haags te zeggen: “op ambtelijk niveau worden financieel-technische mogelijkheden verkend voor de financiering van Gezondheidsraadadviezen”. Anticiperen op preventie: hollandbio kan niet wachten tot een structurele oplossing werkelijkheid wordt!  

← #nieuws

ACP publiceert nieuw argumentenkader

Een belangrijke rol in de keuze over het vergoeden van geneesmiddelen is weggelegd voor de Adviescommissie Pakket (ACP). Maar hoe komt deze commissie nu eigenlijk tot haar keuzes? Om het proces en de gedachtegangen uit te leggen, publiceerde de ACP recent haar argumentenkader. Bij hollandbio moedigen we elk initiatief aan dat bijdraagt aan heldere routes van lab naar praktijk, en dit kader vinden we daarin een goede eerste stap.

“Het is geen punt, maar een komma” waren de woorden waarmee het argumentenkader overhandigd werd aan Zorginstituut (ZIN) voorzitter Sjaak Wijma. Dit document weerspiegelt de gedachtenvorming van de ACP van dit moment, met als kanttekening dat zich altijd nieuwe, relevante argumenten of inzichten kunnen voordoen. De ACP wil graag aan de slag met verdere verdieping én vraagt een kader dat ook op alle andere vormen van te verzekeren zorg kan worden toegepast. Het argumentenkader is dus vooral een startpunt om in bredere zin te kijken naar hoe we keuzes maken op het gebied van vergoeden van zorg.  

Hier zien we bij hollandbio nog een belangrijke weg te winnen: we zijn door vooruitgang steeds beter in staat om, met nieuwe vormen van diagnostiek, het individu een passende behandeling te bieden, zoals met bijvoorbeeld gentherapieën en weesgeneesmiddelen. Het is dus hoog tijd voor een systeem van beoordelen en vergoeden dat aansluit op nieuwe innovaties zodat voor iedereen de juiste interventie op het juiste moment beschikbaar is. 

Heb je na het lezen van het argumentenkader nog vragen of opmerkingen? Hollandbio’s Thomas hoort het graag!  

← #nieuws

Early access: waar een wil is, is een weg 

,

‘Als je iets echt wil, dan vind je een weg. Wil je dat niet, dan vind je een excuus.’ Deze tegeltjeswijsheid schoot door ons hoofd na lezing van de kamerbrief van het ministerie van VWS over early access programma’s. In tegenstelling tot het onderwerp, zoomt de brief vooral in op het al dan niet vergoeden van geneesmiddelen tijdens de periode van beoordeling en onderhandeling in de sluis. En lijkt de brief – spoiler alert – vooral bedoeld als excuus om dit niet te doen. Hollandbio had op meer ambitie en balans gehoopt in de zoektocht naar mogelijkheden om de toegang tot nieuwe geneesmiddelen te vervroegen.

Wat betreft de vergoeding tijdens de sluis is het ministerie helder. Het ziet voor zichzelf, als betaler, enkel nadelen, en voor de fabrikant, als winstmachine, enkel voordelen van vergoeding uit collectieve middelen. Dat maakt het ‘njet’ logisch, als de analyse niet zo eenzijdig en hier en daar zelfs krom zou zijn: de onderhandelingspositie van de overheid zou verzwakt worden door vergoeding gedurende de sluisperiode, zo lezen we in de brief. Maar welke prikkel is er van overheidswege om snel tot een goede prijs te komen wanneer de fabrikant het geneesmiddel tijdens de sluisperiode gratis ter beschikking stelt? Sinds wanneer wordt het in één behandeling mogelijk genezen van een patiënt met gentherapie gezien als een interventie die drempels opwerpt voor concurrentie, en een nadeel voor de overheid bovendien? Ook een mogelijk langere terugverdienperiode en hogere winsten worden opgevoerd als nadelig voor de betaler, terwijl de bestaande mogelijkheid van gratis verstrekken volgens het ministerie niets dan voordelen voor fabrikanten kent. Zelfs het meest evidente nadeel ontbreekt (hint: gratis weggeven is een slecht businessmodel).  

Het moge duidelijk zijn: er is de minister veel aan gelegen om niet tot de door fabrikanten gewenste vergoeding tijdens de sluis over te gaan. Zij kunnen immers gewoon om-niet verstrekken als ze dat willen. Wel spreekt Helder wens uit om vertraging te minimaliseren. Maar ook daarvoor legt zij de bal vooral bij fabrikanten. Zo zouden zij zich dankzij horizonscanning beter kunnen voorbereiden op de specifieke dossiervereisten voor de Nederlandse zorgmarkt, optimaal mee kunnen werken aan nationale procedures, en, nog beter, ze zouden gewoon hun prijzen kunnen matigen. Dan was al die toetsing en onderhandeling immers überhaupt niet nodig. Kortom: daar waar de gigantische versnippering van de ‘Europese markt’, de steeds hogere drempels voor toelating en vergoeding en de toenemende onzekerheid rondom regelgeving en return on investment het prijsniveau van geneesmiddelenontwikkeling enkel opstuwen, wil ook deze minister het tij keren door fabrikanten te wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om gewoon even mee te werken. Was de oplossing maar zo simpel. 

Het meest opvallende aan de Kamerbrief is echter misschien nog wel het ontbreken van het belang van de patiënten in de afweging en welke verantwoordelijkheid het ministerie jegens hen heeft. De minister legt de afweging om tot om-niet verstrekken over te gaan, volledig bij de fabrikant neer, en schildert patiënten af als een ‘pressiemiddel’ voor de industrie. Dat is problematisch, want juist in ons streven om gezondheidswinst te maximaliseren, kunnen we elkaar vinden. De gezamenlijke ambitie om zoveel mogelijk gezondheidswinst voor patiënten te leveren, zou de wil kunnen zijn van waaruit de – voor ieder begaanbare – weg kan volgen.  

Gelukkig leidt die gedeelde wil buiten de directe regie van VWS weldegelijk tot hoopvolle nieuwe wegen. Zo streven programma’s als het Drug Rediscovery Protocol (DRUP), het Drug Access Protocol (DAP) en het Orphan Drug Access Protocol (ODAP) naar het faciliteren van vroege toegang voor patiënten die mogelijk baat hebben bij nieuwe behandelingen, daarbij continu balancerend tussen de legitieme mogelijkheden en onmogelijkheden van elke betrokken stakeholder, of dat nu om patiënten, artsen, verzekeraars of fabrikanten gaat. Of iets in de praktijk werkt, en voor wie precies, kan zich zo ook grotendeels in de praktijk uitwijzen. Zo is door middel van de dataverzameling binnen DAP nu een eerste geneesmiddel definitief vergoed vanuit het basispakket. Een krachtig pleidooi voor vroege toegang als weg vooruit. We zijn dan ook blij dat het ministerie van voornemen is om zowel hollandbio als de VIG te betrekken bij de totstandkoming van goede gezamenlijke oplossingen. Want wij zien volop bospaadjes die met de juiste wil en inzet uit kunnen groeien tot geëffende wegen naar gezondheid op maat.