← #nieuws

To launch or not to launch, is de vraag

, ,

Hollandbio waarschuwde al eerder voor de mogelijk verstrekkende impact van de herziene farmaceutische wetgeving die recent officieel werd aangenomen. Misschien wel bovenaan onze zorgenlijst staat Artikel 59: de lanceerverplichting, die, zeker in de huidige geopolitieke context, explosieve gevolgen kan hebben.

Geen launch binnen drie jaar? Da’s pech, regulatoire marktbescherming weg
De lanceerverplichting (Artikel 59) is – op papier – gericht op het verbeteren van beschikbaarheid en leveringszekerheid van nieuwe geneesmiddelen in elke Europese lidstaat. Volgens de bepaling kunnen individuele lidstaten marktvergunningshouders verzoeken om binnen één jaar na verlening van een Europese handelsvergunning ofwel een geldige aanvraag voor prijsstelling en vergoeding in te dienen, deel te nemen aan nationale aanbestedingsprocedures, of met de betreffende lidstaat tot een roll-out plan voor levering van het geregistreerde product te komen. Voldoet de vergunninghouder binnen drie jaar niet aan dit verzoek, dan vervalt de regulatoire marktbescherming in dat land.

Europa rijkelijk naïef in wereldwijde handelsoorlog
Het zal voor velen geen nieuws zijn, maar onze sector bevindt zich temidden van een geopolitiek schaakspel dat zijn weerga niet kent. Europa heeft daarin een aantal troeven, zoals sterke wetenschap, innovatieve start-ups en fantastisch talent. Helaas kent het Europese biotech ecosysteem ook fikse zwakke plekken: de beschikbaarheid van kapitaal om te schalen en te commercialiseren, ingewikkelde, tijdrovende en kostbare routes voor markttoelating, en, wellicht de zwakste plek: een totaal gefragmenteerde afzetmarkt en beperkte betalingsbereidheid voor innovatie. In tegenstelling tot de Verenigde Staten, wereldleider in investeringen in biotech innovatie én bovendien de aantrekkelijkste markt voor geneesmiddelen.

Daar willen de VS nu wat voor terug: met Trumps handelstarieven en Most-Favorite-Nation (MFN) beleid van globale referentieprijzen, streven de VS naar een eerlijkere verdeling van de wereldwijde rekening voor innovatie, en bovendien om zo veel mogelijk (productie)schakels van de biotech keten naar eigen territorium te trekken. Het stelt biotech bedrijven voor een duivels dilemma: wanneer zij producten in Europa lanceren, lopen zij het risico hun omzet in de VS, by far de belangrijkste afzetmarkt, te zien teruglopen.

Explosiegevaar: bommetje onder biotechbeleid
Juist in deze geopolitieke context is de lanceerverplichting een bijzonder explosieve wetgevende passage. Want waar het nu meer dan ooit nodig is om een gezamenlijke Europese vuist te maken, en te zorgen voor een sterkere, minder gefragmenteerde Europese afzetmarkt voor innovatieve geneesmiddelen, geeft artikel 59 lidstaten juist alle ruimte om nog meer individuele eisen te stellen aan bedrijven en de fragmentatie te vergroten. En tot overmaat van ramp kiest Europa niet voor de wortel, maar voor de stok: met het verliezen van marktbescherming morrelt Europa aan het fundament van het wereldwijde systeem van biotech innovatie.

Maatregel waarschijnlijk niet doeltreffend
Al staat er rondom artikel 59 nog veel open, hollandbio vreest dat Europa haar hand hier fiks overspeelt. In het huidige geopolitieke geweld is het aannemelijker dat meer fabrikanten af gaan zien van registratie in Europa, dan dat de lanceerverplichting bij gaat dragen aan de beoogde verbetering van beschikbaarheid en leveringszekerheid van innovatieve geneesmiddelen. Je kunt immers wel eisen stellen, maar een bedrijf moet ook kunnen en willen leveren. Dat doen ze doorgaans als eerst daar waar dit financieel het meest loont.

Een doemscenario dreigt: Europa krijgt pas toegang tot innovatieve medicijnen als ze niet meer innovatief zijn, wanneer generieken en biosimilars hun intrede doen. En of de markt nog wel aantrekkelijk genoeg is voor generieken en biosimilars, is dan nog maar de vraag. De aanhoudende race naar de bodem van het generieke prijsbeleid, doet vrezen.

Gelukkig zijn niet alle lidstaten enthousiast over artikel 59, en biedt de passage juist door zijn opzet nog volop ruimte voor eigen invulling bij de implementatie. Het Nederlandse kabinet lijkt zich bewust van de risico’s van dit artikel, getuige ook de beantwoording van vragen die uit dit eerdere Schriftelijk Overleg, waarin de regering zich sceptisch uitlaat over de doeltreffendheid van het concept lanceerverplichting. Het Nederlandse perspectief is er echter slechts één van de 27, en het is nog niet duidelijk hoe andere lidstaten in de wedstrijd zitten. Bij hollandbio zijn we er in ieder geval nog bepaald niet gerust op…

← #nieuws

Tweede Kamer maakt werk van vaccinatie voor volwassenen

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen vorige week maakte de Tweede Kamer werk van ouderenvaccinatie. Met een breed gesteunde motie van fractievoorzitters Struijs (50Plus) en Paternotte (D66) draagt de Kamer het kabinet op het RIVM nog voor de Voorjaarsnota een verkenning te laten uitvoeren naar een Rijksvaccinatieprogramma voor 60-plussers. Daarmee grijpt de Kamer precies het knelpunt aan waar hollandbio al langer op wijst: een samenhangende aanpak kan helpen om vaccinaties tegen onder meer griep, corona, pneumokokken, gordelroos en mogelijk RSV toegankelijker en duidelijker te organiseren. En dat is broodnodig, want ons stelsel is nog altijd een lappendeken, om de woorden van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) maar weer eens aan te halen. Vaccinaties zijn namelijk nog altijd versnipperd geregeld, waardoor niet altijd helder is wat waar, wanneer, door wie en tegen welke kosten beschikbaar is. Een Rijksvaccinatieprogramma voor volwassenen zou wat ons betreft een ontzettend welkome aanvulling zijn op het Rijksvaccinatieprogramma voor kinderen. Bovendien zou het perfect passen in de visie op vaccinatie van 0-100+, waar in de beleidskringen ook nog volop aan gewerkt wordt. Met deze motie ligt er nu een stevige politieke opdracht vanuit de samenleving om daar nu eens echt werk van te maken.

← #nieuws

Het zorgdebat gaat te snel over geld en te weinig over keuzes

Belangrijk signaal van een zorgverzekeraar: volgens CZ-bestuursvoorzitter Joep de Groot gaat het in het zorgdebat te snel over geld en te weinig over welke vraag we nu eigenlijk op proberen te lossen. Bij zijn oproep dat de landelijke politiek het vraagstuk ‘(gezondheids)zorg’ in de volle breedte moet bekijken, sluiten we ons als hollandbio graag aan. Ook wij vragen ons namelijk meer en meer af of we überhaupt nog wel de goede dingen doen – of toch vooral bezig zijn om in afzondering (silo’s) dingen goed te doen. Zoals een mooie Engelse uitdrukking gaat: you can’t iterate on a burning platform.

Wat heb je nodig wanneer je ziek wordt?

Ons huidige zorgsysteem is gebouwd in en voor een andere tijd, met minder patiënten, minder behandelmogelijkheden en minder kennis over individuele verschillen. Nu kunnen we – onder meer dankzij vooruitgang in de biotech – ziektes steeds beter opsporen en behandelingen afstemmen op wat de individuele patiënt nodig heeft. Deze nieuwe werkelijkheid vraagt om een nieuwe aanpak en juist daarover zou het gesprek in hollandbio’s optiek óók moeten gaan. Niet enkel in silo’s innoveren, maar juist de wijze waarop we dat doen eens goed tegen het licht houden. En ja, dat is spannend, maar ja, het is ook broodnodig, zoals de steeds verder spaaklopende toegang tot innovaties laat zien. Laten we daarom onze gezondheid weer centraal stellen in de zorg. Wij gaan graag in gesprek over hoe we onze doktertas nu en in de toekomst zo goed mogelijk kunnen vullen. Want het is hoog tijd om te investeren in gezondheid op maat.

← #publicaties

Nationaal Comité advies dierproevenbeleid pleit voor systeemverandering

,

Samenwerken aan systeemverandering: dat adviseert het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) de staatsecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, als hij stappen willen zetten richting een proefdiervrije samenleving. Aan hun langverwachte en breed opgepikte transitieadvies ‘van niche naar norm’ ligt meer dan een jaar aan onderzoek, interviews en stakeholdersbijeenkomsten ten grondslag. Met die grondigheid én hun samenhangende adviezen op randvoorwaarden rond de pijlers governance en eigenaarschap, ethische actualisering, innovatie- en ketenbeleid, internationale strategie en monitoring zoeken ze wat hollandbio betreft nuance die rechtdoet aan de complexiteit van dit dossier.

Want sneller, beter en diervriendelijker nieuwe geneesmiddelen, vaccins en alternatieve voedingsbronnen ontwikkelen – dat willen we allemaal wel. Alleen niet elk domein kan daarbij volgens het NCad dezelfde route of hetzelfde tempo volgen. NCad-voorzitter Van Meeteren: “Een nieuwe methode kan uitstekend werken, maar als het systeem eromheen niet meebeweegt, blijft zo’n innovatie een niche. De volgende stap is dus niet nóg meer innoveren, maar ervoor zorgen dat wat er al is, ook echt doorwerkt in de onderzoekspraktijk.” Hear hear! Als partner van de transitie draagt hollandbio graag bij aan deze realistische koers. Wil je na het lezen van het rapport hierover met ons doorpraten? Mail hollandbio’s Britt.

← #nieuws

Kiezen tussen twee kwaden voor de regeling VT

,

Na de uitgebreide evaluatie van de regeling Voorwaardelijke Toelating (VT) stelde het ministerie van VWS hollandbio voor een onmogelijke keuze: instemmen met een nieuwe regeling die de problemen van de oude regeling niet oplost, of accepteren dat deze verdwijnt. Zo helpt het overheidsbeleid – tegen de wens van de Tweede Kamer in – patiënten niet aan passende behandelingen. Hollandbio koos voor de derde weg: de regeling VT die wél kan werken.

Tweede Kamer stuurt aan op betere regeling

In de beleidsmatige evaluatie van de regeling VT concludeerde SiRM, het bureau dat de evaluatie in opdracht van het ministerie van VWS uitvoerde, dat de oude regeling VT te weinig patiënten heeft bereikt. Dat kwam niet omdat de doelgroep ontbrak, maar omdat de opzet en uitvoering van de regeling niet aansloten bij wat nodig was. In Kamerbrieven over deze evaluatie gaf het kabinet aan het niet gerechtvaardigd te vinden een aparte route voor weesgeneesmiddelen, conditionals en exceptionals overeind te houden. Daar dacht de Tweede Kamer gelukkig anders over. Gesteund door een brede coalitie, sprak zij via een motie van D66-Kamerlid Marc Vervuurt de wens uit dat er een goede route voor gecontroleerde toegang tot weesgeneesmiddelen moet komen.

Opzet veranderd, nog minder patiënten bereikt?

Hoewel het ministerie in de nieuwe regeling VT een aantal knelpunten aanpakt, verandert de opzet zo ingrijpend dat de regeling naar verwachting nog minder patiënten bereikt. Onzekerheid over de effectiviteit van geneesmiddelen is niet langer bepalend, maar de vraag of Nederland iets anders wil weten dan andere landen. Terwijl Europa juist inzet op harmonisatie, met bijvoorbeeld de nieuwe wetgeving over Health Technology Assessment, zet Nederland een stap de andere kant op. Ook de invulling van het criterium ‘sterk verlaagde prijs’ schiet tekort. Het ministerie erkent zelf dat de voorgestelde methode moeilijk werkt als de Nederlandse situatie afwijkt. Oftewel: precies bij de geneesmiddelen waar de nieuwe regeling voor bedoeld is. Dan bepaalt niet de waarde van een behandeling de prijs, maar hoeveel geld er nog in de pot zit.

Kans op behandeling behouden

Maar hoe dan wel? Wat hollandbio betreft moeten we vooral kijken naar wat wél werkt. In lijn met de motie-Vervuurt stellen wij een route voor die leert van de sterke punten van ODAP, met het initiatief bij de beroepsgroep en vergoeding op basis van patiënten die er daadwerkelijk baat bij hebben. Ook leren we zo per patiënt bij wie een behandeling wel aanslaat en bij wie niet. Want met het afschaffen van de regeling VT verdwijnen deze patiënten niet, wel hun kans op behandeling.

Lees onze volledige reactie hier

← #nieuws

Koninklijke route of geitenpaadje: tijd voor heldere, gelijkwaardige spelregels

,

Wanneer je ziek bent wil je maar één ding: beter worden. Nieuwe geneesmiddelen zijn daarin een belangrijke troef, maar de route van lab naar patiënt is lang, kostbaar en bezaaid met hordes. Iedereen die erin slaagt om desondanks een nieuw geneesmiddel bij de patiënt te brengen, is in hollandbio’s ogen een held. Of die ontwikkelaar nou commercieel, non-profit, academisch, klein of juist heel groot is. Wat we wel heel belangrijk vinden, is dat de spelregels voor iedereen hetzelfde zijn. En precies daar wringt de schoen nog wel eens.

De route die geneesmiddelen moeten afleggen voordat ze een patiënt bereiken, is lang, kostbaar en zwaar gereguleerd. En hoewel hollandbio een actief pleitbezorger is om die route zo lean and mean mogelijk te laten verlopen en onnodige barrières gezamenlijk te beslechten, dient de geneesmiddelenwetgeving een belangrijk doel in Europa: het waarborgen van kwaliteit en een zorgvuldige afweging en monitoring van baten en risico’s. Voor vrijwel alle innovatieve geneesmiddelen, inclusief ATMPs, is Europese registratie bij EMA verplicht. Daarnaast bestaat, bij hoge uitzondering en enkel onder toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de mogelijkheid om patiënten (buiten klinisch onderzoek om) zonder registratie te behandelen met een apotheekbereiding of onder een zogenaamde ‘hospital exemption’. Wanneer een geneesmiddel via beide routes beschikbaar is of kan zijn, heeft het geregistreerde product, vanuit het oogpunt patiëntveiligheid en -effectiviteit, de voorkeur, aldus het ministerie van Volksgezondheid (VWS) namens de overheid. Ook wanneer dat logischerwijs, want registratie gaat gepaard met fikse kosten, leidt tot een hoger prijskaartje.

Tot zover het beleid in woord. In daad lijkt VWS een andere koers te varen, ingegeven door het aanhoudende streven om de uitgaven aan geneesmiddelen te minimaliseren. Een koers waarbij in de praktijk de koninklijke route – registratie – ontmoedigd en zelfs tekort gedaan wordt, en het bewandelen van geitenpaadjes juist beloond. Recente voorbeelden, al zijn ze allemaal net anders, zijn de TIL-therapie van het Nederlands Kanker Instituut (NKI), de zwaar gesubsidieerde Groningse inspanningen om CAR-Ts te ontwikkelen, en de apotheekbereiding 177Lu-PSMA-I&T.

De TIL-therapie van het NKI was één van eerste producten die onder toezicht van het Zorginstituut via de regeling voorwaardelijk toegelaten zorg in aanmerking kwam voor het basispakket. Op basis van de gegevens die tijdens deze tijdelijke toelating zijn verzameld tussen 2015 en 2022, besloot het Zorginstituut het product te gaan vergoeden onder de hospital exemption, nog voordat het bij EMA geregistreerd was. De onderzoekers ontvingen naast vergoeding voor het middel via de Hospital Exemption onder andere geld van KWF, om het middel vervolgens daadwerkelijk te registeren. Alleen wees het Europees Medicijn Agentschap de marktvergunning voor Tacquell recent af. Een domper voor het NKI, dat laat zien dat geneesmiddelontwikkeling zo simpel nog niet is. Het zou goed zijn voor de wetenschap als de lessen die in dit proces zijn opgedaan breed worden gedeeld.

Recenter, in 2020 én 2025 kregen Groningse onderzoekers tot tweemaal toe een zeer forse overheidssubsidie vanuit het Zorginstituut en ZonMw om in eigen huis een CAR-T te ontwikkelen, onder de belofte dat deze effectiever én goedkoper zou zijn dan die van de commerciële aanbieders. Opvallend genoeg ontbrak de registratieplicht, die geldt voor dit type producten, in de subsidievoorwaarden, en werd deze pas achteraf, na fel bezwaar op deze gang van zaken van hollandbio, toegevoegd. Of en hoe verder, en of het UMCG tijdens een registratietraject (en in tegenstelling tot de bestaande aanbieders) ook gebruik zal kunnen maken van overbruggende vergoeding via de HE, valt te bezien.

Tot slot, en het meest actueel, is de casus rondom de apotheekbereiding 177Lu-PSMA-I&T en de inmiddels geregistreerde variant Pluvicto van Novartis. In weerwil van de ministeriële voorkeur voor geregistreerde producten, laat VWS Pluvicto vooralsnog in de Sluis zitten, omdat er in de onderhandelingen geen “maatschappelijk aanvaarbare prijs” bereikt is. Zelfs een door Novartis aangespannen kort geding veranderde daar vooralsnog niets aan. Wat hier opvalt, is dat de minister op aangeven van het Zorginstituut in de onderhandelingen ook de prijs van de niet-registreerde apotheekbereiding als benchmark meeneemt voor het geregistreerde middel. Het geitenpaadje en de koninklijke route worden hier qua betalingsbereidheid plots gelijkgesteld, de eisen voor bewijslast echter niet. Het Zorginstituut en de overheid geven daarnaast aan dat óók de prijs van de apotheekbereiding hoogstwaarschijnlijk al niet kosteneffectief is. Wel een reden om Pluvicto toegang tot het verzekerde pakket te weren, maar niet om de vergoeding van de apotheekbereiding, die nota bene voor effectiviteitsdata leunt op data van Pluvicto, per direct stop te zetten. Een consequente handhaver zou ook de vergoeding voor de magistrale bereiding een halt toe roepen. Alleen is dat vanuit de patiënt de minst bevredigende oplossing.

Wat hollandbio betreft is het hoog tijd voor een gesprek over spelregels. Spelregels die gelden voor iedereen, en die ervoor zorgen dat we geneesmiddelen op álle fronten maatschappelijk verantwoord bij alle patiënten krijgen die daar mogelijk baat bij hebben. Via registratie, of bij helder gedefinieerde, strak omlijnde en voor iedereen toegankelijke uitzondering, via magistrale bereiding en/of hospital exemption.

← #nieuws

Herziening IVDR/MDR: voorzichtig meer helderheid over een haalbare route van lab naar praktijk

,

Met een gerichte herziening van de wetgeving voor In Vitro Diagnostiek en Medische Devices (IVDR en MDR) werkt de Europese Commissie momenteel aan verbetering van de route van lab naar praktijk. En uiteraard leverde hollandbio, zodra dat deze zomer kon, feedback op de conceptvoorstellen aan. Minder administratieve lasten, meer aandacht voor werkelijke risico’s voor patiënten en verdere digitalisering zijn ontwikkelingen die hollandbio verwelkomt. Tegelijkertijd blijft het ontwikkelpad voor veel bedrijven lang, complex en kostbaar. Meer harmonisatie tussen Notified Bodies, duidelijkere classificatieregels en voorspelbare beoordelingsroutes zijn wat ons betreft essentieel om innovatie daadwerkelijk sneller bij patiënten te krijgen. Bovendien ligt de uitdaging breder dan wetgeving alleen: ook vergoeding, implementatie en markttoegang bepalen of innovatieve diagnostiek Europa bereikt. Daarom pleit hollandbio voor een samenhangende aanpak van de hele innovatieketen, met alle betrokken partijen. Want alleen samen kunnen we gezondheid op maat dichterbij brengen.

← #nieuws

Patiënten lopen risico’s door dreigende tekorten medicinale cannabis

, ,

Patiënten die medicinale cannabis op recept gebruiken, dreigen straks zonder behandeling te zitten, meer te moeten bijbetalen of met alle risico’s van dien hun toevlucht te nemen tot illegale aanbieders zoals coffeeshops. Dat is de uitkomst van jarenlang uitgesteld beleid door het ministerie van VWS. Hollandbio heeft de Tweede Kamer opgeroepen in te grijpen.

Oorzaak én oplossing van dreigende tekorten ligt bij de overheid

De situatie is uitzonderlijk voor het Nederlandse geneesmiddelenbeleid: een dreigend tekort dat niet voortkomt uit schaarste, productieproblemen of onvoorziene omstandigheden, maar uitsluitend aan gebrek aan voortvarendheid en regie vanuit de overheid. De Nederlandse teelt is begin dit jaar beëindigd, de voorraden raken op en het wetsvoorstel dat dit had moeten oplossen laat opnieuw aanzienlijk langer op zich wachten. Hoewel er vanuit de sector al in een vroeg stadium en meermaals is gewezen op de risico’s, komt de overheid tot op heden nog niet met de benodigde oplossing. De oplossing die het ministerie nu onderzoekt, import van een eindproduct uit het buitenland, zal naar verwachting fors duurder uitvallen dan de Nederlandse productie die al meer dan twintig jaar bestaat. Omdat het middel niet wordt vergoed, draait de patiënt rechtstreeks op voor elke prijsstijging. Bovendien verdwijnen de kwaliteitsgaranties die patiënten nu hebben, bij import uit beeld.

Concrete risico’s voor patiënten: behandeling onderbreken, meer bijbetalen of naar de coffeeshop

Ruim 7.000 mensen in Nederland gebruiken medicinale cannabis op recept van een arts, afgeleverd door de apotheek. Het betreft patiënten met ernstige aandoeningen zoals chronische pijn, multiple sclerose, therapieresistente epilepsie of mensen in de palliatieve fase van hun leven. Voor een deel van hen is er geen volwaardig therapeutisch alternatief. Deze behandeling valt, net als andere opiaten die dagelijks op recept worden verstrekt, onder zeer strikt overheidstoezicht. Juist deze kwetsbare patiëntengroep dreigt nu de dupe te worden van een tekort aan medicinale cannabis dat de overheid volledig zelfgecreëerd heeft. Er dreigt op korte termijn een feitelijk leveringsknelpunt in de apotheek, waardoor patiënten zonder hun noodzakelijke behandeling kunnen komen te zitten. Wie niet meer terechtkan via de medische route, of de prijs niet meer kan opbrengen, is aangewezen op illegale aanbieders zoals coffeeshops.

Tweede Kamer: grijp in voordat de overheid patiënten tekortdoet

Hollandbio roept de Tweede Kamer op om op korte termijn met de minister in gesprek te gaan om beschikbaarheid, betaalbaarheid en de medische route met kwaliteitscontrole van medicinale cannabis te garanderen. De risico’s voor deze kwetsbare patiëntengroep zijn voorzienbaar, deels al zichtbaar, terwijl zij geen volwaardig therapeutisch alternatief voorhanden hebben. Het noodgedwongen onderbreken van hun voorgeschreven behandeling, forse prijsstijgingen of een geforceerde uitwijk naar de coffeeshop mogen niet de uitkomst zijn van meer dan twintig jaar zorgvuldig opgebouwd beleid en de transitie naar een toekomstbestendig stelsel.

Lees hier de volledige brief aan de VWS-Kamercommissie.

← #nieuws

Personalized therapies are here. Can the system keep up?

,

Personalized therapies are opening the door to treatments that can be tailored to the individual patient. But while science is advancing rapidly, can regulatory and reimbursement systems built around traditional medicines keep up with this new generation of innovation? During her internship completed as the final step of her MSc in Biomedical Sciences at the Vrije Universiteit of Amsterdam, hollandbio’s Violet explored exactly this question. Through interviews with stakeholders across industry, academia, and public organizations, she investigated how personalized therapies fit within today’s regulatory and reimbursement landscape. Her research reveals that while the scientific potential is clear, bringing these therapies to patients remains challenging. Stakeholders identified tensions around evidence requirements, reimbursement, affordability and collaboration, while also highlighting opportunities to better align innovation with patient access. Curious about the findings and recommendations? Read Violet’s thesis here. Questions or thoughts? Feel free to reach out!

← #nieuws

Anticiperen op innovaties: het kan wél!

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) laat er geen gras over groeien in de strijd tegen het Respiratoir Syncytieel Virus (RSV): nog voor de marktvergunning van clesrovimab een feit was, lag de adviesaanvraag over de inzet van deze antistof, een concurrent voor nirsevimab, al bij de Gezondheidsraad (GR). Ook de beleidsreactie van VWS liet na GR-advies niet lang op zich wachten, waardoor er al binnen twee maanden na officiële marktvergunning groen licht is voor de inzet van dit middel. Zoveel voortvarendheid ziet hollandbio graag – en bij voorkeur voor innovaties!

We weten allemaal, voorkomen is beter dan genezen. Toch blijven vaccins vaak erg lang op de plank liggen, in afwachting van beoordeling, besluitvorming en inzet. Het kan tot wel negen jaar duren voor een vaccinatieprogramma is opgezet, zo becijferde hollandbio eerder. Maar er gloort hoop aan de horizon. Waren we eerder al blij verrast met de snelheid van advisering voor RSV-immunisatie van kinderen, blijken nu overheid en GR zelfs al vóór de marktvergunning te anticiperen op de komst nieuwe producten. Dat smaakt hollandbio naar meer!

Anticiperen valt te leren, zo blijkt. En dat is goed nieuws om waardevolle vaccins zo snel mogelijk in de juiste arm te krijgen. Waar het nu in zijn totaliteit nog bijna drie jaar duurde voor we kinderen na registratie van nirsevimab een RSV-immunisatie aanboden, laten de overheid en de GR zien dat ook de advisering en beoordeling nog altijd sneller kan. Dat clesrovimab concurrentie in de markt brengt, en dus de gelegenheid biedt om via een tender de prijs te drukken, zal versnelling hier niet in de weg hebben gezeten.

Hollandbio vertrouwt erop dat goed voorbeeld goed doet volgen: dat we ook de eerste pioniers die met een nieuw product de weg naar meer gezondheidswinst openbreken, verwelkomen met snelle implementatie, voor jong én oud. Dus óók zonder het lonkend perspectief van extra korting…