← #nieuws

From wait and see to fund and lead: A roundtable on financing Europe’s biotech frontrunners

,

On 14 September, hollandbio joined a diverse group of biotech leaders for a roundtable discussion with EIC President Michiel Scheffer. The conversation, hosted by biotech company Khondrion in Nijmegen, focused on a key question: how can Europe build the next generation of biotech frontrunners?

Khondrion is dedicated to developing treatments for mitochondrial diseases, a group of often fatal rare diseases that can manifest at a very young age and for which no treatment currently exists that can slow the underlying disease process or its progression. Frank Alsemgeest left the room in silence as he shared what this means for families like his own: his son Robbe passed away at the age of three due to a mitochondrial disease.

Founder Jan Smeitink has independently guided the company from an academic concept to Phase III clinical development, a rare achievement within the Dutch biotech ecosystem. Yet bringing this innovation through the final stages of development and ultimately to patients requires tens of millions of euros in additional funding.

For Khondrion and other translational biotech frontrunners, such funding is far from readily available, especially in Europe. The challenge concerns a rare disease within a largely unexplored therapeutic field, despite an undeniable medical need. Every step from laboratory to patient is uncharted territory and must be designed and validated from scratch, from animal models and biomarkers to clinical endpoints. These pioneers often find themselves trapped in a “circle of wait and see,” where public and private investors, as well as pharmaceutical companies, follow developments with great interest, while waiting for someone else to make the first move. In the meantime, precious time is lost.

The status quo is all too familiar: Europe excels at generating world-class scientific discoveries and start-ups, yet struggles to scale them and capture their economic and societal value. The reason is simple: almost every key condition for biotech innovation is better organised elsewhere in the world.

The roundtable, moderated by biotech pioneer Ronald Brus, focused on precisely this challenge: how can we ensure that biotech frontrunners succeed in Europe rather than seeking opportunities abroad? Such as in the United States, where capital is significantly more abundant and investors have a greater appetite for risk. Or in China, where development can move at remarkable speed and, for now, at a fraction of the cost. Or South Korea, which has deliberately rolled out the red carpet for biotech innovation and is currently reaping the rewards.

The discussion made one thing clear: there is no silver bullet. Success requires an integrated approach. This includes fostering a more entrepreneurial culture, better aligning existing funding instruments and conditions with the unique characteristics of biotech innovation, and unlocking greater pools of capital, including pension fund investments and more attractive conditions for European IPOs. Equally important are faster and simpler regulatory pathways and an attractive market environment. Several ongoing European initiatives, such as the Biotech Act and the Capital Markets Union, provide valuable opportunities to strengthen these critical framework conditions.

The European Innovation Council (EIC), through its broad range of funding instruments that biotech companies already rely on extensively, plays a pivotal role in this. However, it is essential that public investors, including the EIC and national institutions such as Invest-NL, align more closely with the realities and needs of translational biotech frontrunners. For example, by offering greater support for later development stages and by taking a broader view of private investors, they can play a crucial role in mobilising and unlocking the patient, long-term capital these companies require.

By creating the right conditions, Europe can give its translational biotech frontrunners the momentum they need to succeed and ensure that European patients are among the first to benefit from the treatments they and their loved ones have been waiting for for so long.

← #nieuws

Biotech voor het eerst in de Troonrede

,

Historische mijlpaal voor de Nederlandse biotechsector tijdens Prinsjesdag: voor het eerst noemde ons staatshoofd biotechnologie expliciet in de Troonrede. Daarmee benadrukt de regering het belang van technologie en innovatie voor de toekomstige welvaart van Nederland én de rol van biotech als cruciale sector daarin.

Koning Willem-Alexander: zonder tech-investeringen raakt Nederland achterop

Koning Willem-Alexander schetste een duidelijke opdracht: zonder gerichte investeringen in technologie dreigt Nederland achterop te raken. Daarom wil het kabinet samen met bedrijven en kennisinstellingen werken aan een economie waarin innovatie sneller tot nieuwe bedrijvigheid leidt en waarin start-ups en gevestigde bedrijven elkaar versterken. Meer financieringsmogelijkheden, experimenteerruimte en investeringen in technologische doorbraken moeten ervoor zorgen dat nieuwe innovaties kunnen uitgroeien tot de economische motoren van morgen. Daarbij werkt het kabinet aan plannen voor een nationale investeringsinstelling en voor een speciale organisatie die zich richt op grensverleggende technologische doorbraken.

Toptalent voor cruciale sectoren als biotechnologie

Bij de economie van morgen hoort ook voldoende talent. In de Troonrede wees de koning expliciet op het belang van het aantrekken, opleiden en behouden van toptalent – van mbo en hbo tot de universiteiten – in cruciale sectoren als biotechnologie. Een mooie erkenning van een uitdaging die hollandbio namens de sector al langer onder de aandacht brengt.

Toekomstige welvaart vraagt om schonere industrie

De koning stelde dat toekomstige welvaart alleen denkbaar is met schonere industrieën en minder fossiele brandstoffen. Daar draagt biotech bij uitstek aan bij met biobased grondstoffen, schonere productieprocessen en alternatieven voor fossiele materialen. Dat vraagt wel om beleid waarmee innovatieve bedrijven kunnen opschalen en hun oplossingen op de markt kunnen brengen.

Biotech voor beter voedsel

Ook de vastgelopen stikstofaanpak blijft een topprioriteit voor landbouw, natuur en voedselvoorziening. Innovatie kan helpen de tegenstelling tussen landbouw en natuur te doorbreken, bijvoorbeeld met betere gewassen en nieuwe, duurzamere manieren om voedsel en ingrediënten te produceren. De erkenning van biotechnologie als cruciale sector is daarom van belang, maar het kabinet zal zich moeten inspannen om ook de toepassing ervan mogelijk te maken.

Toekomstbestendige zorg vraagt meer dan kostenbeheersing

De regering toonde zich bezorgd over het vooruitschuiven van de rekening, maar er is meer nodig dan kostenbeheersing om de zorg toekomstbestendig te maken. Nieuwe geneesmiddelen, vaccins, diagnostiek en behandelingen kunnen ziekte voorkomen, patiënten beter helpen en de druk op de zorg verminderen. Een kabinet dat meer nadruk wil leggen op gezondheid, zal dus ook moeten investeren in de innovaties die gezondheidswinst mogelijk maken. Dat de regering spreekt over onderhoud van het zorgstelsel en meer inzet op preventie, is dan ook een ontwikkeling die hollandbio met interesse volgt.

Politiek initiatief voor preventie

Ook volgen we nauwgezet het initiatief dat regeringspartij D66 afgelopen weekend nam. Bij monde van fractievoorzitter Jan Paternotte presenteerde de partij van de premier het voorstel voor gratis obesitasmedicatie, een gezondheids-APK en een Rijksvaccinatieprogramma voor ouderen (waarover afgelopen dagen al verder over werd doorgepraat). Het plan krijgt steun: “Het is zuur dat mensen met een kleine portemonnee misgrijpen”, aldus hoogleraar Liesbeth van Rossum. “Zoals het nu gaat, dreigt obesitasmedicatie elitegeneeskunde te worden.” Een toegankelijk zorgstelsel vraagt dan ook niet alleen om beheersing van kosten, maar ook om ruimte voor innovaties die ziekte voorkomen of gezondheidswinst opleveren. Preventie serieus nemen betekent ook innovaties toegankelijk maken voor de mensen die ze nodig hebben. Daar mogen we de politiek aan houden.

Van erkenning naar actie

Dat biotech voor het eerst expliciet wordt genoemd in de Troonrede, is een belangrijk signaal. Die erkenning moet nu worden omgezet in concrete actie. Na deze eerste indruk van Prinsjesdag 2026 analyseren we bij hollandbio de begrotingen en beleidsplannen verder en gaan we in gesprek met Kamerleden over de keuzes die nodig zijn om Nederland innovatiever, schoner en gezonder te maken.

← #nieuws

Nationaal Comité advies dierproevenbeleid pleit voor systeemverandering

,

Samenwerken aan systeemverandering: dat adviseert het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) de staatsecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, als hij stappen willen zetten richting een proefdiervrije samenleving. Aan hun langverwachte en breed opgepikte transitieadvies ‘van niche naar norm’ ligt meer dan een jaar aan onderzoek, interviews en stakeholdersbijeenkomsten ten grondslag. Met die grondigheid én hun samenhangende adviezen op randvoorwaarden rond de pijlers governance en eigenaarschap, ethische actualisering, innovatie- en ketenbeleid, internationale strategie en monitoring zoeken ze wat hollandbio betreft nuance die rechtdoet aan de complexiteit van dit dossier.

Want sneller, beter en diervriendelijker nieuwe geneesmiddelen, vaccins en alternatieve voedingsbronnen ontwikkelen – dat willen we allemaal wel. Alleen niet elk domein kan daarbij volgens het NCad dezelfde route of hetzelfde tempo volgen. NCad-voorzitter Van Meeteren: “Een nieuwe methode kan uitstekend werken, maar als het systeem eromheen niet meebeweegt, blijft zo’n innovatie een niche. De volgende stap is dus niet nóg meer innoveren, maar ervoor zorgen dat wat er al is, ook echt doorwerkt in de onderzoekspraktijk.” Hear hear! Als partner van de transitie draagt hollandbio graag bij aan deze realistische koers. Wil je na het lezen van het rapport hierover met ons doorpraten? Mail hollandbio’s Britt.

← #nieuws

Oss en Delft schalen op: bouwen aan de economie van morgen

Nederlandse biotechclusters staan te popelen om op te schalen. Terwijl de vraag naar productiecapaciteit groeit, laten regio’s zien dat de ambitie én bereidheid om te investeren aanwezig zijn. Oss en Delft presenteerden nieuwe plannen.

In Oss krijgt het biotech- en farmacluster rond Pivot Park een stevige impuls. Met meer dan zeventig bedrijven en expertise op het gebied van R&D, productie, kwaliteitsborging en klinisch onderzoek is de regio uitgegroeid tot een motor voor innovatie, gezondheid en economisch verdienvermogen. De gemeente Oss en provincie Noord-Brabant ondersteunen die groei met uitbreidingsplannen van €100 miljoen en investeren daarmee in de randvoorwaarden die biotechbedrijven nodig hebben om verder te groeien.

Ook in Delft liggen de ambities hoog. Met het initiatief Biotech op Schaal wordt gewerkt aan grootschalige productie van industriële biotechnologie. Het consortium, bestaande uit onder meer dsm-firmenich, Centrient Pharmaceuticals, ASR Dutch Science Park Fund, Planet B.io, TU Delft, de gemeente Delft en de provincie Zuid-Holland, achter het plan presenteerde dertien investeringsprojecten met een gezamenlijke waarde van €335 miljoen. Nog belangrijker: het consortium neemt al meer dan de helft van deze investering voor hun rekening. Dat is een krachtig signaal van vertrouwen in de toekomst van biotech in Nederland.

Natuurlijk is een plan nog geen fabriek en een investering nog geen productiecapaciteit, maar de beweging is onmiskenbaar. Van Oss tot Delft laten ondernemers, investeerders, kennisinstellingen en regionale overheden zien dat zij bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de volgende groeifase van biotech.

Die urgentie speelt niet alleen in Nederland. Ook in Duitsland klinkt de roep om sneller te investeren in demonstratie- en pilotfaciliteiten via het Freedom to Innovate-initiatief. De internationale concurrentie zit niet stil. Wie talent, technologie en investeringen wil aantrekken, moet zorgen voor de juiste randvoorwaarden. Onze conculega’s zetten dus ook de nodige stappen.

Met deze plannen, welwillend kapitaal en de wil om samen de schouders eronder te zetten is het tijd dat ook Den Haag doorpakt. De Taskforce Toekomstig Verdienvermogen en Vestigingsklimaat heeft een uitgelezen kans om deze initiatieven actief te ondersteunen in raad, daad én middelen. Niet met nieuwe visies, maar door realisatie mogelijk te maken. Want juist nu wordt bepaald of Nederland een land blijft waar biotech niet alleen wordt bedacht, maar ook wordt opgeschaald, geproduceerd en vermarkt.

← #nieuws

Europa wil innovatie versnellen én inkopen: kans voor biotech?

Europa zet deze maand twee belangrijke stappen die relevant kunnen zijn voor innovatieve biotechbedrijven. Enerzijds presenteerde de Europese Commissie een nieuwe European Innovation Act, bedoeld om veelbelovende innovaties sneller van lab naar markt te brengen. Anderzijds stelt de Commissie eenvoudigere en strategischere regels voor overheidsaanbestedingen voor, zodat publieke inkoop sterker kan bijdragen aan innovatie, duurzaamheid en economische weerbaarheid. Hollandbio ziet de potentie en hoopt dat het zorgt voor een versnelde toegang tot broodnodige biotech innovaties.

De voorgestelde European Innovation Act richt zich onder meer op betere toegang tot financiering, meer ruimte voor regulatory sandboxes en een Europees kader voor innovatiegerichte onderzoeks- en ontwikkelingsinkoop. Ook wil de Commissie het eenvoudiger maken om intellectueel eigendom te waarderen en te gebruiken als basis voor financiering. Daarmee moet Europa aantrekkelijker worden voor innovatieve bedrijven die willen opschalen.

Tegelijkertijd wil Brussel de regels voor overheidsaanbestedingen vereenvoudigen en strategischer inzetten. Het jaarlijkse aanbestedingsbudget van Europese overheden vertegenwoordigt een enorme economische kracht. Met de nieuwe aanpak moet die inkoopkracht niet alleen leiden tot de laagste prijs, maar ook bijdragen aan innovatie, duurzaamheid en het verminderen van strategische afhankelijkheden.

De combinatie kapitaal én klant

Voor biotech zit de grootste kans in de combinatie van beide voorstellen. Europa wil niet alleen innovatie mogelijk maken, maar die straks ook vaker zelf inkopen. Dat is belangrijk, want innovatieve bedrijven hebben niet alleen kapitaal nodig, maar ook een eerste klant. Als overheden hun enorme inkoopkracht gerichter inzetten voor innovatieve oplossingen, kan dat nieuwe markten openen voor bijvoorbeeld vaccins, diagnostiek en biobased toepassingen. Tel daar meer ruimte om te testen en minder barrières om op te schalen bij op, en er ontstaat precies wat Europa al jaren mist: een sterkere brug tussen slimme ideeën en markt. Kortom: als Europa niet alleen investeerder maar ook launching customer wordt, kan 1 + 1 zomaar 3 worden.

← #nieuws

Kiezen tussen twee kwaden voor de regeling VT

,

Na de uitgebreide evaluatie van de regeling Voorwaardelijke Toelating (VT) stelde het ministerie van VWS hollandbio voor een onmogelijke keuze: instemmen met een nieuwe regeling die de problemen van de oude regeling niet oplost, of accepteren dat deze verdwijnt. Zo helpt het overheidsbeleid – tegen de wens van de Tweede Kamer in – patiënten niet aan passende behandelingen. Hollandbio koos voor de derde weg: de regeling VT die wél kan werken.

Tweede Kamer stuurt aan op betere regeling

In de beleidsmatige evaluatie van de regeling VT concludeerde SiRM, het bureau dat de evaluatie in opdracht van het ministerie van VWS uitvoerde, dat de oude regeling VT te weinig patiënten heeft bereikt. Dat kwam niet omdat de doelgroep ontbrak, maar omdat de opzet en uitvoering van de regeling niet aansloten bij wat nodig was. In Kamerbrieven over deze evaluatie gaf het kabinet aan het niet gerechtvaardigd te vinden een aparte route voor weesgeneesmiddelen, conditionals en exceptionals overeind te houden. Daar dacht de Tweede Kamer gelukkig anders over. Gesteund door een brede coalitie, sprak zij via een motie van D66-Kamerlid Marc Vervuurt de wens uit dat er een goede route voor gecontroleerde toegang tot weesgeneesmiddelen moet komen.

Opzet veranderd, nog minder patiënten bereikt?

Hoewel het ministerie in de nieuwe regeling VT een aantal knelpunten aanpakt, verandert de opzet zo ingrijpend dat de regeling naar verwachting nog minder patiënten bereikt. Onzekerheid over de effectiviteit van geneesmiddelen is niet langer bepalend, maar de vraag of Nederland iets anders wil weten dan andere landen. Terwijl Europa juist inzet op harmonisatie, met bijvoorbeeld de nieuwe wetgeving over Health Technology Assessment, zet Nederland een stap de andere kant op. Ook de invulling van het criterium ‘sterk verlaagde prijs’ schiet tekort. Het ministerie erkent zelf dat de voorgestelde methode moeilijk werkt als de Nederlandse situatie afwijkt. Oftewel: precies bij de geneesmiddelen waar de nieuwe regeling voor bedoeld is. Dan bepaalt niet de waarde van een behandeling de prijs, maar hoeveel geld er nog in de pot zit.

Kans op behandeling behouden

Maar hoe dan wel? Wat hollandbio betreft moeten we vooral kijken naar wat wél werkt. In lijn met de motie-Vervuurt stellen wij een route voor die leert van de sterke punten van ODAP, met het initiatief bij de beroepsgroep en vergoeding op basis van patiënten die er daadwerkelijk baat bij hebben. Ook leren we zo per patiënt bij wie een behandeling wel aanslaat en bij wie niet. Want met het afschaffen van de regeling VT verdwijnen deze patiënten niet, wel hun kans op behandeling.

Lees onze volledige reactie hier

← #nieuws

Biotech voor vooruitgang, is er honger voor wat meer risico in Den Haag?

Prime time voor VitroScan! Het jubilerende biotech bedrijf schitterde in een NOS-item over de Nationale Investeringsinstelling (NII), waarin het kabinet, zo blijkt uit gelekte Prinsjesdagstukken, €3,3 miljard investeert. VitroScan’s CEO Willemijn Vader laat in het item overtuigend zien wat biotech van eigen bodem kan: kennis en talent benutten om een verschil te maken, in dit geval voor patiënten met kanker. Een welverdiende schijnwerper op tien jaar onderzoek en ondernemerschap. Van harte! En op naar de volgende succesvolle tien.

VitroScan timmert al tien jaar aan de weg om met slimme voorspellende testen gepersonaliseerde behandeling mogelijk te maken voor kankerpatiënten in Nederland en ver daarbuiten. En, net als zoveel biotechbedrijven, staat het bedrijf voor de uitdaging van opschaling. Het benodigde onderzoek is kostbaar, tijdsintensief en succes zeker geen garantie. Dat vraagt om passende investeringen. En juist daar wringt de schoen. Voor innovatieve bedrijven blijkt groeikapitaal in Nederland nog altijd lastig beschikbaar, terwijl internationale concurrenten vaak gemakkelijker toegang hebben tot risicodragend vermogen.

Hollandbio vraagt ook al meer dan tien jaar aandacht voor dit probleem: we hebben geweldig onderzoek in Nederland, baanbrekende start-ups, maar zijn onvoldoende in staat om bedrijven op eigen bodem te laten wortelen en groeien. Samen met veel andere partijen pleiten we consequent voor meer beschikbaar risicokapitaal, een betere aansluiting op de Europese kapitaalmarkt en een overzichtelijker financieringslandschap. Vrijwel alle recente analyses, van nationale adviesraden tot internationale rapporten, komen tot dezelfde conclusie: Nederland moet meer durven investeren in innovatie en groei. Zeker daar waar de markt onvoldoende in beweging komt.

Het plan voor een NII lijkt een belangrijke stap in die richting. Het idee dat de overheid een stevige basis legt waarop pensioenfondsen, banken en private investeerders kunnen aanhaken, sluit goed aan bij de behoeften van ondernemers als Willemijn: kapitaal dat beschikbaar komt voor de fase tussen veelbelovende innovatie en commerciële opschaling. Juist in die fase vallen nu nog te veel bedrijven tussen wal en schip.

Gelukkig vinden we het ministerie van Economische zaken aan onze zijde: berichten over de NII, het Nationale Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI, €500 miljoen), mogelijk nieuwe middelen voor het Groeifonds (€333 miljoen), en verruiming van de innovatiebox (€20 miljoen), zijn bemoedigend. Ze laten zien dat het kabinet serieus zoekt naar manieren om innovatie en strategische technologieën sterker te ondersteunen.

Hoewel geld – passende financiering – een noodzakelijke randvoorwaarde voor succes is, zijn we er daarmee nog niet. Ook de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid, Mario Draghi, EY, AmCham en KPMG en ASML-topman Peter Wennink benadrukken met urgentie dat concurrentiekracht uiteindelijk afhankelijk is van een sterke keten als geheel. Voor biotech betekent dat voldoende talent, passende regelgeving, hoogwaardige infrastructuur, ruimte voor opschaling, toegang tot de markt, effectieve kennisvalorisatie én financiering. Als één van die schakels ontbreekt, stokken de investeringen en de groei. Het vraagt brede bestuurlijke wil én lef om ook binnen bestaande beperkingen op zoek te gaan naar oplossingen die Nederland sterker maken.

We zijn er nog niet. De plannen moeten nog geconcretiseerd en uitgewerkt, de precieze voorwaarden zijn nog onbekend en de begroting is nog niet vastgesteld. Het kan dooien, het kan vriezen, zogezegd. Wat hollandbio is helder wat ons te doen staat: wij zetten niet alleen in op alles wat nodig is om biotech innovaties hier te bedenken, maar ook op wat nodig is om ze hier te laten wortelen, te laten groeien en om veelbelovende innovaties te verzilveren in impact.

Een bedrijf als VitroScan, evenals de 300 andere start-ups, scale-ups en grote biotech bedrijven in hollandbio’s netwerk weten precies wat werkt en wat niet. Hollandbio zet zich dan ook vol in om te verzekeren dat deze kennis en expertise benut wordt, zodat de hoopvolle plannen niet alleen mooi klinken op papier, maar ook in de praktijk zullen werken voor onze koplopers in biotech.

De NOS items zijn is hier te bekijken/beluisteren:
–         NOS journaal: https://lnkd.in/e4Tz_rU3 vanaf [14:55]
–         Radio1: https://lnkd.in/eHGBetnG vanaf [1:36:28]
–         NOS artikel: https://lnkd.in/eN7pTUsi

← #nieuws

Van visie naar uitvoering: handen uit de mouwen

Wie het debat over het rapport-Wennink volgde, zag iets opvallends. Achter het gebruikelijke politieke gehakketak, was er op hoofdlijnen veel overeenstemming: Nederland moet meer investeren in toekomstig verdienvermogen, innovatie is cruciaal voor onze welvaart en de concurrentie uit de Verenigde Staten en China wacht niet tot wij zijn uitgepolderd.

Ook voor de toekomstige rol van Nederland biotech sector staat er nogal wat op het spel. Dat ziet de Kamer gelukkig goed: life sciences en biotechnologie werd expliciet benoemd als één van de strategische domeinen waarop Nederland internationaal het verschil kan maken. Tegelijkertijd werd duidelijk dat de discussie steeds minder gaat over wát er moet gebeuren en steeds meer over de vraag óf we het aandurven om daadwerkelijk te handelen. En juist daar wringt het.

Want wie naar ondernemers luistert, hoort al jaren goeddeels dezelfde boodschap: zorg voor goede randvoorwaarden. Minder regeldruk. Kortere vergunningstrajecten. Betere toegang tot talent. Meer groeikapitaal. Betrouwbaar en voorspelbaar beleid. Snellere markttoegang. Daar bestaat inmiddels nauwelijks discussie meer over. Sterker nog, veel van deze punten kwamen ook terug in de woorden van minister Herbert.

Toch zien we dat zodra het debat concreter wordt, de aandacht verschuift naar alles wat een keuze moeilijk maakt: over wie mogelijk wordt vergeten, mogelijke risico’s, over buitenlandse investeerders die meeprofiteren, of de vraag of een investering wel volledig eerlijk uitpakt voor iedere sector of regio. En al zijn het begrijpelijke vragen, het zijn niet de vragen die onze internationale concurrenten bezighouden, terwijl zij bouwen aan nieuwe ecosystemen, productiefaciliteiten en investeringsprogramma’s. Nederland lijkt soms zoveel energie te steken in het (eerlijk) willen verdeln van de taart, dat het vergeet er zelf ook een te bakken.  

Voor biotech geldt dat des te meer. En ook wij kunnen los: de integrale Visie Biotechnologie ligt er al, de knelpunten en kansen zijn helder en de benodigde randvoorwaarden bekend. Ondernemers investeren dagelijks in technologieën die kunnen bijdragen aan de ambities voor een betere gezondheid, duurzamere voedselproductie en een sterkere economie. Diezelfde ambitie bracht eerder dit jaar ook Europa’s grootste venture capitalfondsen samen in de European Life Sciences Coalition. Nu is het aan de overheid om die ambitie te beantwoorden met keuzes die investeringen laten renderen, innovatie versnellen en groei mogelijk maken.

Het debat maakte duidelijk dat Economische Zaken de handschoen op wil pakken. Maar geen enkel ministerie kan dit alleen. Innovatie stopt immers niet bij de grenzen van een departement. Talent vraagt om onderwijs en arbeidsmarktbeleid. Markttoegang raakt aan regelgeving, aan zorg, aan landbouw. Vergunningen vragen om efficiënte uitvoering. Financiering raakt de kapitaalmarkt en fiscale instrumenten. Juist daarom is een integrale aanpak onontbeerlijk.

Alle ministeries hebben, kortom een rol te spelen voor toekomstig succes, in het versterken van het Nederlandse innovatievermogen. Niet door nieuwe visies te schrijven, maar door bestaande ambities om te zetten in concrete acties én verantwoordelijkheid te nemen voor het realiseren ervan. Door belemmeringen weg te nemen. Door beleid voorspelbaar te maken. Door ondernemers de ruimte te geven om te investeren, op te schalen en te produceren.

Het rapport-Wennink maakt duidelijk dat economische groei, strategische autonomie en maatschappelijke vooruitgang geen tegenstelling zijn, en is vooral een pleidooi voor keuzes én actie. En ja, dat brengt risico’s met zich mee die we niet weg moeten willen polderen. Want stilstand is óók een risico, en in de huidige tijd, misschien wel het grootste van allemaal.

← #nieuws

Staatssecretaris koppelt biotech aan voedselzekerheid

,

Een Kamerbrief die hollandbio van harte verwelkomt: in de Aankondiging Strategische Agenda Voedselzekerheid benadrukt staatssecretaris Silvio Erkens dat innovatie en biotech onmisbaar zijn voor een weerbaar en toekomstbestendig voedselsysteem. De agenda, die in 2027 definitief wordt vastgesteld, moet Nederland beter voorbereiden op uitdagingen zoals geopolitieke spanningen, klimaatverandering, verstoringen in handelsketens en cyberdreigingen. Hollandbio kijkt er naar uit om vanuit de biotech sector bij te dragen aan de verdere uitwerking van deze agenda.

Innovatie sleutel voor toekomstbestendig voedselsysteem

In de brief benadrukt de staatssecretaris dat innovatie een sleutelrol speelt bij het toekomstbestendig maken van het voedselsysteem. Daarbij noemt hij expliciet technologieën zoals biotechnologie, kunstmatige intelligentie, robotisering en digitalisering als belangrijke instrumenten om de voedselvoorziening weerbaarder te maken en strategische afhankelijkheden te verkleinen. Ook verwijst hij naar de eerder aangekondigde Agrifood Innovatieagenda, met daarin een prominente plek voor nieuwe genomische technieken (NGT’s), biocontrol en innovatieve voedselproductie, en de investeringsagenda Food2040, die inzet op behoud van de Nederlandse koploperpositie van hoogtechnologische, duurzame en weerbare voedselproductie.

Biotech draagt bij aan voedselzekerheid, weerbaarheid en strategische autonomie

Voor hollandbio is dit een positieve ontwikkeling. Waar biotech vaak wordt besproken vanuit innovatie, verduurzaming of economisch verdienvermogen, erkent het kabinet nu ook expliciet de bijdrage die deze sleuteltechnologie kan leveren aan voedselzekerheid, weerbaarheid en strategische autonomie. Juist innovaties zoals weerbare gewassen, biologische gewasbescherming, (precisie)fermentatie en andere biotech toepassingen kunnen helpen om voedselproductie toekomstbestendig te houden in een wereld die steeds onzekerder wordt.

Meedenken over uitwerking

De staatssecretaris gaat de agenda de komende maanden verder uitwerken met stakeholders uit de voedselketen, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Hollandbio kijkt ernaar uit om hieraan bij te dragen en mee te denken over de rol die biotech kan spelen in een innovatief, weerbaar en toekomstbestendig voedselsysteem.

← #nieuws

Minder dubbel werk bij de beoordeling van gestapelde GM-gewassen

EFSA opent de deur naar een eenvoudigere beoordeling van stacked events, GM-gewassen waarin meerdere eerder beoordeelde genetische eigenschappen zijn gecombineerd. Als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan, hoeven bepaalde veldproeven en beoordelingen mogelijk niet opnieuw te worden uitgevoerd. Het statement van EFSA lees je hier.