← #nieuws

Kabinetsplannen Economische Zaken: start met knaken én kansrijke kaders voor knappe koppen

,

Biotech stond voor het eerst in de Troonrede, er komen miljarden voor innovatie en doorgroei en de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat zet life sciences & biotechnologie nadrukkelijk op de kaart. Na jaren van rapporten, agenda’s en goede bedoelingen lijkt Den Haag eindelijk de motoren te starten. Maar tankt het kabinet ook voldoende brandstof om echt van z’n plaats te komen?

Miljarden voor innoveren, groeien en opschalen

Om met het goede nieuws te beginnen, voor biotechondernemers liggen er nieuwe kansen in het verschiet. Het kabinet zet drie financieringsinstrumenten naast elkaar:

  • Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI): €500 miljoen voor disruptieve innovatie. Biotech is een van de eerste domeinen waarvoor programma’s worden uitgewerkt. In 2027 moet een pilot starten; volledige operationalisering is voorzien in de eerste helft van 2028.
  • Nationaal Groeifonds: €375 miljoen voor strategisch industriebeleid. Biotechnologie is een van de zes focusgebieden. Projecten kunnen €30 tot €100 miljoen ontvangen. Conceptaanvragen kunnen dit najaar naar RVO; definitieve aanvragen volgen medio 2027.
  • Nationale Investeringsinstelling (NII): €3,3 miljard voor groei en opschaling. De NII moet onder marktconforme voorwaarden groei- en opschalingsfinanciering bieden, samen met private investeerders. Over de precieze uitwerking volgt nog meer informatie.

Met NADI, de nieuwe ronde van het Groeifonds en de NII zet het kabinet stappen richting iets waar hollandbio al jaren om vraagt: passende financiering van innovatie tot opschaling.

Positief is bovendien dat NADI als zelfstandige beleidsdeelneming wordt ingericht, juist om autonomie en slagvaardigheid te organiseren. Hollandbio ziet dat afstand tot de dagelijkse politiek belangrijk is, want innovatie vraagt een lange adem. Wie investeringen voor morgen wil doen, moet voorkomen dat ze bij de politieke waan van vandaag weer worden ingehaald.

De bedragen zijn serieus, maar de investeringsbehoefte voor technologie, innovatie en groei is nog veel groter en breder dan alleen biotech. Het is dus geen eindstation, al is het wel een welkome stap vooruit. En investeren in innovatie? Dat juicht hollandbio natuurlijk van harte toe.

Computer says no is geen innovatiebeleid

Ook fiscaal beweegt er wat. De innovatiebox wordt vanaf 2027 toegankelijker voor het MKB en de WBSO-tarieven blijven in 2027 gelijk. Minder goed nieuws is er voor vroege biotechbedrijven die nog te weinig loonheffing afdragen om hun volledige WBSO-voordeel te verzilveren. De voorgestelde carry forward, waarmee startups ongebruikte WBSO later zouden kunnen benutten, komt er voorlopig niet vanwege uitvoeringsproblemen en onduidelijkheid over de meerwaarde.

Computer says no is wat hollandbio betreft geen innovatiebeleid. Als een effectief instrument niet goed aansluit bij jonge, R&D-intensieve bedrijven, moet de vraag niet alleen zijn waarom uitvoering lastig is, maar vooral hoe we het wél werkend krijgen.

Europa beweegt niet? Beweeg zelf

Diezelfde houding missen we bij de OiM-problematiek. Europese staatssteunregels kunnen innovatieve bedrijven op cruciale momenten in hun ontwikkeling beperken. Tijdens het Tweeminutendebat Innovatie van 3 september drongen Kamerleden er opnieuw op aan om niet alleen in Brussel te zoeken naar meer ruimte, maar ook te kijken wat Nederland zelf kan doen.

Dat vindt hollandbio terecht. Natuurlijk moeten Europese regels beter aansluiten bij de realiteit van innovatieve bedrijven. Maar wachten tot Brussel beweegt terwijl biotechbedrijven nú tegen grenzen aanlopen, is geen innovatiebeleid – laat staan ambitieus innovatiebeleid. Daarvoor hoeft er niet altijd meer geld bij: betere, werkbare voorwaarden maken soms al een wereld van verschil.

Een slagvaardige Taskforce?

En dan de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. Die kan misschien wel belangrijker worden dan de afzonderlijke potten geld, wanneer deze genoeg slagkracht krijgt.

Het ministerie van EZK kan financieringsinstrumenten bouwen en innovatiebeleid maken, maar niet in haar eentje zorgen voor een sterk biotechklimaat. Daar hebben ook andere ministeries een belangrijke rol in: zoals I&W voor werkbare regelgeving en vergunningen, LVVN voor betere regels rondom voedselinnovaties en VWS om zijn rol in de zorg te benutten om innovaties sneller bij patiënten te krijgen.

Precies daarom is de Taskforce interessant: meerdere ministeries moeten samen barrières doorbreken rond onder andere innovatie, talent en vestigingsklimaat. Maar net als bij de uitvoeringsagenda van de Integrale Visie Biotechnologie ziet hollandbio nog weinig beweging op bijvoorbeeld markttoegang. En wil je echt private investeringen in R&D en opschaling aanjagen, dan moet er zicht zijn op een rendement.

De Taskforce is daarom een goede eerste stap. De lakmoesproef komt de komende tijd rond de vraag of de ministeries en bewindspersonen erin slagen samen te werken aan het gezamenlijk verbeteren van de randvoorwaarden in voor Nederland belangrijke sectoren. De biotech sector staat te popelen om hier samen met de overheid werk van te maken.

Van plannenproductie naar echte uitvoering

Alles bij elkaar staat biotech nadrukkelijker op de Nederlandse kaart. NADI, NII en de nieuwe Groeifondsronde kunnen belangrijke gaten in het financieringslandschap helpen dichten. En dat toekomstige welvaart interdepartementaal aandacht krijgt, is winst. Voor biotech vraagt dat om een aanpak door de hele keten willen we succes behalen: van kennis, valorisatie en financiering tot talent, regelgeving, productie, markttoegang en opschaling. Blokkeert één van deze schakels, dan komt die briljante innovatie alsnog niet vooruit.

Tijd dus om van woorden naar daden te gaan. Niet nóg een analyse van wat er misgaat, maar beginnen met oplossen wat we allang weten. Slecht die departementale grenzen, maak stappen vooruit onder gezamenlijke verantwoordelijkheid. En randvoorwaarden waarmee onze knappe koppen niet alleen iets briljants kunnen bedenken, maar het hier ook kunnen ontwikkelen, financieren, produceren, naar de markt brengen én opschalen. Dán beginnen de economische motoren pas echt te ronken.

← #nieuws

Het zorgdebat gaat te snel over geld en te weinig over keuzes

Belangrijk signaal van een zorgverzekeraar: volgens CZ-bestuursvoorzitter Joep de Groot gaat het in het zorgdebat te snel over geld en te weinig over welke vraag we nu eigenlijk op proberen te lossen. Bij zijn oproep dat de landelijke politiek het vraagstuk ‘(gezondheids)zorg’ in de volle breedte moet bekijken, sluiten we ons als hollandbio graag aan. Ook wij vragen ons namelijk meer en meer af of we überhaupt nog wel de goede dingen doen – of toch vooral bezig zijn om in afzondering (silo’s) dingen goed te doen. Zoals een mooie Engelse uitdrukking gaat: you can’t iterate on a burning platform.

Wat heb je nodig wanneer je ziek wordt?

Ons huidige zorgsysteem is gebouwd in en voor een andere tijd, met minder patiënten, minder behandelmogelijkheden en minder kennis over individuele verschillen. Nu kunnen we – onder meer dankzij vooruitgang in de biotech – ziektes steeds beter opsporen en behandelingen afstemmen op wat de individuele patiënt nodig heeft. Deze nieuwe werkelijkheid vraagt om een nieuwe aanpak en juist daarover zou het gesprek in hollandbio’s optiek óók moeten gaan. Niet enkel in silo’s innoveren, maar juist de wijze waarop we dat doen eens goed tegen het licht houden. En ja, dat is spannend, maar ja, het is ook broodnodig, zoals de steeds verder spaaklopende toegang tot innovaties laat zien. Laten we daarom onze gezondheid weer centraal stellen in de zorg. Wij gaan graag in gesprek over hoe we onze doktertas nu en in de toekomst zo goed mogelijk kunnen vullen. Want het is hoog tijd om te investeren in gezondheid op maat.

← #nieuws

Klimaatdoelen vragen om opschaling en toepassing van toekomstbestendige oplossingen

Nederland dreigt de wettelijk verankerde klimaatdoelen voor 2030, 2040 en 2050 niet te halen. Dat blijkt uit de nieuwste Klimaat en Energieverkenning, waarin het Planbureau voor de Leefomgeving concludeert dat het huidige klimaatbeleid onvoldoende is om de noodzakelijke emissiereducties te realiseren. Ook de Raad van State (RvS) stelt dat het halen van die doelen meer vraagt dan alleen het optimaliseren van bestaande systemen. Klimaatneutraliteit vraagt volgens de RvS ook om nieuwe manieren van produceren, consumeren en omgaan met grondstoffen, én om beleid dat ervoor zorgt dat nieuwe oplossingen daadwerkelijk hun weg vinden naar de samenleving.

Opschaling en toepassing van slimme oplossingen loopt te vaak mis

Aan slimme oplossingen gelukkig geen gebrek. Binnen én buiten de biotech werken knappe koppen volop aan innovaties die kunnen bijdragen aan een wereld mét toekomst. Denk aan biobased materialen die fossiele grondstoffen vervangen, nieuwe voedingsmiddelen die vriendelijker zijn voor dier en planeet of gewassen die beter bestand zijn tegen droogte en andere gevolgen van klimaatverandering.

Toch gaat het volgens de RvS bij het opschalen en toepassen van deze oplossingen mis. Nog te vaak lopen innovatieve bedrijven tegen bekende barrières aan, zoals beperkte toegang tot financiering, complexe vergunningprocedures en een gebrek aan ondersteuning bij de stap van startup naar scale-up. Daardoor blijven veel veelbelovende innovaties hangen in pilots, demonstratieprojecten of kleinschalige productie of duurt de stap van technologie naar grootschalige toepassing vaak veel langer dan nodig zou moeten zijn.

Innovatieve producten die de markt halen betreden een ongelijk speelveld

En zelfs als innovatieve producten de markt bereiken, ziet de RvS, is succes niet vanzelfsprekend. Consumenten kiezen uiteindelijk namelijk alleen voor klimaatvriendelijke producten als ze ook betaalbaar, aantrekkelijk en gebruiksvriendelijk zijn. Klimaatvriendelijke innovaties concurreren daardoor nog vaak met de fossiele industrie en conventionele landbouw, waarbinnen producten al jarenlang volledig zijn opgeschaald en kosten zijn geoptimaliseerd. Dat maakt het voor nieuwe oplossingen lastig om door te breken, ook wanneer ze aantoonbaar beter zijn voor mens, dier en planeet.

Dus is het volgens de RvS belangrijk dat de overheid voorwaarden creëert waarin toekomstbestendige oplossingen wél kunnen opschalen en hun weg vinden naar de samenleving. Door bijvoorbeeld ruimte te maken voor innovatieve bedrijvigheid, startups te helpen doorgroeien naar scale-ups, markten te openen voor klimaatvriendelijke alternatieven en een gelijk speelveld te creëren via normeringen, publieke inkoop en prijsprikkels, kunnen klimaatvriendelijke keuzes uitgroeien tot vanzelfsprekende keuzes. Want pas wanneer innovatieve producten de stap kunnen maken van lab naar schap en van niche naar nieuwe standaard, kunnen zij de impact maken die nodig is om Nederland klimaatneutraal te maken.

← #nieuws

Hollandbio welcomes Simon-Kucher as a new member

Hollandbio connects, represents and supports the Dutch biotech sector. With more than 290 members – from start-ups and scale-ups to established companies active in health, food and the biobased economy – we work together to strengthen the Dutch life sciences ecosystem. Today, we are pleased to welcome Simon-Kucher as our newest member. Simon-Kucher is a global consultancy focused on unlocking better growth through commercial strategy, pricing, market access, innovation, marketing, and sales.

“For over 40 years, we have been a trusted advisor to the life sciences industry, working with pharmaceutical and biotech companies at all stages of development to translate scientific innovation into sustainable commercial success. Our teams bring deep life sciences expertise and a holistic commercial perspective to critical decisions around asset and portfolio strategy, value optimization, launch, and commercial excellence.”

“With nearly 2,200 employees across 45 offices in 32 countries, Simon-Kucher has a strong global presence. Our life sciences practice includes over 450 professionals based in29 offices in Europe, the United States, Latin America, China, Japan, and the Middle East. This network enables us to combine global experience with deep local market knowledge, supporting international launch strategies and market-specific approaches in key markets such as the US.”

“By joining Hollandbio, we aim to deepen our connections within the Dutch biotech ecosystem and contribute to the dialogue on key commercial questions shaping the industry today. Key areas include commercialization and pricing strategy, evolving market access policies such as MFN, AI in healthcare, as well as partnering and transaction strategy, and commercial due diligence for biotech leaders and investors. We look forward to exchanging ideas with hollandbio members and being a trusted partner to Dutch innovators as they turn promising science into successful businesses and better outcomes for patients.”

Meet the leadership team:

  • Eline Hendriksen-Middelburg, Director specializing in pricing, market access, strategy and commercial excellence for pharma and biotech.
  • Greta Mitzam, Director specializing in strategy, pricing, and commercial excellence across consumer health, animal health, and medtech.
  • Dirk Kars, Senior Partner (supporting & advising the Life Sciences Amsterdam team, based in Cologne, Germany), specializing in market access strategies, international pricing, contracting, and marketing for pharma and biotech.

Learn more about Simon-Kucher and the rest of our team on: www.simon-kucher.com

← #nieuws

From wait and see to fund and lead: A roundtable on financing Europe’s biotech frontrunners

,

On 14 September, hollandbio joined a diverse group of biotech leaders for a roundtable discussion with EIC President Michiel Scheffer. The conversation, hosted by biotech company Khondrion in Nijmegen, focused on a key question: how can Europe build the next generation of biotech frontrunners?

Khondrion is dedicated to developing treatments for mitochondrial diseases, a group of often fatal rare diseases that can manifest at a very young age and for which no treatment currently exists that can slow the underlying disease process or its progression. Frank Alsemgeest left the room in silence as he shared what this means for families like his own: his son Robbe passed away at the age of three due to a mitochondrial disease.

Founder Jan Smeitink has independently guided the company from an academic concept to Phase III clinical development, a rare achievement within the Dutch biotech ecosystem. Yet bringing this innovation through the final stages of development and ultimately to patients requires tens of millions of euros in additional funding.

For Khondrion and other translational biotech frontrunners, such funding is far from readily available, especially in Europe. The challenge concerns a rare disease within a largely unexplored therapeutic field, despite an undeniable medical need. Every step from laboratory to patient is uncharted territory and must be designed and validated from scratch, from animal models and biomarkers to clinical endpoints. These pioneers often find themselves trapped in a “circle of wait and see,” where public and private investors, as well as pharmaceutical companies, follow developments with great interest, while waiting for someone else to make the first move. In the meantime, precious time is lost.

The status quo is all too familiar: Europe excels at generating world-class scientific discoveries and start-ups, yet struggles to scale them and capture their economic and societal value. The reason is simple: almost every key condition for biotech innovation is better organised elsewhere in the world.

The roundtable, moderated by biotech pioneer Ronald Brus, focused on precisely this challenge: how can we ensure that biotech frontrunners succeed in Europe rather than seeking opportunities abroad? Such as in the United States, where capital is significantly more abundant and investors have a greater appetite for risk. Or in China, where development can move at remarkable speed and, for now, at a fraction of the cost. Or South Korea, which has deliberately rolled out the red carpet for biotech innovation and is currently reaping the rewards.

The discussion made one thing clear: there is no silver bullet. Success requires an integrated approach. This includes fostering a more entrepreneurial culture, better aligning existing funding instruments and conditions with the unique characteristics of biotech innovation, and unlocking greater pools of capital, including pension fund investments and more attractive conditions for European IPOs. Equally important are faster and simpler regulatory pathways and an attractive market environment. Several ongoing European initiatives, such as the Biotech Act and the Capital Markets Union, provide valuable opportunities to strengthen these critical framework conditions.

The European Innovation Council (EIC), through its broad range of funding instruments that biotech companies already rely on extensively, plays a pivotal role in this. However, it is essential that public investors, including the EIC and national institutions such as Invest-NL, align more closely with the realities and needs of translational biotech frontrunners. For example, by offering greater support for later development stages and by taking a broader view of private investors, they can play a crucial role in mobilising and unlocking the patient, long-term capital these companies require.

By creating the right conditions, Europe can give its translational biotech frontrunners the momentum they need to succeed and ensure that European patients are among the first to benefit from the treatments they and their loved ones have been waiting for for so long.

← #nieuws

Biotech voor het eerst in de Troonrede

,

Historische mijlpaal voor de Nederlandse biotechsector tijdens Prinsjesdag: voor het eerst noemde ons staatshoofd biotechnologie expliciet in de Troonrede. Daarmee benadrukt de regering het belang van technologie en innovatie voor de toekomstige welvaart van Nederland én de rol van biotech als cruciale sector daarin.

Koning Willem-Alexander: zonder tech-investeringen raakt Nederland achterop

Koning Willem-Alexander schetste een duidelijke opdracht: zonder gerichte investeringen in technologie dreigt Nederland achterop te raken. Daarom wil het kabinet samen met bedrijven en kennisinstellingen werken aan een economie waarin innovatie sneller tot nieuwe bedrijvigheid leidt en waarin start-ups en gevestigde bedrijven elkaar versterken. Meer financieringsmogelijkheden, experimenteerruimte en investeringen in technologische doorbraken moeten ervoor zorgen dat nieuwe innovaties kunnen uitgroeien tot de economische motoren van morgen. Daarbij werkt het kabinet aan plannen voor een nationale investeringsinstelling en voor een speciale organisatie die zich richt op grensverleggende technologische doorbraken.

Toptalent voor cruciale sectoren als biotechnologie

Bij de economie van morgen hoort ook voldoende talent. In de Troonrede wees de koning expliciet op het belang van het aantrekken, opleiden en behouden van toptalent – van mbo en hbo tot de universiteiten – in cruciale sectoren als biotechnologie. Een mooie erkenning van een uitdaging die hollandbio namens de sector al langer onder de aandacht brengt.

Toekomstige welvaart vraagt om schonere industrie

De koning stelde dat toekomstige welvaart alleen denkbaar is met schonere industrieën en minder fossiele brandstoffen. Daar draagt biotech bij uitstek aan bij met biobased grondstoffen, schonere productieprocessen en alternatieven voor fossiele materialen. Dat vraagt wel om beleid waarmee innovatieve bedrijven kunnen opschalen en hun oplossingen op de markt kunnen brengen.

Biotech voor beter voedsel

Ook de vastgelopen stikstofaanpak blijft een topprioriteit voor landbouw, natuur en voedselvoorziening. Innovatie kan helpen de tegenstelling tussen landbouw en natuur te doorbreken, bijvoorbeeld met betere gewassen en nieuwe, duurzamere manieren om voedsel en ingrediënten te produceren. De erkenning van biotechnologie als cruciale sector is daarom van belang, maar het kabinet zal zich moeten inspannen om ook de toepassing ervan mogelijk te maken.

Toekomstbestendige zorg vraagt meer dan kostenbeheersing

De regering toonde zich bezorgd over het vooruitschuiven van de rekening, maar er is meer nodig dan kostenbeheersing om de zorg toekomstbestendig te maken. Nieuwe geneesmiddelen, vaccins, diagnostiek en behandelingen kunnen ziekte voorkomen, patiënten beter helpen en de druk op de zorg verminderen. Een kabinet dat meer nadruk wil leggen op gezondheid, zal dus ook moeten investeren in de innovaties die gezondheidswinst mogelijk maken. Dat de regering spreekt over onderhoud van het zorgstelsel en meer inzet op preventie, is dan ook een ontwikkeling die hollandbio met interesse volgt.

Politiek initiatief voor preventie

Ook volgen we nauwgezet het initiatief dat regeringspartij D66 afgelopen weekend nam. Bij monde van fractievoorzitter Jan Paternotte presenteerde de partij van de premier het voorstel voor gratis obesitasmedicatie, een gezondheids-APK en een Rijksvaccinatieprogramma voor ouderen (waarover afgelopen dagen al verder over werd doorgepraat). Het plan krijgt steun: “Het is zuur dat mensen met een kleine portemonnee misgrijpen”, aldus hoogleraar Liesbeth van Rossum. “Zoals het nu gaat, dreigt obesitasmedicatie elitegeneeskunde te worden.” Een toegankelijk zorgstelsel vraagt dan ook niet alleen om beheersing van kosten, maar ook om ruimte voor innovaties die ziekte voorkomen of gezondheidswinst opleveren. Preventie serieus nemen betekent ook innovaties toegankelijk maken voor de mensen die ze nodig hebben. Daar mogen we de politiek aan houden.

Van erkenning naar actie

Dat biotech voor het eerst expliciet wordt genoemd in de Troonrede, is een belangrijk signaal. Die erkenning moet nu worden omgezet in concrete actie. Na deze eerste indruk van Prinsjesdag 2026 analyseren we bij hollandbio de begrotingen en beleidsplannen verder en gaan we in gesprek met Kamerleden over de keuzes die nodig zijn om Nederland innovatiever, schoner en gezonder te maken.

← #nieuws

Nationaal Comité advies dierproevenbeleid pleit voor systeemverandering

,

Samenwerken aan systeemverandering: dat adviseert het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) de staatsecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, als hij stappen willen zetten richting een proefdiervrije samenleving. Aan hun langverwachte en breed opgepikte transitieadvies ‘van niche naar norm’ ligt meer dan een jaar aan onderzoek, interviews en stakeholdersbijeenkomsten ten grondslag. Met die grondigheid én hun samenhangende adviezen op randvoorwaarden rond de pijlers governance en eigenaarschap, ethische actualisering, innovatie- en ketenbeleid, internationale strategie en monitoring zoeken ze wat hollandbio betreft nuance die rechtdoet aan de complexiteit van dit dossier.

Want sneller, beter en diervriendelijker nieuwe geneesmiddelen, vaccins en alternatieve voedingsbronnen ontwikkelen – dat willen we allemaal wel. Alleen niet elk domein kan daarbij volgens het NCad dezelfde route of hetzelfde tempo volgen. NCad-voorzitter Van Meeteren: “Een nieuwe methode kan uitstekend werken, maar als het systeem eromheen niet meebeweegt, blijft zo’n innovatie een niche. De volgende stap is dus niet nóg meer innoveren, maar ervoor zorgen dat wat er al is, ook echt doorwerkt in de onderzoekspraktijk.” Hear hear! Als partner van de transitie draagt hollandbio graag bij aan deze realistische koers. Wil je na het lezen van het rapport hierover met ons doorpraten? Mail hollandbio’s Britt.

← #nieuws

Oss en Delft schalen op: bouwen aan de economie van morgen

Nederlandse biotechclusters staan te popelen om op te schalen. Terwijl de vraag naar productiecapaciteit groeit, laten regio’s zien dat de ambitie én bereidheid om te investeren aanwezig zijn. Oss en Delft presenteerden nieuwe plannen.

In Oss krijgt het biotech- en farmacluster rond Pivot Park een stevige impuls. Met meer dan zeventig bedrijven en expertise op het gebied van R&D, productie, kwaliteitsborging en klinisch onderzoek is de regio uitgegroeid tot een motor voor innovatie, gezondheid en economisch verdienvermogen. De gemeente Oss en provincie Noord-Brabant ondersteunen die groei met uitbreidingsplannen van €100 miljoen en investeren daarmee in de randvoorwaarden die biotechbedrijven nodig hebben om verder te groeien.

Ook in Delft liggen de ambities hoog. Met het initiatief Biotech op Schaal wordt gewerkt aan grootschalige productie van industriële biotechnologie. Het consortium, bestaande uit onder meer dsm-firmenich, Centrient Pharmaceuticals, ASR Dutch Science Park Fund, Planet B.io, TU Delft, de gemeente Delft en de provincie Zuid-Holland, achter het plan presenteerde dertien investeringsprojecten met een gezamenlijke waarde van €335 miljoen. Nog belangrijker: het consortium neemt al meer dan de helft van deze investering voor hun rekening. Dat is een krachtig signaal van vertrouwen in de toekomst van biotech in Nederland.

Natuurlijk is een plan nog geen fabriek en een investering nog geen productiecapaciteit, maar de beweging is onmiskenbaar. Van Oss tot Delft laten ondernemers, investeerders, kennisinstellingen en regionale overheden zien dat zij bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de volgende groeifase van biotech.

Die urgentie speelt niet alleen in Nederland. Ook in Duitsland klinkt de roep om sneller te investeren in demonstratie- en pilotfaciliteiten via het Freedom to Innovate-initiatief. De internationale concurrentie zit niet stil. Wie talent, technologie en investeringen wil aantrekken, moet zorgen voor de juiste randvoorwaarden. Onze conculega’s zetten dus ook de nodige stappen.

Met deze plannen, welwillend kapitaal en de wil om samen de schouders eronder te zetten is het tijd dat ook Den Haag doorpakt. De Taskforce Toekomstig Verdienvermogen en Vestigingsklimaat heeft een uitgelezen kans om deze initiatieven actief te ondersteunen in raad, daad én middelen. Niet met nieuwe visies, maar door realisatie mogelijk te maken. Want juist nu wordt bepaald of Nederland een land blijft waar biotech niet alleen wordt bedacht, maar ook wordt opgeschaald, geproduceerd en vermarkt.

← #nieuws

Europa wil innovatie versnellen én inkopen: kans voor biotech?

Europa zet deze maand twee belangrijke stappen die relevant kunnen zijn voor innovatieve biotechbedrijven. Enerzijds presenteerde de Europese Commissie een nieuwe European Innovation Act, bedoeld om veelbelovende innovaties sneller van lab naar markt te brengen. Anderzijds stelt de Commissie eenvoudigere en strategischere regels voor overheidsaanbestedingen voor, zodat publieke inkoop sterker kan bijdragen aan innovatie, duurzaamheid en economische weerbaarheid. Hollandbio ziet de potentie en hoopt dat het zorgt voor een versnelde toegang tot broodnodige biotech innovaties.

De voorgestelde European Innovation Act richt zich onder meer op betere toegang tot financiering, meer ruimte voor regulatory sandboxes en een Europees kader voor innovatiegerichte onderzoeks- en ontwikkelingsinkoop. Ook wil de Commissie het eenvoudiger maken om intellectueel eigendom te waarderen en te gebruiken als basis voor financiering. Daarmee moet Europa aantrekkelijker worden voor innovatieve bedrijven die willen opschalen.

Tegelijkertijd wil Brussel de regels voor overheidsaanbestedingen vereenvoudigen en strategischer inzetten. Het jaarlijkse aanbestedingsbudget van Europese overheden vertegenwoordigt een enorme economische kracht. Met de nieuwe aanpak moet die inkoopkracht niet alleen leiden tot de laagste prijs, maar ook bijdragen aan innovatie, duurzaamheid en het verminderen van strategische afhankelijkheden.

De combinatie kapitaal én klant

Voor biotech zit de grootste kans in de combinatie van beide voorstellen. Europa wil niet alleen innovatie mogelijk maken, maar die straks ook vaker zelf inkopen. Dat is belangrijk, want innovatieve bedrijven hebben niet alleen kapitaal nodig, maar ook een eerste klant. Als overheden hun enorme inkoopkracht gerichter inzetten voor innovatieve oplossingen, kan dat nieuwe markten openen voor bijvoorbeeld vaccins, diagnostiek en biobased toepassingen. Tel daar meer ruimte om te testen en minder barrières om op te schalen bij op, en er ontstaat precies wat Europa al jaren mist: een sterkere brug tussen slimme ideeën en markt. Kortom: als Europa niet alleen investeerder maar ook launching customer wordt, kan 1 + 1 zomaar 3 worden.

← #nieuws

Kiezen tussen twee kwaden voor de regeling VT

,

Na de uitgebreide evaluatie van de regeling Voorwaardelijke Toelating (VT) stelde het ministerie van VWS hollandbio voor een onmogelijke keuze: instemmen met een nieuwe regeling die de problemen van de oude regeling niet oplost, of accepteren dat deze verdwijnt. Zo helpt het overheidsbeleid – tegen de wens van de Tweede Kamer in – patiënten niet aan passende behandelingen. Hollandbio koos voor de derde weg: de regeling VT die wél kan werken.

Tweede Kamer stuurt aan op betere regeling

In de beleidsmatige evaluatie van de regeling VT concludeerde SiRM, het bureau dat de evaluatie in opdracht van het ministerie van VWS uitvoerde, dat de oude regeling VT te weinig patiënten heeft bereikt. Dat kwam niet omdat de doelgroep ontbrak, maar omdat de opzet en uitvoering van de regeling niet aansloten bij wat nodig was. In Kamerbrieven over deze evaluatie gaf het kabinet aan het niet gerechtvaardigd te vinden een aparte route voor weesgeneesmiddelen, conditionals en exceptionals overeind te houden. Daar dacht de Tweede Kamer gelukkig anders over. Gesteund door een brede coalitie, sprak zij via een motie van D66-Kamerlid Marc Vervuurt de wens uit dat er een goede route voor gecontroleerde toegang tot weesgeneesmiddelen moet komen.

Opzet veranderd, nog minder patiënten bereikt?

Hoewel het ministerie in de nieuwe regeling VT een aantal knelpunten aanpakt, verandert de opzet zo ingrijpend dat de regeling naar verwachting nog minder patiënten bereikt. Onzekerheid over de effectiviteit van geneesmiddelen is niet langer bepalend, maar de vraag of Nederland iets anders wil weten dan andere landen. Terwijl Europa juist inzet op harmonisatie, met bijvoorbeeld de nieuwe wetgeving over Health Technology Assessment, zet Nederland een stap de andere kant op. Ook de invulling van het criterium ‘sterk verlaagde prijs’ schiet tekort. Het ministerie erkent zelf dat de voorgestelde methode moeilijk werkt als de Nederlandse situatie afwijkt. Oftewel: precies bij de geneesmiddelen waar de nieuwe regeling voor bedoeld is. Dan bepaalt niet de waarde van een behandeling de prijs, maar hoeveel geld er nog in de pot zit.

Kans op behandeling behouden

Maar hoe dan wel? Wat hollandbio betreft moeten we vooral kijken naar wat wél werkt. In lijn met de motie-Vervuurt stellen wij een route voor die leert van de sterke punten van ODAP, met het initiatief bij de beroepsgroep en vergoeding op basis van patiënten die er daadwerkelijk baat bij hebben. Ook leren we zo per patiënt bij wie een behandeling wel aanslaat en bij wie niet. Want met het afschaffen van de regeling VT verdwijnen deze patiënten niet, wel hun kans op behandeling.

Lees onze volledige reactie hier