Van lab naar lunchbord: opschalen als sleutel tot biotech succes
Opschalen, het is een van de knelpunten voor bedrijven die met biotech innovatieve voedingsingrediënten ontwikkelen. Hun kracht ligt in slimme productie via micro-organismen, maar om echt impact te maken moeten ze voldoen aan de eisen van de voedingsindustrie. En dan zijn 1 of zelfs 30 liter simpelweg niet genoeg.
Opschalen gaat stap voor stap. Juist daarom is het goed nieuws dat de Biotech Fermentation Facility (BFF) in Ede nu officieel operationeel is. Dit soort faciliteiten is geen luxe, maar een randvoorwaarde. Samen met initiatieven als Cultivate at Scale maken ze het mogelijk om de sprong te maken van lab naar pilot, en uiteindelijk naar productie. De uitdaging zit nog wel in het structureel financieren van deze faciliteiten. Produceren in Nederland is cruciaal voor strategische autonomie, maar brengt hogere kosten met zich mee voor energie, personeel, water, afvalverwerking en grondstoffen. Tegelijkertijd dragen deze investeringen direct bij aan maatschappelijke doelen: duurzamere productie, gezondere voeding, talentontwikkeling en minder afhankelijkheid van het buitenland.
Van proef tot productie
Wil Nederland hierin echt koploper worden, dan moeten we innovaties ondersteunen van proefje tot productie. Gedeelde faciliteiten spelen daarin een sleutelrol: ze bundelen kennis en ervaring en zorgen voor efficiëntie, lagere kosten en snellere doorlooptijden. Precies wat bedrijven nodig hebben om door te groeien.
En wie verder kijkt, ziet dat het hier niet stopt. In Delft wordt, met Planet B.io als aanjager, al gewerkt aan de volgende stap: faciliteiten op commerciële pilotschaal,(wat ook werd opgenomen in de NTS als innovatieprogramma. Voor bedrijven die klaar zijn voor die fase, maar nog net niet voor grootschalige productie. Wat hollandbio betreft kunnen we niet te groot denken en te snel gaan, van lab naar laadkade.