← #nieuws

Nieuwe definities start- en scale-up voor Box 3 en medewerkersparticipatie wijzigingen laten te wensen over voor biotech

Recent publiceerde de Nederlandse overheid een wetsvoorstel voor en open consultatie over de Wet fiscale stimulering van startups en scale-ups met daarin een fiscale regeling voor medewerkersparticipatie en een definitie waarmee start- en scale-ups een uitzondering krijgen op de nieuwe vermogensbelasting (box 3). Beide zijn enorm relevante aanpassingen voor Nederlandse biotechbedrijven, maar het huidige voorstel laat volgens hollandbio nog te wensen over. Zo wordt onvoldoende rekening gehouden met de specifieke kenmerken van biotechbedrijven en zijn de voorgestelde definities onduidelijk en lastig uitvoerbaar.

Waarom dit voorstel?

Een aantrekkelijker fiscaal klimaat voor innovatieve bedrijven én hun medewerkers, dat is het doel van deze nieuwe wetgeving. Begin dit jaar kondigde het kabinet een nieuw stelsel voor vermogensbelasting (box 3) aan, gebaseerd op vermogensaanwas in plaats van daadwerkelijk rendement. Na instemming door de Tweede Kamer, ontstond grote commotie in binnen- en buitenland. Het betalen van belasting over papieren winst is namelijk problematisch voor aandeelhouders en medewerkers van startups en scale-ups. Reden genoeg voor minister van Financiën, Eelco Heinen, om met de plannen terug naar de tekentafel te gaan.

Wat staat er in dit voorstel?

In het recent verschenen wetsvoorstel introduceert het kabinet een stelsel waarin de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op basis van een puntensysteem gaat beoordelen of een bedrijf een startup of scale-up is. Voor een hoge score in dit puntensysteem moet een onderneming beschikken over een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel. Het wetsvoorstel definieert dit als het vermogen tot snelle omzetgroei zonder lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of hogere kosten, door gebruik van technologie die tot lagere marginale kosten leidt en schaalvoordelen biedt. Een positief advies zorgt voor een uitzondering voor de box 3-belasting en dat aandelen pas belast worden bij realisatie en niet meer bij de aanwas. Ook belast de overheid dan slechts 65% van het voordeel uit de aandelenopties.

Waar wringt het?

Het voorstel van de overheid heeft het juiste doel, maar dreigt ervoor te zorgen dat biotech bedrijven buiten de boot vallen. Dit omdat de kenmerken van biotech bedrijven niet matchen met de eisen die RVO gaat hanteren. Zo kennen biotech bedrijven lange en dure ontwikkeltrajecten en zijn trajecten rondom klinisch onderzoek, industriële opschaling en registratieprocessen vaak productspecifiek en daarmee lastig herhaalbaar. Het wetsvoorstel leent zich daarmee prima voor SaaS- of Fintechstartups, maar laat biotech in de kou staan.

Wat is er dan wel nodig?

Wat hollandbio betreft, doen we dat anders. Zo is de potentie van een startup om wereldwijd zowel maatschappelijk als economisch een verschil te maken een veel beter beoordelingscriterium dan snelheid en herhaalbaarheid. Ook ziet hollandbio het recent aantrekken van privaat kapitaal zoals venture capital als belangrijk criterium, omdat dit een kenmerk is waarmee bijna alle start- en scale-ups zich onderscheiden. Als laatste vinden we dat er meer rekening moet worden gehouden met de beperkingen van dit wetsvoorstel. Zoals Lucien Burm, voorzitter van de Dutch Startup Association, becijferde, zijn er 11.000 bedrijven te beoordelen. Een klus die ongetwijfeld tot veel vertraging en onduidelijkheid gaat leiden, terwijl snelheid en duidelijkheid hierbij juist essentieel zijn.

Laat jouw stem horen!

Het belang van deze wetswijzigingen voor aandeelhouders en medewerkers van biotech start- en scale-ups, en daarmee voor de aantrekkingskracht van Nederland als innovatieland, is enorm. Laat daarom vooral van je horen: tot 29 april kun je reageren op de consultatie over dit wetsvoorstel via deze website.