← #nieuws

Is ons zorgsysteem wel bewezen effectief?

Moet onze overheid bewijzen dat aanpassingen aan het gezondheidsbeleid het gewenste effect beogen? In de Volkskrant legt Erasmus-universitair docent Bastian Ravesteijn deze fundamentele vraag op tafel naar aanleiding van de voorgenomen verhoging van het eigen risico. Want waar de nieuwe coalitie interventies in de zorg weliswaar nóg strenger wil toetsen op bewezen effectiviteit voordat ze mogen inzetten, lijkt het wijzigen van het eigen beleid –ondanks bestaande wetgeving op dit vlak– vreemd genoeg vrijgesteld van enige eis zich voor invoering te bewijzen.

Ook rond geneesmiddelen ziet hollandbio de overheid regelmatig klakkeloos beleidswijzigingen doorvoeren, zonder dat de doeltreffendheid van deze maatregelen vooraf in kaart is gebracht. Zo introduceerde het Zorginstituut het afgelopen jaar bijvoorbeeld twee nieuwe pakketcriteria over arbeidsinzet en duurzaamheid. En hoewel zelfs de commissie die hierover adviseerde nog twijfel uitsprak over de keuze van de criteria en vraagtekens had bij de (sc)haalbaarheid van haar eigen plan, stond dit invoer niet in de weg – kritiek vanuit wetenschap en de sector ten spijt.

Recenter nog zagen we de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport niet één, niet twee, maar zelfs drie keer een ‘nee’ verkopen aan een bewezen effectief geneesmiddel, omdat hij de prijs ‘niet maatschappelijk verantwoord’ acht. De minister verwees in zijn argumentatie naar het adviestraject Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen van het Zorginstituut, de Nederlandse Zorgautoriteit en de Autoriteit Consument en Markt. Een advies waar wat hollandbio betreft nog van alles op aan te merken viel, en waar de Kamer bovendien nog niet over heeft kunnen debatteren.

Ravesteijn legt met zijn kritische vraag de vinger op de zere plek. De zorg piept en kraakt in haar voegen, en als remedie grijpen we maar al te vaak naar pleisters die snel wat verlichting moeten brengen. Het gevolg van al die lapmiddelen is dat we de zorg steeds verder op slot zetten. Terwijl we eigenlijk wel aanvoelen dat dit stelsel gebouwd is in en voor een heel andere tijd en meer radicale vernieuwing onafwendbaar is.

Wanneer we écht beterschap willen, zullen we elkaar de komende tijd vaker lastige vragen moeten stellen. Niet alleen of we dingen juist doen, maar ook of we de juiste dingen doen. Wat eigenlijk ‘de bedoeling’ van ons beleid is, en hoe we bepalen of we daarin succesvol zijn. In de ideale wereld halen we namelijk óók bewijs op om beleid mee te verbeteren. En wanneer dat aan de voorkant te veel werk kost, is het toch ten minste zaak om voor een goede feedbackloop te zorgen, waarmee we in de praktijk ofwel bewijzen dat we goede beleidskeuzes hebben gemaakt, ofwel zo snel mogelijk kunnen bijsturen.

Uiteindelijk wil iedereen graag zijn of haar steentje bijdragen aan de volksgezondheid. En juist met behulp van het stellen van kritische vragen en reflectie, ontstaat er ruimte om met elkaar te werken aan beterschap. Zo organiseren we een klimaat waarin we al lerend de zorg verbeteren. Én burgers en patiënten nu en in de toekomst van gezondheid op maat blijven voorzien, in een bewezen effectieve gezondheidszorgstelsel.