← #nieuws

Van America first naar Euro next

Nederlanders zijn aanpakkers. We zien een probleem, bedenken slimme oplossingen en doen het. Daarom zijn we ook koploper in biotech. Niet omdat het vanzelf ging, maar omdat we al jaren bouwen op een stevig fundament van kennis, lef en samenwerking. Die positie hebben we niet cadeau gekregen. We hebben deze verdiend door slimme investeringen en durf. Nu het optimisme in biotech weer komt bovendrijven, wordt eens te meer duidelijk dat Europa dit onvoldoende weet te kapitaliseren.

Nederlander leidt weer Amerikaanse beursgang

Voor het eerst in tien jaar brengt een Nederlandse ceo weer eens een bedrijf naar de Nasdaq-beurs. Alle reden voor het FD voor een profiel over Tim Knotnerus (achter inlog), die in New York $100 mln wil ophalen voor het Vlaamse biotechbedrijf Agomab Therapeutics. Knotnerus treedt daarmee in de voetsporen van Hans Schikan met Prosensa (2013), Daniel de Boer met Proqr (2014) en Ton Logtenberg met Merus (2016). ‘Zo’n beursgang op de Nasdaq is “een memory for life”, zegt Hans Schikan die het hele proces dertien jaar geleden meemaakte. “Het is ontzettend leuk, maar het is ook heel spannend of het gaat lukken.” De voortekenen voor Agomab lijken gunstig. Nu de biotechindex van de Nasdaq op recordhoogte staat, zien meer biotechbedrijven dat het momentum voor een beursgang gunstig is.’

Binnenlands biotech blinkt uit buiten Europa

Jaar na jaar blijkt: Nederlandse biotech blinkt uit, maar dan wel op de Amerikaanse beurs. Want terwijl andere landen niets ontziend stappen zetten om zich technologische vooruitgang toe te eigenen, blokkeren wij onszelf. Innovaties lopen vast in regels en vergunningen, talent vertrekt en doorbraken waarvoor wij de basis legden worden in het buitenland verzilverd. Zo raken we niet alleen onze koppositie kwijt, maar ook de dingen waar we allemaal beter van worden: nieuwe medicijnen, voeding en materialen die slimmer en schoner worden gemaakt, en een economie die blijft draaien.

VS aantrekkelijk voor biotech, moet ook Europese beursmaatschappij erkennen

In het AD erkent René van Vlerken, topman van de Europese beursmaatschappij Euronext Amsterdam, desgevraagd dat sommige bedrijven juist sneller naar de aandelenbeurs in de Verenigde Staten gaan, omdat ze daar meer geld op kunnen halen. Alle bedrijven? “Nee, dat valt heel erg mee. Alleen voor sommige biotech- en gezondheidsbedrijven is de VS aantrekkelijk.” Dat is natuurlijk doodzonde en zo hoeft het niet te gaan. Een van de oplossingen zit in de Europese kapitaalmarktunie, waar het Draghi-rapport twee jaar geleden alweer op aandrong. Daar ziet de topman ook wel brood in, net als in betere begeleiding: “We moeten bedrijven door de hele financieringscyclus begeleiden. Een goedwerkende kapitaalmarkt is essentieel voor een aantrekkelijk ondernemingsklimaat. Als je het bedrijfsleven als pinautomaat gebruikt, verslechter je het vestigingsklimaat.”  Toch ziet hollandbio dat er meer nodig is. Nederlandse bedrijven kiezen vooral voor de VS vanwege hun hogere risicobereidheid, investeerders met diepere zakken en meer kennis rondom biotech. Meer dan wat extra geld en een schouderklopje dus.

Wanneer nu eens echt Euro next?

Willen we een ijzersterk innovatieklimaat, dan is het essentieel om biotech nu de ruimte te geven om te floreren. Nederland is groot geworden door te doen, niet door af te wachten. Dit is het moment om vooruitgang te blijven omarmen: investeren in slimme oplossingen, bouwen op onze kracht en ruimte geven aan knappe koppen. Zo blijven we onafhankelijk van landen zoals China en Rusland, en zijn we niet afhankelijk van de grillen van vijandige leiders met autocratische trekken in landen waarvan het onzeker is of ze in de toekomst nog hun democratische rechtsstaat kunnen waarborgen. Door nu de juiste keuzes te maken, houden we zelf de regie over onze toekomst. Tot op heden mag dan wel America first gelden, wij moeten ons de vraag durven stellen: wanneer maken we nu eens echt werk van Euro next? Onze ondernemers tonen lef, het is hoog tijd dat er leiderschap opstaat binnen onze overheid.